Skip to main content

9789401444071

Page 1

Jessica DaniĂŤls

EVA


Voor tita Lie.


1. Waarom houdt ­niemand zich aan de regels

I

k ben 37 minuten wakker en ik weet al dat het een rotdag is. Dat weet ik zeker omdat ik maar 5 uur en 12 minuten heb geslapen en ik heb 6 uur en 30 minuten nodig om me normaal te voelen, wat nog geen garantie is dat de buitenwereld mij ook normaal vindt. Dat ik te weinig geslapen heb, is de schuld van Ben, net als het feit dat ik geen koffie drink. Als het maandag, dinsdag, woensdag of vrijdag was, zou ik nu op het Werk zijn en al 2 koppen koffie gedronken hebben. Maar vandaag is het zaterdag. En bij zaterdag hoort Ben. Ik telefoneer Ben altijd precies om 10:26 en dan drinken we koffie. Dat Ben ook koffie drinkt terwijl we telefoneren, is belangrijk voor mij. Dan maken we onze planning voor het weekend, want het weekend is van ons. Maar nu kan ik Ben niet telefoneren. Geen Ben. Geen koffie. Geen plan. En dus kan ik ook geen witte broodjes van het merk Alva in de oven steken om samen met Sara te ontbijten. Sara. Ik kan Sara niet eens wakker maken. Haar deur zal voor altijd dicht blijven. De witgelakte deur met de roze geschilderde

7


schelpjes die samen Sara’s Love Nest spellen, maar die mijn brein leest als Sara is Lui Nest sinds 7 van de schelpjes op de salontafel liggen te wachten op nieuwe lijm, wat in feite bevestigt dat lui nest van toepassing is op Sara – bovendien heeft wat zij in haar bed uitspookt weinig met liefde te maken, maar dat doet nu niet ter zake. Waar het om gaat is dat ik Sara niet wakker kan maken. Nee. Want dat doe ik pas als de broodjes warm zijn en hun korst bronskleurig. Ik zal tot het einde der tijden geen koffie drinken en Sara zal nooit meer wakker worden. En dat is allemaal zijn schuld. De schuld van Ben. Hij had beter moeten weten. Maar Ben weet niets meer. Want Ben is weg. Ben is weg. Ik kan meteen 6 dingen bedenken die vreselijk zijn maar minder vreselijk dan dit. 1. Een geamputeerd been. Dan zou het onder andere zeer lastig zijn om De dame die zich doelbewust een weg baant door de straten van de stad te spelen. En ook om langdurig te douchen. 2. Een geamputeerde boom. In het bijzonder de eik voor het raam. Dat zou zeer vervelend zijn omdat ik graag naar de eik kijk als ik in de coconstoel zit. 3. Oorlog. Ik hoor vaak dat oorlog vreselijk is, maar zeker weet ik dat pas als ik het zelf meemaak. Zolang Sara en Ben bij me zijn, is oorlog zeker minder vreselijk dan dit. Verder is niemand relevant sinds oma dood is. 4. De broodjes van het merk Alva zijn op. Dan kan ik Sara ook niet wekken. Maar in de voorraadkamer staan nog 3 kartons broodjes. Als je de vervaldatum per 2 cijfers bij elkaar optelt, is de som 36, mijn lievelingsgetal. Ik eet alleen verpakte voedingswaren met het getal 36 erop.

8


Die zijn zeldzaam dus sla ik bij iedere gelegenheid een grote voorraad in. Van Sara mag ik dat niet meer doen sinds ik de voorraadkamer heb uitgebreid tot de schoenenkast en de schoenen hun plek hebben boven op de schouw, wat misschien een vreemde plek lijkt voor schoenen maar het eigenlijk niet is aangezien ik schoenen zeer decoratief vind, mits ze schoon zijn natuurlijk – en wat zet je anders op een schouw. Zonder broodjes zitten is dus geen relevant voorbeeld van vreselijkheid, vanwege de onwaarschijnlijkheid. Anderzijds. Wat is onwaarschijnlijker: zonder broodjes zitten of zonder Ben? Tot gisteren dacht ik dat het tweede zelfs onmogelijk was. Maar ik mag niet afdwalen. Dus: 4bis. De kaas is op. Veel waarschijnlijker aangezien ik alleen kaas per 2 pakjes van 180 gram koop in de buurtwinkel en Sara soms graag een broodje met kaas eet als ze van De Walvis komt. Ik zou ongetwijfeld erg boos zijn en ik zou Sara wijzen op Huisregel nummer 8. En daarna zou ik aardbeienjam eten. 5. Suikerspinnen. Sowieso vreselijk want niet wat ik ervan verwacht. 6. Ben is dood. Als iemand mij zou vragen of ik Ben liever dood dan weg wens, dan is het antwoord ja. Die persoon zou dan kunnen zeggen dat het op hetzelfde neerkomt, maar voor mij is er een wezenlijk verschil. Dood is de natuur en de natuurwetten zitten in mijn Innerlijk Basisarchief. Met de dood kan ik nog leven; het is aanvaardbaar, al is het natuurlijk heel erg vreselijk. Ik loop van de keukentafel naar het aanrecht. Ik neem de koffiepot. Ik kijk erin. Ik zet hem terug.

9


Geen koffie. Ik open de keukenkast en tel 6 kopjes en 6 schoteltjes. Ik tel 6 messen en 6 vorken en 6 lepels en 6 vorkjes en 6 lepeltjes en 6 aardappelmesjes in de la. Ik ga naar de woonkamer en trek de gordijnen dicht en tel de schoenen en de tijdschriften van Sara en de bladeren van de ficus en de patronen op de gordijnen, maar ik word er niet rustig van. De getallen blijven niet op hun plaats zitten. Telkens wanneer ik er 1 zijn plek geef, doen de anderen haasje-over. Als zelfs de getallen overstuur zijn, wat moet ik dan? Ik wil geen angstaanval krijgen. Angstaanval. Ik moet het stil houden, misschien blijf ik dan heel. Ik loop op mijn tenen naar de coconstoel. Centimeter per centimeter, zodat het riet niet kraakt, kruip ik erin. Ik trek mijn knieën op en het fleecedekentje strak eromheen. Veilig. Bijna. Ik tel en tel en tel alle dingen die veel leuker zijn dan dit, zoals gelatinepudding en kaarsvet, precies wat ik ervan verwacht. Katoenen T-shirts met glanzende prints, ronde blinkende knopen, Milky Ways, geschenkpapier dat niet scheurt, groene paperclips, woorden die eindigen op de letters k en r, verkeersborden en melodica’s. In mijn hoofd trek ik 6 verticale lijnen en 1 horizontale. Boven de kolommen schrijf ik: Eetbaar Tastbaar Zichtbaar Hoorbaar Ruikbaar Ik kleef elk woord in de passende kolom, met extra sterke secondelijm, en tel verder. Bij elk vijfde woord bijt ik op een knokkel van mijn rechterhand. Ik moet net zo hard bijten dat het een beetje pijn doet. Dikke regendruppels die van het raam glijden.

10


Digitale horloges, vooral als de som van de cijfers 36 is, C- en D-akkoorden op gitaar, hoeden… Ik twijfel of hoeden onder tastbaar of zichtbaar vallen. Twijfels. Twijfels zijn riskant. Van twijfelen bouwt de druk vanbinnen op. Ik zet ze in beide kolommen en tel verder. Gepelde en ontpitte druiven. Knokkel middelvinger. Bloemen. Zeer goed. Heel veel bloemen. Lelies, asters, narcissen, rozen, gerbera’s (knokkel ringvinger) en gladiolen. Onder zichtbaar en ruikbaar. De druk neemt af, maar ik durf nog niet op te houden. Gelukkig zijn er heel wat dingen beter dan dit, zowat alles, dus misschien houd ik het vol tot de tijden eindigen. Anagrammen, rekenkundige rijen, Pritt en perforators met een liniaaltje. Knokkel pink. Iets verstoort de stilte. Een gerinkel en dan… 1… 2 klikklaks. Het komt niet van mij of van de stoel, want wij zijn doodstil. Ik knijp mijn ogen en oren stijf dicht, tevergeefs; er klinkt nu ook een piep van 1… 2… 3 seconden lang. Mijn linkeroog springt open en ziet de voordeur opengaan. Mijn rechteroog springt bij en samen zien ze vuile voeten in vuile teenslippers, knokige knieën onder een minirok met lovertjes. Ik ken dit beeld maar het klopt niet. Sara hoort daar te zijn, achter de witgelakte deur die nog altijd even dicht is. Toch komt ze nu via de voordeur naar binnen. Op de digitale wandklok boven de schoenenschouw is het 11:05. Een mooie tijd. De gedaante van Sara komt dichterbij en haar mond beweegt, maar ik hoor niets. Ik word opnieuw erg bang. Dat ik de dagen door elkaar heb gehaald, dat het geen zaterdag maar

11


maandag is, dat ik me 48 uur heb verslapen, dat ik op het Werk had moeten zijn. Haar mond beweegt nog altijd. Ik schud hard met mijn hoofd. Ik wil zeggen dat alles overhoop is, om hulp roepen, maar het gaat niet. Dan besef ik dat ik de klank heb uitgezet. Nu komt er een heleboel tekst uit Sara terwijl ze met haar armen bewegingen maakt die niet synchroon zijn met het geluid. Ze vraagt of ik me wel goed voel, waarop het antwoord uiteraard nee is, maar ik krijg de tijd niet om dat te zeggen, want ze heeft het inmiddels over iets anders, over een Gita van de mindfullness die ze me wilde voorstellen. Ze zegt nog meer, veel meer, maar ik heb de klank alweer uitgezet, zoals altijd wanneer er te veel woorden tegelijk uit Sara vallen. Wat ik nu zeker weet, is dat dit de echte Sara is. Maar er is nog zoveel dat niet klopt. Ik vraag wat een Gita is en mijn stem klinkt robotachtig. Hier zo, klinkt het van links en plots wappert er een hand te dicht bij mijn gezicht. Ik ken die hand niet. Ik deins achteruit en de coconstoel kreunt. De hand klapt dicht. Ik zie een ring met een paarse steen. Achter de hand is het wazig. Ik kan. Niet. Scherpstellen. Sara komt tussen mij en de hand staan. Haar gezicht is zo dichtbij dat haar ogen en neus reusachtig lijken. Ik druk met mijn knokkels tegen mijn oogleden om het beeld uit te wissen en maak het diepe keelgeluid dat Ben kamelen noemt. Ik voel Sara’s handen op mijn sleutelbeenderen. Dat doet ze alleen in Geval van Nood. Een nieuw gevoel overspoelt mij. Het is boosheid. Waarom houdt niemand zich aan de regels? Ik gil. Hard.

12


2. Ik heb haar niet eens over Ben verteld Sara zit op de rand van de sofa en blaast adem in mijn gezicht. Ik ruik verschaald bier en munt, maar de mist trekt tenminste weg uit mijn hoofd. Ik vraag wat er gebeurd is. De woorden blijven aan mijn gehemelte plakken, alsof ik muesli zonder melk heb gegeten. Sara noemt mij swietie, een woord dat ze tegenwoordig graag gebruikt ook al weet ze dat ik het niet fijn vind dat ze me in vreemde talen aanspreekt; dat is alleen maar verwarrend zonder Goede Reden. Ze noemt me dus swietie en zegt dat ik 1 van mijn gekke kuren heb gehad en dat ze niet weet waarom. Ze zou het me kunnen vragen maar dat doet ze niet, in de plaats daarvan kiepert ze nog een bak met woorden over me uit. Ze heeft het over die Gita, die blijkbaar een geweldig mens is en mij wilde leren kennen, maar nu weer weg is. Ze kijkt naar mijn gezicht en verontschuldigt zich 2 maal. Sara gebruikt graag woorden dubbel. Ze zegt dus sorry sorry en vraagt me nu eindelijk wat er gebeurd is, maar opnieuw krijg ik de kans niet om het uit te leggen want ze zegt dat we het wel zullen fiksen. Ze vraagt of de kaas misschien op is, of dat ze de shampoo niet op zijn plaats heeft gezet, of vergeten is de deur 2 maal op slot te draaien, of heeft ze misschien iets anders verkeerd gedaan? Opnieuw zegt ze sorry sorry en dat ze haast had gisterenavond omdat ze weer laat was voor haar werk in De Walvis en dat de baas gelukkig een oogje op haar heeft en dat

13


hij dat oogje daardoor af en toe dichtknijpt. Ze lacht schor en ik zie geen Goede Reden dus lach niet mee. Ik kruis mijn armen, pers ze tegen mijn buik en zeg dat ze zich niet aan de regels heeft gehouden. Nu noemt ze me daaaarling en verontschuldigt zich nog eens in het meervoud en vraagt dan welke regel. Ik trek mijn wenkbrauwen samen tot wat men fronsen noemt. Daarmee druk ik uit dat ik niet begrijp, dat zij me niet begrijpt. Nummer 1 en nummer 3, roep ik. Haar gelaatsuitdrukking verandert. Ik kan haar gevoel niet goed aflezen. Ik twijfel tussen boos en verbaasd. Misschien ­allebei. Ze zegt dat ze wel degelijk een sms voor 03:33 gestuurd heeft, volgens het pact. Ze wuift met haar mobiele telefoon vlak voor mijn neus. Ik grijp haar hand en houd hem stil zodat ik kan lezen wat er op het scherm staat. Verzonden bericht om 03:24. Mijn ogen worden groot want het is niet normaal dat ik mijn berichten vergeet te controleren als ik om 03:33 naar het toilet ga. Ik loop naar mijn slaapkamer en neem mijn eigen telefoon en lees het ongelezen bericht. Ik blijf bij Gita slapen we komen om 11 langs om samen te ontbijten siejoeee. Ik zeg dat het nog altijd tegen Huisregel nummer 3 is. Ze zegt dat ze het wÊl aangekondigd heeft. Te laat, zeg ik. 48 uur is de Afspraak. Ik schrik van mijn eigen stem die metaalachtig klinkt en word daar nog bozer van. Ik ga naar de wc en haal ons flatpact van de muur. Het flatpact is door ons allebei ondertekend precies 1 jaar en 20 dagen geleden. Dat kan ik zo snel uitrekenen omdat de datum van ondertekening boven onze handtekeningen staat. Lees het, zeg ik. Ze zegt dat ze het godverdomme uit haar hoofd kent.

14


Ik zeg dat ze het dan nog maar eens moet lezen en tik 3 keer op het stijve papier. Dat spijt me meteen, want nu zit er een kreuk in. Ze maakt een onsmakelijk keelgeluid en leest hardop: Regel nummer drie. Geen onaangekondigd bezoek. Elke bezoeker wordt uiterlijk achtenveertig uur van tevoren gemeld en goedgekeurd door beide flatgenoten. Haar stem klinkt als die van Moeder als ze op haar troon in de rechtbank zit. Ik zeg dat ze hier dus niet zonder Afspraak met een Gita kan aankomen. Ze zegt dat ze het wel van tevoren gemeld heeft. Dinsdagavond na de mindfullness. En dat zij daar stond en ik hier. Ik kijk het zelf na in mijn Innerlijk Archief van Recente Gebeurtenissen terwijl Sara verder praat. Onder dinsdag vind ik witloof met balletjes en witte boterhammen met mosterd. Regen tegen het raam in een hoek van 30 graden. Ik zit op de grond met mijn kleefboek, 3 nieuwe foto’s van vlinders en een Pritt. Sara komt binnen. Felroze legging en afgetrapte sneakers met fluorescerend groene veters. T-shirt met donkergroene glanzende opdruk. Le libre arbitre. Het is nieuw en ik vind het mooi. Ze praat en praat over een groep volwassen mensen die samen niets zeggen en niets doen maar zich bewust zijn van alles en hun aandacht naar binnen richten. Dus doen jullie met z’n allen floenk, zeg ik. Sara zegt dat het niet om te lachen is. Ik zeg dat ik niet lach. Wat zei ze daarna? Rita, niet Gita! Ze zegt dat Rita en Gita dezelfde persoon zijn. Ik zeg dat ik het niet begrijp. Ze legt uit dat Gita haar yoginaam is die ze

15


van haar meester in India kreeg en voegt daar 2 maal snappie aan toe. Ik zeg: ik snappie snappie niets. Ze zucht en kijkt naar de linkerbovenhoek van haar oogleden. Daarmee drukt ze uit dat ze niet begrijpt dat ik haar niet begrijp en dat ze meer uitleg overbodig acht. Rita is ordinair, legt ze desondanks uit, Gita is vĂŠĂŠl spiritueler. Past beter bij haar nieuwe ik. En dat ze Sara aangeraden heeft ook een nieuwe naam te nemen want ze staat voor een geboorte. Geboorte? Van wie, vraag ik, maar Sara heeft ondertussen nog een hele hoop zinnen bij elkaar gepraat die volgens mij niets met elkaar te maken hebben en dus kan ik alleen maar kijken hoe haar hoofd weer opblaast en loskomt van haar romp. Waarom doet ze toch altijd zo? Soms is het moeilijk te begrijpen dat wij vrienden zijn. Ben is anders. Hij weet veel en zegt weinig. Soms zegt hij een hele dag niets en dat vind ik helemaal niet erg. Is Sara altijd zo geweest? Soms valt een verandering pas na een hele tijd op, omdat het zo langzaam gebeurt, zoals we ook niet merken dat de aarde rond de zon draait, tot het plots donker is, of zoals haar groeit zonder dat we het zien, tot het lang is. Ik zoek mijn oudste herinneringen aan Sara op. Zinloos, die bevinden zich natuurlijk in de Oude Archieven en die zijn op slot. Ze zijn er wel, ik weet zelfs precies waar: loodrecht onder het middelpunt van mijn schedel, daar waar de priesters kaal zijn omdat ze al die informatie van God binnenkrijgen, want toen God de priesters uitvond waren er nog geen computers met draadloos internet. Dat weet Ben. Natuurlijk maakt hij een grapje, want wij geloven niet in God. Daarom is het grappig, heeft hij me uitgelegd. Ze zegt dat ik niet naar haar luister. Ik bevestig dat. Nu roept ze. Dat ik haar verwijt de regels te overtreden, maar dat ze dat niet gedaan heeft en dat ik niet luister wanneer ze het uitlegt. En nu we het er toch over hebben, dat ik degene ben die

16


zich niet aan de regels houdt. Ik vraag wat ze daarmee bedoelt. Ze zegt dat ze er niets over wilde zeggen, maar goed, hier zie, nummer 5. Zie je wel, zie je wel, zegt ze. Ze drukt het pact tegen mijn neus en het kreukt nog meer. Vloer in woonkamer moet vrij blijven. Ik kijk naar de vloer. Er staat of ligt niets op de vloer, behalve onze voeten. Ze roept nog luider. Dat het hier woensdag vol vlinders lag. Ik zeg dat 3 vlinders geen vloer vol vlinders is. Haar stem stijgt een octaaf en nu gilt ze. Dat het daar niet om gaat. Ik vraag waar het dan wel om gaat. Ze gilt dat het erom gaat dat zij zich aan de regels houdt en ik niet en zij degene is die altijd op haar kop krijgt. Ik zeg dat nummer 5 stom is. Ik besef dat het stom is zoiets te zeggen, maar zeg het toch. Ze gilt dat nummer 1 en 2 en 3 en 6 ook stom zijn maar dat zij er zich toch aan houdt. Voor mij. En dat ze van mij hetzelfde verwacht. Dat dat het pact is. Ik stop mijn wijsvingers in mijn oren want ik hou er niet van als ze gilt. Dan slaat haar stem over en trillen de snaren in mijn hoofd een vals akkoord. De stem van Ben is rustig en diep. Hij praat altijd langzaam. Elk woord maakt eerst een rondje in zijn hoofd voor het naar buiten zweeft. Daarom is een hoofd rond, volgens Ben, zodat onze gedachten eerst een rondje draaien voor we er een ander mee lastigvallen. Sara’s woorden zijn puntig en kaatsen door haar hoofd om plots naar buiten te schieten, soms onbedoeld, soms in de foute volgorde, vaak zonder betekenis. Ik vind het niet erg omdat ik het gewoon ben en zij vindt het niet erg dat ik niet naar haar luister. Maar nu roept ze mijn naam en grijpt mijn schouders. Dat vind ik erg onaangenaam, er is hoegenaamd geen Goede Reden om me aan te raken, ik krijg geen nieuwe aanval of zo. Ik vind het ook niet fijn dat ze

17


mijn naam verkeerd uitspreekt. De a hoort lager dan de e. Ik heb een dalende naam, geen stijgende. Ik zeg dat mijn naam Eva is. Ze zegt dat ik soms echt een bitch ben en vraagt of ik dat wel weet. Ze wacht weer niet op mijn antwoord maar gaat meteen verder dat ze haar best doet, echt waar, misschien te veel, zei Gita haar gisteren nog. Ze wil te goed zijn voor de mensen, wil bekoren, zegt die Gita. Ik moet lachen om haar grap. Soms zeggen mensen het tegenovergestelde van de waarheid en als de anderen dat ook weten, is het geen leugen maar een grap, die ironie heet. Ik weet zeker dat het een grap is, want Sara en ik proberen nooit de mensen te bekoren. Sinds we klaar zijn met school doen we wat รณns bekoort. En dat lukt ons prima. Voor Sara is dat op de toog van De Walvis dansen en met mannen dingen doen waar ik het nut niet van inzie. Of bedoelt ze dat met bekoren? Ik vraag het haar. Ze slaat op mijn linkerwang. Ik op haar rechter, al weet ik niet waarom we dit doen, maar ze wordt er tenminste stil van. Ze gaat zitten, ik ga zitten. Ze huilt. Daar word ik erg onzeker van. Ik heb zin om weg te gaan, om de koffer en de hoed te nemen en De dame die zich doelbewust een weg baant door de straten van de stad te spelen, maar ik doe het niet. Ik kan immers niets meer doen. Want Ben. De pijn komt terug, en de angst. Ik zeg dat ik beter met Ben was gaan samenwonen. Waarom zeg ik dat? Omdat Ben dan vast niet was weggegaan. En ik geen ruzie met Sara zou maken. Sara heeft haar vloer nodig, ik mijn rust. Ben is rust. Maar het was eerlijker zo, daar hadden we een consensus over. Op de middelbare school zaten Ben en ik in dezelfde klas, maar Sara moest van haar ouders een donkerblauw plooirokje en witte kousen dragen. En lakschoenen. Heel mooi vond ik die. En daarmee moest ze naar een school in een andere stad, met allemaal identieke meisjes.

18


Dus was de week van Ben en het weekend van Sara. Nu is het andersom. Want met Ben én Sara samenwonen kan niet. Ben en Sara zijn als haring en gelatinepudding. Ik hou van allebei, maar niet in dezelfde maaltijd. Ik ben in de war omdat Sara niet meer naast mij op de bank zit maar uit de slaapkamer komt. Ik heb haar niet zien opstaan, omdat ik in mijn gedachten verzonken was, zoals dat heet. Ze heeft andere kleren aan en over haar schouder hangt een felblauwe sporttas met een opschrift in knalroze letters – ik kan het niet lezen omdat mijn ogen beginnen te branden als ik ernaar kijk. Ik vind het een heel erg lelijke sporttas. Ze zegt dat ze gaat en dat ik dan maar met Ben moet gaan samenhokken. Ze ziet er een beetje uit als een panda. Dat komt door de mascara die ze gebruikt, die is niet waterproof. Ik overweeg het haar te zeggen, maar ze brengt me in de war door te zeggen dat ik met Ben moet slapen. Dat we net een bejaard stel zijn zoals wij samen op een bank in het park zitten. Dat we 21 zijn, geen 121. En dat het hoog tijd is voor vuur. Vuur? Waarom zouden Ben en ik vuur nodig hebben? We roken niet en zowel mijn kookfornuis als het zijne is elektrisch. Niet vuur, roept Sara, vúúr. Passie! Ah, dat soort vuur, zeg ik, daar ben ik mee bekend. Sara en ik delen immers een muur. En dat vuur van haar klinkt vooral heel erg pijnlijk. Ik zou niet weten waarom ik dat zou moeten doen met Ben. Bovendien heb ik Sara de dag nadien ook al eens zien huilen. Ze zegt dat ze misschien een paar keer haar handen gebrand heeft, maar dat ik zo koud ben dat mijn private delen – die Sara benoemt met woorden die ik zelfs in gedachten niet wil herhalen, omdat ik dan voor de rest van de dag het gevoel heb dat iemand met vuile schoenen door mijn hoofd is gelopen en ik er de vlekken niet uit krijg, zelfs niet door mijn hoofd te schrobben met bakken vol getallen of dingen die veel leuker zijn dan dit – ze zegt dus dat mijn private

19


delen Ben waarschijnlijk vriesbrand bezorgen, åls hij er ooit bij in de buurt mag komen. Ze zegt nog meer dingen die ik liever niet hoor, dus wis ik de woorden zodra ze mijn hoofd binnenkomen. Ze herhaalt dat ze gaat. Weg, roept ze. Ze vraagt of ik dat wel begrijp. Ik zeg dat ik hoofdpijn heb en ook wel wat rust kan ­gebruiken. Ze zegt dat we het dan eens zijn. Ik knik. Ze snuift. Ze zegt dat ze naar Gita gaat. Ze snuift opnieuw en ik vind het een heel erg lelijk geluid, maar ik zeg er niets over. Ze zegt dat Gita in het adressenboekje staat, onder de R van Rita, voor het geval dat. Voor het geval dat wat, vraag ik, maar in plaats van mij een duidelijk antwoord te geven, zegt ze iets over haar vleugels uitslaan en dat die Gita zegt dat ze geknipt zijn en dat me dat wellicht toch niet interesseert. Ik zeg dat ik geen flauw idee heb waar ze het over heeft. Maar ze is al weg. En ik heb haar niet eens over Ben verteld.

20


3. Gisteren was mijn ­leven nog perfect

I

k weet niet hoe lang ik hier al zit. Dat komt omdat ik de batterij uit de wandklok heb gehaald, de stekker van de vaste telefoon heb uitgetrokken en mijn mobiele telefoon heb uitgeschakeld. Dat heb ik gedaan omdat ik vastzit. Dus kan de tijd ook niet voortgaan. Het blijft voor altijd 14:21. De 2 mensen op wie mijn leven gebouwd is, zijn weg. Ik vind mensen over het algemeen onbetrouwbaar. Ik weet nooit wat ze denken en nog minder wat ze zullen doen en dat heet de vrije wil, maar ik vind dat nogal belachelijk aangezien mensen doorgaans niet weten wat ze willen. Maar op Ben en Sara heb ik altijd vertrouwd. De hele constructie die de buitenwereld voor mij draaglijk maakt, al de regels, al de patronen, jarenlang zo zorgvuldig opgebouwd, álles steunde op hen. Alles is ingestort. Er is geen alles meer. Enkel niets. Voor er iets was, was er chaos. Alles is naar het schijnt ontstaan uit chaos. Mijn alles is tot chaos vergaan. In minder dan 24 uur tijd. Ik zoek de dag van gisteren op in mijn Innerlijk Archief van Recente Gebeurtenissen. 07:29 Ik kom aan op het Werk. Zoals altijd ben ik de eerste en zet ik 2 grote kannen koffie in de bedrijfskeuken. Ik vul mijn

21


thermos en neem hem mee naar mijn archief. Voor ik naar binnen ga, maak ik de gele bus, links van de deur, leeg. Daarin zitten de aanvraagformulieren voor dossiers die ik moet opzoeken. Het zijn er vanochtend 43. De groene bus ernaast is voor de dossiers die ik heb opgezocht. Het bijbehorende aanvraagformulier hecht ik vast aan de flap met een paperclip, zodat de collega’s snel en makkelijk hun gevraagde dossiers terugvinden. Er zitten 3 dossiers in, die heb ik gisterennamiddag opgezocht. Een collega had met rode stift DRINGEND op het aanvraagformulier geschreven. Ik vraag me af hoe dringend DRINGEND dan wel is. Rechts van de deur hangt de rode bus. Daarin stoppen de collega’s nieuw aangemaakte dossiers of dossiers die ze niet meer nodig hebben, zodat ik ze kan archiveren. Maar vanochtend is de rode bus leeg. Ik open de deur van mijn archief. Het ruikt er zoals het er altijd ruikt. Naar oud en nieuw papier. En opgedroogde inkt. Mijn derde lievelingsgeur. Ik druk de schakelaar in en de peertjes boven de rijen met archiefkasten lichten allemaal samen op. Het is de enige plaats in het gebouw zonder buislampen en daar ben ik blij om, want van buislampen word ik nerveus en dan kan ik me niet concentreren. Mijn taak vereist een zeer hoge concentratie. De Baas begrijpt dat en heeft me beloofd dat mijn lampen blijven. Onder mijn bureau staan 2 kartons met 300 peertjes van 60 watt. Die heeft de Baas voor me gekocht toen in het journaal kwam dat de gloeilamp uit de handel gehaald zou worden. Van spaarlampen koelt mijn hoofd namelijk af en dan kan ik ook niet werken, zelfs niet in een heel warme kamer. De Baas vindt mij een heel bekwame archivaris. De beste die hij ooit gehad heeft, zegt hij vaak. En de goedkoopste. Hij moet namelijk maar de helft van mijn loon betalen, de andere helft past de overheid bij. Dankzij mijn label. Ik vul mijn kop met koffie en zet mijn thermos op de rechterhoek van mijn bureau. Ik drink terwijl ik de dossiers alfabetisch

22


orden. Als mijn kop leeg is, ga ik aan de slag, zoals dat heet. Om precies 9 uur 27 stop ik al de gevraagde dossiers in de groene bus, alfabetisch gerangschikt met het aanvraagformulier goed zichtbaar vastgehecht. Ik voel me voor de eerste keer blij vandaag en maak de gele en de rode bus leeg. 11:03 Een kleine crisis. Een collega – die met de ruime hemden in kleuren die pijn doen aan mijn ogen en haar dat eruitziet alsof een ooievaar in paniek zijn nest door elkaar gehaald heeft op zoek naar zijn gestolen eieren – staat plots in mijn archief. Hij zegt excuseer mij voor het storen en praat meteen verder, maar ik onderbreek hem en zeg hem dat ik hem niet excuseer. Omdat zijn mond openvalt, concludeer ik dat hij me niet begrijpt. Ik verduidelijk dat hij me heeft gevraagd om hem te excuseren en dat ik dat niet kan doen, omdat hij hier niet hoort te zijn. Hij zegt dat hij geklopt heeft, wat best mogelijk is, want ik werk altijd heel geconcentreerd. Het is echter niet de Afspraak. Hij zegt dat het dringend is. Ik vraag hem het archief te verlaten en de procedures te volgen. Hij zegt dat ik normaal moet doen en met zo’n uitspraak kan ik helemaal niets, dus sla ik mijn armen over elkaar en knijp mijn mond en ogen dicht. Hij raakt mijn elleboog aan en ik heb geen idee waarom hij dat doet. Ik sta op het punt om weg te lopen, want slaan of gillen doe ik al jaren niet meer, wanneer de Baas binnenkomt. Hij vraagt wat er aan de hand is en dat vertel ik hem – beknopt, duidelijk en chronologisch. De Baas vraagt me om begrip voor de collega die hier nog niet zo lang werkt. Hij neemt de collega mee naar de gang en legt hem het systeem van de bussen uit. Ik sluit de deur achter hen. Ik ben tevreden dat de situatie snel en correct afgehandeld is en de orde hersteld. Ik schenk koffie in mijn beker en werk verder.

23


11:25 Ik eet 3 witte boterhammen zonder boter met kaas en 1 van mijn 2 Milky Ways. 12:24 Ik licht opnieuw de bussen en vind het aanvraagformulier van de collega met de ruime hemden in kleuren die pijn doen aan mijn ogen en haar dat eruitziet alsof een ooievaar in paniek zijn nest door elkaar gehaald heeft op zoek naar zijn gestolen eieren. Hij maakt zijn woorden niet af. Ik heb een hekel aan mensen die de laatste letters van een woord vervangen door een golvende lijn. De seconde tijd die zij besparen, kost anderen vaak minuten aan ontcijferwerk. Maar ik ken mijn archief en herken het gewenste dossier, zelfs zonder de eindletters. Ik vind het bij de Medische Fouten, onder Ondeskundig Uitgevoerde Operatie, mijn favoriete sectie. 6 maanden geleden heb ik de officiële toelating gekregen om een subsectie aan te maken met Achtergebleven Materiaal in Lichaam. Hiervoor heb ik een officiële aanvraag moeten indienen. Het heeft 2 maanden en 3 dagen geduurd voor ik de goedkeuring kreeg, want het liep via de Raad van Heren. Onder motivering heb ik geschreven dat er de laatste tijd erg veel materiaal achterblijft in lichamen en er toch een wezenlijk verschil is met een ondeskundig uitgevoerde operatie. Het is immers best mogelijk dat de operatie zelf prima verlopen is en de patiënt genezen van zijn aandoening. Het achtergebleven materiaal wordt meestal pas ontdekt als er zich een nieuwe aandoening voordoet, maar die staat los van de initiële. Het staat echter niet los genoeg om er een nieuwe sectie voor aan te maken, daarom leek een subsectie mij een schitterend idee. Ik ben erg blij dat het mij gelukt is en de Baas is erg trots op mij.

24


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. omslagontwerp | Studio Lannoo omslagbeeld | Depositphotos ontwerp binnenwerk | Studio Lannoo, Mediactief zetwerk | Mediactief Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: fictie@lannoo.com D/2017/45/267 | NUR 301 ISBN 9789401444071 Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 en Jessica DaniÍls Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook