Skip to main content

9789401443555

Page 1

killers.indd 3

anja feliers Lady killers

25-04-17 09


killers.indd 4

25-04-17 09


killers.indd 5

Wreek mij

25-04-17 09


killers.indd 6

Het was koud. Bitter koud. Guur zelfs. Liesa dook dieper in de rode sjaal die ze rond haar nek gedraaid had en trapte steviger op de pedalen van haar fiets, terwijl de wind in haar gezicht beet. Het was eind oktober en nu al voelde ze de vrieskou in de lucht hangen. Ze huiverde maar probeerde er niet aan te denken. Ze haatte deze kou. Die belemmerde haar in haar normale doen. Die hield haar binnen, terwijl ze zo graag buiten was. Ook vanavond was ze liever binnen gebleven, maar de belofte aan haar oma dat ze zou langskomen verplichtte haar de kou te trotseren. Ze zuchtte. Het was bijna zes uur en nu al was het donker. Het licht op haar fiets flikkerde, alsof ook dat leek tegen te sputteren. Ze stak het zebrapad bij de rotonde over en fietste in de richting van de serviceflats. De straat oogde hier extra donker door de vele bomen en dat deed haar nog harder trappen. Ze voelde zich al dagen erg rusteloos. Nee, dat was een understatement. Ze was ang6

25-04-17 09


killers.indd 7

stig en verontrust. Ze wachtte op nieuws. Verlossend nieuws. En om een reden die ze niet kende, kwam dat nieuws er niet. Het was moeilijk voor haar om daar kalm bij te blijven. Ze plaatste haar fiets dicht bij de ingang van de serviceflats en deed hem op slot. Net toen ze naar binnen wilde gaan, deed het geluid van een knalpot haar opkijken. Toen ze de blauwe BMW zag komen aanrijden en de nummerplaat herkende, dook ze weg in een nis. Shit! Haar onderbuik kromp samen toen ze besefte dat hij het was. Hij. Ron! Ze knipperde met haar ogen en keek naar de BMW, die een plaats zocht op de parking bij de bibliotheek, aan de overkant van de weg. Ze slikte toen ze even later Ron zag uitstappen. Terwijl hij naar de ingang van de bibliotheek liep, merkte ze iets op. Hij liep moeizaam. Lichtjes voorovergebogen. Zonder te aarzelen stapte ze uit de nis. Het bloed stroomde snel door haar lichaam toen ze de straat overstak en hem achternaging. Liesa keek rond om te zien of iemand haar opmerkte, trok de rode sjaal over haar hoofd en dook dieper weg in de kraag van haar jas. Ze stak haar handen in haar jaszakken. Toen ze in haar rechterzak het Zwitsers zakmes van haar broer voelde, knelde ze haar hand eromheen. Haar hart bonsde in haar keel. 7

25-04-17 09


killers.indd 8

Toen ze via de glazen schuifdeuren de bibliotheek in liep, viel het haar op hoe rustig het er was. Het was dinsdagavond. Een avond waarop het blijkbaar stil was tussen de boeken. Ze bleef even staan. Aan de balie was er niemand te bespeuren. Aarzelend liep ze verder. Ook in de mediaruimte was er niemand te zien. Ze huiverde. Ze keek naar de trap. Ze wist dat hij boven was. Haar voeten kwamen als vanzelf in beweging. Ze probeerde zo stil en zo onopvallend mogelijk verder te wandelen. In de computerruimte zag ze enkele jongeren bezig, maar zij merkten haar niet op en langzaam liep ze verder, de trap op. Met knikkende knieĂŤn bleef ze even boven aan de trap staan. Ze merkte een vrouw met lang bruin haar op die in de open studieruimte aan het werk was. Nog voordat ze opkeek, had Liesa haar hoofd al weggedraaid. Ze wilde niemand zien en ook voor haarzelf was het beter als niemand haar zag. Ze liep langzaam naar de wereldruimte. Ze wist dat hij daar was, daar twijfelde ze geen ogenblik aan. Voordat ze de ruimte binnenliep, gleed haar blik naar de ruimte ernaast. Door de glazen deur kon ze zien dat bibliothecaris Bram De Winter er was. Ze wist niet of dat goed of slecht was. Ze aarzelde een tel, maar besloot toen door te lopen. Nog voordat ze de ruimte binnenging, hoorde ze een vreemd hijgend en 8

25-04-17 09


killers.indd 9

rasperig geluid. Ze deed een stap naderbij. Ze schrok toen ze hem uiteindelijk zag. Ron, haar Ron, met wie ze de lakens had gedeeld, die haar vertrouwd had zoals geen ander, die beweerde dat zij het beste was wat hem overkomen was, stond verkrampt voorovergebogen aan de digitale tafel. Zijn gezicht was grauw. Asgrauw. Zijn ogen waren gesloten en het zweet parelde op zijn voorhoofd. Vaag merkte ze ook de papieren blaadjes boven zijn hoofd op, die bevestigd waren aan ijzeren draden en langzaam heen en weer bungelden. Maar haar aandacht ging vooral naar hem. Hij had niet in de gaten dat zij er was. Hij moest te veel moeite doen om de pijn die hem trof te controleren. Terwijl ze hem stond aan te staren en niet wist wat ze moest doen, opende hij plots zijn ogen. Toen hij besefte dat er nog iemand in de ruimte was, keek hij verwilderd op. Het duurde een paar tellen voordat hij zag dat zij het was. ‘Liesa?’ kermde Ron weer. Plots waren zijn armen en benen niet sterk genoeg meer om hem te ondersteunen. Als een lappenpop zakte hij in elkaar op de grond. Ze bleef geschokt kijken. Het drong niet tot haar door wat er gebeurde. Ze keek lijdzaam toe hoe Ron schokkerig en met bibberende handen zijn telefoon 9

25-04-17 09


killers.indd 10

uit zijn jeansjasje haalde. ‘Ron’, zei ze met schorre stem. De tranen schoten haar nu in de ogen. Een beweging achter haar deed haar omkijken. Ze keek recht in de verbaasde ogen van de bibliothecaris. ‘Wat is hier gaande?’ De Winter klonk ontzet en toen hij de zieltogende Ron op de grond zag liggen, schoot hij te hulp. Liesa wendde haar blik af en zonder een woord te spreken draaide ze zich om en liep weg. De Winter riep haar na. Wilde dat ze terugkwam. Maar ze bedacht zich geen moment. Zo snel als ze kon liep ze de trappen af. Ze vermeed oogcontact met aanwezigen, drukte haar rode sjaal stevig tegen haar gezicht. Buiten wierp de duisternis zich op haar. Ze liep niet naar de serviceflats, waar haar fiets stond. Ze liep ijlings in de richting van de vijver, sloeg een paadje in en zocht zich een weg langs de tennishallen. Daar hield ze eindelijk haar pas in. Zocht ze naar haar adem. Toen pas besefte ze het. Ron was stervende. Voor haar ogen was de man bezweken die ze haar liefde verklaard had. En zij, ze had niets gedaan om het te voorkomen. Bram De Winter legde de telefoon neer. Hij leunde voorover op zijn bureau en sloot zijn ogen een tel. Hij voelde hoe zijn armen trilden terwijl ze zijn lichaam 10

25-04-17 09


killers.indd 11

ondersteunden. Zijn keel was gortdroog en zijn hart klopte driftig in zijn lichaam. Hij had de hulpdiensten gewaarschuwd. Hij wist dat het te laat was. Dat voor de man die levenloos in de wereldruimte van zijn bibliotheek lag, alle hulp te laat zou komen. Hij opende zijn ogen en keek vertwijfeld om zich heen. Wat kon hij nog doen? Wat móést hij nog doen? Hij vermande zich en stond op. Hij moest handelen. Er was geen tijd te verliezen. Dat zag hij in. Hij liep opnieuw naar de wereldruimte, waar hij Ron achtergelaten had. De man lag deels achter de digitale tafel. Bram stapte voorzichtig op hem af. Hij boog door zijn knieën en opnieuw nam hij de pols van de man, zoekend naar een hartslag. Maar zijn handelen was vergeefs. Bram wist met zekerheid dat Ron dood was. Hij stond op en draaide zich om, liep de wereldruimte uit. Hij merkte boven geen bezoekers op en stormde de trap af. Hij zocht een van zijn Wimmers, die de bezoekers van de bibliotheek konden helpen. Beneden trof hij Clara aan. Ze had aan één blik op Brams gezicht genoeg om te zien dat er iets mis was. ‘Clara’, zei Bram met ingehouden stem. ‘Er is een man in elkaar gestort in de wereldruimte. Ik heb de ziekenwagen gebeld, maar ik vrees dat hulp niet meer zal baten.’ 11

25-04-17 09


killers.indd 12

Clara sloeg haar hand voor haar mond en keek verbijsterd in de richting van de trap. ‘Wat moet ik doen?’ ‘Zijn er nog veel bezoekers?’ Clara schudde verdwaasd haar hoofd. Het duurde even voordat de vraag van Bram tot haar doordrong. ‘Een vijftal mensen, vermoed ik.’ ‘Oké, dan sluit ik de deuren. Er mag niemand meer in, maar ook de mensen die hier aanwezig zijn, kunnen beter even blijven.’ Clara keek Bram niet-begrijpend aan. ‘Ik denk dat ik de politie moet waarschuwen. Ik vrees dat we hier met een verdacht overlijden te maken hebben, en misschien moeten de aanwezigen een verklaring afleggen.’ De woorden drongen tot Clara door. Tegelijkertijd klonk de sirene van een ziekenwagen die snel naderbij kwam. Zonder nog een woord te spreken liep Clara ijlings naar de deur. Bram draaide zich om en liep opnieuw de trappen op. Een paar minuten later klonken er haastige stappen op de trap. ‘De ambulanciers!’ Bram liep terug naar de trap en wachtte hen op. Hij ging hun voor. ‘Clara,’ riep hij terwijl hij achteromkeek, ‘kom, ik 12

25-04-17 09


killers.indd 13

wil jou erbij! Kom alsjeblieft.’ Zijn stem klonk bijna smekend. Clara aarzelde niet en liep achter de mannen aan. Toen ze de wereldruimte binnenkwam, zag ze de man op de grond liggen. Roerloos. De ogen open. Hij leek haar aan te staren, op een akelige manier. Clara ging naast Bram staan terwijl de ambulanciers zich over de man bogen en keken wat ze nog konden doen. Bram en Clara keken woordeloos toe, maar de ambulanciers kregen geen leven meer in Ron, wat ze ook probeerden. Bram trok Clara subtiel aan haar arm, via de achterzijde van de wereldruimte, naar buiten. ‘Ik moet je even spreken voordat de politie hier is.’ ‘De politie?’ ‘Ja, het is een verdacht overlijden. Ik moet de politie nog inlichten, maar voordat ik dat doe, moet ik je even spreken.’ Clara knikte en volgde Bram naar zijn werkkamer. Hij nam de telefoon en stelde de politie op de hoogte van het overlijden van de man in zijn bibliotheek. Clara volgde het gesprek terwijl ze haar armen voor zich gevouwen hield. Nu en dan wierp ze een blik in de wereldruimte, maar het was duidelijk dat niemand nog iets kon doen voor deze man. 13

25-04-17 09


killers.indd 105

Naakt!

25-04-17 09


killers.indd 106

Zondagavond. Iets over elf. Met mijn drie vriendinnen ben ik op weg naar de champagneparty. Het getik van onze hakken weerklinkt in de straat, en arm in arm lopen we in de richting van de dreunende muziek die in de verte weerklinkt. Het is erg donker waar we wandelen. Er is geen straatverlichting. We nemen het pad naar de manege. Daar fonkelen lichtjes uitnodigend. Vrolijk lopen we verder. We zijn uitgelaten, al een beetje tipsy van de glazen cava die we bij Jasmine thuis hebben gedronken. Jasmine is bob vanavond, dus ik weet dat ik mij volledig kan laten gaan. En dat ben ik ook van plan. Ik denk aan hem. Aan Sam. De man voor wie ik vanavond een extra inspanning heb gedaan om er stralend uit te zien. De meiden en ik hebben onze outfits een beetje op elkaar afgestemd. Zwart, met hier en daar een glamoureus detail. Ik denk aan de nieuwe rode lingerie die ik doelbewust en speciaal voor deze party gekocht 106

25-04-17 09


killers.indd 107

heb, en glimlach. Bestaat de kans dat Sam die lingerie ooit zal keuren? Dat hij ze van mijn lichaam zal rukken? Mijn onderbuik gloeit van verlangen. Ik hou die gedachte vast en zucht onhoorbaar. Het zal geen makkelijke klus worden. Sam lijkt soms onbereikbaar voor mij. De verboden vrucht die al geplukt is door een ander. Dat hij al een partner heeft, is bijzaak in mijn ogen. Een hobbeltje in de weg. Eentje waar ik genadeloos overheen zal gaan. Het doel heiligt de middelen. Bovendien is er geen plaats voor omwegen. Er rest me niet veel tijd meer. Het tikken van de klok is elke seconde van de dag pijnlijk hoorbaar op de achtergrond en wijst me erop dat ik niets meer te verliezen heb. Of nee. Ik heb veel te verliezen. Alles eigenlijk. Sam is altijd lief tegen mij, op het flirterige af. Maar ik probeer me niet te veel in mijn hoofd te halen. Sam gaat met véél vrouwen op die manier om, maar hoe ver hij ook gaat in zijn seksueel getinte opmerkingen, er is niets wat erop wijst dat hij een ontrouwe partner is. Toch moet ik toegeven dat hij iets met me doet. Ook al relativeer ik zijn geflirt, ik betrap me er vaak op dat ik aan hem denk. Dat zijn geen onschuldige gedachten. Het zijn wilde fantasieën. Fantasieën zoals ik ze nooit eerder zo uitgesproken over een man heb gehad. En vanavond zal hij hier zijn. Alleen. 107

25-04-17 09


killers.indd 108

Zonder zijn vriendin. Hij is ver van huis. Ingehuurd als fotograaf. Vanavond bestaat de kans dat ik hem zal krijgen. Ik weet niet hoe. Ik weet dat het een moeilijke opdracht zal worden. Maar ik wil alles op alles zetten. Ik ken Sam nu meer dan anderhalf jaar en dat is lang. Té lang om te hunkeren naar iemand. Mijn honger moet gestild worden. En het liefst vanavond nog. Het idee dat er een kans bestaat dat Sam mijn speciaal voor hem uitgezochte lingerie vannacht nog zal keuren, maakt me ijl in het hoofd, vergroot mijn verlangens. Ik glimlach in de duisternis en knijp Jasmine even samenzweerderig in haar arm. Mijn vriendinnen weten dat ik Sam vanavond zal zien. Voor het eerst in een andere omgeving dan die van het werk. Mijn vriendinnen zijn ook mijn collega’s bij het modetijdschrift waar ik werk. Ik heb Sam, een freelancefotograaf, leren kennen toen hij anderhalf jaar geleden voor het eerst een opdracht kreeg om een fotoshoot te doen voor het blad. Ik werk als redacteur lifestyle en daardoor kom ik regelmatig in contact met hem. Anne en Saar draaien zich om als we bij de ingang van de manege komen. ‘Nog even een sigaretje voor we naar binnen gaan?’ Ik knik. Terwijl we staan te roken, keuren we de mannen die passeren. We hebben allemaal een andere smaak, 108

25-04-17 09


killers.indd 109

maar toch kunnen we de leukere types er makkelijk uithalen. Dat is zo plezierig aan mijn vriendinnen. Alle vier zijn we single, met nu en dan een one­ nightstand of een iets langere relatie. Mannen zijn niet echt constanten in onze levens. Dat zorgt ervoor dat we méér dan collega’s van elkaar geworden zijn. Jasmine, Saar en Anne zijn de vriendinnen op wie ik altijd kan rekenen. Als mijn sigaret half op is, druk ik die ongeduldig uit. ‘Meiden, ik wil naar binnen.’ ‘Koud is het niet’, zegt Anne, terwijl ze mij grijnzend aankijkt. ‘Dat ongeduld van jou kan dus maar één ding betekenen.’ Ik neem haar bij de arm en we lopen samen naar binnen. We worden meteen overspoeld door de muziek en de zwoele warmte. ‘Ik kan niet meer wachten’, zeg ik in haar oor. ‘Weet ik’, antwoordt ze eenvoudig. ‘Maar hoop niet te hard. Het kan vanavond ook een afknapper worden.’ We zoeken met ons vieren een tafeltje dicht bij de dansvloer. Jasmine bestelt meteen een fles champagne en als de knappe ober even later de fles in een ijsemmer aan onze tafel brengt en onze glazen vult, lachen we uitgelaten. We klinken onze glazen tegen elkaar en drinken van de bubbels. De eerste fles van 109

25-04-17 09


killers.indd 110

de avond. Ondertussen scan ik de ruimte. Ik zoek hem, voel intuïtief dat hij er al is. Maar waar? Waar is hij? *** Het wordt steeds warmer in de stal van de manege waar het feest plaatsvindt. De muziek klinkt opzwepend en we drinken het ene glas na het andere. Intussen dansen we uitbundig mee aan onze tafel. De ruimte raakt steeds meer gevuld en het duurt niet lang voor er een groepje mannen bij ons komt staan. De blikken schieten heen en weer tussen de vrouwen. Jasmine, Anne en Saar zijn verrukt over de nabijheid van zo veel testosteron. Ik glimlach, maar deel hun plezier niet. Ik zoek Sam. Het is onmogelijk om te beschrijven hoe erg ik naar hem verlang. Ik heb hier zó naar uitgekeken. Deze avond is zó belangrijk voor me. Het is alles of niets. Plots zie ik hem. Hij staat ergens in de massa, terwijl hij een foto maakt schiet een zindering door mijn onderbuik. Het verlangen graait in mij. ‘Hij is er’, zeg ik tegen Saar en zij volgt mijn blik. ‘Hij ziet er goed uit’, zegt ze met een knipoog. En ze heeft gelijk. Hij draagt een donkerblauwe jeans met een eenvoudig wit hemd. Net wanneer ik mijn ogen 110

25-04-17 09


killers.indd 111

over zijn lichaam laat glijden, draait hij zich om, alsof hij mijn blik gevoeld heeft. Onze ogen ontmoeten elkaar en hij glimlacht. Ontwapenend. Een kreun ont­snapt aan mijn mond en ik sla mijn blik neer. Nog voor ik weer opkijk, ben ik me ervan bewust dat hij voor me staat. De geur van zijn Pradaparfum herken ik uit duizend. Wanneer ik hem aankijk, buigt hij zich naar me toe. De kus die hij subtiel op mijn wang drukt, brandt en doet me naar adem happen. ‘Blij je te zien, meid’, zegt hij. ‘Je ziet er fantastisch uit.’ Ik glimlach opgelaten en haat het dat ik niet weet wat te zeggen. Dan wendt hij zich tot Anne, Saar en Jasmine en kust hij hen. Even later staat hij tegenover mij aan ons tafeltje, terwijl hij een geanimeerd gesprek heeft met Anne. Ik drink van mijn champagne en probeer mijn gedachten en gevoelens onder controle te houden. Ik ben overdonderd door hem. Hij is een streling voor het oog. Alleen al naar hem kijken maakt mijn avond goed. De andere mannen aan ons tafeltje knikken glimlachend naar Sam en reiken hem een glas champagne aan. De warmte in de stal is nu broeierig. Een paar obers trekken de zeilen die de stal afdekken los, zodat de ruimte aan één kant openstaat. Het vleugje wind dat nu en dan door de stal trekt, doet goed, maar is niet genoeg. Een van de mannen aan ons tafeltje stapt op Jasmine af, graait in de ijs111

25-04-17 09


killers.indd 112

emmer en buigt zich naar haar toe. Voor Jasmine beseft wat hij van plan is, glijden er een paar ijsblokjes haar topje in. Jasmine onderdrukt een gil en lacht. Ze laat zich tegen de man aan vallen en ik zie meteen dat ze een beetje dronken is. Ook zij neemt een paar ijsblokjes en dropt ze in de jurkjes van Saar en Anne. Ze gieren het uit. Ik zie hoe Sam lacht wanneer hij Annes verwoede pogingen ziet om het ijsblokje uit haar jurk te krijgen. Het stoort me dat zijn aandacht naar Anne gaat. Ik nip van mijn champagne om mezelf een houding te geven. Op dat ogenblik trekt er een koude rilling door mijn lichaam. Wanneer ik besef wat er gebeurt, kijk ik op en zie ik de glunderende ogen van de man naast mij. Ik voel hoe het ijsblokje dat hij in mijn decolleté liet vallen, blijft hangen ter hoogte van mijn beha. De kou op mijn huid staat in fel contrast met de warme ruimte en ik voel mijn tepels hard worden. De man naast me ziet het ook en glundert. ‘All right’, zegt hij, terwijl hij met zijn glas champagne tegen het mijne klinkt. Ik glimlach een beetje verlegen en als ik van mijn champagne drink en voor me uit kijk, zie ik hoe Sams blik op mij gericht is. Hij observeert me, leest in mijn ogen wat er in me omgaat. Ik slik de champagne door en kan mijn ogen niet losmaken van de zijne. Er zit iets in zijn blik wat me kwetsbaar maakt. Hij heeft het hele tafereel gevolgd zonder dat ik het besefte. 112

25-04-17 09


killers.indd 113

Hij heeft mijn reacties gezien, zowel de lichamelijke als de emotionele, en hij heeft gezien dat ik het niet prettig vond dat die man met me speelde. Sam blijft me aankijken. Ik voel me naakt onder zijn blik en kan zijn peilende ogen niet langer verdragen. Ik neem mijn handtas en mijn glas, draai me om en loop zonder hem aan te kijken naar de zijkant van de stal. Ik wandel naar buiten, waar de koele lucht op mijn huid valt, en ik voel hoe mijn tepels zich opnieuw oprichten. Bij de omheining van een paardenwei stop ik en ik steek een sigaret op. Ik inhaleer diep en alhoewel het niet echt koud is buiten lopen de rillingen over mijn lijf. Ik sluit mijn ogen en zie opnieuw hoe Sam me bekijkt. Hoe zijn ogen alles opmerken wat ik verborgen probeer te houden. Ik voel me kwetsbaar en vraag me af wat hij nu denkt. Wat hij van mij denkt. De geur van Prada doet me mijn ogen openen. Hij staat voor me. Bekijkt me. Onderzoekt me. ‘Alles oké met je?’ vraagt hij dan. Terwijl ik moeizaam slik, kijk ik hem aan. Het is zo makkelijk om als een blok voor hem te vallen. Hij heeft alles wat ik zoek in een man. ‘Ja’, zeg ik stil, terwijl ik de rook langzaam uitblaas. ‘Je zag er prachtig uit daarnet. Jammer dat ik er geen foto van kon maken.’ Ik kijk naar het fototoestel in zijn hand. In zijn an113

25-04-17 09


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401443555 by Uitgeverij Lannoo - Issuu