CREATIVITEIT WERKT ! Bouwstenen voor de creatief agoog
— Peter Boone & Bart D’Hauwe
INHOUD
INLEIDING 11 1. Waarom dit handboek ? 11 2. Het huis met de hoofdstukken als bouwstenen 12 BOUWSTEEN 1. WAT IS CREATIEF AGOGISCH WERKEN 1. Creativiteit 1.1. Cognitieve creativiteit 1.2. Emotionele creativiteit 1.3. Sociale creativiteit 1.4. Technische creativiteit 2. Creatieve processen 3. Creativiteit en beoordeling 4. Agogisch werken
15 17 18 19 19 20 23 23 24
BOUWSTEEN 2. DE MUZISCHE DOMEINEN 1. Muzische domeinen integreren = creativiteit stimuleren 2. Over triggers 3. De muzische werkvormen op een rijtje 3.1. Drama 3.2. Muziek en beweging 3.3. Media 3.4. Beeld 3.5. Spelagogiek 3.6. Productgericht werken, procesgericht werken en voorbeeldgericht werken
25 28 29 29 29 41 46 49 51
BOUWSTEEN 3. CREATIVITEIT IN EEN VERANDERENDE SAMENLEVING 1. Creativiteit in tijden van angst en onzekerheid 2. Creativiteit in tijden van diversiteit 3. Creativiteit als antwoord op armoede en sociale uitbuiting 4. Creativiteit binnen de visie van het oplossingsgericht werken
52
55 57 58 59 60
5. Creativiteit en sociale media 5.1. Negatieve effecten 5.2 Positieve effecten
61 61 62
BOUWSTEEN 4. DE ATTITUDES VAN DE CREATIEF AGOOG 1. Respectvolle basishouding 2. Sensitief zijn 3. Humorvol zijn 4. Gestructureerd kunnen werken 5. Echt zijn 6. Wees een goede observator 7. Communiceer verbaal en non-verbaal 8. Kritische en zelfkritische ingesteldheid 9. Zelfvertrouwen 10. Overtuigende grondhouding
63 65 66 66 67 67 68 68 70 71 71
BOUWSTEEN 5. BELANGRIJKE KERNBEGRIPPEN 1. Kernbegrip 1 : symboliseren 2. Kernbegrip 2 : sharing 3. Kernbegrip 3 : submodaliteiten 4. Kernbegrip 4 : accepteren en blokkeren 5. Kernbegrip 5 : verbeelden
73 75 76 77 78 79
BOUWSTEEN 6. FUNCTIES EN PRINCIPES 1. Creatief-agogische functies 1.1. De sociale of groepsdynamische functie 1.2. De creatieve of kunstzinnige functie 1.3. De trainingsfunctie 1.4. De educatieve functie 1.5. De persoonsvormende functie 2. Creatief-agogische principes 2.1. Principe 1. Werken vanuit kernverlangens en kernthema’s 2.2. Principe 2. Evenwicht tussen veilig en onveilig 2.3. Principe 3. Evenwicht tussen volgen en leiden 2.4. Principe 4. Evenwicht tussen open en gesloten opdrachten 2.5. Principe 5. Garandeer logische opbouw 2.6. Principe 6. Minder is meer 2.7. Principe 7. Zet duidelijke opdrachten 2.8. Principe 8. Hoger-lager, zoek het juiste niveau 2.9. Principe 9. Gebruik verschillende muzische werkvormen 2.10. Principe 10. Zet je eigen muzisch verhaal doelbewust in
81 84 84 84 85 85 86 86 87 88 88 89 90 91 92 93 94 95
BOUWSTEEN 7. ACTIVITEITEN – RUSTIG VERSUS DYNAMISCH 97 1. Aspecten 99 1.1. Stem 99 1.2. Context 100 1.3. Materiaal 100 1.4. De grootte van de groep 100 1.5. Muzische domeinen 100 2. Rustige activiteiten/sessies 101 2.1. Massage met een balletje 101 2.2. Box voor smartphone maken 102 2.3. Mensenmemory 102 2.4. Droom je foto 103 2.5. De fietsbandmetronoom 103 3. Dynamische activiteiten 104 3.1. Een vierkant in beweging 104 3.2. Snapchatverstoppertje 105 3.3. Kunst met handen en voeten 105 3.4. Sampling 106 3.5. Let it go 107 BOUWSTEEN 8. ACTIVITEITEN – GROEP VERSUS INDIVIDU 1. Vuistregels 1.1. Soort contact (context) 1.2. Verbaal/non-verbaal 1.3. Gender van de persoon/de samenstelling van de groep 1.4. De leeftijd van de deelnemer(s) 2. Individuele sessies 2.1. Snoezelen 2.2. Marjonettenspel 2.3. Verven met een wollen draad 2.4. Muziek en tekenen 2.5. De dj in mij 3. Groepsgerichte sessies 3.1. Stop-motionfilm 3.2. Het Orkest 3.3. Improvisatie 3.4. Doekenspel 3.5. Wie ben ik en hoe zie je mij
109 111 111 112 112 112 114 114 114 115 116 117 117 117 118 119 120 121
BOUWSTEEN 9. DRIJFZAND EN VALKUILEN BINNEN HET CREATIEF AGOGISCH WERKEN 1. Persoonlijke problemen 2. Storende omgevingsfactoren 3. Organisatorische problemen 4. Groepsdynamische problemen 4.1. Enthousiaste en energieke groepen 4.2. Vrij onhandelbare groepen 4.3. Groepen met een manifest gebrek aan fantasie
123 125 126 126 126 127 127 127
BOUWSTEEN 10. INSPIRERENDE GETUIGENISSEN UIT HET WERKVELD 1. Liselotte Verrue 2. Liesbeth Fleurbaey 3. Ann De Wilde 4. Koen Boone 5. Dominique Goffin
129 131 133 135 137 139
OVER DE AUTEURS LIJST VAN REFERENTIES
143 149
11
INLEIDING
1. WAAROM DIT HANDBOEK De Britse auteur en professor Ken Robinson1 breekt een lans voor meer creativiteit in het onderwijs, het dagelijkse leven en het werkveld als antwoord op een diverse en complexe samenleving. Creatief zijn dient te worden ingebed in de cultuur van een organisatie en maakt hulpverleners en begeleiders tot oplossingsgerichte en dynamische krachten die durven en doen. In De Morgen stelde Bart Eeckhout2 zeer krachtig dat we het er in onze beschaving over eens zouden moeten zijn dat kunst en muzisch werken een waarde hebben die niet onmiddellijk budgetteerbaar is, maar onontbeerlijk is in het leven. Een mensenleven is vollediger, rijker en mooier als het een mooi toneelstuk, een workshop dans, een schrijven van poëzie of een tekening van Rinus Van De Velde mag aanschouwen. Cultuur verrijkt de opleiding van creatieve burgers, geeft kleur aan het leven en drukt de kosten voor zorg. Dit boek probeert hier voor alle betrokkenen een inspirerend antwoord op te formuleren. Het wil studenten orthopedagogie en sociaal werk, onderwijzers, hulpverleners en begeleiders van groepen en individuen in het jeugdwerk en daarbuiten inspireren en aanmoedigen om de creatief agoog in zichzelf te ontdekken door te denken en te doen. Dit werk is geen bundeling van activiteiten en oefeningen op zich. Het wil vooral proberen een houvast geven bij het aanbieden van muzische activiteiten op maat van de doelgroep vanuit een duidelijke visie en een veilig kader. Het wil je stof tot nadenken en kaders aanreiken alvorens onbezonnen aan de slag te gaan. Elk hoofdstuk bevat voorbeelden uit de praktijk ter inspiratie. Bovendien helpen de zelftests je vlot de aangeboden inhoud te integreren en op maat toe te passen. Ten slotte geven de auteurs aan dat de begrippen ‘activiteiten geven’ en ‘sessies ontwikkelen’ gelijkwaardig zijn. Afhankelijk van de doelgroep en de werkcontext, gebruik je dus sessies dan wel activiteiten. Binnen elk hoofdstuk zullen we een eenduidige structuur hanteren met een citaat, concrete voorbeelden en een zelftest.
12
Creativiteit werkt !
Iedereen creatief agoog ! ‘Creativiteit is de kunst naar dingen te kijken, alsof je ze voor de eerste keer ziet.’ George Kneller
2. HET HUIS MET DE HOOFDSTUKKEN ALS BOUWSTENEN Creatief agogisch werken vereist zorg en maatwerk. Het is zorgvuldig construeren, bouwen, samenstellen. We vergelijken de zoektocht naar jezelf als creatief agoog met het bouwen van een huis. De metafoor heeft iets optimistisch. Het gaat over iets in wording, groei en verandering. Door vorm te geven aan dat huis, geven creatief agogisch werkers vorm aan zichzelf en de doelgroep. Afhankelijk van de persoonlijkheid van de agogisch werker en de kernverlangens van de doelgroep, bouwen we een ander huis, jouw unieke huis ! Een huis : •• dat beantwoordt aan verlangens en wensen ; •• dat gebouwd is met eigen materialen ; •• waarvan we de deuren open of gesloten laten ; •• dat groot of klein is ; •• met een breed venster op de wereld, of liever niet ? •• dat niet gebouwd is op drijfzand ; •• waarbij stabiliteit en draagdracht beslissend zijn.
inleiding
13
Elk hoofdstuk in dit boek geeft je het noodzakelijke gereedschap om het huis te bouwen op de juiste fundamenten. Ze vermijden drijfzand. Ze zijn de bouwstenen. In bouwsteen 1 proberen we de term creatief agoog zo helder en concreet mogelijk te kaderen. We zoeken samen uit wat creatief agogisch werken concreet betekent en nemen je mee naar de vier vormen van creativiteit waarover de creatief agoog zou moeten beschikken. We staan ook stil bij creatieve processen en ons idee over creativiteit en beoordeling. Bouwsteen 2 geeft je een zicht op de creatieve domeinen drama, muziek en beweging, media, beeld en spelagogiek. Aan de hand van concrete voorbeelden schetsen we ook de kracht van de verschillende domeinen onderling en gaan we een pleidooi aan voor meer verbinding tussen de verschillende domeinen. Bouwsteen 3 neemt de lezer mee naar het hier en nu. Vanuit een aantal maatschappelijke tendensen motiveren we waarom creatief agogisch werken in deze tijden voor alle actoren meer dan ooit een relevante houvast kan zijn. Wanneer je over de juiste attitudes beschikt, kun je met muzisch werken op maat heel veel bereiken. We zetten de voor ons meest relevante attitudes op een rijtje. Aan jou om na te gaan of deze attitudes voldoende aanwezig zijn in je denken en doen. Bouwsteen 4 wil aantonen dat creatief agogisch werken niet vrijblijvend is. Het betekent dat je vanuit een correct begrippenkader werkt. Bouwsteen 5 reikt je een bondig, maar overzichtelijk begrippenkader aan. We spreken in dit verband over het leren omgaan met kernbegrippen. Wanneer je effectief aan de slag gaat om aan je deelnemers leuke opdrachten en oefeningen op maat aan te bieden, is het van groot belang met een checklist te kunnen werken. Naast het verklaren van een aantal functies van waaruit je werkt, stellen de principes je in de mogelijkheid doelgericht en systematisch aan de slag te gaan. In bouwsteen 6 kun je hier alles over terugvinden wat noodzakelijk is. Bouwstenen 7 en 8 zijn heel sterk aan elkaar gelinkt. Ze geven de lezer de mogelijkheid om te putten uit een aantal concrete oefeningen die hij onmiddellijk op maat van zijn doelgroep kan toepassen. In bouwsteen 7 vind je een aantal rustige oefeningen uitgeschreven die die we plaatsen tegenover vrij dynamische oefeningen. In bouwsteen 8 kiezen we ervoor om groepsdynamische activiteiten tegenover sterk individuele oefeningen te parkeren.
14
Creativiteit werkt !
Bouwsteen 9 schetst de valkuilen van creatief agogisch werken. Het is immers niet altijd zo vanzelfsprekend om de juiste toon en houding te vinden ten aanzien van mogelijke valkuilen. We hebben deze bouwsteen dan ook terecht drijfzand genoemd. Bouwsteen 10 bevat vijf inspirerende getuigenissen van creatief agogisch werken met heel diverse doelgroepen. We willen hiermee aantonen dat binnen elke doelgroep de mogelijkheden aanwezig zijn om muzische projecten vorm te geven. SAMENGEVAT
Bouwsteen 1. Wat is creatief agogisch werken ? Bouwsteen 2. De muzische domeinen, een overzicht Bouwsteen 3. Creativiteit in een veranderende samenleving Bouwsteen 4. De attitudes van de creatief agoog Bouwsteen 5. Belangrijke kernbegrippen Bouwsteen 6. Functies en principes Bouwsteen 7. Activiteiten – rustig versus dynamisch Bouwsteen 8. Activiteiten – groep versus individu Bouwsteen 9. Drijfzand in het creatief agogisch werk Bouwsteen 10. Inspirerende getuigenissen uit het werkveld
Elk hoofdstuk bevat bovendien een aantal praktische en korte zelftests. Daag jezelf uit en probeer zo helder en persoonlijk mogelijk de zelftest tot een goed einde te brengen. Ga de uitdaging aan ! ‘Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.’ Abraham Maslow
Bouwsteen 1. Wat is creatief agogisch werken BOUWSTEEN 2. De muzische domeinen 1.
Muzische domeinen integreren = creativiteit stimuleren
2. Over triggers 3. De muzische werkvormen op een rijtje Bouwsteen 3. Creativiteit in een veranderende samenleving Bouwsteen 4. De attitudes van de creatief agoog Bouwsteen 5
Belangrijke kernbegrippen
Bouwsteen 6. Functies en Principes Bouwsteen 7. Activiteiten – rustig versus dynamisch Bouwsteen 8. Activiteiten – groep versus individu Bouwsteen 9. Drijfzand en valkuilen binnen het creatief agogisch werken Bouwsteen 10. Inspirerende getuigenissen uit het werkveld
27
Bouwsteen 2.
DE MUZISCHE DOMEINEN
We nemen uit het vorige luik mee dat een creatief agogisch werker creatieve, speelse en originele activiteiten op maat vormgeeft. Tijdens de activiteiten worden individuele personen en groepen in een veilig kader begeleid. Creatief agogisch werkers mogen zich gelukkig en rijk prijzen. Ze kunnen putten uit verschillende muzische domeinen om hun activiteiten vorm te geven. We zetten de belangrijkste muzische domeinen en hun krachten op een rijtje. Eerst starten we met de visie op het gebruik van deze muzische domeinen vanuit het creatief-agogisch werk.
28
Creativiteit werkt !
1. MUZISCHE DOMEINEN INTEGREREN = CREATIVITEIT STIMULEREN Wanneer leerkrachten of begeleiders sessies vormgeven, merken we vaak dat ze op zoek gaan naar een vrij duidelijke, voorspelbare en overzichtelijke activiteit binnen een zelfgekozen muzisch domein. Creatief agogen denken en handelen anders op dit vlak. Het ware uitdagende ligt in het feit dat we proberen de begane paden te verlaten. We gaan variaties zoeken op bestaande oefeningen en spelletjes. Dat we een poging gaan doen om verschillende muzische domeinen te combineren om zo te komen tot de schepping van een volledig nieuwe opdracht, uitdaging of spelvorm. Een turnleerkracht past de klassieke regels toe bij een match voetbal op een voorspelbaar grasterrein. Stel je nu voor dat deze leerkracht de bal inruilt voor een zeer grote bal. Bedenk wat er zou gebeuren wanneer de spelertjes zich moeten kleden in beroepen en niet hun klassieke voetbaltruitje uit de kast halen. Wat zou er gebeuren wanneer de voetbalwedstrijd ondersteund wordt door de favoriete muziek van de spelertjes ? Dit soort denk- en doe-oefeningen, waarbij we een beroep doen op de vier soorten van creativiteit, dient de creatief agoog zich eigen te maken. Dat betekent dat hij de begane paden net anders probeert in te vullen, dat hij andere mogelijkheden ziet, dat hij variaties in kaart brengt op bestaande spelen.
ZELFTEST Blik voor jezelf terug op de laatste activiteit die je in groep of individueel hebt uitgevoerd. Situeer deze activiteit binnen de muzische werkvormen drama, muziek en beweging, en beeld. Probeer nu op papier te krijgen hoe je deze activiteit anders kunt benaderen door er elementen van andere werkvormen aan toe te voegen. 1 2 3 4 5
Zou de activiteit nu nog werken ? Zou ze anders overkomen bij je doelgroep ? Zou ze de doelgroep en ook jezelf inspireren tot het realiseren van andere acties ? Heeft deze oefening je uit je comfortzone gehaald ? Waarom wel/niet ?
de muzische domeinen
29
2. OVER TRIGGERS Wanneer we creatief-agogisch denken en werken, kunnen we niet om het woord triggers heen. Welke activiteit we binnen welke doelgroep ook uitvoeren … die start met het ‘triggeren.’ Terug op school aangekomen na de zwemles, heeft meester Jan het gevoel dat de kinderen van zijn klas erg druk zijn. Het lijkt hem moeilijk om nu te starten met de oefeningen wiskunde. Hij besluit naar de rustige ruimte te verhuizen om daar een kwartiertje aan relaxatie te doen met gepaste en rustige muziek. Wanneer de kinderen de ruimte betreden, merken ze dat in de rustige ruimte een tiental ballonnen liggen verzameld. De kinderen vinden er niet beter op dan zo snel mogelijk de ballonnen te laten ontploffen, tot grote ergernis van meester Jan, die een rustige afsluiter in gedachten had en niet deze chaos. Dit voorbeeld illustreert duidelijk dat je goed moet nadenken over het gebruik van materialen en het gebruik van de juiste ruimte met betrekking tot muzische activiteiten. De creatief agogisch werker gebruikt hier de cognitieve creativiteit om preventief na de denken over het effect van materialen en ruimtes. Dit noemen we triggers. Het gebruik van de juiste triggers op maat van jouw doelgroep is van wezenlijk belang voor het welslagen van jouw activiteit. Meer nog dan de muzische werkvormen inspireren triggers jouw activiteit.
3. DE MUZISCHE WERKVORMEN OP EEN RIJTJE
3.1. Drama ‘Opbouwen is werken maar spelen is wat het woord zegt, Spelen.’ Karel Creemers Drama is in essentie het uitdrukken van verbeelding door middel van acties die verwijzen naar een spelwerkelijkheid. Door aan drama te doen, breidt je je ervaringen en taal spontaan uit. Je kunt binnen drama actief experimenteren met dingen die moeilijker liggen of in het dagelijkse leven te benoemen zijn. Je kunt
40
Creativiteit werkt !
Ontdek de dansstijlen van vroeger In deze danssessie zoek je als creatief agoog naar muziek uit lang vervlogen tijden. Je haalt de klassiekers van toen opnieuw van onder het stof en probeert via een aantal logische en haalbare tussenstappen een oud dansje opnieuw aan te leren. Wanneer je voldoende tijd hebt, kun je een dynamische dans afwisselen met een vrij rustige dans.
Belevingstheater Belevingstheater is een theatervorm waarbij we personen met een verstandelijke beperking binnen een veilige omgeving ervaringen willen aanbieden. Herkenbaarheid en voorspelbaarheid vormen de basis van een veilig gevoel. Het ritme van de activiteit moet afgestemd zijn op de deelnemers. We streven naar een evenwicht tussen prikkeling (ervaringen aanbieden) en rust (in zichzelf mogen zijn). Belevingstheater kan enkel succesvol zijn wanneer je rekening houdt met een aantal randvoorwaarden. Zo kies je je je moment afhankelijk van de deelnemers. Zorg ervoor dat het wekelijks kan doorgaan, zodat de regelmaat gegarandeerd is. Hoe lang de activiteit moet duren, hangt af van de grootte van de groep. Aangezien er tijdens de activiteit niet constant appel gedaan wordt op de bewoners, kan ze gerust 30 minuten duren. Een rustige en gezellige ruimte is aangewezen ; dit zorgt voor een duidelijk begin en einde van de activiteit. Geef extra aandacht voor begin- en eindpunt en storende factoren. Om de ruimte sfeervol te maken, letten we op temperatuur, licht, geur (je kunt kiezen voor een algemene geur in de ruimte of voor individuele prikkeling). Een box met materiaal dat de verschillende zintuigen kan prikkelen, bijvoorbeeld ruwe handschoentjes, een triangel, een doek om wind te maken, een geurzakje, een trilapparaatje, een ballon, een tennisbal … Belevingstheater vanuit relaxatie Met zorgvuldig uitgezocht materiaal (penseeltjes, pluimpjes, enz.) gaan we de bewoners op rustige muziek een voor een benaderen en uitnodigen om een gezellige prikkeling te ervaren, en er misschien op te reageren. Door observatie proberen we in te spelen op de signalen die we krijgen. De deelnemers kunnen zich open stellen en het gebeuren volgen, of ze kunnen zich in zichzelf terugtrekken tot ze door ons gestimuleerd worden. Neem voldoende tijd om het tempo van de bewoners te volgen. Niet ieder voorwerp zal voor elke bewoner evenveel te bieden hebben.
de muzische domeinen
41
We hebben in dit boek beslist niet de intentie om alle werkvormen van drama een plaats te geven, maar hopen je hiermee geïnspireerd en getriggerd te hebben. Binnen drama laten we vaak de verbeeldingskracht van de spelers naar boven komen. Het is die verbeelding die je kan helpen om het hoofd te bieden aan het leven, te genieten, open te kunnen staan voor andere mensen en verbinding met andere mensen echt te kunnen beleven. Drama zonder lichamelijke expressie is onmogelijk. De oefeningen vragen meestal de beheersing van je lichaam en het durven experimenteren hiermee. De gehanteerde taal bij dramaoefeningen kan zowel verbaal als non-verbaal zijn. Drama kun je prima inzetten als orthopedagogisch middel bij bijzondere doelgroepen. Hierbij gaat het erom dat je werkt op de groepssfeer, die zo verbeterd wordt dat kinderen zichzelf en elkaar beter leren kennen en dat sociale vaardigheden verder ontwikkeld worden.
3.2. Muziek en beweging ‘Waar woorden tekortschieten, spreekt de muziek …’ Hans Christian Andersen Wat is muziek ? Er bestaan veel definities over het specifieke van muziek, met verschillende en uiteenlopende uitgangspunten. Meestal worden enkel de eigenschappen van muziek beschreven. Waaraan moet muziek voldoen om als muziek te worden beschouwd ? Wij kunnen op deze vraag geen bevredigend antwoord geven. Muziek kun je niet definiëren op een wijze die recht doet aan de werking ervan. Frank Zappa omschreef het als volgt5 : ‘Anything can be music, but it doesn’t become music until someone wills it to be music, and the audience listening to it decides to perceive it as music. Most people can’t deal with that abstraction, or don’t want to …’ Binnen de context van dit boek gaat het niet om de muzikale vaardigheden, niet om op de juiste manier een liedje te zingen, feilloos blokfluit te spelen, ritmisch djembé te kunnen spelen. Daar zijn genoeg instanties en mogelijkheden voor om dit te leren. Muziek is een taal, een universele taal die overal en over de generaties heen gesproken wordt. Het is onder andere een medium om op een veilige manier verbinding te maken met mensen, om contact te leggen met personen. Een manier om mensen de tools te geven om frustraties, emoties,
128
Creativiteit werkt !
die de fantasie stimuleren. Toon bij de eerste sessies sterk wat de mogelijkheden zijn en hoe je de fantasie zonder angst kunt stimuleren. BELANGRIJK
Je eigenheid en je persoonlijkheid als begeleider blijven de belangrijkste triggers ! Het begeleiden van groepen vraagt veel aandacht voor je eigen lichaamsbesef, je non-verbale communicatie dus. We verwijzen in dit verband graag opnieuw naar de eerste bouwstenen van dit boek met betrekking tot non-verbale en verbale communicatie en de effecten hiervan. Belangrijk blijft dat je je steeds afvraagt of de werkvorm voldoende veiligheid biedt en niet te veel concentratie verlangt. Probeer de deelnemers vooral door je unieke begeleiding op hun gemak te stellen en wees sensitief. Ga vaak gewoon door. Veel nervositeit komt voort uit onwennigheid en verdwijnt vanzelf na een paar inleidende oefeningen.
ZELFTEST 1 2 3 4 5
Probeer door middel van een aantal spontaan genoteerde kernwoorden de doelgroep waar jij creatief mee werkt, te benoemen. Tracht vervolgens vanuit deze kernwoorden te bekijken of je van groepsdynamische problemen kunt spreken. Indien het antwoord positief is, bekijk of de problemen gerelateerd zijn aan de groep als groep of veeleer aan een individu binnen deze groep. Probeer vervolgens bij de eerstkomende activiteit de tips die de problemen aanpakken, om te zetten in de praktijk. Evalueer deze laatste activiteit en zet op papier hoe je in de toekomst met deze groep denkt om te gaan.
‘Be kind whenever possible, it’s always possible.’ Dalai Lama
149
LITERATUURLIJST
BOEKEN Behrend, D. (2008). Muzisch-agogische methodiek : Een handleiding. Bussem : Coutinho. Csikszentmihalyi, M. (2011). Creativiteit : Over ‘flow’, schepping en ontdekking. Amsterdam : Boom. Duyck, H. (2013). (On)gewoon doen – (On)gewoon zijn : doeboek – kijkboek. Gent : Academia Press. Furedi, F. (2007). Cultuur van angst. Amsterdam : Meulenhoff. Ludwine, J. (1998). Drama is de kunst : Handboek voor dramadocenten. Amsterdam : IT&FB. Occhiofrosso, P. (1990). The real Frank Zappa Book. New York : Simon and Schuster. Pijper, G. (1994). Drama voor de beroepspraktijk. Groningen : Wolters-Noordhoff. Rooyackers, P. (1993). Dramaprojecten : Werkboek voor beroepsopleidingen. Schoten : Westland. Sprott, W.J.H. (1960). De mens in groepsverband. Utrecht : Spectrum. van de Velde, J.W. (1999). Muzisch-agogisch begeleiden in de hulpverlening : Bouwstenen voor een speelse en spirituele benadering (2de druk). Amsterdam : Boom Lemma. van de Velde, J.W. (2005). Muziek werkt : Als agogisch instrument. Amsterdam : Nelissen. Driessens, K., Vansevenant, K. & Van Regenmortel, T. (2008). Bind-Kracht in armoede : Krachtgerichte hulpverlening in dialoog. Leuven : LannooCampus. Vane, S. (1996). Werken met drama : Drama-activiteiten voor agogische beroepen (3de druk). Haarlem : Nelissen. Willemse, J. (2006). Anders kijken : Een breder zicht op menselijk gedrag. Houten : Bohn Stafleu van Loghum.
INTERNETARTIKELS Einstein, A. (2011). CREATIVITEIT is belangrijker dan kennis. Geraadpleegd op 16 februari 2016 via https ://corrybos.wordpress.com/.../’creativiteitis-belangrijker-dan-kennis’-albert-einst... Robinson, K. (2006). Scholen doden de creativiteit : TED Talk Subtitles and ... Geraadpleegd op 15 september 2015 via https ://www.ted.com/ talks/ken_robinson_says_schools_kill.../ Rosen, L.(2013). Mens en samenleving : Invloed van de media op de jeugd. Geraadpleegd op 5 mei 2016 via http ://mens-en-samenleving.infonu.nl/ sociaal/112842-invloed-van-de-media-op-dejeugd.html Vanderheijden, F. (2010) Oplossingsgericht werken – handleiding. Geraadpleegd op 22 mei 2016 via https :// www.kwadraet.be/pdf/oplossingsgericht_werken.pdf
INTERNETSITES Animato. Geraadpleegd op 14 april 2016 op https ://animato.com Mediaraven vzw. Snapchatverstoppertje. Geraadpleegd op 12 april 2016, op https ://www. spelensite.be/spel/snapchatverstoppertje Mediaraven vzw. Sociaal Mediaspel. Geraadpleegd op 15 april 2016 op https ://www.spelensite.be/ spel/social-mediaspel Thrashbeatz. Geraadpleegd op 14 mei 2016, op http ://www.trashbeatz.be
‘Creatief moet je gewoon doen. Maar niet gewoon.’ Yvonne van de Ven
Uitgeverij Academia Press Prudens Van Duyseplein 8 9000 Gent België www.academiapress.be Uitgeverij Academia Press maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv.
ISBN 978 94 014 4341 8 D/2017/45/179 NUR 1 753 NUR 2 133 Peter Boone & Bart D’Hauwe Creativiteit werkt ! Bouwstenen voor de creatief agoog Gent, Academia Press, 2017, 152 p. Eerste druk Vormgeving cover : Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk : Studio Lannoo Zetwerk binnenwerk : Karakters, Gent © Peter Boone, Bart D’Hauwe & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.