HET DIKKE
QUIZBOEK
Inhoud Dieren en planten 11
Het menselijk lichaam 33
Sport en ontspanning 55
Wetenschap en techniek 75
Aardrijkskunde 99
Geschiedenis 121
Beroemde personen, uitvindingen en uitspraken 143
Kunst, cultuur en boeken 161
Film, televisie en muziek 181
Eten en drinken 199
Inleiding Wat fijn dat je dit dikke quizboek hebt uitgekozen! De vragen in dit boek gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen: de aarde, de ruimte, planten, dieren, het menselijk lichaam, geschiedenis, uitvindingen, technologie, sport, spelletjes en games, boeken, films, televisie, muziek, kunst, eten en drinken … Jouw specialiteit zit er vast en zeker tussen. En natuurlijk zijn er ook een heleboel vragen over beroemde mensen. Elke quizronde telt honderd vragen, die we hebben ingedeeld in drie categorieën: makkelijk ( ), gemiddeld ( ) en wat moeilijker ( ). Zo kun je zelf het niveau van jouw quiz bepalen. De antwoorden vind je na elke ronde.
Aan de slag Je kunt in je eentje quizzen en je kennis over jouw favoriete onderwerpen testen. Kies een thema uit en schrijf je antwoorden op een blaadje papier. Daarna kun je controleren hoeveel vragen je goed beantwoord hebt door de oplossingen na elke ronde te lezen. Quiz je liever samen met je familie of vrienden? Dat is natuurlijk ook erg fijn! Jullie kunnen je kennis bundelen en samen zo veel mogelijk juiste antwoorden proberen te vinden. Houd je wel van een beetje competitie? Dan kun je ook tegen elkaar quizzen (elk voor zich of in groepjes) en aan het einde kijken wie de meeste vragen goed had. Je kunt ook een heuse quizmiddag organiseren! 7
Dan ben jij de quizmaster of presentator en kies je een aantal vragen uit die de deelnemers aan jouw quiz moeten beantwoorden. Dat kunnen vragen zijn over verschillende onderwerpen, of een quiz over één specifiek thema, bijvoorbeeld een geschiedenisquiz.
Hoe organiseer je een quiz? VOORAF
• Neem dit boek door en kies de thema’s en de vragen die je wilt stellen. Je kunt bijvoorbeeld vijf rondes kiezen met tien vragen per ronde. Zo duurt je quiz niet te lang. • Bedenk of je de quizvragen gewoon wilt voorlezen, of ze ook wilt projecteren op een scherm (of een stuk muur – dat lukt even goed). Je kunt dan bijvoorbeeld een powerpointpresentatie maken met de vragen en de antwoorden. Misschien is het ook wel fijn om hier en daar een grappig filmpje of een illustratie toe te voegen die iets te maken heeft met de quizvraag. Vraag eventueel aan een volwassene om je te helpen met de projector. • Maak antwoordblaadjes voor elke deelnemer (of elk team) en print deze. Een voorbeeld kun je downloaden via www.lannoo.be/het-dikke-ketnet-quizboek. Maak ook een blaadje voor jezelf waarop de antwoorden al staan ingevuld. Zo kun je de antwoorden van de deelnemers straks sneller verbeteren. • Zorg voor genoeg stoelen, tafels, pennen en eventueel kladblaadjes voor de deelnemers. • Zorg voor wat lekkers om te eten en te drinken tijdens de quiz. • Zorg eventueel voor een prijs of trofee voor de winnaar(s) van je quiz en/of een troostprijs voor de verliezer(s). 8
DE QUIZ ZELF • Quizzen jullie met veel of weinig? Je kunt de deelnemers elk voor zich laten spelen of in kleine groepjes. • Laat elk team plaatsnemen aan een tafeltje en laat ze een leuke naam kiezen. Voorzie iedereen van een hapje en een drankje. • Deel de antwoordblaadjes uit en zorg dat elk team een pen heeft. • Leg kort uit hoe de quiz zal verlopen: hoeveel rondes er zijn, welke onderwerpen aan bod komen, wanneer er een pauze is, wat er te winnen valt, enzovoort. • Is iedereen er klaar voor? Start! • Lees de vragen rustig voor en geef de deelnemers na elke vraag genoeg tijd om hun antwoord op te schrijven. • Haal na elke ronde de antwoordbladen op. Je kunt ze zelf controleren en de punten van elk team noteren, of je kunt aan iemand anders (maar geen deelnemer!) vragen om dat te doen, zodat jij intussen kunt verdergaan met de volgende vragen. • In elk geval is het erg fijn om met z’n allen de juiste antwoorden te doorlopen nadat iedereen zijn blad heeft ingediend. • Geef af en toe een tussenstand: Wie staat aan de leiding? Wie bengelt onderaan? Dat maakt het extra spannend! • Tel aan het einde van je quiz alle punten per team bij elkaar op. Wie heeft jouw quiz gewonnen en mag de prijs in ontvangst nemen?
Veel quizplezier!
9
Dieren en planten
Moeilijkheidsgraad: 1.
Hoeveel poten hebben insecten?
2.
Welk dier wordt de koning van de jungle genoemd?
3.
Waarom eet een poes soms gras: a) omdat ze het zo lekker vindt, b) om haar maag te reinigen, of c) omdat er soms niks anders te vinden is als ze honger heeft?
4.
Tot welke klasse behoort de salamander?
5.
Waar of niet waar? Een walvis is een vis.
6.
Welke grote knaagdieren bouwen dammen?
7.
Hoe heet een vrouwtjesschaap?
12   Dieren en planten
8.
Hoe heet het geluid dat een poes maakt als ze blij is?
9.
Waar of niet waar? De jachtluipaard heeft strepen.
10.
Hoe heet een mannetjesbij?
11.
Welk reptiel kan van kleur veranderen?
12.
Welk hondenras is wit met zwarte vlekjes?
13.
Hoe heten de rode gekartelde uitsteeksels op de kop van een haan?
14.
Welk orgaan gebruiken vissen om te ademen onder water?
15.
Hoeveel bulten heeft een dromedaris?
16.
Wie is geen familie van de kat: de panter, de leeuw of de wolf?
Dieren en planten   13
17.
Hoe heet het geluid dat een ezel maakt?
18.
Waar of niet waar? Een schildpad is een reptiel.
19.
Vul het gezegde aan met een dier: Zo blind als een …
20.
Hoe heet een vrouwtjesvarken?
21.
Wat eet een carnivoor?
22.
Is een slang een reptiel of een amfibie?
23.
Hoe heet iemand die bijen houdt?
24.
Welke roze vogels staan vaak op één poot?
25.
Hoe heet een groep vissen van dezelfde soort die bij elkaar zwemmen?
14 Dieren en planten
Moeilijkheidsgraad:
38.
Hoeveel magen heeft een koe?
39.
Waarom noemen we een inktvis eigenlijk een inktvis: a) omdat zijn lijf donkerblauw is als inkt, b) omdat hij inkt spuit als hij in het nauw gedreven wordt, of c) omdat de mens inkt maakt van zijn bloed?
40.
Welke vlinder bestaat niet: de citroenvlinder, de appelvlinder of de aardbeivlinder?
41.
Wat is het lievelingshapje van een ijsbeer: een pinguïn of een zeehond?
42.
Wat voor dier is de vliegende vos: een vos, een vleermuis of een hond?
Dieren en planten 17
43.
Waarom heeft een egel stekels: a) als bescherming tegen de kou, b) als verdedigingsmiddel tegen vijanden, of c) om de omgeving af te tasten (zoals de snorharen van een poes)?
44.
Soms krijgen twee verschillende diersoorten samen een jong. Hoe noemen we het jong van een mannetjesleeuw en een vrouwtjestijger?
45.
Waar of niet waar? Krabben en kreeften hebben blauw bloed.
46.
Hoe heet het jong van een kikker nadat het uit zijn ei komt?
47.
Welke vis leeft niet in de zee: de tarbot, de snoek of de kabeljauw?
48.
Welk van deze dieren is geen zoogdier: de dolfijn, het vogelbekdier of de kiwi?
18   Dieren en planten
Oplossingen Moeilijkheidsgraad: 1. Zes. Een spin is dus geen insect, want die heeft acht poten. 2. De leeuw. Eigenlijk klopt dat niet, want leeuwen leven op de savanne en niet in de jungle. Laat ons het dus voortaan misschien houden op ‘de koning van de dieren’. 3. b) Om haar maag te reinigen van niet-verteerbare stukken voedsel, zoals haarballen of botjes van vogels of muizen die ze heeft opgesmikkeld. Dat zit zo: een poes is een vleeseter, dus eigenlijk kan haar lichaam geen gras verteren. Als ze toch gras eet, gaat ze meestal braken. En zo komen, samen met het gras, ook de botjes en andere niet-verteerbare zaken mee naar buiten die anders in haar maag blijven zitten. 4. De amfibieën. Salamanders kunnen dus zowel in het water als op het land leven. 5. Niet waar. Een walvis is een zoogdier. 6. Bevers. Ze leven in burchten waarvan de ingang zich onder water bevindt. Om ervoor te zorgen dat het waterniveau steeds gelijk blijft, bouwen ze dammen. Best wel goede ingenieurs, die bevers! 7. Ooi. 8. Spinnen. Ook andere katachtigen zoals leeuwen en luipaarden kunnen trouwens spinnen. (Al kun je beter niet proberen om er eentje te aaien …) 9. Niet waar. Hij heeft vlekken. 10. Een dar. Elk bijenvolk bestaat uit duizenden werksters, honderden darren en slechts één koningin. Die laatste hoeft eigenlijk niks anders te doen dan eitjes leggen, de werkbijen en de darren knappen intussen al het werk op. 11. De kameleon. Vroeger dachten mensen dat kameleons van kleur veranderden om zichzelf te camoufleren, maar dat klopt eigenlijk niet: de kleuren van de kameleon komen overeen met onze gezichtsuitdrukkingen. Als je een kameleon heel donker ziet kleuren, kun je dus maar beter gaan rennen; dat wil namelijk zeggen dat hij boos of bang is. 12. De dalmatiër. De hond dankt zijn naam aan de streek waar hij oorspronkelijk vandaan komt: de kuststreek Dalmatië in Kroatië. Wist je trouwens dat een dalmatiërpup helemaal wit is bij de geboorte? De vlekjes komen pas later tevoorschijn. 13. De kam. 14. Hun kieuwen. 15. Eén. 16. De wolf. Die is familie van de hond. 17. Balken. 18. Waar.
Dieren en planten 27
19. Mol. Eigenlijk klopt dat gezegde niet: een mol heeft weliswaar geen al te beste ogen, maar helemaal blind is hij niet. 20. Een zeug. 21. Vlees. Een planteneter noemen we een herbivoor, een alleseter een omnivoor. 22. Een reptiel. In tegenstelling tot amfibieën leggen zij hun eieren niet in het water maar op het land. 23. Een imker. 24. Flamingo’s. Ze doen dat niet als kunstje, maar om hun lichaamstemperatuur onder controle te houden. Doordat hun poten zo dun zijn en geen veren hebben, verliezen flamingo’s veel lichaamswarmte via hun poten. Als ze dus één poot tegen hun lichaam aan houden, verliezen ze maar half zoveel warmte. 25. Een school. 26. Het lieveheersbeestje. Omdat het per dag wel honderd bladluizen eet, is het een graag geziene gast in de tuin. 27. Angel. Als een bij of wesp je steekt, komt er via de angel een beetje gif in je lichaam terecht. Daarom doet zo’n steek pijn. 28. De giraf. Dat is namelijk een planteneter. 29. Met schubben. Die beschermen het lichaam van de vis en maken dat hij gestroomlijnd door het water kan bewegen. 30. Een rammelaar. ‘Rammelen’ is namelijk een ander woord voor het paren van konijnen. 31. Geel. 32. De rododendron. Dat is een plant met mooie bloemen die bestaat in heel wat verschillende kleuren. 33. De paardenbloem. Aan die pluisjes zitten de vruchten van de bloem, waar weer nieuwe bloemen uit groeien. Als je de pluisjes wegblaast, help je de paardenbloem dus te verspreiden. 34. Cactus. Een cactus kan overleven in de woestijn omdat hij vanbinnen heel veel water opslaat en dus niet zo vaak water nodig heeft. De stekels beschermen de cactus tegen de zon en zorgen ervoor dat dieren hem niet opeten. 35. De brandnetel. 36. Lavendel. In de zomer kun je er genieten van de uitgestrekte lavendelvelden. 37. De broodjeaapboom. Maar de apenbroodboom (of baobab) bestaat wél. Moeilijkheidsgraad:
38. Vier. Als een koe gras eet, belandt het in de eerste maag, de pens. Als die vol is, komt het gras terug in de bek en kauwt de koe het verder fijn (daarom noemen we een koe een ‘herkauwer’). Daarna gaat het naar de tweede maag, de netmaag, en van daaruit naar de derde maag, de boekmaag. Daar wordt het vocht uit het voedsel gehaald. Tot slot komt het in de lebmaag, waar het verder wordt verteerd alvorens het naar de darmen gaat.
28 Dieren en planten
39. b) Omdat hij inkt spuit als hij in het nauw gedreven wordt. Als een vijand te dichtbij komt, spuit de inktvis een wolk inkt, waardoor zijn belager niks meer ziet en de inktvis kan ontkomen. 40. De appelvlinder. De citroenvlinder is felgeel, de aardbeivlinder is – in tegenstelling tot wat je zou denken – niet rood maar bruin met witte stippen. 41. Een zeehond. IJsberen kunnen nooit pinguïns eten, want die leven op de zuidpool en ijsberen op de noordpool. 42. Een vleermuis. 43. b) Als verdedigingsmiddel tegen vijanden, zoals dassen en bunzings. Als er gevaar dreigt, kan een egel zich binnen drie seconden helemaal tot een bolletje rollen. De stekels zorgen er dan voor dat een ander dier niet in de egel kan happen zonder zijn bek te bezeren. 44. Een lijger. Het jong van een vrouwtjesleeuw en een mannetjestijger heet een teeuw. 45. Waar. Dat komt doordat hun bloed andere stoffen bevat dan dat van de mens. 46. Een dikkopje. Eigenlijk zijn dit de larven van de kikker. 47. De snoek. Dat is een zoetwatervis. 48. De kiwi. Dat is een loopvogel uit Nieuw-Zeeland. Hij dankt zijn ietwat vreemde naam aan het geluid dat hij maakt (al lijkt hij ook een beetje op een kiwi – de vrucht, welteverstaan). 49. c) Omdat hij zijn eten wast. Althans, zo ziet het eruit: hij brengt zijn voedsel tussen zijn voorpoten in het water en kneedt het. Hij doet dat echter niet om zijn eten te wassen, maar om niet-eetbare stukjes eruit te halen. 50. Waar. En als het gewei dan teruggroeit, is het meestal groter en steviger dan het vorige. 51. a) Omdat de tekening op zijn kop wat op een bril lijkt. 52. De mannetjes. Ze doen dat om vrouwtjes te lokken en hebben speciaal daarvoor kwaakblazen, stukken huid die uitzetten tijdens het kwaken. 53. Een vlinder. Hij is familie van het koolwitje. 54. Een cavia. Waar de naam ‘Guinees biggetje’ vandaan komt, is niet helemaal duidelijk, want cavia’s zijn geen varkentjes en ze komen ook niet uit Guinea … Misschien danken ze hun naam aan de piepende en knorrende geluidjes die ze maken, net als biggetjes. 55. Waar. De okapi is momenteel het dichtstbije nog levende familielid van de giraf. 56. Een kattenras. Maine Coons hebben halflang haar en een zacht karakter. Het zijn ook erg grote katten, daarom vertelden mensen vroeger dat ze waren ontstaan door het kruisen van lynxen en wasberen, maar dat klopt niet. 57. Zwart. De kauw is het kleinere neefje van de kraai. 58. De haas. Die haalt snelheden tot wel 80 kilometer per uur. Bij de kangoeroe is dat (maximaal) ongeveer 70 kilometer per uur, en bij de zebra ongeveer 64 kilometer per uur. 59. Niet waar. Een python is een wurgslang en heeft dus geen giftanden.
Dieren en planten 29
www.lannoo.com www.ketnet.be Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Teksten Illustraties Grafische vormgeving cover Foto Ketnetwrappers op omslag Grafische vormgeving binnenwerk
Annemiek Seeuws Inge Voets Studio Lannoo Š Joost Joossen Keppie & Keppie
Š Uitgeverij Lannoo nv / Ketnet, 2017 ISBN 978 94 014 4303 6 D/2017/45/589 NUR 210, 228