Skip to main content

9789401442800%20

Page 1

BELINDA AEBI

COMEBACK


Dank aan uitgever Johan Ghysels en redacteur Yaele Vanhuyse bij Lannoo en aan Barbara Denys, Guy Smagghe, Jan Stevens en Wout Visser, voor het meelezen over mijn schouder.

www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. AUTEURSPORTRET | Koen Broos ontwerp binnenwerk | Studio Lannoo, Mediactief omslagontwerp | Lieven Van Speybroeck omslagbeeld | Ilona Wellmann / Trevillion Images zetwerk | Mediactief Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen berust op louter toeval. Als u opmerkingen of vragen hebt, dan kunt u contact opnemen met onze redactie: fictie@lannoo.com Š Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 D/2018/45/212 – NUR 332 ISBN: 9789401442800 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


– 2003 – Gent

Wat voorafging in Ademnood: Kaya stond tegen de deurpost van Jacks flat geleund toen Brent de trap op kwam gelopen. ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg hij met een korte blik op haar loopoutfit. ‘Ik wilde gaan joggen, maar toen ik beneden kwam, zag ik mensen bij de koffiebar staan wachten en onrustig heen en weer lopen. De uitbater opent altijd om halfacht, maar de deur was op slot en het bordje met gesloten was zichtbaar. Ik ben meteen hierheen gekomen en heb hem gevonden.’ Ze knipperde met haar ogen en wees in de richting van de slaapkamer. ‘Hij ligt op bed. Ik kon geen polsslag meer vinden. Zijn naam is Jack.’ Brent trok zijn blauwe overschoenen aan en pakte Kaya vast bij haar schouders om langs haar heen de flat binnen te gaan. Kaya bleef in de deuropening staan, terwijl Brent rondkeek. ‘Ik bel onderzoeksrechter Wijffels’, zei hij toen hij weer op haar toeliep, zijn gsm uit zijn broekzak pakte en een verkort nummer intoetste. Kaya stopte haar klamme handen in de zakken van haar joggingvest en zag hoe Brent traag rondstapte terwijl hij belde. Na het korte gesprek overschouwde hij opnieuw Jacks flat en tuitte zijn lippen. ‘Wat een ravage’, zuchtte hij. ‘Heb je niets gehoord?’ ‘Nee.’ Kaya speelde met de sleutel van haar flat, die aan een kettinkje rond haar hals hing.

5


‘En die rode papieren hartjes die rond zijn lichaam verspreid liggen, wat moeten we daarvan denken?’ vroeg Brent terwijl hij over zijn kin wreef. Kaya keek hem recht in de ogen. Brent zag dat ze aangeslagen was. Haar stem haperde en ze zag bleek. ‘Iemand heeft hem graag gezien?’ Brent wendde zijn blik af. ‘Dan was de liefde blijkbaar gekoeld.’ ‘Misschien zijn de hartjes een vorm van “undoing” en zijn ze rond zijn lichaam gelegd als een symbolische poging om het geweld tegenover hem terug te schroeven.’ ‘Je bedoelt een vorm van wroeging van de dader?’ ‘Zou kunnen.’ Ze hoorden het dichtslaan van een autoportier en daarna voetstappen op de trap. ‘Het is Decuyper’, zei Brent. ‘Hoe weet je dat?’ vroeg Kaya. Brent hield zijn wijsvinger tegen het topje van zijn neus. ‘Ik ruik hem.’ Kaya fronste. ‘Of het zijn parfum of aftershave is, kan ik niet zeggen, maar voor mijn part mag het iets minder zijn.’ Brents woorden waren nog niet koud toen Decuyper zijn overschoenen aantrok, naar binnen liep en zijn dokterstas neerzette. Brent en Kaya wisselden een blik. Decuyper bracht inderdaad een scherp luchtje met zich mee. Een mengeling van hout, leer en een of andere bloem, dacht Kaya, voor zover ze het kon thuisbrengen. Decuyper schudde geen handen, dat deed hij nooit, maar knikte naar Brent en keek Kaya onderzoekend aan. ‘Dit is Kaya De Regge,’ zei Brent, ‘rechercheur en profiler. Ze heeft het slachtoffer gevonden.’

6


Decuyper trok zijn wenkbrauwen op. ‘Aangename kennismaking. Waar moet ik zijn?’ vroeg hij, ten teken dat hij geen tijd wilde verliezen. Brent en Kaya gingen hem voor naar de slaapkamer, waar Jack lag. Decuyper zette zijn dokterstas op het bed, pakte er chirurgische handschoenen uit en begon Jack te onderzoeken. ‘Een naakt slachtoffer, altijd gemakkelijk als je geen kleren hoeft uit te trekken’, zei hij droog en zonder opkijken. ‘Het werkterrein ligt voor mij open.’ Brent liet een flauwe glimlach zien, maar Kaya kon er niet bepaald om lachen. Toen ze Jack naakt op zijn bed had aangetroffen, had ze de neiging gehad om hem met het laken te bedekken. Niet om hem warm te houden, hij was immers dood, maar uit respect. Jack lag daar tenslotte te kijk met zijn billen bloot. Na een tiental minuten deed Decuyper zijn handschoenen uit en krabde in zijn haar. ‘Aan de blauwe plekken te zien, is hij volgens mij hard aangepakt, maar een autopsie zal meer duidelijkheid moeten brengen.’ Brent vuurde de klassieke twee vragen op hem af. ‘Kun je al iets zeggen over de doodsoorzaak?’ ‘Een hartstilstand, maar meer details wil ik er op dit ogenblik niet over kwijt.’ ‘Tijdstip van overlijden?’ ‘Tussen één en drie uur vanmorgen, schat ik.’ Decuyper frommelde zijn handschoenen tot een bolletje en stopte ze samen met zijn onderzoeksmateriaal in zijn tas. ‘Wil iemand de autopsie bijwonen?’ vroeg hij terwijl hij opstond en Brent en Kaya afwisselend aankeek. ‘Wanneer plan je die?’ vroeg Brent.

7


‘Morgenochtend stipt om acht uur.’ Brent keek naar Kaya, maar ze schudde het hoofd. ‘Ik zal er zijn’, zei Brent. Decuyper stak zijn hand op en wilde de trap af lopen. ‘Je vergeet iets’, hield Brent hem tegen. Hij keek omlaag en wees naar de blauwe overschoenen. Decuyper trok ze uit en maakte er een propje van. ‘Ik zal ze bij mij in de vuilnisemmer kieperen’, knipoogde hij. ‘Tot morgen.’ Ondertussen waren ook twee mannen van de technische recherche gearriveerd. Ze trokken de kap van hun witte pak over hun hoofd, zetten hun mondmasker op en begonnen meteen met het nemen van foto’s, het plaatsen van kaartjes met nummers en het zoeken naar sporen. ‘Ik moet hier even weg’, zei Kaya tegen Brent toen Decuyper weg was. ‘Ik wil een eindje lopen. Geef mij een halfuurtje.’ ‘Oké, je bent er al op gekleed. Ik zie je straks.’ ‘Dank je.’ Kaya trok het elastiekje van haar paardenstaart wat strakker aan en liep de trap af naar buiten. Ze begroette de politieman die bij de deur stond, kroop onder het politielint door en ademde diep in.

8


– 1980 –

Ik kijk haar aan en ze wenkt met haar hoofd. Zonder iets te zeggen volg ik haar en daal de glibberige trap af naar de ondergrondse bergplaats. We lopen tot op de plek waar een hoop natte bladeren op een lap stof ligt. Onzeker kijk ik om me heen. Het is de eerste keer. Mijn haren plakken tegen mijn bezwete voorhoofd. Ik sta blootsvoets en in versleten kleren naast haar brede lichaam, dat naar soep ruikt. Ik hoor gedempte mannenstemmen, maar kan niet verstaan wat ze zeggen. Het lijkt op een geheimzinnig gemompel. ‘Kijk goed’, zegt ze. Ze trekt haar bevlekte en uitgerafelde bloemenjurk wat omhoog, zet haar voeten uit elkaar en zoekt haar evenwicht. Ze hurkt neer tot haar massieve achterwerk haast de grond raakt. Als ze stevig staat, grijpt ze het heft van de machete met beide handen vast, heft haar armen boven haar hoofd en begint erop los te hakken terwijl ze haar mond in een grimas trekt. Bij elke slag maakt ze een sissend geluid en ontbloot ze een rij scheefstaande bruine tanden. Ik schrik van de energie en de kracht die ze heeft en blijf met open mond naar haar staren. Na een paar minuten stopt ze met hakken en steekt mij de machete toe. ‘Nu is het aan jou’, zegt ze, terwijl ze haar handen op haar dijen zet en zich overeind duwt. Het zweet parelt op haar voorhoofd. Ik wil haar wel een miljoen vragen stellen, maar durf niet. De mannenstemmen komen dichterbij.

9


Gespannen kijk ik haar aan. Mijn hart bonkt in mijn keel. Ik houd de machete in mijn handen en klem mijn kaken op elkaar. Ze knikt goedkeurend. ‘Hakken’, beveelt ze. ‘Zo hard je kunt en zolang ik het zeg.’

10


1.

Brent stond in het autopsielokaal tegenover Wim Decuyper. Tussen hen in lag Jack op de onderzoekstafel met een laken over zich heen. Alleen zijn gezicht was zichtbaar. ‘Over de doodsoorzaak ben ik zeker’, zei Decuyper, terwijl hij met zijn wijsvinger de bril met schildpadmontuur wat hoger op zijn neus duwde. Het was een modern exemplaar en stond in schril contrast met zijn groene chirurgische kledij. Decuyper was een brilfanaat, wat maakte dat Brent hem zelden met hetzelfde model aantrof. ‘Hij is gestorven ten gevolge van een hartstilstand, wat ik dus vermoedde, maar over hoe die werd veroorzaakt, zie ik twee mogelijkheden.’ Brent knikte. ‘Ik luister.’ ‘Eerste scenario: een hartstilstand als gevolg van een injectie met een overdosis coke.’ ‘Coke?’ Decuyper opende Jacks mond en hield diens tong omhoog. ‘Hij heeft een prikletsel onder zijn tong en de hoeveelheid cocaïne in zijn urine liegt er niet om.’ Brent ging met een hand door zijn haar. Decuyper trok zijn gummihandschoenen uit, drukte op de pedaal van de vuilnisemmer en liet ze daarin vallen. De metalen klap weergalmde in het lokaal. Brent trok een wenkbrauw op. ‘We hebben dus een drugsdode.’

11


‘Klopt, maar volgens mij gaat het hier niet om een ongeluk waarbij hij zichzelf een overdosis heeft toegediend. Iemand anders heeft hem dat dodelijke shot toegebracht.’ Er viel een stilte in het koude lokaal, waar een lijklucht hing. Alleen hier was Brent dankbaar voor de overdadige hoeveelheid parfum van Decuyper. ‘Ik kan je ook nog zeggen dat het slachtoffer geen snuiver was, want zijn neusslijmvlies is intact en hij was evenmin een chronisch gebruiker, want dan zou er een toename van de hartspiermassa en een verdikking van de hartspierwand te zien zijn.’ ‘Hij was dus niet verslaafd.’ ‘Nee.’ ‘Tweede scenario?’ vroeg Brent. ‘Hij heeft enkele schaafwonden in het aangezicht, zoals je kunt zien, en blauwe plekken ter hoogte van de bovenarmen en aan beide knieën. Aan de plaats en de vorm van de blauwe plekken te zien, werd hij vermoedelijk langs achteren vastgegrepen en tegen de vloer gegooid of in ieder geval tegen een harde ondergrond. Terwijl hij op zijn buik lag, zijn twee personen – ik schat in totaal zo’n honderdveertig kilo – op zijn rug en onderrug gaan zitten, vermoedelijk om hem in bedwang te houden. Zijn gelaat werd naar beneden geduwd en zijn armen en handen werden strak op zijn rug gedrukt. Waarschijnlijk heeft hij zich verzet, wat geleid heeft tot een situatie waarbij door een extreme druk op de borst de ademhaling werd bemoeilijkt en er een hart- en ademhalingsstilstand plaatsvond. Geen overmatige hoeveelheid alcohol in het bloed. Geen medicijnen.’ ‘Een plotse hartstilstand door een stresssituatie?’ ‘Ja, je kent het. We zien soms ook dat angst of fysische agressie een hersenbloeding veroorzaakt door een plotse bloeddrukverhoging. Maar in dit geval dus niet.’

12


Brent liet zijn blik op Jack rusten. Hij zag er helemaal anders uit zonder zijn lange dreadlocks. Zijn hoofd was gladgeschoren voor het uitvoeren van de schedellichting en het onderzoek van de hersenen. ‘Conclusie?’ ‘Mijn conclusie bij hypothese nummer twee is dat we te maken hebben met een reflexdood als gevolg van een heftige emotionele situatie in combinatie met een ademhalingsstilstand.’ ‘Door samendrukking van zijn borstkas.’ ‘Klopt.’ ‘Maar als ik jou goed begrijp, kan het dus zijn dat hij al dood was vooraleer hij de injectie met coke kreeg.’ ‘Moeilijk te zeggen, maar ja dus.’ Brent keek met samengeknepen ogen recht in de kleine, diepliggende ogen van Decuyper, die als het ware gevangenzaten in het gevlekte rechthoekmontuur. ‘Moord?’ Decuyper knikte. Hij nam een doekje uit zijn borstzak en begon zijn brilglazen te poetsen. Zo zonder bril zag hij er iets minder geleerd uit. ‘Er is nog iets’, zei hij. ‘Het slachtoffer was zo te zien met iemand tot in de eeuwigheid verbonden.’ Brent fronste. Decuyper trok traag het laken weg tot de borstkas van Jack ontbloot was. Er was een deel van het litteken van de Y-incisie voor het uitvoeren van de inwendige autopsie te zien. Die liep vanuit de onderkant van beide schouders tot aan het kruis. Ter hoogte van zijn hart had Jack een tatoeage. Een hart met het infinity-teken erop. En een naam in sierlijke letters: María Alejandra. Ze wisselden een snelle blik. Brent maakte een foto met zijn smartphone. ‘Wanneer denk je mij je rapport en de andere foto’s te sturen?’

13


‘Staat op de I-schijf nog vooraleer je terug op kantoor bent.’ Brent stak zijn duim op. ‘Fantastisch, dan bel ik eerst dat ze met Radar de woning onderzoeken.’ ‘Wie is Radar?’ ‘Een Mechelse scheper. Onze beste drugshond.’

14


2.

Vanuit haar ooghoeken zag ze Brent op haar toelopen. Hij greep haar bij de nek en probeerde krachtig met zijn duimen tegen haar keel te drukken, toen Kaya hem met haar linkerknie een harde trap in zijn kruis verkocht. Zijn gezicht vertrok in een grimas. Kreunend van de pijn zeeg hij neer en legde zijn handen beschermend om zijn geslacht. Hij leek nauwelijks bekomen, maar duwde zich toch langzaam op en haalde een mes uit zijn achterzak. Plots wierp hij zich op Kaya en hield het mes tegen haar keel. Kaya reageerde in een flits door haar rechterarm omhoog te bewegen en daarna in één krachtige ruk Brents arm met het mes omlaag te slaan en hem achteruit te duwen. Haar reactie verraste hem compleet en het mes viel uit zijn hand. Nadat ze hem op de vloer gewerkt had, zette Kaya haar voet pal op zijn neus en hield hem in bedwang. Na wat geworstel kon Brent zich loswrikken. Hij stond op, trok zijn pistool en stapte op Kaya toe, zijn arm gestrekt en de loop op haar voorhoofd gericht. Kaya blies haar pony van haar voorhoofd en grijnsde. Ze maakte een kwartdraai, terwijl ze het pistool langs de zijkant vastgreep en Brents pols naar beneden drukte. Het pistool viel uit zijn hand, maar Kaya raapte het razendsnel op en richtte het op hem. ‘Loser.’ ‘Next!’

15


Kaya stond nu met haar rug naar Brent gekeerd. Hij plaatste zich in lichte spreidstand achter haar en richtte het pistool op een punt tussen haar schouderbladen. Gezwind draaide ze zich om, greep zijn arm met het pistool ter hoogte van zijn schouder en rukte Brents arm omlaag. Hij kon niet anders dan het pistool los te laten en het viel op de mat. Kaya hield Brents schouder vast en stampte een tweede keer in zijn kruis. ‘Te traag, Baekeland, veel te traag’, zei ze smalend. ‘Djeezes, Kaya, je bent wel érg snel en mag ik je vragen om je kracht enigszins te doseren?’ ‘Snel? Dank je, maar ik deed deze oefeningen al honderd keer. Ik denk er niet meer bij na. Piece of cake, en wat vroeg je? Doseren?’ ‘Wisselen!’ riep de instructeur van de krav maga, een zelfverdedigingstechniek die Kaya bij de fbi iedere week beoefend had en die de Gentse politie sinds kort ook op het programma had staan. De oefeningen waren gericht op het aanleren van verdedigingstechnieken in levensbedreigende situaties. Bij krav maga doe je alles om je tegenstander af te weren en om te overleven. De instructeur was kort van stuk en zijn kale kruin verzonk in een spekkige nek. Hij liep rond als een spierbundel in trainingsbroek terwijl hij inspecteerde en bijstuurde en waar een oefening niet naar zijn zin werd uitgevoerd, deed hij voor hoe het wel moest. Brent en Kaya zetten zich opnieuw in positie. Nauwelijks weerklonk het signaal van de coach of Kaya stortte zich op Brent en legde haar handen in een wurggreep rond zijn hals. Hun gezichten waren vlak bij elkaar. Het zweet parelde op hun voorhoofd en op hun bovenlip. Hun oksels en rug waren drijfnat.

16


Speekselbelletjes kleefden in hun mondhoeken. Adrenaline. Bonkend hart. Ze keken elkaar pal in de ogen. ‘Je hoeft je niet in te houden omdat ik een vrouw ben’, daagde Kaya hem uit. ‘En voor mij hoef je niet te doseren. Ik ben de vijand’, siste ze. ‘Jij wilt mij dood.’ ‘Wees gerust, ik zal jou niet sparen, De Regge.’ Haar duimen drukten hard in zijn keel tot Brent haar krachtig bij haar polsen greep en ze bij zijn keel wegtrok, maar Kaya bood weerstand. ‘Shit, zeg! Wat eet jij? Of moet ik zeggen, wat slík jij?’ vroeg Brent. ‘Eten? Niet veel, en slikken nooit. Ik rook sigaretten en drink Red Bull.’ Kort lachje erachteraan. ‘Oké, één vraag.’ Brent hapte naar adem. Ze hielden elkaars blik vast. ‘En die is?’ ‘Ik wil jou vast in mijn team, Kaya De Regge.’ Geen vraagtoon. Het klonk als een bevel. Zijn handen lagen nog steeds om haar polsen. Kaya wist zich toch los te wrikken. ‘Eén probleempje, chef, ik ben allergisch voor het woordje “vast”. Altijd al geweest, dat geeft hierboven bij mij namelijk’ – ze wees naar haar voorhoofd – ‘een soort van kortsluiting.’ Kaya viel hem opnieuw aan, maar Brent weerde haar zoveelste aanval snel en tactisch af. Hij leek op een diesel die nu op snelheid kwam. ‘Is dat een nee?’ ‘Ik heb een voorwaarde’, zei Kaya sluw. ‘Zeg op.’ Hij pinde zijn blik vast op de hare. ‘Als ik samen met het drugsteam mee mag zoeken naar de moordenaar van Jack Moreno, dan wil ik er wel over nadenken.’ Ze roken elkaars adem en zweet.

17


‘Je hebt lef, De Regge, nog maar net terug op Belgische bodem en al voorwaarden stellen. Trouwens, je bent nog op jacht naar Cretens. Half werk is niet jouw ding, of plots wel?’ ‘Nee, weet ik, mijn rapport ligt bij Wijffels, hij beslist wat er verder gebeurt. Weet ik veel wanneer die kwiet het zal lezen, maar ondertussen ga ik niet zitten niksen.’ Ze haakte haar blik los van die van Brent. ‘Luister, ik moet weten wie Jack vermoord heeft, met of zonder goedkeuring van Wijffels.’ Brent trok zijn wenkbrauwen op. ‘Dat dacht ik niet. We doen alles volgens het boekje, Kaya, ik wil geen…’ ‘Och, ja…’ Kaya boog haar linkerknie en zette haar volle voetzool tegen Brents borst. Ze duwde hem krachtig naar achteren, zodat hij zijn evenwicht verloor en met een smak tegen de mat ging. Soms vond ze Brent een softie. ‘Ik vergat nog te zeggen dat ik niet enkel allergisch ben voor het woord “vast”, maar ook voor de uitdrukking “volgens het boekje”. Trouwens, we zijn hier niet op koffiekrans. Survive!’ Ze gooide zich op hem en legde haar voorarm over zijn keel, maar Brent gaf zich niet gewonnen en trok met beide handen haar arm weg. ‘Deal.’ Drie meter verderop gaf Millecam een elleboogstoot in de onderbuik van Riveros. Deze kromp ineen, maar rechtte zich dapper en wierp zich op zijn beurt op Millecam. Hij greep diens gezicht tussen zijn handen en stak zijn duimen in Millecams ogen. ‘Zég, zot!’

18


‘Sneller en krachtiger!’ riep de instructeur, die zijn vuisten had gebald. ‘Jullie zijn hier niet om elkaar te strelen, watjes! Dit is geen snoezelsessie! Komaan! Verdedig je!’

19


3.

Erik Cretens had al jaren niets meer van zijn zoon gehoord. Het laatste telefoongesprek dateerde van enkele maanden na JW’s dubbele longtransplantatie. Jan-Willem had zijn vader laten weten dat hij het goed stelde en een nieuw mens geworden was, daarna niets meer. Omdat JW nog steeds niet gevat was, had Kaya de man opnieuw opgezocht om te weten te komen waar zijn zoon ondergedoken zou zijn. ‘Jan-Willem voelde zich als herboren’, zei Erik Cretens terwijl hij een kop koffie voor Kaya op tafel zette. ‘Hij zei dat hij wat tijd nodig had en dat hij daarna weer contact zou opnemen, maar ik wacht nog altijd. Melk? Suiker?’ Kaya hief haar hand op. ‘Nee, dank u, gewoon zwart.’ ‘Hij is al lang niet meer thuis geweest. Zijn kamer is leeg, of beter gezegd, al zijn spullen zijn weg en ik heb de kamer een andere bestemming gegeven.’ Hij stopte met praten en wreef met een hand over zijn kin. ‘Maar dat heb ik u al allemaal verteld.’ Kaya dronk van de koffie en staarde hem over de rand van haar kopje aan. Ze zette het kopje neer en bleef hem afwachtend aankijken. ‘Niet over die andere bestemming’, zei ze. Erik Cretens had een klontje suiker in zijn koffie laten vallen en speelde met het lepeltje. Het waren handelingen die Kaya bekend waren. Ondervraagden voelden zich onwennig en wisten met hun handen geen blijf. Het was een teken dat ze een aanloop nodig hadden en wat tijd wonnen om na te denken.

20


Daarom vroegen sommigen of ze iets te drinken kregen of mochten roken. Het kon ook zijn dat Erik bepaalde dingen niet wilde vertellen en snel een overweging diende te maken over wat hij Kaya dan wel zou zeggen. Hij roerde langer dan nodig was om de suiker te laten oplossen en legde uiteindelijk het lepeltje neer. ‘Het zit zo, ik heb mijn hobby van vroeger weer opgenomen. Schilderen, aquarel. Het helpt mij om de problemen met mijn vrouw een plaats te geven en om de eenzame momenten door te komen. De verf en de penselen zijn mijn gezelschap. Ik mis mijn zoon. Het voelt alsof hij dood is.’ ‘Ik zou u willen vragen om nog eens goed na te denken over waar hij nu zou kunnen zijn.’ ‘Wat dacht u? Ik doe niets anders dan mijn hoofd breken over waar hij nu is. Ik zou het beter loslaten, want ik sta ermee op en ik ga ermee slapen.’ Erik Cretens knipperde met zijn ogen, legde zijn handen op zijn achterhoofd en wreef over zijn nekharen. ‘Had hij een favoriete plek waar hij naartoe zou kunnen gegaan zijn?’ vroeg Kaya. Erik schudde peinzend het hoofd. ‘Misschien een plek van vroeger uit zijn jeugd waar hij zich goed voelde, ging spelen of afsprak met vrienden?’ Erik fronste zijn wenkbrauwen en staarde naar het karton met halfvolle melk. ‘Zijn jeugd, tja… het sanatorium, maar daar is hij zeker niet naar teruggekeerd. Nee, en ik kan hem ook telefonisch niet meer bereiken, hij moet een ander nummer hebben, alsof hij écht elk contact met zijn thuis wilde verbreken.’ ‘Dat klopt, hij heeft zijn gsm-abonnement afgesloten en we hebben ook geen spoor van een nieuw nummer.’

21


‘Het is zo jammer, hij en ik, wij hadden geen sterke band maar we hadden ook nooit ruzie.’ Erik Cretens keek naar het plafond. ‘De sfeer was altijd wat gespannen, dat wel.’ Hij nam een slok van zijn koffie, die al koud was geworden. Kaya had haar kop leeggedronken. ‘Hoe gaat het met uw echtgenote?’ vroeg ze. Erik liet zijn hoofd wat hangen en legde zijn handen in zijn schoot. Zijn nagels waren afgekloven tot op het vlees. Allemaal. ‘Niet goed. Ze verblijft in het psychiatrisch centrum De Pelgrim, en volgens mij komt ze daar nooit meer weg. De alcohol heeft haar hersenen aangetast. Het gaat alleen nog bergaf. Ze is een wrak.’ De man kreeg het moeilijk. Hij slikte opkomende tranen weg. ‘En zeggen dat ze een heel mooie vrouw was en, u gelooft het of niet, maar… ik zie haar nog steeds graag. Ze is nog altijd de vrouw van mijn leven. Er was nooit een ander. In het begin miste ik haar om haar lichamelijke aanwezigheid, het huis voelde zo leeg aan, maar een opname was het beste voor ons beiden. Ik kon de zorgen niet meer alleen aan en ze had nood aan professionele hulp.’ Hij wilde Kaya’s kop nemen. ‘Nog wat koffie?’ Kaya gebaarde met een hand over haar kopje. ‘Nee, is prima zo, dank u.’ ‘Vroeger,’ ging hij verder, ‘toen we jong waren, bracht ze het beste in mij naar boven. Ze was mijn geliefde, maar bovenal mijn vriendin. Ik voelde mij pas compleet als zij er was. Toen er ons werd gezegd dat Jan-Willem chronisch ziek was en wij als gezin een moeilijke periode tegemoet gingen, werd ze geleidelijk aan verslaafd. Beetje bij beetje heb ik mijn vrouw en mijn zoon verloren.’

22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401442800%20 by Uitgeverij Lannoo - Issuu