Serafina en het versplinterde hart
Robert beatty
Vertaald door Mireille Vroege
e n h et
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 ISBN 978 94 014 4255 8 D/2018/45/514 NUR 283 Oorspronkelijke titel: Serafina and the Splintered Heart Oorspronkelijke uitgever Disney Hyperion, 2017 © Copyright tekst © Robert Beatty, 2017 In overleg met de auteur. Alle rechten voorbehouden. © Nederlandse editie Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2018 Vertaling Mireille Vroege Omslagillustratie © Alexander Jansson Vormgeving cover Maria Elias & Studio Lannoo Opmaak binnenwerk Mieke Smalle
Huize Biltmore, Asheville, North Carolina
1
Serafina deed haar ogen open en zag niets, alles was zwart. Het was alsof ze haar ogen niet eens open had. Ze had diep in de duistere leegte van een wervelende wereld gezeten, bijna een droom, maar was wakker geworden van een gesmoord stemgeluid. Nu hoorde ze niets, geen stem, geen geluid, geen enkele beweging. Met haar kattenogen kon ze altijd goed zien, zelfs op de allerdonkerste plaatsen waar de meeste schaduw was, maar nu zag ze geen hand voor ogen. Ze tuurde of ze niet ergens een heel flauw lichtschijnsel zag, maar er was geen raam waar maanlicht door naar binnen viel en ze zag ook nergens ver weg in een gang een lantaarn flakkeren. Alles was zwart. Ze sloot haar ogen en deed ze opnieuw open, maar het maakte geen verschil. Het was nog steeds pikkedonker. Ben ik dan echt blind geworden? Ze begreep er niets van en luisterde goed of ze in de duis ternis geen geluiden hoorde, net zoals ze vroeger had gedaan als ze in de gangen van het uitgestrekte souterrain van Huize Biltmore op ratten joeg. Maar het huis kraakte niet, in de ver der weg gelegen kamers waren geen bedienden aan het werk,
6
haar vader lag niet op een bed vlak bij haar te snurken, er bromden geen machines, er tikten geen klokken of voetstap pen. Het was koud, roerloos en stil, zoals ze het nog nooit had meegemaakt. Ze was niet meer in Huize Biltmore. Ze dacht weer aan de stem waarvan ze wakker was gewor den en luisterde nog een keer of ze hem niet hoorde, maar hij was weg, of hij nu echt was geweest of dat ze hem had ge droomd. Waar ben ik, vroeg ze zich verbijsterd af. Hoe ben ik hier gekomen? Toen klonk er eindelijk een geluid, in antwoord op haar vraag, leek het wel. Bonk-bonk. Dat was het enige, meer niet. Bonk-bonk, bonk-bonk. Het bonken van haar hart en het stuwen van haar bloed. Bonk-bonk, bonk-bonk, bonk-bonk. Ze ging langzaam met haar tong langs haar gebarsten, droge lippen om ze vochtig te maken, en proefde heel vaag een meta len smaak in haar mond. Maar het was geen metaal. Het was bloed – haar eigen bloed, dat door de aderen in haar tong en lippen stroomde. Ze probeerde haar keel te schrapen, maar haalde opeens scherp en in schokjes adem. Ze zoog een grote teug lucht naar binnen, alsof het haar allereerste ademhaling was. Toen haar bloed begon te stromen, verspreidde zich een tintelend gevoel in haar armen en benen, en in haar hele lichaam. 7
Wat is er aan de hand? Wat is er allemaal met me gebeurd? Waarom word ik met zo’n raar gevoel wakker? Ze dacht terug aan haar leven, aan hoe ze met haar vader in de werkplaats had gewoond, hoe ze het met haar beste vriend, Braeden, had opgenomen tegen de zwarte mantel en de kronkelstaf. Ze was eindelijk bij daglicht de deftige zalen en de wereld van de chique mensen binnengegaan. Maar toen ze zich probeerde te herinneren wat er daarna was gebeurd, was het net alsof ze zich de vluchtige details van een hefti ge droom probeerde te herinneren, die je ontgaan zodra je wakker wordt. Ze voelde zich gedesoriënteerd en verward, alsof ze de gehavende resten van een vorig leven probeerde vast te grijpen. Ze was nog niet in beweging gekomen, maar voelde dat ze op haar rug op een lang, plat oppervlak lag. Haar benen lagen recht, haar handen netjes over elkaar op haar borst, alsof ie mand haar respectvol en voorzichtig zo had neergelegd. Ze maakte haar handen langzaam los en legde ze aan weers kanten van haar lichaam, zodat ze kon voelen waarop ze lag. Het was iets hards, ruwe houten planken leken het, maar die planken voelden wel vreemd kóúd aan. Planken horen niet koud te zijn, dacht ze. Niet zo. Niet koud. Haar hart begon te bonken. Ze raakte vreselijk in paniek. Ze probeerde te gaan zitten, maar sloeg onmiddellijk met haar voorhoofd tegen een hard oppervlak een paar centimeter boven haar, en ze viel kermend van de pijn terug. Ze drukte haar handen omhoog en voelde planken boven haar. Haar tastende vingers waren de enige ogen die ze had. 8
Er zaten geen openingen of kieren in de planken. Haar hand palmen begonnen te zweten. Haar ademhaling werd opper vlakkiger. Ze strekte haar lichaam, duwde tegen de zijkant en werd overspoeld door een golf van radeloze angst. Ook daar zaten planken, op maar een paar centimeter afstand. Ze schopte. Ze bonkte met haar vuisten. Maar ze werd aan alle kanten ingesloten door planken. Serafina gromde van frustratie, angst en woede. Ze krabde en kronkelde, ze draaide en wrikte, maar ze kon er niet uit. Ze was opgesloten in een langwerpige, platte houten kist. Ze drukte haar gezicht verwoed in de hoek van de kist en snoof als een gevangen diertje, in de hoop door de smalle kie ren tussen de planken een geurspoor van de buitenwereld op te vangen. Ze probeerde het eerst in de ene hoek en toen in de andere, maar overal om haar heen rook het hetzelfde. Aarde, dacht ze. Ik ben omringd door vochtige, rottende aarde. Ze hebben me levend begraven!
9