z
Slaap kindje slaap verdomme
z
LOT TE DEB R O U W ER E
Slaap kindje slaap verdomme EEN SOLOMAMA OVER HA A R VI KI N G D O CHTER
z
met illustraties van Ilah
Vislasagne Ik lig met mijn benen omhoog op de achterbank van de auto. Het is januari, het vriest buiten en mijn zus is net bij de traiteur gestopt om vislasagne voor me te halen. Ik lig niet vaak met mijn benen omhoog op de achterbank van de auto. Ik lig er omdat ik net werd geïnsemineerd in het ziekenhuis. Ik wil zwanger worden en denk dat zaadjes dan sneller zwemmen. Terwijl ik lig te liggen, parkeert een auto zich naast de onze. Een oude man met hoed stapt uit en ziet me. Hij schrikt. Ik glimlach onbehouwen en laat mijn benen wat zakken. Geen idee wat de man denkt en ik wil ook niet denken. Ik wil niet denken aan hoe belachelijk ik hier lig. Aan hoe vreemd het wel is om zo een kindje te ‘maken’. Aan de woorden van de dokter dat het ‘er daar vanbinnen heel goed uitziet’ en dat het ‘toch wel wat koud is voor de tijd van het jaar’. Ik wil naar huis, vislasagne eten en doen alsof er niets aan de hand is. Alsof ik hier nooit heb gelegen en kindjes uit liefde worden gemaakt, door een man en een vrouw in een warm bed. Samen, voor eeuwig en altijd. Niet door een dokter, met buisjes, eendenbek en steriele handschoenen. Gelukkig is mijn zus er snel. Zonder vislasagne, maar met spaghetti bolognese. ‘De vislasagne was op’, zegt ze. ‘Ik ook’, antwoord ik.
5
Menage Ik wil een kindje alleen. Zonder man. Dat zeg ik tegen mijn vader. Ik weet niet hoe je zoiets zegt. Dus zeg ik het maar en kijk naar het topje van mijn schoenen. Het topje is versleten. Ik moet dringend nieuwe schoenen kopen. Mijn vader kijkt me aan. 68 jaar, gepensioneerd onderwijzer, een man met mooie handen. Alsof zijn hele leven door zijn handen loopt. Dooraderd, doorgroefd. Hij vouwt ze samen. Rustig. ‘Jij moet een menage hebben’, zegt hij. Een menage. Een gezin. Zijn woorden schieten mijn hart aan flarden. ‘Ja, dat weet ik. Maar ik heb geen menage. En ik wacht al zo lang op een kindje. Straks ben ik te oud en heb ik er geen. Dan val ik in stukjes uiteen.’ Ik ratel voort. Mijn ingestudeerde monoloog. Dat, als ik nu een man zou zoeken omdat ik een kindje wil, het dan toch fout zou aflopen. Dat er tegenwoordig nog weinig traditionele gezinnen zijn. Je hebt twee papa’s en twee mama’s en plusmama’s en stiefpapa’s en alleenstaanden allerhande. Hij zwijgt. Ik zwijg ook. Het hoge woord is eruit. ‘Ik ga dan maar’, zeg ik onbeholpen. Laat de loodzware stilte voor wat ze is en loop naar buiten. Als de nacht bijna valt, krijg ik nog een sms’je. Van mijn vader. Hij doet er altijd uren over om een zin te vormen op dat kleine toestel. ‘Als jij maar gelukkig bent’, staat er. Ik huil een zwembad bijeen.
6
Feest Mijn zus en ik zitten samen op het toilet. Nu ja, mijn zus staat rechtop, ik zit. Ik heb net op zo’n zwangerschapsstick geplast. Inmiddels een routineklus. Ik plas even gericht als Messi zijn plaatsballetjes trapt. En dan gaat het traag. Als je wacht, heeft de tijd nooit haast. Ondertussen kijkt mijn zus naar de beertjes op het ‘super-de-luxe comfort toiletpapier’ en staar ik naar het plafond, dat eruitziet alsof het elk moment op mijn kop zal vallen. We verwachten weer één miezerig streepje, geen twee. En als we dat ene streepje zien dat daar moederziel alleen blijft staan, zullen we weer zuchten, de koelkast opentrekken en een fles wijn uithalen. Om te vieren dat ik weer mag drinken. Je moet wat om deze maandelijkse treurnis aan te kunnen. Maar nu zien we twee streepjes. De twee beruchte streepjes. Mijn zus krijgt tranen in de ogen. De beertjes op het toiletpapier ook. En ik zit daar wat schaapachtig te zitten. Zo, ik word dus moeder. Echt? Mijn zus en ik blijven nog even zitten. Nu ja, zij staat rechtop. En ik zit. De tijd is gestopt met tikken. Het is feest in mijn buik.
7
Mia Ik lig in het donker in bad samen met mijn gigantisch dikke buik. Mijn gigantisch dikke buik neemt schaamteloos de hele kuip in beslag. Hij hangt daar reusachtig te hangen en ik lig hier te liggen. Ondertussen zingt Luc De Vos dat Mia het licht heeft gezien en kruipt de eenzaamheid onder mijn huid. Ik zie het licht niet. En als ik het licht wil zien, moet ik me hier uit de kuip hijsen en op de schakelaar gaan drukken. En Mia zal het ook niet doen. Die vraagt gewoon of ik nog kan dromen. Over exact drie dagen beval ik. In mijn eentje. ‘Wanneer had u het gewild, mevrouw? Het kan op 30 of 31 januari.’ Alsof je een bestelling doet bij de beenhouwerij van de Colruyt. 30 januari dan maar? De 31ste is zo oneven. Weet ik veel. Ik zeg maar wat. Het wordt dus de 30ste. Dan mag ik onder het mes om mijn prinses met een keizersnede ter wereld te bestellen. Ik zal het niet eens voelen. Niet eens afzien. Zoals Mia. Die heeft ook nooit afgezien.
8
z www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. ILLUSTRATIES
Ilah OMSLAGFOTO
Ivan Put OMSLAGONTWERP EN VORMGEVING
quod. voor de vorm. – Leen Depooter
© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 en Lotte Debrouwere D/2017/45/365 – ISBN 978 94 014 4210 7 – NUR 401/402 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
z