Skip to main content

9789401441902

Page 1

Mieke Kerckhof   Roger Burggraeve   Ilse Van Halst

De onverschilligheid voorbij Zeven eigentijdse wegen van barmhartigheid


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Vormgeving: Studio Lannoo Zetwerk: Keppie & Keppie Foto’s: Anneleen Tansens Impressies: Mieke Kerckhof Cover: Josiane Decock @ Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 en Mieke Kerckhof, Roger Burggraeve en Ilse Van Halst D/2017/45/232 - NUR 728 - ISBN 978 94 014 4190 2 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Inhoud Tussen gisteren en morgen (Mieke Kerckhof ) DEEL I Om barmhartig te zijn, hoef je geen supermens te zijn Onze menselijke ervaring als vertrekpunt

7

14

DEEL II Zeven wegen voorbij de onverschilligheid 1 Onwetenden onderrichten: ruimte scheppen

Op zoek naar leermeesters Leren in dialoog door je te laten raken (Veerle Defloor en Ann Tousseyn)

32 41

Foto en Impressie 2 Twijfelenden goede raad geven: lichtpunt wijzen

Op zoek naar licht in de duisternis De twijfel maakt de mens tot Mens (Dirk De Wachter)

50 62

Foto en Impressie 3 Bedroefden troosten: licht ontsluieren

Op zoek naar een tochtgenoot De kunst van het troosten (Evelien Deketele)

Foto en Impressie

70 83


4 Zondaars vermanen: tot leven roepen

Op zoek naar een knipperlicht Vermanen zonder woorden (Manu Van Hecke)

92 104

Foto en Impressie 5 Lastige mensen geduldig verdragen: barmhartig staande blijven

Op zoek naar verdraagzaamheid Zoet en zout zoals liefde kan zijn (Siska Deknudt)

114 124

Foto en Impressie 6 Wie ons beledigen, van harte vergeven: tot zegen worden

Op zoek naar goedertierenheid Brokken en brokkenmakers vergeven (Marijke Deconinck)

132 144

Foto en Impressie 7 Bidden voor de levenden en de doden: thuisbrengen

Op zoek naar oneindigheid in en na dit leven Weten dat je niet alleen bent (Dennis en ValĂŠrie Jacques-Mouton)

150 162

Foto en Impressie

DEEL III Peilen naar de goddelijke ziel van de barmhartigheid

175

Bronnen

189


Tussen gisteren en morgen…

We worden in de media overspoeld door nieuws over terreur, rampen, vluchtelingen en problemen in de grote wereld. Onverschilligheid lijkt het medicijn te worden om ons te beschermen tegen betrokkenheid, en ervoor te zorgen dat we relaxed door het leven kunnen gaan. Wat concrete mensen overkomt, daagt ons uit om geen muren maar bruggen te bouwen. Onze tijd heeft behoefte aan ontmoeting, niet aan zelfverdediging door de rigiditeit en de tegenstellingen op te drijven. Ik nodig u uit de ‘mystiek van ontmoeting en solidariteit’ te ontwikkelen: een heilige pelgrimstocht. (paus Franciscus) Toen onze congregatie, Zusters van de Bermhertigheid Jesu, 175 jaar geleden werd opgericht, kon niemand vermoeden dat een levenshouding van barmhartigheid ook in de 21ste eeuw nog zo eigentijds zou zijn. Aan een wereld die meer dan ooit op zoek is naar verbondenheid, ontmoeting en solidariteit – tegen alle onverschilligheid in – biedt leven vanuit mededogen immers een antwoord. Daarom willen we vandaag de rijkdom van onze spiritualiteit delen en iedereen uitnodigen om samen met ons deze ‘pelgrimstocht’ van barmhartigheid te ontdekken en te gaan. Met dit jubileumboek zetten we u alvast op weg…

Gisteren Het was in 1842 dat kanunnik Petrus Maes onze congregatie stichtte. Met de naam ‘Zusters van de Bermhertigheid Jesu’ riep hij ons op om in Jezus’ voetstappen te treden en ons door zijn barmhartigheid te laten inspireren. Deze man uit Nazareth had maar één bedoeling: mensen bevrijden van al wat hen terneerdrukte en vastzette: ziekte, schuldgevoel, armoede, zondigheid, egoïsme, verdriet, hopeloosheid. Zijn basishouding was er een van respect voor de – kwetsbare – mens en geloof in de kracht van elke mens.

Tussen gisteren en morgen…

7


Om deze spirituele beleving concreet te maken gaf onze stichter ons de regel van Augustinus. Voor Augustinus vielen de liefde tot de mens en de liefde tot God samen, zoals Jezus zelf verwoordde: ‘Al wat je gedaan hebt voor de geringsten van mijn broeders, heb je voor Mij gedaan.’ De zeven lichamelijke en zeven geestelijke werken van barmhartigheid zijn daarbij een blijvende bron van inspiratie. Onze zustergemeenschappen vertaalden deze barmhartige zorg voor anderen in een gedreven engagement voor het welzijn van mensen met psychische problemen. Een opdracht die actueler is dan ooit… Door de jaren heen gaven 314 zusters deze zending gestalte en werkten ze haar verder uit: in de breedte, met de oprichting van een school voor psychiatrische verpleegkunde en voorzieningen in Brugge, Ieper en Kortenberg; in de diepte, in de voortdurende beleving van onze eigen spiritualiteit.

Vandaag Barmhartig leven in gemeenschap Vrouwen en mannen die ‘warmhartig’ leven, zijn mensen die zich kwetsbaar durven op te stellen voor de noden van anderen en van onze wereldbol. Of het gaat om de vraag naar aandacht voor elkaar, begeleiding, zorg voor het klimaat of wat er nog op ons moge afkomen, een barmhartig mens zal zich voor die vraag openstellen, zelfs al komt ze ongelegen, zelfs al vraagt ze een andere levenshouding, zelfs al dwingt ze je haast om keuzes te maken die indruisen tegen je normale manier van doen. Het geraakt worden door de mensen en de wereld om je heen zet aan om de handen uit de mouwen te steken. Het maakt dat je je hart laat spreken zonder je verstand opzij te zetten. Barmhartigheid brengt je met andere woorden in beweging, weg uit jezelf, weg uit je comfortabele leventje, weg uit je spontane manier van reageren bij ruzies of spanningen, weg uit het snelle oordeel en elke hardvochtigheid die ook de eigen kwetsbaarheid ontkent… Barmhartigheid veronderstelt wederkerigheid. Je neemt de ander au sérieux en zet hem in zijn kracht, waardoor je zelf ook groeit. Dat geldt ook in kleine kring, binnen onze religieuze gemeenschap. Zusters zijn doodgewone vrouwen met een ongewone levenskeuze. En dus vrouwen met een eigen karakter, persoonlijkheid, achtergrond, opvoeding en opleiding, gewoontes, hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Leven in gemeenschap is samenleven met mensen voor wie je niet zelf gekozen hebt. Je doet het omwille

8

Tussen gisteren en morgen…


van Hem, die het centrum van ons leven wil zijn. En omdat je in zijn voetspoor wilt treden, vraag je om de inspiratie van zijn Geest om met je medezusters te leren omgaan. Maar ook dan nog bots je op je eigen onmacht. Gods Geest is geen toverkracht die ons en onze medezusters tot alleen maar zachte en immer vriendelijke mede-mensen maakt. Het ideaal is niet van deze wereld… Het concrete samenleven houdt ons met beide benen op de grond. Diepe beschouwingen tijdens de meditatietijd ‘landen’ vaak sneller dan verwacht. Irritaties, verschillende visies en karakters confronteren ons met ons ongeduld, onze lichtgeraaktheid, onze boosheid, onze jaloezie enzovoort. Niets menselijks is zusters vreemd. Zuster van barmhartigheid worden: het is een levenslange gave en opgave. En dat delen we met elke mede-mens. Barmhartig zijn voor jezelf Barmhartig leren omgaan met anderen veronderstelt dat je ook barmhartig bent tegenover jezelf. Het betekent dat je eerlijk bent tegenover jezelf, in de spiegel durft te kijken en onder ogen durft te zien wat je ziet: geen volmaakte vrouw of man, maar een mens gemaakt naar het beeld van God. ‘Gemaakt naar’: geen identieke kopie maar een geliefd wezen dat mag groeien en daarvoor tijd en ruimte krijgt, met vallen en opstaan. Vooral weer opstaan. Een verrijzenisgebeuren dus. Tegelijk betekent het dat je met milde ogen kijkt naar wie je bent, zonder te veroordelen of te kleineren. Het is kijken met de blik van Jezus naar Petrus na diens verloochening. Een blik vol warme liefde, ondanks alles. Door zo’n blik word je je bewust van wat je niet goed gedaan hebt, van je zondigheid, maar word je daardoor niet verpletterd. Het is een blik die uitnodigt, oproept, verzoent en nieuwe kansen geeft. Ondanks alles blijft God in mij geloven en van mij houden. Als ik daar meer van overtuigd zou zijn, dan zou ik mezelf gemakkelijker kunnen aanvaarden met mijn fouten en kwetsuren. Ik hoef niet perfect te zijn. Daarom blijft het lied ‘Anthem’ van Leonard Cohen over de kracht van onvolmaaktheid zo sterk.

Tussen gisteren en morgen…

9


‘Ring the bells that still can ring. Forget your perfect offering. There is a crack in everything. That’s how the light gets in.’ (Luid de klokken die nog kunnen luiden. Vergeet je perfecte gave. In alles zit een barst. Langs die scheur komt licht naar binnen.) Leonard Cohen

Het is een poëtische verwoording van de uitnodiging om te geloven in je eigen (veer)kracht en om te werken met de mogelijkheden en talenten die je gekregen hebt. Tegelijk is het een uitnodiging om te geloven in de veerkracht van de ander. We mogen ons niet laten verlammen door wat niet perfect is, niet gelukt is, geen perspectief biedt. Nee, zoals elke crisis een kans in zich draagt, zo is onze kwetsbaarheid het vertrekpunt om de ander tegemoet te kunnen treden vanuit wederkerigheid en lotsverbondenheid. De barsten in ons bestaan verbinden ons misschien wel het meest met de anderen. Lotgenoten worden bondgenoten op weg naar een barmhartiger wereld, waarin we minder onverschillig en minder genadeloos worden voor elkaar. De kracht van kwetsbaarheid…

Morgen Wij, zusters van de Bermhertigheid Jesu, zien nog een hele toekomst voor ons. Een toekomst waarin zoveel mensen ons werk en ook onze spiritualiteit, de spiritualiteit van de Barmhartige, voort zullen zetten, beleven en uitdragen. Barmhartig zijn is nieuw leven geven aan een ander en daardoor zelf meer mens worden. Dit boek is daarvan een getuigenis, net als het nieuwe logo van onze congregatie, dat op de achterflap terug te vinden is. Daarin willen we doorheen de opbouw in verschillende lagen de waarden waarvoor we staan, symbolisch uitdrukken: openheid en gastvrijheid, hart-elijkheid vanuit de liefde van God, leven in verbondenheid, eenheid in verscheidenheid, elkaar barmhartig dragen in wederkerigheid.

10

Tussen gisteren en morgen…


Josiane Decock creëerde op basis van het nieuwe logo een kaft die de kern van het boek samenvat. Twee figuren omarmen elkaar in hun verscheidenheid vanuit het hart. Om het barmhartig dragen van de ander is het ons te doen. Wij vonden negen mensen bereid om te getuigen hoe zij de zeven geestelijke werken van barmhartigheid vandaag gestalte geven. Wij danken oprecht Veerle Defloor en Ann Tousseyn, Evelien Deketele, Siska Deknudt, Dirk De Wachter, Manu Van Hecke, Marijke Deconinck en het echtpaar Dennis en Valérie Jacques-Mouton. Met haar foto’s brengt Anneleen Tansens de zeven geestelijke werken van barmhartigheid creatief in beeld. Meteen schept ze zo ruimte voor verdere interpretatie. Bedankt, Anneleen. In het bijzonder danken wij Roger Burggraeve, die meteen enthousiast reageerde op onze vraag om mee te werken aan dit project. Met zijn sterke moraaltheologische achtergrond, zijn nuchtere, pragmatische kijk en zijn persoonsgerichte benadering legde hij het stevige fundament voor dit boek. Ook aan Ilse Van Halst, die als redacteur de rijke ideeën van Roger in een toegankelijke taal goot, zeggen we van harte ‘dank je wel’. We konden ook op haar rekenen voor de redactionele controle van alle getuigenissen en voor de eindredactie. Tot slot vermelden we ook graag de leden van de stuurgroep die nauw betrokken waren bij het tot stand komen van dit boek. Vera Lambert, Bénédicte Maréchal, Liesbeth Vancoillie en Greta Vervaeke waren voor Roger en mezelf geëngageerde gesprekspartners. Zonder hun kritische reflectie was dit boek niet geworden wat het nu is. In uitgeverij Lannoo – en in het bijzonder in Maarten Van Steenbergen – vonden we een stevige compagnon de route, waarvoor dank. Dit boek ligt nu in uw handen. Moge het een inspiratiebron zijn om op uw eigen manier barmhartigheid gestalte te geven, vanuit welke levensvisie ook. Samen kan het lukken: groeien in solidaire verbondenheid, de onverschilligheid voorbij… zuster Mieke Kerckhof en 27 medezusters in Brugge, Ieper en Kortenberg 21 april 2017

Tussen gisteren en morgen…

11


DEEL I Om barmhartig te zijn hoef je geen supermens te zijn


Onze menselijke ervaring als vertrekpunt

Inleiding Zeven geestelijke werken van barmhartigheid voor vandaag: die willen we in dit boek doen oplichten. Vandaag doet barmhartigheid wat ouderwets aan. En toch geloven we koppig dat er in onze tijd meer dan ooit behoefte is aan barmhartigheid, mededogen of ‘ont-ferming’, om Wannes Cappelle, zanger van Het Zesde Metaal, te parafraseren. Daarom beginnen en eindigen we dit boek met een reflectie over wat barmhartigheid is. We vertrekken vanuit de menselijke ervaring van barmhartigheid, als context en humus voor de zeven geestelijke manieren om mensen barmhartig te bejegenen. Vervolgens diepen we elk werk afzonderlijk uit en actualiseren het met een doorleefd getuigenis. Een sprekend beeld met een impressie geeft elk werk een rustpunt. Tot slot komt de barmhartigheid als goddelijk baarmoederschap aan bod, zoals we dat in het Eerste en Tweede Testament aantreffen. In het menselijke mededogen zien we God als de Barmhartige oplichten: dat is de religieuze verankering van de barmhartigheid. Andersom is er nooit sprake van Gods barmhartigheid zonder dat er sprake is van onze menselijke opdracht tot barmhartigheid.

Als zomaar een mens ons bestaan binnenvalt Wie over menselijke barmhartigheid wil spreken vanuit de Bijbel, kan niet buiten het verhaal van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10, 25-37). Vanuit deze parabel kun je het begrip ‘barmhartigheid’ tussen mensen neerzetten als verantwoordelijkheid voor elkaar. Dat is immers inherent aan barmhartigheid

14

Onze menselijke ervaring als vertrekpunt


zoals Jezus het interpreteert. Met andere woorden, barmhartigheid is geenszins het ietwat slappe neerbuigende mededogen, zoals de term vandaag vaak al te makkelijk ingevuld wordt. Het verhaal is het antwoord van Jezus op een vraag van een wetgeleerde, een specialist in de joodse Thora en aanverwanten, zoals de Talmoed. Deze wetgeleerde wil weten wat hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Jezus stelt hem als tegenvraag wat daarover in de Thora staat, en vooral hoe hij dat leest en interpreteert. Daarmee beklemtoont Jezus als ‘leermeester’ of rabbi zowel de vaststaande bron als de noodzakelijke, actualiserende hermeneutiek. De schriftgeleerde vat de 613 geboden en verboden in het jodendom samen in twee geboden, die niet alleen evenwaardig zijn maar ook onderling met elkaar verbonden, namelijk de liefde tot God en tot de naaste, het befaamde dubbelgebod van de liefde in het christendom. Op de bevestiging van deze interpretatie door Jezus stelt de wetgeleerde de inmiddels legendarische vraag: ‘Wie is mijn naaste?’ Vandaag is het voor ons moeilijk te begrijpen waarom die man zijn hoofd breekt over die vraag. Wij vinden dat niet zo’n moeilijke vraag. Wij verstaan ‘naaste’ als ‘medemens’. In zijn oorspronkelijke betekenis echter wil ‘naaste’ zeggen: de meest nabije mens, de volksgenoot, de geloofsgenoot, de proseliet of bekeerling, diegene die tot onze eigen kring behoort van nationale aard, maar ook van religieuze aard, kortom: ‘ons eigen volk’. Omdat dit te exclusief gehanteerd kan worden, voegde Israël daaraan als tegenwicht het gebod ‘bemin de vreemdeling’ toe (cf. Deuteronomium 10, 19-20). Dat gebod betreft de gerim, namelijk de vreemdelingen in de eigenlijke zin van het woord: zij die in politieke, economische of sociale nood verkeren, zoals oorlogsslachtoffers op de vlucht, verwant met ‘armen, weduwen en wezen’. Maar vreemdelingen zijn er in meerdere soorten: de toevallige voorbijgangers, handelaars of reizigers op doortocht (de nokri), maar ook de vijanden of zarim die het volk Israël bedreigen zoals de Ninevieten of de Egyptenaren, Babyloniërs en Assyriërs. De vraag ‘wie is mijn naaste?’ is de vraag naar wie eerst komt in dit lijstje: het eigen volk? De voorbijganger? De mens in nood? Of ook de vijand? Het is eigenlijk een vraag naar de voorkeursliefde. Op die ietwat tricky vraag antwoordt Jezus met het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Op een dag valt iemand in handen van rovers. In het Grieks staat er anthrôpos, wat ‘mens’ betekent. Er wordt niet bepaald of het om een man of een vrouw gaat. Het slachtoffer wordt niet gedefinieerd, terwijl de andere personen in het verhaal allen in een categorie onderverdeeld worden: de priester en de leviet behoren tot het religieuze establishment, de Samaritaan is een vreemdeling, en de herbergier is een zakenman. Dat is geen toeval. De boodschap van Jezus is

Onze menselijke ervaring als vertrekpunt

15


duidelijk: barmhartigheid beperkt zich niet tot mededogen met iemand uit je eigen volk, maar strekt zich uit tot ieder ander, ook die ander die niet tot je categorie behoort. De drie voorbijgangers zijn onderweg, niet met de bedoeling om die dag een goede daad te stellen, wel vanuit hun verantwoordelijkheid. Ze zijn onderweg om hun eigen leven waar te maken en zin te geven. Dat is de verantwoordelijkheid in de eerste persoon, zoals Paul Ricoeur stelt. Ze zijn verantwoordelijk voor hun eigen hachje. Daar is niets mis mee. Integendeel, dat is een gezonde zorg. De priester en de leviet willen dienst doen in de tempel en zo een roeping vervullen die hun leven zin geeft, en de Samaritaan is onderweg met zijn rijdier om zaken te doen. Als deze mensen ’s ochtends al gebeden hebben, merkte de joodse filosoof Levinas ooit op, dan is het wel een baatzuchtig gebed in de trant van: ‘Lieve Heer, maak dat er onderweg niets ergs gebeurt, want dan komt er van onze plannen niets in huis.’ Deze vaststelling is belangrijk omdat vandaag de neiging bestaat om de idee van barmhartigheid in te vullen als spontaan naïef altruïsme of als een heroïsche daad.

Huivering-wekkend Deze drie mensen, allen op weg met een doel voor ogen, worden plots geconfronteerd met een ander in nood. De drie reizigers noch het slachtoffer hebben gevraagd om wat hen overkomt. De ene is het slachtoffer van een misdaad en lijdt daardoor. De drie anderen worden overrompeld door iets wat ze niet gepland hebben, het onverwachte. De ander wordt voor hen een gebeurtenis die in hun bestaan binnenbreekt en het ontregelt. Dat is evenmin een aangename ervaring. De ander is een vreemde ander, met wie ze ondanks zichzelf geconfronteerd worden. Daarom is hun eerste reactie afwijzend: ‘Sorry, dit is niets voor mij. Het komt heel ongelegen. Er zal straks wel iemand anders voorbijkomen die voor deze mens kan zorgen.’ Die ander past niet in het plaatje. Dat zie je bij de priester, die letterlijk ‘per toeval’ voorbijkomt, als par accident de la route. Spontaan reageert hij door in een boog om het probleem heen te lopen. Evenzo bij de leviet. Ze beseffen beiden dat ze ‘gezien zijn’ als ze zich met die ander inlaten. Bekijk het even door onze bril. Stel dat je een kamer op overschot hebt, vang je dan een alleenstaande vluchteling uit Syrië op? Bovendien zal het niet blijven bij het ter beschikking stellen van je kamer. Je zult ook je dagindeling en je gewoontes moeten aanpassen. Met andere woorden, het zal heel wat ongemak met zich meebrengen en je

16

Onze menselijke ervaring als vertrekpunt


bestaan ontregelen. Of zoals de rabbijnse traditie het stelt: ‘De vreemdeling die je in je huis binnenlaat, maakt de vloermat vuil.’ Er speelt nog een ander gegeven. Vanuit hun sociale positie heeft zowel de priester als de leviet een argument om in een boog om het slachtoffer heen te lopen. Beiden zijn immers tempeldienaars. In de tempel mag je geen dienst doen als je onreine handen hebt, bijvoorbeeld nadat je een lijk aangeraakt hebt. Door zich in te laten met de ander die door rovers voor dood is achtergelaten, zouden ze onrein geworden zijn. Naast hun spontane afkeer voor de ander hebben beiden een excuus vanuit hun religieuze positie om beleefd ‘sorry’ te zeggen of om te doen alsof ze de ander in nood niet zien. Dat is de bekoring van de onverschilligheid. Met het opvoeren van een leviet en een priester in zijn verhaal maakt Jezus duidelijk dat je, als je echt begaan wilt zijn met de ander, soms over je institutionele beveiliging, die je een perfect excuus aanreikt, heen moet stappen. Het ontmaskert meteen de idee dat barmhartigheid wat sullig of lollig zou zijn. Toch maakt de spontane neiging om weg te lopen van de ander in nood ons wat ongemakkelijk. In die bekoring van de onverschilligheid beseffen we wel degelijk dat we eigenlijk niet aan die ander mogen voorbijgaan. Levinas spreekt van frémissement of huiver, een term die hij aan Plato ontleent: de frikè, die een beweging van terughouding in de benadering van de ander oproept. Barmhartigheid begint dus duidelijk niet met een edelmoedig elan om alles te willen doen voor die arme sukkelaar. Nee, verantwoordelijkheid begint met een crisis: ik zou willen verdergaan, maar ik mag niet. Het begint met de keuzemogelijkheid om niet onverschillig te zijn. Daarmee is nog niet gezegd wat je dan wel zou moeten doen. Vanuit de ethische huiver ontwaakt het appel om ervoor te kiezen de ander niet voorbij te lopen. Willen we barmhartig zijn, dan moeten we door dat ongemakkelijke gevoel heen er bewust voor kiezen de ander niet aan zijn lot over te laten, in het besef dat dit enorme consequenties met zich meebrengt. Op die manier begint de verantwoordelijkheid voor de ander als een ongemak over het ongemak, namelijk als een ethisch ongemak over het eigen natuurlijke ongemak. We zouden ons liever niet met de ander inlaten (natuurlijk ongemak), maar we beseffen dat dit niet mag (ethisch ongemak). Het mag duidelijk zijn dat barmhartigheid geen natuurlijke aanleg is van de mens. Het is geen dwaze naïeve goedheid noch ethische krachtpatserij. Integendeel, het is de confrontatie met de wanorde van de ander die je bestaan ongevraagd binnendringt en je eigen zekerheden aantast, waardoor je spontaan de neiging hebt om hem voorbij te lopen. Tegelijk word je vanuit een ongemakkelijk gevoel in die bekoring tot onverschilligheid voor de keuze gesteld om bewust

Onze menselijke ervaring als vertrekpunt

17


ja te zeggen tegen de ander. Dat ja om die ander niet in de steek te laten is een eerste belangrijke overwinning op jezelf, een fundamentele keuze die het vervolg van je bestaan oriënteert, of liever heroriënteert. Dan voert Jezus de Samaritaan op. In de Willibrordvertaling lezen we dat hij ‘ten diepste begaan’ is met de lijdende ander. Dat is een mooie, maar bij nader toezien toch foutieve vertaling van de Griekse term esplangchnistè, een passieve werkwoordsvorm. We herkennen het woord splangchna of ‘ingewanden, onderbuik’. Esplangchnistè betekent dus ondanks jezelf ondersteboven gegooid zijn, je maag keert ervan om, je voelt je ongemakkelijk ondanks jezelf. Op het eerste gezicht is de Samaritaan niet beter dan de priester of de leviet, want ook hij is niet goed van het lijden van de ander. De Samaritaan is dus niet het toonbeeld van spontaan altruïsme, zoals al te vaak geïnterpreteerd wordt. Nee, hij wordt geraakt, ondanks zichzelf. Het is zijn eigen verdienste niet. Dat maakt de passieve vorm van het werkwoord duidelijk. Ook hij huivert. Tegelijk is het een heel lichamelijk beeld: je bent geraakt tot in je onderbuik of schoot. Je moet er bijna van overgeven. In dat geraakt worden staat de Samaritaan, net zoals de leviet en de priester, voor de keuze om foert te zeggen en beleefd een boog te maken, of om de ander niet in de steek te laten. De Samaritaan kiest voor dat laatste: dat is zijn fundamentele keuze. Het is deze opgenomen verantwoordelijkheid die Jezus barmhartigheid noemt.

Voorbij de onverschilligheid Wat doet de Samaritaan concreet? Hij stapt van zijn rijdier af en gaat naar de ander. Hij wacht dus niet tot deze bij hem komt met een verzoek. Hij ziet de nood van de ander en neemt zelf het initiatief. Hij giet olie en wijn op zijn wonden. Kortom, hij geeft eerste hulp bij ongelukken. Hij doet wat er gedaan moet worden om de wonden te ontsmetten, zodat die kunnen genezen. Dat ligt in de lijn van de hele Bijbelse, joodse en christelijke traditie: het doen is belangrijk, zelfs belangrijker dan het weten en het hopen. Denk maar aan de vraag van de wetgeleerde aan Jezus: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ Gods verbond wordt maar reëel wanneer Israël antwoordt op de uitverkiezing door de Wet (Thora) te volbrengen. Het christelijke geloof wordt maar reëel in de voltrekking van de agapè of de liefde. Barmhartigheid vloeit dus niet voort uit een gevoel van sympathie met de ander. Je betoont de ander geen barmhartigheid omdat je je tot hem aangetrokken voelt. Er is geen klik van herkenning. Je vindt jezelf niet terug in de ander.

18

Onze menselijke ervaring als vertrekpunt


Leren in dialoog door je te laten raken Al wie zijn studies aanvat op onze school ‘ZoWe Verpleegkunde’ droomt ervan om een goede verpleegkundige te worden. Ze verwachten nieuwe zaken aan te leren en hebben een niet-aflatende honger naar kennis, vooral technische kennis. Anatomie, pathologie, inspuitingen, wondzorg, bloedafnames: studenten hebben een te-lerenlijstje waarop ze graag de ene verworvenheid na de andere willen afvinken. Van docenten wordt vooral verwacht dat ze kennis doceren, inzichten helpen verwerven, links leren leggen en vaardigheden aanleren. Dat veronderstelt dat de docent de vereiste kennis en de nodige vaardigheden bezit en die doorgeeft aan de student. Het is een essentieel aspect van het onderwijs, maar slechts een van de vele facetten van ‘onderrichten’ op school. Een goedgevulde rugzak Studenten zijn geen onbeschreven blad op het moment waarop ze de school binnenwandelen. Ze hebben een eigen persoonlijkheid en dragen elk hun eigen rugzak, vol zichtbare en minder zichtbare kwaliteiten en beperkingen. De goede verpleegkundige in de student helpen ontplooien, betekent enerzijds de kwaliteiten van studenten naar boven halen en versterken en anderzijds de impact van beperkingen helpen overbruggen of inperken. Het is zoeken naar de kracht in de student, als mens en als verpleegkundige. Als docent probeer je om steeds opnieuw de reeds aanwezige zaadjes water te geven en te doen ontkiemen om zo de student de ruimte en de kans te geven om te bloeien en groeien. Dat vraagt een benadering op maat van de individuele student. Een docent getuigt: Tijdens een stage begeleidde ik Lisa, een studente met weinig zelfvertrouwen. In het secundair volgde ze bijzonder onderwijs. Lisa wil dolgraag verpleegkundige worden, ook al waarschuwen sommige mensen uit haar omgeving haar dat dit te hoog gegrepen is. Ze moet hard werken. Hoewel haar inzet niet altijd het gewenste resultaat oplevert, zet Lisa toch door. Inmiddels beëindigde ze haar tweede jaar met succes. Voor haar stage opteerden de afdeling en ik voor een positieve aanpak. We wilden Lisa op die manier de veiligheid en ruimte geven om te oefenen en zich goed te voelen in een team. De belangrijkste doelstelling van de stage bestond erin te durven kijken naar je positieve eigenschappen, in plaats van te blijven dubben over wat niet goed lukt. Lisa voelde dat aan en benutte de kans ten volle. Ze bloeide open en liep een heel goede stage.

1 - Onwetenden onderrichten: ruimte scheppen

41


Dit getuigenis illustreert hoe ervaringen het leer- en groeiproces van een student kunnen versterken en verdiepen. Vaak onbewust doet iedereen elke dag ervaringen op in tal van contexten. Als docent probeer je dagelijks om die kennis, vaardigheden en ervaringen naar boven te halen, te benoemen en er samen met studenten over te reflecteren. Zo bouw je verder op de basis die de student al heeft. Leren als proces De kennis, vaardigheden en ervaringen van de studenten zijn erg uiteenlopend. Ze worden gekleurd door de manier waarop zij in het leven staan. Elke student heeft zijn eigen kijk en interesses. Interactie en uitwisseling zorgen voor boeiende kruisbestuivingen. Die diversiteit creĂŤert een rijk leerklimaat op school. Als docent streef je ernaar om voortdurend een sfeer van veiligheid, echtheid, ontvankelijkheid en betrokkenheid te scheppen waarbij je via reflectie samen met studenten op weg gaat, zonder te oordelen of de zaken voor hen in te vullen. De focus ligt immers niet alleen op het eindproduct maar evenzeer op het leerproces dat een student doormaakt. Een docent vertelt: Tijdens de studiedagen over bezieling in zorg wordt vooral geleerd door te luisteren naar elkaar. Dankzij een sfeer van oprecht vertrouwen in elkaar durven studenten zich kwetsbaar op te stellen. Onlangs begeleidde ik een groep waarin studenten met veel respect naar elkaar konden luisteren. Daardoor durfde Davy ervaringen uit het verleden te verwoorden die hij tot op heden nog geen plaats had kunnen geven. Op vraag van de klas en Davy zelf werkten we allen nog een halve dag extra aan dat thema. Niet alleen Davy voelde zich gedragen, de gebeurtenis had ook een sterke impact op de hele groep. Nadien spraken enkelen me erover aan en vertrouwden ze me toe dat die dagen veel voor hen betekend hadden. Dit voorbeeld illustreert hoe studenten leren samenwerken in verbondenheid met elkaar en groeien dankzij elkaars ervaringen. Ze zoeken naar zichzelf in dialoog met anderen. Jezelf steeds opnieuw versterken dankzij ervaringen en ontmoetingen is een belangrijke vaardigheid als mens en als verpleegkundige. In ontmoetingen op stage of in lessen komen studenten geregeld in aanraking met kwetsbare mensen. Dat laat hen niet onbewogen. Ze worden werkelijk geraakt door het lijden van anderen en kunnen daardoor soms even het noorden kwijt zijn. Geraakt kunnen worden is een positieve kwaliteit als verpleegkundige. Zozeer bij de ander betrokken zijn dat je zelf volledig van de kaart bent, is evenwel niet houdbaar en

42 

1 - Onwetenden onderrichten: ruimte scheppen


werkt verlammend. Aan docenten om studenten te leren een evenwicht te vinden tussen ‘geraakt worden’ en ‘weerbaar zijn’. De blik verruimen Tijdens de opleiding doen studenten dagelijks nieuwe kennis en inzichten op. Als docent sta je daarbij voor de uitdaging om hen te stimuleren om hun blik te verruimen en de leermomenten daadwerkelijk op te zoeken. Dat is een niet te onderschatten opdracht. Het impliceert dat je studenten uit hun comfortzone haalt en leert out of the box te denken binnen een veilige leeromgeving. Het is dus een voortdurend zoeken naar een evenwicht tussen het prikkelen van de studenten enerzijds en het bieden van veiligheid en zekerheid anderzijds. Concreet start dat proces vaak met het stimuleren van de student om naar zichzelf te durven kijken. Wie ben ik? Hoe kijk ik naar en reageer ik op anderen? Waarom doe ik dat zus en niet zo? Hoe ziet de ander mij? De ontmoeting met anderen, botsende visies, moeilijke feedback enzovoort brengen vaak extra vragen en twijfels mee. Voor heel wat studenten is dat een confronterend proces van vallen en opstaan. Bovendien is het belangrijk om studenten fouten te laten maken en om hun te leren dat we niet verwachten dat ze alles kunnen en weten. ‘Niet weten’ of ‘niet kunnen’ is menselijk en maakt je net ontvankelijk voor anderen. Bijleren en op professioneel en persoonlijk vlak groeien is een levenslang leerproces. Een docent getuigt: Ik begeleidde laatst een studente die al zorgkundige was en al tien jaar werkervaring had. Caroline had het niet gemakkelijk op stage. Ze had het gevoel dat ze niet voldoende leerkansen kreeg en vooral moest uitvoeren wat ze al goed kon. Dat frustreerde haar. Ik spoorde haar aan om dat met de mentor en de hoofdverpleegkundige te bespreken. We overliepen samen hoe ze dat het best kon aanpakken. Ik gaf haar de veiligheid dat ik erbij zou komen om het samen te bespreken, als het gesprek met de mentor en de hoofdverpleegkundige niet zou vlotten. Ze twijfelde. Ze wilde de zaak liever laten rusten en op haar tanden bijten. Na een tijd durfde ze het toch aan om het probleem aan te kaarten. De mentor en de hoofdverpleegkundige luisterden en hielden rekening met haar feedback. Daarna kreeg Caroline meer ruimte en kansen om ook nieuwe zaken te leren. Ze groeide zienderogen. Aan het einde van de stage kreeg ze zelfs een pluim voor de manier waarop ze de situatie aangepakt had. Wat was ze opgelucht! Ze was dankbaar voor het kleine duwtje in de rug. Zo had ze haar grenzen verlegd en geleerd dat open communicatie niet noodzakelijk voor problemen zorgt.

1 - Onwetenden onderrichten: ruimte scheppen

43


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook