Skip to main content

9789401441766

Page 1

De kloof

IS EUROPA NOG VAN ONS?

ESTHER DE LANGE IVO BELET


INHOUD

Voorwoord 7 1 Mijn God, Europa 9 2 De groeipijnen van Europa 17 3 Wie niet groot is, moet slim zijn 41 4 De interne markt piept en kraakt 57 5 Made in the world 83 6 De Chinezen komen! 115 7 Harde grenzen, zachte waarden 139 8 Zwartrijders 159 9 Schuld en boete 187 10 Januskop 211 11 Wij 233


Bruce Springsteen in Born to Run:

I am here to provide proof of life to that ever elusive, never completely believable ‘us’. That is my magic trick. And like all good magic tricks, it begins with a set-up.


VOORWOORD

Wie van Maastricht naar Hasselt rijdt, verlaat de stad aan de westelijke kant. Vanaf de rotonde voor het moderne gebouw van de rechtbank leidt de Via Regia door de buitenwijken de velden in. De naam van deze doodgewone rijksweg herinnert aan een roemrucht verleden. Ooit de snelweg van het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote, vormde de Via Regia in de middeleeuwen de belangrijkste oostwestroute van het Europese continent. Van Brugge via Brussel naar Aken, dwars door het huidige Duitsland, liep ze via Krakau en Vilnius tot aan Kiev en Moskou. Deze Via Regia voert ons anno 2017 langs de bescheiden voormalige grenspost van Veldwezelt, waarna de naam van de weg verandert in Tweede Carabinierslaan. Met deze naam staan de Belgen stil bij een recenter verleden. Het Tweede Carabiniersregiment uit de kazerne van het Brusselse Schaarbeek werd eind april 1940 naar de Belgisch-Nederlandse grens gestuurd ter verdediging van het Albertkanaal. Tot op 10 mei 1940 de Duitsers binnenvielen. Langs deze onopvallende N2 tussen Maastricht en Hasselt, die langs velden met suikerbieten en koolzaad voert, liggen eeuwen historie verborgen. Dit is de streek waar wij vandaan komen. Onze geboortegrond is Spaans, Oostenrijks en Frans geweest. En afgedwongen Duits. Na de Belgische onafhankelijkheid in 1831 bleven beide Limburgen korte tijd samen een onderdeel van het nieuwe Koninkrijk België. Vervolgens werden ze weer gescheiden in een Belgisch en een Nederlands Limburg. Als er één streek is waar het toevallige karakter van grenzen duidelijk wordt, dan is het hier wel. Mensen spreken er dezelfde taal,

7


delen er dezelfde cultuur en trekken zich van die grensovergang doorgaans weinig aan. De grens als een toevallige potloodstreep. En toch, als er één gebied is waar de verwoestende kracht van grenzen zichtbaar is geworden, dan is het ook hier. De grens die het verschil maakte tussen neutraliteit en de verwoesting van de Grote Oorlog die van 1914 tot 1918 werd uitgevochten. De grens die families uit elkaar rukte en de ene broer tegenover de andere stelde. De grens dus ook als een niet te overbruggen kloof. De geschiedenis van Europa is een aaneenschakeling van dergelijke grensgevallen. Door over grenzen heen samen te werken, is Europa erin geslaagd rust, vrede en welvaart te brengen op een continent dat eeuwenlang in het teken stond van onderlinge strijd. De Europese Unie is daartoe een instrument – niet perfect, wel uniek. In een tijd waarin harde grenzen, hoge hekken en een ‘iedervoor-zich-mentaliteit’ weer aan populariteit winnen, is het hoogstnodig op te komen voor die unieke, maar o zo kwetsbare samenwerking. Je hoeft maar van Maastricht naar Hasselt te rijden om in te zien waarom.

8  Voorwoord


1 MIJN GOD, EUROPA

Dit boek is een daad van verzet. Wij willen niet meegaan in de stroom van pessimisme, wantrouwen en fatalisme als het om Europa gaat. Dat wil niet zeggen dat wij blind zijn voor de grote gebreken die de Europese Unie vertoont. Pas als je ook de zwakke plekken weet te benoemen, kun je een betere agenda voor de toekomst opstellen. Dat wil dit boek doen. In de wetenschap dat grensoverschrijdende problemen om een grensoverschrijdende oplossing vragen. En in de overtuiging dat er nog steeds meer is dat ons bindt dan wat ons uit elkaar drijft. Dit boek is bewust geen academisch boek, maar geschreven vanuit de dagelijkse praktijk en ervaring van twee Europese politici uit twee verschillende landen. Met concrete voorbeelden, anekdotes en voorstellen. De termen EU en Europa worden door elkaar gebruikt, zoals we dat ook in gesprekken doen. Ondanks alle – vaak ook zeer terechte – kritiek blijft de Europese Unie een uniek politiek project, dat ons de afgelopen decennia veel gebracht heeft. Het is een manier van samenwerken over de grenzen heen die perspectief biedt om onze democratieën onderling te verbinden. Het is ook een manier om overeind te blijven in de wereldwijde globaliseringsstorm en de controle terug te geven aan de burgers. We maken ons grote zorgen over de toekomst van dat unieke instrument. Vooral omdat wij constateren dat onze politieke leiders ernstig

9


tekortschieten in daadkracht. Menig politicus heeft een januskop: men is Europeaan in Brussel, maar toont bij thuiskomst een heel ander gezicht. Door de passieve houding van de politieke leiding breiden crisissen zich uit als olievlekken en neemt de publieke onvrede toe. De burger voelt zich bedreigd en wil de controle over zijn bestaan terug. Dat uit zich in een steeds luidere roep om meer zelfbeschikking, waarbij het recht wordt opgeëist om eigen keuzes te maken en zelfstandig te beslissen. Die drang naar zelfbeschikking komt in de praktijk vaak tot uiting als ‘we willen minder Europa’. Niet alleen in Europa, maar overal in de ‘westerse wereld’ wordt geflirt met autoritair leiderschap en machtsvertoon om het gebrek aan controle te verhullen. Het is dé paradox van deze tijd: politici die zich afzetten tegen ‘Brussel’ omdat ze zelf de controle terug willen en precies daardoor het laatste greintje controle verliezen. Want de grote onderwerpen van deze tijd – veiligheid, migratie, een eerlijke economie – vragen om grensoverschrijdende oplossingen. In de huidige onvrede klinkt ook een roep om meer betrokkenheid. Maar zolang we ons niet verdiepen in de materie, zolang nationale politici geen verantwoordelijkheid nemen voor besluiten die ze zelf in Europa hebben genomen, zolang Brusselse politici hun bubbel niet uitkomen en zolang media besluiten dat de Europese Unie (EU) vooral het buitenland is, krijgt de burger nooit fatsoenlijk de kans om betrokken te zijn. Natuurlijk is de EU zelf verre van perfect. Het is work in progress, en er is veel voor verbetering vatbaar. Maar afgezien daarvan speelt nog iets heel anders. De huidige tijd vraagt om een heel andere unie dan de twintigste eeuw. De onderliggende vraag is dan ook: ga je mee in het Europa-bashen van de laatste jaren of durf je nog je nek uit te steken voor de Europese samenwerking? Wij zijn ervan overtuigd dat een nieuwe generatie Europeanen het initiatief moet nemen om het vertrouwen in Europa te herstellen. Wij willen ons niet

10  Mijn God, Europa


laten meesleuren door de golven van angst en wantrouwen die onze samenlevingen overspoelen en die ons verdelen.

CRISIS ALS KANS? De problemen van vandaag zijn natuurlijk geen nieuw fenomeen. De Europese integratie heeft vanaf het begin grote crisissen moeten doorstaan. Het mislukken van de Europese Defensiegemeenschap in de jaren vijftig van de vorige eeuw was een eerste tegenslag voor het jonge samenwerkingsverband van zes lidstaten. Aan de economische stagnatie en het gebrek aan enthousiasme voor Europese samenwerking in de jaren zeventig en tachtig hielden we zelfs de term ‘eurosclerose’ over. Verkalking van de Europese levensaders.

Medio jaren tachtig was ik een halfjaar stagiair bij het Europees Parlement. Het secretariaat bevond zich toen nog op de Kirchberg in Luxemburg. Ik was net afgestudeerd, had weinig geld, reed met mijn deux-chevaux elke zondagavond naar Luxemburg, waar ik een kamer had betrokken in het riante huis van een sympathieke Nederlandse beambte bij het parlement. Het was een boeiende periode, omdat het een interessante biotoop was om in te werken, niet omdat het de Europese politiek voor de wind ging. Integendeel. Niets leek te lukken. Ik herinner me levendig dat de ene na de andere Europese top de mist inging omdat Margaret Thatcher de boel blokkeerde. De Britten wilden, toen al, de miljarden terug die ze volgens hen te veel bijdroegen aan het EU-budget. Dat ze ook ontzettend veel voordelen haalden uit hun lidmaatschap van die grote Europese binnenmarkt, was voor hen geen argument. De EEG telde toen nog maar negen lidstaten en het was

Mijn God, Europa  11


een deprimerende tijd voor Europa. De lidstaten kreunden nog onder de nasleep van de zware oliecrisis. De werkloosheid, zeker onder jongeren, was hoog. En met Thatcher erbij lukte dus niets. Pas toen Jacques Delors het roer overnam bij de Europese Commissie werd het Europese schip geleidelijk aan weer vlot getrokken. De in Europa geldende logica wil dat een crisis echter altijd als een kans moet worden gezien. What doesn’t kill you, makes you stronger. Sterker nog, volgens de grondleggers van de Europese Gemeenschappen waren het juist dergelijke crisissen die uiteindelijk Europa zouden maken. Of zoals Jean Monnet al schreef in zijn Mémoires: ‘L’Europe se fera dans les crises et elle sera la somme des solutions apportées à ces crises.’ Zelfs de ‘morning after’ van het Brexit-referendum, toen duidelijk werd dat voor het eerst een land de Unie wilde verlaten, vertoonden sommige hoofdpersonen weer de oude vertrouwde reflex dat een crisis eigenlijk goed is. De huidige crisis is echter een geval apart. De cruciale vraag is of de methode van grondlegger Jean Monnet anno 2017 nog werkt. De cohesie wordt vandaag razendsnel minder sterk. De onderlinge verschillen tussen de landen, de neiging tot isolationisme en het achterstallige onderhoud aan de instellingen en procedures van de EU vallen samen met de grootste vluchtelingenstromen sinds de Tweede Wereldoorlog, het moment dat Europa voorzichtig opkrabbelt uit een ongekende economische malaise, de terreurdreiging en de komst van een zeer nationalistisch ingestelde president in het Witte Huis. Vaak wordt er gewezen op deze perfect storm van meerdere gelijktijdige crisissen als oorzaak van de huidige stilstand. Er gebeurt simpelweg te veel en de verschillen tussen de lidstaten zijn te groot om de motor aan de gang te houden, luidt de redenering. Dat impliceert dat we dringend op zoek moeten naar een nieuwe me-

12  Mijn God, Europa


thode om onszelf uit het moeras te trekken. Andere recepten dringen zich op. Duidelijk is in elk geval dat het enthousiasme en de bevlogenheid voor Europa ver te zoeken zijn. De ideologische rek van een Europa van 28 landen lijkt zijn maximale spankracht bereikt te hebben. In de oudere lidstaten beroept men zich op de morele plicht om vluchtelingen op te vangen en de lasten daarvan eerlijk te verdelen, maar in de nieuwere lidstaten wordt het ‘Wir schaffen das’ van de Duitse bondskanselier Angela Merkel over de toestroom van vluchtelingen ervaren als een Duits dictaat. Werden de vrijheden en open grenzen ooit bejubeld, dan is deze vrijheid nu voor velen ook een bedreiging geworden op de arbeidsmarkt of in de buurt. De herinnering aan de wereldoorlogen en het verdeelde Europa is niet langer de primaire drijfveer voor ons handelen. Waar de collectieve herinnering van die allesverwoestende oorlogen langzaam vervaagt, verdwijnt ook de onzichtbare drang tot vreedzame samenwerking bij de volkeren van het Europese continent. Hoeveel tijd we ook besteden aan onze geschiedenis en het eren van de bevrijders, de verzetshelden en de wederopbouwers, de stuwende en verenigende kracht van deze herinnering ebt langzaam weg. Rond de tafel van de Europese Raad waar de EU-leiders bijeenkomen, zitten geen leiders meer die het oorlogsgeweld in levenden lijve hebben meegemaakt. Twintigers en dertigers kennen de val van de Berlijnse Muur alleen uit de geschiedenisboeken. Een unie zonder idealen is kil en berekend, en zal er niet in slagen de volkeren van Europa te verenigen zoals de oorlog dat wel deed.

KLAPPEN Vandaag zit Europa in de hoek waar de klappen vallen. Het is een slecht merk geworden waar heel wat mensen, politici incluis, zich

Mijn God, Europa  13


in vaak felle bewoordingen van distantiëren. ‘Brussel’ is een scheldwoord geworden. De geliefkoosde schietschijf van extreemrechts én van extreemlinks. Rechts mijmert over een terugkeer naar de natiestaat, die zich loskoppelt van Brussel en uit de euro stapt. Links verwenst Europa omdat het asociaal is en schildert het af als het project van het grootkapitaal. In een mum van tijd is de Europese Unie synoniem geworden met een gebrekkige constructie die zou lijden aan een democratisch tekort, waar de gewone burger niet bij betrokken is en waar akkoorden worden bedisseld in besloten achterkamertjes. Sommige verwijten aan het adres van Europa zijn onterecht, soms zelfs ronduit grotesk. Op termijn is een dergelijke situatie uiteraard gevaarlijk, omdat we de fundamenten laten wegslaan onder een gebouw dat van wezenlijk belang is voor onze welvaart en die van onze kinderen. Maar een aantal verwijten snijdt helaas wél hout en moet Europa aanzetten tot inkeer en actie. Doen alsof dat niet zo is, doet Europa meer kwaad dan goed. Laten we bovendien niet doen alsof het inhakken op Europa uitsluitend op de flanken een geliefkoosde bezigheid is. Ook bij de centrumpartijen klinkt de kritiek steeds luider en zoekt men vaak vergeefs naar hun standpunt over Europa. ‘Met Europa win je geen verkiezingen. Met Europa kun je alleen maar verkiezingen verliezen’, luidt het daar. Redactieteams van kranten en tv-programma’s worstelen met hun wens om aandacht aan Europa te besteden en de angst om lezers of kijkers te verliezen met dit onpopulaire onderwerp. Houd een fundamenteel debat over Europa dus vooral weg uit je verkiezingscampagne en van de buis, luidt het devies, want het kost je stemmen en mensen zappen weg. ‘Terwijl de Europese Unie is uitgebreid, is de wereld zelf complexer en veranderlijker geworden, steeds sterker onderling verbonden en globaler geworden en als gevolg daarvan steeds minder “eurocentrisch”. Ondanks

14  Mijn God, Europa


een grotere en sterkere Unie lijkt Europa het idee te geven dat het enigszins oud en vermoeid is, zich steeds minder een deelnemer voelt in een wereld die het vaak afstandelijk, wantrouwend en soms zelfs met achterdocht benadert.’ Het beeld dat paus Franciscus van Europa schildert, op die 25ste november 2014 in het Europees Parlement, is somber, maar correct. Niet meer de lieflijke Fenicische prinses die we kennen van de klassieke schilderijen in onze grote musea, maar een ietwat vermoeide oudere dame. Of in de woorden van Ian McEwan in zijn roman Nutshell: ‘Ancient Europa, sclerotic, relatively kind, tormented by its ghosts, vulnerable to bullies, unsure of herself, destination of choice for unfortunate millions.’ Een facelift alleen zal niet volstaan.

ACTIE EN PERSPECTIEF Dit boek is vooral een aanzet tot actie. En het hoopt een bijdrage te leveren aan de discussie over welk Europa we willen. In elk geval een Europa dat weer inspireert, jongeren hoop geeft en aansluiting vindt bij de bevolking. Daar is meer dan ooit behoefte aan in deze ‘scharniertijd’. We leven letterlijk in een overgangstijd, op weg naar de digisamenleving, een transitietijd die gepaard gaat met sterke ontwrichting en een verlies van zekerheden. De regie waar mensen naar snakken kan alleen herpakt worden als we over grenzen heen samenwerken, of het nu om migratie, onze veiligheid, een eerlijke arbeidsmarkt of internationale handel gaat. Daar is wel een ander Europa voor nodig dan we nu zien. Wat moeten dan de contouren zijn van een agenda die weer perspectief biedt? Hoe moet een Europese Unie voor de 21ste eeuw eruitzien? Een Europa dat niet langer doorschiet in details, maar zich richt op hoofdtaken. Een Europa ook dat niet langer naïef is in een wereld waar het spel keihard wordt gespeeld. Maar een Europa dat de kloven

Mijn God, Europa  15


die wij in dit boek beschrijven weet te overbruggen. Lukt dat niet met 28 (bijna 27?) landen, dan maar met een kleine groep gelijkgezinden. Niets doen is geen optie meer. De globalisering dwingt ons om te handelen. Tenminste als wij in Europa onze welvaart en veiligheid willen behouden en verder verbeteren. Europa mag dan eeuwenlang de maat der dingen geweest zijn, binnenkort telt het nog maar vijf procent van de wereldbevolking. We zullen bijgevolg moeten accepteren dat Europa niet langer de norm is op het wereldtoneel. Voor onze ouders was stilstand een gebrek aan vooruitgang, voor onze generatie staat stilstand gelijk aan achteruitgang. Dat is de harde werkelijkheid vanwaaruit wij dit boek schrijven. Hoe minder wij doen, hoe lastiger het wordt voor onze kinderen.

16  Mijn God, Europa


2 DE GROEIPIJNEN VAN EUROPA

Het Luxemburgplein in Brussel ligt midden in de zogenoemde Europese wijk. De grondleggers van Europa zouden hier anno 2017 verbaasd om zich heen kijken. Ze kennen de wijk, want de Europese Commissie zetelt er al sinds 1958. Maar ze zouden er weinig herkennen. Het klassieke gebouw van het oude treinstation Brussel Leopoldswijk, op de lijn van Brussel naar Luxemburg, is in zijn volle glorie gerestaureerd, maar lijkt opgeslokt door de gebouwen in glas en staal van het Europees Parlement die zich er vlak achter en naast bevinden. Alleen het nummer van buslijn 54 verwijst nog naar de trolleybus met hetzelfde nummer die in de dagen van Schuman en Monnet de centrumwijk Vorst via het Luxemburgplein met de rand van de stad verbond. De trolleybus legde midden jaren zestig zijn laatste rit af en is nu alleen nog maar te bezichtigen in het Brusselse Trammuseum. Het stationnetje werd overdekt en heet inmiddels Brussel-Luxemburg. En eind jaren tachtig werd op de plaats van het oude rangeerterrein en een brouwerij begonnen met de bouw van het huidige Europees Parlement. Of preciezer uitgedrukt: de Brusselse locatie van het Europees Parlement. Want nog steeds stappen medewerkers en parlementariërs één keer per maand met hun rolkoffers op het kleine stationnetje Brussel-Luxemburg in de trein die ze naar Straatsburg brengt, de officiële zetel van het Europees Parlement, waar de plenaire vergaderingen plaatsvinden. Het stationnetje is zo sym-

17


bolisch voor de huidige stand van de EU. Volwassen geworden, maar nog steeds lijdend onder allerlei groeipijnen. Dit hoofdstuk gaat over de kloof tussen het Europa van de beginjaren en de nieuwe Unie waar de 21ste eeuw om vraagt. En over de kloof tussen een aantal hardnekkige plagen en de onderwerpen waar het echt over zou moeten gaan. Hoe staat onze Unie er in 2017 voor? Hoe zouden de grondleggers van de Europese Unie, Monnet, Schuman en De Gasperi, reageren op het huidige Europa? Wat zouden zij zien als ze een snapshot van de EU anno 2017 voorgeschoteld kregen?

HERMSDORF IN HET HART VAN EUROPA In de eerste plaats zouden ze een grotere Unie zien dan zij wellicht ooit hadden kunnen denken. In de tijd van Monnet hield Europa op nauwelijks vijfhonderd kilometer van Amsterdam of van Brussel al op. Daar lag de grensovergang Herleshausen, een van de drie oorspronkelijke grensovergangen voor auto’s tussen West-Duitsland en de DDR. Even verderop, in de deelstaat Thüringen, ligt de plaats Hermsdorf, ingeklemd tussen twee belangrijke autosnelwegen. Hier kruist de autosnelweg van Berlijn naar München de oostwestverbinding A4, een belangrijke verkeersader door het midden van Duitsland. Niet toevallig liet Hitler hier al in 1936 een wegenknooppunt bouwen: het Hermsdorfer Kreuz. Dit knooppunt is het op een na oudste van Duitsland en zo bepalend voor de identiteit van Hermsdorf dat het deel uitmaakt van het stadswapen. Na de bouw van de Muur en het IJzeren Gordijn nam het belang van het knooppunt af en werd het beduidend stiller rondom Hermsdorf. Maar na de val van

18  De groeipijnen van Europa


de Muur werd het knooppunt een van de eerste grote Baustellen van het verenigde Duitsland. Inmiddels passeren dagelijks meer dan honderdduizend voertuigen het knooppunt, op weg van de Baltische Staten naar Oostenrijk en Italië en van de Benelux richting Polen. Hermsdorf ligt weer in het hart van Europa.

Hermsdorf was mijn eerste kennismaking met ‘het andere Europa’. Een bewuste keuze was het niet. Hermsdorf was en is de woonplaats van een penvriendin van mijn moeder. In de jaren zestig schreven ze elkaar regelmatig. Totdat het contact van de ene op de andere dag ophield. Maar na ruim twintig jaar volgde er in het voorjaar van 1990 toch weer een brief, met excuses voor het abrupte einde aan de correspondentie. Wegens de nieuwe baan van haar man voor een rakettenfabriek moest ze het contact met het kapitalistische Westen verbreken. Om een lang verhaal kort te maken: in de zomer van 1991 trokken mijn ouders met hun drie puberdochters naar het midden van Duitsland. Onze eerste kennismaking met het Weimar van Goethe en Schiller. En met een ‘Plattenbau’-flat in Hermsdorf in een communistisch betonnen flatgebouw, die veel te klein was voor ons hele gezelschap. Daarom trokken we al snel naar het tuinhuisje van de familie in de Gartensiedlung waar, zo bleek snel, een groot deel van het sociale leven van Hermsdorf zich afspeelde. De gastvrijheid was ongekend, en er hing een ongedwongen, open sfeer. De overeenkomsten met het West-Duitsland dat ik veel beter kende, waren groot: de taal uiteraard, het bier en het assortiment Bratwurst op de barbecue. Maar toch. De producten in de supermarkt waren vreemd en onbekend, en in de lucht hing de geur van bruinkool en de uitlaatgassen van de vele Tra-

De groeipijnen van Europa  19


bantjes. Zo hetzelfde, maar toch zo anders. Dat gegeven blijft me fascineren aan Europa en de Europeanen. Onze overeenkomsten, daarop lag in Europa de nadruk na de val van de Berlijnse Muur, in die bizarre, vreugdevolle nacht van 9 op 10 november 1989. De grote toeloop bij de grensovergangen tussen Oost- en West-Berlijn ontstond na een fout van regeringswoordvoerder Günter Schabowski. Net iets voor zevenen ’s avonds, aan het eind van de dagelijkse persconferentie van de DDR-regering, is aan zijn lichaamstaal overduidelijk te zien dat hij zelf niet helemaal zeker is of het wel klopt wat hij daar zegt. In Oost-Berlijn is het al maanden onrustig. DDR-burgers vluchten via buurlanden als Hongarije in groten getale naar het Westen. Voor hem ligt een conceptverordening die het reizen van DDR-burgers in goede banen moet leiden. Gevraagd naar het moment waarop deze regels in werking treden, krabt Schabowski even aan zijn hoofd en zegt met gefronste wenkbrauwen: ‘Das tritt nach meiner Kenntnis…, ist das sofort, unverzüglich’ (‘Naar mijn mening geldt dat vanaf uh, dat treedt meteen in werking, met onmiddellijke ingang’). Met deze weifelend uitgesproken woorden was het hek definitief van de dam. Achteraf weten we dat Schabowski inderdaad een fout maakte. De conceptregeling moest later die avond nog formeel door de Raad van Ministers van de DDR worden aangenomen en zou pas de volgende dag ingaan. Belangrijker nog, de grenswachten bij de overgangen tussen Oost en West waren nog niet geïnformeerd en hun instructies waren duidelijk: schieten bij ongeoorloofde passage. We vergeten het weleens, als we de blije beelden van die nacht terugzien, maar de situatie was niet zonder gevaar. Dat er die nacht geen schoten zijn gelost, mag een klein wonder heten. Uiteindelijk ging de slagboom aan de Bornholmer Straße omhoog en werd het IJzeren Gordijn definitief geopend.

20  De groeipijnen van Europa


‘Jetzt wächst zusammen was zusammen gehört’ (‘Nu groeit naar elkaar toe wat bij elkaar hoort’), zei de Duitse oud-minister van Buitenlandse Zaken, Willy Brandt, waarmee hij de eerste vooraanstaande sociaaldemocraat was die zich uitsprak voor een snelle vereniging van Duitsland. Niet iedereen deelde immers de haast van Helmut Kohl. Parijs zat niet te wachten op een verenigd Duitsland dat 22 miljoen meer mensen zou tellen dan Frankrijk. En ook Margaret Thatcher stond in eerste instantie op de rem. Dat de Nederlandse premier Ruud Lubbers die voorzichtigheid van Thatcher steunde, is hem door Kohl zeer kwalijk genomen. Het zou Lubbers jaren later de post van voorzitter van de Europese Commissie kosten, want Helmut Kohl sprak daar toen zijn veto over uit. Helmut Kohl kreeg zijn zin. Op basis van zijn ‘tienpuntenplan’ was de Duitse eenwording op 3 oktober 1990 een feit. De DDR ging op in de BRD en daarmee in de Europese Gemeenschap. Andere landen die lid wilden worden van de club moesten eerst een toetredingsproces doorlopen. Op basis van de zogenaamde Kopenhagencriteria uit 1993 werden de kandidaten tegen het licht gehouden. Is er sprake van een democratie en rechtsstaat? Kan het land de concurrentie op de interne markt aan? En heeft het land de bestaande Europese wetgeving ingevoerd? Ieder land werd individueel onder de loep genomen en zou op zijn eigen merites worden beoordeeld, werd er gezegd. Vaak werd de vergelijking gemaakt met een zeilwedstrijd: wie als eerste de eindstreep van het toetredingsproces bereikte, mocht ook als eerste toetreden. Men ging vol vertrouwen aan de slag. Al snel was er geen sprake meer van een regatta, maar werd er gesproken over een uitbreiding in twee groepen. Moeilijk werd het pas toen duidelijk werd dat de kleine Baltische boten pijlsnel door de diepe wateren van het toetredingsproces schoten, terwijl het een aantal grotere landen minder voor de wind ging. Polen dreigde, puur op basis van zijn tussenrapportages, zelfs naar de tweede uit-

De groeipijnen van Europa  21


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Auteursfoto: © Thomas Sweertvaegher Omslagontwerp: Studio Lannoo Vormgeving: Studio Lannoo en Keppie & Keppie © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 en Esther de Lange en Ivo Belet d/2017/45/367 – isbn 978 94 014 4176 6 – nur 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401441766 by Uitgeverij Lannoo - Issuu