TESTOSTERON REX
CORDELIA FINE
TESTOSTERON REX Het einde van de gendermythe
VOOR ISAAC EN OLLY
Vertaling Fred Hendriks Vormgeving Studio Lannoo Omslagillustratie Shutterstock Auteursfoto Future Vintage Studio Copyright © 2017 by Cordelia Fine © Nederlandse editie: Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 Oorspronkelijke titel: Testosterone Rex. Myths of Sex, Science and Society D/2017/45/283 – ISBN 978 94 014 4169 8 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud
Een eerste kennismaking: Testosteron rex 7 Een opmerking over de terminologie 20
Deel I Verleden
23
1
Fantasieën over fruitvliegjes 25
2
Honderd baby’s? 41
3
Een nieuwe kijk op seks 58
Deel II Heden
75
4
Waarom kán een vrouw eigenlijk niet meer op een man lijken? 76
5
Skydivende muurbloempjes 102
6
De hormonale essentie van de T-rex? 123
7
De mythe van de Lehman Sisters 147
Deel III Toekomst 8
169
Vale Rex 171
Dankwoord 195
Noten 199
Register 245
Inhoud
5
Ik ben niet alleen kwaad, ik ben ook hoopvol. Want ik ben er vast van overtuigd dat mensen in staat zijn zichzelf te maken en te verbeteren. – Chimamanda Ngozi Adichie, ‘We Should All Be Feminists’
Een eerste kennismaking: Testosteron rex
Het voorval staat me nog helder voor de geest. Tijdens het avondeten zei ik dat het tijd was onze nieuwe hond te laten castreren. Ik moet hier even vermelden dat mijn oudste zoon een vreemde, haast volwassen belangstelling heeft voor het opzetten van dieren. Vanaf het moment dat deze onstuimige maar charmante viervoeter zijn entree in ons huis had gemaakt, had hij ervoor gepleit het dier na zijn dood niet alleen te laten voortleven in ons hart, maar ook – in een smaakvolle, met formaldehyde gestolde pose – in de woonkamer. Mijn zoon zag de castratie van onze hond dan ook als een kans op een eerste interessant taxidermie-experiment. Opgewonden liet hij zijn bestek uit zijn handen vallen: ‘We kunnen van zijn ballen een sleutelhanger maken!’ Een levendige discussie over de waarde van dit idee volgde. Waarom deel ik dit intieme moment uit het gezinsleven van de familie Fine? Enerzijds omdat ik graag wil benadrukken dat ik me sterk verzet heb tegen het idee van mijn zoon. Dat klinkt misschien vreemd. Veel mensen lijken namelijk te denken dat er voor een ware feministe geen inspirerendere en motiverendere manier is om haar werkdag te beginnen dan haar kantoor te openen met een sleutelbos waaraan een paar volgroeide zaadballen bungelt. Anderzijds vind ik de anekdote ook een goede metafoor. Een stel zaadballen aan je sleutelring zal vast en zeker de aandacht trekken. Mensen zullen erdoor gefascineerd zijn. ‘Interessante sleutelhanger!’, zullen ze mogelijk beleefd opmerken. Wat ze eigenlijk bedoelen is dat je door de keuze van die wel heel merkwaardige sleutelhanger je identiteit op een veelzeggende manier hebt vastgelegd. Alle karaktertrekken, eigenaardigheden, tegenstrijdigheden en eigenschappen die je gemeen hebt met mensen die geen zaadballen aan hun sleutelhanger hebben, verdwijnen naar de achtergrond. Dit is wie je bent: iemand die testikels als een decoratief gebruiksvoorwerp ziet.
Een eerste kennismaking: testosteron rex
7
Het biologisch geslacht weet ons op dezelfde manier te fascineren; we zijn er voortdurend op gespitst. Volkomen terecht, zo lijkt het. Je biologisch geslacht is per slot van rekening fundamenteel voor de voortplanting, of je nu vrouwelijke of mannelijke geslachtsorganen hebt. We delen de wereld ook op aan de hand van de biologische geslachten. Bij de geboorte van een kind willen de meeste mensen bijvoorbeeld eerst weten of het een jongetje of een meisje is, en het laatste stukje demografische informatie dat we van iemand vergeten, is zijn of haar biologisch geslacht. Misschien is het dan ook niet verwonderlijk dat we het biologisch geslacht vaak beschouwen als een fundamentele ontwikkelingskracht die niet alleen twee soorten voortplantingssystemen creëert, maar twee soorten mensen.1 De kern van deze manier van denken vinden we in een bekend evolutionair verhaal, dat door een van de strengste critici ervan, de wetenschapsfilosoof John Dupré van de Universiteit van Exeter, met recht de ‘Biological Big Picture’ is gedoopt.2 Zoals wij allen weten, hebben de twee ouders van elke baby biologisch gezien een hoogst ongelijk aandeel in de totstandkoming van het wonder van het leven. Volgens mijn ruwe inschattingen verdient de moeder min of meer een leven lang onvoorwaardelijke dankbaarheid voor de donatie van een mooi stevig eitje, een week of veertig volpension in de baarmoeder, vele uren barensnood en enkele maanden borstvoeding. Voor de vader, die op het moment van de geboorte weinig meer heeft bijgedragen dan één enkel spermacelletje, lijkt een kortstondige blik van waardering ruim voldoende. Als we de verwekking, creatie en geboorte van een baby louter biologisch bekijken, leveren beide geslachten dus een uiterst ongelijke bijdrage. Hieruit kunnen we afleiden dat man en vrouw in het verre verleden het leven in bepaalde opzichten op een andere manier moesten benaderen om zich goed te kunnen voortplanten. Als je de voortplanting boekhoudkundig bekijkt, kunnen mannen – omdat ze a priori veel minder moeten investeren in een baby – zich in principe het succesvolst voortplanten door seks te hebben met veel verschillende vrouwen, bij voorkeur jonge vruchtbare vrouwen. Voor vrouwen geldt dat niet. Voor hen is de investering per kind een stuk hoger. Wat hen vooral beperkt, is dat ze bepaalde hulpbronnen en grondstoffen nodig hebben – voedsel, een veilige
8
omgeving… – om voor hun biologisch gezien erg dure nageslacht te zorgen. Verschillende versies van dit overbekende verhaal blijven tot op vandaag verderleven, met als kernboodschap: beide seksen hebben andere eigenschappen ontwikkeld als gevolg van een bepaalde vorm van natuurlijke selectie, de zogeheten seksuele selectie. Deze seksuele selectie ontstaat doordat sommige individuen op het gebied van de voortplanting bepaalde voordelen genieten ten opzichte van andere individuen van hetzelfde geslacht.3 Zo ontwikkelden mannen zich tot promiscue en competitieve waaghalzen. Die kwaliteiten stelden hen immers het best in staat om de nodige materiële en sociale middelen te verwerven die hen aantrekkelijk zouden maken voor vrouwen, en die aantrekkingskracht om te zetten in een zo groot mogelijke reproductieve winst. Een man kon het natuurlijk bij één vrouw houden, maar zulke watjes zouden nooit de reproductieve jackpot winnen. Voor vrouwen daarentegen leverde dergelijk roofzuchtig, inhalig gedrag gewoonlijk meer nadelen dan voordelen op. Sommige auteurs beschrijven een ontwikkelde vrouwelijke strategie om tijdens de vruchtbare fase van hun menstruatiecyclus een greep te doen in de grabbelton met ‘goede genen’ door opportunistische affaires aan te knopen met genetisch superieure mannen.4 Maar die promiscue vrouwen kwamen niet als winnaars uit het kansspel van de reproductie. Vrouwen die op zeker speelden, vooral gericht waren op de zorg van hun kostbare nageslacht en hun energie niet verspilden aan het najagen van meerdere minnaars, rijkdom en roem, gaven uiteindelijk het vaakst hun genen door. Dit hele verhaal lijkt een kille, objectieve, onbetwistbare evolutionaire logica te volgen. Feministen kunnen tekeergaan tegen het patriarchaat zoveel ze willen en woedend met hun ballensleutelhangers blijven rammelen, maar dat zal niets veranderen aan de fundamentele feiten van de voortplanting. Het zal ook niets veranderen aan de gevolgen ervan op onze hersenen en ons gedrag vandaag. Deze gevolgen manifesteren zich blijkbaar ook tijdens activiteiten die het voorstellingsvermogen van onze voorouders ver te boven gingen, zoals celculturen kweken in een laboratorium of supersnel reizen in een metalen huls op wielen. Lees bijvoorbeeld de verklaring van psycholoog Gijsbert Stoet van de Universiteit van
Een eerste kennismaking: testosteron rex
9
Glasgow voor het feit dat de genderkloof op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde nog altijd bestaat: Mensen worden vaak geleid duur hun onbewuste verlangens. In de steentijd was het nuttig dat mannen jagers waren en vrouwen voor de kinderen zorgden, en de natuur heeft een handje geholpen door een deel van deze vaardigheden in de hardware van onze hersenen te programmeren. Dat heeft nog altijd een invloed op de manier waarop we vandaag denken.5 Hoewel ik nochtans de nodige wiskundigen en wetenschappers ken, ken ik er niet één die zijn vak beoefent op een manier die doet denken aan een holbewoner die met een speer op een wild zwijn jaagt. Maar misschien gaat het er in Glasgow anders aan toe. Een journalist legde in een formule 1-tijdschrift een vergelijkbaar verband tussen het verleden en de ongelijkheden van het heden: Een man uit de 21ste eeuw heeft steentijdhersenen. Mensen in de steentijd namen uiteraard niet deel aan het wereldkampioenschap formule 1, maar de beloningen in de vorm van overleven en uiteraard seks hebben geleid tot een mannelijk brein dat ingesteld is op jagen, agressiviteit en het nemen van risico’s. Uit studies is gebleken dat dit zijn weerslag heeft op de manier waarop mannen tegenwoordig autorijden. Het is de reden waarom een man vaker bij een fataal auto-ongeluk betrokken raakt dan een vrouw. In dezelfde steentijd hebben de vrouwen zich uiteraard gespecialiseerd in het grootbrengen en verdedigen van hun nageslacht. Dit klinkt allemaal erg seksistisch, maar het is een combinatie van historische feiten en recent wetenschappelijk onderzoek.6 Zo is dat! Hoe kun je seksistisch zijn als je alleen maar objectieve wetenschappelijke conclusies volgt? Bestáán er vandaag eigenlijk überhaupt nog seksisten? Of zijn er alleen maar mensen die zeggen dat onze hersenen en onze natuur zijn ontstaan onder een vorm van evolutionaire druk
10
die alleen maar gevoelig was voor voortplantingssucces in ons voorouderlijk verleden, en zich niet bekommerde om de toekomstige gevolgen voor de vertegenwoordiging van vrouwen bij de wereldkampioenschappen formule 1 of in raden van bestuur? Per slot van rekening is het zoals de neurobioloog Larry Cahill van de Universiteit van Californië in Irvine het stelt: Wie beweert dat de evolutie op de een of andere magische manier niet allerhande biologisch bepaalde, seksuele invloeden op de menselijke hersenen heeft gehad of dat deze invloeden op de een of andere magische manier weinig of geen voorspelbare effecten hebben gehad op het functioneren van de hersenen (gedrag), ontkent welhaast dat het menselijk brein onderhevig is aan evolutie.7 Zeker, steeds meer studies concluderen dat er sekseverschillen in de hersenen bestaan. Dat lijkt het argument te voeden dat seksuele selectie heeft geleid tot twee soorten menselijke breinen: het mannelijke en het vrouwelijke.8 Had John Gray dan misschien toch gelijk toen hij beweerde dat alle mannen van Mars kwamen, en alle vrouwen van Venus? Volgens sommige wetenschappers zijn de gemiddelde verschillen tussen de manieren waarop mannen en vrouwen denken, voelen en handelen ieder voor zich relatief bescheiden, maar is het cumulatieve effect zeer groot. ‘Psychologisch gezien zijn mannen en vrouwen bijna verschillende soorten’, zo concludeerde Paul Irwing, een academicus van de Manchester Business School.9 Cahill vergelijkt deze suggestie met het verschijnsel dat veel kleine verschillen tussen een Volvo en een Corvette – een klein verschil in de remmen hier, een bescheiden afwijking in de zuigers daar, enzovoort – alles bij elkaar twee totaal verschillende auto’s opleveren.10 Het is misschien geen toeval dat de ene auto een fijne, veilige gezinsauto is met een ruime kofferbak voor de boodschappen, en de ander is ontworpen om kracht en status uit te stralen.11 Zonder meer doen we vaak alsof de twee seksen categorisch van elkaar verschillen: mannen houden van A, vrouwen houden van B. In speelgoedwinkels zien we aparte afdelingen voor jongens en meisjes (reëel of virtueel). Winkeliers gaan ervan uit dat het biologische geslacht van
Een eerste kennismaking: testosteron rex
11
een kind een goede aanwijzing vormt voor het soort speelgoed waarvoor het belangstelling heeft. Zogenaamd conform de seksespecifieke selectiedruk in ons evolutionaire verleden prikkelt ‘jongensspeelgoed’ lichamelijke activiteit, competitie, dominantie en bouwlust. De roze afdeling, met haar vriendelijke aanbod van poppen, huishoudelijk speelgoed en beautysets, versterkt de twee zuilen van de traditionele vrouwelijkheid: de drang om voor anderen te zorgen en zelf een mooi snoetje te hebben.12 Sommige scholen geven gescheiden les aan meisjes en aan jongens. Ze gaan ervan uit dat de verschillende seksen ook verschillende pedagogische behoeften hebben. Zo hanteert een jongensschool bij mij in de buurt de slogan: ‘Wij hebben verstand van jongens.’ Dat doet vermoeden dat de school ernstig in de war zou raken als er op een dag een meisje aan de poort staat met het verzoek er les te mogen volgen. Ik zie al voor me hoe een docent in wanhoop uitroept: ‘Maar we hebben alleen verstand van jóngens!’ Veel boeken verspreiden de boodschap dat mannen van Mars en vrouwen van Venus komen13 en beloven de verschillen tussen mannen en vrouwen uit de doeken te doen: Men Are Like Waffles — Women Are Like Spaghetti,14 Why Men Want Sex and Women Need Love,15 Why Men Don’t Listen and Women Can’t Read Maps,16 Why Men Don’t Iron17 en zelfs Why Men Like Straight Lines and Women Like Polka Dots.18 (Persoonlijk vind ik rechte lijnen daadwerkelijk erg onprettig.) Op de werkvloer is het al niet veel anders. Veel adviseurs op het gebied van ‘genderdiversiteit’ menen dat het biologisch geslacht een nuttige indicatie is voor de vaardigheden die werknemers organisaties te bieden hebben. Om het aantal vrouwen op hogere posities te vergroten adviseren ze werkgevers ‘de unieke kwaliteiten van mannen en vrouwen te benutten’.19 Het argument gaat als volgt: als je vooral mannen in hogere managementposities plaatst, is het een beetje alsof je de vloer veegt met één stoffer en negen blikken. Een typisch voorbeeld van deze denkwijze vinden we in Work with Me: The 8 Blind Spots between Men and Women in Business,20 dat positieve recensies kreeg in Forbes en The Economist.21 In dit boek betogen de auteurs Barbara Annis en John Gray dat werknemers een ‘genderintelligentie’ moeten cultiveren. Daarmee bedoelen ze dat we een beter inzicht moeten krijgen in de verschillende gezichtspunten en behoeften van mannen en vrouwen, en dat we het aangeboren talent van
12