Skip to main content

9789401441568

Page 1

HANDBOEK ACUTE VERLOSKUNDE Vaardigheden in spoedeisende situaties Onder redactie van: Barbara Havenith Jacobien van der Ploeg Marrit Smit Jeroen van Dillen

232

Handboek acute verloskunde


­­

HANDBOEK ACUTE VERLOSKUNDE Vaardigheden in spoedeisende situaties Onder redactie van: Barbara Havenith Jacobien van der Ploeg Marrit Smit Jeroen van Dillen


D/2017/45/49 – isbn 978 94 014 4156 8 – nur 870, 871 Vormgeving omslag: Nanja Toebak, ’s-Hertogenbosch Zetwerk: Scriptura, Westbroek Anatomische tekeningen: Ron Slagter, Haarlem Foto’s, stills en video’s: Maker District, Amsterdam © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2020 Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Amsterdam). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv. Eerste druk, 2020 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Postbus 23202 1100 DS Amsterdam (Nederland) www.lannoocampus.nl

Vaartkom 41 3000 Leuven (België) www.lannoocampus.be


Inhoud WOORD VOORAF

11

inleiding 13 Redacteurs en auteurs

15

Deel 1 Algemeen en basisprincipes

19

1 Gestructureerde aanpak 21 Jacobien van der Ploeg, Karin Theeuwen en Jeroen van Dillen

Kernpunten 21 1.1 Quick scan 22 1.2 Eerste onderzoek (primary survey) 24 1.3 Vervolgonderzoek (secondary survey) 29 1.4 MEWS 29 Referenties 32

2 Crew Resource Management

33

Nicole Snaphaan, Alwin Vos en Jeroen van Dillen

Kernpunten 33 Casus 2.1 ‘Just a routine operation’ bij Elaine 34 2.1 Inleiding 34 2.2 Informatiemanagement 35 2.3 Communicatie 37 2.4 Stressmanagement 40 2.5 Groepsprocessen 41 2.6 Leiderschap 42 2.7 Besluitvorming 43 2.8 Risicomanagement 44 2.9 Debriefen 45 Referenties 46

3 Verloskundige triage

47

Bernice Engeltjes en Marrit Smit

Kernpunten 47 Casus 3.1 Violette heeft pijn boven in de buik 47 3.1 Geschiedenis van triage 48

Inhoud 5


3.2 Triage in de verloskunde 48 3.3 Het triagegesprek 50 Referenties 52

4 Acute tas/acute kar

53

Jacobien van der Ploeg

Kernpunten 53 4.1 Acute tas 54 4.2 Acute kar 56 4.3 Acute bak 57

5 ambulanceVervoer bij de acute obstetrische verwijzing

59

Pierre van Grunsven, Miriam Peelen en Jeroen van Dillen

Kernpunten 59 Casus 5.1 Mehlika verliest veel bloed 59 5.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 60 5.2 Preventie 62 5.3 Praktisch in de thuissituatie 62 5.4 Praktisch vervoer 62 5.5 Praktisch in het ziekenhuis 63 Referenties 64

6 Second victim

65

Gerda Zeeman en Elske Aarts

Kernpunten 65 Casus 6.1 Marchien reanimeert een zwangere vrouw 65 6.1 De zorgverlener als second victim 66 6.2 Begeleiding van second victims 68 6.3 Fasen van steun 70 6.4 Niveaus van steun 72 6.5 Conclusie 73 Referenties 74

Deel 2 SPECIFIEKE SITUATIES

77

7 Shock

79

Emer Hageraats, Karin Theeuwen en Jeroen van Dillen

Kernpunten 79 Casus 7.1 Maaike in shock 79

6 Handboek acute verloskunde


7.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 80 7.2 Hypovolemische shock 80 7.3 Cardiogene shock 83 7.4 Distributieve shock 83 7.5 Obstructieve shock 86 7.6 Praktisch in de thuissituatie 86 7.7 Praktisch vervoer 88 7.8 Praktisch in het ziekenhuis 88 Referenties 92

8 Sepsis

93

Karin Theeuwen en Jeroen van Dillen

Kernpunten 93 Casus 8.1 Esther krijgt post partum een sepsis 94 8.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 94 8.2 Symptomen bij een sepsis 95 8.3 Symptomen bij een septische shock 95 8.4 Preventie 96 8.5 Praktisch in de thuissituatie 96 8.6 Praktisch vervoer 96 8.7 Praktisch in het ziekenhuis 96 Referenties 99

9 Acute buikpijn in de zwangerschap

101

Inge van Empel en Jeroen van Dillen

Kernpunten 101 Casus 9.1 Ineke heeft heftige buikpijn rechts onderin haar buik 101 9.1 Achtergrond en incidentie 103 9.2 Pathofysiologie van buikpijn in de zwangerschap 103 9.3 De eerste aanpak tot een diagnose: anamnese en lichamelijk onderzoek 105 9.4 Praktisch in de thuissituatie 107 9.5 Praktisch vervoer 107 9.6 Praktisch in het ziekenhuis 107 9.7 Aanvullende diagnostiek 108 9.8 Chirurgische behandeling: overwegingen 108 Referenties 109

Inhoud 7


10 Maternale resuscitatie

111

Anouk van der Knijff-van Dortmont, Anneke Dijkman en Anjoke Huisjes

Kernpunten 111 Casus 10.1 Samira krijgt een hartstilstand 111 10.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 112 10.2 Reanimatie in de zwangerschap 113 10.3 Praktisch in de thuissituatie 114 10.4 Praktisch vervoer 116 10.5 Praktisch in het ziekenhuis of met meerdere zorgverleners 116 Referenties 119

11 Neonatale resuscitatie

121

Arjan te Pas

Kernpunten 121 Casus 11.1 Joost ademt niet bij zijn geboorte 121 11.1 Achtergrond 123 11.2 Fysiologie en pathofysiologie 123 11.3 Praktisch in de thuissituatie 126 11.4 Praktisch vervoer 128 11.5 Praktisch in het ziekenhuis 128 11.6 Praktische tips en tricks 129 Referenties 132

12 Navelstrengprolaps

133

Marrit Smit en Thomas van den Akker

Kernpunten 133 Casus 12.1 Navelstrengprolaps bij geboorte derde kind van Anna 133 12.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 134 12.2 Preventie 136 12.3 Praktisch in de thuissituatie 136 12.4 Praktisch vervoer 137 12.5 Praktisch in het ziekenhuis 137 Referenties 140

13 Schouderdystocie

141

Marieke Veenhof, Isabelle Grillis, Annemieke Middeldorp en Marrit Smit

Kernpunten 141 Casus 13.1 Teamwork bij schouderdystocie van de zoon van Shanti 142 13.1 Inleiding 142 13.2 Definitie 142

8 Handboek acute verloskunde


13.3 Incidentie 143 13.4 Risicofactoren 143 13.5 Morbiditeit 145 13.6 Preventie 145 13.7 Actieplan bij een schouderdystocie 146 Referenties 155

14 Stuitbevalling

157

Leonie van Rheenen en Simone Valk

Kernpunten 157 Casus 14.1 Een onverwachte onvolkomen stuitbevalling bij Ariane 157 14.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 158 14.2 Risico’s voor de foetus 158 14.3 Bijzonderheden bij de stuitbevalling 158 14.4 Praktisch in de thuissituatie 159 14.5 Praktisch in het ziekenhuis 160 14.6 De stuitbevalling 160 Referenties 169

15 Vaginaal bloedverlies in tweede helft van zwangerschap 171 Yvette Timmermans-ter Horst en Mallory Woiski

Kernpunten 171 Casus 15.1 Eva heeft bloedverlies bij 28 weken 171 15.1 Epidemiologie 172 15.2 Oorzaken 173 15.3 Placenta praevia 173 15.4 Abruptio placentae (solutio) 175 15.5 Vasa praevia 176 15.6 Uterusruptuur 178 15.7 Praktisch in de thuissituatie 179 15.8 Praktisch vervoer 180 15.9 Praktisch in het ziekenhuis 180 Referenties 181

16 FLUXUS post partum

183

Lotte Beers, Liesbeth Scheepers en Jeroen van Dillen

Kernpunten 183 Casus 16.1 Dagmar verliest veel bloed na de bevalling 183 16.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 184 16.2 Preventie 186

Inhoud 9


16.3 Verloskundige interventies 16.4 Praktisch in de thuissituatie 16.5 Praktisch vervoer 16.6 Praktisch in het ziekenhuis Referenties

17 Retentio placentae

187 191 193 194 196

197

Jacobien van der Ploeg en Barbara Havenith

Kernpunten 197 Casus 17.1 De placenta zit vast bij Paula 197 17.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 198 17.2 Praktisch in de thuissituatie 199 17.3 Praktisch vervoer 201 17.4 Praktisch in het ziekenhuis 201 Referenties 203

18 Inversio uteri

205

Marrit Smit en Tom Witteveen

Kernpunten 205 Casus 18.1 Buikpijn, shock en een uitpuilende zwelling, na de geboorte bij Anouk 205 18.1 Inleiding 206 18.2 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 206 18.3 Preventie 206 18.4 Praktisch thuis en in het ziekenhuis 206 Referenties 210

19 Pre-eclampsie

211

Bianka Bijsterveld en Joost Zwart

Kernpunten 211 Casus 19.1 Pre-eclampsie en eclamptisch insult durante partu bij Faith Akuwa 211 19.1 Epidemiologie, oorzaken, risicofactoren 212 19.2 Praktisch in de thuissituatie 213 19.3 Praktisch vervoer 216 19.4 Praktisch in het ziekenhuis 217 Referenties 218

LIJST VAN AFKORTINGEN 220 Register 223 dankwoord 229 10 Handboek acute verloskunde


Woord vooraf Het is zo ver! Voor u ligt het eerste Nederlandse Handboek acute verloskunde. Met de introductie van de MOET (Managing Obstetric Emergencies and Trauma) en later de POET (Pre-hospital Obstetric Emergency Training) in Nederland werd de behoefte aan een goed Nederlands handboek steeds groter. Het boek zelf is een voorbeeld van hoe ver je kunt komen als mensen vanuit verschillende disciplines met hart voor de zaak, hun kennis met elkaar delen en afstemmen. De behoefte aan een Nederlands boek werd vooral ingegeven door twee factoren. Engels is niet bij iedere opleiding een standaard onderdeel meer van het onderwijs. Met het gebruiken van een Engelstalig boek werd hierdoor een onnodige drempel opgeworpen voor bijvoorbeeld de ambulance­ zorgverleners, terwijl juist zij een onmisbare schakel zijn in de zorg voor zwangeren en kraamvrouwen. Als tweede nadeel van de Engelstalige literatuur moet worden genoemd dat de wijze waarop in Engeland de verloskundige taken zijn verdeeld op essentiële punten anders zijn dan in Nederland. Ook de, in de Engelse literatuur genoemde, medicatie is in Nederland vaak niet voorhanden of niet gebruikelijk. Het heeft wel enige tijd geduurd voor de principes zoals in dit boek beschreven algemeen aanvaard werden. Met name bij de introductie van de POET in Nederland bleek dat er een hele grote praktijkvariatie was. Die variatie vond voor een deel haar oorsprong in de grote verschillen in de curricula en lesinhoud op de verschillende verloskundige academies. Met de introductie is er een proces op gang gekomen dat ik vaak de stille revolutie in de verloskunde noem: Er heeft zich een brede beweging in gang gezet om het onderwijs op de academies meer op elkaar af te stemmen. Hierbij werd er niet alleen fantastisch samengewerkt, maar werden er ook inhoudelijke discussies gevoerd op hoog niveau, waarbij er steeds zo veel als mogelijk naar een evidence based aanpak werd gestreefd. Het resultaat is dat niet alleen de in dit boek beschreven werkwijze standaard is geworden voor de drie academies, ook de hele verdere opleiding tot verloskundige heeft hierdoor een enorme ontwikkeling doorgemaakt. In dit kader mag in dit voorwoord de naam van gynaecoloog Johan Creemers niet ontbreken. Hij heeft zich zowel voor de introductie van de MOET maar zeker ook van de POET onvermoeibaar ingezet. Zijn enorme werklust en doorzettingsvermogen heeft de weg gebaand voor mij en vele anderen om de basisprincipes zoals beschreven in het voor u liggende boek, op een hele generatie jonge studenten over te brengen. Een bijzondere plek in de hele acute verloskundige keten hebben de ambulancemedewerkers. Met name bij de tweedaagse cursussen acute verloskunde zoals ze nu op de drie academies worden gegeven, hebben juist zij een essentiële rol. Doordat in de am-

Woord vooraf 11


bulancewereld de ABCDE(F) systematiek al veel langer bestaat en zij ook al standaard een gestructureerde overdracht kennen, is hun rol in het onderwijs op dit gebied van groot belang. Andersom is het voor hen van enorme betekenis om voldoende basiskennis te hebben van de verloskunde om zo, in samenwerking met de verloskundige en het ziekenhuis, optimale zorg in acute obstetrische situaties te kunnen leveren. In de vele jaren dat ik onderwijs in de acute verloskunde heb mogen geven, samen met zeer bevlogen collega’s uit de betrokken disciplines waren er altijd twee dingen die ontroerden. Het enorme gevoel van competentie dat door het gebruik van een gestructureerde aanpak, in heel korte tijd kon worden verkregen, zowel bij de gynaecologen, de verloskundigen als bij de ambulanceverpleegkundigen. En het feit dat het inleven in elkaars situatie niet alleen tot een groter begrip maar ook tot een veel betere samenwerking en effectiviteit leidde. Het Handboek acute verloskunde vormt de condensatie van deze hele ontwikkeling. Ik wens u veel lees- en leerplezier! Eric Hallensleben Course Director MOET en POET in ruste

12 Handboek acute verloskunde


Inleiding Sinds eind vorige eeuw is het handelen in acute geneeskundige situaties geprofessionaliseerd. In de luchtvaart ontstond het besef dat veiligheid niet bepaald wordt door de som van de kennis en kunde van de verschillende crew members. CRM (Crew Resource Management), werd ingevoerd en dat heeft de veiligheid in de luchtvaart enorm verbeterd. Hierbij functioneert een goed op elkaar ingewerkt team optimaal door middel van een vaste protocollaire werkwijze en een gezamenlijke taal. Hiërarchie is daarbij ondergeschikt aan veiligheid en protocol. De acute geneeskunde heeft deze werkwijze omarmd via de ATLS- (Advanced Trauma Live Support) methode. De basis van deze in Canada ontwikkelde werkwijze is een gestructureerde aanpak van hulpverlening bij (levens)bedreigende aandoeningen via de ABCDEFG-methodiek. Iedereen die de ATLS-structuur volgt, van EHBO-cursist tot traumatoloog, weet dat deze benadering levensreddend werkt. Een belangrijk adagium daarbij is: ‘treat first what kills first’ (behandel het meest levensbedreigende het eerst). In 2001 heeft ook de verloskunde deze werkwijze ingevoerd. Juist in de verloskunde kunnen acute situaties optreden die vooraf niet goed te voorspellen zijn. In Nederland is de situatie extra bijzonder, omdat bijna de helft van de bevallingen met een verloskundige thuis of (poli)klinisch start. Bij acute situaties zijn er daardoor meerdere overdrachtmomenten en zijn er zorgverleners uit verschillende echelons bij betrokken. Een gestructureerde aanpak van hulpverlening is dan belangrijk. Werken met dezelfde protocollen, elkaars taal spreken en elkaar durven aanspreken zijn in de verloskunde steeds gangbaarder geworden. De MOET-cursus (Managing Obstetric Emergencies and Trauma) heeft daarvoor de eerste impulsen gegeven. Hier worden vooral gynaecologen samen met anesthesiologen geschoold. Daarna kwam de CAVE-cursus (Cursus Acute VErloskunde) voor training van verloskundigen en later ook van de kraamzorg. Samenwerking tussen CAVE en MedSim (Medisch Simulatiecentrum) zorgde ervoor dat de hele keten van de verloskunde in gesimuleerde scenario’s werd getraind. Voor gynaecologen (niet) in opleiding, tropenartsen en klinisch verloskundigen is er de SAVE’r-training (Simulatietraining Acute VERloskunde) en voor eerstelijns verloskundigen en ambulance­ verpleegkundigen de POET (Pre-hospital Obstetric Emergency Training). Ondertussen zijn er in veel verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV) ook lokaal initiatieven ontstaan om samen te trainen. In de Zorgstandaard Integrale geboortezorg van 2016 (College Perinatale Zorg) is integrale scenariotraining een van de adviezen.

Inleiding 13


De kwaliteit van de zorg in de hele verloskundeketen is door deze trainingen gestegen, hoewel het effect niet gemakkelijk te meten is. Wel weten we dat sinds het begin van deze eeuw de maternale sterft daalt, evenals de perinatale sterfte. Ook ernstige maternale morbiditeit laat een dalende trend zien. Deze fraaie resultaten zijn uiteraard niet alleen te danken aan de veranderde werkwijze en het effect van training, maar deze hebben er zeker positief aan bijgedragen. Tot nu toe was er geen Nederlands handboek acute verloskunde. Wij vonden dat de tijd rijp was om hierin verandering te brengen. Met de vele auteurs die wij bereid hebben gevonden hun kennis over en passie voor de specifieke aandachtsgebieden te delen, hopen wij de kennis en werkwijze in de acute verloskunde nog beter bereikbaar te maken voor alle hulpverleners die verloskundige zorg bieden. Wij hebben ervoor gekozen om zwangeren in de thuissituatie ‘cliënt’ te noemen, en in het ziekenhuis ‘patiënt’. Tevens worden de (verloskundige) zorgverleners aangeduid met een ‘zij’. Het boek bevat een algemeen gedeelte, waarin de gestructureerde aanpak en het principe van CRM worden beschreven, met onder andere uitleg over de geprotocolleerde overdracht, de taal van het team, het belang van time-out en debriefing. Ook zijn er enkele korte, praktische hoofdstukken over triage, vervoer en de acute verloskunde tas/ kar opgenomen. Ten slotte neemt een uitgebreid en evidence-based hoofdstuk over second victim een belangrijke plaats in. Het tweede gedeelte geeft een overzichtelijke bespreking van de verschillende acute situaties, behandelt de gestructureerde aanpak van hulpverlening en bevat voorbeelden van praktische stroomdiagrammen. Deze hoofdstukken beginnen alle met een voorbeeldcasus en bespreken aansluitend achtergrond (zoals epidemiologie, oorzaken en risicofactoren), beleid in de thuissituatie, eventueel parallelle acties, vervoer en beleid in het ziekenhuis. Elk hoofdstuk is voorzien van praktische tips en duidelijke kernpunten. Een aantal hoofdstukken wordt ondersteund door een instructievideo. De stills hiervan zijn voorzien van een camera-icoon in de marge. Op de website van de uitgever zijn de instructievideo’s na het invoeren van een code te bekijken. Wij hopen dat het boek zijn weg vindt naar alle teamleden die een rol vervullen bij het tijdig en zo goed mogelijk oplossen van acute situaties in de verloskunde. Boxmeer, voorjaar 2020 De redactie, Barbara Havenith Jacobien van der Ploeg Marrit Smit Jeroen van Dillen

14 Handboek acute verloskunde


Redacteurs en auteurs REDACTEURS Barbara Havenith Gynaecoloog, Vrouwenpoli Boxmeer, directeur /instructeur CAVE Jacobien van der Ploeg Gynaecoloog, Maasziekenhuis Pantein, Boxmeer, directeur /instructeur CAVE Dr. Marrit Smit Klinisch verloskundige n.p., directeur Schola Medica Utrecht, vicevoorzitter KNOV Dr. Jeroen van Dillen Gynaecoloog, Radboudumc, Nijmegen, MOET-instructeur

AUTEURS Elske Aarts Verloskundige en docent Academie Verloskunde Maastricht Prof. dr. Thomas van den Akker Gynaecoloog, LUMC, Leiden/Professor in Global Maternal Health, Vrije Universiteit, Amsterdam Lotte Beers, MSc Verloskundige, docent bacheloropleiding Verloskunde, Hogeschool Rotterdam, POET-instructeur Bianka Bijsterveld, MSc Docent Academie Verloskunde – Amsterdam en Groningen, verloskundige en physician assistant n.p., bestuurs- en organisatiewetenschapper en POET-instructeur Anneke Dijkman Gynaecoloog, Reinier de Graaf Groep, Delft, MOET-instructeur Dr. Jeroen van Dillen Gynaecoloog, Radboudumc, Nijmegen, MOET-instructeur

Redacteurs en auteurs 15


Dr. Inge van Empel Gynaecoloog, Radboudumc, Nijmegen Bernice Engeltjes MSc, docent Masteropleiding PA klinisch verloskundige, Hogeschool Rotterdam​ Isabelle Grillis Klinisch verloskundige, LUMC Leiden Dr. Pierre van Grunsven Arts, Regionale Ambulancevoorziening Gelderland-Zuid Emer Hageraats Arts, docent Academie Verloskunde Maastricht, POET- instructeur Barbara Havenith Gynaecoloog, Vrouwenpoli Boxmeer, directeur/instructeur CAVE Anjoke Huisjes Gynaecoloog, Gelre Ziekenhuizen, Apeldoorn, MOET-instructeur, voorzitter bestuur MOET Nederland Anouk van der Knijff-van Dortmont Anesthesist, ErasmusMC-Sophia, Rotterdam, MOET-instructeur Dr. Annemieke Middeldorp Gynaecoloog, LUMC Leiden, MOET-instructeur Prof. dr. Arjan te Pas Neonatoloog, LUMC, Leiden Miriam Peelen Ambulanceverpleegkundige, Regionale Ambulancevoorziening Gelderland-Zuid Jacobien van der Ploeg Gynaecoloog, Maasziekenhuis Pantein Boxmeer, directeur/instructeur CAVE Leonie van Rheenen Gynaecoloog, OLVG locatie West, Amsterdam

16 Handboek acute verloskunde


Dr. Liesbeth Scheepers Gynaecoloog, Maastricht UMC Dr. Marrit Smit Klinisch verloskundige n.p., directeur Schola Medica Utrecht, bestuurslid KNOV Nicole Snaphaan, PA-KV Verloskundige, Radboudumc, Nijmegen, skills trainer Radboudumc Karin Theeuwen Verloskundige en docent Academie Verloskunde Maastricht, POET-instructeur Yvette Timmermans-ter Horst Gynaecoloog, Maasziekenhuis Pantein, Boxmeer Simone Valk Eerstelijns verloskundige, Rotterdam Marieke Veenhof Gynaecoloog, LUMC, Leiden Alwin Vos Communicatiedeskundige en trainer, Adviesgroep Procesverbetering & Innovatie, Radboudumc, Nijmegen Dr. Tom Witteveen Kinderarts in opleiding, LUMC, Leiden Dr. Mallory Woiski Gynaecoloog, Radboudumc, Nijmegen Dr. Gerda Zeeman Gynaecoloog-perinatoloog, Tjongerschans Ziekenhuis, Heerenveen Dr. Joost Zwart Gynaecoloog, Deventer Ziekenhuis

Redacteurs en auteurs 17


13 Schouderdystocie Marieke Veenhof, Isabelle Grillis, Annemieke Middeldorp en Marrit Smit

INHOUD Kernpunten Casus 13.1 Teamwork bij schouderdystocie van de zoon van Shanti 13.1 Inleiding 13.2 Definitie 13.3 Incidentie 13.4 Risicofactoren 13.5 Morbiditeit 13.6 Preventie 13.7 Actieplan bij een schouderdystocie Referenties

KERNPUNTEN • Schouderdystocie is een zeldzame complicatie, die (meestal) onverwacht optreedt en niet te voorkomen is. • Schouderdystocie is een acute obstetrische (nood)situatie, waarbij snel, rustig en vakkundig handelen en adequaat instrueren van assisterende hulpverleners (teamwork) en van de barende van groot belang is. • Schouderdystocie kan leiden tot ernstige perinatale morbiditeit (8-20%), zoals laesie van de plexus brachialis of cerebrale schade en zelfs tot mortaliteit. • Pas na vijf minuten ontstaat een asfyxie bij de baby, als deze tot aan de geboorte van het hoofd in een goede conditie was. • Een volle blaas neemt extra ruimte in beslag in het bekken, een lege blaas is zeer belangrijk. Zelfs na de geboorte van het hoofdje kan de blaas geleegd worden. • De helft van de kinderen die geboren worden na een schouderdystocie weegt minder dan 4000 gram. • Alle manoeuvres dienen elk in ieder geval 30 seconden geprobeerd te worden, daarna moet worden overgegaan op een volgende manoeuvre. Belangrijk is iemand te vragen de tijd bij te houden. • Laat nooit fundusexpressie geven; dit is geassocieerd met een hogere kans op neonatale complicaties en het risico op een uterusruptuur.

13 schouderdystocie

141


Inwendige rotatie Wanneer met de inwendige hand een clavicula of schouderblad kan worden gevoeld, kan worden overgegaan tot inwendige rotatie. De rotatiemethoden kunnen zowel in rugligging als in de knie-handpositie worden uitgevoerd. Door inwendige rotatie wordt de schoudergordel van de baby in horizontale positie gebracht. Rubin-manoeuvre Bij de Rubin-manoeuvre (zie figuur 13.5) worden twee interne vingers achter de voorste schouder geplaatst en wordt de voorste schouder naar de buikzijde van het kind geduwd.

Figuur 13.5 Inwendige rotatie om de schoudergordel in horizontale positie te brengen.

Woods’ screw manoeuvre De manoeuvre volgens Rubin kan gecombineerd worden met het plaatsen van de vingers aan de voorzijde van de achterste schouder, waarna de achterste schouder naar de rugzijde van het kind wordt geduwd. Dit is de Woods’ screw manoeuvre (figuur 13.6). Er vindt zo adductie van de voorste schouder en abductie van de achterste schouder plaats. Om meer ruimte te creëren is bij deze gecombineerde handgreep een episiotomie overigens sterk aan te bevelen. Wanneer rotatie in de ene richting niet lukt, kan de andere richting geprobeerd worden. Als het lastig is om met de voorkeurshand naar binnen te gaan, kan van hand worden gewisseld.

152 Handboek acute verloskunde


Figuur 13.6  Rubin-manoeuvre, rotatie in all fours.

Figuur 13.7  Video schouderdystocie.

13.7.8 Posterieure axillaire slingtractie Een recent beschreven nieuwe techniek is de posterieure axillaire slingtractie. Bij deze manoeuvre wordt een uitzuigkatheter dubbelgevouwen en onder de achterste oksel van het kind doorgehaald. Vervolgens kan hieraan tractie gegeven worden. (Deze manoeuvre lijkt op het afhalen van de achterste arm, waarbij de oksel van het kind wordt aangehaakt.) Op deze manier zou de achterste arm geboren kunnen worden. Deze posterieure axillaire slingtractie is nog niet in grote studies onderzocht, maar zou gemakkelijk aan te leren zijn en daarom in een noodsituatie uitkomst kunnen bieden.[10]

13.7.9  Andere/volgende eventuele noodgrepen die kunnen worden toegepast: • breken van een clavicula; • symfysiotomie;[1]

13 schouderdystocie

153


HANDBOEK ACUTE VERLOSKUNDE Een spoedeisende situatie in de verloskundige zorg komt gelukkig niet heel vaak voor. Toch moet je er als zorgverlener staan op het moment dat er iets aan de hand is met moeder en/of kind. Dit handboek leert je systematisch het acute probleem in de verloskundige zorg te herkennen en te benaderen. De belangrijkste situaties worden behandeld, o.a.: pre-eclampsie, schouderdystocie, fluxus postpartum en reanimatie van de neonaat. Ook wordt er aandacht besteed aan (multidisciplinaire) teams, de thuissituatie, de ziekenhuissetting, de overdracht en communicatie. De hoofdstukken zijn rijk geïllustreerd, bevatten inzichtelijke schema’s en zijn voorzien van stills van instructievideo’s (die online te bekijken zijn).

‘Met de introductie van de POET is er een brede beweging in gang gezet om het onderwijs op de verloskundige academies meer op elkaar af te stemmen. Het resultaat is ook dat de hele verdere opleiding tot verloskundige hierdoor een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het Handboek acute verloskunde vormt de condensatie van deze hele ontwikkeling.’ – Eric Hallensleben, course director MOET en POET in ruste

‘Voor u ligt een duidelijk, praktisch multidisciplinair handboek dat tot stand is gekomen in goede samenwerking tussen verloskundigen, gynaecologen, ambulancezorgverleners, kinder­ artsen, SEH­artsen, verpleegkundigen, anesthesisten en docenten. Het geeft concrete handvat­ ten voor al deze zorgverleners en is daarmee van grote waarde voor de hele geboortezorg­ keten, zowel in de praktijk als tijdens de opleiding. Ik beveel dit boek dan ook van harte aan.’ – Carola Groenen, MSc. voorzitter Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen

‘Goede samenwerking in acuut verloskundige situaties is cruciaal. Dit Nederlandstalige handboek biedt daartoe handvatten en beschrijft de noodzaak van goede communicatie en het opstarten van parallelle acties.’ – Klaartje Caminada, Protocollencommissie Ambulancezorg Nederland

Barbara Havenith is gynaecoloog, Vrouwenpoli Boxmeer

232 WWW.LANNOOCAMPUS.NL

Jacobien van der Ploeg is gynaecoloog, Maasziekenhuis Pantein Boxmeer

Dr. Marrit Smit is klinisch verloskundige

Dr. Jeroen van Dillen is gynaecoloog, Radboudumc Nijmegen

Handboek acute verloskunde


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401441568 by Uitgeverij Lannoo - Issuu