ANTON HOREWEG
WAT STUITERT DAAR DOOR JE KLAS? Over kinderen met ADHD en hun leraren
wat stuitert daar door je klas?
Ter nagedachtenis aan Arga Paternotte (1946-2016), stuwende kracht achter de kennisverspreiding over ADHD in Nederland
Dit boek is voor alle ‘stuiterkinderen’ en hun leraren
anton horeweg
Wat stuitert daar door je klas? over kinderen met adhd en hun leraren
D/2017/45/44 – 978 94 014 4151 3 – NUR 840 Vormgeving omslag: Nanja Toebak, ‘s-Hertogenbosch Vormgeving binnenwerk: Mag gezien design, Utrecht Foto omslag: Shutterstock.com Tekeningen binnenwerk: Gerrit de Jager Illustraties binnenwerk: Shutterstock.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2016 Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Houten). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv. De foto’s in en op dit boek worden alleen gebruikt voor illustratieve doeleinden en hebben geen relatie met de werkelijkheid. Ieder persoon die afgebeeld wordt, is een model. Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus p/a Papiermolen 14-24 3994 DK Houten (Nederland) Postbus 97 3990 DB Houten (Nederland) www.lannoocampus.nl
INHOUD Over dit boek
9
Voorwoord
11
Inleiding
13
1 Achtergronden van ADHD 1.1 Inleiding
17 17 18 23 24
1.2 ADHD of aandachttekortstoornis 1.3 Jonger dan je zou verwachten 1.4 Meisjes met ADHD
2 Het brein van kinderen met ADHD 2.1 Inleiding 2.2 De executieve functies en hun rol bij ADHD
3 Wat zie je in de klas? 3.1 Inleiding 3.2 Hij is ‘altijd’ druk 3.3 Observeren alleen is niet voldoende 3.4 ABC-analyse
4 ADD 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Inleiding Meisjes met ADD Naar binnen gericht Een onrustig hoofd Vastlopen in chaos Moeite met navertellen Een aangepaste instructie voor leerlingen met ADD
IN H O U D
27 27 28 51 51 51 53 55 59 60 60 62 67 69 71 71
5
5 ADHD en bijkomende problemen 5.1 Inleiding 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
ADHD en problemen op school ADHD, wie stelt de diagnose? ADHD, sociale ontwikkeling en problemen in de klas Slaapproblemen en de gevolgen voor in de klas ADHD en gedragsproblemen ADHD en zelfbeeld ADHD en medicatie in de klas
75 75 76 76 78 80 81 87 87
6 Als AD(H)D samengaat met andere stoornissen 6.1 Inleiding 6.2 Het samengaan met andere stoornissen 6.3 ADHD en (leer)stoornissen 6.4 ADHD en andere ontwikkelingsstoornissen
91 91 91 91 101
7 Wat kun je doen? Tips voor succesvol leerkrachtgedrag 7.1 Inleiding 7.2 Positief communiceren 7.3 Leerkrachthouding en -handelen 7.4 Programma’s die je kunnen helpen 7.5 Een Goed Gedrag Plan 7.6 Wat als het even niet lukt? 7.7 ADHD en beloning 7.8 ADHD en motivatie 7.9 Time out of time in? 7.10 Je lokaal
115 115 116 117 120 122 123 125 128 131 133 134 137 137 138 140 141 141 142 144
7.11 Welke plaats in de klas geef je aan een kind met ADHD? 7.12 Inlooproutines 7.13 Je rooster 7.14 Effectieve instructie 7.15 Werken aan de taken 7.16 Aandachttekort wat is dat eigenlijk? 7.17 Hoe kun je de aandachtspanne verbeteren? 7.18 De leerkracht als therapeut 7.19 Interne spaak of zelfspraak aanleren
6Â
WAT S T U I T ER T D A A R D O O R JE K L A S?
8 Overleg met ouders, kind en behandelaars 8.1 Inleiding 8.2 Contact met de behandelaar 8.3 Contact met ouders en het kind 8.4 Overleg met andere zorgverleners 8.5 Slecht nieuws: hij kan hier niet meer stuiteren
9 ADHD en schoolvakken 9.1 Gym en andere vormen van bewegen 9.2 Zelfstandig werken: een crime voor kinderen met ADHD 9.3 ADHD en (begrijpend) lezen 9.4 ADHD en (verhalen) schrijven 9.5 Rekenen 9.6 Toetsen 9.7 Help! Het is pauze 9.8 Huiswerk 9.9 Schoolreis en andere uitstapjes 9.10 Van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs 9.11 Er is nog veel werk te doen
Tot slot Literatuur Handige websites Bijlage Diagnostische criteria van ADHD volgens de DSM-5 Register Dankwoord Meer lezen?
149 149 150 151 153 154 159 159 161 162 163 164 164 166 168 171 172 173 175 176 181 182 187 190 191
ďťż IN H O U DÂ
7
Over dit boek Alweer een boek over de problemen van kinderen met ADHD? Is dat niet vreselijk negatief? Alsof ADHD alleen maar kommer en kwel is. Altijd weer die negatieve kanten belichten … Ik kan me goed voorstellen dat je dat denkt. Het is ook niet de bedoeling dat dit boek een negatief beeld geeft van kinderen met ADHD of dat je door het lezen van dit boek depressief wordt. Er zijn absoluut positieve kanten aan ADHD. Veel kinderen met ADHD denken snel en associatief, zitten vol creatieve invallen en hebben een (h)eerlijk gevoel voor humor. Ze zijn vaak onbevangen en enthousiast, ze hebben een tomeloze energie en zijn nooit saai. Sommige mensen met ADHD blinken uit in hun beroep. Juist omdat ze ADHD hebben. Denk maar aan Jochem Myjer (cabaretier), Dolf Jansen (cabaretier), Freek Vonk (tv-bioloog) en Albert Einstein. Als leerkracht of docent kun je vast prima omgaan met die positieve kanten. Om te zorgen dat je die positieve kanten niet uit het oog verliest en deze juist wel benut, leert dit boek je omgaan met de ‘negatieve’ kanten. Als je die kant namelijk begrijpt en snapt dat het gedrag van deze kinderen meestal geen onwil is, maar onvermogen, en als je er zo goed mogelijk mee omgaat, dan krijg je vanzelf weer oog voor die positieve kanten.
Anton Horeweg Leerkracht, M SEN
OV ER D I T B O EK
9
Voorwoord Wat een goed idee dat je dit boek hebt gepakt om meer te weten te komen over kinderen met mogelijk AD(H)D in de klas. Anton Horeweg is zelf een deskundige leerkracht die zelf al jarenlang voor de groep staat en als geen ander weet hoe je kinderen met AD(H)D in de klas kunt herkennen. Wat het boek vooral heel speciaal maakt is dat hij veel bruikbare tips geeft waarmee je direct aan de slag kunt gaan. In dit boek kun je iets lezen over de achtergronden van AD(H)D. Je zult iets leren over de ontwikkeling van het brein en hoe dat soms anders gaat bij kinderen die speciaal zijn. Je zult ook lezen hoe gedrag er uit kan zien in de klas. Kennis over de achtergrond van AD(H)D levert je meer begrip op en dat komt de samenwerking met jezelf en het speciale kind vaak ten goede. ‘Meester Anton’ weet in veel situaties raad. Hij legt helder uit wat het verschil is tussen ADHD en ADD en beschrijft welk gedrag daarbij past. Je leert iets over bijkomende problemen en krijgt meer helderheid over de combinatie AD(H)D en specifieke leerproblemen zoals dyslexie en dyscalculie. De theorie gaat leven door de vele voorbeelden uit de praktijk. Bovendien geeft hij een helder overzicht van hoe AD(H)D zich kan manifesteren bij de verschillende schoolvakken. Anton nodigt je ook uit om naar je eigen gedrag te kijken en geeft handige tips wat je mogelijk anders zou kunnen doen. Door meer begrip te kweken voor wat AD(H)D is en handvatten te geven, hoopt Anton dat de bijzondere leerling geholpen kan worden met zijn onhandigheden zodat hij of zij kan uitblinken in dat wat hij goed kan. Zijn boek gaat je daar echt bij helpen!!! Anneke E. Eenhoorn Klinisch psycholoog/psychotherapeut/cognitief gedragstherapeut
VO O R W O O R D
11
Inleiding ‘Ik kan beter naar een andere school gaan.’ ‘Kan je daar dan wel stilzitten?’ In een vaak terugkerende droom zie ik wat ik altijd al wilde doen. Ik wil een boek schrijven over een stoornis die volgens sommige mensen niet bestaat en volgens anderen vooral een modegril is. Bedacht door farmaceuten in samenwerking met werkloze psychiaters en uitgedragen door vrouwelijke leerkrachten die niet kunnen omgaan met druk jongetjesgedrag, en door ouders die excuses zoeken voor het gedrag van hun onopgevoede kinderen. Tot zover mijn droom. Want dromen zijn bedrog en ADHD bestaat wel degelijk. Ik heb veel kinderen met ADHD voorbij zien komen, met of zonder medicatie, met of zonder ernstig probleemgedrag en één ding hadden zij gemeen. Zij hadden echt ADHD, zij waren niet onopgevoed, sommige hadden (nog) geen (al dan niet werkloze) psychiater gezien, hadden ook (nog) geen pillen en zaten bij mij in de klas, dus niet bij een juf die niet tegen drukke jongens kon. ADHD: geen kind vraagt erom, maar sommigen hebben het wel. Dat is lastig, het brengt ze soms in moeilijkheden en soms op de rand van wanhoop. Soms lijkt het alsof niemand hen snapt. Niemand die begrijpt dat ze al die onhandige dingen niet expres doen waardoor op den duur niemand ze meer leuk lijkt te vinden. Ook de juf niet, ook de meester niet. En dat terwijl ze vooral gewoon een kind zijn en massa’s leuke dingen in zich hebben. Soms zelf nog meer omdat ze ADHD hebben. Kunnen wij, als leerkracht of docent, deze kinderen helpen? Absoluut. En dat kunnen we door onszelf te helpen. Door te leren begrijpen wat ADHD inhoudt, door te leren begrijpen wat deze kinderen niet kunnen, maar vooral ook wat ze WEL kunnen. En wat wij als leerkracht of docent kunnen doen om dat mogelijk te maken.
IN L EID IN G
13
ADHD hebben is ingrijpend. Voor het kind en voor zijn omgeving. Maar daar hoef je niet meteen heel somber van te worden. Er is vaak door kleine veranderingen of met kleine aanpassingen beter mee om te gaan. Want ermee omgaan, moeten we met zijn allen. ADHD is namelijk een stoornis en gaat dus niet weg. Maar als je op school in staat bent de sterke kanten van deze kinderen te belichten en te benutten en het gedrag, dat soms echt niet handig is, te zien als onmacht, kijk je al een stuk positiever naar ze. En dat voelen ze. En daarna kun je ze helpen om de onhandige dingen beter te doen. Denk niet dat zoiets snel gaat, maar de aanhouder wint. Jouw houding als leerkracht of docent doet er echt toe. Meer dan je soms denkt; ik sprak een jongetje met ADHD (hij is inmiddels volwassen, maar het blijft een druk jongetje), die vertelde dat hij ongeveer 60% van zijn basisschooltijd op de gang doorbracht. Je verwacht misschien dat zoiets tegenwoordig niet meer voorkomt, maar helaas, het komt nog steeds voor. Laatst verzuchtte een collega nog toen we bespraken wat deze kinderen zou helpen: ‘Voor je het weet zitten ze allemaal op een skippybal.’ En hij bedoelde dat niet positief. Ik zou denken: Als die skippybal helpt, doen! Misschien kan dit boek jouw skippybal zijn.
‘Wat heb ik nu weer gedaan?’ Thomas (11 jaar, ADHD) is nieuw in de klas. Hij heeft al twee scholen gehad waar het niet heel goed met hem ging. Hij vertoonde behoorlijk storend gedrag en had op beide scholen vaak ruzie met de leerkracht. Zij vonden hem heel druk en als hij daarop gewezen werd, was Thomas vrij brutaal. Thomas zelf vond overigens dat ze te veel op hem letten. In groep 7 komt hij binnen, een nieuwe klas, een nieuwe school. Het schooljaar is dan al een half jaar oud. De eerste week blijkt dat Thomas inderdaad veel praat en, nog vaker, door de klas loopt. Opvallend is dat hij bij dat lopen eigenlijk niemand stoort, maar met zijn werk schiet het zo natuurlijk niet op. De leerkracht vermoedt dat Thomas erg goed is in toneelspelen. Hij is grappig en gevat in zijn antwoorden. Na schooltijd vraagt de leerkracht Thomas even te blijven. Die reageert heel defensief: ‘Wat heb ik nu weer gedaan? Ik deed toch niks? Waarom moet ik blijven?’ Nadat de leerkracht rustig heeft uitgelegd dat hij gewoon even wil horen hoe hij zijn nieuwe school en klas vindt, wordt Thomas wat rustiger. Als hij daarna aan Thomas vraagt of hij samen met hem een klein toneelstukje wil opvoeren voor de klas, vindt Thomas dat te gek. Hij is dol op drama. De leerkracht vraagt of Thomas met hem voor wil doen hoe sommige kinderen reageren
14
WAT S T U I T ER T D A A R D O O R JE K L A S?
als ze een terechtwijzing krijgen omdat ze storend bezig zijn. Thomas mag lekker overdrijven. Hij vraagt ook of Thomas wil helpen samen te laten zien hoe je op een betere manier kan reageren. Thomas is echt heel verrast. Zo’n leuke opdracht wil hij elke dag wel. Hij is hier nog maar net en nu kiest de meester hem al uit voor zo’n gave opdracht. Het toneelstukje wordt een groot succes, want Thomas kan echt heel goed spelen en is ontzettend gevat. De klas ligt in een deuk en Thomas’ aanzien stijgt met sprongen. Het grappige is dat Thomas daarna, als hij zelf wel eens tot stilte wordt gemaand, zonder veel problemen aan dat verzoek voldoet. Uiteraard wel zolang hij het volhoudt.
Uit dit verhaal blijkt dat Thomas niemand wil storen; hij loopt wel veel, maar stoort er niemand mee. Hij kan alleen niet zo lang stilzitten. De leerkracht vermoedt een sterke kant van Thomas en pakt die aan om de groep een van Thomas’ goede kanten te laten zien. Hij zorgt er bovendien voor dat Thomas bijna ongemerkt inzicht krijgt in hoe je kunt reageren bij een terechtwijzing. Thomas op zijn beurt merkt dat de leerkracht hem begrijpt en zijn goede eigenschappen waardeert. Hij, Thomas, mag er zijn. En als je dan eens terecht wordt gewezen, weet je dat je misschien iets fout doet, maar dat je niet fout bént. Dat maakt het een stuk leuker op school. Als je denkt dat dit verhaal verzonnen is, heb je het mis. Thomas bestaat echt (zij het onder een andere naam) en dat jaar hadden Thomas en ik een heel gezellig jaar. Is werken aan gedrag ingewikkeld? Soms wel, maar lang niet altijd. De kern is geloven in mogelijkheden. Vaak leiden verrassend kleine ingrepen tot verrassend goede oplossingen.
Doel van dit boek is dan ook: Het gedrag van kinderen en jongeren met ADHD beter leren begrijpen. Begrip voor het gedrag is overigens niet hetzelfde als alles goed vinden! Als je begrijpt waarom een kind bepaald gedrag vertoont en weet dat het daar niet voor ‘kiest’, kijk je vaak al heel anders naar de situatie. Dit boek biedt je de benodigde achtergrondkennis. Je handvatten te geven voor het maken van een plan(netje) ter verbetering van de situatie. Ik schrijf hier expres niet: ter verbetering van het gedrag van het kind. Misschien helpt het namelijk als de leerkracht ander gedrag vertoont of als je de omgeving aanpast. Dat hoeft vaak niet groots en ingrijpend te zijn, je kunt gewoon klein beginnen.
IN L EID IN G
15
1 Achtergronden van ADHD ‘Ik word zo moe van(de drukte) mijn hoofd.’
1.1 Inleiding In dit hoofdstuk bekijken we beknopt de theorie. Hoe komt het dat kinderen met ADHD problemen hebben? Wat gebeurt er in hun brein? Wat gebeurt er juist niet? ADHD wordt hier bekeken in relatie tot de executieve functietheorie. Executieve functies zijn gebieden in je brein die je gedrag en leren aansturen, daarover later meer Misschien vind je dit een raar begin van een praktisch boek. Een boek dat vooral gaat over hoe je in je klas problemen met deze kinderen kunt voorkomen (en daarmee meteen voorkomt dat zij problemen met jou krijgen), dat begint met een theoretische verhandeling. Toch is dat volgens mij nodig. Ik zal het uitleggen. Veel kinderen met ADHD zijn voor leerkrachten storend. Dat klinkt misschien niet aardig, maar in de praktijk wordt dat vaak echt zo ervaren. Wat er daarna gebeurt, gewild of ongewild, is dat leerkracht en kind in een negatieve spiraal terecht komen: de vicieuze valkuil.1 De leerkracht vindt de leerling ongemotiveerd, lui en druk. De leerling vindt de leerkracht oneerlijk, streng en niet aardig. Ik denk dat het veel uitmaakt als je iets weet over de achtergrond van het zichtbare gedrag bij ADHD en dat je dan heel anders kijkt naar casus 1.1.
1
A C H T ER G R O N D EN VA N A D H D
17
Casus 1.1 Jeroen negeert de leerkracht Jeroen (9 jaar, ADHD en ODD) zit in de rekenles achterstevoren. Dat is niet de eerste keer vandaag, want even daarvoor heeft Gerdien, de leerkracht, hem al twee keer gewaarschuwd. Gerdien weet dat Jeroen druk is en ze is een vriendelijke, bevlogen leerkracht, dus is ze naar Jeroen toegelopen en heeft ze hem op een vriendelijke manier gevraagd beter op te letten en zich niet om te draaien, maar zich, goed zittend op zijn stoel, beter te concentreren. Gerdien heeft keurig het doelgedrag benoemd, namelijk: ‘Ik wil dat je je nu omdraait en je probeert goed te concentreren de komende minuten.’ Maar klaarblijkelijk heeft deze pedagogisch goed uitgevoerde interventie weinig effect op Jeroen. Gerdien voelt dat ze een beetje geïrriteerd raakt door het gedrag van Jeroen. Het maakt niet uit in welk groepje ze hem zet, hij zit heel vaak te praten. Het lijkt wel of hij gewoon lak heeft aan wat ze zegt. Zelfs als ze hem rechtstreeks aanspreekt, doet hij soms alsof ze er niet is. Hij reageert dan in eerste instantie niet, maar pas enkele ogenblikken later.
Situaties zoals in casus 1.1 komen heel veel voor in de klas. Er is (nog) niets geëscaleerd, maar het kind lijkt niet te doen wat jij als leerkracht wilt. Bovendien negeert hij je ook nog eens. Dat is toch echt iets waar de meeste leerkrachten niet tegen kunnen. En terecht. In de loop van dit hoofdstuk zul je zien wat de mogelijke oorzaak van dit probleem is en dat Jeroen daar misschien niet altijd wat aan kunt doen. Dat kun je natuurlijk nog steeds vervelend vinden, maar het is fijn om te weten dat Jeroen geen anti-leerkracht offensief is begonnen, maar sommige dingen gewoon (nog) niet kan.
1.2 ADHD of aandachttekortstoornis (al dan niet met hyperactiviteit en impulsiviteit) Als je één kind met ADHD hebt gezien, dan … heb je er één gezien! In een boek over ADHD is het goed om uit te leggen wat ADHD is, hoe vaak het voorkomt en welke varianten van de stoornis er bestaan. Hieronder kun je daarover lezen. Eerst een waarschuwing vooraf. Er is natuurlijk nog steeds een felle maatschappelijke discussie aan de gang over de zin en onzin van ADHD. Weten-
18
WAT S T U I T ER T D A A R D O O R JE K L A S?
WAT STUITERT DAAR DOOR JE KLAS? Over kinderen met ADHD en hun leraren De titel van dit boek ‘Wat stuitert daar door je klas?’ is niet zomaar gekozen. Soms s tuiteren deze kinderen letterlijk door je klas. Het gedrag van kinderen met adhd kan hoge eisen stellen aan de leraar, zowel in het basis- als in het voortgezet onderwijs. Andersom stelt de schoolomgeving hoge (soms onmogelijke) eisen aan een kind met adhd. De leraar heeft de taak de eisen ‘passend’ te maken, dit boek kan daarbij helpen. Het biedt je achtergrondinformatie over adhd, add en bijkomende stoornissen, gecombineerd met herkenbare verhalen uit de praktijk en waardevolle tips voor in de klas. ‘Kinderen zijn een groot deel van de dag op school. Leraren spelen een belangrijke rol bij
het hanteren van kinderen met adhd in de klas en het stimuleren van hun ontwikkeling.
Dit boek is midden in de roos, en biedt een schat aan praktische informatie waar elke leraar
zijn of haar voordeel mee kan doen’. – Prof. dr. Jan Buitelaar, Verbonden aan Radboudumc en
Karakter Kinder- en Jeugdpsychiatrie
Werkt alles uit dit boek bij elk kind? Nee. Als je dat wilt, moet je een sprookjesboek kopen. Ik denk dat je na het lezen van dit boek wel over praktische handvatten beschikt om de kinderen met ad(h)d in je klas te ondersteunen. Want dat kunnen we absoluut. En dat kunnen we door onszelf te helpen. Door te begrijpen wat ad(h)d inhoudt en te begrijpen wat deze kinderen niet kunnen, maar vooral ook wat ze wel kunnen. En bovenal, dat je begrijpt dat het soms onhandige gedrag onmacht is, geen onwil. ‘Wat het boek vooral heel speciaal maakt is dat je veel bruikbare tips krijgt waarmee je
direct aan de slag kunt in de klas.’ – Anneke Eenhoorn, Klinisch psycholoog/psychotherapeut/ cognitief gedragstherapeut
anton horeweg is gedragsspecialist (m sen) en ruim dertig jaar leraar in het basisonderwijs. Hij is auteur van diverse onderwijsboeken, waaronder: Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs en Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs en van de website www.gedragsproblemenindeklas.nl. Anton Horeweg heeft zitting in Expertteams Project Leer-Kracht: (ncoj) en Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie (kc kjp). Daarnaast is hij veelgevraagd spreker op scholen en congressen. ISBN 978 94 014 4151 3
W W W. L A N N O O C A M P US . N L W W W.G E D R AGS PRO B L E M E N I N D E K L A S . N L