Skip to main content

9789401441186

Page 1

Lene Kaaberbøl

De wilde heks

Bloedzussen


de kronieken van de kroon   Lene Kaaberbøl

De

wilde heks Jennifer A. Nielsen

Bloedzussen

Vertaald door Corry van Bree


www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. ISBN 978 94 014 4118 6 D/2017/45/84 NUR 282/283 © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 Oorspronkelijke titel Vildheks 4 – Blodsungen Oorspronkelijke uitgever Florlaget Alvilda, Kopenhagen, 2012 Copyright: © Lene Kaaberbøl, Kopenhagen, 2012 Gepubliceerd in overeenkomst met Copenhagen Literary Agency ApS, Kopenhagen © Vertaling Corry van Bree © beelden in cover verwerkt: Shutterstock Vormgeving omslag: Studio Lannoo Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle


1

HET LEVEN VAN EEN DERTIENJARIG MEISJE Ze had vierhonderd jaar gewacht. Vierhonderd jaar had ze naar boven gestaard, naar een doorzichtige massa gesmolten steen. Vierhonderd jaar had die haar lichaam en geest en ziel gevangen gehouden. Haar vijanden dachten beslist dat dit haar graf was, maar ze leefde nog steeds. Zelfs hier was het mogelijk om in leven te blijven. Af en toe verschenen er levende wezens die ze meedogenloos greep, want genade en barmhartigheid waren waarden die ze lang geleden had losgelaten. Het gevoel dat haar in leven hield, was woede. Ze voelde het tenslotte. Ze wist wat er buiten gebeurde en haar heksenzintuig schreeuwde en kronkelde door de pijn die dat veroorzaakte. 5


Wat verbeeldden al die kleine, inhalige mensen zich met hun wegen, hun woningen, hun… hoe noemden ze het? Leidingen. Kabels. Draineerbuizen. Bruggen. Snelwegen. IJzeren rails. Ze sneden als diepe, bloedende wonden door de wilde wereld en verscheurden het fijne netwerk van de wilde wegen, ze maakten kapot en doodden. Naast hun wegen stonk het naar dode, verpletterde dieren. Bossen en mossen verdwenen. Waar de wilde krachten duizenden jaren hadden geleefd, geademd en geheerst, was het nu onvruchtbaar en stil. Alleen het kabaal van hun goddeloze machines was nog te horen. IJzer. Overal ijzer. Binnenkort zou het voorbij zijn – binnenkort zou zelfs de machtigste wilde heks de kapotgescheurde banden niet kunnen genezen. Maar toch… er kon nog iets aan gedaan worden als ze zichzelf kon bevrijden. De woede was niet het enige wat in haar brandde. Ze voelde… nee, ongeduld was een te zwak woord. Dat was op geen enkele manier geschikt om het vuur dat in haar brandde en schroeide, te beschrijven – elke onbenutte seconde, elk uur dat verstreek zonder dat ze dichter bij haar doel kwam. Ze had haast. Er was niet veel tijd meer. Geen tijd om na te denken en af te wegen, geen tijd om ergens rekening mee te houden, om zich druk te maken over iets anders dan dat ene: de macht breken van de 6


dwazen die zo hebzuchtig waren, hun dodelijke wegennet ruïneren en de wilde wereld bevrijden. Daarvoor zou alles nodig zijn. Alles wat ze had, alle macht die ze kon aantrekken door middel van kwellen, bedreigen of opeisen. Ze was trots op haar krachten en wanhopig over haar zwakke punten. Het gewicht van de stenen, de langzame groene kracht van de planten, de zachte lucht, de natte macht van het water, het warme en intense leven op aarde… Het was allemaal niet genoeg. Ze had bloed nodig. Alleen daarmee zou ze deze bijna verloren strijd kunnen winnen. De rest had geen waarde en het minst van alles – de woede laaide nog heviger in haar op als ze daaraan dacht – het minst van alles het nutteloze leven van een dwaas dertienjarig meisje. Bloed kon haar gevangenis openen. Bloed kon haar de overwinning bezorgen. Ineens gebeurde het. Er viel een druppel. Daarna een tweede, een derde en vervolgens een vierde. Meer, riep ze in zichzelf. Geef me nog een druppel!

7


Het was alsof ze hem aarzelend in de lucht zag hangen. Alsof hij tegen de zwaartekracht vocht en niet wílde vallen. Maar hij viel. En viel. En raakte haar. JAAAAaaaaaaaaaaaa…! riep ze triomfantelijk in zichzelf. Haar lippen waren verstijfd, ze was nog steeds gevangen als een insect dat duizend jaar geleden was geraakt door een druppel hars en in barnsteen was opgesloten. Dat zou echter niet lang meer duren. Ze spande zich tot het uiterste in, riep alle wildheid die ze in zich had op. Nu. Nu. Nu! De steenmassa scheurde en de scheuren verspreidden zich. In een laatste uitbarsting van wilde kracht strekte ze haar lichaam, dat vierhonderd jaar gekromd had gelegen, en zorgde ervoor dat haar gevangenis in kleine stukjes uit elkaar spatte. De gestolde steenmassa werd vloeibaar, spoot uit de grond, explodeerde, waardoor de glazige druppels naar alle kanten spatten en in een sissende waterval langs de wanden van de grot stroomden. De inhalige, kleine mensen hadden geen idee wat hen te wachten stond. Ze hadden vast en zeker nog nooit van Bravita Bloedling gehoord. Maar dat zou niet lang meer duren…

8


Ik ging zo snel zitten dat ik mijn hoofd tegen het bedlampje stootte. Mijn hart sprong op en sloeg op hol als een hordeloper die achteraan rende en de anderen wilde inhalen: bang-bang-HOP, bang-bang-HOP. Ik keek verwilderd om me heen, alsof ik verwachtte dat Bravita Bloedling met uitgestoken klauwen en een bloeddorstige blik in haar vlammende ogen naast mijn bed zou staan. Dat was niet zo. Het was stil en donker, afgezien van het maanlicht dat door het kleine, ronde gevelraam naar binnen scheen. Mijn beste vriend Oscar lag op een matras naast mijn bed en sliep zo diep dat je bijna een tekst­ ballon uit een strip met daarin ‘zzzzzzz’ boven zijn hoofd kon zien hangen. Hij had in elk geval geen nachtmerrie. Rustig, zei ik tegen mijn opspringende hart, er is niets aan de hand… Het duurde heel lang voordat ik niet meer naar adem snakte, en nog langer voordat het gevoel verminderde dat mijn hart uit mijn lichaam probeerde te springen. Het was eerder gebeurd dat mijn dromen een beetje te veel met de werkelijkheid te maken hadden. En hoewel er geen wilde heks van vierhonderd jaar oud verstopt zat tussen de stapels vogelboeken en nestkasten die gerepareerd moesten worden, betekende dat niet – dat vond mijn hart tenminste – dat ik veilig was en dat er geen gevaar dreigde. 9


Maar ook al bevátte de droom een klein beetje waarheid – en dat was helemaal niet zeker, gelukkig waren de meeste dromen die ik had onwerkelijk en absurd – dan had Bravita het niet op mij voorzien, bedacht ik. Ze had het over een dertienjarig meisje gehad en ik was tenslotte nog maar… Mijn gedachten stopten abrupt. Ik keek naar de ouderwetse, tikkende wekker op het nachtkastje. De lichtgevende, fosforgroene wijzers wezen beide bijna recht naar boven. Het was vijf over twaalf, en het was de laatste dag van maart. Ik was daarnet dertien geworden.

10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401441186 by Uitgeverij Lannoo - Issuu