DRIES LESAGE
WAT U NIET MAG WETEN OVER TURKIJE Hoog tijd voor een eerlijk debat
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp: Studio Lannoo Omslagfoto: © Alamy Vormgeving: Keppie & Keppie © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2016 en Dries Lesage d/2016/45/566 – isbn 978 94 014 3903 9 – nur 754 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUD
1
Inleiding
7
2
Een rijke, onverwerkte geschiedenis
21
3
De AKP-revolutie
43
4
Gezipark
67
5
De oorlog tussen Erdo˘gan en Gülen
89
6
De terugkeer van de Koerdische kwestie
123
7
Verkiezingskoorts
139
8
Waanzin tussen twee verkiezingen
159
9
De eindstrijd
181
10
De mislukte poging tot staatsgreep
211
11
De drijfveren en doelen van Erdo˘gan
241
12
Erdo˘gan in het oog van de perfecte storm
275
13
Hoog tijd om de bruggen te herstellen
313
Eindnoten
334
Aan de helden van 15-16 juli 2016 en alle onschuldige slachtoffers van politiek geweld in Turkije
1 INLEIDING
25 mei 2013, 19 uur. Het VRT-televisiejournaal opende met nieuws uit Turkije – iets dat tot dan toe nog niet zo vaak gebeurd was. De Turkse regering kondigde een nieuwe alcoholwet aan. Op honderd meter van moskeeën en scholen en langs autosnelwegen was de verkoop van alcohol verboden. Winkels mochten na 22 uur geen drank meer verkopen. Cafés en restaurants werden niet geviseerd. Reclame voor alcoholische dranken werd volledig gebannen. Volgens het nieuwsanker vreesden vele Turken dat het land op weg was naar een ‘streng islamitische staat.’1 Mijn echtgenote van Turkse afkomst en ik schrokken wel even. Islamitische staat? Dit was niet het Turkije dat wij kenden. Wij dachten dat het land tijdens de voorbije tien jaar net democratischer en opener geworden was. De details van het wetsontwerp leken ons niet zo afschrikwekkend. (Enkele weken later kwam een Belgische expertcommissie trouwens met een lijst van voorstellen op de proppen die opvallende gelijkenissen vertoonde met de Turkse benadering.)2 De officiële drijfveer was niet islam, wel dat alcohol nog altijd een goedje was dat gevaren inhield voor de gezondheid en veiligheid.Je kunt tegenwoordig in heel Turkije nog altijd vrij bier, wijn en rakı krijgen in supermarkten en veel horecazaken. Maar eind mei 2013 was er meer aan de hand. Er sijpelden verhalen door over hoe personeel van het openbaar vervoer knuffelende
Inleiding
7
koppeltjes terechtwees. Dat werd gezien als een bewijs van de toenemende ‘islamisering’ onder de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (Adalet ve Kalkınma Partisi, AKP) van de toenmalige premier Recep Tayyip Erdo˘gan. Toen in Ankara enkele tientallen koppels hiertegen protesteerden door samen in het publiek te tongzoenen, werden zij door conservatieve heethoofden aangevallen.
Herrie over Gezipark Dankzij nieuwsflitsen op mijn smartphone kreeg ik op 30 mei in de gaten dat er iets gaande was op en rondom het Taksimplein in Istanbul, maar ik besefte nog niet dat dit de Turkse politieke thriller in een stroomversnelling zou brengen – en al helemaal niet dat er drie jaar later een boek uit zou voortvloeien. Kennelijk wilde de Turkse overheid het nabije Gezipark slopen voor een replica van een Ottomaanse kazerne. Actievoerders die in het park begonnen te kamperen, werden met de wapenstok en traangas uit elkaar geranseld door de politie. Wellicht hielp dit brutale optreden het protest snel aanzwellen. Inhoudelijk ging het ook niet meer alleen over het Gezipark. De betogers kwamen op straat tegen de islamisering en voor een betere democratie. Al gauw weerklonk de roep om het ontslag van Erdo˘gan. Zelf had ik schromelijk onderschat hoe de regering-Erdo˘gan in de jaren voordien al een autoritairdere wending had genomen. Naar verluidt werd het almaar moeilijker op straat protest te laten horen. Als progressieve en groendenkende mens had ik in alle opzichten met die betogingen moeten sympathiseren. Rationeel steunde ik de meeste van hun argumenten. Groen in de stad, inspraak bij grote stads- en infrastructuurprojecten, media die onafhankelijk staan van de regering en bouwbedrijven, duidelijkheid over waar Erdo˘gan met de verhouding tussen staat en religie heen wil: dat is natuurlijk allemaal belangrijk. Dat soort dingen heb ik in de Belgi-
8
Inleiding
sche en Europese context altijd verdedigd. Maar gevoelsmatig vertrouwde ik het hele zaakje niet. In de stroom aan analyses die de dagen nadien verschenen, werd een erg simplistisch beeld van de Turkse politiek en samenleving opgehangen. Het leek erop dat Erdo˘gan met zijn regeringspartij AKP het grootste en enige probleem van de Turkse democratie was. Volgens mij was dat erg kort door de bocht. Turkse opposanten en westerse media spanden samen om over het complexe Turkije een simplistisch en zelfs virtueel beeld te scheppen. Wat in de jaren en decennia voordien allemaal gebeurd was, leek helemaal vergeten. Ook de kwalijke rol van diverse oppositiegroepen in de blokkade van de weg naar een betere democratie bleef buiten beeld.
Meer aan de hand Ik bezag de problematiek veel structureler. Je kon het toenemende autoritaire gedrag van de regeringspartij niet los zien van de onwaarschijnlijke tegenkantingen die ze ervoer sinds ze in 2002 aan de macht was gekomen. Vijf jaar eerder had het grondwettelijk hof nog geprobeerd de AKP te verbieden, na twee eerlijke overwinningen bij parlementsverkiezingen. Dat hof werd gedomineerd door het oude ‘kemalistische’ establishment, de zogenaamde secularisten, die zweren bij het erfgoed van Mustafa Kemal Atatürk. Op de achtergrond keken de legerleiding, de Republikeinse Volkspartij (Cumhuriyet Halk Partisi, CHP) en hun bevriende media goedkeurend toe, maar de poging mislukte. In die periode dreigde het leger ook openlijk met een staatsgreep. Dat waren beangstigende tijden geweest, die in 2013 in Turkije nog vers in het geheugen lagen, maar in de westerse analyses tot de prehistorie leken te behoren. Ik behield mijn appreciatie voor de manier waarop Erdo˘gan en zijn partij de meer gelovige (maar niet fundamentalistische) volksmassa
Inleiding
9
van Anatolië eindelijk een stem hadden gegeven en de macht van het leger hadden teruggedrongen. Zij hadden Turkije ook economisch en geopolitiek op de kaart gezet. Ik begreep de mensen die vonden dat Erdo˘gan niet moest opstappen vanwege straatprotesten. Omstreeks 2013 heerste ook nog grote onduidelijkheid over de grootschalige processen door ‘regeringsgetrouwe’ speurders en magistraten tegen honderden militaire officieren, journalisten en anderen wegens ‘pogingen tot staatsgreep’. Dat waren de beruchte Ergenekon- en Balyoz-processen. Primeurs en details over die zaken waren vooral te vinden in de media van de islamitische prediker Fethullah Gülen, zoals in de krant Zaman. Zij beschouwden het als een feest van de democratie. De processen genoten de steun van Erdo˘gan en zijn regering, die zich als slachtoffers in de zaak profileerden. Tegenwoordig schrijven de meeste Turkse en westerse analisten die processen toe aan Gülengezinde elementen binnen politie en justitie. Volgens een heel brede consensus was het merendeel van het ‘bewijsmateriaal’ onbestaande of vervalst. Toch kregen honderden mensen jarenlange gevangenisstraffen, sommigen levenslang. De regering-Erdo˘gan was ofwel totaal medeplichtig, ofwel nalatig door de signalen van critici over het onrecht in de procesgang niet ernstig te nemen. Nu verdedigt bij mijn weten nog bijna niemand die processen. Ik ga er ook van uit dat het hoofdzakelijk een grote manipulatie betrof, maar ik geef toe dat ik ten tijde van de Geziprotesten nog twijfelde. Nadien is er veel gebeurd, zoals uit de rest van dit boek zal blijken. Tussen Erdo˘gan en zijn vroegere bondgenoot Gülen is een bittere oorlog uitgebroken. In heel wat politieke, journalistieke en academische kringen in België en Nederland genieten de volgelingen en media van Fethullah Gülen nog altijd veel respect en sympathie. Ondanks de klinkende AKP-verkiezingssuccessen in het Koerdische zuidoosten van Turkije (of juist daardoor) weigerde de Koerdi-
10
Inleiding
sche Arbeidspartij (Partiya Karkerên Kurdistanê, PKK) te ontwapenen. Na 2002 gingen de dodelijke aanslagen van de PKK en de repressie vanwege de Turkse staat meestal door. Maar ten tijde van de Geziprotesten heerste wel al enkele maanden een wapenstilstand. Dat leek op een duurzaam vredesproces. AKP-leider Recep Tayyip Erdo˘gan had behoorlijk zijn nek uitgestoken om de Koerdische kwestie bespreekbaar te maken en de fouten van de Turkse overheid te erkennen. Hiervoor werd hij niet alleen door de twee grootste Turkse oppositiepartijen uitgespuwd, maar ook door partijen en groeperingen die in juni 2013 op het Taksimplein stonden te betogen. Turkse secularisten zijn vaak ook erg nationalistisch en onverdraagzaam tegenover de Koerden. Die dimensie was in de berichtgeving nagenoeg afwezig. Maar uitgerekend Erdo˘gan moest weg. Er werd ook niets gezegd over de verscheidene extreemlinkse gewapende groepen, zoals de Revolutionaire Volksbevrijdingspartij-front (Devrimci Halk Kurtulu¸s Partisi-Cephesi, DHKP-C), die tijdens die lentedagen van 2013 met een paar duizend stedelijke militanten Istanbul wel degelijk onveilig maakten. Hun aanwezigheid verklaart een deel van het geweld tussen demonstranten en politie. Het waren niet allemaal ‘vreedzame betogers’. De Turkse democratie werd al jaren onder druk gezet door een resem terreurorganisaties, op een schaal waar wij ons in België en Nederland niets bij kunnen voorstellen. Zij kunnen rekenen op duizenden bovengrondse sympathisanten en zogenaamde ‘journalisten’. Hun militanten denken heel extremistisch en koesteren een diepe haat tegenover de Turkse staat en de meerderheid van de bevolking. Deze organisaties zijn mee verantwoordelijk voor een broeierige sfeer, die gemakkelijk overslaat naar politiek geweld. Dit fenomeen houdt een paranoide en overdreven repressieve staat mee in stand. Kijk naar de manier waarop enkele terreurcellen en aanslagen de Belgische democratie en rechtsstaat onder druk hebben gezet.
Inleiding
11
Bitsig debat Om al die redenen was er voor mij in 2013 meer aan de hand dan een autoritaire leider die een ‘islamitische staat’ wilde creëren versus een seculiere, democratische, progressieve oppositie. Sindsdien ben ik meer beginnen deel te nemen aan het Turkijedebat. Dat deed ik vooral via opiniestukken in kranten en later via sociale media. Vanaf 2015 kwamen er meer interviews in bepaalde media. Telkens als ik mijn mening gaf, was ik kritisch voor zowel de regering als de oppositie, maar legde ik mij vooral toe op de hiaten in de berichtgeving, met name over de verantwoordelijkheid van de oppositiekrachten zoals de kemalisten, de radicale Koerdische beweging en de Gülenorganisatie. Dat leverde mij al snel een ‘pro-Erdo˘gan’-label op. Nochtans had ik tijdens de Geziprotesten in een groot interview in Gazet van Antwerpen al scherpe kritiek op Erdo˘gan geformuleerd. Vanwege zijn autocratische neigingen en toenemende greep op een deel van de media, had ik hem toen al met de Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi en de Russische president Vladimir Poetin vergeleken. Ik veroordeelde het excessieve politiegeweld consequent. Ik brak ook een lans voor een toenadering tussen conservatieve gelovigen en secularisten, waarbij de verantwoordelijkheid in belangrijke mate in het kamp van de regeringspartij AKP lag.3 Toch werd het debat erg bitsig. Alleen al verborgen feiten en dimensies opwerpen leidde tot nijdige reacties. Verscheidene journalisten en academici bleven mij als ‘pro-AKP’ afschilderen. Dit was ook een manier om mijn geloofwaardigheid aan te tasten, want vanaf 2013 was dat label geen compliment. Mijn kritiek op de eenzijdige berichtgeving viel duidelijk niet overal in goede aarde. Uiteindelijk ging ik ook weleens het conflict aan, wat ik helemaal niet graag doe. Sommigen konden er moeilijk mee overweg dat, na de-
12
Inleiding
cennia van simplistische beeldvorming over Turkije – nu eens ten voordele van de kemalisten, dan weer de PKK – een Vlaamse academicus met een tegengeluid kwam. Per slot van rekening doorkruiste ik ook de jarenlang opgebouwde communicatie- en netwerkstrategie van de PKK, DHKP-C en later die van de Gülenbeweging. Het publiek mocht blijkbaar niet genuanceerder over Turkije beginnen te denken. Maar tegelijkertijd zag ik een grote openheid bij vele Vlamingen en Nederlanders, die wat verder af stonden van de beperkte bubbel van Turkijewatchers. Ook bij de pers groeit de openheid voor alternatieve perspectieven geleidelijk aan. In plaats van op de bal speelden sommigen niet alleen op de man, maar ook op de vrouw. Bepaalde journalisten, PKK- en Gülenaanhangers probeerden mijn lieve echtgenote Meryem Kaçar in verband te brengen met de AKP of Erdo˘gan, wat ook op mij negatief moest afstralen. Meryem heeft altijd aan de kant van de mensenrechten en democratie gestaan. Zij is geen lid van de AKP, noch van een AKP-gezinde vereniging, wat haar volste recht zou zijn. Zoals de helft van de Turkse bevolking en twee derde van de Vlaamse Turken, vindt zij wel dat de AKP voor Turkije en zijn democratie goede dingen heeft gedaan en doet. Zij vindt dat de emancipatie van de gewone Anatolische Turken en de Koerden er sinds 2002 op vooruit is gegaan. Erdo˘gan voert volgens haar en vele miljoenen Turken een noodzakelijke strijd voor de stabiliteit, welvaart en geopolitieke onafhankelijkheid van het land. Vanuit mijn analyse heb ik veel begrip voor de conclusie van al die mensen, ook al ben ik het soms met hen oneens. Ook voor mij is het groeiende autoritarisme van de meerderheidspartij AKP onlosmakelijk verbonden met de onwaarschijnlijke antidemocratische praktijken van diverse oppositiekrachten, die allemaal veel minder legitimiteit hebben. Hun linken met het Westen en andere mogendheden vind ik ook verontrustend. Het is daarom onmogelijk de Turkse politiek te bekijken door
Inleiding
13
een Belgische of Nederlandse bril. Als het over Turkije gaat, discussiëren we bovendien over een uiterst complexe problematiek, waarin iedereen met talloze onbeantwoorde vragen zit. Daarnaast is Meryem sinds 2013 op papier lid van een adviesraad van de Turkse diaspora voor de Turkse overheid. Toen wij in 2014 samen een opiniestuk schreven, waren wij daar open over, maar kregen we vooral daar reacties op in plaats van op de inhoud. Als advocaat en gewezen Belgisch parlementslid vond zij die adviesraad nuttig. Zij houdt tegelijkertijd veel van België en Turkije, het land van haar ouders en haar geboorteland. Zij heeft absoluut geen probleem met de dubbele nationaliteit en identiteit, noch met het feit dat Ankara een band met de diaspora behoudt. Er vallen allerlei grotere en kleinere thema’s te bespreken om het leven van de buitenlandse Turken gemakkelijker te maken. Voorbeelden zijn de verplichte legerdienst in Turkije, sociale zekerheid, erkenning van diploma’s, visumregels, erkenning van vonnissen, handel en investeringen. De adviesraad kwam in 2013 voor het eerst samen en dat was meteen ook de laatste keer. Daarnaast heeft Meryem deelgenomen aan een paar juridisch-technische seminaries, maar ook die dateren al van jaren geleden. De adviesraad heeft zich nooit met politiek beziggehouden. De raad wordt niet eens betrokken bij de werkzaamheden van het regeringsagentschap voor de buitenlandse Turken (Yurt Dı¸sı Türkler ve Akraba Topluluklar Ba¸skanlı˘gı, YTB). In feite is deze adviesraad een lege doos. Het is dus niet ernstig Meryem of mij op basis hiervan aan de AKP te linken. Bovendien is de adviesraad een orgaan van de Turkse Republiek, niet van de AKP. Erdo˘gan is er géén eigenaar van. Dat geldt ook voor de ambassades, consulaten en de Turkse instelling voor internationale cultuurspreiding, het Yunus Emre Instituut, waar de Universiteit Gent heel beperkt mee samenwerkt. Regeringen komen en gaan, maar de republiek zal waarschijnlijk nog lang blijven bestaan – en die is van alle Turken.
14
Inleiding
In feite is deze discussie overbodig. In onze democratie is het hoogst ongebruikelijk dat opiniemakers en politieke commentatoren uitleg moeten geven over hun partner. Een democratisch debat moet vooral over de kwaliteit van de argumenten gaan. Als ik, met al mijn harde kritiek op Erdo˘gan, al pro-Erdo˘gan genoemd wordt, wat zijn dan al die media, politici en andere opinieleiders omtrent Turkije die nog nooit iets wezenlijk kritisch gezegd hebben over de organisatie van Fethullah Gülen of de PKK? Woordvoerders? Spreekbuizen? En weten wij genoeg over hun partners of hun persoonlijke en politieke vrienden? Ik denk echt niet dat dit een vruchtbare manier is om met elkaar het debat aan te gaan. In elk geval ben ik Meryem heel dankbaar. Dankzij haar heb ik de binnenkant van de Turkse samenleving leren kennen, kwam ik op plaatsen waar de meeste Vlamingen en Nederlanders meestal niet komen. Hierdoor heb ik de zaak van een andere kant leren bekijken en mijn eigen vooroordelen bijgesteld. Vertroebelt dat mijn objectiviteit? Wellicht. Ik betwijfel echter of ik ‘objectiever’ zou zijn, mocht ik deze kennis van binnenuit minder hebben. In ieder geval kan ten aanzien van een passioneel thema als de Turkse politiek niemand beweren volledig objectief te zijn.
In een notendop Kort samengevat gaat dit boek over twee stellingen. Ten eerste wordt het Turkse politieke systeem al decennia gekenmerkt door machtsgroepen die elkaar naar het leven staan. Ze dragen samen de verantwoordelijkheid voor de problemen van de Turkse democratie. Tegenwoordig zijn dat vooral de politiek-islamitische stroming rond de AKP, de Gülenbeweging, de Atatürkgezinde secularisten, de radicale Koerdische beweging en extreemlinkse groeperingen. Binnen deze brede categorieën bestaan er weliswaar ook belangrijke schakerin-
Inleiding
15
gen. Daarnaast proberen ook andere groepen een rol te spelen, zoals democratische, progressieve jongeren, die er ook bij waren in Gezipark, maar niets te maken hebben met de gevestigde machtsgroepen. De laatste jaren is de politieke machtsstrijd intenser geworden. Kemalisten, AKP’ers en gülenisten hebben op bepaalde momenten elk de anderen willen elimineren. Er werd letterlijk een spel gespeeld van gevangennemen of gevangengenomen worden. Radicale Koerden en extreemlinks hebben frequent naar dodelijk geweld gegrepen, wat door de staat op een navenante manier werd beantwoord. Zolang dit extreme wantrouwen tussen de politieke groepen bestaat, is het erg moeilijk om een democratische rechtsstaat uit te bouwen. Wie binnen de staat macht verwerft, gebruikt die in de eerste plaats om zijn eigen macht ten opzichte van de anderen te vergroten. Daarbij is het niet altijd duidelijk waar zelfverdediging eindigt en machtsmisbruik begint. Het behoeft geen betoog dat dit continue politieke conflict binnen en buiten de instellingen totaal uit de hand kan lopen. De poging tot staatsgreep van 15 juli 2016 heeft voor mij andermaal aangetoond dat bepaalde oppositiekrachten in Turkije tot alles in staat zijn. Het is duidelijk dat ook de massale zuiveringen die erop volgden, wijzen op een democratie en rechtsstaat in diepe crisis – voor zover deze concepten in Turkije ooit echt wortel geschoten hebben. In tegenstelling tot de meeste analyses in de Nederlandstalige media leg ik de klemtoon op de gedeelde verantwoordelijkheid. We helpen de Turkse democratie niet door alle verantwoordelijkheid bij één partij of persoon te leggen – toevallig degene die de grootste legitimiteit heeft bij de bevolking en via verkiezingen erg moeilijk weg te krijgen is. Dat brengt mij bij mijn tweede stelling. Het Westen is zelf een van de grootste oppositiepartijen geworden in Turkije. Ik verklaar mij nader. Onder westerse politici, journalisten en andere opinieleiders bestaat sinds 2013 een strakke consensus over wat er in Tur-
16
Inleiding
kije aan de hand is. Volgens het dominante beeld is Erdo˘gan veruit de hoofdschuldige van ongeveer alle problemen van de Turkse democratie. Dit zegt meteen ook iets over zijn achterban – de helft van de bevolking – die veelal negatief in beeld wordt gebracht. Het is de meest simplistische versie van deze opvatting die bij onze publieke opinie blijft hangen. Die rol van het Westen is funest. Nu de westerse machtscentra oppositiekrachten zoals de kemalisten, de gülenisten en zelfs de PKK politiek en moreel steunen, gaat de AKP-achterban zich nog meer belaagd voelen. Deze steun gaat van een uiterst gunstige berichtgeving in de pers, over concrete samenwerking tussen westerse politici en media enerzijds en deze groepen anderzijds, tot Amerikaanse wapenleveringen aan de zusterorganisatie van de PKK in Syrië. Door veel te weinig kritisch te zijn over de – qua democratie en mensenrechten al even dubieuze – oppositiekrachten wordt het Westen zelf een partij in het Turkse politieke conflict. Ook in België en Nederland hebben verscheidene kranten, tv-zenders en politici duidelijk de kant gekozen van de enen en tegen de anderen. Die houding is om meerdere redenen rampzalig. Een meerderheid van de Turken gaat het Westen nog meer wantrouwen en de regering een groter mandaat geven om een harder beleid te voeren tegen alle mogelijke dreigingen voor de soevereiniteit en veiligheid. Dit brengt ons bij de geopolitieke dimensie, die voor de meeste Turken een integraal onderdeel is van dit verhaal. Turkije ligt in een heel woelige regio. Als strategisch gelegen land is het bovendien al meer dan 200 jaar een speelbal van de grote mogendheden. Ook dit versterkt de roep om een sterk gezag. De erg partijdige westerse houding, die op een gebrekkige analyse van de complexe situatie gebaseerd is, beschadigt ook de bilaterale relatie tussen Turkije en Europese landen. Die relatie is in deze turbulente tijden nochtans van onschatbaar belang. Ten slotte verhoogt het onbegrip ook de span-
Inleiding
17
ningen binnen onze eigen Turkse gemeenschap en tussen een groot deel van de Turken hier en de rest van de Belgen en Nederlanders. De hoofdbedoeling van dit boek is beide stellingen te onderbouwen. Daarom zal ik het vaak hebben over zaken die in onze toonaangevende en alternatieve pers nauwelijks of niet aan bod komen. Dat verklaart meteen ook de titel: dit boek is geschreven vanuit een bezorgdheid voor de Turkse democratie, de relatie van de Lage Landen met Turkije en onze eigen interculturele samenleving. De manier waarop van hieruit ten strijde wordt getrokken voor de democratie en mensenrechten in Turkije, sorteert op het terrein al te vaak een averechtse effect. Misschien is de Turkse casus in dat opzicht ook leerrijk voor de omgang met andere landen. In het boek gaat de meeste aandacht naar de ontwikkelingen in de periode 2013-2016. Door een alternatieve interpretatie te bieden, vormt het ook een kritiek op de dominante beeldvorming over Turkije in Vlaanderen en Nederland.
Accurate berichtgeving en democratie Tijdens de vele discussies over dit onderwerp heb ik geleerd hoe belangrijk accurate en evenwichtige berichtgeving door de media is. Het is essentieel in een democratie. De kwaliteitsmedia voeden normaliter de publieke opinie en de elites met de nodige informatie vanuit verschillende relevante invalshoeken, opdat die zich een mening kunnen vormen en onder elkaar het debat aangaan. Ook de politieke wereld steunt in belangrijke mate op de media. Wanneer die vaak te eenzijdig en onjuist berichten, wordt een kwaliteitsvol democratisch debat erg moeilijk. Op een autoritaire manier begint zich dan een dominant denken te vestigen. Tegenover die onverdraagzaamheid houden mensen met afwijkende of genuanceerdere opvattingen almaar vaker hun mond.
18
Inleiding
Ze passen zelfcensuur toe. We leven weliswaar in een democratie met vrijemeningsuiting, maar die is in de praktijk relatief als banbliksems en sociaal isolement dreigen wanneer je buiten de lijntjes kleurt. De pers kan zelf hard uit de hoek komen tegen dissidenten. Collega’s, werkgevers, partijgenoten of vrienden kunnen je op de vingers tikken. Dat is heel intimiderend. Ik heb al veel mensen ontmoet die om zulke redenen zwijgen. Communicatiewetenschappers noemen dat een zwijgspiraal. Dat is voor mij, als vastbenoemde professor aan de universiteit, een reden te meer om te spreken. In dit specifieke geval vormt het eenheidsdenken een extra probleem. Het versterkt de Turkse oppositiekrachten, die niet alleen een bedenkelijke reputatie hebben op het vlak van mensenrechten, maar ook in België en Nederland in groten getale aanwezig zijn. Zoals in dit boek zal blijken, hebben zij zich bezondigd aan bomaanslagen, politieke moorden, desinformatiecampagnes, massale afluisterpraktijken en showprocessen met vervalst bewijsmateriaal. Als de media en de politiek het al niet doen, wie voelt zich dan nog geroepen om zich over hen kritisch uit te laten op het publieke forum? Ik wil het probleem voor mezelf niet overroepen – ik ben nog nooit echt bedreigd en verwacht dat ook niet – maar als je die groeperingen rationeel bekijkt, kunnen er wel risico’s aan verbonden zijn, zowel hier als in Turkije. Eigen aan dat soort organisaties is net dat ze alleen al door hun aard en palmares intimideren, zonder iets tegen je te zeggen. Dat is een reden te meer voor de gevestigde en alternatieve media om hun taak ter harte te nemen en adequaat te berichten en te duiden, kritisch op alle betrokkenen. Welke democraat kan daar nu tegen zijn?
Inleiding
19
2 EEN RIJKE, ONVERWERKTE GESCHIEDENIS
In dit boek ligt de klemtoon op de turbulente periode 2013-2016. Maar die gebeurtenissen zijn op hun beurt geworteld in een beladen geschiedenis, die decennia en eeuwen teruggaat. Het is absoluut niet mijn ambitie om in dit en het volgende hoofdstuk de geschiedenis van Turkije samen te vatten. Wel wil ik graag stilstaan bij enkele episodes die tot vandaag door zijn blijven spoken. We beginnen met de periode vóór 2002, het jaar dat de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (Adalet ve Kalkınma Partisi, AKP) van Recep Tayyip Erdo˘gan aan de macht kwam.
De Ottomaanse wortels Het Ottomaanse Rijk ontstond omstreeks 1300 in NoordwestAnatolië, niet ver van de huidige stad Bursa, onder de leiding van Osman I. Op zijn hoogtepunt in het laatste kwart van de 17de eeuw strekte het zich uit van het huidige Algerije tot Iran, en van Polen tot Djibouti. De Ottomaanse sultan – die ook heerste over de heilige islamitische plaatsen in Mekka, Medina en Jeruzalem – droeg de titel van kalief, de leider van de hele moslimgemeenschap. Het rijk was multicultureel. Het kende tientallen verschillende volken en een verscheidenheid aan godsdiensten, zoals soenniti-
Een rijke, onverwerkte geschiedenis
21
sche, sjiitische en alevitische moslims, orthodoxe en katholieke christenen, en joden. De Turken verwijzen graag naar de religieuze verdraagzaamheid die in het rijk ingebouwd was. De moslims, christenen en joden – van wie de heilige boeken door de Ottomanen gerespecteerd werden – waren ingedeeld in millets, religieuze gemeenschappen. Het milletsysteem garandeerde hun religieuze vrijheid.1 Daarbinnen hadden de gemeenschappen een zekere autonomie over bepaalde beleidsdomeinen, zoals onderwijs en sociale zorg. Het is wel zo dat christelijke en joodse burgers in een aantal opzichten minder rechten hadden dan de moslims. Zo moesten ze meer belastingen betalen. Maar christenen en joden hadden het in de middelleeuwen en de nieuwe tijd in het Ottomaanse Rijk over het algemeen wel beter dan joden en moslims in West-Europa en Spanje. De Ottomaanse leiders hielden zich doorgaans niet bezig met een militante, gewelddadige bekeringsijver. Er was geen doorgedreven poging om iedereen in de soennitische islam te assimileren. In de 15de en 16de eeuw zette het Ottomaanse Rijk zijn poorten open voor tienduizenden joden die de Spaanse inquisitie ontvluchtten. In 1492 nodigde sultan Beyazit II hen zelfs formeel uit. De Ottomanen organiseerden zelf een konvooi. Deze episode is een van de historische elementen die een band schiepen tussen de Turken en de joden.2 Het milletsysteem bepaalde ook mee de identiteit van de onderdanen in het rijk. Vóór de 19de eeuw identificeerden ze zich over het algemeen meer met hun godsdienst dan met hun taalgroep of natie. Etnische verschillen werden met andere woorden niet op de spits gedreven. Gedurende lange periodes in het Ottomaanse Rijk waren er bijvoorbeeld weinig spanningen tussen Turken, Koerden en Armeniërs. Die zijn er, volgens de Turkse opvatting, vooral pas vanaf de 19de eeuw gekomen. Dat gebeurde vooral onder invloed van het romantische nationalisme – een westerse, geen Ottomaanse uitvin-
22
Een rijke, onverwerkte geschiedenis