Gustav Mesmer, Schirmflugfahrrad, ca. 1975, balpen en aquarel op papier. Gustav Mesmer Stiftung.
I N H O U D S O P G AV E (3
Br. Dr. René Stockman
5
WOOR D VOOR A F
136
Avant-propos
165
Foreword
Patrick Allegaert, Arnout De Cleene, Yoon Hee Lamot & Bart Marius
Douwe Draaisma & Ingrid Kloosterman
EEN A N DER E W ER ELD Laboratorium van waan en fantasie
Pionier-psycholoog Gerard Heymans en zijn onderzoek naar déjà vu en telepathie
152
De courageux débuts Le psychologue pionnier Gerard Heymans et ses recherches sur le « déjà vu » et la télépathie
179
A Courageous Beginning Pioneer in Psychology Gerard Heymans and his Research on Déjà vu and Telepathy
6
137
Un autre monde Laboratoire d’illusion et de fantaisie
Another World
166
Laboratory of Illusion and Fantasy Jan Ceuleers 16 EN K ELE A SPEC T EN VA N U N AU T R E MON D E VA N GR A N DV I LLE
141 Aspects d’Un autre monde de Grandville
86
EEN MOEDIG BEGI N
Wassily Kandinsky
113 ‘ N ET ZO IS H ET M ET K LEU R,…’
169 Several Aspects of Un autre monde by Grandville
156
‘Just like colour, …’
Charles Baudelaire
Arnout De Cleene
59 ‘GR A N DV I LLE IS EEN Z I EK ELI J K LIT ER A I R E GEE ST,…’ 146 « Grandville est un esprit
114 A M E Jean Perdrizets
La Machine à écrire avec l’au-delà de Jean Perdrizet
maladivement littéraire,… »
174 ‘Grandville was a disturbed literary soul,…’ Franz Xaver Ott
NOOD M A A K T V I N DI NGR I J K 147 La nécessité est la mère 60
de l’invention
175
Necessity Leads to Inventiveness
183
157
« Il en est de même pour la couleur … »
Machine à écrire avec l’au-delà
Ame
184 Ame Jean Perdrizet’s
Machine à écrire avec l’au-delà
Mathew Kneebone
AU R A’S 160 Auras 187 Auras 126
Gustav Mesmer
Daniel Paul Schreber
85 ‘ WAT DOEN W E I N ONZ E V R I J E T I J D?…’ 151 « Que faisons-nous pendant
132 ‘HOOG GE AC HT E PROFE S SOR,…’ 162 « Très honorable professeur, … » 189 ‘Highly esteemed Professor, …’
179
notre temps libre ?… »
‘How do we spend our free time?…’
(5
Br. Dr. René Stockman
WOORD VOORAF Dertig jaar geleden, op zaterdag 13 september 1986 om precies te zijn, opende het Museum Dr. Guislain zijn deuren: het begin van een uiterst boeiende en leerrijke ervaring. Een historische gebeurtenis ook, want voor het eerst was er in ons land een museum gewijd aan de geschiedenis van de psychiatrie. Dat alles in een samen leving in volle verandering. Niet alleen in de psychiatrie — het monopolie van het psychiatrisch gesticht als middel bij uitstek voor de psychische gezondheidszorg, werd van zijn evidentie ontbloot — maar ook in de musea en het erfgoed wijzigde in drie decennia heel veel. Het museum bekijkt die boeiende wijzigingen allereerst binnen de eigen geschiedenis van de congregatie Broeders van Liefde, die in ons land en daarbuiten een bepalende rol heeft gespeeld in de zorg voor mensen die psychisch lijden. Het eigen erfgoed samenbrengen, bestuderen en openstellen voor het publiek vormde het startpunt van de permanente collectie. Een museum over de geschiedenis van de psychiatrie vormgeven gebeurde vervolgens in een voortdurende dialoog met andere opvattingen en praktijken. Het museum werd nationaal en internationaal een referentiepunt: het kreeg erkenning op het hoogste Vlaamse niveau en werd ook organisator van verschillende Europese samenwerkings initiatieven. Naast de vaste collectie werden jaarlijks meerdere tijdelijke tentoonstellingen ingericht en de collectie werd uitgebreid. De geschiedenis van de zorg, maar ook beeldende kunst en fotografie, vanuit en over de zorg, kregen meer en meer een belangrijke plaats. Er werd niet alleen geïnvesteerd in het verwerven en bestuderen van die stukken en hun geschiedenis, er was ook een grote ontwikkeling in de omgang met het publiek. Het museum wist met zijn vaste collectie en zijn tijdelijke tentoonstellingen meer en meer mensen, vanuit heel diverse achtergronden, te boeien. Het bezoekersaantal kende een gestage groei. Publicaties, studiedagen en internationale projecten droegen bij aan het prestige van het museum. De ruimte waarover het museum beschikte evolueerde van enkele kleinere zolder-
J.J. Grandville, Un autre monde, affiche. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
ruimtes naar het overgrote deel van het historische en ondertussen als monument beschermde gebouw. In dit kader wil ik dan ook de tentoonstelling en de catalogus Een andere wereld. Laboratorium van waan en fantasie onder de aandacht brengen. Deze tentoonstelling zoomt in op enkele merkwaardige figuren en tendensen uit de geschiedenis van de psychiatrie. Geconfronteerd met het psychisch lijden van de mens, onderzochten wetenschappers de geest en zijn functioneren. Hallucinaties en wanen van patiënten trokken heel snel de aandacht. Ook de studie van de droom vormde voor velen een toegangspoort tot de mens en zijn functioneren. Dat alles inspireerde uiteraard ook kunstenaars: zij verbeeldden de fascinatie en de zoektocht naar het bewustzijn van de mens. In het begin van de 19de eeuw, de tijd van Joseph Guislain (1797-1860), gaf de Franse tekenaar J.J. Grandville in een magistrale reeks tekeningen vorm aan zijn fantastische wereld, Un autre monde. Die originele reeks tekeningen vormde het startpunt voor deze tentoonstelling. Maar ook de queeste van de Nederlandse experimenteel psycholoog Gerard Heymans naar de wereld van het onzichtbare toont hoe begin 20ste eeuw, in de beginperiode van het wetenschappelijk psychologisch onderzoek, de aandacht ging naar mysterieuze verschijnselen als moeilijk grijpbare aspecten van de menselijke psychè. Het werk van de Duitser Gustav Mesmer is monumentaal in zijn ambitie en uitwerking. Als een echte uitvinder, binnen en buiten de wereld van het gesticht, maakte hij een indrukwekkend oeuvre dat zijn ambitie verduidelijkte: de mens is er om te vliegen! De Fransman Jean Perdrizet en de Australiër Mathew Kneebone zetten volop in op technologie en fantasie. Perdrizet bedenkt toestellen en voorziet ze onder andere van occulte kwaliteiten. Kneebone gaat op zoek naar hoe aan bepaalde bestaande machines bijgeloof en mythes kleven. Een andere wereld vertrekt vanuit die vijf benaderingen en voert de bezoeker mee op een reis in de psychè vol intense zorg, verrassende wendingen en innemende schoonheid.
(7
Patrick Allegaert, Arnout De Cleene, Yoon Hee Lamot & Bart Marius
EEN ANDERE WERELD Laboratorium van waan en fantasie
Binnentreden in Een andere wereld gebeurt niet vrijblijvend. De zekerheden die de alledaagse werkelijkheid structureren lijken even opzijgezet te moeten worden. De tentoonstelling zet de deur naar elders op een kier en nodigt de bezoeker uit binnen te stappen. Wat gezien en ervaren wordt, roept een veelheid aan vragen op. Waar ligt de grens tussen fantasie en werkelijkheid? Hoe onderscheid je droom van delirium, waan van wens, hallucinatie van inzicht? Op welke manier kun je onderzoeken of verbeelden wat zich ergens anders afspeelt? De tentoonstelling neemt, vertrekkend van die vragen, twee eeuwen in ogenschouw. Niet om een historisch verhaal te vertellen, maar om uit die periode vijf eigenzinnige oeuvres te lichten — van J.J. Grandville, Gustav Mesmer, Gerard Heymans, Jean Perdrizet en Mathew Kneebone — die, balancerend tussen kunst, kunde en wetenschap, elk een ander universum schiepen of in kaart brachten en zo het ongrijpbare met eigen middelen trachtten te vatten. Het zijn werelden waarin potloden wandelen, fietsen zweven, de afstand tussen twee evenwijdige lijnen variabel is, typemachines in contact staan met de overledenen en straatlichten stoppen met schijnen wanneer je er voorbij wandelt. Wat de tentoonstelling en catalogus hopen aan te bieden, wil ook deze inleiding aanreiken: enkele mogelijke passages, van deze naar de andere, tussen die andere onderling, en — misschien — ook van die andere terug naar deze wereld. VIJF WERELDEN
Elk van de vijf oeuvres die gepresenteerd worden heeft een uniek karakter. De Franse tekenaar J.J. Grand ville (pseudoniem van Jean Ignace Isidore Gérard, 1803-1847) geldt als een van de belangrijkste illustratoren van zijn tijd en als voorloper van het surrealisme. In de eerste helft van de 19de eeuw voorzag hij onder andere Gullivers Reizen en Robinson Crusoe van beelden en werd hij beroemd met zijn karikaturen. Het
Mathew Kneebone, How to Construct a Simple Device, uit de reeks Mechanical Systems Drawing, 2016, grafiet op papier. Collection of the artist © Mathew Kneebone.
merkwaardigste werk is Un autre monde (1844), waarvan een omvangrijk deel van de originele tekeningen getoond wordt, in samenwerking met Ronny en Jessy Van de Velde, en die Jan Ceuleurs in deze catalogus van duiding voorziet. In dat boek schept Grandville een imaginaire wereld waarin hij de eigen tijd — gedomineerd door snelle ontwikkelingen op technologisch en wetenschappelijk gebied, gekoppeld aan een vooruitgangsgedachte — kritisch onder de loep neemt. Aan het begin van de 20ste eeuw kreeg Nederland zijn eerste experimenteel psycholoog: Gerard Heymans (1857-1930). In Groningen wijdde hij zich aan het onderzoeken van psychische fenomenen, met bijzondere aandacht voor psychische remming, optische illusies, déjà vu’s en telepathie. Hij stelde een psychologisch laboratorium samen waarin hij state-of-the-artonderzoeksinstrumenten verzamelde, op basis van het pionierswerk van Wundt — een collectie die nu dankzij de samenwerking met het Universiteitsmuseum Groningen getoond kan worden. Heymans’ onderzoek besloeg een breed gamma aan onderwerpen — van filosofie, over esthetica, tot persoonlijkheidscategorieën. Zoals Douwe Draaisma en Ingrid Kloosterman verderop aantonen, laten Heymans’ oeuvre en carrière zien hoe een jonge wetenschappelijke discipline een onaangeroerde wereld ontdekt, haar onderzoeksgebied probeert af te bakenen, en daarbij met de nodige sérieux paden bewandelt die we vandaag als pseudowetenschappelijk beschouwen. De Duitse kunstenaar Gustav Mesmer (1903-1994) construeerde, na een mislukt monnikenbestaan, een wereld waarin de droom om te kunnen vliegen centraal stond. Zijn hele leven lang maakte hij, vanuit de psychiatrie, toestellen die de grond nooit verlieten, maar die in de wereld van de kunstenaar een magische kwaliteit hadden: fietsen met vleugels, een pak met een helikopterschroef, schoenen met springveren, maar ook tekeningen en teksten. Franz Xaver Ott belicht het leven en werk van Mesmer, dat in samenwerking met de Gustav Mesmer Stiftung tot in Gent geraakte.
8) P A T R I C K A L L E G A E R T , A R N O U T D E C L E E N E , Y O O N H E E L A M O T & B A R T M A R I U S
Jean Perdrizet (1907-1975) en Mathew Kneebone (1982) tot slot delen beiden een fascinatie voor technologie en brengen die fascinatie tot uiting in werken die de technische tekening een nieuw elan geven — een fascinatie die in deze catalogus verder beschreven wordt door Kneebone zelf en Arnout De Cleene. Waar Perdrizet — een toonaangevend outsiderkunstenaar — een uitvinder is die, vertrekkend van bestaande toestellen, o.a. nieuwe toestellen ontwerpt met spiritistische capaciteiten, maakt Kneebone de omgekeerde beweging en kijkt hij terug in de tijd. Kneebone legt de vaak vreemde relatie tussen mens en (elektrische) machine bloot en onthult de vreemde toepassingen, het bijgeloof en de mythes die deze machines omgeven. De vijf universums kunnen als autonome delen gezien en gelezen worden. De eigenzinnigheid en presentatie van elk van de oeuvres nodigen daartoe ook uit. Ze wekken fascinatie voor de ongebreidelde fantasie en vrijheid, voor het spectaculaire, het speelse en ook unheimliche die elk ervan kenmerken. Niettemin wil Een andere wereld die oeuvres net ook openbreken, en het tracht dat te doen op meerdere manieren. Zo worden de oeuvres van deze vijf opmerkelijke figuren getoond in combinatie met werk van tijdgenoten en geconfronteerd met werken die nieuwe perspectieven aanbieden. Daarnaast is het geheel ook groter dan de som van de delen, en zijn het net de verbanden tussen de vijf delen die de eigenheid van de tentoonstelling versterken. De tentoonstelling zoekt een evenwicht tussen het beklemtonen van de uniciteit, authenticiteit en autonomie van die werelden — zonder in romantische clichés te willen vervallen — en het openstellen van die werelden voor de verbanden die ze aangingen of kunnen aangaan — zonder ze in te passen in bestaande denkkaders en zo hun fundamentele uitdaging teniet te doen. Π
Met het werk van Grandville, Mesmer, Heymans, Perdrizet en Kneebone cirkelt Een andere wereld rond meerdere thematieken, die, zonder een inhoudelijke leidraad te vormen, in en vooral tussen die werelden doorschemeren. De psychose, bijvoorbeeld: wanneer iemand het contact met de werkelijkheid, zoals die door
August Natterer, Würzburg, Sirene. Universiteitsmuseum, Groningen.
zijn omgeving wordt ervaren, gedeeltelijk of geheel verliest. Of, met verwante termen: de hallucinatie, het delirium, de waan. Zelfs ‘waanzin’ — vaak als synoniem gebruikt voor de psychose. Sinds haar ontstaan heeft de psychiatrie zich het hoofd gebroken over deze kwestie: van terminologische ijkpunten als Emil Kraepelins popularisering van ‘dementia praecox’ (1899) en Eugen Bleulers lancering van ‘schizofrenie’ (1908) over psychiaters als Adolf Meyer, via Sigmund Freuds Schreber en het proefschrift over paranoïde psychose van Jacques Lacan, de antipsychiatrische herijking van schizofrenie als een spirituele zoektocht, tot recente, opvallende toevoegingen aan het debat door auteurs als Richard Bentall, Darian Leader, Jim van Os of Wouter Kusters. In verschillende opzichten is schizofrenie voor de psychiatrie wat het getal π is voor de wiskunde: een schijnbaar onoplosbaar raadsel dat blijft intrigeren, haar ‘sublime object’ (Woods 2011). Zowel Van Os, Leader, Kusters als Bentall spreekt over waanzin/psychose en benadrukt de nood aan een terugkeer naar de menselijke natuur. Ze bieden een tegengewicht voor de dominante neurobiologische benadering door het individu opnieuw een plaats te geven. Zo wil Van Os alle schizo-afgeleide termen schrappen uit psychiatrische handboeken en luidt de ondertitel van Bentalls Madness Explained (2003) even kort als duidelijk: Psychosis and Human Nature. Ludwig Binswanger en Karl Jaspers indachtig, stellen deze auteurs dat de patiënt niet puur objectief benaderd, maar vooral
E E N A N D E R E W E R E L D (9
gehoord en geholpen moet worden — Der Mensch in der Psychiatrie (Binswanger 1957) dus. Deze auteurs bieden niet enkel een meer menselijke benadering van waanzin, maar gaan op die manier ook in tegen de radicale alteriteit, het afwijkende en het on vatbare, die vaak aan schizofrenie, psychose of waanzin worden toegedicht — dat het om psychische werelden zou gaan die eenvoudigweg niet voor te stellen of te begrijpen zijn. Eugen Bleuler stelde al vast dat de meest voorkomende vorm van schizofrenie in feite de latente vorm was, het type dat nooit zichtbaar werd als krankzinnigheid. Darian Leader spreekt van de ‘onopvallende psychosen die zich altijd hadden weten te voegen naar de maatschappij, die nooit explodeerden in spectaculaire symptomen, nooit desintegreerden in een zenuwinstorting of crisis’ (2012, 21). ‘Wie zelf ooit een “buitennormale” werkelijkheid heeft ervaren, zal deze niet altijd een “psychose” noemen, maar wellicht een verwardheid, openbaring, spirituele reis, ziekte of gekke tijd’, stelt Wouter Kusters en hij voegt daaraan toe dat de waanzin/psychose vaak de schemerzone is waaruit creativiteit opdoemt. Zij halen psychose uit haar strenge psychopathologische keurslijf, net zoals ook vanuit filosofische hoek (met onder andere Deleuze & Guattari, Jameson, Baudrillard) schizofrenie in de 20ste eeuw als metafoor werd gehanteerd en, los van de psychopathologie, breed ingezet werd om de veranderende, (post)moderne, problematische ervaring van identiteit te karakteriseren.
Het maakt dat ‘een andere wereld’ direct genuanceerd kan worden — een nuance met betrekking tot psychische en psychiatrische fenomenen die het Museum Dr. Guislain ook eerder al opzocht in tentoonstellingen als Oorlog & trauma (2013), Donkere kamers (over depressie, 2014) en Schaamte (2015). Met iets fundamenteels als psychose is het niet anders: die bevreemdende werelden staan wel en niet veraf van deze wereld. Als de psychose ook latent aanwezig kan zijn, of als schizofrenie de (post)moderne tijd kenmerkt, stelt dat ook enkele universa in Een andere wereld in een ander licht. Met betrekking tot de levensverhalen van de kunstenaars, bijvoorbeeld. De merkwaardige biografie van iemand als Gustav Mesmer is niet los te koppelen van zijn oeuvre: de autobiografische teksten geven een beklijvende, literaire en hoogst waardevolle inkijk in zijn geïsoleerde verblijf in de psychiatrie; de wens om te vliegen komt al snel in beeld als een symptoom van zijn ‘langzaam voortschrijdende schizofrenie’. Grandvilles korte verblijf en vroegtijdige dood in een psychiatrische instelling in Vanves (waar de kritische Baudelaire naar lijkt te verwijzen) sluit (al te) vlot aan bij het absurde universum dat hij in Un autre monde schiep. Niettemin zijn hun bijzondere biografieën en (nog meer) bijzondere oeuvres geen onbereikbare werelden. Ze tonen net hoe moeilijke omstandigheden creativiteit en fantasie niet hoeven te verhinderen, hoe artistieke of wetenschappelijke vernieuwing en delirium in elkaars buurt te vinden zijn,
Carl Krille, Leipzig, Valfonometer naar Fechner. Universiteitsmuseum, Groningen.
10) P A T R I C K A L L E G A E R T , A R N O U T D E C L E E N E , Y O O N H E E L A M O T & B A R T M A R I U S
J.J. Grandville, Scènes de la vie privÊe et publique des animaux, 1840-1842, bruine inkt, annotaties. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
E E N A N D E R E W E R E L D ( 11
hoe vliegdroom en vliegwaan een zucht van elkaar verwijderd zijn. Het zijn oeuvres die, ook los van de diagnose, hun fascinerende eigenheid blijven bewaren, en ook zonder die kennis op een inspirerende manier benaderd kunnen worden. Een andere wereld stelt op die manier net dat ‘andere’ ter discussie. Het wil die werelden ontmaskeren noch bevestigen, maar, vanuit een vrijheid die ook die oeuvres zelf kenmerkt, kijken hoe ze functioneren. WA S S I LY ’ S O O M
Grandville speelde een cruciale rol in het surrealisme, Mesmer in de context van de outsiderkunst, Heymans in de geschiedenis van de (experimentele) psychologie… Niettemin reikt hun bekendheid zelden verder dan die stromingen, genres en disciplines zelf. Het is echter net die ietwat marginale, vergeten of (nog) onbekende positie die maakt dat hun oeuvres ons verleiden tot een (oneindige, en steeds verder woekerende) veelheid aan verfrissende — interdisciplinaire en niet-lineaire — verbanden, los van de geijkte denkkaders en perspectieven: de experimentele psychologie gaat plots een alliantie aan met outsiderkunst, en een van de bekendste expressionisten blijkt tegelijk ook een vooruitstrevend psychiater te zijn. Zo vertelt Heymans’ laboratorium in het noorden van Nederland het intrigerende relaas van de manier waarop de jonge psychologie als discipline in het vaarwater van de psychiatrie kwam, hoe ze haar legitimeerde door een onderzoeksdomein af te bakenen, waarin een zeer rationele benadering, met bijbehorend instrumentarium — instrumenten die ook Jean Perdrizet in het zuiden van Frankrijk gebruikte — gecombineerd werd met onderwerpen als optische illusies, depersonalisatie, déjà vu en telepathie. In dat laboratorium bevindt zich een sirene, ontworpen en vervaardigd door het bedrijf van August Natterer, een twintigjarige technisch ingenieur. Natterer — of Neter — is echter vooral bekend vanwege de fantastische, hallucinatorische, Arcimboldoachtige werken die hij later maakte, toen hij in de psychiatrie terechtkwam. Die werden opgepikt door Hans Prinzhorn, die hem presenteerde als een van zijn tien ‘schizofrene meesters’. Prinzhorns baanbrekende werk over kunst gemaakt
J.J. Grandville, Un autre monde, 1843, ingekleurd boekexemplaar. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
door psychiatrische patiënten vond zijn weg naar Max Ernst, die het introduceerde in de Parijse surrealistische kringen. Ernst liet zich (zeer sterk) inspireren door Natterer, net als door de metamorfoses die Grandville in Un autre monde uitwerkte. Terzelfdertijd als Heymans — druk onderzoekend hoe ook de esthetica in zijn psychologisch-filosofisch denkkader ingepast kan worden — schreef de expressionist Wassily Kandinski het befaamde Über das Geistige in der Kunst (1912) — een spiritueel aspect dat hij, net als Heymans op zijn manier, in de kunst ontwaarde. Kandinski dook ook op toen de psychiater-filosoof Karl Jaspers in zijn Allgemeine Psychopathologie (1910) het belang onderstreepte van beschrijvingen van waanzinnige episodes door schrijvers als Baudelaire, de Quincey, Nerval en Kandinsky — hier echter niet de beroemde expressionist, abstracte schilder, mede oprichter van Der Blaue Reiter en docent aan het beroemde Bauhaus, maar Wassily’s oom, Viktor (18491889). Viktor Kandinsky was een van de pioniers van de Russische psychiatrie, die in 1889 na een lange depressieve periode een opiumexperiment op zichzelf toepaste en stierf ten gevolge van een overdosis. In 1881 publiceerde hij ‘Zur Lehre von den Hallucinationen’ in Archiv für Psychiatrie und Nervenkrank heiten. Eerlijk en bevlogen, maar zonder franje beschreef Kandinsky er zijn waanzin en persoonlijke hallucinaties.
12) A U T E U R
Het spreekt voor de kwaliteit van de vijf werelden dat ze uitnodigen tot zulke gedachtestreepjes: onverwachte, verrassende verbanden. Zoals in Grandvilles illustratie van Saturnus in Un autre monde: de ringen van Saturnus worden een balkon vanwaar de andere planeten te bezichtigen zijn, en via ijzeren bruggen kun je zelfs van de ene naar de andere planeet wandelen. Hoewel Grandville, Mesmer, Heymans, Perdrizet en Kneebone elkaar nooit ontmoet hebben, brengt de tentoonstelling hun werelden in elkaars baan, waar ze elkaar aantrekken en afstoten, en wisselende, tijdelijke constellaties vormen. Hoe een vliegtuig van Mesmer of
Jean Perdrizet, Oui-ja enregistreur, 1970, stencil, balpen, viltstift en kleurpotlood op papier. Collectie abcd, Parijs.
Heymans’ resonantiebol van Helmoltz perfect hadden kunnen staan in Un autre monde, hoe Mesmers vliegdromen en Perdrizets spiritistische instrumenten Heymans uitermate zouden interesseren, Mesmer bij Perdrizet een kompaan zou vinden, Perdrizet bij Kneebone, enzovoort. FA N TA S M AG O R I E
Het ongrijpbare vat je niet met de blote hand. Doorheen de tentoonstelling komt aan het licht hoe Grandville, Mesmer, Heymans, Perdrizet en Kneebone zeer
E E N A N D E R E W E R E L D ( 13
specifieke middelen inzetten om hun oeuvre tot stand te brengen: van de karikatuur over gebricoleerde fietsen tot het psychologische onderzoeksinstrument. Die technieken zijn niet los te koppelen van hun leefwereld. De vele gepersonifieerde objecten die in Un autre monde voorkomen — stereoscopen, stoommachines… — tonen hoe de illustrator de technische verwezenlijkingen van zijn tijd opnam in zijn werk, net zoals Kneebone verwonderd kijkt naar een fenomeen als het geloof dat sommige mensen het falen van toestellen in de hand zouden werken — een straatlantaarn die uitgaat wanneer je er passeert, bijvoorbeeld — net zoals ook Mesmers unieke oeuvre in relatie staat tot de ontwikkelingen in de luchtvaart en Perdrizets uitvindingen voorgelegd werden aan toonaangevende onderzoeksinstituten… Die ‘machinerie’, en de bevreemdende manieren waarvoor ze aangewend werd, is evenmin weg te denken uit de geschiedenis van de psychiatrie: denk aan Joseph Guislains hallucinante rotatietherapie, Franz Anton Mesmers ‘vat’, Wilhelm Reichs orgonentheorie of de wetenschappelijke wedloop van de reverse engineering van het Human Brain Project van de Europese Commissie en BRAIN van de Amerikanen. Een andere wereld toont hoe de hoofdfiguren in de tentoonstelling objecten transformeren tot een buitengewone verzameling, en laat zo zien hoe zij allen kin deren van hun moderne tijd zijn. De vernieuwende, spectaculaire, buitenissige werelden die ze creëren ontstaan niet vanuit een vacuüm, maar zijn inventieve citaten, recyclages, bricolages en montages van wat ze rond zich zagen verschijnen. Het is die eigenschap die Grandvilles werk tot een van de belangrijkste referenties maakt in Walter Benjamins onvoltooide Passagenwerk over het 19de-eeuwse Parijs. Benjamin vereenzelvigde Grandville met het cruciale begrip ‘fantasmagorie’ — de naam van een projectiemethode en voorloper van de film, uitgevonden door de Belg Etienne-Gaspard Robert aan de vooravond van de 19de eeuw. De fantasmagorie staat voor de droom, de schijn, het illusoire en mystificerende, de hallucinatorische werelden die we creëren om de werkelijkheid te ontvluchten. De fantasmagorie is echter tot meer in staat. In zijn ‘Exposé’ van 1935 schreef Benjamin: ‘De verheerlijking van gebruiksvoorwerpen, met hun glans van verstrooiing, is het geheime thema van Grandvilles August Natterer (Neter), Charnierband-Kerzenleuchter, 1914, potlood en kleurpotlood op papier.
Gustav Mesmer, zonder titel, ca. 1980, balpen en aquarel op papier.
Sammlung Prinzhorn, Heidelberg.
Gustav Mesmer Stiftung.
14) P A T R I C K A L L E G A E R T , A R N O U T D E C L E E N E , Y O O N H E E L A M O T & B A R T M A R I U S
kunst. Het komt overeen met de splitsing tussen de utopische en cynische elementen in zijn werk. […] Aan de hand van Grandvilles potlood wordt de gehele natuur getransformeerd tot specialiteiten, die hij presenteert zoals ook reclame haar producten begint te presenteren. Hij eindigt in waanzin’ (7, onze vertaling). Grandville versterkte enerzijds het mystificerende karakter van de 19de eeuw, zette haar betoverende en droomachtige kwaliteiten kracht bij door haar tot een spectaculaire ‘andere wereld’ om te vormen. Maar anderzijds, en tegelijkertijd, toonde hij zijn omgeving juist op die manier als wat ze was: Grandvilles Un autre monde is er een die doorspekt is met reclame en gebruiksvoorwerpen, een wereld die hij ook, net door middel van die spectaculaire transformaties, onttoverde en ontmaskerde, en zo de kwalijke aspecten van die burgerlijke wereld in de verf zette. Het is die dubbele functie — fascinatie en ontmaskering, utopie en cynisme — die de inzet vormt van Grandvilles werk. Een hoge inzet, zo stelde Benjamin, die eindigt in waanzin. Ook het engagement van Heymans, Perdrizet, Mesmer en Kneebone is groot. De werelden die ze onderzochten of creëerden, ontstaan op een haast obsessieve manier. Op vergelijkbare wijze combineren ze het illusoire met het kritische — Kneebones fascinatie voor de coulissen van de geschiedenis van de technologie is niet zonder kritiek op de manier waarop we ervan vervreemden, Heymans’ geloof in het bestaan van telepathie is gekoppeld aan de voorwaarde dat die telepathie slechts bewezen kan worden onder de meest strenge, kritische toetsing. Hoe veraf hun werelden ook mogen lijken, het is net de manier waarop ze zich nestelen in hun eigen tijd en wereld, en de wijze waarop ze die wereld gefascineerd en kritisch te lijf gaan, die hun werk tot dwingende en belangwekkende fantasmagorieën maakt. E R B E S TA A N A N D E R E W E R E L D E N
De inzet van de tentoonstelling Een andere wereld ligt in het dubbele karakter dat Benjamin in de fantasmagorie zag: het mystificerende, fascinerende en illusoire in stand houden (een aspect dat Benjamin in de 19de-eeuwse wereldtentoonstelling ontwaarde), maar tegelijk die werelden zo brengen dat ze hun dialoog met deze wereld blijvend kunnen aangaan. Hoe, als de
juiste afstand gevonden kan worden, bewondering en kritiek elkaar niet in de weg hoeven te staan; hoe de waan niet alleen een ‘afwijkende’ wereld is, maar tegelijkertijd een waarheid bevat die ons anders kan doen kijken naar de wereld rondom ons; hoe illusie, delusie en desillusie hand in hand kunnen gaan. Andere werelden bestaan. In Il existe d’autres mondes (2014) beargumenteert literatuurwetenschapper en psychoanalyticus Pierre Bayard dat inzichten uit de kwantumfysica en sciencefiction — het bestaan van parallelle universums, bijvoorbeeld — ook in de menswetenschappen, in de geschiedenis van de psychiatrie, in het lezen van literatuur of bekijken van kunst hun nut kunnen hebben. Wanneer we uitgaan van die stelling vergroot de ontvankelijkheid voor het raadselachtige en afwijkende dat we tegenkomen, net als de inventiviteit en ook de tolerantie waarmee we de wereld rondom ons benaderen: ‘Erin slagen ons te onttrekken aan het geheel van denkkaders die ons modelleren zonder dat we het weten, ons te bevrijden van onze conditionering en de wereld te zien zoals iemand anders haar zou zien […] is de belangrijkste voorwaarde voor het creëren, met inbegrip van het theoretische creëren. Het laat toe de verblindende wereldse identiteit die ons onopgemerkt opsluit achterwege te laten en zo de wereld niet meer te zien met onze eigen ogen en […] een nieuw paradigma uit te vinden’ (127, onze vertaling). Een andere wereld toont enkele van die nieuwe werelden, die ontstonden vanuit personen die, met andere ogen, om zich heen keken. Ze nodigt de bezoeker en lezer uit om te kijken naar de manier waarop wetenschappers en kunstenaars, vanuit een buitengewone passie voor de vaak onvatbare schemergebieden van de menselijke geest, een nieuwe wereld in beeld brachten, hoe ze zich een weg baanden tussen verschillende disciplines, over de eigentijdse ontwikkelingen reflecteerden, maar er ook een eigenzinnig antwoord op gaven, en zo een gedurfd alternatief schiepen voor de werkelijkheid die ons omringt. Maar de inzet van de tentoonstelling zit ook in de omgekeerde beweging: niet alleen te kijken naar werelden geschapen vanuit andere ogen, maar ze ook, zelf, als tijdelijke bezoeker, met andere ogen te bekijken. Op die manier wordt een bezoek meer dan fascinerend alleen. Het heeft diepgaandere consequenties. Dat op die
E E N A N D E R E W E R E L D ( 15
manier, vanuit het beschouwen van die unieke universums, ook deze wereld in een ander licht komt te staan: relatief en onzeker, vreemd zelfs. Dat er een universum bestaat waar fietsen, vreemd genoeg, zelden zweven, waar potloden steriel op het bureaublad blijven liggen, de afstand tussen evenwijdige lijnen oeverloos identiek blijft, typemachines, om een of andere bizarre reden, weinig gebruikt worden om in contact te treden met overledenen, en straatlichten blijven branden wanneer je passeert. Vrijblijvend is het niet. Al was het maar omdat Een andere wereld misschien pas aanvangt bij het dichtslaan van deze catalogus, en bij het verlaten van het Museum Dr. Guislain.
Franco Zehnder, Gustav Mesmer, 1984, foto. © Franco Zehnder, Hamburg.
Bibliografie Bayard, P., Il existe d’autres mondes. Parijs: Minuit, 2014. Benjamin, W., ‘Paris, die Haupstadt des XIX. Jahrhunderts’, in: Gesammelte Schriften V (red. R. Tiedemann). Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1982 (1935). Bentall, R.P., Madness Explained. Psychosis and Human Nature. Londen: Penguin Books Ltd, 2003. Binswanger, L., Der Mensch in der Psychiatrie. Pfullingen: Verlag Günther Neske, 1957. Hannoosh, M., ‘The Allegorical Artist and the Crises of History: Benjamin, Grandville, Baudelaire’, in: Word & Image 10 (1), 1994, 38-54. Kusters, W., Filosofie van de waanzin. Rotterdam: Lemniscaat, 2014. Leader, D., Wat is waanzin? Amsterdam: De Bezige Bij, 2012. Woods, A., The Sublime Object of Psychiatry. Schizophrenia in Clinical and Cultural Theory. Oxford: Oxford University Press, 2011.
16)
In deze tekening laat Grandville de hebzucht van de mens zien, die steeds meer wil en verblind raakt door de vele consumptiegoederen die hem worden aangeboden. ‘Nauwelijks een minuut was ze weggestroomd toen een jonge rode vis zijn lijn binnenhaalde, waaraan onderaan een kleine vrouw spartelde die al meer dan de helft van de diamanten speld had ingeslikt, een verraderlijk klein lokaas waardoor ze zich had laten vangen. Mijn ogen richtten zich op de vijver; hij was gevuld met mannen en vrouwen van wie de transparantie van de golf mij toeliet om alle bewegingen te volgen. Ze begaven zich snel naar de lokazen die men hen voorhield: eretekens, epauletten, beurzen met goud, ze slikten alles in met een betreurenswaardige gulzigheid.’ J.J. Grandville, Les poissons d’avril, uit Un autre monde, 1843, grafiet, pen en bruine inkt, aquarel. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
( 17
Jan Ceuleers
ENKELE ASPECTEN VAN UN AUTRE MONDE VAN GRANDVILLE Les spectateurs qui assistent à la représentation d’un opéra, par exemple, ou d’une féerie, voient se succéder devant eux des changements à vue, des transformations, des effets magiques qui les étonnent ou les charment, sans que la plupart d’entre eux se préoccupent beaucoup de ce qu’il a fallu d’invention, d’art, de science, de travail pour produire sur eux toutes ces illusions. Il est cependant des esprits curieux qui ne se contentent pas de jouir des effets et voudraient connaître les causes. J. Moynet, ‘Préface’, L’envers du théâtre. Machines et décorations, Parijs, 1888
‘Een jonge virtuoze van tweeëntwintig maanden, zes dagen en één nacht, die uit bescheidenheid anoniem wil blijven, heeft op de stoomharp de meest moeilijke variaties uitgevoerd zonder een enkel moment het spoor van de harmonie kwijt te raken, met een zielswarmte en een delicatesse van een vingerzetting, waardoor ze vanaf heden in de rangen van de meest beroemde uitvoerders geplaatst kan worden.’ J.J. Grandville, Concert à la vapeur, uit Un autre monde, 1843, pen en bruine inkt. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
Un autre monde is de voorafschaduwing van een cultuurindustrie waarin recyclage een hoofdrol speelt. Door middel van technologisch verfijnde procedés maken de hedendaagse media naast gewone remakes steeds vaker complexe remixes met als enige criterium de doeltreffende impact op het min of meer omschreven marktsegment. Tegen die brutale economische achtergrond nodigt het wonderlijke werk van Grandville uit om weg te dromen naar een onschuldige wereld waar de rijkste verbeelding de toon aangeeft. Maar Grandville is geen fantast. Wanneer in 1844 Un autre monde verschijnt, is hij een veelgevraagd en hoog gekwalificeerd vakman, actief in een dynamische sector. Grandville is geen uitvinder. De charme van zijn tekeningen
‘Met mijn systeem kan men niet alleen de woonplaats van de individuen raden, maar ook hun geslacht, hun karakter: de intrige loopt op tot de hoogte van de psychologie. Het gemaskerd bal zal een volledige les filosofie worden. Hoe meer men verkleed is, hoe meer men zich kenbaar zal maken. Mijn vermommingen zijn tweeledig zoals het hart.’ J.J. Grandville, Déguisements physiologiques, uit Un autre monde, 1843, grafiet, pen en bruine inkt. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
18) J A N C E U L E E R S
In Un autre monde worden goederen plots mensen en blijken mensen slechts mechanische objecten. De wereld wordt bevolkt door de laatste technologische uitvindingen en de meest futu ristische inwoners. Grandville hekelt de kritiekloze bewondering voor de technische vooruitgang. Het concert van muziek instrumenten op stoom loopt dan ook slecht af. ‘De tenor-, bas-, bariton-, sopraan- en altstem zijn vrij van enig ongeluk; de stoominstrumenten produceren effecten van een verrassende juistheid; de grote componisten hebben eindelijk uitvoerders gevonden van hetzelfde niveau als hun melodieën. In deze eeuw van de vooruitgang is de machine de geperfectioneerde mens.’ J.J. Grandville, Concert à la vapeur, uit Un autre monde, 1843, pen en bruine inkt. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
‘Een ongeluk maakte een einde aan dit concert. In het vuurwerk op re, op het moment dat de fuga smorzando ten einde liep met een zachte en dromerige melodie, is een ophicleïde, overladen met harmonie, eensklaps ontploft zoals een bom, zwarte noten, witte noten, grupetti van scherpe noten, achtste noten, zestiende noten afvurend; muzikale rookwolken en melodievlammen verspreidden zich in de dampkring. Verschillende muziekliefhebbers hadden gescheurde oren, anderen waren gekwetst door brokjes van de fa- en de solsleutel.’ J.J. Grandville, La rhubarbe et le séné, uit Un autre monde, 1843, pen en bruine inkt. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
E N K E L E A S P E C T E N V A N U N A U T R E M O N D E V A N G R A N D V I L L E ( 19
Grandville gelooft niet in de kwaliteit van het opkomende realisme, dat hij als een modegril bestempelt. ‘Op het vlak van sculptuur zullen we de Vinger van God vermelden, een gigantisch werk waarvan de originaliteit de mooiste voorstellingen van de oudheid en de renaissance overstijgt. De auteur van dit kolossale stuk werkte er sinds twintig jaar aan; hij had het die ochtend zelfs voltooid in de tentoonstellingszaal, krachtens een speciale toelating: een uitzonderlijke gunst, waarin de vinger van God zich goed laat zien.’ J.J. Grandville, Le Louvre des marionnettes, uit Un autre monde, 1843, grafiet, pen en bruine inkt. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
Grandville heeft niet veel respect voor de kunstenaars van zijn tijd en al evenmin voor de kunstliefhebbers, die zich jaarlijks op de officiële salons komen vergapen aan werken waarvan men kritiekloos aanvaardt dat het kunst is. ‘Op dit moment drong een dozijn tapijtweefsters de binnenplaats van het paleis voor Schone Kunsten binnen, om maar te zwijgen van de stortkarren. De verhuiswagens zaten vol met meesterwerken. Het waren de populaire kunstenaars die de laatste dag afwachtten om hun zending af te leveren aan het salon. Een van hen, zonder twijfel een officiële schilder, had de toelating gekregen om een van de deuren van het Louvre af te breken om een van zijn schilderstukken een doorgang te verlenen. Die grote kunstenaar was het sinds lange tijd gewoon om het genie met de meetlat af te meten.’ J.J. Grandville, Le Louvre des marionnettes, uit Un autre monde, 1843, grafiet, pen en bruine inkt. Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
EEN ANDERE WERELD Laboratorium van waan en fantasie Speciale dank aan Jessy en Ronny Van de Velde (Galerie Ronny Van de Velde), Stefan Hartmaier en Franz Xaver Ott (Gustav Mesmer Stiftung),
Jan Waling Huisman (Universiteitsmuseum Groningen) en Mathew Kneebone voor een bijzondere samenwerking.
TENTOONSTELLING Museum Dr. Guislain 22 oktober 2016 — 28 mei 2017
PUBLICATIE Teksten: Patrick Allegaert, Jan Ceuleers, Arnout De Cleene,
Douwe Draaisma, Ingrid Kloosterman, Mathew Kneebone, Yoon Hee Lamot, Bart Marius, Franz Xaver Ott, Br. Dr. René Stockman
Concept en samenstelling tentoonstelling: Patrick Allegaert,
Arnout De Cleene, Yoon Hee Lamot, Bart Marius
Vormgeving tentoonstelling: Johan De Wit
Tekst- en beeldredactie: Patrick Allegaert, Annemie Cailliau,
Alexander Couckhuyt, Arnout De Cleene, Yoon Hee Lamot, Bart Marius, Anne-Marie Spanoghe, Sarah Van Bouchaute, Eline Van de Voorde
Medewerkers tentoonstelling: Patrick Allegaert, Annemie Cailliau,
Alexander Couckhuyt, Arnout De Cleene, Fran De Pauw, Nico Deuninck, Henk Dewaele, Yoon Hee Lamot, Lenore Lampens, Bart Marius, Annemie Sneijers, Kristine Timperman, Sarah Van Bouchaute, Eline Van de Voorde, Saïdya Vanhooren, Geert van Pol, Mayke Vos
Medewerkers Museum Dr. Guislain: Fatima Ammi, Linda Arts, Fatiha
Asghir, Astrit Avdyli, Lidwine De Buck, Kaat De Corel, Rudi De Graaf, Karina De Weirdt, Hassan Charki, Olivier Hoge, Arzu Karaca, Belkacem Mohamed Labadi, Martin Lauwers, Maurice Michiels, Ilse Milants, Rebecca Pauwels, Azdoud Rachid, Tim Reynaerts, Frank Snoeck, Anne-Marie Spanoghe, Caroline Speeckaert, Nico Staelens, Sybille Van den Berghe, Dieter Vanden Bossche, Hendrik Van Wordragen, Eric Verheedt, Guido Verschaeren, Judith Verween, Hatice Yagmur
Engelse vertaling: Bracha De Man Franse vertaling: Anne-Laure Vignaux Vertaling van Duits naar Nederlands: Griet Boone Vormgeving: Dooreman & Dams Beeldbewerking: Stijn Dams Cover: Franco Zehnder, Gustav Mesmer, 1984, foto. © Franco Zehnder, Hamburg. Backcover: Zimmerman, Leipzig, Val- of controlehamer. Universiteitsmuseum, Groningen.
J.J. Grandville, Les poissons d’avril, uit Un autre monde, 1843, grafiet, pen en bruine inkt, aquarel.
Mathew Kneebone, Kirlian Krasue, uit de reeks Mechanical Systems Drawing, 2016, grafiet op papier.
Jean Perdrizet, Oui-ja enregistreur, 1970, stencil, balpen, viltstift en kleurpotlood op papier. Collectie abcd, Parijs. Stefan Hartmaier, Gustav Mesmer, 1989, foto.
Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen.
Bruikleengevers:
Collectie Paul Van Hoeydonck BVBA Courtesy Angelos bvba / Jan Fabre, Antwerpen Fred Eerdekens, Hasselt Galerie Adrian David, Knokke Galerie Guy Pieters, Knokke Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen Koen Theys. Courtesy Middelheimmuseum, Antwerpen Linda & Guy Pieters, Sint-Martens Latem Mathew Kneebone, Gent Privécollectie. Courtesy mvArtcenter, Antwerpen Proximus Art Collection, Brussel Ronny & Jessy Van de Velde, Antwerpen S.M.A.K., Gent Surnatéum, Brussel België
Duitsland
Nederland
Frankrijk
Gustav Mesmer Stiftung, Kirchentellinsfurt Sammlung Prinzhorn, Heidelberg Groninger Archieven, Groningen Het Nieuwe Instituut, Rotterdam Universiteitsmuseum Groningen ABCD, Paris Collection Antoine de Galbert, Paris
Het museum is een realisatie van de Broeders van Liefde
Collection of the artist © Mathew Kneebone.
Gustav Mesmer Stiftung.
© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2016
D/2016/45/433 – NUR 694/895 ISBN: 978 94 014 3872 8
www.museumdrguislain.be www.lannoo.com
Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactiekunst@lannoo.com.
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mecha nisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Met ondersteuning van de Vlaamse overheid
Met de steun van
Structurele sponsor
Mediasponsors