Meisje jongen jongen meisje
HARALD NORTUN
meisje jongen jongen meisje Vertaald door Edward van de Vendel
www.lannoo.com Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. ISBN 978 94 014 3789 9 D/2017/45/99 NUR 283 Oorspronkelijke titel Eksperimentet Copyright © Det Norske Samlaget, 2015 Oorspronkelijke uitgever Det Norske Samlaget, Oslo Gepubliceerd in overeenkomst met Hagen Agency, Oslo © Nederlandse vertaling Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 Vertaling Edward van de Vendel Illustraties Karolien Raeymaekers Vormgeving omslag: Leen Depooter – Quod. voor de vorm Vormgeving binnenwerk: Mieke Smalle
HOOFDSTUK 1
‘We kunnen van naam ruilen’, zeg ik tegen Marit. ‘En dan moet ik zeker Morten heten?’ vraagt ze. ‘Morten is een behoorlijk slechte meisjesnaam.’ Marit krabt in haar haar, ze zucht en kijkt de andere kant op. Dat doet ze altijd als ze vindt dat ik iets doms heb gezegd. ‘Jij kunt mij zijn en ik kan jou zijn’, zeg ik. ‘Dan word ik meisje en jij jongen.’ Ik probeer het zo te laten klinken dat ik het bijna serieus bedoel. Over vijf seconden kan ik alles terugtrekken en zeggen dat ik natuurlijk een grapje maakte. ‘Het lukt jou nooit om een meisje te zijn’, zegt Marit. Ze schudt haar hoofd. ‘Je weet niet hoeveel gedoe dat is. Bijhouden wie er vrienden is met wie. Stiekem gefluister, roddels. De kleren die je aan moet. Idiote kleine dingetjes die precies moeten kloppen, want anders lig je uit de groep. En dat verandert ook nog eens de hele tijd.’ ‘Dat is nou juist leuk’, zeg ik. ‘In de gaten houden wat er gebeurt. Waar iedereen over praat. Wat ze bezighoudt. Wat ze vinden en wat ze denken. Jongens rennen alleen maar 5
een beetje rond, en ze duwen en stoeien de hele tijd. Wat heb je daar nou aan?’ ‘Daar hoef je niks aan te hebben, dat is gewoon leuk! Jij doet altijd zo serieus.’ Marit zucht geïrriteerd en haalt haar mobiel tevoorschijn. Nog twee uur voor we bij het zomerhuisje van opa en oma zijn. We hebben de spoorlijn genomen die ze Sørlandsbanen noemen. Bij de naam Sørland – Zuidland – denk ik aan witte houten huizen, aan stranden met zon en zwemmen en een zee vol kleine bootjes. Maar uit het raam van de trein zie ik vooral bossen en nog meer bossen. Een goed moment om na te denken. En waar ik op dit moment aan denk, is dat dit ruzietje met Marit nogal stom is. Want eigenlijk is het precies het tegenovergestelde. Het lukt haar niet goed om een meisje te zijn, en mij niet om een jongen te zijn. Als Marit voor de computer zit, dan is het om te gamen of naar een film met autoracen en schieten te kijken. Maar ik chat en ik lees blogs. Op het voetbalveld rent Marit rond en ze schreeuwt en dribbelt en blaft de stoerste jongens af. Ik geef de bal het liefst aan het andere team en hoop maar dat de wedstrijd gedaan is voordat ik nog een keer de bal krijg. Marit raakt betrokken bij allerlei soorten vechtpartijen en rampzalige fratsen, terwijl ik altijd probeer iedereen te kalmeren voordat ze iets verkeerds gaan doen.
7
Het zal wel iets te maken hebben met onze genen, of iets wat mis is gegaan met hormonen toen wij nog in de baarmoeder zaten. Ja, we zijn dus een tweeling. Marit werd het eerst geboren, ik kwam achter haar aan, en zo is het sindsdien altijd geweest. Zij doet alles wat gevaarlijk is en probeert mij dan mee te krijgen. Maar dit keer ben ik degene die haar uitdaagt. Ik heb een plan waar ik al veel langer over heb nagedacht, en nu weet ik hoe we het voor elkaar kunnen krijgen.
8