O ma! O pa!
Sylvia Vanden Heede met tekeningen van ThĂŠ Tjong-Khing
Uil stoft af. Dat doet hij een keer per week. Hij vindt het niet erg. Afstoffen is leuk. Je krijgt er een net huis van. En Uil houdt van een net huis.
9
Er valt heel wat af te stoffen, want Uil heeft een boel spullen. Een wereldbol met een lichtje erin. Een schemerlamp. Een mooie, grote vaas. En nog veel meer. Uil pakt de spullen een voor een op. Hij gaat er met de stofdoek over. Dan zet hij ze voorzichtig terug. Hij stoft ook de kast af en het tafeltje. En de lijstjes aan de muur.
De lijstjes hangen er al heel lang. Het zijn er drie. In het ene lijstje zit een portret van Uil. In een ander lijstje zit ook een portret van Uil. Maar toen was hij veel jonger. Een echt uilskuiken! In het midden hangt een foto van een ei.
10
Uil is klaar met afstoffen. Tevreden kijkt hij rond. Wat is zijn huis netjes! Zo gezellig en knus! Toch kan het nog knusser en nog gezelliger, vindt Uil. Hij geeft de schemerlamp een andere plek. De vaas zet hij op het tafeltje. De wereldbol blijft staan. En de lijstjes aan de muur? Die moeten ook anders! ‘Weg met die foto’s van mezelf!’ beslist Uil. ‘Alleen het ei mag blijven. Want een ei is altijd mooi.’
11
Uil haalt de portretten van de muur. Hij doet een paar stappen achteruit. Wat is de muur ineens kaal en lelijk! Waar de lijstjes hingen, zijn twee bleke vlekken te zien. Twee vlekken met een spijker erboven. Uil zucht eens diep. De lijstjes moeten terug! Niets aan te doen.
Maar dan krijgt Uil een idee. Hij trekt een laatje open. Uit het laatje haalt hij een blikken doos. Vroeger zaten er koekjes in. Maar dat is lang geleden. Uil zet de doos op het tafeltje. Blij klapt hij in zijn vleugels. Dan doet hij het deksel van de doos‌
12
Haas is net op. Ze schuift de gordijnen opzij. Ze zet alle ramen open. Wat een prachtige dag! ‘Opa! Oma! Oehoe! Oehoeboe!’ klinkt het plots luid uit de boom van Uil. Haas schrikt. Uil huilt! Er is iets ergs gebeurd. Maar wat? Maar wat? ‘Vos! Sta vlug op! De opa en oma van Uil zijn in nood!’ Vos slaapt nog. Hij kreunt en draait zich om. Haas trekt het dekbed van hem af. ‘Kleed je gauw aan. Ik ga vast kijken wat er is. Kom zo snel als je kunt.’
En Haas rent de deur uit. Vos zucht en rekt zich uit. Hij krabt zijn rug en zijn buik. En hij gaapt nog een keer. ‘De opa en de oma van Uil?’ mompelt hij slaperig. Hij wist niet eens dat Uil een opa en een oma had!
13