Skip to main content

9789401435345

Page 1

GEDRAGSPROBLEMEN IN DE KLAS IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS WERKBOEK


Waarschuwing: dit werkboek is geen toverboek. Werken aan gedrag is altijd maatwerk, standaard oplossingen bestaan niet. Werken aan gedrag vergt behalve kennis, vaak een lange adem, relativeringsvermogen en bovenal zelfinzicht. Want geloof het of niet: het is vaak de docent die zijn gedrag moet veranderen.


GEDRAGSPROBLEMEN IN DE KLAS IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS Werkboek Anton Horeweg


D/2016/45/201– 978 94 014 3534 5 – nur 840/848 Vormgeving cover: StudioLannoo, Tielt Vormgeving binnenwerk: StudioLannoo, Tielt Foto omslag: © Shutterstock.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2016 Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Houten). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus p/a Papiermolen 14-24 3994 DK Houten (Nederland) Postbus 97 3990 DB Houten (Nederland) www.lannoocampus.nl


Inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 Waarom dit werkboek? Wie werkten mee aan dit werkboek? Hoe kun je dit werkboek gebruiken?

11 13 14

Hoofdstuk 1 – Gedragsproblemen in de klas 1.1A Onderwerpen 1.2A Doelen 1.3A Videosuggesties 1.4A Opdrachten ter voorbereiding op het eerste college 1.5A Opdracht in de les 1.6A Stageopdrachten Tweede college 1.1B Onderwerpen 1.2B Doelen 1.3B Videosuggesties 1.4B Opdracht ter voorbereiding op het tweede college 1.5B Opdrachten in de les 1.6B Stageopdrachten 1.7 Verrijkingsopdracht 1.8 Hulpmiddelen 1.9 Literatuursuggesties

15 15 15 16 17 18 18 18 18 18 19 19 19 21 22 22 22

Hoofdstuk 2 - ADHD 2.1 Onderwerpen 2.2 Doelen 2.3 Videosuggesties 2.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 2.5 Opdrachten in de les 2.6 Stageopdrachten 2.7 Verrijkingsopdrachten 2.8 Literatuursuggesties

25 25 25 26 26 27 28 28 29

Hoofdstuk 3 - ADD: aandachtstekort zonder hyperactiviteit (ADHD-presentatie overwegend oplettend) 3.1 Onderwerpen 3.2 Doelen 3.3 Videosuggesties 3.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 3.5 Opdrachten in de les 3.6 Stageopdracht

31 31 31 32 32 33 33

Inhoudsopgave 5


3.7 3.8

Verrijkingsopdrachten Literatuursuggesties

33 34

Hoofdstuk 4 - Autismespectrumstoornis (ASS) 4.1 Onderwerpen 4.2 Doelen 4.3 Videosuggesties 4.4 Opdracht ter voorbereiding op het college 4.5 Opdrachten in de les 4.6 Stageopdracht 4.7 Literatuursuggesties

37 37 37 38 38 39 40 40

Hoofdstuk 5 – ODD 5.1 Onderwerpen 5.2 Doelen 5.3 Videosuggesties 5.4 Opdracht ter voorbereiding op het college 5.5 Opdracht in de les 5.6 Stageopdrachten 5.7 Literatuursuggesties

43 43 43 43 44 44 45 45

Hoofdstuk 6 - Problematische gehechtheid 6.1 Onderwerpen 6.2 Doelen 6.3 Videosuggesties 6.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 6.5 Opdrachten in de les 6.6 Stageopdrachten 6.7 Verrijkingsopdrachten

47 47 47 47 48 48 49 49

Hoofdstuk 7 - Probleemgedrag met een speciale oorzaak 7.1 Onderwerpen 7.2 Doelen 7.3 Videosuggesties 7.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 7.5 Opdrachten in de les 7.6 Stageopdrachten 7.7 Verrijkingsopdracht 7.8 Literatuursuggesties

51 51 51 52 53 54 55 56 56

Hoofdstuk 8 - Angststoornissen, depressie, compulsieve, trauma en stressgerelateerde stoornissen 8.1 Onderwerpen 8.2 Doelen 8.3 Videosuggesties 8.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 8.5 Opdrachten in de les 8.6 Stageopdrachten 8.7 Verrijkingsopdracht 8.8 Literatuursuggesties

59 59 59 60 60 61 63 64 64

6

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Hoofdstuk 9- Faalangst 9.1 Onderwerpen 9.2 Doelen 9.3 Videosuggestie 9.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 9.5 Opdrachten in de les 9.6 Stageopdracht 9.7 Literatuursuggesties

67 67 67 68 68 69 69 69

Hoofdstuk 10 - Syndroom van Gilles de la Tourette 10.1 Onderwerpen 10.2 Doelen 10.3 Videosuggesties 10.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 10.5 Opdrachten in de les 10.6 Stageopdracht 10.7 Literatuursuggesties

71 71 71 71 72 72 73 73

Hoofdstuk 11 - DCD 11.1 Onderwerpen 11.2 Doelen 11.3 Videosuggesties 11.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 11.5 Opdrachten in de les 11.6 Stageopdracht 11.7 Verrijkingsopdrachten 11.8 Meer informatie 11.9 Literatuursuggesties

75 75 75 75 76 77 77 77 77 77

Hoofdstuk 12 - NLD (Non-verbal Learning Disorder) 12.1 Onderwerpen 12.2 Doelen 12.3 Videosuggesties 12.4 Opdracht ter voorbereiding op het college 12.5 Opdracht in de les 12.6 Stageopdrachten 12.7 Verrijkingsopdrachten 12.8 Literatuursuggesties

79 79 79 79 80 80 80 81 81

Hoofdstuk 13 - Hoogbegaafdheid en probleemgedrag 13.1 Onderwerpen 13.2 Doelen 13.3 Videosuggesties 13.4 Opdracht ter voorbereiding op het college 13.5 Opdrachten in de les 13.6 Stageopdrachten 13.7 Literatuursuggesties

83 83 83 84 84 84 85 85

Inhoudsopgave 7


Hoofdstuk 14 - Agressie 14.1 Onderwerpen 14.2 Doelen 14.3 Videosuggesties 14.4 Opdracht ter voorbereiding op het college 14.5 Opdrachten in de les 14.6 Stageopdracht 14.7 Verrijkingsopdracht 14.8 Literatuursuggesties

87 87 87 88 89 90 91 91 91

Hoofdstuk 15- Pestgedrag 15.1 Onderwerpen 15.2 Doelen 15.3 Videosuggesties 15.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 15.5 Opdrachten in de les 15.6 Stageopdrachten 15.7 Verrijkingsopdrachten 15.8 Literatuursuggesties

93 93 93 94 95 96 97 97 98

Hoofdstuk 16 - Straatcultuur in je klas 16.1 Onderwerpen 16.2 Doelen 16.3 Videosuggesties 16.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 16.5 Opdracht in de les 16.6 Stageopdrachten 16.7 Literatuursuggesties

99 99 99 100 100 101 101 101

Hoofdstuk 17- Executieve functies 17.1 Onderwerpen 17.2 Doelen 17.3 Videosuggesties 17.4 Opdrachten ter voorbereiding op het college 17.5 Opdracht in de les 17.6 Stageopdracht

103 103 103 104 105 106 106

Eindopdracht

107

Bijlagen Bijlage 1 ABC-analyse Bijlage 2 GGGG-model Bijlage 3 Ernst van probleemgedrag (criteria van Rutter, bewerkt) Bijlage 4 Reflectiemodel van Korthagen Bijlage 5 Tijdsteekproef Bijlage 6 Kwadrantmodel Bijlage 7 Herkaderen Bijlage 8 Bumpy moments: samen leren van de praktijk Bijlage 9 Hoogbegaafdheidskaartjes Bijlage 10 Beoordelingsformulier docenten Bijlage 11 Onderwijsbehoeften bepalen: Deze leerling heeft‌

109 109 110 111 114 116 119 120 121 123 126 128

8

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Voorwoord

Aan de studenten van alle lerarenopleidingen Voor je ligt een uniek boek. Niet omdat ik het geschreven heb, maar omdat er zo veel opleiders uit lerarenopleidingen in Nederland aan hebben meegewerkt. Wij allen zijn ervan overtuigd dat dit werkboek zal bijdragen aan jullie kennis en jullie vermogen om passend onderwijs vorm te geven. Aan jullie de taak om te zorgen dat alle leerlingen gebruik kunnen maken van hun recht op onderwijs. Passend onderwijs begint namelijk bij jou, bij mij en bij elke leerkracht of docent in zijn of haar eigen klas. Kinderen met ‘probleem’-gedrag, willen eigenlijk maar één ding: ze willen het ‘goed’ doen, maar hun beperking verhindert dat dit meteen lukt. Van hen is het geen onwil, het is onvermógen. Anton Horeweg

Voorwoord 9


Inleiding

Waarom dit werkboek?

‘Leraren hebben behoefte aan meer kennis en vaardigheden’ Advies De school en leerlingen met gedragsproblemen, Onderwijsraad (2010). Al in 1994 is door de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization het Salamanca Statement opgesteld waarin verklaard wordt dat onderwijs bestemd is voor alle leerlingen, dus niet ‘most and some’, ongeacht een handicap, armoede, sociale klasse, ras, religie, taal- of culturele achtergrond, geslacht, enzovoorts. Dit verdrag is in 2007 door Nederland ondertekend. De Nederlandse overheid heeft op 1 augustus 2014 de Wet Passend Onderwijs ingevoerd. De inhoud van deze wet is gebaseerd op het gedachtegoed van het Salamanca Statement, dat zich richt op het bevorderen van inclusief onderwijs en bekend is geworden onder de naam Inclusief Onderwijs. In een groot aantal landen worden aankomende leraren opgeleid om aan dit gedachtegoed vorm te geven. In Nederland wordt daar een voorzichtig begin mee gemaakt. Dit gedachtegoed heeft namelijk consequenties voor de onderwijspraktijk en voor de leraar zelf. Voorkomen van gedragsproblemen en omgaan met gedrags- en ontwikkelingsstoornissen in de context van passend onderwijs staat op dit moment volop in de belangstelling. Het doel van passend onderwijs is om meer leerlingen in het reguliere onderwijs te houden. Het omgaan met leerlingen die (forse) gedragsproblemen of een gedrags- of ontwikkelingsstoornis hebben, zorgt op veel scholen echter nog voor de nodige problemen. Docenten zijn hierop vanuit hun opleiding nog niet altijd voldoende toegerust. Hoewel veel scholen steeds beter hun weg vinden in deze problematiek, is het zinvol om het probleem ook bij de basis aan te pakken. De lerarenopleidingen dus. De lerarenopleidingen onderschrijven deze gedachte en werkten dan ook mee aan het tot stand komen van dit werkboek. Onder leiding van professor Dolf van Veen werkten opleiders van Hogeschool Windesheim, Hogeschool Inholland, Driestar Educatief, Fontys Lerarenopleiding, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Leiden en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) met mij aan dit werkboek. Wij allen waren het eens: toekomstige leraren moeten meer weten over (ernstige) gedragsproblemen en de preventie en aanpak ervan. Ook moeten zij een behoorlijke basiskennis hebben van de meest voorkomende gedrags- en ontwikkelingsstoornissen.

Inleiding | Waarom dit werkboek? 11


Kennis alleen is echter niet genoeg. Je moet die kennis kunnen toepassen, verwoorden, overdenken en delen met collega’s. Daarvoor is oefening nodig. Die oefeningen moeten sterk gericht zijn op de praktijk, want daar zit die leerling voor je neus. Daar moet je ermee omgaan en die leerling kunnen ondersteunen. Het denken en handelen van de (toekomstige) leraar staat centraal bij preventie en aanpak van gedragsproblemen. Goed onderwijs en de relatie tussen leraar en leerling zijn de meest belangrijke factoren bij een effectieve preventie van gedragsproblemen. Leraren hebben echter lang niet altijd oog voor hun eigen aandeel in de gedragsproblemen van een leerling. Zij zijn geneigd de problemen toe te schrijven aan leerlingkenmerken en/of gezinsomstandigheden. Deze hardnekkige externe attributies bemoeilijken het oplossen van die problemen. Immers, de oorzaak wordt gezocht in zaken die zij als leraar moeilijk kunnen beïnvloeden. En hoewel een deel van de oorzaak daar zeker te vinden zal zijn, is er een groot gedeelte dat beter belicht moet worden: het denken en handelen van de (toekomstige) leraar. Wanneer de leraar over een beter inzicht en een passend handelingsrepertoire beschikt, blijken de negatieve gevoelens ten opzichte van leerlingen met ‘gedragsproblemen’ af te nemen en interacties met leerlingen positiever te verlopen. In haar advies geeft de Onderwijsraad (2010) aan dat gedragsproblemen altijd in hun context bestudeerd en behandeld moeten worden. Gedrag heeft immers meer dan één oorzaak (multicausaliteit). In Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs kwam dit al naar voren. Dit werkboek biedt een praktische basis om te leren reflecteren op de redenen voor het probleemgedrag. Het biedt ook oefeningen om te leren observeren en planmatig te werken aan gedrag, en draagt op die manier bij aan de preventie en aanpak van gedragsvraagstukken. Het hoeft geen betoog dat dit veelal ook het eigen docentgedrag is en niet slechts het gedrag van de leerling. Dit werkboek zorgt ervoor dat je de kennis over gedragsproblemen en gedrags- en ontwikkelingsstoornissen meer gaat integreren in je dagelijks handelen als (toekomstig) docent. Het werkboek biedt kennis, interventies en tools om: –– Je mindset te ontdekken en waar nodig te veranderen. –– Je kennis en handelingsbekwaamheid te vergroten met betrekking tot de preventie en aanpak van gedragsproblemen. –– Je te helpen gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hun gevolgen voor het functioneren van de leerling op school beter te begrijpen. –– Je te helpen de onderwijszorg in school zodanig in te richten dat alle leraren effectief ondersteund worden bij het omgaan met gedragsproblemen. –– Deze veranderingen schoolbreed te implementeren, te volgen en te behouden. Ik wens je veel plezier, een toenemende wijsheid en een steeds groter wordende handelingsbekwaamheid als docent toe door het gebruik van dit werkboek.

12

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Wie werkten mee aan dit werkboek? Een groot aantal lerarenopleiders werkten eensgezind mee aan dit werkboek. Ook zij onderschrijven het belang van een groter handelingsrepertoire voor (toekomstige) leraren. Ik ben dan ook zeer blij met de toegevoegde expertise van: Dolf van Veen (Hogeschool Windesheim, Zwolle; NCOJ Amsterdam) Gerrit Beunk (Driestar Educatief, Gouda) William Buys (Fontys Hogeschool, Tilburg ) Meity Feher (Fontys Hogeschool, Sittard) Matty Hendriks (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen) Anke van ‘t Hof (Driestar Educatief, Gouda) Lotte Lathouwers (Fontys Hogeschool, Sittard) Heleen Lieve ( Hogeschool Rotterdam) Lisette van der Pas (Hogeschool Rotterdam) Ellen Posthumus (Hogeschool Inholland, Amsterdam) Harry Sinke (Fontys Hogeschool, Tilburg) Marije van den Steenhoven (Hogeschool Leiden) Hanneke Theelen (Fontys Hogeschool, Sittard) Alwin Truin (Hogeschool Windesheim, Zwolle) Daarnaast heb ik voor hoofdstuk 7 nog overleg gehad met en suggesties gekregen van Leony Coppens (Lesgeven aan getraumatiseerde kinderen, 2016) en Iva Bicanic, onderzoeker en Hoofd Landelijk Psychotraumacentrum & Centrum Seksueel Geweld. Mijn grote dank aan allen. Zonder hen had dit werkboek niet bestaan. Anton Horeweg, Leerkracht, gedragsspecialist (M SEN)

Inleiding | Wie werkten mee aan dit werkboek? 13


Hoe kun je dit werkboek gebruiken? Het werkboek is zo ingedeeld dat je per hoofdstuk informatie die in het (hand)boek Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs te vinden is, kunt doorlezen, waarna je je deze kennis eigen kunt maken via het werkboek. Je leert en integreert de gelezen informatie door middel van een scala van uiteenlopende opdrachten, die thuis, in de les en op stage kunnen worden gemaakt. Het werkboek heeft voor alle hoofdstukken een vaste indeling: –– Onderwerpen van het hoofdstuk (hoofdstukken in volgorde van het studieboek) –– Doelen –– Videosuggesties (voorzien van QR-code) –– Opdrachten ter voorbereiding op het college –– Opdrachten in de les (groepsopdrachten, discussies, individuele opdrachten) –– Stageopdrachten –– Verrijkingsopdrachten (als keuze) –– Bijlagen (o.a. Criteria van Rutter, ABC-analyse, GGGG-model). De bijlagen staan overigens ook online. Het werkboek eindigt met een voorbeeld van een algemene hoofdstuk overstijgende stageopdracht, die als voorbeeld gebruikt kan worden voor andere hoofdstuk overstijgende opdrachten. Dit is met name interessant voor studenten die al verder in de opleiding zijn. Ook uitbreidingen in de richting van een afstudeeronderzoek zijn mogelijk. Het werkboek en de bijbehorende online handleiding vormen een evoluerend systeem, dat wil zeggen dat de auteur en de medeontwikkelaars uitkijken naar aanvullingen, commentaren en toevoegingen waar studenten en/of docenten baat bij zouden kunnen hebben. Al jullie bevindingen zien wij graag tegemoet! Anton Horeweg gedragsproblemenindeklas@gmail.com www.gedragsproblemenindeklas.nl

14

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Hoofdstuk 1

Gedragsproblemen in de klas

Lees ter voorbereiding Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs, hoofdstuk 1.

1.1A Onderwerpen Preventie van probleemgedrag –– Probleemgedrag, wat is dat eigenlijk? –– Jouw pedagogische relatie met je leerlingen –– Manieren van kijken naar probleemgedrag –– Observatie-instrumenten –– Een gezamenlijke visie: waarom is dat nodig? –– Wanneer spreek je van stoornissen en wanneer van gedragsproblemen? –– ADHD, ADD, ASS, ODD en comorbiditeit in vogelvlucht

1.2A Doelen –– Je hebt een doordachte visie op het tot stand komen van pedagogisch contact met je leerlingen. –– Je bent je bewust van het feit dat het eerste contact voor de les bijdraagt aan het klassenklimaat en de pedagogische verhouding tussen jou en je leerlingen. –– Je bent in staat om te beargumenteren waarom je de leerlingen op een bepaalde manier begroet en binnenlaat in je les. –– Je begrijpt de waarde van een gezamenlijke visie op gedrag(sproblemen) en je kunt dit onder woorden brengen. –– Je kunt beredeneren waarom afspraken binnen het team nodig zijn in het kader van preventie.

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas 15


1.3A Videosuggesties Orde houden: kleine problemen meteen aanpakken (3 min. 08 sec.): https://www.leraar24.nl/video/1364/orde-houden-kleinemisstappen-aanpakken Confronterend gesprek. Op een lijn met collega’s (2 min. 45 sec.): https://www.leraar24.nl/video/482/confronterend-gesprekop-een-lijn

ABC-analyse, wat heb je eraan? (3 min. 55 sec.): https://youtu.be/ckFEZZoq2HM

Whodunnit (1 min. 54 sec.): https://www.youtube.com watch?v=ubNF9QNEQLA

Orde of strafgeven; leraar24 (4 min. 15 sec.): https://www.leraar24.nl/video/1423/orde-straf-geven#tab=0

Schrijfstraf (7 min. 50 sec.): https://www.leraar24.nl/video/952#tab=0

Astrid Boon en Jan Ruigrok in gesprek over twee manieren van omgaan met ongewenst gedrag op school (22 min.): https://www.leraar24.nl/video/1168/gesprek-ongewenstgedrag-van-pubers#tab=0

Hoe maak ik een goede groep deel 1 (7 min. 20 sec.): https://www.youtube.com/watch?v=uzzuy9paZXA

16

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Hoe maak ik een goede groep deel 2 (5 min. 40 sec.): https://youtu.be/3lgS1ZhUSWA

1.4A  Opdrachten ter voorbereiding op het eerste college Casus 1.1 Klas 3H staat voor het lokaal te wachten als de docent Engels aankomt. Hij opent de deur van het lokaal en zet zijn tas neer. De leerlingen komen achter hem aan naar binnen. De docent start het digibord op. De leerlingen gaan zitten. Ze zijn druk en roepen naar elkaar. Er vliegt een petje door de lucht. Sommige leerlingen lopen naar anderen toe en gaan daar staan praten. De docent schrijft wat op het bord. Daarna draait hij zich om en roept dat het stil moet zijn. Nog niet alle leerlingen hebben hun spullen op tafel, sommigen hebben hun jas nog aan of hun petje op. De docent maakt er een aantal opmerkingen over. Daarna pakt hij zijn boek en verzoekt iedereen bladzijde drieënvijftig voor zich te nemen.

1 Wat vind jij van deze binnenkomst? Denk aan wat je gelezen hebt over het bouwen aan een goed klassenklimaat. Beargumenteer je antwoord. 2 Wat vind jij? Moeten scholieren hun jas uit en petje af in je les? Is het goed dat de docent (die vindt dat jassen uit en petjes af moeten) hier opmerkingen over maakt? 3 Valt je iets op aan het begin van deze les? Denk daarbij wederom aan ‘Hoe maak je een goede groep?’. 4 Stel dat je bij deze docent een les bekijkt. Zijn er verbeterpunten die je zou aandragen? Zijn er ook punten waarvan jij zegt: dat zou ik (voortaan) ook zo doen?

Casus 1.2 Klas 4 MV komt het lokaal binnen. Mevrouw X, docent geschiedenis, staat bij de deur. Ze begroet elke leerling met een hand. Sommige leerlingen kijken haar aan en zeggen gedag, anderen schudden zonder te kijken haar hand en lopen door onder het mompelen van iets onverstaanbaars. Bij sommige leerlingen zegt ze niet alleen gedag, maar maakt ze ook een kort praatje. Als iedereen zit, verwelkomt ze nog een keer alle leerlingen met goedemorgen jongens en meisjes, fijn dat jullie er allemaal zijn.

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas 17


5 Vergelijk deze aanpak met de docent van 3H uit casus 1.1. Welke aanpak past het beste bij jou? 6 Een collega vindt de aanpak van mevrouw X overdreven, kinderachtig en meer passend bij het basisonderwijs. Bedenk argumenten voor én tegen deze manier en geef daarna aan wat het beste bij jouw eigen manier past.

1.5A  Opdracht in de les Inventariseer wat medestudenten hebben ingevuld bij bovenstaande opdrachten. Beargumenteer je standpunt naar anderen toe.

1.6A Stageopdrachten 1 Bekijk bij minimaal twee vakdocenten hoe hun klassen binnenkomen. Je hoeft daarvoor niet in hun les te zijn, observatie vanaf de gang geeft een goed beeld. Welk overeenkomsten zie je met de beide cases? Wat sluit aan bij jouw eigen opvatting en wat niet? Is je opvatting gewijzigd na de cases, de discussie in de klas en de observatie op je leerschool? Waarom wel/niet? 2 Omschrijf jouw (nieuwe?) visie in deze en geef duidelijke pedagogische argumenten voor je aanpak. Gebruik maximaal één A4’tje.

Tweede college 1.1B Onderwerpen Zie begin van dit hoofdstuk.

1.2B Doelen –– Je bent in staat te werken met een gedragsfunctieanalyse. –– Je kunt beredeneerd kiezen voor een observatiemethode. –– Je leert dat goed analyseren een belangrijke stap is naar een werkend handelingsplan en dus een oplossing. –– Je onderkent het nut van werken aan groepsvorming –– Je kent de ABC-analyse en kunt aangeven wat de zin ervan is. –– Je kunt een ABC-analyse in de praktijk uitvoeren. –– Je kunt uitleggen waarom het systematisch bekijken van gedrag zinvol is. –– Je kent tenminste drie instrumenten voor gedragsobservatie.

18

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


–– Je hebt een standpunt bepaald in het omgaan met leerlingen die net niet doen wat jij graag wilt zien. –– Je hebt geleerd om van tevoren te bepalen hoe je op regelovertredend gedrag reageert, zodat straffen vanuit emotie minder voorkomt.

1.3B Videosuggesties Zie het begin van dit hoofdstuk.

1.4B  Opdracht ter voorbereiding op het tweede college Bekijk de video’s (zie Videosuggesties). Tijdens het college komen ze ter sprake. Lees ter voorbereiding Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs, paragraaf 1.3, p. 26-32 en paragraaf 1.4, p. 34-43. Bekijk ook de video ABC-analyse, wat heb je eraan (zie Videosuggesties).

1.5B  Opdrachten in de les Casus 1.3 Klas 2HV blijkt een lastige klas voor docenten. Ze zijn luidruchtig en weinig gemotiveerd om te werken. De afdelingsleider besluit dat er maatregelen genomen moeten worden. Het is de vierde week van het schooljaar en zij wil voorkomen dat deze klas het hele jaar problemen blijft geven. Zij roept alle docenten bij elkaar. 1 Bedenk samen wat er eventueel aan maatregelen genomen kan worden. Bedenk dat deze maatregelen niet repressief en curatief moeten zijn, maar vooral preventief. 2 Er zijn ook enkele docenten die geen last hebben van de problemen die hierboven in casus 1.3 geschetst worden. Zij vinden dan ook dat zij niet op deze bijeenkomst hoeven te verschijnen. Ze hebben het druk genoeg. Wat is jullie mening hierover?

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas 19


Casus 1.4 2 HV zit klaar om de les te beginnen. De docent Frans kijkt de klas rond en ziet dat Marco zijn petje op heeft. Dat is niet toegestaan in deze les. De docent eist dan ook op gebiedende toon dat Marco zijn pet af doet: ‘Marco, doe je petje eens af. Je weet dat je dat niet op mag houden hier’. Marco roept terug dat er nergens staat dat je hier geen pet op mag. Hij heeft hem net en wil hem ophouden. De docent houdt vast aan zijn eis, Marco houdt vast aan zijn verzet. Het eind van het liedje is, dat Marco de les uitgestuurd wordt en er veel andere leerlingen zijn die zich ermee bemoeien. Van een rustig begin van de les is geen sprake meer. 3 De docent heeft gelijk. Regels die afgesproken zijn moet je handhaven. Consequent zijn is een van de belangrijkste zaken als je voor de klas staat. Of: de leerling heeft gelijk. Niemand heeft last van een petje. Wat is jouw mening hierover? 4 Probeer een oplossing te verzinnen die de volgende keer gebruikt zou kunnen worden. Daarbij moet je van tevoren een aantal zaken in je overweging betrekken: status in de groep, gezag van de docent, preventie of curatie.

Opdracht streng straffen dan maar? Bekijk de video’s op leraar24 Orde of strafgeven en Schrijfstraffen (zie Videosuggesties). Je krijgt ermee te maken: de vraag of je straf moet geven of niet. ‘Straf geven is voor losers. Je moet preventief werken, aan repressie heb je niets. Straf stopt gedrag misschien, maar verbeteren komt niet door straf. Straf meteen goed. Mild beginnen en langzaam opvoeren werkt niet.’ Zomaar wat uitspraken. Naar straf is wel vaker onderzoek gedaan. Boon (2009)1 ontdekte dat er op scholen geen vaste en eigenlijk ook geen logische manieren van straffen zijn. Soms worden leerlingen eruit gestuurd voor het gooien van een gum en soms omdat ze iemand slaan. Zij onderscheidde vier categorieën van ‘verkeerd’ gedrag: 1 Onprettig gedrag (voor de docent): een leerling vergeet zijn boeken of praat door je uitleg heen. 2 Onbehoorlijk gedrag: al het gedrag dat door de docent als onprettig wordt ervaren, maar dan vaker voorkomend. Daarbij kun je nog zaken toevoegen als propjes gooien, iets slopen, voortdurend met je in discussie willen. 3 Onacceptabel gedrag: alles wat onbehoorlijk is, maar dan vaker voorkomend. Daaraan kun nog zaken toevoegen als schelden en bedreigen. 4 Onwettig gedrag: stelen, (seksueel) geweld, drugsgebruik.

1  Boon, A. (2009). Straf / Regels. Praktijkverhalen uit de school. Amsterdam: Uitgeverij Augustus.

20

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Het blijkt dat er vaak pas sancties volgen als gedrag de categorie ‘onacceptabel’ heeft bereikt. Voor die tijd wordt er vooral gepraat met leerlingen, wat bijna even vaak niets oplevert. Boon et al. pleiten voor een schoolbreed scala aan straffen. Oplopend van mild naar zwaar, onderschreven door alle docenten en ook zo uitgevoerd. Zo zouden er minder leerlingen bij leidinggevenden terechtkomen, waar ze geschorst of verwijderd worden. De auteur van Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs heeft een andere mening (zie paragraaf 1.4.8, p. 40-41). Om je standpunt te vormen kun je ook de interessante discussie tussen Astrid Boon en Jan Ruigrok eens bekijken. Zie Videosuggesties. Het is handig als je als (toekomstig) docent van tevoren nadenkt over deze zaken. Wat is jouw mening in deze?

1.6B Stageopdrachten 1 Maak een GFA (Gedragsfunctieanalyse, bijlage 3) van een leerling uit je (stage)klas die ‘probleemgedrag’ lijkt te vertonen. Vraag aan vakcollega’s of je de leerling ook bij hen mag observeren. 2 Maak allereerst een observatie van wat we preventieniveau 1 noemen. Het algemene handelen van de leerkracht/het klassenmanagement. Is dat naar jouw idee in orde? Zoek een kijkwijzer om de klassenorganisatie/het leerkrachthandelen te bekijken. 3 Maak daarna ten minste 2 observaties bij twee verschillende vakken (dus bijvoorbeeld twee observaties bij Engels, twee bij natuurkunde, o.i.d.). Kies een observatiemethode die je zinvol acht. Denk aan ABC-analyse ( - ), turflijst (bijlage 5) of (baseline –observatie), tijdsteekproef (bijlage 5) of een observatie naar keuze. Wat wil je eigenlijk gaan meten? Verantwoord waarom je deze vorm van observeren gebruikt. Het doel is om zo objectief mogelijk te bepalen wat er aan de hand is. 4 Stel een hypothese op. Waardoor wordt het door jou onderzochte gedrag waarschijnlijk veroorzaakt? 5 Kies een gedrag uit dat je wilt veranderen. Is het gedrag op te splitsen in deelgedragingen? Zo ja, kies dan een gedraging uit die verbeterd/veranderd moet worden. 6 Maak een plan(netje). Benoem het doel, de methode en de tijd die je gaat gebruiken om het gedrag te veranderen. Wat ga je aanpakken? Hoe doe je dat? Hoeveel weken trek je hiervoor uit? Hoe meet je de vooruitgang? 7 Laat jezelf eens beoordelen. Gebruik het docent-beoordelingsformulier (bijlage 10) aan het eind van je stageperiode. Wat vonden de leerlingen van je? Misschien staan er opmerkingen en tips op de beoordelingsformulieren waar je wat mee kunt in je volgende stageperiode of in je carrière.

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas 21


Bekijken waarom een leerling bepaald gedrag vertoont is lastig. Vaak zie je dingen niet, als je niet weet wat je zoekt. Bekijk voor je aan je stageopdrachten begint de video’s ABC-analyse, wat heb je eraan? en Who dunnit. Zie Videosuggesties. 8 Je hebt het videofragment ’Who dunnit’ ( 1 min 54 sec.) (zie Videosuggesties) bekeken. 9 Koppel dit eens terug naar je klas. Welke zaken zie je waarschijnlijk niet? 10 Maak in je stageschool een ABC-analyse (bijlage 1) van een leerling die vrij veel praat tijdens de les. Probeer te ontdekken wat er aan het gepraat voorafgaat en wat erop volgt. Maak eventueel een opname (toestemming vragen!) om op een rustig moment beter te kunnen kijken. 11 Gebruik ook de ‘Gedragsfunctieanalyse’ uit Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs, paragraaf 1.4.1, p. 35-36. Neem de uitkomsten mee naar de volgende bijeenkomst.

1.7 Verrijkingsopdracht Gebruik met vier medestudenten het formulier Bumpy moments (bijlage 8). Volg de aanwijzingen aldaar.

1.8 Hulpmiddelen Gebruikt kunnen worden: –– Het GFA met de criteria van Rutter: zie bijlage 3. –– Observatielijsten ABC-analyse, tijdsteekproef en turflijst: zie bijlage 1 en 5. Ook zijn ze te downloaden vanaf: http://gedragsproblemenindeklas.nl/downloads

1.9 Literatuursuggesties Mol, P. (2016). Passend voortgezet onderwijs. Houten: LannooCampus. Wolf, K. van; Beukering, T. van. (2009) Gedragsproblemen in scholen. Leuven: Acco.

22

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs Werkboek


Aantekeningen

Hoofdstuk 1 | Gedragsproblemen in de klas 23


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401435345 by Uitgeverij Lannoo - Issuu