Skip to main content

9789401435307

Page 1

BEVEREN HEERLIJK LAND A AN DE SCHELDE


H E ER L IJK L A N D A A N D E SC H E LD E

Philippe CrombĂŠ | Carine Goossens Bart Lauwers | Kevin Poschet Bert Verwerft | Richard Willems Fotografie: Ludo Goossens

deel I

BEVEREN

3


beveren

4


INHOUD 5

De toekomst heeft oude wortels

inhoud

7

Woord vooraf door burgemeester Marc Van de Vijver 9

In het heden schuilt het verleden van de toekomst Woord vooraf door schepen van Cultuur, Bibliotheken en Erfgoed Johan Smet

11

De hartslag van Beveren, inleiding door de auteurs Philippe Crombé, Bart Lauwers, Bert Verwerft, Carine Goossens, Kevin Poschet, Richard Willems en fotograaf Ludo Goossens

12

DEEL I - HISTORISC H BEVEREN

14

De eerste bewoners

42

Het Land

84

In de greep van de

118

Beveren in de lange

van Beveren: van

van Beveren,

oorlog: het Land

19de eeuw

prehistorische

product van de

van Beveren in de

Kevin Poschet

jagers-verzamelaars

middeleeuwen

nieuwe tijd

tot Menapische

Bert Verwerft

Carine Goossens

boeren Philippe Crombé en Bart Lauwers

152

DEEL I I - H EDENDA AG S BEVERE N

154

Portret van de

204

haasdonk

268

verreBroek

deelgemeenten (1918-1976)

218

Oud-Gemeentehuis Haasdonk

278

De Verrebroekse Plassen

220

kallo

286

vrasene

232

Fort Liefkenshoek

294

Ontmoetingscentrum ’t Klooster

296

Actueel Beveren (1977-heden)

Carine Goossens en Richard Willems 155

Beveren-Waas

174

Kasteel Cortewalle

180

Kasteel Hof ter Welle

236

kieldrecht

184

Kasteel Hof ter Saksen

250

De Prosperhoeve

188

doel

252

melsele

202

De Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk

264

De kapel van Gaverland

332

Bronnen en bibliografie

Richard Willems


beveren

6


DE TOEKOMST HEEFT OUDE WORTELS

Beste lezer

meente op een wetenschappelijk verantwoorde manier beschreven werden. Die Beverse geschiedenis vertoonde echter een belangrijk hiaat. Er was nog geen boek geschreven over de 20ste en 21ste eeuw in Beveren. Bovendien kwamen ook nog niet alle deelgemeenten aan bod. Dit nieuwe boek wil de lezer in een zo breed mogelijk spectrum inzicht geven, zowel in het verleden als in het heden van de gemeente. Het start met archeologische vondsten uit de ijstijd en voert de lezer doorheen de geschiedenis naar deze tijd. Elke deelgemeente wordt belicht als zelfstandige gemeente tussen 1919 en 1976. Het laatste deel beschrijft hoe de fusiegemeente Beveren op 1 januari 1977 tot stand kwam. Hierdoor werd het vroegere Land van Beveren grotendeels herenigd. Door de fusie van de gemeenten vormen Beveren, Doel, Haasdonk, Kallo, Kieldrecht, Melsele, Verrebroek en Vrasene, met een totale oppervlakte van ruim 15.000 hectare, een van de uitgestrektste gemeenten van Vlaanderen. Als burgemeester is het een voorrecht om mee geschiedenis te schrijven in je gemeente, dat zullen ook mijn voorgangers Marcel Van der Aa en François Smet beamen. Beveren, heerlijk land aan de Schelde is niet alleen wetenschappelijk onderbouwd, maar ook geschreven voor een breed publiek. Ik heb dan ook veel waardering voor het werk van de auteurs Philippe Crombé, Carine Goossens, Bart Lauwers, Kevin Poschet, Bert Verwerft en Richard Willems, die allen onderlegd zijn in hun onderwerp. De uitgave is ook een mooi kijkboek dankzij de originele archiefbeelden en de prachtige, actuele foto’s van Ludo Goossens. In Lannoo Uitgeverij vonden we een partner die een rijke ervaring heeft met mooi uitgegeven publicaties. U, lezer, wens ik veel lees- en kijkgenot. Dit is een boek dat je graag vastneemt, en in mijn boekenkast krijgt het alvast een ereplaats. marc van de vijver Burgemeester

7 woord voorgf

In onze huidige samenleving, die alles in de eerste plaats afweegt op basis van de economische waarde ervan, wordt het belang van geschiedenis weleens in vraag gesteld. Ikzelf ben gepassioneerd door geschiedenis. Sta me toe mijn visie op het belang van kennis over het verleden te formuleren. Geschiedenis is als een databank van ervaringen en verhalen die ons inzicht geven in de menselijke natuur. Het gaat over oorzaken en gevolgen, maar soms ook over toevalligheden die heel wat impact hebben. Zo was voor Beveren de ligging aan de Schelde allesbepalend: van de inpoldering en de daaropvolgende landbouwexpansie die veel welvaart bracht, tot de groei van een wereldhaven, die lusten en lasten met zich meebrengt. Geschiedenis behelst niet alleen grote veldslagen en verdragen, maar ook de intriges in hogere kringen of het verhaal van de gewone man die de heersende macht ondergaat. De kennis over het verleden plaatst hedendaagse gebeurtenissen in een breder perspectief. Een oud Italiaans spreekwoord luidt: ‘Il futuro ha radici antiche’ of ‘De toekomst heeft oude wortels.’ Wat in het hier en nu én in de toekomst gebeurt, is verbonden met wat in het verleden plaatsvond. De plek waar je leeft, is bepalend voor je levensloop. In deze geglobaliseerde wereld hebben mensen meer en meer interesse in de geschiedenis van hun eigen familie, hun eigen buurt, hun eigen dorp. Op sociale media worden foto’s van weleer gretig gedeeld en becommentarieerd. Relicten uit het verleden, of het nu om kunst, manuscripten of scherven uit lang vervlogen tijden gaat, vertellen een verhaal. In dit geval is dat het verhaal van deze streek en dus ook in zekere zin het verhaal van ieder van ons. Die verhalen zijn ons nagelaten door vorige generaties en het is onze plicht om ze te bewaren en door te geven aan onze kinderen. Met Geschiedenis van volk en Land van Beveren verscheen in het verleden al een vijfdelig werk, waarin heel veel aspecten van de rijke geschiedenis van onze ge-


beveren

8


IN HET HEDEN SCHUILT HET VERLEDEN VAN DE TOEKOMST

enthousiasme waarmee de modale Beverenaar de renovatie heeft onthaald van het oudste kasteel van Beveren, Hof ter Welle. Meer dan drieduizend nieuwsgierigen kwamen langs in het openingsweekend, op Open Monumentendag 2017. Het was dan ook een ambitieus project dat al vele jaren geleden werd opgestart. Een emotioneel project ook, want hoe pak je nu op de allerbeste manier de restauratie van een monument als Hof ter Welle aan? Het ‘Oud Geestelijk Hof’ is namelijk niet alleen een landschapsbepalend beeld in onze gemeente, maar een groot deel van de inwoners van Beveren heeft er emotionele jeugdherinneringen aan. Met kleinschalige initiatieven zoals workshops voor kinderen en jongeren, archeologische opendeurdagen en tentoonstellingen, maakten we de bevolking warm voor de nieuwe functie die Hof ter Welle zou krijgen, namelijk die van Erfgoedhuis. Het Erfgoedhuis Hof ter Welle is sinds september 2017 de operationele basis van de Hertogelijke Heemkundige Kring Het Land van Beveren en van de erfgoeddienst van de gemeente. Samen ontwikkelen zij er een interactieve erfgoedwerking voor en over alle deelgemeenten van Beveren. De gemeentelijke museale collecties (kunst, ambachten en het dagelijks leven), die hier sindsdien worden bewaard, nemen in die werking een bijzondere plaats in. Het is de bedoeling dat het Erfgoedhuis uitgroeit tot de ontmoetingsplaats bij uitstek voor iedere erfgoedminnende Bevenaar, de plaats waar die al doende het verleden van de gemeente in al haar aspecten ontdekt. Het boek dat u momenteel in de handen houdt, is een papieren neerslag van die ontdekkingstocht. We zijn de auteurs oprechte dank verschuldigd en wensen u in dit boek én in het Erfgoedhuis Hof ter Welle, een boeiende ontdekkingsreis. In het heden schuilt het verleden van de toekomst. johan smet

Schepen van Cultuur, Bibliotheken en Erfgoed

9 woord voorgf

Boeken zijn sinds de oudheid de dragers van de cultuur waarin de ziel van ons verleden ligt. In het digitale tijdperk waar wij in terechtgekomen zijn, zal het boek de lichttoren blijven in de oceaan van de tijd. Ongeveer 2,5 miljoen jaar voor Christus kwam de mens op aarde. Archeologisch onderzoek naar dat verre verleden tekende een beeld van de prehistorische mens en zijn afstammelingen. In onze contreien leefde tot ongeveer 40.000 jaar geleden de neanderthaler. Artefacten en sporen uit die tijd brachten zijn primitieve levenspatroon in kaart. Waar leefde hij, hoe leefde en overleefde hij? Veel vragen blijven onbeantwoord. In latere tijden maakte de uitvinding van het schrift de reconstructie van het verleden iets gemakkelijker. Ook de kunst droeg haar steentje bij. Schilderingen op vazen, versieringen op tempels en gebouwen, beeldhouwwerken enzovoort, boden een realistischer beeld van het leven van de mens in de tijd van hun creatie. Archeologen, historici en erfgoeddeskundigen hadden en hebben nog altijd een vette kluif aan het onderzoek naar de mens in een verder en dichter verleden. Graven in de geschiedenis boeit menig mens. De daaruit voortvloeiende verhalen spreken namelijk vaak tot de verbeelding. Ook in Beveren zetten we erop in om ons rijke lokale verleden in kaart te brengen. De Hertogelijke Heemkundige Kring Het Land van Beveren en de gemeentelijke archiefdienst en erfgoedwerking bewaren historische documenten en voorwerpen, en bestuderen die. Ze onderzoeken beeldmateriaal en luisteren naar (de laatste) ooggetuigen om hiaten in de al bekende geschiedenis op te vullen, andere verklaringen te vinden voor bepaalde gebeurtenissen en volstrekt nieuwe verhalen op het spoor te komen. Ze graven daarvoor niet alleen in de eigen archieven, maar ook in die van andere instellingen in binnen- en buitenland. Intussen is er bij een breed publiek een groot erfgoedbewustzijn aan het groeien. Getuige daarvan is het


0

1

2

3

4

5 km

S C H E L

Verdronken Land van Saeftinghe

D E

Prosperpolder 7 10 beveren

Doel 4

NEDERLAND

6

eule

UR

DO

GA

EL

NC

DO K

KD

OK

Kieldrecht

DE

te G

Gro

SLA

ND

KA

RO

Drijdijck

WAASLAND HAVEN

WA A

NA

AL

SEN VRA

9

Verrebroekse Plassen

ED

OK

REB VER

Verrebroek

R2

EKD

OK

Grote en kleine Weel

Kallo Groot Rietveld Rietveld Kallo

Sint-Gillis

E34 Singelberg

de parels van Beveren

pa2ina

1

Kasteel Cortewalle

174

2

Kasteel Hof ter Welle

180

3

Kasteel Hof ter Saksen

184

4

De Onze-Lieve-VrouwHemelvaartkerk

8

Vrasene 10

Zwijndrecht

Beveren

Beverse Beek

1 2

202 3

Oud-Gemeentehuis Haasdonk

218

6

Fort Liefkenshoek

232

7

De Prosperhoeve

250

5

Melsele

Sint-Niklaas

Haasdonk

8

De kapel van Gaverland

9

De Verrebroekse Plassen 278

10

oC ’t Klooster

264

294

Bosgebied HaasdonkSint-Niklaas

5

Kruibeke


DE HARTSLAG VAN BEVEREN

ben een oorsprong en een verhaal, maar veel van die verhalen zijn verloren gegaan. De spotnaam torenblussers zouden de Vrasenaars gekregen hebben in 1876, toen de bliksem op 11 november de spits in lichterlaaie zette en enkele dappere ‘pompiers’ in de toren moesten klimmen om bij het vuur te geraken. Niettegenstaande er al veel inkt is gevloeid over het verleden van Beveren, hebben wij, als auteurs van dit boek, onze wetenschappelijke liefde voor de gemeente omgezet in verhalen en histories die zowel het bovenlokale belang als de plaatselijke gebeurtenissen recht doen. Daarbij zijn noodgedwongen keuzes gemaakt – een achtdelige reeks zat er niet in – maar samen met de fotograaf die de variatie aan verhalen en achtergronden als geen ander visueel wist vast te leggen, hebben we geprobeerd om de hartslag van Beveren vast te leggen. Daarbij zijn we vele mensen en organisaties schatplichtig. In de eerste plaats danken we de gemeente Beveren als initiatiefnemer en Uitgeverij Lannoo met zijn fantastische medewerkers voor de onvoorwaardelijke steun bij de realisatie van dit project. Ontelbaar veel mensen, toevallige voorbijgangers, belangrijke ooggetuigen, collega’s in archieven, bibliotheken, documentatiecentra en musea, verzamelaars, Erfpunt en Erfgoedcel Waasland hebben ons hand- en spandiensten verleend die van onschatbare waarde bleken. Onze hartelijke dank hiervoor! Ten slotte gaat onze speciale dank nog naar vormgever Peer De Maeyer, die de hoofdstukken en de foto’s op onnavolgbare wijze aan elkaar heeft verbonden. Het was ons een waar genoegen in het verre en nabije verleden van Beveren onder te duiken. Philippe Crombé, Bart Lauwers, Bert Verwerft, Carine Goossens, Kevin Poschet, Richard Willems en Ludo Goossens

11 InleIdIng

In het uiterste noordoosten van de provincie Oost-Vlaanderen, grenzend aan Nederland en leunend tegen de Schelde, ligt de gemeente Beveren. Hoewel meer dan 15.000 hectare groot – en daarmee na Antwerpen en Gent de derde gemeente van Vlaanderen – en met een groeiende bevolking van bijna 50.000 eenheden, is Beveren niet zo goed bekend in de rest van het land. Is dat te wijten aan haar perifere ligging, in de schaduw van de driehoek Antwerpen-Sint-Niklaas-Gent of aan de bescheiden aard van haar inwoners? Er is niet onmiddellijk een plausibele verklaring voor, vooral omdat het gebied, vanaf zijn ontstaan in de middeleeuwen tot onze tijd, als economische factor – gevoed door de Schelde – van kapitaal belang is geweest voor zijn politieke bewindvoerders en de ontwikkeling van regionale en nationale entiteiten. Beveren bestaat sinds de gemeentefusie van 1 januari 1977 uit acht deelgemeenten. Die zijn allemaal als onafhankelijke parochies gegroeid uit ofwel het Land van Beveren (Beveren-Waas, Doel, Kallo, Kieldrecht, Verrebroek en de helft van Haasdonk) ofwel de Keure van Waas (de andere helft van Haasdonk met Melsele en Vrasene). De Franse overheersers schaften aan het einde van de 18de eeuw alle verouderde structuren af, maar de parochies bleven als onafhankelijke gemeenten bestaan tot en met 1976. De deelgemeenten van het huidige Beveren delen dus een lange gemeenschappelijke en ongemeen boeiende geschiedenis, die echter op het lokale niveau in belangrijke mate van elkaar afwijkt. In Beveren woonden geitenkoppen, in Haasdonk rostekoppen, in Kallo bietenkoppen, Kieldrecht werd bevolkt door koutermollen, Verrebroek door flippen, Melsele door pijpkens en Vrasene ten slotte door bulten. Sommige dorpen bezaten zelfs meer dan één spotnaam, maar aan Doel gingen bijnamen dan weer voorbij. De Haasdonkenaars werden ook wel eens kasseidieven en beerproevers genoemd, de Melselenaars tweezakken en de inwoners van Vrasene kregen ook te horen dat ze mosselkoppen, toveraars, kerkschijters en torenblussers waren. Al die namen heb-


DEEL I

beveren

12

HISTORISCH BEVEREN


13

deel I


beveren

14


Philippe Crombé en Bart Lauwers*

Een rijk prehistorisch verleden Voor onze beeldvorming van de prehistorie in Vlaanderen speelt het archeologisch onderzoek dat de laatste drie decennia verricht is in Beveren – en in zijn geheel in de Wase Scheldepolders – een cruciale rol. De regio behoort namelijk zonder enige twijfel tot een van de rijkste en best bestudeerde onderzoeksgebieden van Vlaanderen en zelfs daarbuiten. Hier zijn twee belangrijke redenen voor. Ten eerste bevindt Beveren zich in een van de weinige Vlaamse regio’s waar het prehistorische landschap nog goed bewaard is. Elders in Vlaanderen zijn de prehis-

* De tekst in dit hoofdstuk is tot en met ‘Het einde van de prehistorische bewoning’ van de hand van Philippe Crombé en vanaf ‘Boeren, krijgers en smeden: de bronstijd’ van Bart Lauwers. Foto van de aanleg van het Deurganckdok in 2000. Op de voorgrond is de noodopgraving aan de gang van een prehistorische site die tijdens de graafwerken aan het licht kwam. © P. Crombé, ugent

15 deel I

DE EERSTE BEWONERS VAN BEVEREN: VAN PREHISTORISCHE JAGERSVERZAMELAARS TOT MENAPISCHE BOEREN


→ Een verwilderde rivier in Alaska. Ook de Oer-Schelde moet er tijdens de (voor)laatste ijstijd ongeveer zo uitgezien hebben. © kgren kgsmguski/sCienCe fgCtion/Corbis

beveren

16

torische relicten meestal zwaar aangetast door eeuwenlange landbouw en dichte bebouwing. De prehistorische resten in de Wase Scheldepolders zijn hiervan jarenlang gespaard gebleven, doordat ze doorheen de tijd bedolven geraakt zijn onder veen en overstromingsklei, die als een beschermende mantel dienst deden. Helaas komt het prehistorisch patrimonium de laatste jaren ook in de Wase Scheldepolders steeds meer onder druk te staan, vooral door de continue uitbreiding van de Antwerpse haven en de daaraan gekoppelde ontwikkelingen, zoals de aanleg van natuurcompensatiegebieden en bedrijventerreinen. De bouw van elk nieuw havendok gaat namelijk gepaard met een verlies van honderden hectaren potentieel archeologisch patrimonium. Gelukkig heeft die economische expansie ook een positieve zijde: de graafwerken bieden archeologen de unieke kans om een kijkje te nemen in de diepe ondergrond. Een belangrijke voorwaarde is natuurlijk dat hiervoor voldoende middelen en tijd worden voorzien, wat in het verleden niet altijd het geval is geweest. Bij de aanleg van het Verrebroekdok (1995-2000) en het Deurganckdok (2000-2005) bijvoorbeeld, gingen talrijke prehistorische relicten zonder enig archeologisch onderzoek

Vuistbijl uit het midden-paleolithicum gevonden te Lillo. Claessens & Van Peer © bulletIn vgn de gntwerPse verenIgIng voor bodem- en grotonderzoek, 3, 1991, fig. 4.

verloren. Een betreurenswaardige situatie vanwege het internationale belang van sommige prehistorische sites die er aan het licht kwamen. Dat was het gevolg van het gebrek aan een efficiënte archeologische wetgeving, die toen wel al in onze buurlanden bestond. Gelukkig is hier intussen verandering in gekomen, want in 2013 werd de wetgeving grondig aangepast zodat aan elke ingreep in het kader van de havenuitbreiding nu eerst archeologisch onderzoek moet voorafgaan. Nog belangrijker is dat de bouwheer dat voortaan moet betalen, volgens het ‘verstoordersprincipe’. Ook de verdienste van enkele amateurarcheologen, in het bijzonder Marc De Meireleir en Hubert De Bock, moet hier vermeld worden. Dankzij hun jarenlange zoektochten op braakliggende akkers aan de rand van de Wase Scheldepolders, waar de dunne kleiafdekking weinig bescherming biedt, zijn tal van prehistorische sites in kaart gebracht. Ze vormen een rijke aanvulling op de sites die aan het licht kwamen in het centrum van de polders.

De eerste bewoners: nomaden in de koude toendra Tot op heden leveren slechts enkele vondsten ons informatie over de vroegste bewoners van Beveren en omstreken. Een van de spectaculairste blijft de vondst van een vuurstenen vuistbijl in Lillo. Die vondst toont aan dat hier al vanaf het midden-paleolithicum, de periode waarin Europa door Neanderthalers werd bevolkt, rondtrekkende jagers-verzamelaars aanwezig waren. Een precieze datering van de vuistbijl is niet mogelijk, maar vermoedelijk dateert hij uit de periode tussen 100.000 en 35.000 jaar geleden. Dat is het begin van de laatste grote ijstijd, de Weichsel. Op enkele korte ‘warmere’ intermezzo’s na, reikte de zomertemperatuur toen nauwelijks boven het vriespunt, waardoor de bodem permanent bevroren was. Dat zorgde ervoor dat er nauwelijks vegetatie kon groeien, zodat het landschap meestal het uitzicht van een boomloze toendra had. Er leefden verschillende diersoorten die nu niet meer bestaan, zoals de wolharige neushoorn en de mammoet, of die naar koudere oorden gemigreerd zijn, zoals het rendier en het paard. Regel-


17

deel I


→ Een rivier meandert langs talloze ondiepe meertjes in de toendra van Noordwest-Siberië. Zo ongeveer en met iets meer bebossing moet het landschap van de Beneden-Schelde er aan het einde van de laatste ijstijd uitgezien hebben. rY.2606-05 | © b&C glexgnder / grCtiCPhoto

beveren

18

Oos

ters che lde 740 0 tot à 630 ca. 0B 150 P 0A D

Paleo-Scheldedal tot 7400 à 6300 BP Brabantse wal

Rug

We ste

illan

rsch

van a

elde

f 80

0à

100

BERGEN OP ZOOM

van R

d

WOENSDRECHT OSSENDRECHT

0A

D?

ND

RLA

E NED 0

20 km

BE

Ë LGI

ANTWERPEN

matig worden er resten van aangetroffen bij baggerwerken langs de Schelde. Zo werd in Lillo, op de plaats van de vuistbijl, ook een mammoetrib gevonden. Door de extreme koude lag het landschap tijdens de laatste ijstijd minstens 10 tot 15 meter lager dan nu. Dat was het gevolg van de erg lage zeespiegel in het Noordzeebekken, die tot wel 100 meter lager lag dan tegenwoordig. Hierdoor hadden de rivieren, waaronder de Oer-Schelde, een groter verval en sneden ze zich bijgevolg steeds dieper in het landschap in. De Oer-Schelde zag er toen nog helemaal niet uit als de huidige, meanderende Schelde, maar bestond uit meerdere, ondiepe geulen die met elkaar in verbinding stonden. Een dergelijke rivier heet een ‘verwilderde of vlechtende’ rivier. In de loop van de laatste ijstijd werd de diepe vallei van de Oer-Schelde geleidelijk aan weer opgevuld met vooral zandig bodemmateriaal dat deels door de wind, deels door de verwilderde rivier was afgezet. De kans is reëel dat zich in die diepe opvulling nog paleolithische vondsten bevinden, die door hun enorme diepteligging helaas onbereikbaar zijn. Enkel bij de aanleg van een nieuw dok kunnen dergelijke resten ontdekt worden. Het is duidelijk dat met de vondst van de vuistbijl van Lillo slechts het tipje van de sluier is gelicht over de vroegste bewoningsfase van Beveren en omgeving.

Het einde van de laatste ijstijd: de langverwachte opwarming Tegen het einde van de laatste ijstijd deed zich een gevoelige klimaatverbetering voor. Vanaf 14.650 jaar geleden steeg de temperatuur al snel tot gemiddeld 16-17°C tijdens de zomer. Dat had onmiddellijk een belangrijke impact op het landschap. Het warmere klimaat deed het

↑ Tijdens de vroege fasen van de prehistorie stroomde de Schelde voorbij Antwerpen nog in noordelijke richting. De Oosterschelde kwam pas tussen circa 8000 en 6500 jaar geleden tot stand. © kIden, 2006 ← Foto van een kleine zandduin ontdekt tijdens de aanleg van het Deurganckdok. Soortgelijke duinen kwamen overal in de Vlaamse zandstreek tot stand tegen het einde van de laatste ijstijd. Ze vormden de ideale vestigingsplaatsen voor de prehistorische mens. © P. Crombé, ugent


19 deel I

landijs smelten, waardoor de zeespiegel geleidelijk aan steeg en de rivieren zich niet langer in het landschap insneden. Ook de bodem ontdooide langzamerhand, waardoor er meer begroeiing mogelijk was. Dat alles zorgde ervoor dat de Vlaamse rivieren veranderden van een verwilderd naar een meanderend systeem, waarbij al het water door een enkele, weliswaar brede en diepe bedding stroomde. De loop van de Schelde was toen echter nog niet zoals nu, want van de Wester- of Oosterschelde was nog helemaal geen sprake. Voorbij Antwerpen liep de meanderende Schelde noordwaarts om bij de delta van de Maas en de Rijn aan te sluiten. Buiten de Scheldevallei ontwikkelde zich in het Waasland een landschap, waarin talrijke zandduintjes voorkwamen die waren ontstaan onder invloed van de heersende noord(westen)winden. De meeste duinen

waren relatief klein en laag, behalve ‘de dekzandrug van Maldegem-Stekene’. Die imposante duin was plaatselijk 2 tot 3 kilometer breed en stak gemiddeld 4 tot 5 meter boven de omgeving uit. In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, liep deze duin verder dan Maldegem en Stekene. In feite doorkruiste hij de provincies West- en Oost-Vlaanderen, van Gistel tot Verrebroek, over een afstand van maar liefst 80 kilometer. Door de stijgende temperaturen raakten die duinen vrij snel begroeid met bomen, in het begin vooral met wilgen en berken, en later in toenemende mate met dennen. Tussen de duinen kwamen talloze grote en kleine meertjes voor, die ontstaan waren door de dooi van de bodem en de toenemende neerslag. De meertjes waren amper een paar meter diep en waren aan de randen begroeid met hoge grassen, vooral zegge.


beveren

20

Doorsnede van de bodem ter hoogte van het Verrebroekdok. De verschillende laagjes vertellen meer over de evolutie van het landschap in de Wase Scheldepolders vanaf het einde van de laatste ijstijd tot nu. De donkere laagjes onderaan bestaan uit niet- of deelsvergane plantenresten (wortels, takken, twijgen, bladeren, zaden, mossen), afgezet op de bodem van een van de talloze ondiepe zoetwatermeertjes. Ongeveer 13.000 jaar geleden droogden alle meertjes uit en werden ze opgevuld met stuifzand (gele grond erboven). Die stuifzanden leidden tot de vorming van duinen, waar de prehistorische mens zich op vestigde, totdat de stijgende zeespiegel ervoor zorgde dat de duinen door veen (donkerbruine laag middenin) ‘bedolven’ werden. Dat betekende het einde van de prehistorische bewoning van de Wase Scheldepolders. © P. Crombé, ugent

De combinatie van het betere klimaat en het sterk veranderde landschap maakte het gebied van de Wase Scheldepolders erg aantrekkelijk voor zowel mens als dier. Het bos werd bewoond door typisch boswild, zoals edelhert, ree, eland en oerrund. Jagers-verzamelaars van de Federmessercultuur vestigden zich op de duinen, bij voorkeur die aan de rand van een zoetwatermeertje. Een van die vestigingsplekken werd gevonden tijdens de bouw van het Verrebroekdok langs de voormalige Sint-Michielsstraat. Aan de rand van een uitgestrekt meertje van meerdere honderden meters doorsnede werden de resten ontdekt van een bijzonder klein kampje, dat wellicht amper een paar dagen bewoond was door slechts enkele individuen. Dat leiden archeologen af uit het feit dat er nagenoeg geen stenen werktuigen te vinden waren. Die waren wel veelvuldig aanwezig in een merkelijk groter kamp dat in 2000 in het Deurganckdok was ontdekt. De talrijke stenen spitsen, schrabbers en stekers wijzen erop dat op die vindplaats verschillende basisactiviteiten waren verricht, zoals het bewerken van dierenhuiden voor de productie van kledij of tentbekleding, het versnijden van vlees, en het bewerken van dierlijke beenderen om er gebruiksvoorwerpen als naalden en priemen uit te maken. Een soortgelijke vindplaats werd ontdekt door oppervlakteprospectie in de Saleghempolder te Sint-Gillis-Waas. Helaas was de klimaatverbetering slechts van tijdelijke aard, want ongeveer 13.000 jaar geleden keerde de extreme koude voor een laatste keer terug. De temperatuur tijdens de zomer daalde weer tot gemiddeld 11-13°C, maar vooral ’s winters werd het weer bijzonder koud met temperaturen van -15 tot -20°C. De gevolgen voor het landschap lieten niet op zich wachten: nagenoeg alle meertjes droogden uit, het bosbestand nam opnieuw af in het voordeel van kruiden en heesters, en hevige zandstormen staken weer de kop op. Tot overmaat van ramp kwamen daar nog eens grote bosbranden bij. In die omgeving kon de prehistorische mens zich wellicht niet handhaven en was hij genoodzaakt om andere oorden op te zoeken. Pas ruim tweeduizend jaar later keerde hij terug naar het gebied.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook