TINE MAENHOUT
Jij, ik, hij, zij & al de kinderen DE WONDERE CHAOS VAN EEN SAMENGESTELD GEZIN
Voor Gus, mijn man
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp Josworld Vormgeving Evelien Gillis – Armée de Verre © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2016 en Tine Maenhout D / 2016 / 45 / 251 – ISBN 978 94 014 3337 2 – NUR 770 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveel voudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud Proloog
9
1 Spookrijden
23
Eerst kinderen dan een partner 2 Zwarte inkt op wit papier
37
Waarom relaties geen sprookjes zijn 3 Een bloem wringt zich de aarde in
49
Scheiden is lijden 4 Een nieuwe plattegrond
59
Een wereld met samengestelde gezinnen 5 De niet-papa
65
Het einde van het kerngezin 6 Koffie verkeerd
75
Partners van elkaar, (stief )ouder van de kinderen 7 Jij en ik en de kinderen
91
Van troep naar groep 8 Een oude caravan in het gras
Een nieuw gezin is verbonden met het nieuwe gezin van de ex
101
9 Het park is vacuüm verpakt
131
Het invloedrijke netwerk waarin een nieuw gezin zich verbindt 10 Spaghetti met pilipili
145
De loyaliteitenhuishouding van samengestelde gezinnen 11 Eilanden
165
De wondere wereld van het kind in het nieuwe gezin 12 Een boekenkaft met scheuren
Rugzakken en littekens 13 Ruwbouw
219
Het nieuwe gezin in de samenleving Epiloog
231
197
Proloog Antwerpen, 2015 ‘Mollie! Spring eens vlug bij papa Gus onder de douche! En zeg dat hij je haar moet wassen. Schaaaat! Wil je Mollie haar haren wassen?’ We wonen midden in Antwerpen, in een smal, licht apparte ment met drie verdiepingen. Onze open kamers zijn als houten platformen op elkaar gestapeld tot een soort gezellige blokken toren, onderling verbonden door een ijzeren draaitrap in drie lussen. Boven aan die trap roep ik naar Gus in de badkamer een verdieping lager. Ik vraag hem om Mollie haar haren te wassen. Mijn vraag klinkt te vragend. Soms kom je op een punt dat je twijfelt. Kun je je vijfjarige dochter onder de douche zetten met een man die haar vader niet is en wil die man wel bloot onder dezelfde waterstraal staan met een kleuter voor wie hij weliswaar al twee jaar lang ’s ochtends boterhammen met confituur smeert, maar met wie hij geen bloedband heeft? Ik trek de inbouwkast in onze slaap kamer open op zoek naar handdoeken. Ik denk aan hoe we die ochtend op de stoep stonden in de regen, voor een statig herenhuis. De zware geur van asfaltdampen verstrengelde zich met een walm van vochtige apotheek wanneer de deur open klikte. We daalden de trap af naar het souterrain. Althans, we arriveerden daar, een buggy met een baby erin vier treden naar
5
beneden tillen, met een vierjarige peuter aan je rokken incluis, vraagt om een evenwichtsoefening waar een koorddanser in het Chinese staatscircus niet voor onder doet. Een kinderarts zou daar rekening mee moeten houden wanneer ze haar archi tect instructies geeft. Een zachte vrouwenstem riep ons naar binnen en breide een vervolg aan haar verwelkoming toen ze Lies zag: ‘Een nieuw patiëntje! Een zusje voor Mollie?’ Annemie draagt doorgaans geen witte jas, maar diep uitgesneden bloes jes en hoge hakken. Ze verspilt gelukkig nooit veel tijd aan introducties, maar komt direct ter zake. Ze vroeg niets, haar lippen herhaalden wat haar vingers automatisch invoerden in de computer. ‘Lies Stappaerts.’ Mollie reageerde niet. Ze heeft slechts een vaag besef van achternamen. Ik maakte me op voor de correctie. ‘Euhm, nee. Nee, nee. Het is Lies Blomme. Lies heeft een andere papa dan Mollie.’ Mijn bloedbanen begonnen gewoontegetrouw het verkeer van rode bloedcellen richting hoofd te organiseren. ‘Dat komt zo, bij de geboorte van Mollie kwam ik alleen te staan. Mijn ex-man, toen mijn man, ontmoet te iemand anders, dus ben ik zelf na een paar jaar hertrouwd met Gus, wat vroeg misschien, maar het was zo, we kwamen elkaar tegen en het klikte, hij vond het niet erg dat ik al een dochter had, het klikte wel tussen Gus en Mollie, en nu is Liesje geboren, het leek ons toch een goed moment. Wat is tenslotte een goed moment? En nu zijn we met z’n vieren. Maar Gus is dus niet de papa van Mollie en wel van Lies, vandaar.’ Annemie glimlachte. Ze keek me rustig aan, met wenkbrauwen die net als bij alle anderen aan wie ik het verhaal vertel lichtjes fronsten. ‘Dat wist ik niet’, zei ze. ‘Alles oké nu?’ ‘Euhm, ja, ja, ja, alles oké,
6
alleen hebben de meisjes dus verschillende achternamen.’ Dat was eigenlijk alles wat ik wilde zeggen. ‘Ja natuurlijk, dat is geen probleem’, zei Annemie. ‘Wat heeft Lies?’ Geen probleem. Annemie zei dat de verschillende achterna men van de meisjes geen probleem vormen en dropt daarbij de mogelijkheid van het problematische op mijn schouders. Geen probleem. Zou ze ook gezegd hebben dat het geen probleem was als ik had bevestigd dat Lies net als Mollie haar naam met Stappaerts afsluit? In de badkamer probeert Mollie met kletsnat haar en een mini vijver water rond haar voeten een been in de pijp van haar gele pyjama te wringen. ‘Papa Gus heeft veel te veel zeep op mijn hoofd gedaan, mama!’ Ze houdt een handje tegen de witte tegel tjes om niet te vallen. ‘Echt schatje?’ ‘Echt, het prikt in mijn ogen.’ Gus slaat een badhanddoek rond zijn schouders en draait met zijn ogen. Ik trek mijn wenkbrauwen op om duidelijk te maken dat ik het niet wil bespreken met Mollie erbij en pak een kam. ‘Misschien moet je wat minder shampoo gebruiken’, zeg ik ’s avonds tegen Gus wanneer de kinderen slapen. We zitten aan tafel en zuigen aan de bladeren van een artisjok, gedipt in een vinaigrette van olie en azijn. Ik voel me meteen schuldig. Gus doet ook maar zijn best. ‘Ik gebruik niet zo veel shampoo’, zegt hij terwijl hij aan een blad knabbelt. ‘Mollie staat gewoon niet stil onder de douche, logisch dat de zeep in haar ogen loopt. Ze zou eens moeten leren om stil te staan als ik het haar vraag. Ah ja’, voegt hij eraan toe wanneer hij ziet dat ik dat bedenkelijk
7
vind. En terwijl hij een blad van zijn vrucht trekt en die als een groene vinger heen en weer schudt gaat hij verder: ‘Papa Gus is een beetje strenger dan mama.’ Het schuldgevoel slaat om in boosheid, alsof ik vind dat Gus eigenlijk niet veel over Mollie te zeggen heeft. Het wringt. Net zoals het me niet lekker zit dat de kinderarts het woord ‘pro bleem’ over mijn gezinssituatie gebruikte die ochtend. ‘Zelfs een kinderarts gaat ervan uit dat de kinderen binnen één gezin van dezelfde vader en moeder zijn. Je moet het altijd uitleggen’, zeg ik een halve artisjok later, nadat ik het verhaal van die och tend heb gedaan. ‘Waarom?’ vraagt Gus. ‘Je zegt gewoon dat ze verschillende achternamen hebben en dat is het. Meer hoeft Annemie toch niet te weten?’ Hij heeft gelijk. Maar in mijn ogen is het helemaal niet zo simpel. Want neem nu de geboorte van onze dochter Lies. De jonge verpleegster van de ochtenddienst vroeg toen aan Mollie of ze samen met haar papa haar nieu we zusje in bad wilde doen. ‘Hij is niet haar papa.’ ‘Ah, is dat je dochtertje dan niet?’ vroeg ze aan mij. ‘Jawel, maar hij is niet haar vader.’ ‘Oh, maar hij is wel de vader van Lies, toch?’ ‘Ja, dat wel. Dat zit zo…’ En daar gingen we weer. En daar gingen we opnieuw toen de verpleegkundige van de middagdienst binnen kwam met een extra bakje fruitsalade voor de trotse grote zus en haar papa (hij is niet haar papa) en dan nog eens tegen de verpleegster van de nachtdienst en toen kwam de schoonmaak ster met haar zwabber en ten slotte nog eens tegen de dame die boterhammen met kaas en zwarte koffie rondbracht. ‘Ze hoe ven dat allemaal niet te weten’, zegt Gus. Hij heeft gelijk. Maar erover zwijgen vind ik niet makkelijk, zeker niet als een lid van
8
het verplegend personeel de opmerking maakt dat Mollie toch echt niet op Gus lijkt. Waarom mijn verhaal steeds gepaard gaat met wangen als rode rozen zit me niet lekker. En waarom ik antwoorden krijg als ‘geen probleem’ en ‘dat is oké’ of mee lijwekkende of overdreven begripvolle blikken als het duidelijk wordt dat ik een samengesteld gezin heb, stemt ook tot naden ken. Een uitzondering op de regel lijkt mijn gezin wel. Terwijl deze gezinsvorm toch meer en meer regel wordt? Of niet? Zijn samengestelde gezinnen zo nieuw dat we nog niet goed weten hoe we ermee om moeten gaan? Om eerlijk te zijn betrapte ik mezelf erop dat ik, vanuit mijn kraakhelde re ziekenhuisbed in het gemoderniseerde ziekenhuis aan de rand van de stad, met mijn pasgeboren dochter in mijn armen graag had geantwoord: ‘Ja! Ja, Mollie en haar papa kunnen dat samen doen, Lies een bad geven. Uitstekend idee.’ En dan gelukkig in de kussens van het bed kunnen zakken, glimlachen en denken dat alles goed is. Ik zou soms zo graag willen dat we een traditioneel gezin waren. Net als wanneer ik aan Gus ver tel hoe Mollie de tekening van een zandkasteel vol schelpen helemaal binnen de lijntjes had ingekleurd, speurend naar een teken van trots in zijn ogen, en dan in paniek raak omdat ik het niet zie. Want, stel je voor dat hij haar niet graag ziet! Wat dan? Waar is de liefde? Waar is de band? Loopt het nu al verkeerd tus sen mij en mijn man en mijn dochter, zijn stiefdochter? Als er op dat moment een duif in de vijver op het plein aan het einde van onze straat een bad zou nemen, zou ik erbij gaan zitten om mijn hoofd koel te houden. Ik heb een nieuw gezin en ik weet niet altijd hoe ermee om te gaan.
9
Het wringt weleens, en niet alleen bij ons. Zeven huizen verder woont de kleine Korneel samen met zijn moeder. Ze vertelt me wekelijks verlegen bij de bakker op de hoek dat haar zoon gek wordt van de discussies die onvermijdelijk lijken tussen haar en haar ex-man. Korneel zou liever alleen wonen, zegt hij. Hij is elf jaar. Om een heleboel redenen koopt ze altijd chocolade croissants voor hem. Aan de overkant woont Lauranne in een tot loft verbouwde verdieping van een oud pakhuis. Ook zij heeft permanent ruzie met haar ex Jan. Haar nieuwe vriend kan dat niet langer verdragen. ‘Dat hij gauw zal vertrekken’, her haalt Lauranne steeds vaker wanneer ze de buurtwinkel onder haar appartement uit komt, met steeds meer flessen rode wijn in haar tas, niet wetend of ze een tweede relatiebreuk zo snel al kan verwerken. En dan is er Maaike, een vriendinnetje van Mollie die met haar vader in een ruime studio achter het muse um voor hedendaagse kunst woont. Ze kon niet naar Mollies verjaardagsfeestje komen, want ze was dat weekend bij haar moeder. En die kon Maaike niet naar het feestje brengen omdat ze haar nieuwe vriend en zijn drie kinderen had beloofd om samen naar de dierentuin te gaan. Maaike moest mee want het gezin hoort in het weekend iets samen te doen. Dat is gezellig. Maaike wilde eigenlijk gewoon taart en pannenkoeken eten met haar vriendjes, vermoedde haar vader, maar wat doe je eraan? En zo schuilt er achter meer dan de helft van de ramen in onze buurt een dergelijk verhaal, wonen daar gezinnen in aller lei vormen. Je ziet hen amper, de mensen die de verhalen bevol ken, hebt er het raden naar wie er allemaal met wie samenleeft. Soms staan de ramen open en trilt geroezemoes, een te luid
10
gevoerd gesprek, de doordringende ringtoon van een telefoon die niet wordt opgenomen, de dagelijkse populaire tv-quiz of een magistraal stuk Bach de door de havenindustrie aangedik te stadslucht in. Je weet niet precies hoe het ze vergaat, maar uit flarden gesprekken en vertrouwelijkheden tijdens de ontmoe tingen op straat maak je op dat er bij veel mensen in die nieu we gezinnen ook onrust woont. Zoom in op die woonplekken en vraag je af: Wat is er aan de hand? De bedenkingen, de ruzies, de discus sies, de vreugdekreten ook, uiteraard, de zoektocht naar een manier om samen te leven. Er moeten antwoorden zijn op de vragen die wij en velen met ons zich als samengesteld gezin stel len, denken Gus en ik vaak. Alleen zijn ze niet zo makkelijk te vinden. De schappen van onze bibliotheek vullen zich gestaag met literatuur over het thema. In al die boeken worden erg veel tips gegeven om het als samengesteld gezin zo goed mogelijk te doen. Wat mag je verwachten, wat moet je doen, met wie moet je rekening houden. Wat is de rol van de stiefvader, hoe moet de moeder omgaan met een partner die niet de ouder is van haar kinderen, hoe moeten de kinderen zich gedragen. Volgens die boeken ‘moet’ er van alles. Zo veel regels, zo veel goedbedoelde adviezen, zo veel richtlijnen, zo veel namen, zo veel woorden, zo veel do’s en don’ts. Ik schiet er niet zo veel mee op. Handlei dingen om met mensen samen te leven, ik begrijp ze niet, het helpt me niet bij mijn onzekerheid. Ik blijf met een rood hoofd zitten als ik mijn verhaal doe en ik blijf me afvragen hoe we, Gus, ik en de twee meisjes, ons het best handhaven in onze minileef gemeenschap. En ik twijfel. Achter mijn eigen raam, een schuin
11
ingebouwde velux in het dak, vraag ik me af of mijn dochter met haar stiefvader onder de douche kan. Het lijkt erop dat het vroeger simpeler was. Er was een door iedereen te volgen plaatje: vader, moeder en de kinderen. De moeder is moeder, de vader is vader, de kinderen zijn de kin deren, de ouders zijn een koppel en allebei zijn ze de ouders van de kinderen. Maar het verandert. Scheidingen en nieuwe gezinssamenstellingen komen steeds meer voor. Maar nieuw samengestelde gezinnen zijn dan wel meer en meer regelmaat dan uitzondering. Omdat het een nog wat onwennige gezins vorm lijkt, heeft de nieuwe samenlevingsvorm iets weg van een kluwen mensen die zoeken naar een manier om het te doen werken en daar niet altijd in slagen. Naast biologische banden zijn er immers ook stiefrelaties. Er zijn nieuwe en oude men sen die aan het gezin verbonden zijn. Er is een verleden. Dit alles gaat gepaard met verschillende loyaliteiten, verschillen de waarden, normen, opvoedstijlen die een harmonieus geheel zouden moeten vormen maar dat niet altijd doen. Daarbij komt dat de samenleving de trend van het stijgend aantal samengestelde gezinnen niet helemaal volgt. Er zijn geen officiële namen voor ‘stiefouders’. Er zijn geen voorschrif ten of stilzwijgende afspraken over taken en rollen in samenge stelde gezinnen. Spanningen tussen ex-partners zijn doorgaans verwarrend en lange tijd kwetsend. Er wringt iets en tips en advies helpen niet altijd. De bibliothecaris zegt me vanachter zijn designbureau dat hij zelf niet goed weet welk boek hij me kan adviseren. ‘Dat is nog een beetje nieuw, dat thema’, helpt
12
hij er zich vanaf. Dat ik er dan zelf maar eens een boek over moet schrijven, zegt Katrien, mijn uitgever, wanneer ik haar mijn probleem voorleg. Dat idee indachtig besloot ik om het thema buiten de muren van de bibliotheek te gaan onderzoe ken, de literatuur te laten voor wat ze is en te gaan praten met mensen die kennis van zaken hebben. De fiets op, de straat op, op zoek naar goede plekken om vragen te stellen. Met dit boek heb ik me tot een sofabezoeker ontwikkeld. Ik ging op de thee bij enkele zorgvuldig geselecteerde specialisten. Therapeu ten, advocaten en een psychiater hebben me met veel, meest al doordachte woorden geholpen om naar de essentie van het samenlevingspatroon van een samengesteld gezin te zoeken. Om de weg ernaartoe te plaveien met nuance, om verbanden en relaties tussen gezinsleden onderling en met hun omgeving tot kristalheldere proporties te herscheppen, om hangende trau ma’s en problemen tot hun ware betekenis te herleiden en ver wachtingen als verre horizonten bij tegenlicht scherp te stellen. Om uit te leggen waarom nieuwe gezinnen wenkbrauwen doen fronsen en vragen oproepen. Een van hen is Lieve Cottyn. Ze is een oude rot in het vak. Sinds de jaren ’80 specialiseert ze zich als psycholoog en psycho therapeut in het fenomeen ‘samengestelde gezinnen’. Lieve weet waarover ze praat als ze me in de loop van ons gesprek zegt: ‘Het nieuwe samengestelde gezin is de meest interessan te vorm van anarchie waarin je tegenwoordig als volwassene of als kind kunt terechtkomen. Er zijn namelijk nog geen regels. Er zijn nog geen voorschriften. Het is een samenlevingsvorm die relatief nieuw is en die dus grote creativiteit vereist. Dat is
13
fantastisch. De enige wet die geldt is de volgende: een samen gesteld gezin is geen kerngezin. Daaraan zijn alle gevoeligheden die spelen verbonden.’ Lieve is als jazz. Ze componeert haar zinnen zo accuraat afgestemd op de vele emoties, hersenspin sels en vraagstukken die ik en andere leden van samengestel de gezinnen voelen rondtollen in ons hoofd, dat de resonantie van die klanken voor het eerst min of meer aangenaam is om horen. Wat een ingewikkelde zaak leek, klinkt plots logischer, spannender en aangenamer. ‘We beseffen het nog niet’, gaat ze verder. ‘Daarom zijn we nog onzeker. Omdat we uitgaan van kerngezinnen in onze samenleving. Maar een samengesteld gezin is iets anders. Er gelden waarden en gevoeligheden die we nog moeten leren kennen en aanvaarden. Veel samengestel de gezinnen kennen de eigenaardigheden niet, ze geloven nog te vaak dat op hen de wetten van een gewoon gezin van toepas sing zijn. En dat is niet zo. Hierdoor klopt het onderbuikgevoel niet langer en kun je verstrikt raken in het complexe web van onderlinge relaties. Met alle pijnlijke gevolgen van dien. Als het lukt om als samenleving en als individu de structuur, relaties en de gevoeligheden en waarden van een samengesteld gezin te leren kennen, kom je al een heel eind. En na die kennismaking komen de regels en de voorschriften, de handleiding, zeg maar. Maar zo ver zijn we nog niet.’ Lieve lanceert rake woorden. Ze zijn de basis voor verdere gesprekken met specialisten als Claudia Van de Velde, Peggy Stevens, Claire Wiewauters, Jos Willems, Dirk De Wachter, Christine Van Os en Cindy Schepers. Ook waren ze aanleiding voor ontmoetingen met andere ouders van samengestelde
14
gezinnen. Er is een inmiddels vertrouwde plek in de stad waar de verhalen over gezinssituaties dagelijks over de lippen gaan: de school van mijn oudste dochter Mollie. De school ligt mid den in de stad en heeft leerlingen die in minivorm de samen leving van de stad representeren. Veel ouders toonden zich bereid om me te ontvangen en te vertellen over hun nieuwe gezinssituatie. Na de gesprekken met experts en ervaringsdeskundigen is één ding duidelijk: we zitten in een overgang. Er komt een nieu we manier van samenleven naast de vorm die we gewend zijn. De oude waarden van het kerngezin zijn niet langer de eni ge gezinswaarden. Dat is niet erg, maar voor nieuwe gezinnen zijn er nog geen regels, geen patronen die als voorbeeld kun nen dienen. En daarom mogen of liever ‘moeten’ die gezinnen zichzelf organiseren, regels invoeren die bij de gezinssituatie passen als knopen bij een nieuwe jurk. Een nieuw gezin is een experiment, een maatschappelijk laboratorium met een grote relevantie. En diegenen die in nieuwe gezinnen leven en die het experiment aangaan moeten lucht krijgen. Ze zijn als de steeds vaker opduikende exotische stadstuinen die veel water en zon vragen en moeten gedijen voordat we ze verder ontwikkelen. Iedereen die in een dergelijk gezin leeft, voelt dat tot in de top pen van zijn tenen, maar slechts weinigen laten deze beden king over hun lippen komen. Relaxatietherapeute Christine Van Os zei tijdens een van onze gesprekken: ‘Een samengesteld gezin is nog niet marktrelevant, past nog niet helemaal in de samenleving. Want dat soort gezinnen wil andere dingen dan
15
het traditionele gezin. Ze worden geconfronteerd met andere relaties, situaties, normen en waarden.’ ‘Ze willen huizen met meer kamers, andere tijdsindelingen, ze leven met andere loya liteiten en vragen om andere oplossingen voor kleine en grote problemen’, vul ik haar aan. ‘Ja,’ antwoordt Christine, ‘ze moe ten zichzelf daarin nog leren kennen. En het zou goed zijn als we als maatschappij proberen om met hen mee te denken. Als we buiten het traditionele gangbare kader kunnen denken, is deze gezinsvorm veel minder confronterend. Het geeft meer lucht. Als de samenleving van die vrijheid uitgaat is het leven veel makkelijker voor een samengesteld gezin.’ Het nieuwe gezin zit dus nog in de schemerzone van de sa menleving, in de afdeling ‘pas binnengekomen’ van het waren huis dat maatschappij heet. Het ligt nog moeilijk om ons in te leven in de gevoelens, situaties, nieuwe waarden, nieuwe loyali teiten waarmee leden van een nieuw gezin te maken krijgen en dat creëert onzekerheid. Ik geef u dit nu alvast mee, in het begin van het boek. Een bekend schrijver uit de Lage Landen, met een grappig brilmontuur en weerbarstig piekhaar, die ik nauwelijks durf te groeten, zo goed vind ik zijn debuut over een plagiaat plegende Vlaamse Nobel prijswinnaar, zei me ooit: ‘De eerste paragrafen van een boek zijn cruciaal, met die zinnen moet alles gezegd zijn, de toon van het boek moet er staan als een uitgeschreven beeldhouwwerk.’ Waarna hij zweeg, nadacht, me aankeek, een concluderend ‘ja’, toevoegde, me bevestigend toeknikte en vervolgens een stil te weggaf die nog wekenlang in de termietenheuvel van mijn
16
hoofd voor zich liet spreken. Hij heeft makkelijk praten, deze schrijver. Wat schrijftalent betreft sta ik zelfs nog niet in zijn schaduw, maar posteer ik ergens ver daarvandaan, nieuwsgie rig zoals een schildersknecht zijn meester aanschouwt. Maar hij heeft gelijk. De mooie glanzende kers op een taart doet bij het openen van de doos de honger toenemen. En daarbij: ik zou willen vermijden dat u, wanneer u dit boek over nieuwe ge zinnen in handen hebt, denkt: ‘Lieve help, nee, dit is weer zo’n boek. Zo’n emotioneel epistel zoals er duizend in een dozijn gaan over een vrouw die na een moeilijke scheiding toch de gro te liefde van haar leven vindt en een tweede kind met gouden krullen krijgt. Zo’n boekje dat je stiekem mee naar bed smok kelt om jezelf helemaal te verliezen in zoete dromen over eeu wige romantiek. Over het grote geluksmoment na een flinke dosis tegenslag in de liefde. Over de prins of prinses op een wit, grijs of zwart paard die redding brengt. Of dat u denkt dat dit een doeboek is, een boek vol tips, hoe leef je samen in een nieuw gezin deel 1 en deel 2. Het is niet de bedoeling om een romannetje neer te pen nen dat zijn plek aan een spreekwoordelijke keukentafel vindt, noch om een handleiding aan te reiken met ‘hoe het moet’. Wel wil ik u vertellen hoe het voelt om een nieuw gezin op te bouwen, waarom het soms zo vreemd, soms zo leuk en soms zo moeilijk is. Waarom het geen kerngezin is. Welke gevoelig heden er spelen. Hoe het avontuur van het experiment soms pijnlijk en soms fantastisch spannend is. Waarom het muziek is. Het is geen geringe opdracht. Want een verhaal brengen over een liefdesbreuk, een nieuwe relatie, mijn man, mijn ex-man
17
en de kinderen, zonder in onnodige sentimentaliteiten te ver vallen, zonder u (en hen) te gaan vervelen met details over fantastische nieuwe partners, gedeelde kinderen en koppige ex-partners, is een uitdaging. Ik heb mijn best gedaan om de relevantie van een dergelijk verhaal woord voor woord te bewa ken, zodat u het graag leest en op het einde kunt zeggen: dit is al met al toch niet zo’n heel typisch boek, maar een maatschappe lijk relevant verhaal over een dag dat de wereld inktzwart werd omdat een relatie, een droom, in stukken viel, en over hoe het zwart weggeboend, afgeborsteld en min of meer tot minima le proporties weggeschrobd kon worden, opbouwend naar een nieuwe start, een nieuw gezin dat zichzelf heeft moeten uitvin den. Ik neem u mee in mijn zoektocht en die van vele anderen. Zodat u dit boek gelouterd in uw boekenkast zet en denkt: ‘Zo zit dat dus, die nieuwe gezinnen.’
18
Spookrijden
EERST KINDEREN DAN EEN PARTNER
2
3
4
5
Een stem op de radio signaleerde een spookrijder op de E19 tussen Antwerpen en Brussel. Het was een man. Wat denkt zo iemand? Verwerpt hij regels? Verbouwt hij in zijn hoofd een afrit aan het Antwerpse nieuwe justitiepaleis tot oprit? Viert hij in alle eenzaamheid zijn zelf toegeëigende vrijheid? Of ver liest een bestuurder die tegen alle bestuurders in vlamt en zijn eigen en andermans leven riskeert alle besef van realiteit? Weet hij überhaupt niet dat hij de wet van de logica tart? Voelt hij de luchtdruk tussen hem en de op hoge snelheid voorbijrazende auto’s niet en is hij in zichzelf en zichzelf alleen verzonken? Ik reed met de stroom mee, op die E19 richting Brussel. Het was vreemd om de stad waar ik woon en waar mijn dochtertje in haar bedje lag te slapen achter me te laten en in de richting van een grotere, onbekendere en daarom aantrekkelijke metro pool te cruisen. We schrijven twee jaar na die ene avond. Die avond dat ik thuis zat, in mijn blokkentoren, met mijn pasge boren dochter. Het voelde vreemd dat ik me vanaf dat moment alleen op de lusvormige trap van verdieping naar verdieping zou bewegen en liet vage plannen in mijn hoofd toe om de spo ren van een leven met twee weg te vegen door middel van een grondige herschikking van al het meubilair. Ik schonk een ape ritief in onder het motto dat ‘ik me niet zou laten kennen’, goed wetende dat wie zoiets bedenkt radeloos is. Mollie was mijn eerste kind. Haar vader en ik waren sinds een paar dagen uit elkaar en het vroeg enige overdenking hoe ik de komende uren en dagen zou aanpakken. Het eerste wat ik deed was een hoofd kussen van het bed halen en het andere in het midden leggen.
20