Skip to main content

9789401433365

Page 1

Vos en Haas Gaatjes


Gaatjes

Sylvia Vanden Heede met tekeningen van ThĂŠ Tjong-Khing


Haas staat voor de spiegel. Ze trekt aan haar ene oor. Ze trekt aan haar andere oor. Ze houdt haar kop een beetje scheef.

9


Dan zegt ze: ‘Ik wil gaatjes.’ ‘Gaatjes?’ roept Vos uit. ‘Wie wil er nu gaatjes? Gaatjes doen pijn!’ ‘O, dat valt wel mee’, zegt Haas. ‘En het duurt maar even. Daarna ben ik mooi.

Zo mooi als Pluim!’

10


Vos snapt er niets van. Wat is er mooi aan gaatjes? Je ziet ze niet eens! Want gaatjes zitten in je kiezen. En je kiezen zitten in je mond. ‘Gaatjes zie je alleen als je gaapt’, zegt Vos. ‘En mooi zijn ze ook al niet. Gaatjes zijn lelijk en zwart. Je moet ermee naar de tandarts. Die geeft jou een prik. En dan gaat hij boren. Dat maakt een vreselijk geluid!

11


Nee hoor, ik hoef geen gaatjes. Ik snoep wel, maar ik poets goed. Want ik wil geen pijn en geen prik en geen boor.’

Haas moet een beetje lachen. ‘Zulke gaatjes bedoel ik niet’, zegt ze. ‘Ik wil gaatjes in mijn oren!’

12


Gaatjes in je oren? Daar heeft Vos nog nooit van gehoord! ‘Je hebt toch al gaten in je oren’, zegt hij. ‘Die heb ik ook. Die heeft iedereen. Voel maar met je vingers. Zonder gaatjes ben je doof.’ ‘Ik wil gaatjes voor oorbellen’, legt Haas uit. ‘Net als Pluim! Pluim uit de stad! Wat denk je daarvan?’

13


Vos zegt niets. Hij denkt aan Pluim. Die heeft bellen aan haar oren. Het zijn net klokjes. Ze tinkelen als ze beweegt. Wil Haas dat echt ook? ‘Het maakt een hoop lawaai’, waarschuwt Vos. ‘Maar vind je het mooi?’ vraagt Haas nog eens. Ze zet een pruilmondje.

14


Vos weet niet of hij oorbellen mooi vindt. Hij vindt Pluim wel mooi. Maar dat durft hij niet te zeggen tegen Haas. Want dan raakt Haas erg van streek! ‘Ik vind jou toch de allermooiste’, zegt Vos dus maar. En dat is de waarheid!

‘Haas wil gaatjes in haar oren’, zucht Vos. ‘Die heeft ze toch al!’ lacht Uil. ‘Zonder gaatjes ben je doof. Wat dom van Haas! Zij weet zoveel. Maar dat weet ze niet.’

15


Vos schudt zijn kop. ‘Het zijn geen gaatjes om te horen. Het zijn gaatjes waar je mooier van wordt. Maar dat hoeft niet voor mij. Haas is zo al mooi genoeg.’ ‘Gaatjes zijn lekker stoer’, vindt Ever. ‘Ik wil ook best een gaatje. En dan een flinke ring erdoor. Hier. Of hier. Of hier.’ Ever wijst naar zijn neus. En naar zijn wenkbrauw. En naar zijn lip. Vos vindt het maar raar. Wie wil er nu een ring door zijn lip? Dat is zo lastig met eten!

16


En hoe moet je snuiten met een ring in je neus? ‘Haas wil geen ringen. Ze wil klokjes!’ zegt Vos. ‘Net als Pluim. Pluim uit de stad.’ ‘O, Pluim…’ zucht Uil.

17


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401433365 by Uitgeverij Lannoo - Issuu