Skip to main content

9789401433150

Page 1

Schrijvers en kunstenaars openen Stijn Streuvels’ meesterwerk Het leven en de dood in den ast

Filip Claus Luc Devoldere Dirk De Schutter Ward Dijck Bart Janssen Koen Peeters Gerolf Van de Perre


Inhoud

Luc Devoldere 8

Tot alles zingt van onvermogen Bart Janssen – Ward Dijck – Gerolf Van de Perre

15

AST gedichten – opgehoogde cichorei lavis – monotype op droge naald

Dirk De Schutter 41

De doem van arbeid Koen Peeters

47

Dat raam Filip Claus

65

Arbeiden ten ondomme foto’s

78

Werken in een ast

83

Het Lijsternest

86

Biografieën

3


‘De schuur met de dubbele poortluiken breed open, gelijkt een tooneel waar, in de gapende diepte, door havelooze mannen, in haastig tempo, een spel wordt opgevoerd. Het gebouw staat er eenzaam op de verlatene vlakte; het tooneel zonder toeschouwers, en de spelers doende achter een sluier van watermist, die ’t al omdoezeld houdt. De mannen vervullen elk zijne aangewezen rol, – handeling welke ineensluit als een geordend werktuig dat in ’t ijle draait – een schouwspel dat in ’t tijden ruimtelooze afspint.’

5


Tot alles zingt van onvermogen ––– Luc Devoldere De novelle Het leven en de dood in den ast verscheen in 1926 in twee delen in het tijdschrift Groot Nederland, daarna in hetzelfde jaar als onderdeel van de verhalenbundel Werkmenschen, en in 1944 als aparte uitgave. Streuvels heeft later in een brief deze novelle het werk genoemd ‘auquel je tiens le plus de tout que j’ai écrit’. Dat kan tellen. De canoncommissie van de Academie heeft in 2015 de Ast zonder veel discussie opgenomen in de Literaire Canon, ‘50 (+1) essentiële teksten uit de Nederlandstalige literatuur’. Na de drie mooiste novellen van Nescio uit 1918 en voor de Nagelaten gedichten van Paul Van Ostaijen (1928) staat dit werk in die Canon in zijn weerbarstigheid te blinken. Het is met niets te vergelijken. In zijn geserreerdheid vond de commissie het krachtiger dan De Vlaschaard (1907) en De teleurgang van den Waterhoek (1927). Het leven en de dood in den ast begint met een paukenslag: ‘De schuur met de dubbele poortluiken breed open, gelijkt een tooneel waar, in de gapende diepte, door havelooze mannen, in haastig tempo, een spel wordt opgevoerd.’ Dan wijkt de blik terug. Het blijkt om een bijzonder toneel te gaan: ‘Het gebouw staat er eenzaam op de verlatene vlakte; het tooneel zonder toeschouwers, en de spelers doende achter een sluier van watermist, die ’t al omdoezeld houdt.’ Dat kan tellen als expositio, als uiteenzetting van een situatie, uitstalling van de ingrediënten van een stuk. Het gaat weliswaar om een opvoering zonder publiek. De acteurs zijn doende, maar wat ze precies doen, blijft verborgen. Toch kan een tipje van de sluier worden opgelicht, kan de aard van de handeling – mechanisch, niet eindigend – nog wel worden verduidelijkt: ‘De mannen vervullen elk zijne aangewezen rol, – handeling welke ineensluit als een geordend werktuig dat in ’t ijle draait – een schouwspel dat in ’t tijd- en ruimtelooze afspint.’ Met deze drie precieze en inslaande zinnen begint de novelle. Alles staat klaar voor een tragedie zonder loutering, een eenakter waarin de protagonisten blind en stom zullen blijven. Het geheel wordt bij elkaar gehouden door een alwetende verteller. En de lezer zit op de eerste rij.

6


De eenheid van tijd, plaats en handeling is gegarandeerd. We komen niet meer weg uit het huis clos van de schuur, die een ast (een plaats waar arbeiders chicoreiwortels drogen) blijkt te zijn, tenzij dan in de verhalen, gedachten en dromen van drie arbeiders. Het verhaal speelt zich af in een avond en een nacht. De tijd wordt gescandeerd door het werk, dat gefaseerd verloopt en zich telkens herhaalt: de wortels worden gemalen en naar de zolder gebracht, waar ze gedroogd worden. Intussen moet het vuur in de ovens onder de droogvloer brandend worden gehouden en moeten de gedroogde wortels in zakken weer naar beneden worden gebracht. Tussen de bedrijven door kunnen de arbeiders rusten. Dan komen de verhalen en gedachten, de dromen even vrij.

Wie zijn de personages? Van de zes doen er twee eigenlijk niet mee. Het zijn de jongste, de Maf en Lot. Ze verdwijnen op hun enige, vrije zondagavond naar het dorp. Ze dienen als contrast voor de achterblijvers, die de ast draaiend houden: de oude en pezige Blomme, de opperdroger Hutsebolle en de sukkel Fliepo. Knorre, een zwerver, die men vroeger een landloper noemde, struikelt ’s nachts binnen, op zoek naar droogte en warmte. Hij zal als een blok in slaap vallen en in de ochtend dood blijken te zijn. Hij is de chiquenaude initiale, dat tikje, duwtje, stootje dat in een tragedie alles in gang zet, alles tot stand brengt, de katalysator. Maar hier brengt hij alleen een inzicht tot stand. Een inzicht dat niet loutert, niet tot een verandering van gedrag leidt. Want de nooit eindigende arbeid roept. Ze houdt de werkers in het gareel, dwingt hen tot samenwerken, ook al levert die samenwerking geen solidariteit op, laat staan begrip. Blomme, Hutsebolle en Fliepo uiten zich niet, geven geen stem aan hun innerlijk. Ze durven en kunnen niet. Zich uitspreken is onmogelijk. Individuum ineffabile. En de repetitieve arbeid is mechanisch, machinaal en dus verdovend, vervreemdend: het vullen van een vat zonder bodem.

7


arbeiden ten ondomme

10


INCLUSIE Gangbaar draait de last zich Bij hen in vergrijpt zij zich Met gewilligheid in hun tegenzin Brengt zij in hun beroering baat Tart zij hen op goed geluk Binnen hun beschadiging

11


dat in ’t ijle draait

14


ROTATIE Voert hen de vracht Op hun weerzin af stuurt zij Hen haaks in op hun zwak Kromt zij hen onder hun afkeer Over hun aandrang terug Jaagt zij hen over de toeren Van haar gemak

15


Met dank aan de provincie West-Vlaanderen voor hun steun

www.lannoo.com www.streuvelshuis.be

Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

Vormgeving Leen Depooter – quod. voor de vorm.

Omslagillustratie Ward Dijck

Citaten Het leven en de dood in den Ast (heruitgave Lannoo, 2016) © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, de auteurs en de kunstenaars D/2016/45/167 – ISBN 978 94 014 3315 0 – NUR 610/640

16

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vereenvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401433150 by Uitgeverij Lannoo - Issuu