Skip to main content

9789401432658

Page 1

Relikwie


Bart Debbaut

Relikwie


Voor Carine. Voor Christel. Voor Rina. Graag bedank ik mijn vader voor het taalbad waarin hij mijn manuscript heeft gelegd, Sabrina Deventer voor de eerste strenge blik op het boek, Anja Feliers voor de fijne gesprekjes en de bijzondere tips, uitgever Maaike voor het boeiende pingpongspel dat nodig was om dit boek van embryo via puberteit tot volwassenheid te brengen, mijn vrouw en dochters voor het aanvaarden van mijn afwezige aanwezigheid tijdens het schrijven. De soundtrack van Relikwie is terug te vinden op mijn website www.bartdebbaut.be. Om naar te luisteren tijdens het lezen. Of daarna.

Graag uw reacties op www.bartdebbaut.be www.facebook.be/bartdebbaut www.twitter.be/bartdebbaut


When I am laid, am laid in Earth, May my wrongs create No trouble in thy Breast Remember me, remember me, but ah! forget my fate. Aria uit Dido and Aeneas van Henry Purcell


1

H

ij was voorbereid. Barbara Wellens zou vandaag rond vijf over zeven naar buiten komen. Hij moest haar voor zijn. Elke maandagavond was zij als laatste aanwezig in de crèche. Met zijn vijven waren ze, de verzorgsters van kindercrèche De Snuitjes. Om de beurt deden ze de late shift. Tot Bob Stukadoor zijn kleine kwam ophalen. Bob Stukadoor, zo stond het op zijn bestelwagen. Een donkerblauwe Mercedes Vito met een deuk linksachter. ‘De eerste in degelijk plakwerk’ stond er in stunte­ lige letters op de zijflanken van de wagen, vlak onder zijn naam. Witte letters, behalve het woordje ‘eerste’, dat fluorescerend geel was. Ironisch genoeg was Bob Stukadoor altijd de laatste die zijn peuter ophaalde. En hoewel de crèche tot zeven uur open was, kon hij zich toch voorstellen dat de verzorgsters niet altijd even opgetogen waren dat Bob elke dag pas op het laatste nippertje kwam aangereden. De andere ouders kwamen tussen vijf en halfzeven, met een piek rond kwart voor zes. Overwegend ano­ nieme auto’s, met meestal vrouwen die bijna allemaal nog even in hun achteruitkijkspiegel keken voor ze uitstapten. Om zich ervan te vergewissen dat hun haar goed zat, dat dat ene verve­ lende puistje niet al te zichtbaar was, dat hun mascara niet was uitgelopen. Misschien zelfs om die enkele tranen te deppen die over hun wangen gleden terwijl ze naar de crèche reden. Omdat ze een slechte dag hadden gehad op het werk, omdat ze om God weet welke reden verwijten naar het hoofd geslingerd hadden gekregen van hun man. Of gewoon omdat ze vrouwen waren die na de bevalling in een postnatale depressie afgegleden waren

7


en zichzelf alleen maar gelukkig leken te voelen in de mate waar­ in ze ongelukkig waren. Af en toe stopte er ook een auto met stickers, zoals die van Bob Stukadoor. De lichtgroene Skoda Octavia van Tuincenter De Stercke, die helemaal vol zat met bloemen. Het kleine licht­ grijze Peugeotje waarop blauw-oranje reclame stond voor Schoonmaakdienst en Strijkwinkel Ten Dienste vzw. En de zwarte BMW 5 van een dame die eigenares was van een onge­ twijfeld chique en peperdure boetiek. Niet dat de naam ‘Van­ hoof Dameskleding’ – in sierlijke letters op het autoportier – dat meteen deed vermoeden. Het was de klasse die de vrouw uit­ straalde: steevast een dure zonnebril die dienstdeed als diadeem, roodgelakte nagels, stijlvolle kleding en naaldhakken waarop ze met gemak gracieus richting crèche stapte. Niets aan haar deed vermoeden dat ze een liefdevolle, bezorgde moeder was van een peuter van enkele maanden oud. Integendeel, ze leek hem een keiharde zakenvrouw voor wie het woord untouchable uitge­ vonden was. En toch was het niet deze dame die hem interes­ seerde. Zijn voorkeur ging uit naar Barbara Wellens, kinderver­ zorgster bij De Snuitjes. Hij had een zwak voor frêle vrouwen die kwetsbaarheid uitstraalden. Hij had een hekel aan barbie­ poppen met getuite lippen en fake borsten. Toch moest hij niets hebben van vrouwen die zich niet verzorgden. Die rondliepen in een trainingsbroek en een slobbertrui, hun haar in pieken langs hun veel te bleke gezicht met ingevallen wangen en ogen die te diep in hun kassen zaten. Die misschien aan de antide­ pressiva zaten, of erger nog, aan de drank. Of aan allebei, stel je voor. Barbara Wellens was niet zo’n vrouw. En ook geen barbie­ pop. Barbara Wellens was een gewone, onopvallende vrouw. Verzorgd, maar ook niet meer dan dat. Misschien daarom voor hem onweerstaanbaar. Zet haar in een massa, en ze zou verdwij­ nen. In een winkelstraat zou geen enkele man de moeite doen

8


om zich voor haar om te draaien als ze hem gepasseerd was. Behalve hij dan. Hij stelde zich haar voor als een gedreven moe­ der, een nuchtere maar erg lieve echtgenote. Een zorgzame vrouw ook, die er geen moeite mee had om zich weg te cijferen als ze anderen daarmee in de schijnwerpers kon plaatsen. Hij had zijn huiswerk gemaakt. Hij wist dat ze getrouwd was, dat ze zelf twee kinderen had die de crèche al ontgroeid waren en naar basisschool De Groene Lelie gingen, een gemeente ver­ derop. Haar man werkte bij GlaxoSmithKline Biologicals in Rixensart. Wat hij daar precies deed, wist hij niet. Hij zou een vertegenwoordiger kunnen zijn die zijn dagen sleet met het be­ zoeken van artsen om hen te overladen met dure cadeaus als ze hun voorschriftgedrag wat beter zouden afstemmen op de pro­ ducten van de farmaceutische onderneming. Maar de Audi A8 met subtiele sticker van de firma naast de nummerplaat, en het feit dat hij lange dagen maakte – hij kwam nooit voor halfnegen ’s avonds thuis – deden vermoeden dat hij een hogere functie bekleedde, eerder op directieniveau. Het was dus wellicht niet eenvoudig voor Barbara Wellens om haar gezin te runnen. Manlief was weinig thuis en zij was de ene dag erg vroeg weg, de andere redelijk laat thuis. Gelukkig kon ze rekenen op de hulp van haar moeder, die steevast paraat stond om de kinderen ’s morgens of ’s avonds op te vangen en hen naar school bracht of daar ophaalde, afhankelijk van de werktijden van haar doch­ ter. Barbara leek trouwens heel erg op haar moeder. Dezelfde onopvallende, maar vriendelijke verschijning. Hij schatte haar hooguit zestig jaar, de leeftijd waarop de meesten langzaam af­ telden naar hun pensioen. Zij was al met pensioen of werkte in elk geval niet meer, anders zou ze zich niet voortdurend kunnen vrijmaken voor de opvang van de kinderen. Hij keek op zijn horloge. Drie minuten voor zeven. Net op dat moment parkeerde Bob Stukadoor zijn Mercedes Vito – nog

9


steeds met bluts – op de parkeerplaats links van de crèche. Hij had zijn headset nog op zijn hoofd en leek zich bijzonder druk te maken tegen iemand aan de andere kant van de lijn. Een klant die niet tevreden was over het geleverde werk? Of kwaad omdat de stukadoor nog steeds niet was begonnen met het werk waar­ op hij of zij al weken aan het wachten was? Hoe dan ook, met veel gebaren probeerde Bob zijn betoog kracht bij te zetten. Dat duurde nog even, en toen besloot hij dat het welletjes was. Hij rukte de headset van zijn hoofd en stormde de wagen uit. Met grote stappen – alsof hij daarmee zijn boosheid wilde accentue­ ren – ging hij naar de voordeur en belde aan. Als alle veiligheids­ voorschriften werden gevolgd, zou Barbara nu op de videofoon controleren wie er aanbelde. Waarschijnlijk deed ze dat maar met een half oog. Op dat soort slordigheden rekende hij tenmin­ ste. Bob Stukadoor werd binnengelaten. Binnen zouden Barba­ ra en Bob enkele woorden met elkaar wisselen. Ja, de kleine was flink geweest. Ze had goed gegeten en gedronken. Tweemaal een luier vol. Onrustig geslapen, maar niets om zich zorgen over te maken. Zo’n soort gesprek. Tijdens het gesprek zou Barbara het kleine meisje een jasje aantrekken en haar in de Maxi-Cosi zetten die Bob er vanmorgen vroeg had achtergelaten. Vanaf nu was het zijn beurt. Naast de crèche stond al een tijdje een huis te koop. Het was een oud huis met tot op de naad versleten rolluiken, een lekkende luifel en enkele hoge struiken die het lage, geroeste hekje verbonden met de voordeur, waar­ van de verf afbladderde en dat wat ingekapseld in een portaal lag. Daar zou hij de wacht houden. Niemand zou hem vanaf de straat kunnen zien. Ook de overburen niet, mochten die al thuis zijn en niets beters weten te bedenken dan uit het raam turen in de hoop iets spannends te beleven. De voordeur van de crèche ging open en Bob kwam naar buiten, de Maxi-Cosi in zijn linkerhand. Met zijn rechterhand

10


trok hij de deur dicht. Barbara was binnengebleven om alles af te sluiten. Rolluiken dicht, lichten uit, een laatste blik in de keu足 ken om te controleren of alles in orde was. Bob zou zijn doch足 tertje op de voorbank zetten. Hij zou zoals elke dag wat knoeien met de veiligheidsgordel en dan meteen vertrekken. Het plan was simpel. Luttele seconden nadat Bob was weggereden, kon het beginnen. Hij belde aan. Barbara zou denken dat Bob iets was vergeten. En zou de videofoon niet bekijken. Ze zou bin足 nensmonds vloeken. En zonder nadenken op de knop duwen die de voordeur ontgrendelde. Hij had gelijk. De voordeur zoemde. Hij aarzelde geen mo足 ment en ging naar binnen.

11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401432658 by Uitgeverij Lannoo - Issuu