Skip to main content

9789401432214

Page 1

Philip Le Bon

De Reiger


‘Never let the odds fool you.’

4


Deel I

5


6


1

D

e doodlopende grot is vochtig en kil. Toch moet er ergens een gat zitten, want het tocht soms. Door het ontbreken van zonlicht is de tijd moeilijk in te schatten, maar op basis van de regelmaat waarmee het voedsel komt, moeten minstens acht maanden voorbij zijn gegaan. Alleen water is hier in overvloed, dankzij de borrelende bron in de hoek. In de tegenovergestelde hoek bevindt zich een smalle, diepe put, waarin alle gevangenen hun behoefte doen. De geur is navenant. In het midden, vier meter hoog, brandt non-stop een elektrische looplamp die net voldoende licht geeft om bij te lezen. Een blanke man ligt met zijn achterhoofd op de koran. Alles beter dan op de rotsachtige ondergrond. Hoewel de ontbering hem lichamelijk heeft doen wegkwijnen, is hij helder van geest. Zijn ogen stralen vechtlust uit en hij staart mijmerend naar het plafond. Bij het uitvoeren van zijn dagelijkse ritueel hadden zijn negen medegevangenen – het zijn er nu nog maar vijf – hem voor gek verklaard. Omdat het vermoedelijk de enige manier is om te ontsnappen, is hij blijven volharden in zijn boosheid. Ongezien een tunnel graven om de genadeloze moslimextremisten te slim af te zijn is een pure illusie en voer voor Hollywoodregisseurs, die nog nooit een gevangenis vanbinnen hebben gezien. Laat staan een afgelegen grot in Afghanistan. Wanneer haastige voetstappen echoën in de gang, komt iedereen overeind. Zoals de cipiers hadden bevolen, gaan ze op één rij tegen de verste muur zitten, met opgetrokken benen en het hoofd onderdanig naar beneden. Sleutelgerinkel. Daarna wordt het slot met een droge klik omgedraaid. De getraliede deur zwaait knarsend open. Niets nieuws onder de zon. 7


‘Number eight! Get up!’ roept een zware stem, die hem niet onbekend is. De voertaal is Engels, wat ruim moet worden geïnterpreteerd. De bewakers die geen Engels kennen, maken alles duidelijk met gebaren, met hun vuisten of door te slaan met stokken. Erik De Coster is nummer acht. Hij slaat zijn ogen op. Ibrahim wijst hem met zijn houten staf aan. Achter de bebaarde man staan twee van zijn kompanen met een kalasjnikov te zwaaien. Erik kruipt gedwee overeind. Hij doet zijn best om snel te lopen, maar hij is erg verzwakt sinds ze zijn rantsoen hebben gehalveerd. Het gaat niet snel genoeg volgens Ibrahim, die hem aan zijn arm de cel uit sleurt. Door de korte ketting tussen zijn enkels struikelt Erik en valt hij languit op de grond. Na veel gevloek en drie stokslagen op zijn blote rug trekken ze hem overeind. Terwijl Erik staat te wankelen op zijn benen, kijkt hij de grijnzende Ibrahim kort aan. Dan slaat hij zijn ogen neer en draait zich om. Nadat Ibrahim hem een blinddoek heeft voorgebonden, wordt hij de gang in geduwd. Een geweerloop priemt hard in zijn rug en hij strompelt vooruit. Erik neemt de haarspeldbocht, een traject dat hij voor de zoveelste keer aflegt. De rotspunt, die hem al ettelijke keren heeft verwond, ontwijkt hij door zijn hoofd in te trekken. Ibrahim zegt iets waardoor de andere cipiers hardop moeten lachen. De mannen praten onderling in een dialect waar hij geen bal van snapt. Ze zijn bij de uitgang. De tweede deur staat kennelijk open, want Erik kan zomaar naar buiten lopen. De warme zonnestralen strelen zijn huid. Hij snuift de verse lucht naar binnen. Vogels fluiten. De waterval in de verte klettert net als vroeger. Is hij nu aan de beurt? Erik probeert niet te denken aan wat er met de Fransman, de twee Britten en vooral de zwangere Amerikaanse is gebeurd. Elke executie hadden de monsters gefilmd en vervolgens aan de overgebleven gevangenen laten zien. Als dat geen psychologische oorlogsvoering is. Iemand grijpt de ketting tussen zijn handen vast en loodst hem het bergpad af. Door het ruwe getrek snijden de handboeien ongenadig 8


in zijn polsen. Stenen prikken door het dikke eelt op zijn voetzolen. Op een vlak stuk stoppen ze plotseling en ze dwingen hem op de knieĂŤn. Dan doen de strijders van de Islamitische Staat zijn blinddoek af en ziet Erik De Coster de driepoot met de camera erop.

9


2

D

e groene hoogvlakte in het dal is bespikkeld met de felrode bloemen van de duizenden klaprozen. Onder aan de bergflanken wiegen de kruinen van de granaatappelbomen mee in de droge wind, waardoor het lijkt alsof Moeder Natuur zelve wat high is van de opiumplantjes. Hoewel het de eerste keer is dat ze hier zijn blinddoek afdoen, heeft de ineengedoken paracommando geen oog voor het onmetelijk mooie landschap. Omdat cipier Ibrahim hem heeft bevolen om niet achterom te kijken, kijkt hij niet. Niet gehoorzamen zou gelijkstaan aan sterven. Met een wild kloppend hart aanschouwt Erik De Coster het onheilspellende camerastatief. Hij zit ondertussen al een halfuur op zijn knieën, terwijl de schroeiend hete middagzon ongenadig op zijn huid brandt. Ineens komt vanachter Eriks rug een gesluierd iemand zijn blikveld binnengewandeld. De dreigende gestalte is volledig in het zwart gehuld. Met uitzondering van de ogen en de neus is zijn hele gezicht bedekt door een doek. ‘Hallo, ik ben Mick’, zegt de gedaante. ‘Jihadi Mick’, voegt hij er op luchtige toon aan toe. Bij het horen van het pseudoniem krimpt Erik in elkaar van angst, want Jihadi Keith is de hardvochtigste van de vier IS-beulen met een Engels accent. Het gruwelijke viertal heeft zich brutaalweg naar de leden van de gitaar spelende popgroep vernoemd. Bewaker Ibrahim loopt naar de zwarte beul, op de voet gevolgd door een tienerjongen die een oranje overall en een klapstoeltje in zijn handen houdt. De piepjonge Afghaan lacht en bokst met zijn vuisten speels in Micks buik.

10


Erik siddert van schrik. Toch moet hij koelbloedig blijven. Straks, op het moment van de waarheid, kan hij maar één troef meer uitspelen en dat moet hij goed doen, zo niet, dan heeft zijn laatste levensuur geslagen. De jongen komt dichterbij, spreidt de stoelpoten in het zand en legt het oranje textiel op de zitting. Ibrahim neemt het woord: ‘Sta op en doe al je kleren uit. O ja, moet ik nog zeggen dat er twee machinegeweren op je zijn gericht?’ Erik gehoorzaamt. Nadat Ibrahim achter de camera heeft plaatsgenomen, neemt de beul het bevel over. ‘Knielen!’ brult hij. Als Erik in zijn nakie op zijn knieën zit, gaat de jongen naast hem staan. Het kereltje vraagt iets aan Ibrahim, die glimlachend antwoordt. Daarna schopt de kleine keihard in Eriks kruis. Kokhalzend grijpt Erik naar zijn ballen. De helse pijn heeft zijn lichaam in één seconde helemaal op scherp gezet. Het bloed giert door zijn aderen en zijn hart bonkt waanzinnig in zijn keel. Machteloos verbijt hij de trap tussen zijn benen. De tiener geeft Mick een high five, waarna de jongen op een rotsblok gaat zitten. Met veel bravoure loopt de beul intimiderend op Erik af. Hij vist een papieren bundeltje uit zijn binnenzak en rolt het uit. ‘Straks moet je dit voorlezen,’ wijst hij, ‘maar niet zomaar. Je leest de tekst met volle overtuiging, Erik, en hoe beter je acteert, hoe groter de kans dat ik je laat leven.’ Erik knikt. Hij neemt de A4’tjes met bevende handen aan. Omdat het te vroeg is om in de aanval te gaan, slikt hij zijn woorden in. ‘Moet hij de verklaring eerst oefenen?’ vraagt Ibrahim in het ­Engels. ‘Of is het meteen voor echt, Mick?’ De beul duwt Eriks kin omhoog. ‘Wat denk je zelf, meneer de para?’ Dolgedraaide ogen staren hem met verachting aan. Erik slikt en zwijgt. ‘Ik stelde jou een vraag!’ schreeuwt de beul luid. Hij balt zijn vuist en… 11


‘Meteen voor echt’, antwoordt Erik met trillende stem. ‘Het lukt me wel.’ Mick houdt zijn slag in. ‘Het is je geraden. Sterker, als het je niet lukt, dan snijd ik voor jouw ogen drie van je metgezellen de kop af. Waarna jij aan de beurt bent…’ Het jongetje schaterlacht. Hoe is dit mogelijk? Erik buigt zijn hoofd en ondergaat zijn lot. ‘Steek je handen uit!’ gebiedt Mick. Daarna gaat hij voor Erik staan en hurkt neer. Nadat de beul zijn handboeien heeft afgedaan, stapt hij uit beeld. Grijnzend trekt hij een lang, gekarteld mes uit de holster aan zijn riem. ‘Doe de overall aan en ga op de stoel zitten.’ Doodsbang klautert Erik overeind en trekt de oranje overall aan. Volgzaam gaat hij zitten. Mick kijkt over zijn schouder. ‘Klaar, Ibrahim?’ Als de cipier knikt, roept hij: ‘En… actie.’ ‘Nee, wacht!’ schreeuwt het jongetje. Zijn vrienden kijken hem verwonderd aan. ‘Jullie vergeten het belangrijkste…’

12


3

N

a de valse start, terwijl zijn armen een filmklapper imiteren, geeft beul Mick het sein om de video-opname te starten: ‘Actie!’ roept hij naar Ibrahim. Gezeten op een gammel klapstoeltje, naast een wapperende zwart-witte vlag die met een witte stok in de grond zit, begint de gemartelde militair de Engelse tekst hardop te lezen: ‘Ik ben Erik De Coster, adjudant-paracommando bij het Belgische leger. Vorig jaar, toen de dappere IS-strijders onze gevechtshelikopter neerhaalden met één gericht schot op de staartrotor, werd ik als enige over­ levende gevangengenomen.’ Leugens. Erik slikt en leest verder. ‘Na de helikoptercrash werd ik over­ gebracht naar een afgesloten terrein, dat volgens mij de naam gevangenis niet waardig is. Waarom? Het lijkt eerder op een internaat, waar één belangrijke voorwaarde geldt: je blijft binnen.’ Omdat de dood hem in de ogen kijkt, moet Erik overtuigend klinken. Hij slaat de pagina om. Nog tien te gaan. Gekkenwerk. ‘Tijdens mijn gevangenschap ben ik altijd goed behandeld’, leest hij. ‘Alles gebeurt hier volledig in lijn met het Derde Verdrag van Genève, dat kan ik als officier zeer goed beoordelen. Zo kan ik ook getuigen dat mijn medegevangenen en ikzelf twee verse maaltijden per dag krijgen, dat wij een bibliotheek ter beschikking hebben en ’s middags een wandeling mogen maken.’ Erik laat zijn ogen diagonaal over de volgende regels gaan en kijkt in de cameralens. Hij vervolgt en forceert een glimlach. ‘Wat de Amerikanen over het kalifaat in de media lanceren, klopt voor geen meter. Nee, ik ben niet gemarteld. Nee, ik zit niet opgesloten in een grot. Allemaal mediamanipulatie door de VS.’

13


Als Erik even pauzeert, steekt Mick zijn duim op, alsof ze de beste maatjes zijn. Zelfs de stoïcijnse Ibrahim glimlacht. ‘Beste mensen,’ vervolgt Erik met zijn blik op de camera gericht, ‘toen ik de IS-dokter vertelde dat ik aan suikerziekte lijd, heb ik nog geen enkel spuitje gemist. En als een van ons ziek wordt, dan krijgt hij de beste zorg. We mogen zelfs preventief naar de tandarts.’ Erik slaat een volgende pagina flauwekul om. ‘Omdat ik mijn geluk heb gevonden tussen de IS-strijders, heb ik besloten om me aan te sluiten bij het kalifaat. Alles wat ik als leidinggevende paracommando heb geleerd, zal ik nu aanwenden om de anti-IS-coalitie te bestrijden. En aangezien mijn vaderland onze strijders en mijzelf heeft verraden met luchtaanvallen door F16’s op IS-bastions, is mijn wraak gericht op Brussel, waar het hoofdkwartier van de NAVO is gehuisvest.’ Erik last een adempauze in. Zijn ogen flitsen naar links en rechts, waar vooralsnog de kalasjnikovs de scepter zwaaien. Een monoloog van een kwartier is bij IS geen uitzondering en hij is ‘amper’ vijf minuten aan het woord. In een mum van tijd overziet Erik de hele pagina, hij schat ze vliegensvlug in. Het lijkt onwezenlijk, maar net op dit moment moet hij aan zijn lerares Nederlands denken. Destijds had zij ontdekt dat hij hoogbegaafd is, ook al was hij twee keer blijven zitten en van zijn vorige school geschopt. Naast de verplichte lesstof, had ze hem ook het snellezen aangeleerd. Aan het eind staat wat Erik had gevreesd. Nadat hij de IS-propaganda klakkeloos heeft opgedreund en is aanbeland bij het cruciale deel, ademt hij diep in. Nu of nooit. Hoewel hij pas halverwege de pagina is, gooit hij het bundeltje op de grond. Onmiddellijk veert de zwarte beul op, maar Ibrahim blijft filmen. De jongen kijkt verbaasd op van zijn smartphone. Erik spreidt zijn armen. Hij heeft geen keuze. Zijn vingers wijzen naar de hemel – niet de hunne. De kogelregen zal hem mogelijk in de rug treffen, maar alles beter dan een in de media breed uitgemeten

14


onthoofding. Daarop begint hij met volle overgave de Ayat al Kursi op te zeggen, het meest achtbare vers in de Koran. Mick grijpt Erik bij de keel. ‘Ongelovige’, schreeuwt hij boos. ‘Jij bent het niet waard om Allah te onteren met je geveinsde gebeden. Jij westers zwijn!’ De beul zet het mes op zijn keel, klaar om zijn strot door te snijden. ‘Bereid je voor om de dood te verwelkomen, Erik.’ ‘Mohammed! Wacht. Nee. Niet doen. Deze clip is goud waard voor IS, man. Echt waar.’ ‘Het is Mick, idioot!’ vloekt Mohammed, wat niet echt in Eriks voordeel is. ‘Nu moet ik hem wel doodmaken…’ Terwijl Erik slikt, golft het koude lemmet over zijn adamsappel. Vanuit zijn ooghoeken ziet hij dat Ibrahim zijn regisseursplek achter de camera verlaat. De cipier komt voor hem staan. Grijnst. ‘Denk jij nu echt dat wij debielen zijn?’ vraagt hij. ‘Ik heb me vergist’, antwoordt Erik met hese stem. ‘Waarin dan wel?’ ‘In de reden waarom ik soldaat werd.’ ‘Ik geloof geen zak van wat je allemaal uitkraamt. En door het troonvers te citeren heb je Allah te schande gemaakt.’ ‘Echt niet, want ik ben moslim. De islam is heilig voor mij. De woorden van de profeet hebben me voorgoed bezield.’ Mohammed rukt aan Eriks hoofd. ‘Afmaken?’ ‘Wacht nog even.’ ‘Tijdens mijn gevangenschap heb ik mijn fouten ingezien’, liegt Erik. ‘Welke fouten?’ ‘Dat ik Allah miskende. Ik ben door mijn ouders christelijk opgevoed. Ik had geen keuze. Nu besef ik dat er maar één God is en dat is Allah. Ook mijn strijd voor de westerse wereld is een miskleun. Het kalifaat zou de hele wereld moeten omvatten.’ Ibrahim kijkt Erik met grote ogen aan. ‘Ik verhoor het gebed van de smekende…’, begint hij.

15


‘… wanneer hij Mij aanroept’, vult Erik aan. ‘Koran, soerah al-Baqarah 2:186’, voegt hij eraan toe. In acht maanden gevangenschap heeft hij al heel wat geleerd, ook al was het bestuderen van de Koran bezigheidstherapie geweest. ‘Laat hem los, Mohammed’, gebiedt Ibrahim. ‘Op je knieën, Erik.’ Hij gebaart naar de twee schutters. ‘Houd hem onder schot. Op mijn teken maak je hem af.’ Erik wrijft langs zijn keel en knielt neer. ‘Kijk naar de hemel’, beveelt Ibrahim. Erik volgt het bevel op, maar zodra Ibrahim een Koran-smeekbede aanvat, slaat hij zijn ogen neer. ‘Ik zei: “Kijk naar de hemel”, ongelovige!’ ‘Het spijt me,’ zegt Erik, ‘maar ik kan het niet.’ ‘Waarom niet?’ polst Ibrahim. ‘Anders zal Allah mij het zicht ontnemen. Tijdens het bidden wil ik nederig zijn.’ ‘Zou het waar zijn?’ prevelt Ibrahim. Als test begint hij verzen op te zeggen, die Erik foutloos kan aanvullen. Ook Mohammed is onder de indruk, want hij heeft het vlijmscherpe mes in de holster gestoken en zit relaxed op het klapstoeltje. Na de testvragen keert Ibrahim zich om en duwt de camera weg. Hij commandeert iets in het Arabisch, waarna de zwarte beul opstaat en het statief en de camera in een koffer opbergt. Terwijl Ibrahim wat verderop druk gebarend rondloopt met zijn mobieltje aan zijn oor, komt het Afghaanse jongetje op Erik af. ‘Sorry dat ik jou heb geschopt’, zegt hij. Dan kust hij zijn voorhoofd.

16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook