Het
grafelijkvanslot
Male
Het
Jo Berten
grafelijkvanslot Het historische verhaal ×××
Met twee fietstochten in de omgeving
Male in samenwerking met ineke vander vekens, veronique lambert en johan de meester
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. REDACTIE HISTORISCH ONDERZOEK OMSLAG EN VORMGEVING FOTO'S COVER EN BINNENWERK CARTOGRAFIE
Ineke Vander Vekens Véronique Lambert Keppie & Keppie Johan De Meester Peter De Bock
© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2017 en Jo Berten d/2017/45/279 – isbn 978 94 014 3140 8 – nur 501 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Inhoud
Vooraf
7
Het historische verhaal De bouwgeschiedenis van het grafelijk slot van Male in een notendop In de tijd van de Noormannen (9e-11e eeuw) In de tijd van de kruistochten (12e-13e eeuw) In de tijd van de leliaards en klauwaards (14e eeuw) In de tijd van de hertogen (15e-16e eeuw) In de tijd van de Spaanse edellieden (16e-17e eeuw) In de tijd van de baronnen (18e-20e eeuw) In de tijd van de abdij (20e-21e eeuw)
9 10 13 21 27 37 49 59 73
Fietsen rond Male Fietslus 1 Male - Damme - Male Fietslus 2 Male - Brugge - Male
91 93 121
Beknopte bibliografie Beeldverantwoording Dankwoord en info
140 141 143
5
Vooraf
W
ie door Vlaanderen trekt, kan er niet omheen dat je er een vrij groot aantal kastelen terugvindt. Op sommige heeft de loop der tijden meer vat gehad dan op andere, het ene is ook al beter onderhouden dan het andere en sommige hebben een rijkelijk uitzicht, maar niet altijd een even rijke geschiedenis. Het kasteel van Male vormt op dat laatste alvast een uitzondering. Deze middeleeuwse verdedigingsplaats groeide uit tot een vorstelijke residentie, een lieflijk waterslot en zelfs een abdij. Graven en hertogen, koninklijke verwanten en gezanten, baronnen en zelfs nonnen hebben er hun hoofd neergevlijd om er de nacht door te brengen. Prinsen hebben er het levenslicht gezien. Sommige eigenaars hechtten iets minder belang aan de historische rol die het kasteel ooit had gespeeld, maar stilaan groeide het besef van de waarde ervan. In het eerste deel van dit boek komt de geschiedenis van het kasteel van Male aan bod. Die is vrij beknopt en dient vooral als een smaakmaker en een uitnodiging om nog meer over het kasteel te weten te komen. Elk hoofdstuk start met het verhaal van een ‘ooggetuige’, een fictief personage dat over het kasteel en zijn bewoners vertelt, maar wel op basis van correcte historische gegevens. Daarna volgt nog meer historische achtergrond. Wie bovendien graag per fiets de omgeving van het kasteel verkent, kan gebruik maken van de twee fietslussen in het tweede deel. Geniet van dit kleurrijke verhaal. Het kasteel van Male wacht. Jo Berten
7
woord vooraf en dankwoord
N
adat onze familie in 2009 in contact kwam met de zusters van de Sint-Trudoabdij in het kasteel van Male, raakten we begeesterd door de uitzonderlijke geschiedenis van dit domein. Zonder concrete plannen maar met een duidelijke visie om het grafelijk slot van Male nieuw leven in te blazen, kochten wij het enkele jaren later aan. We willen het pand nu op een duurzame manier bewaren en zijn rijke geschiedenis delen. Niet alleen voor het grafelijk slot van Male, maar ook voor heel wat andere kastelen is het herwaarderen van het sociaal en economisch leven dat traditioneel aan een kasteelsite verbonden is een niet te onderschatten uitdaging. De enige duurzame manier om monumentale historische panden te behouden en te beheren, begint bij een gezond financieel fundament. Kasteelheren en -vrouwen moeten, gesteund door overheden en financiĂŤle instellingen, de kaart van het cultureel ondernemerschap durven te trekken. De families die kastelen bewonen, met een hart voor erfgoed, zijn de beste garantie om over de generaties heen projecten op te zetten die het voortbestaan van ons bouwkundig erfgoed verzekeren. Het kasteelleven was in het verleden een zaak van de hele gemeenschap en kan dat ook vandaag zijn. Economische, culturele en toeristische activiteiten in en rond het kasteel kunnen die sociale functie terugbrengen. Met deze publicatie zetten wij onze eerste stappen als culturele ondernemers en hopen wij nu al, nog tijdens het ontwikkelingstraject, de rijke geschiedenis van deze uitzonderlijke site te delen. Kastelen worden pas echt interessant door hun verhalen. Verhalen van bewoners, maar ook van bezoekers en voorbijgangers. Via dit boek nodigen wij jullie uit de omgeving van het slot te leren kennen en jullie eigen verhalen te schrijven in de monumentale geschiedenis van dit slot. Veel lees en fietsplezier! Valentine Deprez
8
Het historische verhaal
De bouwgeschiedenis van het grafelijk slot van Male in een notendop 9e-11e eeuw
Langs de Noordzeekust wordt een verdedigingsgordel van vluchtburchten opgetrokken tegen de Noormannen. Het zou kunnen dat er ook in Male zo’n vluchtburcht was: een mottekasteel op een aarden heuvel met een houten woontoren.
12e eeuw
Male is een grafelijke residentie. De burcht bestaat aanvankelijk uit hout. Graaf Filips van de Elzas laat een burcht van steen bouwen.
1269
Gravin Margaretha van Constantinopel geeft de toelating om water uit de vijvers van Male (zie afbeelding) naar Damme te transporteren via een loden leiding.
1308
Het grafelijk slot van Male, waar Franse soldaten gelegerd waren, heeft in 1302 zwaar schade geleden. Vlaamse opstandelingen hebben het kasteel geplunderd. Vanaf 1308 begint de heropbouw, onder andere van de kasteelmuren en de daken, die worden bedekt met pannen uit Brugge.
1375-1380
Het slot van Male is de favoriete verblijfplaats van graaf Lodewijk van Male, die er ook geboren is. Hij laat van deze burcht een echte woonplaats maken. In de kamer van de graaf laat hij twee vensters aanbren-
10
gen, in de kamer van de gravin leggen twee gerenommeerde tegeldekkers een vloer. 1381-1397
Naar aanleiding van een conflict tussen Brugge en Gent verwoesten de Gentenaars in 1381 het grafelijke slot. Tussen 1390 en 1397 wordt het alweer hersteld, deze keer in opdracht van Filips de Stoute en Margaretha van Male, maar wel met middelen van Brugge en het Brugse Vrije.
1489-1490
Nadat de Gentenaars het kasteel in 1453 nog maar eens hadden aangepakt, zijn het deze keer de soldaten van de graaf van Nassau die het kasteel plunderen en er brand stichten. Opnieuw wordt het kasteel in ere hersteld.
1501
Op de Kaart van de Zwinstreek van Jan de Hervy krijg je een (vereenvoudigd) beeld van hoe het slot er anno 1501 uitzag.
1558
Op 6 maart verkoopt Filips II het kasteel en het park aan de Spaanse edelman Juan Lopez Gallo, die twee jaar later tot baron wordt benoemd. De heerlijkheid Male wordt nu een baronie. Het slot wordt een luxueus verblijf.
1571
De brug van het kasteel wordt hersteld nadat de kasteelklok erdoor was gevallen. Op de toren komt een nieuw clochuuzekin.
1641
Antonius Sanderus publiceert zijn Flandria Illustrata, met daarin een prachtige illustratie van het ‘Castellum de Male’.
11
de bouwgeschiedenis van het grafelijk slot van male in een notendop
1710
Op 3 maart koopt François Claesman het kasteel. Hij richt het kasteel in naar Frans model – een klein Versailles.
1819
Het kasteeldomein bestaat naast het slot ook uit verschillende woonhuizen, paardenstallen, een koestal en een brouwerij. Er is een Engelse tuin, een wandelbos, twee moestuinen en vooraan een grasveld dat tot aan de huidige Maalse steenweg loopt.
1891
Het slot heeft in de loop van de 19e eeuw veel van zijn glans verloren. In 1891 laat de toenmalige eigenaar Paul de Lemarre links van de toren een laag dienstgebouw optrekken en de westvleugel wordt zelfs verbouwd tot een stalling.
1914-1918
De Eerste Wereldoorlog is geen goede zaak voor het slot. De Duitse soldaten die er resideren, verwaarlozen de gebouwen.
1920
Charles Gillès de Pélichy koopt het kasteel en laat verschillende herstellingen uitvoeren.
1940-1945
Tijdens de Tweede Wereldoorlog huizen opnieuw Duitse soldaten in het slot. Ze geven het de bijnaam Rattenschloss of rattenslot.
1953-2009
Het grafelijk slot van Male wordt de Sint-Trudoabdij. De zusters komen er terecht in een totaal verwaarloosd kasteel. Met behulp van architect Arthur Degeyter starten ze in datzelfde jaar al de eerste fase van de restauratiewerken op. Het wordt een project van enkele decennia.
2009-heden
De zusters van de Sint-Trudoabdij, voor wie het kasteel te groot is geworden, komen in contact met de familie Deprez, die het slot in 2011 koopt. De nieuwe eigenaars willen met hun plannen het kasteeldomein sociaal en economisch herwaarderen.
12
In de tijd van de Noormannen 9e-11e eeuw
Een strategische ontdekking
D
e zon verschool zich achter een grote wolk. Dat maakte het voor ridder Gerbrand gemakkelijker om met zijn hand boven de ogen in de richting van de zee te turen. Zijn paard bleef rustig staan, terwijl hij nog een blik naar links en rechts wierp. De ridder wreef tevreden over zijn stoppelbaard. Niet slecht, dacht hij, zeker niet slecht. Hij was al enkele jaren in dienst van graaf Boudewijn en had in die tijd bewezen een uitstekend militair en strateeg te zijn. Zijn heer had hem nu opgedragen om na te gaan op welke plaatsen ze versterkingen konden optrekken tegen de invallen van de Noormannen. Graaf Boudewijn, bijgenaamd de Kale, moest de eer van de familie hooghouden. Zijn vader, Boudewijn met de IJzeren Arm, had zijn bijnaam aan zijn doortastende strijd tegen de Noormannen te danken. Na zijn dood zagen die heidense barbaren uit het noorden de tijd weer rijp om de streek opnieuw te teisteren en dus vond de jonge graaf dat het tijd was voor een meer structurele aanpak. Het gehucht Male was een goede plek voor een versterking. Het bood niet alleen een strategisch uitzicht op de haven van Damme, door zijn ligging vlak bij de oude heirweg van Oudenburg naar Antwerpen was het ook gemakkelijk bereikbaar. Het lag ook op een haalbare afstand van Brugge en Oudenburg. Bovendien was er voldoende zoet water, een niet onbelangrijke factor bij een eventuele belegering. Gerbrand raakte er hoe langer hoe meer van overtuigd dat Male, net zoals Veurne en Oostburg, heel geschikt was om er een vluchtburcht met een cirkelvormig patroon te bouwen. Die houten burcht zou niet alleen de bevolking een schuilplaats kunnen bieden, maar ook als uitvalbasis kunnen dienen voor de verdediging van de streek. Je kon hier zo een mottekasteel bouwen, stelde hij vast. Op een aarden heuvel pootte je een houten woontoren neer en die omgaf je dan met een gracht en een Boudewijn met de IJzeren Arm schaakt Judith, de dochter van de West-Frankische koning Karel de Kale.
15
in de tijd van de noormannenďťż
Een ingewikkelde erfenis Erfeniszaken hebben al meer dan eens voor onenigheid in een familie gezorgd, ook in koninklijke kringen. De nazaten van de Karolingische keizer Karel de Grote vormden daar geen uitzondering op. De keizer van het Heilige Roomse Rijk overleed in 814 en hoewel zijn zoon Lodewijk de Vrome al in 817 zijn eigen opvolging regelde, verliepen de zaken niet vlekkeloos. Lodewijk de Vrome had drie zonen uit zijn eerste huwelijk. Volgens het Frankische erfrecht zouden die elk een deel van het rijk krijgen, maar het keizerschap was een ondeelbare eenheid en zou overgaan naar de oudste zoon, Lotharius. De twee anderen zouden de titel van koning onder het gezag van de keizer krijgen. Maar toen de tweede vrouw van Lodewijk de Vrome hem nog een zoon schonk, kwam er een kink in de kabel, want zij eiste ook voor haar zoon een erfdeel op. De strijd bereikte een hoogtepunt na het overlijden van Lodewijk de Vrome in 840. Lotharius en zijn twee nog levende broers, Lodewijk de Duitser en Karel de Kale, sloten in 843 uiteindelijk het welbekende Verdrag van Verdun en verdeelden het rijk in drie stukken. In 870 bleven daar nog twee delen van over: het West-Frankische Rijk (ongeveer het huidige Frankrijk) en het Oost-Frankische Rijk (ongeveer het huidige Duitsland). Karel de Kale was de koning van West-Francia. aarden wal met een houten palissade. Dat zou die woeste kerels al op afstand houden. En naast dat opperhof voorzag je dan ook nog een neerhof met allerlei dienstgebouwen en voldoende plaats om voorraden op te slaan en vee in onder te brengen. Bovendien kon je hier ook uitstekend jagen en dan was het voor de edellieden mooi meegenomen dat zich hier al een burcht bevond. De ridder zag het helemaal zitten. Ze zouden die Vikingen laten zien dat de Vlaanderengouw van geen kleintje vervaard was. Nu moest hij alleen nog zijn heer en de andere edelen ervan overtuigen dat Male zich er perfect toe leende om er een versterking te bouwen.
16
Het jonge graafschap Vlaanderen Of Male ooit echt deel heeft uitgemaakt van de verdedigingsgordel tegen de Noormannen die Boudewijn II, de Kale, had laten optrekken, kunnen de historische bronnen jammer genoeg niet bewijzen, maar het is niet onwaarschijnlijk. Ridder Gerbrand zou ook niet meer meemaken hoe de plaats op de zandrug die hij had uitgekozen, uitgroeide tot de belangrijkste burcht in de streek en een van de belangrijkste van het graafschap. De streek rond Male, 600 hectaren groot, werd een heerlijkheid en maakte deel uit van het grafelijke domein. De 12e eeuw luidde een woelige periode in voor het graafschap. In 1119 stierf de laatste rechtstreekse telg van het Huis van Vlaanderen, graaf
Een kaart van de Vlaanderengouw of Pagus Flandrensis uit Flandria Illustrata van Antonius Sanderus. Je kan erop zien hoe de voorgeschiedenis van het graafschap Vlaanderen begint in de streek tussen het Zwin en de IJzer met Brugge als centrum.
17
in de tijd van de noormannenďťżďťż
Een geschaakte prinses Judith, de dochter van Karel de Kale, leerde rond 861 een zekere Boudewijn kennen, een gouwgraaf die over de Vlaanderengouw heerste, een gebied rond de kleine, versterkte handelsstad Brugge. Boudewijn maakte Judith het hof, maar de koning was daar niet zo van gediend. De jonge edelman liet zich daar niet door uit zijn lood slaan: hij schaakte Judith en dreigde ermee een bondgenootschap aan te gaan met de Noormannen en Frankrijk aan te vallen. Karel de Kale stemde dan toch maar in een huwelijk toe en op 13 december 863 trouwden Boudewijn en Judith. Als huwelijksgeschenk kreeg Boudewijn van zijn schoonvader enkele domeinen en heerlijkheden in het gebied tussen de Schelde en de Noordzee. Zo werd het gebied dat hij bestuurde uitgebreid tot de streek rond Gent. Dat legde de basis voor het graafschap Vlaanderen en maakte van Boudewijn eigenlijk de eerste graaf van Vlaanderen. Dat de eerste Vlaamse graven nauw verwant waren met het Karolingische koningshuis, leidde niet alleen tot een uitbreiding van hun territoria, maar was ook voor hun gezag van belang. Vanaf de 10e eeuw zette hun omgeving die verwantschap ook dik in de verf in genealogieĂŤn. Boudewijn VII, kinderloos. Boudewijn had zijn neef Karel de Goede aangeduid als zijn opvolger. Maar die werd in 1127 in Brugge vermoord en ook hij had bij zijn dood geen kinderen. Daarop barstte een machtsstrijd los tussen verwanten die allemaal beweerden recht te hebben op de grafelijke titel. De Franse koning Lodewijk VI profiteerde ervan om zijn eigen kandidaat naar voren te schuiven. Hij benoemde Willem Clito, een kleinzoon van Mathilde van Vlaanderen en Willem de Veroveraar, tot graaf. Toen die de stedelijke privileges niet respecteerde, vielen de machtige Vlaamse steden hem af en steunden ze Diederik van de Elzas, een neef van Boudewijn VII, om de nieuwe graaf te worden. Na de plotse dood van Willem Clito en een verzoening tussen de koning en heer Diederik stond niets de benoeming van die laatste tot graaf nog in de weg. Het zou een goede zaak zijn voor de Vlaamse handel. En voor het kasteel van Male.
18
Een ‘snelle’ Zweedse De Vikingen of Noormannen waren niet alleen uit op buit, maar ook op nieuwe woongebieden. Sommigen hebben zich wel degelijk in onze streken gevestigd en daar vind je zelfs in onze taal nog sporen van terug. Zo is het woord ‘stakker’ afgeleid van het Oudnoorse stafkarl, wat letterlijk ‘stokkerel’ betekent, een man met een staf of stok, of met andere woorden ‘een rondzwervende bedelaar’. En in de streektaal wordt het woord ‘snel’ niet alleen gebruikt in de betekenis van ‘vlug’, maar ook in die van ‘aantrekkelijk, mooi’. In het moderne Zweeds betekent snäll ‘aardig, beminnelijk, lief ’.
19
in de tijd van de noormannen
Fietsen rond Male
DAMME
6
OL
VA N
DK AN
AA L
SC H
IPD
60
ON
K
63 82
Haringmarkt
28
42
MOERKERKE
ZU ID
DA M
AA L
71
SE VA AR T ER VA AR TJ E
Sint-Janshospitaal Onze-Lieve-Vrouwekerk
LE OP
KA N
Huyze Sint-Jan
de Won
21
rjaar
61
Kasteel Altena
Chartreusenhof
De Spijker
16
eg ew
s rg bu
ne g me we Geeide w SINT-KRUIS Malegalghe N9
Brievers weg
Puienbroek
52
MALE
Pijpeweg
Rooigem
Maleveld
weg vers Brie
Kasteel van Male
18
LEIE
en
rd Aa
START N9
Ryckevelde
praktisch
Startplaats: restaurant Usilia Pelderijnstraat 6, 8310 Sint-Kruis (Male) – gelegenheid om te parkeren aan de Maalse Steenweg.
15
Fietslus 1 Male - Damme - Male (25 km)
Restaurant Usilia
Deze eetgelegenheid dankt haar naam aan Usilia, in 1248 de eerste abdis van de Sint-Trudoabdij. Die bevond zich toen nog in Odegem, het huidige Steenbrugge (deelgemeente van Assebroek, zie Fietslus 2: Male-Brugge-Male). Volgens de overlevering zou ze in het klooster ingetreden zijn nadat haar verloofde tijdens een kruistocht was gesneuveld. Dat valt vandaag onmogelijk nog te achterhalen, maar het is natuurlijk een mooi, ridderlijk verhaal.
Het pelderijn
Het pelderijn, ook wel staecke of pilori, is de stenen schandpaal die – vermoedelijk tussen 1750 en 1787 – de oorspronkelijke houten schandpaal moest vervangen. Het pelderijn diende van toen af meer als een symbool dan als een strafinstrument, al werd het nog enkele keren gebruikt. Het toonde aan dat de heerlijkheid Male het privilege had om recht te spreken. Toen Male in 1795, na de Franse Revolutie, een deel van de gemeente Sint-Kruis werd, ging de functie van het pelderijn samen met het statuut en de rechtsmacht van de heerlijkheid verloren. In 1874 liet de gemeente het pelderijn zelfs afbreken, maar na protest werd het in 1897 gerestaureerd en opgesteld achter het stadhuis. Sinds 1985 staat het weer op zijn oorspronkelijke plaats.
93
een fietstocht rond male - fietslus 1
Hooghe huus
In de heerlijkheid Male werd recht gesproken in het hooghe huus, dat vanaf 1560, toen Male onder Juan Lopez Gallo een baronie werd, dienst deed als schepenhuis. Toen de burgemeester van Male het in 1566 aankocht, werd het zelfs een stadthuys genoemd. Het huidige gebouw dateert van die tijd, maar werd nog eens grondig gerenoveerd rond 1960, door architect Arthur Degeyter, die op dat ogenblik ook de renovatie leidde van het kasteel in opdracht van de kanunnikessen-augustinessen van Sint-Trudo.
De toegangspoort tot het kasteel van Male
Dit is de oude toegangspoort van de Sint-Trudoabdij in Assebroek. Ze werd rond 1960 naar Male verplaatst om er als toegangspoort te dienen voor de nieuwe abdij in het kasteel.
96
Als je nog even verder de Pelderijnstraat inrijdt, krijg je een mooi zicht op het kasteel.
Knooppunt 52
De Brieversweg
Deze weg is niet aan zijn eerste naam toe, misschien omdat de functionaris aan wie de straat zijn naam te danken heeft, nooit echt populair is geweest. De ‘briever’ was de rentmeester die in opdracht van de kasteelheer de pacht kwam innen. Voordien heette de straat Nachtegaalstraat en die naam verving op zijn beurt (vanaf 1946) de naam Galgestraat, naar verluidt omdat de bewoners van de straat de verwijzing naar een executietoestel te luguber vonden. De huidige naam gaat terug op een oudere, langere Brieversweg, die van Sint-Kruis naar Sint-Laureins liep en waarvan de Galgestraat (zie ook Malegalghe) deel uitmaakte. Aan de rechterkant van de Brieversweg bevindt zich een wijk met heel wat straatnamen die verwijzen naar het leven in het kasteel van Male ten tijde van graaf Lodewijk en zijn dochter Margaretha van Male: schildknapen, meivelden, landvoogd, briever, raadsheren, hofdame, forestier, schout, poorter, schepenbank, kanselier, markgraaf, kapelaan, baljuw, heraut, minnezanger, kastelein… Alleen de hofmeier uit de Hofmeierlaan valt wat uit de toon, want die verwijst naar het belangrijkste lid uit de Merovingische hofhouding aan de 7e en 8e eeuw, een periode waarin er van de graven van Vlaanderen of het kasteel van Male nog geen sprake was. De functie van hofmeier werd aan het grafelijke hof wel waargenomen door de kamerheer, maar dat bekt dan weer iets minder goed als straatnaam. Voor de kasteelsite Puienbroek moet je even van het traject af. Neem de derde straat links, Puienbroeklaan. Rechts passeer je de Maleingreaustraat. Op het einde van de Puienbroecklaan bevindt zich de kasteelsite. Keer langs dezelfde weg terug naar het fietsnetwerk.
97
een fietstocht rond male - fietslus 1