Skip to main content

9789401429979

Page 1

De tweede helft


Assita Kanko

De tweede helft n nieuw Tijd voor ee

feminisme


INHOUD Woord vooraf – Etienne Vermeersch

7

Inleiding Een paar stappen in mijn leven 1 Gendercide: de dodelijke woorden ‘het is een meisje’ 2 Genitale verminking: de pijn van het ‘vrouw worden’ 3 Onderwijs is het begin van alles 4 Te jong getrouwd 5 Gevangen in het huwelijk 6 Polygamie in Europa en de wereld 7 Eerwraak: ‘Die hoer leefde als een Duitse’ 8 Huiselijk geweld: terreur achter de voordeur 9 Verkrachtingen: het is niet de schuld van de vrouwen Marleen Temmerman: Het dilemma van een gynaecologe 10 Vrouwen, werk en macht Gwendolyn Rutten: Getuigenis van een jonge vrouw met lef Fadila Laanan: Een Brusselse minister die haar vrouwelijkheid uitstraalt Valentine Delwart: De camouflagetechniek

11 19 27 43 65 89 103 115 139 157 177

Epiloog Noten

257 265

203 207 237 245 251


Voor Axelle


ETIENNE VERMEERSCH

WOORD VOORAF Enkele maanden geleden las ik het aangrijpende boek Parce que tu es une fille. Histoire d’une vie excisée van Assita Kanko. In dat boek heeft ze het over de diepe verwonding die ze zowel psychisch als fysiek moest ondergaan toen ze als kind van vijf à zes jaar werd besneden. In dat boek was al duidelijk dat de auteur de titel ook als een betoog en een levensopgave beschouwde. Het verhaal is belangrijk, maar nog indringender is het besef dat het leed dat zij heeft ondergaan ook het lot was van tientallen miljoenen andere kinderen, enkel en alleen omdat zij meisjes waren. Het was dus te verwachten dat de moed waarmee Assita deze vernedering te boven gekomen is en de vlammende intelligentie die haar kenmerkt, haar ertoe zouden brengen dieper in te gaan op het onheil dat miljarden van onze medemensen bedreigt omdat ze als vrouw geboren zijn. Deze verwachting heeft ze met haar nieuwe boek op indrukwekkende wijze ingelost. Soms hoor ik vrouwen die het bij ons gemaakt hebben met afstandelijkheid zeggen dat ze geen feministe zijn. Ik hoop dat ze na de lectuur van dit werk met een zeker schaamtegevoel hun houding zullen herzien. Er is nog veel, heel veel inzet vereist om het lot van vrouwen te verbeteren, wereldwijd, maar ook bij ons. Feministen van het niveau van Assita hebben we meer dan ooit nodig. Deze dappere vrouw is erin geslaagd op eigen kracht los te komen uit een verdrukkende situatie en ze heeft een status bereikt waarin ze zorgeloos van het leven kan genieten. Maar dat volstaat voor haar niet. Vanuit deze comfortabele situatie is haar verant-

WOORD VOORAF 7


woordelijkheidszin nog toegenomen: een behoefte aan solidariteit met die talloze andere vrouwen die nog steeds op uiteenlopende wijzen worden verdrukt. Haar medeleven beperkt zich niet tot een gevoel, maar heeft geleid tot de aanzienlijke inspanning die ze met dit boek heeft geleverd. Het biedt de lezer een overzicht van de voornaamste gebieden waarop vrouwen nog lijden onder discriminatie, verdrukking, pijniging en doodslag. Vooreerst zijn er de dodelijke woorden ‘’t is een meisje’. Talloze pasgeboren kinderen worden ofwel rechtstreeks gedood of komen om door verwaarlozing, gewoon omdat het meisjes zijn. Die afkeer van het meisje leidt ook tot gerichte abortus, en hoewel Assita helemaal niet het algemene recht van de vrouw op abortus betwist, vindt ze het terecht verderfelijk als die ingreep alleen tegen de vrouwelijke foetus gericht is. Een tweede onderzoeksterrein is de genitale verminking, gaande van clitoridectomie in West-Afrika tot de gruwelijke infibulatie in Oost-Afrika. Dan is er de vrouwelijke achterstand op het gebied van scholing, hoewel juist daarin de ideale hefboom te vinden is voor een verbetering van hun lot. Verder bespreekt Assita kindhuwelijken, ook bij niet-geslachtsrijpe meisjes, de slavernij bij Boko Haram en IS, de drama’s die met veelwijverij gepaard gaan, eremoorden, geweldpleging binnen het huwelijk, verkrachtingen en ten slotte de blijvende achterstand op het gebied van ‘gelijk loon voor gelijk werk’ en alle vergelijkbare vormen van discriminatie. Op basis van een uitvoerige literatuurstudie zet Assita de brede problematiek in verband met elk van die thema’s uiteen, maar de originaliteit van haar benadering ligt erin dat ze die in verband brengt met haar eigen belevenissen of verhalen van vrienden en kennissen. De algemene overzichten krijgen daardoor een prangend belevenisaspect.

8

WOORD VOORAF


In dit korte woord vooraf wil ik nog twee opvallende kenmerken van dit boek naar voren brengen. Assita wijst volkomen probleemloos op de pijnlijke aspecten van de cultuur waarin ze haar jeugd heeft doorgebracht, maar even probleemloos toont ze aan dat er ook in het Westen nog heel wat aan schort op het gebied van vrouwenrechten. Haar ontgoocheling dat het paradijs dat ze hier verwachtte eigenlijk niet bestond, maakt haar verhaal des te aangrijpender. Een tweede aspect, dat mij persoonlijk diep getroffen heeft, is de grootmoedigheid waarmee ze het leed dat haar ouders haar hebben aangedaan, heeft kunnen verwerken. Er is verdriet in dit boek, maar geen bitterheid: ze begrijpt dat ook haar ouders kinderen waren van hun cultuur. Voor allen die, trouw aan hun eigen inzichten, een zekere breuk met hun ouders tot stand moeten brengen, blijft het een moeilijke opgave dit zonder blijvende wrok te realiseren en de waardering te behouden voor al het positieve dat er geweest is. Ook om haar verwerking van dit trauma beschouw ik Assita Kanko als een dame van grote klasse. Ik hoop dat haar boek kan bijdragen tot een breder inzicht in een van de belangrijkste wereldproblemen.

WOORD VOORAF 9


INLEIDING ‘Alle menselijke wezens worden vrij en gelijk in waardigheid en in rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.’ Dit is het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) die in 1948 werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Maandenlang hadden delegaties van landen over de hele wereld onderhandeld over de diverse artikelen. Hun doel was een aantal universele grondrechten te formuleren die voor elk mens, voor elke man en vrouw, van toepassing zouden zijn. De UVRM moest het finale antwoord bieden op de vraag wat een mensenleven waard is. De Verklaring kwam er niet toevallig na twee wereldoorlogen waarin miljoenen mensen vermoord werden, niet alleen soldaten maar ook gewone burgers. Compleet onschuldige mensen werden doodgeknuppeld, neergeschoten, kapotgebombardeerd en vergast omdat ze in de ogen van politieke, geestelijke en militaire leiders tot het verkeerde ras, volk of geloof behoorden. Onder hen talloze vrouwen. Vaak werden ze brutaal verkracht, niet alleen uit lust of wraak, maar om hen te onteren, te bezwangeren, te vernietigen. Omdat ze de ‘kweekbatterijen’ waren van het gehate ras, volk of geloof. Vandaar ook de medische experimenten in de concentratiekampen Auschwitz en Ravensbrück en in Japan, om ‘raciaal inferieure’ vrouwen via injecties en röntgenstralen onvruchtbaar te maken. Men wilde die technieken op grote schaal toepassen op volksvreemde, andersgelovige, zogenaamd ‘minderwaardige’ vrouwen en meisjes, zodat ze zich niet langer zouden kunnen voortplanten. Het was dan ook symbolisch dat juist een vrouw, Eleanor Roosevelt, mee aan de wieg stond van de universele mensenrechten en deze propageerde. Ze was ervan overtuigd dat na de catastrofes van de wereldoorlogen een nieuwe tijd aanbrak waarin de gelijkwaardigheid

INLEIDING 11


van de mens in de praktijk zou worden gebracht. Dat was een naïeve gedachte, want talloze mensen bleven ook nadien in onvrijheid leven: denk aan de inwoners die leefden in communistische en dictatoriale regimes, aan de kleurlingen onder het apartheidsbeleid in ZuidAfrika, aan de zwarten in de gesegregeerde Verenigde Staten, aan de miljoenen onderdanen in de westerse kolonies in Afrika en Azië, aan de enorme aantallen kastelozen in het zogenaamd democratische India, of aan de ontelbare vrouwen overal ter wereld die minder rechten hadden dan mannen. Intussen implodeerden de communistische regimes. Ook het apartheidsregime hield op te bestaan, de strijd tegen de segregatie in de VS verliep succesvol, de kolonies verkregen onafhankelijkheid, het kastensysteem werd verboden, en tijdens de tweede feministische golf ijverden vrouwen in het Westen met succes voor zelfbeschikkingsrecht over hun eigen lichaam en gelijke rechten als mannen. Althans in theorie – in de praktijk bleven en blijven vooral vrouwen onderdrukt. Dat laatste, de onderdrukking van de vrouw, blijft een hardnekkig kwaad. Op enkele vermeend matriarchale samenlevingen in de oudheid na, waren het steeds mannen die de macht in handen hadden. Dat heeft ongetwijfeld een aantal evolutionaire redenen. Mannen waren doorgaans fysiek sterker dan vrouwen. Terwijl zij op jacht gingen, zorgden vrouwen voor het nageslacht en deden het huishouden. Maar dat verklaart nog niet de onvoorstelbare brutaliteit waarmee heel wat vrouwen en meisjes behandeld worden en waarom zo veel vrouwen hun zusters in de steek laten. De echte oorzaak moet gezocht worden in de culturele en religieuze tradities die van generatie op generatie worden doorgegeven. De godsdiensten van het boek zijn een goed voorbeeld. Zowel in het Oude Testament, het Nieuwe Testament als de Koran staan heel wat uitspraken waarin de vrouw ondergeschikt wordt geacht aan de man. In het oudtestamentische boek Genesis staat: ‘Tegen de vrouw (Eva) zei hij: “Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.”’1 In het boek Efeziërs staat: ‘Vrouwen, schik u naar uw man als naar de

12


Heer, want de man is het hoofd van de vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk. Hijzelf is de verlosser van zijn lichaam. Welnu, zoals de kerk zich schikt naar Christus, zo moet ook de vrouw zich in alles naar haar man schikken.’2 En in de Koran staat: ‘De mannen zijn zaakwaarnemers voor de vrouwen omdat God de een boven de ander heeft bevoorrecht.’3 ‘Uw vrouwen zijn een akker voor u’,4 wat vrouwen weinig marge laat om over hun eigen seksualiteit te beslissen. Maar ook in andere religies merk je dat vrouwen er bekaaid afkomen. In het hindoeïsme bestond eeuwenlang de praktijk van de weduwenverbrandingen (de sati’s) en het kastenstelsel. Radicale hindoes willen het kastenstelsel opnieuw invoeren, wat een drama zou zijn voor de dalits (de kastelozen), en in het bijzonder voor vrouwen. Dat blijkt uit het volgende voorschrift uit de Wetten van Manu, die 2200 jaar geleden werden opgesteld: ‘Meisjes, jonge vrouwen en vrouwen op leeftijd mogen nooit naar eigen goeddunken handelen, zelfs niet in hun eigen huis. In de kinderjaren is het vrouwelijk geslacht onderworpen aan haar vader, in de jeugdjaren aan haar echtgenoot, als haar meester overleden is aan haar zonen; een vrouw mag nooit onafhankelijk zijn.’5 Ook het boeddhisme en bepaalde Chinese religieuze tradities baseren zich op teksten waaruit blijkt dat vrouwen minder waard worden geacht dan mannen. Vandaag de dag worden indiaanse weduwen weggestuurd om in eenzaamheid en armoede te sterven omdat ze vanaf het overlijden van hun echtgenoot tot niets gereduceerd worden.6 Cultuur en religie zorgen er dus al duizenden jaren voor dat vrouwen behandeld worden als slaven. Terecht stelde Mary Astell zich de volgende vraag: ‘If all men are born free, how is it that women are born slaves?’7 Het was pas na de eerste feministische golf, die hardnekkig gevoerd werd door suffragettes, dat vrouwen stemrecht kregen. Dat gebeurde in 1919 in Nederland, 1928 in England, 1944 in Frankrijk, 1948 in België, 1958 in Burkina Faso, en in 2005 in Koeweit. Maar ondanks de verwerving van deze politieke rechten, ondanks de UVRM, bleven vrouwen nog steeds achtergesteld. Er was een tweede feministische

INLEIDING 13


golf nodig vooraleer vrouwen zeggenschap kregen over hun eigen lichaam. Om zelf te mogen beslissen of ze al dan niet kinderen wilden, om zelf een zaak op te starten, om een beroep uit te oefenen en zo zelf geld te verdienen. In de laatste decennia van de vorige eeuw kregen vrouwen ook het recht om abortus te plegen, om zich te verzetten tegen huiselijk geweld, en om verkrachting binnen het huwelijk aan te klagen en te laten bestraffen. Er kwamen regels om elke discriminatie op basis van geslacht te verbieden, quota om meer vrouwen in de politiek te krijgen, maatregelen om vrouwen evenveel te betalen als mannen, voorzieningen voor kinderopvang, en een bescherming voor gescheiden vrouwen die doorgaans de verantwoordelijk bleven voor de opvoeding van de kinderen. In verschillende landen kwam er voor het eerst een vrouw aan de leiding van de regering te staan. Het leek alsof de zo nagestreefde gelijkwaardige behandeling van vrouwen eindelijk gerealiseerd was. De realiteit is echter anders. Het aantal vrouwen dat echt beschikt over gelijke rechten als mannen vormt maar een kleine minderheid ten opzichte van de honderden miljoenen, zelfs miljarden vrouwen die nog steeds in meer of mindere mate vernederd, onderdrukt en misbruikt worden. Dat zien we in alle landen van de wereld, ook in onze zogenaamd ‘beschaafde’ westerse landen. Uit tal van onderzoeken blijkt zelfs dat de situatie voor heel wat vrouwen niet beter wordt, maar juist slechter. Zeker in die landen waar culturele en religieuze tradities opnieuw aan kracht winnen. Vrouwen zijn er inferieur aan mannen en worden vaak op die manier behandeld gedurende hun hele leven. En dat laatste bedoel ik letterlijk: al van voor hun geboorte tot aan hun dood worden talloze vrouwelijke baby’s, dochters, tienermeisjes, moeders en grootmoeders op een vreselijke manier gedomineerd door hun verwekkers, vaders, broers, zonen, mannelijke familieleden en de hele patriarchale omgeving waarin ze wonen en leven. Denk aan foeticide, ongeboren meisjes die doelbewust geaborteerd worden vanaf het moment dat hun geslacht bekend is. Denk aan infanticide, het vermoorden van pasgeboren meisjes omdat ze in de ogen van hun ouders minderwaardig zijn.

14


Denk aan de miljoenen jonge meisjes die rond hun vijfde levensjaar genitaal verminkt worden, van het wegsnijden van de clitoris tot het bijna compleet dichtnaaien van de schaamlippen. Denk aan kindbruiden, jonge meisjes van nauwelijks negen jaar of jonger, die tegen hun wil moeten huwen met veel oudere mannen, doorgaans neven of ooms, die hen ontmaagden, zeg maar verkrachten met de toestemming van de maatschappij. Denk aan de talloze meisjes die geen onderwijs mogen volgen, die niet mogen leren lezen en schrijven, en die op jonge leeftijd worden ingezet voor het huishouden ten bate van hun ouders en broers. Denk aan de vele gedwongen huwelijken waarbij de ouders een partner kiezen voor hun dochter en er een bruidsschat voor ontvangen, waardoor ze in feite verworden tot een stuk eigendom van de man. Denk aan de alsmaar rigidere kledingvoorschriften die vrouwen worden opgelegd door mannen die beweren te spreken in naam van God of Allah. Denk aan het onnoemelijke lijden van vrouwen door partnergeweld, mishandeling en regelrechte marteling. Denk aan de ontelbare gevallen van seksueel misbruik, de incestueuze geweldplegingen en verkrachtingen, zowel binnen als buiten het huwelijk, die vrouwen niet alleen fysiek maar ook psychisch verwonden. Denk aan hoe vrouwen worden verstoten in sommige landen. Denk aan de vele gevallen van polygamie, misogynie en huwelijkse gevangenschap die vrouwen degraderen tot een soort slavinnen. Denk aan de ongelijke behandeling van vrouwen ten opzichte van mannen op het vlak van beloning en bevorderingen in het beroepsleven. Denk aan de slachtoffers – altijd vrouwen – van barbaarse religieuze wetteksten en regels die toestaan, zelfs opleggen, dat vrouwen tot de dood gestenigd moeten worden. Denk ten slotte aan de eremoorden op die meisjes en vrouwen die zich weigeren neer te leggen bij de hiervoor opgesomde misstanden, doorgaans gepleegd door familieleden. De daders zijn dus bijna steeds mannen, al moet ik eraan toevoegen dat heel wat van de bovenstaande feiten gebeuren met toestemming en actieve medewerking van de moeders, grootmoeders, tantes en andere vrouwen uit de gemeenschap. Zonder de hulp van deze vrouwen zou er geen enkele andere vrouw onderdrukt worden.

INLEIDING 15


U zou kunnen denken dat het ver van ons bed gebeurt. In verre landen en culturen, waar de ideeën van de verlichting nog niet zijn doorgedrongen, en waar mannen in naam van God, Allah of een totalitaire leider vrouwen onder de knoet houden en zich geen barst aantrekken van die vermeende universele mensenrechten. Niets is minder waar. Het gebeurt ook bij ons, hier in Europa, in België, in Brussel, net zoals in de ons omringende landen. Alleen willen heel wat mensen, ook vrouwen van hier, het niet zien. ‘Feminist’ lijkt een scheldwoord te zijn geworden. Mensen denken dat de strijd gestreden is, dat man en vrouw in werkelijkheid allang gelijk zijn en dat we overdrijven. Het zijn vaak zelfverklaarde progressieve cultuurrelativisten die vroeger hard en terecht vochten tegen de onderdrukking van vrouwen door christelijke bepalingen, maar die nu merkwaardig stil blijven als het gaat om de situatie van hun zusters uit andere culturele en religieuze middens. Ze sluiten hun ogen, ze kijken weg, ze zijn onverschillig, ze relativeren, minimaliseren en banaliseren het leed dat talloze meisjes en vrouwen dagelijks ondergaan. Ja, ze ondertekenen nog weleens een petitie voor gelijk loon, tegen het glazen plafond, voor quota voor vrouwen, tegen het huiselijk geweld dat in eigen kringen voorvalt, en terecht. Ik onderteken die ook. Maar als het om de ander gaat, dan blijven ze doofstom. Sterker nog, dan verdedigen ze sommige van die praktijken als nuttig en normaal, tot het dragen van een boerka toe, omdat ‘het toch hun cultuur is’. Als vrouw uit een Afrikaans land, waar culturele en religieuze tradities een grote impact hebben op het leven van meisjes, waar genitale verminkingen schering en inslag zijn, waar gedwongen huwelijken dagelijks gebeuren, waar kindbruiden nauwelijks een issue zijn, waar vrouwen minderwaardig worden geacht aan mannen, stoort die onverschilligheid en selectieve verontwaardiging mij enorm. Pijn is universeel. Welk medelijden hebben de cultuurrelativisten met de meisjes en vrouwen die nu zo veel pijn ondergaan en wanhopig naar de toekomst kijken?

16


Wat mij dreef om dit boek te schrijven is een enorme woede en een vraag naar hoop. Ik heb als Afrikaans kind zelf aan den lijve ondervonden wat het betekent om als vrouw onderdrukt te worden en hoe we vandaag als Europese vrouwen nog steeds hard moeten knokken om onze plaats aan tafel te veroveren. Zo gebeurt het elke dag met honderden miljoenen vrouwen en meisjes. Elk uur, elke minuut, elke seconde, in meerdere etappes van hun leven. Voor sommigen houdt het bijna nooit op, zowel ver weg als hier bij ons. Ik kan en wil niet langer zwijgen. Ik kan en wil me er niet bij neerleggen. Ik weiger mijn ogen te sluiten en werkeloos toe te zien hoeveel van onze moeders en zusters moeten lijden. 67 jaar nadat Eleanor Roosevelt plechtig de tekst van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan de wereldbevolking bekendmaakte, wordt het eerste artikel nog steeds met de voeten getreden. We moeten stoppen met zwijgen. We moeten stoppen met jammeren. We moeten stoppen met huilen. We moeten stoppen met klagen. We moeten opstaan, letterlijk opstaan, en diegenen die vrouwen onderdrukken bestrijden. Met woorden als het kan, met daden als het moet. De strijd is niet gestreden. We moeten het anders doen. We moeten onze schoenen, met of zonder hakken, in de hand nemen en er hard en luid mee slaan op de tafels in gemeenteraden, parlementen en universiteiten. We moeten het machismo publiekelijk aanklagen en bestraffen. Er is nog zo veel werk aan de winkel. Zit er nog ergens een Emmeline Pankhurst in ons vandaag? Zit er nog een tikkeltje Mary Wollstonecraft, Olympe de Gouges, Simone de Beauvoir, Nawal El Saadawi, Simone Veil, Miet Smet, Denis Mukwege of Marleen Temmerman in ons? Waar zijn de wilskracht, de passie en de gedrevenheid die we nodig hebben? De solidariteit met onze zusters? Wat voor zin heeft het om helemaal alleen vrij te zijn? Wanneer je de vrijheid voor jezelf ontdekt en veroverd hebt, kun je niet anders dan die met anderen te willen delen. We hebben behoefte aan een nieuwe feministische golf. Na de politieke rechten van de eerste golf en de reproductieve rechten van de

INLEIDING 17


tweede golf moeten we nu strijden voor het universele recht op zelfbeschikking van elk meisje en elke vrouw, ongeacht afkomst, kleur, cultuur of sociale achtergrond. Mijn vrijheid is ontoereikend en geeft me een nijpend gevoel van onvolledigheid zolang andere vrouwen in onvrijheid verkeren omdat ze vrouw zijn.

18


EEN PAAR STAPPEN IN MIJN LEVEN Ik ben op 14 juli 1980 geboren in het West-Afrikaanse Burkina Faso, waar ik opgroeide, naar school en naar de universiteit ging. Ik woon sinds 2004 in België en werk in Brussel, waar ik in 2012 verkozen werd in de gemeenteraad van de deelgemeente Elsene. Burkina Faso is een arm land in West-Afrika met ongeveer 17 miljoen inwoners op een oppervlakte van 274.300 vierkante kilometer. Ik groeide deels op onder het bewind van Thomas Sankara. Op 15 oktober 1987 werd hij in een staatsgreep vermoord, waardoor Blaise Compaoré aan het bewind kwam. Compaoré bleef zich 27 jaar lang aan de macht vastklampen maar werd in oktober 2014 verdreven door het woedende Burkinese volk. ‘Burkina Faso’ betekent ‘het land van de oprechte mensen’. De benarde economische situatie werd nog slechter door de globale economische crisis en de onbekwaamheid van de dictator Compaoré, vooral dan voor vrouwen en voor de jeugd. Na de volksopstand van oktober 2014, heeft Burkina Faso een transitiepresident aangewezen: Michel Kafando. Tijdens een bezoek aan Brussel in juni 2015 zei Kafando het volgende over de toekomst van het land: ‘De volgende president zal iets voor de vrouwen en voor de jeugd moeten doen. Anders zal hij of zij, net zoals Compaoré, door de vrouwen en de jeugd worden verdreven.’ In september 2015 werd de transitie brutaal onderbroken. Er vielen doden en meer dan honderd Burkinezen raakten zwaar gewond tijdens de straatprotesten. Moedig gaat de jeugd door, met blote handen verzetten ze zich tegen wapens. Voor hun vrijheid. Door de zwakke positie van de vrouw in Burkina Faso blijven veel traditionele gewoontes zoals genitale verminking, kindhuwelijken en polygamie sterk aanwezig. Het is er sociaal gezien zo goed als on-

EEN PAAR STAPPEN IN MIJN LEVEN 19


mogelijk om te scheiden, want je scheidt er niet alleen van je man maar van een hele familie of clan. De politieke en economische participatie van vrouwen is er ook bijzonder laag. Voor elk stukje vrijheid heb ik moeten vechten. Juist daarom besef ik dat vrijheid niet vanzelfsprekend is en nooit een definitief verworven recht. Als immigrant besef ik hoe vrij we zijn in Europa. De situatie van de vrouw is hier ongetwijfeld beter dan in Afrika, maar nog lang niet ideaal. Ook hier zie ik heel wat vormen van onvrijheid, discriminatie en achterstelling. Ik denk dan aan de ongelijke lonen, het glazen plafond, de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de topfuncties van de politiek, de media of het economische leven, het seksisme op straat of binnen de machtskringen, en de vele gevallen van huiselijk geweld. Kortom, de strijd is ook hier nog niet gestreden. Vrouwen worden nog vaak beschouwd als minderwaardig. Dat was niet anders toen men zich over mijn wieg boog. Toen ik geboren werd, waren mijn ouders – twintigers nog – zeer blij, vooral mijn moeder. De bredere familie was echter teleurgesteld dat ik geen jongen was. Ze keken uit naar de geboorte van ‘de eerste zoon’. Twee jaar later werd mijn eerste broer dus met veel meer enthousiasme verwelkomd, en nadien volgden nog een tweede, derde en vierde broer. Mensen feliciteerden mijn moeder. Ze was een ‘sterke vrouw’ omdat zij haar man genoeg jongens gaf en onderdanig bleef. Intussen was mijn leven als meisje begonnen. En toen werd ik besneden. Welke klappen je in het leven ook krijgt, je kunt altijd weer opstaan. Ik was ongeveer vijf jaar oud toen ik in mijn thuisland genitaal verminkt werd. Daarover schreef ik het boek Parce que tu es une fille. Histoire d’une vie excisée. Mijn boek gaat over deze verschrikkelijke ervaring, maar ook over mijn zoektocht naar vrijheid als vrouw en hoe ik tot een evenwicht kwam. In mijn dorp was spelen een luxe voor een meisje. Later in de stad ook. De discriminatie die in de wieg startte ging geruisloos door, net zoals voor miljoenen andere vrouwen. Ik merkte geleidelijk hoe ik mee

20


WWW.LANNOO.COM Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. VERTALING OMSLAGFOTO OMSLAGONTWERP VORMGEVING

Herman Jacobs, Peter Smets © Johan Jacobs Studio Lannoo Keppie & Keppie

© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2015 en Assita Kanko D / 2015 / 45 / 557 - ISBN 978 94 014 2997 9 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook