De Lee Harvey Oswald-files
De Lee Harvey Oswald-files Waarom John Kennedy vermoord moest worden
Flip de Mey
Voor mijn lieve zussen Veerle en Annelies en in herinnering aan Hilde en Mieke – in overeenkomst en verschil hebben we samen op een schommel de wereld leren kennen.
Te vaak ondervinden we het gemak van een mening te hebben zonder het ongemak van na te denken. John Fitzgerald Kennedy
Inleiding  5
Inhoud 9 13
Woord vooraf Inleiding
25 Deel I De dossiers 27 Dossier 1 De moord op J.F. Kennedy 28 Hoofdstuk 1 Het schot vanuit het schuttersnest 31 Hoofdstuk 2 Het wapen in het schuttersnest 80 Hoofdstuk 3 De dader in het schuttersnest 119 Hoofdstuk 4 Een zuivere gelegenheidsmoord 151 Dossier 2 De moord op J.D. Tippit 152 Hoofdstuk 5 De dood van een agent 185 Dossier 3 De moord op L.H. Oswald 186 Hoofdstuk 6 De dood van de vermeende moordenaar 194 Hoofdstuk 7 Drie cruciale minuten 201 Hoofdstuk 8 Ruby op de plaats delict 212 Hoofdstuk 9 De vraag van 25 dollar 221 Hoofdstuk 10 In het spoor van Jack Ruby 237 Dossier 4 L. H. Oswald, overloper naar de Sovjet-Unie 238 Hoofdstuk 11 Een meer dan schromelijke vergissing 244 Hoofdstuk 12 Ik leidde drie levens 255 Dossier 5 De aanslag op E.A. Walker 256 Hoofdstuk 13 Fascistenjager 277 Dossier 6 L. H. Oswald, agent-provocateur 278 Hoofdstuk 14 New Orleans 287 Hoofdstuk 15 Mexico 306 Hoofdstuk 16 Het Odio-incident 313 Hoofdstuk 17 Hurt 322 Hoofdstuk 18 Een wildernis van spiegels
Inhoud 7
327 Deel II He t motief 328 Hoofdstuk 19 Rumbahemel 339 Hoofdstuk 20 jfk, all the way 348 Hoofdstuk 21 Bobby Kennedy 354 Hoofdstuk 22 Van Dulles tot Dallas 370 Hoofdstuk 23 De rakettencrisis 380 Hoofdstuk 24 De weg naar Dallas 395 397 433 445 455 459 460
Nawoord Eindnoten Personages Bibliografie Index Dankbetuiging Verantwoording van de illustraties en colofon
8 Inhoud
Woord vooraf
Wat is er echt gebeurd in Dallas op 22 november 1963? Die eenvoudige vraag opent de deur naar een uitgestrekt labyrint. Samenzweringsauteurs en verdedigers van de eenzame-gek-theorie wikkelen dan met hun draad van Ariadne een verhaallijn af die je door het labyrint heen leidt en je bij de enige, echte uitgang brengt. Maar een moordonderzoek is geen mythologie. Selectieve bewijsvoering is uiteindelijk contraproductief en leidt tot een antwoord waar van het resultaat nadien niet bestand is tegen de doorsijpeling van de harde feiten uit het dossier. In mijn boek Cold Case Kennedy heb ik mijn onderzoek in tijd en ruimte op de onmiddellijke nabijheid van het slachtoffer gericht. Kennedy is de centrale figuur. Nu zo veel mogelijk feiten over het misdrijf en de plaats delict gekend zijn, is het tijd om de aandacht te verleggen naar de mogelijke dader(s). Uiteraard wordt Lee Harvey Oswald dan de centrale figuur. Is hij nu de dader? Bij gebrek aan een betere verklaring wordt dat vaak voor waar aangenomen. Uit onvrede over de fouten en leemten in het dossier wordt nog vaker voor een speculatieve complottheorie gekozen. Kennedy is vermoord omdat de maffia zijn broer Bobby rauw lustten, de Cubaanse bannelingen woedend waren, niemand de cia nog onder controle had en vicepresident Johnson er alles voor overhad om zelf president te worden. De verleiding is groot om die herkenbare punten snel met elkaar te verbinden, maar de waarheid bestaat slechts bij gratie van feiten. Luchtfietsen naar de oplossing van een raadsel is gevaarlijk. In de mate van het mogelijke verwijs ik daarom zo veel mogelijk naar de originele documenten en correct weergegeven verklaringen. Ik vermeld telkens de bron zodat de lezer de juistheid en de context kan controleren. De oorspronkelijke geur en kleur van een verklaring is vaak doorslaggevend voor de geloofwaardigheid ervan. De vaststellingen zijn soms ook zo ongelofelijk dat het rechtstreekse citaat helpt om de lezer ervan te overtuigen dat het niet om een interpretatie van de auteur gaat, maar om een concreet historisch feit. Het beste vertrekpunt voor de oorspronkelijke bronnen blijft
Woord vooraf 9
nog altijd www.maryferrell.org, de site van de Mary Ferrell Foundation. Alle getuigenverklaringen vind je in alfabetische volgorde terug op jfkassassination.net/russ/wit.htm. Een aanrader is zeker ook de anonieme Britse website 22november1963.org/, die thematisch geordend is en een prima doorklikfunctie naar originele bronnen heeft. Dit boek volgt het voetspoor van Lee Harvey Oswald. Hij is een van de beruchtste figuren uit de geschiedenis van de 20e eeuw geworden. Dat is natuurlijk het gevolg van het belang en de roem van het slachtoffer van de misdaad die hij zou hebben gepleegd. Maar Oswald is eigenlijk in niet minder dan vier moordzaken betrokken. Hij zou niet alleen de president hebben vermoord, maar ook agent Tippit en wordt daarnaast ook nog verdacht van een mislukte aanslag op de ultraconservatieve generaal Walker. Bovendien is hij ook zelf het slachtoffer van een moord. Maar Oswald is ook een mens, een kind van zijn tijd, een verwaarloosde jongen die in een vreemde wereld van schimmen en spiegels is verdwaald. Oswald is de centrale schakel in de gebeurtenissen van 22 november. Als we in zijn nabijheid blijven, komen we misschien dichter bij de oplossing van de vele raadsels in het Kennedy-dossier. Dit is waar het om gaat: de waarheid. Het Kennedy-dossier wordt soms een puzzel zo groot als een voetbalveld genoemd. Terecht. Dat is de reden waarom ik tracht zo veel mogelijk systematisch te werk te gaan. De bedoeling is om telkens een stuk van het terrein nauwkeurig af te bakenen en dan zo grondig mogelijk te werken binnen dat deelgebied. Ik noemde het in Cold Case Kennedy forensische archeologie. Maar hoe logisch ik ook tracht het dossier te benaderen, de emotie blijft onderhuids altijd aanwezig. Zoeken naar de waarheid is vaak een frustrerende onderneming. Boos worden bij elke manipulatie van het onderzoek, bij illegaal vernietigde documenten of leugenachtige verklaringen, is nog altijd vereist. Behoud de verontwaardiging. Die adrenaline helpt als brandstof op de moeizame tocht, want het is een fascinerend, maar erg weerbarstig dossier. Mijn belangrijkste doel is dan ook allereerst de complexiteit te reduceren. We gaan aan de hand van onbetwistbare gegevens uit het dossier na of Oswald wel de dader kan zijn. Honderd bladzijden om misschien een van de grootste mysteries van de 20e eeuw te ontrafelen kan geen slechte investering zijn. Ik zeg ‘misschien’ omdat de lezer altijd het laatste woord heeft. Ik tracht – binnen de mate van het leesbare – de objectieve gegevens samen te vatten. Ik ben niet te beroerd om mijn eigen nek uit te steken en te zeggen wat
10 Woord vooraf
ik zelf denk, maar ik ben niet de paus. Uiteindelijk beslist u, de lezer. U kunt wel rekenen op mijn oprechtheid. Ik schrijf datgene neer dat ik na veel onderzoek als betrouwbaar en relevant beschouw. Ik ben niet onfeilbaar en met een puzzel ter grootte van een voetbalveld is het mogelijk dat er elementen of documenten zijn die ik ten onrechte over het hoofd heb gezien. Ongetwijfeld zijn er ook elementen of documenten die ik ten onrechte als waar aanneem. Het is het voorrecht van iedere onderzoeker die een uitgebreid terrein betreedt, om te evolueren en bij te leren – een van de grootste eigenschappen van de mens. De ernst van het onderwerp noopt tot een klinische aanpak. Het gaat om drie moorden en een moordaanslag, en de gevolgen van 22 november bepalen nog altijd onze samenleving. Maar een auteur schrijft zijn voorwoord eigenlijk pas nadat het boek zelf al geschreven is. Het moet me van het hart dat ik, na dit intensieve onderzoek, voor Lee Harvey Oswald wel mededogen en een mengeling van vriendschap en respect voel. Hij was een verstandige maar nooit beminde jongen van 24 jaar oud, in een wereld die hem enerzijds niet begreep en anderzijds opportunistisch gebruikte. Hij heeft ten minste het recht op neutraliteit bij de start van het onderzoek naar zijn schuld of onschuld. Heeft Oswald Kennedy vermoord? We bekijken het samen, stap voor stap, zorgvuldig, systematisch, objectief. Zodra we tot een besluit komen over die essentiële vraag, kunnen we het aantal mogelijke scenario’s geleidelijk aan beperken tot er uiteindelijk maar één logische verklaring voor de totaliteit van de gebeurtenissen overblijft.
Flip de Mey Mechelen, augustus 2015
Woord vooraf 11
Inleiding
Wat voorafging Vrijdag 22 november 1963
President John Kennedy wordt op 22 november 1963 om 12.30 uur vermoord op Dealey Plaza in Dallas. De moordenaar zou vanuit het hoekraam van de vijfde 1 verdieping van een boekendepot hebben geschoten op de open limousine. Ook John Connally, de gouverneur van Texas die voor Kennedy op een klapstoeltje zit, raakt zwaar gewond, maar hij overleeft de aanslag.
Kort daarna wordt iets verderop politieagent Tippit brutaal neergeschoten. De politie arresteert in een bioscoop de 24-jarige Lee Harvey Oswald als verdachte van de moord op de politieagent. Hij wordt al snel ook de hoofdver1
Inleiding  13
dachte in de moord op de president. In het boekendepot wordt een oud, Italiaans legerwapen gevonden van het merk Carcano. Oswald heeft enkele maanden voordien een dergelijk wapen gekocht en op de gevonden Carcano staat ook zijn handafdruk. Wanneer blijkt dat Oswald ook met het communisme heeft geflirt, lijkt alles erop te wijzen dat hij de dader is: een mislukkeling die uit frustratie op de president heeft geschoten.
Vicepresident Lyndon Johnson legt in het snikhete en overvolle presidentiële vliegtuig de eed af als Kennedy’s opvolger. Twee dagen later schiet de louche nachtclubuitbater Jack Ruby in de kelder van het politiekantoor Oswald neer. Er is dus geen verdachte meer die zich kan verdedigen, er volgt geen tegensprekelijk proces. De moordbrigade van de politie van Dallas heeft Oswald, in de Texaanse traditie, verhoord zonder bandopname, zonder duidelijke schrifte lijke neerslag van zijn verklaringen en zonder bijstand van een advocaat, hoewel Oswald daar herhaaldelijk expliciet om heeft gevraagd. Het verdere onderzoek verloopt volgens de richtlijnen van de nieuwe president, een machtspoliticus pur sang. Lyndon Johnson laat de Geheime Dienst,
14 Inleiding
die onder zijn bevel staat, onmiddellijk maatregelen nemen die het onderzoek naar de waarheid niet ten goede komen. De limousine – de plaats delict van de moord – wordt binnen de kortste keren tot op het chassis afgebroken. De dokters die Kennedy in Dallas de laatste zorgen toedienen, en zij die in Washington de autopsie uitvoeren, staan onder zware druk. Zowat alles wat fout kan lopen bij de officiële autopsie van de vermoorde president, loopt ook fout, zelfs in die mate dat het alleen de bedoeling kan zijn geweest om de omstandigheden van de aanslag te verhullen in plaats van ze op te helderen. Johnson belast de corrupte fbi-directeur Edgar Hoover, zijn vriend en buurman, met het dossier. Hoover houdt al meer dan veertig jaar de federale politie in een ijzeren greep en kan het onderzoek elke gewenste richting uitsturen. Hij twijfelt er geen seconde aan om de nieuwe president te geven wat hij wil. Voor Hoover komt de moord op Kennedy en de politieke kortwieking van diens broer Bobby niet ongelegen. De paleisrevolutie na de uitschakeling van John Kennedy herstelt in Hoovers ogen de natuurlijke orde. De bevindingen van het fbi-onderzoek liggen van bij de start van het onderzoek vast: Oswald was de dader en hij handelde helemaal alleen.
Om de geloofwaardigheid van de conclusies te verhogen en mogelijke andere onderzoeken de pas af te snijden, installeert Johnson eigenmachtig een zevenkoppige presidentiële onderzoekscommissie. De commissie krijgt opperrechter Earl Warren als voorzitter. Warren is de hoogste magistraat van het land. Verder benoemt de president uitsluitend politieke notabelen zonder enige forensische of politionele ervaring. Bovendien zetelen Allen Dulles en Gerald Ford voornamelijk als waakhond voor de belangen en geheimen van de machtige cia en fbi in de commissie. Richard Helms, de onderdirecteur
Inleiding 15
(en latere directeur) van de cia, gaat persoonlijk bij Johnson de opname van Dulles in de commissie bepleiten. Dat Dulles daar niet zit om de waarheid naar boven te helpen spitten, maar wel om de kast met cia-lijken gesloten te houden, begrijpt een kind. Een voorbeeld van hoe Ford als klikspaan voor de fbi optrad, is het fbi-memorandum van 12 december 1963 van Cartha De Loach.2 De fbi adjunct-directeur noteert trots hoe de kruiperige Gerald Ford hen ‘vertrouwelijk’ op de hoogte zal houden van de activiteiten van de commissie en geeft de flinke acoliet als beloning een door Hoover ondertekende versie van zijn boek Een studie van het communisme:
Erger is dat de commissie zelf geen eigen onderzoeksteam in dienst neemt. Ze steunt voor de vaststellingen op het terrein volledig en kritiekloos op wat de fbi nuttig acht uit te zoeken of mee te delen. De opeenvolgende onderzoeken De grote tekortkomingen van het eerste onderzoek leiden tot zo veel controverse dat de roep om een nieuw en beter onderzoek nooit helemaal verdwijnt. Wat er die dag echt gebeurd is in Dallas, is intussen acht keer door de overheid onderzocht3 en honderden keren door individuele burgers. Toch zijn de raadsels gebleven en in zekere zin nog toegenomen. Een overzicht:
DE WARREN-COMMISSIE De uiteindelijke bevindingen van de Warren-commissie lijken verdacht veel op de bij de start gegeven marsorders: —— Oswald is de enige dader, een lone nut, een eenzame gek met linkse sympathieën, maar zonder motief. —— Oswald heeft met een vooroorlogse en foutief afgestelde karabijn op Kennedy geschoten. —— Om het aantal kogels tot het gewenste aantal – drie – te beperken, schrijft de commissie zeven verwondingen aan één enkele kogel toe. 2 3
16 Inleiding
—— Ook Jack Ruby, die Oswald heeft vermoord, is een eenzame gek. —— Geen enkele overheidsinstantie treft enige blaam. De president is vermoord, maar dat is niemands fout. Geen enkele bureaucraat of politicus hoeft zich ongerust te maken dat sinistere geheimen het daglicht zullen zien. De waarheid over de aanslag is duidelijk ondergeschikt aan het staatsraison. De 27 boekdelen van de Warren-commissie zijn fraai ingebonden en ogen indrukwekkend, maar als moordonderzoek is het een beschamend stuk politiek theater. De commissieleden, met voorzitter Warren voorop, wisten dat de fbi en de cia hen belogen en bedrogen, maar zwegen. Walt Brown vat het goed samen: ‘Hoover gaf wat hij geschikt vond – meestal waardeloze, van het essentiële ontdane of verkeerd verwoorde, volumineuze rommel – door aan Earl Warren, van wie het onderbemande onderzoekorgaan er niet in slaagde om zich door de stapel heen te werken noch om het te begrijpen.’4 Brown zegt het er niet bij, maar de opdracht moest bovendien voor de verkiezingen van 1964 zijn afgerond. Ook tijdsdruk belemmerde dus de zoektocht naar de waarheid en speelde in de kaart van de saboteurs van het onderzoek.
ON TRIAL Door de dood van Oswald is er nooit een echt proces tegen hem gevoerd. In 1967 onderzocht openbaar aanklager Jim Garrison wel het New Orleans-luik van de moord op Kennedy. Oswald had een tijdje in New Orleans gewoond, en de handel en wandel van een aantal schimmige figuren uit de Big Easy in 1963 leek verdacht. Garrison wilde vooral de knettergekke piloot David Ferrie duchtig aan de tand voelen, maar die overleed onder mysterieuze omstandigheden, vlak voor zijn arrestatie. Garrison vervolgde dan maar de zakenman Clay Shaw, tegen wie hij nauwelijks enig bewijsmateriaal kon aanvoeren. De jury had uiteindelijk minder dan een uur nodig om Shaw vrij te spreken. Het in 1986 ingeblikte, zestien uur durende bbc-televisieproces On Trial beoogt een alternatief te vormen voor het echte Oswald-proces. Een belangrijk pluspunt is dat de echte getuigen erin aan het woord komen. Maar het is, op het sobere, bruinhouten rechtbankdecor na, op geen enkel moment overtuigend. Oswalds advocaat Gerry Spence kent het dossier onvoldoende.5 Het dichtst in de buurt van een Oswald-proces komt Walt Brown met zijn ijzersterke boek The People vs. Lee Harvey Oswald.6 4 5 6
Inleiding 17
HET HSCA-ONDERZOEK Ook Bobby Kennedy en Martin Luther King, de zwarte leider van de burgerrechtenbeweging, worden vermoord. De gelijkenissen tussen de drie moorden zijn te opvallend. In 1976 wordt een parlementaire onderzoekscommissie opgericht, de House Select Committee on Assassinations (hsca), om de drie moorddossiers dieper uit te spitten. Omdat het een verkiezingsjaar is, gaan de parlementsleden ermee akkoord. ‘Maar’, voegt Bob Tanenbaum, eerste adjunct-raadsman voor het jfk-luik, eraan toe, ‘er was geen engagement om het echt te doen. […] Ze hielden ons budget in, ze hielden onze voorrechten voor langeafstandsgesprekken in, onze voorrechten voor frankeren, we konden zelfs geen post versturen. En dat gebeurde allemaal op een moment dat we belangrijke vooruitgang aan het boeken waren.’7 Het hsca legt wel veel fouten in het eerste onderzoek bloot en komt tot de verrassende conclusie dat Kennedy wel degelijk het slachtoffer is van een samenzwering. Maar ook dit onderzoek leed onder zware beperkingen in verband met de beschikbare tijd en middelen.8 Gaeton Fonzi geeft als ex-onderzoeker van de parlementaire commissie in The Last Investigation een ontluisterend relaas over het hscaonderzoek. Niettemin bracht de commissie toch een aantal belangrijke pijnpunten van het Warren-onderzoek aan het licht. De controverse over het Kennedy-dossier luwde dus allesbehalve. DE ARRB In 1991 doet Oliver Stone met zijn spraakmakende film jfk, het stof nog meer opwaaien. Door de film klinkt de roep om de vrijgave van de documenten zo luid dat er in 1992 – weer een verkiezingsjaar – uiteindelijk gehoor aan wordt gegeven. Het Congres stemt de jfk Records Act. Deze wet legt op dat: ‘niet later dan de datum van 25 jaar na de invoeringsdatum van de Wet elk moorddocument volledig publiek moet zijn gemaakt en in de collectie [van het nationaal archief ] beschikbaar moet zijn.’ Elk document dat voor vrijgave in aanmerking komt, moet natuurlijk eerst worden bekeken. Daartoe laat het Congres een speciale overheidsdienst oprichten, de Assassinations Record Review Board (arrb). Om te kunnen beslissen of een document in aanmerking komt voor vrijgave, moet de arrb natuurlijk het inhoudelijk doornemen en de context ervan kennen. Zo voert de arrb uiteindelijk een soort officieel onderzoek naar de moord. Een aantal arrb-onderzoekers, zoals Douglas Horne, is nadien sterk overtuigd van de 7 8
18 Inleiding
complottheorie. Het is een terugkerend fenomeen: hoe gedetailleerder je het dossier bestudeert, hoe meer je ervan overtuigd raakt dat Kennedy het slachtoffer is van een samenzwering.
VERDERE VRIJGAVE VAN DOCUMENTEN Amerikanen geven hun vrijheid niet graag uit handen. De Freedom of Information Act (foia) – de Wet op de vrijheid van informatie – garandeert de burger dat hij elk overheidsdocument mag opvragen als er geen belemmeringen zijn op het vlak van de privacy of staatsveiligheid. De jfk-wet gaat een stap verder en verplicht de overheid om uit eigen beweging alle relevante documenten vrij te geven voor de vijftigste verjaardag van de foia, dus voor 2017. De overheid is vast van plan om dat uitstel maximaal te benutten. Zelfs Obama weigerde in 2013 nog de vrijgave van 1171 ultrageheime cia-documenten in verband met de moord die werd gepleegd toen hij nog een luier droeg.9 De echte helden in het Kennedy-dossier zijn onbekend bij het grote publiek. Het gaat om gedreven burgers die ten koste van hun carrière en gezondheid verbeten zijn blijven strijden tegen de moloch van de bureaucratie. Jim Lesar, de voorzitter van het aarc (Assassination Archives and Research Center), bepleit als advocaat pro deo zaak na zaak om de vrijgave van documenten te verkrijgen. Volgens hem haat de fbi de foia-wet.10 Als het bureau dan toch een document moet vrijgeven, wacht het soms tot de inkt van de kopieermachine bijna op is om dan zogoed als onleesbare kopieën te maken. Nog volgens Lesar schrikken de fbi, cia, nsa en de militaire inlichtingendienst ook niet terug voor manifeste leugens. Robert Blakey, de voormalige hoofdadvocaat van de hsca, bevestigt dat ook het Nationaal Archief (nara) zich bewust bedient van bureaucratisch jargon ‘om te verdoezelen dat ze nalaten de publieke belangstelling voor transparantie te ondersteunen’. Het gaat volgens Lesar vooral over een ‘bureaucratische obsessie’. In laatste instantie hebben de bureaucraten in de jfk-wet nog een ultiem achterpoortje gekregen om de vrijgave van documenten te weigeren: het volstaat om aan een document het statuut ‘nbr’ (Not Believed Relevant of irrelevant) te verlenen en als een document niets met de moord te maken heeft, dan valt het ook niet meer onder de wet. Gespecialiseerde juristen als Jim Lesar kunnen het standpunt van de administratie dan voor de rechtbank betwisten, maar dat vergt vele jaren van dure procedures. Vaak blijkt het belang van de documenten achteraf niet in verhouding te staan tot de geleverde inspanningen om de 9 10
Inleiding 19
vrijgave ervan te verkrijgen. Maar er zijn ook opzienbarende resultaten. Zo duikt in 2007 een pak documenten op dat wordt omschreven als de ‘familiejuwelen’ van de cia. Nu weten we tenminste dat de cia zich van 1959 tot 1963 al erg intensief bezighield met Oswald.11 Meestal bevat de vrijgekomen informatie details die belangrijk zijn voor de specialisten, kleine mozaïeksteentjes die ze in het groeiende totaalbeeld kunnen inpassen. Heel af en toe duikt er nog een verbluffend document op. Heel af en toe vertelt een intussen hoogbejaarde getuige iets nieuws in een interview. Barry Ernest interviewt in 2011 Dorothy Garner. Ze blijkt, ondanks haar leeftijd van 83 jaar, een erg sterke en belangrijke getuige te zijn. Mevrouw Garner was een minuut na de moord op een plek waar ze Oswald had moeten zien als hij de dader was. Maar ze heeft hem niet gezien. Ze is hierover destijds officieel verhoord, maar van dat verhoor ontbreekt nadien elk spoor. De naam van deze essentiële getuige komt zelfs niet voor in het Warren-verslag van 880 pagina’s. Een late spectaculaire doorbraak in het dossier mag je dus nooit uitsluiten. Maar de tijd dringt, want stilaan wordt Henry Hurts sombere voorspelling de realiteit: ‘Uiteindelijk […] zal de hele oefening net zo academisch worden als het hedendaagse salondebat over wie Napoleon heeft vergiftigd. Dan kan, vanuit het standpunt van de regering, de waarheid rustig en veilig naar boven komen. Ten slotte is het zeker dat de overwinning zal toebehoren aan die agentschappen die de sleutels van de vele huizen van de Amerikaanse inlichtingendienst in handen hebben.’12
ONDERZOEK DOOR DE RESEARCH COMMUNITY Een ruime meerderheid van de Amerikanen gelooft niet in de bevindingen van het Warren-onderzoek. Ze zijn ervan overtuigd dat er wel een samenzwering was. Een brede waaier aan samenzweringsauteurs van wisselvallig niveau bedient hen op hun wenken. Veel gegevens die aanvankelijk erg verdacht leken, zijn intussen al lang en tientallen keren weerlegd, maar dat belet die ‘weekendauteurs’ niet om die achterhaalde verhalen te blijven recycleren. Door het internet is dat er niet minder op geworden. Opvallend is de totale afwezigheid van de media in het onderzoek. De onderzoeksjournalistiek heeft nauwelijks een bijdrage geleverd. De harde kern van de conspiracists, zij die geloven dat Kennedy het slachtoffer is van een complot, bestaat uit koppige onderzoekers die gefascineerd zijn door het dossier, en de basis van hun kritiek blijft in grote mate overeind. Het aantal onverklaarde raadsels en – zacht 11 12
20 Inleiding