Kira Van den Ende
DURF FALEN 24 MANIEREN OM TE GROEIEN DOOR TE MISLUKKEN
Voor mijn ouders, meesters in vallen en opstaan.
9
HET SCHRIJVEN VAN DIT BOEK Dikke kaka
15
WELKOM BIJ DE CURSUS PROFESSIONEEL FALEN
19
29
41
51
61
69
79
1
GET REJECTED Een groots rockfestival voor dertig man
2
HAVE A SETBACK De hond die een einde maakte aan een wielercarrière
3
GET A BAD GRADE Driemaal zittenblijven, geen diploma
4
GET FIRED IT-directeur zoekt werk
5
LOSE A TOURNAMENT Blut pokeren
6
FUCK (UP) THE SYSTEM Burgerparticipatie tegen stadskanker
7
PERFECTION IS RHETORIC Hoe de Baobab Express geen sapjes verkocht
91
101
109
119
127
137
147
157
8
REACH FOR THE THINGS YOU VALUE De gewezen duurzame drukker
9
KEEP IT SIMPLE Langeafstandsknuffelmachine wordt persoonlijke nachtmerrie
10
YOU’RE PROBABLY GOING TO FAIL Dromen van Noorwegen in Europa
11
IF YOU ARE LOOKING FOR RECOGNITION, STOP Halve bio-ingenieur, volledige burn-out
12
IF YOU TAKE YOURSELF TOO SERIOUSLY, STOP Het coöperatieve experiment
13
BE VULNERABLE Stand-upcomedy wanneer niemand lacht
14
LAUGH AT YOUR FAILURES AND SHARE THEM WITH THE WORLD De beste gefaalde singer-songwriter
15
EMBRACE YOUR FAULTS AND LOVINGLY HELP OTHERS TO IMPROVE Van overmoed naar faillissement(en)
167
177
185
195
203
213
223
233
243
16
LEARN NEW THINGS Moderne homo universalis én koning der fuckups
17
DO ONE THING EVERY DAY THAT SCARES YOU De ultieme uitstel-fuckup
18
BE THE PERSON YOU WANT TO BE Ex-expert bij de Europese Commissie
19
SO GO OUT AND PERSIST IN THE FACE OF PROBLEMS Zeewater drinken in de woestijn
20
RISE ABOVE CONFLICT Start-upimplosie
21
DON’T STOP UNTIL YOU GET WHAT YOU LOVE Seks, grafitti en geldingsdrang
22
YOUR TRUE POTENTIAL IS UNKNOWN Ondernemen als laatste redding
23
DEFEAT YOUR EGO Blauw-gele identiteitscrisis
24
BE BOLD AND LIVE LIFE TO THE FULLEST De anticarrière
HET SCHRIJVEN VAN DIT BOEK DIKKE KAKA
10
Ik heb eens verschrikkelijk verstopt gezeten op reis. Dat was in Cuba. Eerst in Cienfuegos, een dorpje langs de kust. De familie bij wie ik logeerde, had gemerkt dat ik minder at en minder vrolijk was. En dat ik al een volledige dag alleen in bed had gelegen, wat verdacht was, want ik had daar op dag één al een vakantieliefje opgedaan. Een prachtig gespierde jongen met veel mommy issues, die tegen zijn zin in legerdienst was. Niet dat dat ertoe doet, want was ik daar langer gebleven, dan was ik zeker getrouwd met de oudere broer van het gezin, een goedlachse leerkracht Spaans, zo een heel mannelijke man van nog een kop groter dan ik, waarvan ik overtuigd was dat in zijn armen slapen het einde van alle leed in de wereld zou betekenen. Soit, ik was veel te verlegen om tegen hem iets te zeggen over mijn acute buikkrampen, dus zei ik tegen zijn zus dat ik mij echt niet goed voelde, waarop zij me naar de dokter bracht. De dokter zei dat ik moest stoppen met panikeren over cholera in het water. Daar had ze waarschijnlijk gelijk over, want ik was echt als de dood dat er cholera in het kraanwater zou zitten. Twee weken eerder nog waren daar twee Franse toeristen aan overleden. Dus douchte ik mij zonder mijn mond te wassen en vermeed ik ook het contact met mijn ogen en controleerde ik of niemand op restaurant stiekem van kraanwater gemaakte ijsblokjes in mijn mojito's en pina colada's deed. Blijkbaar is zo fanatiek met iets bezig zijn niet goed voor de vlotte werking van de darmen. Ik moest ontspannen, dus vroeg de assistent van de dokter vriendelijk of ik mij op mijn zij kon leggen. Met mijn onderbroek een beetje naar opzij getrokken voelde ik me als een kat bij de dierenarts, terwijl de dokter het equivalent van wel vijf van die grote Dafalgans in mijn linkerbil spoot. Daarmee was het verhaal van de buikkrampen niet voorbij. Het etmaal dat erop volgde heb ik zalig geslapen, dat wel, en ik was zo blij om in Cuba te zijn dat de wereld er door mijn ogen hoe dan ook rooskleurig uitzag. Ik reisde verder naar Trinidad, waar ik bij een minder sympathieke familie logeerde, zonder zonen waarvan ik kon dromen dat ze de man van mijn Cubaanse leven zouden worden, met een grootmoeder die duidelijk op mijn dollars aasde en – het ergst van al – met een vochtige badkamer zonder enige vorm van verluchting waar ik bij 35 °C ontdekte dat ik nog steeds net zo verstopt zat als een tube lijm die open in de zon heeft liggen drogen en waar echt helemaal niets meer uit kan. Erop vertrouwend dat het met het paardenmiddel van de dag ervoor wel zou overgaan, ging ik die avond naar de Casa de la Musica, maar salsa dansen voelde met mijn gespannen buikje toch niet zo goed als anders. Ik vertelde dat tegen de Cubaanse jongen die met mij aan het dansen was en al snel kwamen er nog drie of vier bij staan, want een lange, blonde toeriste die in vlot Spaans vertelt dat ze al 36 uur geen kaka meer heeft kunnen doen, dat zien ze daar toch niet elke dag. Ze waren wel heel begripvol, in de dagen die daarop volgden, kwamen ze regelmatig eens langs om te vragen of het al van dat was geweest. Maar het ging dus niet voorbij. De ochtend daarop werd ik wakker en niets, nada, niente, en begon ik een beetje te panikeren, want wat als ik nooit meer kaka zou kunnen doen en wat als ik door te panikeren het alleen nog maar
11
erger maakte? Merde! Anderzijds wilde ik wel tot elke prijs genieten van mijn tijd in Cuba en ging ik dus op paardrijtocht. Met mijn eigen persoonlijke gids, want in Cuba was het met de economie zo slecht gesteld dat dat voor vijf dollar al kon. Het risicovolle aan de situatie was dat ik de dagen ervoor heel weinig gegeten had, en ik ben nogal een snelle verteerder. Zonder ontbijt raak ik geen vijf kilometer ver zonder flauwvallen. Stom, hé, ik wist dat en toch wilde ik gaan paardrijden. Nog voor we bij onze bestemming – een natuurreservaat – aankwamen, had ik al twee keer moeten afstappen en had de gids mij al sap van guayaba (fruit waar vaak wormen in zitten) doen drinken. Maar dan nog kwam het moment dat ik uitgehongerd en verzwakt door de hitte net op tijd help kon zeggen en de gids, een kloeke zwarte meneer met een cowboyhoed, van zijn paard sprong om mij te vangen toen ik van het mijne viel. Die meneer heeft mij mee naar huis genomen. En neen, hij is niet mijn nieuwe driedaagse vakantieliefje geworden. Hij was al getrouwd. Had een heel mooi kindje ook. Belangrijker was dat zijn vader een genezer van de santería (een West-Afrikaanse religie die via de slavenhandel in Cuba beland is) was en mij zeker kon genezen. Daar lag ik dan, uitgeput in hun zetel, de volledige familie bezorgd naar mij kijkend. Ik mocht nog een keer uitleggen dat het probleem was dat ik al lang geen kaka meer had kunnen doen. Na wat gegiechel – constipatie is overal grappig – moest ik op de tafel gaan liggen, werden de kinderen tot stilte gemaand en wreef de genezer al biddend zalf op mijn buik. In de goede hoop dat de alternatieve geneeskunde zichzelf zou bewijzen en omdat die familie er wel echt heel arm uitzag, liet ik daar mijn reisbudget van drie dagen achter en nam daarna een fietstaxi om naar de apotheek te gaan en daar de sterkste Russische anticonstipatiepillen te vragen. De apotheekster vertrouwde mij toe dat ik ze best nam op een ogenblik dat ik lang binnen kon zitten. Binnen drie uur zou het namelijk van dat zijn. Met dat heuglijke vooruitzicht nam ik de hoogst aangewezen dosis en ging op mijn bed liggen wachten. De hele namiddag. En avond. De Cubaanse jongens kwamen zelfs op bezoek om te zien of ik al weer kon dansen. Niet dus. Een nieuwe lading pillen volgde, deze keer het dubbele van de aangewezen dosis. De hele nacht heb ik gewacht. Tot de ochtend kwam. Er leek een beetje schot in de zaak te komen, maar ook niet echt. Nog meer pillen. Tegen de late namiddag begon ik mijn lot te aanvaarden. Ik zou naar het ziekenhuis moeten gaan, waar ze zo een zakje aan mijn buik zouden binden zodat ik altijd en overal door een tubetje mijn behoeftes zou kunnen doen. En toen dacht ik plots, ik ga naar de kerk. Dat houdt geen steek, want ik ben een ketter, ongedoopt, hippiekind. Een kerk binnentreden brengt voor mij een zeker risico op spontane ontvlamming met zich mee. Maar stiekem hou ik van kerken. Die zijn altijd zo rustig en geven mij het gevoel dat mijn oma, ons moemoe, niet zo ver weg is. De kerk van Trinidad is heel mooi. Wit, met een groot orgel. Er waren met mij erbij maar vier mensen op die ene vrijdagnamiddag. Ik knielde neer op zo’n houten gebedsbank, vooraan rechts, met mijn handen in mijn schoot. En begon te huilen. Heel, heel hard. Alsof alle tranen van de
12
wereld op dat moment door mijn ogen naar buiten werden geleid. De priester is naar mij toe gekomen om te zien wat er mis was, maar ik wilde met niemand praten. Impulsief ben ik de kerk uitgelopen en de toiletten van een restaurant binnengestormd om mijn neus te kunnen snuiten. In mijn kamer zat ik nog wat na te snotteren toen ik op magische wijze mijn darmen zichzelf voelde schikken. Echt waar. Ik kon weer kaka doen als nooit tevoren, alsof mijn lichaam zich niet meer dan 72 uur in de vreemdste kronkels had gekronkeld. Ik heb er nog nooit met een dokter over gesproken en dus heb ik geen idee wat de medische wetenschap zou zeggen over mijn verstoppingsverhaal. Maar ik geloof dat ik zo emotioneel verstopt was dat mijn verteringssysteem erdoor vastzat. Of jij dat geloof deelt of niet doet er niet zo veel toe, zolang je maar hebt meegeleefd met mijn gevoelens van paniek, controleverlies en stille wanhoop. Want dan kun je ook begrijpen wat ik heb doorgemaakt bij het schrijven van dit boek. Beeld je eens in, een boek over mislukking. Over hoe mensen omgaan met mislukken. 24 mensen. Die moest ik allemaal vinden, een soort van band met hen smeden, ze doen praten over de gênantste momenten van hun leven en de lessen die ze eruit leerden en dan dat alles neerschrijven op een manier waarop zowel zijzelf als de lezers zich erin kunnen herkennen. Liefst ook nog met een positieve draai, of op z’n minst een goede tip, zodat het geen deprimerend Anonieme Mislukkersboek wordt. Wel, daar werd ik verschrikkelijk nerveus van. Het begon met een acuut verlies van zelfvertrouwen – wie ben ik om dit boek te schrijven, anyway – en ging dan over in het schokkende besef dat ik het manuscript niet op tijd zou afkrijgen. Dikke kaka. Ik was altijd diegene die opdrachten ruimschoots op tijd afkreeg, die haar thesis een week van tevoren af had om nog met de lay-out te kunnen spelen. Maar bij het schrijven van dit boek ben ik hard op de limieten van mijn eigen kunnen gebotst. Er zijn dingen, zo weet ik nu, die ik niet snel kan doen en er zijn momenten waarop ik niet nog harder kan werken. Erover panikeren helpt niet, daar wordt een schrijver contraproductief van, dus schoot ik nog meer in paniek omdat ik er in mijn permanente staat van nervositeit nooit in zou slagen een samenhangend, interessant en louterend verhaal over mislukking op papier te krijgen. Ironisch, hé? Een boek schrijven over omgaan met mislukking en ter plekke moeten leren omgaan met vragen als ‘Wat als dit nu de opdracht is die ik gewoon niet kan?’ en ‘Zijn er geen honderden mensen die beter voor dit project geschikt zijn dan ik?’ of ‘Wat als ik dik word?’, want alle emancipatie ten spijt is dat helaas wat er om vijf uur ’s ochtends zo nu en dan door mijn paniekerige brein schoot. Lachen met de ironie van de situatie zorgde er in het begin voor dat ik een overweldigend gevoel van stress en prestatiedruk op afstand kon houden. Ironie betekende dat ik hoe dan ook zou winnen. Als ik het boek nooit zou afkrijgen, dikke kaka, maar een goed verhaal op feestjes. Als het wel zou lukken, dan zou ik potvolkoffie een boek hebben geschreven!
13
Maar toen het ten volle tot me doordrong dat het verdomd moeilijk zou worden om 24 getuigenissen te verzamelen en dat het letterlijk onmogelijk zou zijn om het manuscript op tijd af te krijgen, was lachen met ironie niet langer voldoende om mezelf te troosten. Anderhalve maand lang is dat pijnlijk en angstaanjagend geweest. Tot ik een nieuw en beter argument vond om tot rust te komen: het besef dat ik door de mislukgetuigenissen neer te schrijven als persoon groeide en dat de schrijfmissie daardoor zichzelf volbracht. Want het doel van dit boek is te leren omgaan met mislukking, te durven falen en te groeien door te mislukken. En tjongejonge, heb ik geleerd lief te zijn voor mezelf ongeacht hoe goed of hoe slecht ik presteer. Ik leef in de goede hoop dat dit boek hier en daar op een lezer een soortgelijk positief effect zal hebben, wat maakt dat het absoluut de moeite waard is geweest. Overigens, ik had het schrijven van dit boek misschien beter vergeleken met een bevalling. De conceptie, de ochtendmisselijkheid, de groei, de pijn, de eventuele keizersnede, het jolijt‌ Het had een knappe analogie opgeleverd. Maar ik ben nog nooit bevallen en dus moet je er genoegen mee nemen dat het boek dat je in je handen houdt niet mijn langverwachte geesteskind, maar mijn met vreugde verwelkomde geesteskaka is. Veel plezier ermee.
WELKOM BIJ DE CURSUS PROFESSIONEEL FALEN
16
Stap één in deze cursus is wennen aan het idee dat je gaat falen. Je gaat falen, want tussen de 314 andere kandidaten voor jouw functie zitten zeventien gladde praters die beter dan jij de interviewer zullen charmeren. Je gaat falen, want je gloednieuwe sushi-lage-landen-boerenkost-fusion-cafetaria is gehuisvest op een onhippe locatie, en het eten is ook niet zo lekker. Je gaat falen, want je droom om de wereld te verbeteren staat op het punt kennis te maken met de bureaucratische realiteit van de vzw-sector. Je gaat falen, want de mopjes die je hebt geschreven voor de open mic night zijn niet grappig. Je gaat falen, want je idee om veel geld te verdienen met een nieuw datingplatform voor huisdieren van senioren houdt geen rekening met de verzadiging van de markt voor huisdiergerelateerde applicaties. Je gaat falen, want wat is het alternatief? Niet solliciteren, nooit leren welke restaurants werken in welke buurten, niet trachten je in te zetten voor een eerlijkere wereld, geen stand-upcomedymateriaal uitproberen, nooit ontdekken dat een huisdierendatingplatform geen zestig uur per week van je tijd waard is? Nu, eerlijk is eerlijk, je kan falen proberen te vermijden. Er bestaat zoiets als de veilige kantoorjob en de vaste benoeming. Maar er bestaat niet zoiets als de toekomst voorspellen. Wat nu veilig is, is over tien jaar misschien onbestaand, en op de werkplek waar jij je nu goed voelt, verveel je je over een jaar misschien steendood. Je gaat falen, ik ook, wij allemaal, de kans zit er gewoon heel dik in. Maar hoe gaan we dan met dat falen om? Professioneel mislukken is één van die dingen die we op school niet geleerd hebben. Er bestaan geen lessen ontslag krijgen, slecht advies volgen, failliet gaan, langdurig werkloos zijn, afgewezen worden, burn-outs uitzitten, ongelijk hebben, tegenslag incasseren of de handdoek in de ring gooien. Om de confrontatie met deze ervaringen te verzachten is er dit boek, en ook FuckUp Nights.
FUCKUP NIGHTS?
Jazeker. In 118 steden over de hele wereld komen op elke tweede donderdag van de maand drie sprekers op het podium vertellen over hun grootste professionele mislukking. Die evenementen noemen we FuckUp Nights, en het is dankzij de FuckUp Nights in Brussel dat dit boek nu voor je ligt. Want de faalavonden zijn - alle ironie ten spijt - succesvol. Maand na maand is de wachtlijst groter dan het aantal mensen dat in de zaal past. Vermoedelijk omdat de avonden ondanks de zware thema’s en de occasionele traantjes bijzonder bevrijdend en héél héél grappig zijn. Waarom de FuckUp Nights zo bevrijdend zijn kunnen we begrijpen door te kijken hoe de allereerste FuckUp Night ooit tot stand kwam. Vijf Mexicaanse vrienden zaten op een avond in Mexico-Stad rond een tafel verhalen over hun leven als ondernemer uit te wisselen. Op de tafel stond een fles mezcal waar-
17
van ze al flink gedronken hadden. Plots vond een van de vijf de moed om te vertellen over zijn geflopte project en zijn gevoel nergens te geraken. De tongen van de anderen kwamen los en voor ze het wisten hadden ze allen hun gênantste faalmomenten uit de doeken gedaan. De ochtend erna werden ze wakker met naast een gemene mezcalkater ook het wonderlijke gevoel iets oprechts gedeeld te hebben en niet langer door voorbije flaters achtervolgd te worden. Wat zijn de centrale elementen van die beschonken avond? Storytelling, kwetsbaarheid, verbintenis en catharsis. Door een faalverhaal te vertellen deel je veel: wat je in je werk en als persoon belangrijk vindt, voor welke dingen je je schaamt, wat voor situaties je raken. Dat is de moed vinden om jezelf in een kwetsbare positie te plaatsen, want je toont wie je bent zonder prestige of pretentie. Onze Mexicaanse vrienden waren vrienden, dat helpt om muren te slopen. En de mezcal zal ook geen kwaad gedaan hebben. Door jezelf in die kwetsbare positie te plaatsen en te merken dat je vrienden je echt wel leuk vinden zoals je bent, creëer je verbintenis. Een deugddoende ervaring. Al snel sloeg het simpele concept van verhalen over mislukking delen onder de naam FuckUp Night wereldwijd aan. Want, zo bleek, ongeacht waar in de wereld zorgen de FuckUp Nights voor catharsis. Ze bieden vertellers en luisteraars wat de oude Grieken emotionele zuivering noemden, een loutering van sterke gevoelens als angst, verdriet, boosheid en medelijden. Zoals Dirk De Wachter in het voorlaatste hoofdstuk van dit boek verklaart: ‘problemen kan je oplossen door ze letterlijk in de groep te laten oplossen.’ Dat FuckUp Nights een mondiaal succes zijn, betekent misschien dat er tussen de interpretatie van ‘succes’ en ‘mislukking’ in verschillende culturen niet zo veel verschil is als we denken. Over FuckUp Nights Brussels krijg ik vaak complimenten omdat dat is wat wij nodig hebben: ons net als de Amerikaanse Silicon Valley’ers niet zo schamen over mislukking. Wanneer ik met Amerikanen praat merk ik dat zij inderdaad gemakkelijker over faillissementen spreken, maar dat ze minstens evenzeer als wij bang zijn voor wat falen en tegenslag soms teweeg brengen: teleurstelling, verlies, afwijzing, radeloosheid, armoede, ziekte. Wij hebben het geluk dat we in een welvaartsstaat leven. Voor armoede en ziekte hebben we een minimaal vangnet en hoeven we niet zo bang te zijn. Daar kan ik van getuigen, want mijn vader heeft meermaals de boeken moeten neerleggen. De deurwaarders kenden ons adres goed. En ze waren ook steevast teleurgesteld door ons gebrek aan doorverkoopbare meubels en elektronica. Ik was zelden enthousiast over het feit dat mijn ‘nieuwe’ kleren al door de buurmeisjes en mijn zussen gedragen waren – reduce, reuse, recycle was in de jaren 1990 nog niet zo hip – maar ik heb altijd gezond gegeten en van goed onderwijs genoten. Het is waar dat ik me voor de ondernemersperikelen van mijn vader heb geschaamd en er vooral jarenlang mee heb ingezeten dat hij zich er misschien voor schaamde. Ik ben het met de Silicon-Valley-passionates eens dat schaamte voor mislukking een gewoonte is die we beter afleren. We komen
18
er nergens mee. Ter gelegenheid van dit boek heb ik mijn vader zes uur lang geïnterviewd over wat er in zijn zaken is misgelopen. Daar heb ik veel praktische tips omtrent zaken doen uit gehaald, maar ik heb er vooral door ingezien dat de angst en de teleurstelling die ik met hem mee voelde (en die mij ervan weerhielden om met hem over zijn falen te spreken) ongegrond energieverlies waren. Het faalverhaal van mijn vader vind je terug in het laatste hoofdstuk van dit boek: Be bold and live life to the fullest. Tevoren mag je je verheugen op nog 23 andere openhartige fuckup-getuigenissen in hoofdstukken met al even catchy titels zoals Laugh at your failures and share them with the world en Get fired. Die titels komen namelijk van het FuckUp Manifesto, een buitengewoon kleurrijk A4’tje met 24 slogans voor een leven rijk aan welgemeende fuckups. Voor elk van die 24 slogans heb ik iemand gezocht wiens grootste professionele mislukking aansloot bij de respectieve betekenis van die slogan. Zo gaat het hoofdstuk Lose a tournament over professioneel pokeren en Your true potential is unknown over je eigen zaak starten omdat je zo vaak ontslagen bent dat je nergens je cv nog verkocht krijgt. De verhalen, mislukkingen en personages zijn erg uiteenlopend en mislukking wordt in dit boek op geen enkele andere manier gedefinieerd dan wat de verhaalverteller zelf beschouwt als zijnde mislukking. We benaderen mislukking als een ervaring, en wat mensen ervaren als mislukking verschilt van persoon tot persoon en van tijd tot tijd. Daarmee bedoel ik dat wat je vandaag als een mislukking beschouwt, je over twintig jaar misschien zal interpreteren als je grootste overwinning of meevaller. De faalverhalen in dit boek bestaan net zoals op FuckUp Nights uit de volgende vijf elementen: wat de oorspronkelijke bedoeling van de verteller was, wat er is misgegaan, hoe dat zijn of haar leven heeft beïnvloed, wat hij of zij eruit geleerd heeft en wat hij of zij meegeeft als tips voor mensen in eenzelfde situatie. Verder ben ik op zoek gegaan naar wat de motivatie van de fuckupper was om überhaupt ooit aan een job, onderneming of project te beginnen en naar hoe ze hun falen te boven zijn gekomen en verwerkt hebben. Sommigen zijn achteraf tevreden en zouden het zo opnieuw doen. Anderen hebben spijt van hoe dingen gelopen zijn en hebben een manier gevonden om met die spijt te leven. Maar allen hebben ze uit hun faalervaring kleine en grote wijsheden geleerd die ze graag met jou en mij delen.
FAALLESSEN VS. FAALTOERISME
Dit boek is bedoeld als een uitdaging. Van elk van die 24 faalverhalen proberen wij, jij en ik, iets te leren. Persoonlijk ben ik bijzonder geïnteresseerd in hoe mensen waar ik zelf naar opkijk, die ik bewonder om hun intelligentie en kunnen, falen. Ondanks het feit dat ze hun best hebben gedaan. Aan die verhalen heb ik nood. Om mezelf eraan te herinneren dat werk maar werk is, dat hard
19
werken geen garantie op succes biedt en dat geen enkel project het opofferen van mijn eigen gezondheid waard is. Wat mij ook fascineert is hoe mensen met een goed hart beslissingen kunnen nemen die hun geliefden pijn doen. Aan dat soort verhalen heb ik ook nood. Om te begrijpen hoe het kan dat iemand die mij gekwetst heeft toch ook beweert mij graag te zien. Want de mislukkingen in dit boek mogen dan allemaal uit de professionele sfeer komen, de lessen die we eruit halen kunnen ons net zo goed helpen onze relatiebreuken en vriendschapswrevel beter te verwerken. Ik kan me best inbeelden dat anderen dit boek zullen lezen met andere intenties. Zelf heb ik bijvoorbeeld een familie- en vriendenkring die geen punt maakt van mijn fratsen en lage inkomsten, maar wanneer je uit een omgeving komt waar het normaal is om twee huizen te bezitten, op je vijfentwintigste getrouwd en aan je eerste kind toe te zijn, en een toonaangevende job uit te oefenen, is het waarschijnlijk een stuk moeilijker om niet bang te zijn van hoe de mensen je beoordelen. Dan lees je dit boek misschien om morele steun te vinden om voluit je gekke zelf te zijn. Of misschien heb jij een project waar je al jaren op zit te broeden, maar uit faalangst niet aan durft te beginnen en ben je op zoek naar een zeker je-m’enfoutisme om er eindelijk eens voor te gaan. Het is natuurlijk ook mogelijk dat je dit boek louter leest uit het perspectief van de ramptoerist. Dat lijkt me ook leuk en is je volledig gegund. Bovenal hoop ik dat we het erover eens zijn te vertrekken van de hypothese dat we in dit leven gaan falen. Want in plaats van op zoek te gaan naar manieren om onszelf in gouden kooien op sluiten, kunnen we dan de vraag stellen die er echt toe doet: Wat vind jij de moeite om voor te falen?