Hou van mij!
Lees ook de andere thrillers in deze reeks: 1. Hou van mij! 2. Laat me los 3. Vergeef me 4. Vergeet me niet 5. Zuur De delen zijn ook los te lezen.
anja feliers Hou van mij!
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.
Tekst: Anja Feliers Opmaak: Asterisk*, Amsterdam Ontwerp opmaak: Studio Lannoo Coverontwerp: b’IJ Barbara Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2015 D/2015/45/493– NUR 332 ISBN: 978-94-014-2907-8 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Ik zie wel hoe ze soms naar me kijkt. Haar blik is uitdagend en tast mijn grenzen af. Ze vraagt om aandacht en weet als geen ander hoe ze dat moet doen. Glimlachend, knipogend, op de rand van het provocerende. Ze roept gevoelens bij me op die niemand anders ooit heeft weten op te roepen. Als ik bij haar ben, word ik iemand anders. Vult mijn hoofd zich met beelden van wat ik met haar zou doen. Ze weet wat ze doet. Ze beseft het maar al te goed. Ze schept er genoegen in om met mij te spelen en mijn uithoudingsvermogen te testen. Ze is vermoeiend. Zo vermoeiend. Ik weet niet hoelang ik haar nog zo haar gang kan laten gaan.
5
1 Ergens in het gebouw sloeg met veel kabaal een deur dicht. Mijn blik gleed in een reflex naar de klok aan de muur. Ik was verbaasd toen ik zag dat het al over zevenen was en checkte mijn horloge. Om me heen was het erg stil. De docentenkamer lag er verlaten bij. Na onze vergadering waren mijn collega’s druppelsgewijs vertrokken en ik was als enige gebleven. Ik had me voorgenomen nog gauw een paar studentendossiers bij te werken, maar met het vallen van de duisternis besefte ik dat ik de tijd uit het oog was verloren. Ik dacht aan Julie. Dat ze waarschijnlijk op me zat te wachten. Zonder nog na te denken sloeg ik de laatste studentengegevens op en klapte mijn laptop dicht. Ik sloot de map met stageformulieren die naast me lag. Haastig legde ik de map terug in de kast en besloot Julie een berichtje te sturen. Ik wist dat ze zich na thuiskomst uit school wel wist te redden, maar ik hoopte dat de zoveelste snelle hap die in de koelkast klaarstond haar niet in het verkeerde keelgat zou schieten. ‘Is iets langer uitgelopen dan ik dacht. Ben er binnen halfuurtje.’ Ik stopte mijn telefoon in mijn tas terwijl ik snel mijn jas aantrok. Ik wilde geen tijd meer verliezen. Ik wilde nog een leuke avond met Julie hebben. Het klikte goed met mijn dochter en dat wilde ik graag zo houden. 7
Mijn hakken galmden toen ik door de lege, donkere gangen van het schoolgebouw liep. Opnieuw weerklonk er ergens een geluid in het gebouw. Deze keer kwam het echter van dichterbij. Ik stopte en keek verbaasd om. Ik verwachtte min of meer iemand te zien. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes om me beter te kunnen concentreren op de duisternis achter me. De gang was echter te donker en ik kon niets of niemand ontwaren. Ik probeerde het geluid dat ik gehoord had thuis te brengen, maar ik wist eigenlijk niet precies wat ik gehoord had. Even voelde ik me besluiteloos. Terugkeren en kijken wat er aan de hand was, of negeren en doorlopen? Net toen ik had besloten om verder te lopen, hoorde ik het geluid opnieuw. Er was wel degelijk iemand in de gang aanwezig. Ik stopte ter plekke en voelde mijn irritatie toenemen. Was dit misschien een flauwe grap? Wilde iemand mij de stuipen op het lijf jagen? Als dat zo was, vond ik het niet leuk. De plaats en de tijd nodigden niet uit om grappen uit te halen. ‘Is daar iemand?’ Mijn stem klonk moediger dan ik me voelde. Ik kneep mijn ogen tot spleetjes en tuurde de gang in. Maar nieuwe geluiden bleven uit. De onrust kroop in mijn buik en ik besefte dat ik me niet in een sterke positie bevond. Ik was alleen en wist niet of de cursus zelfverdediging die ik een aantal jaren geleden had gevolgd ook in de praktijk zijn vruchten zou afwerpen. Ik aarzelde niet langer. Gehaast liep ik verder en ik probeerde me niets aan te trekken van het vreemde gevoel dat zich van me meester maakte. Ik schudde de gedachten uit mijn hoofd, knelde de tas met mijn laptop onder mijn arm en liep verder de gang in. 8
Ik moest dit niet groter maken dan het was. Gewoon een vreemd geluid op een vervelende plaats en een vervelend tijdstip. Ik rationaliseerde mijn ongerustheid. Het was logisch dat er in een oud schoolgebouw dingen kraakten. Ik schudde opnieuw mijn hoofd en probeerde om mezelf te glimlachen. Het zou ook niet de eerste keer zijn dat ik mezelf nodeloos ongerust maakte. Hoe vaak stond ik ’s nachts niet op om te kijken of ik de deuren goed had afgesloten, of het koffiezetapparaat wel was uitgeschakeld? En als ik dat niet deed, hoorde ik vanuit mijn bed steeds weer geluiden. Soms bekende geluiden, die ik kon herleiden tot het hout dat ergens in huis kraakte, maar vaak ook geluiden die ik niet wist te plaatsen en waardoor ik rechtop in bed ging zitten. Ik kon het niet laten die nachtelijke geluiden te analyseren. Als een van mijn cliënten met dergelijke klachten zou komen, zou ik ze serieus nemen, ze dwangneuroses noemen en uitleggen dat angstige gedachten gemakkelijk tot controlerende handelingen kunnen leiden. Terwijl ik de trappen van het gebouw afdaalde, rommelde ik in het schamele licht van een straatlantaarn verwoed in mijn tas op zoek naar mijn autosleutels. Ik vervloekte mezelf omdat ik ze niet onmiddellijk vond. Ik moest dringend iets aan de rommel in mijn tas doen. Het was elke keer weer hetzelfde gezoek, en vaak leverde dat me meewarige blikken op van meestal mannelijke collega’s, die niet goed snapten wat een vrouw allemaal in zo’n tas heeft zitten en hoe moeilijk het kon zijn om juist datgene te vinden waar je naar op zoek bent. Ik schrok op toen ik ergens achter me een deur hoorde dichtslaan. Toen ik al lopend omkeek, leek het even alsof 9
ik een schaduw beneden aan de trap zag. Gespannen liep ik verder en ik voelde me nu toch een beetje onrustiger worden. Het was weliswaar nog niet echt laat, maar de duisternis was al gevallen en een vrouw alleen op een lege parkeerplaats bij een verlaten schoolgebouw kon sommige mensen misschien op ideeën brengen. Toen ik voor mijn auto stond en nog steeds mijn sleutels niet kon vinden, voelde ik me steeds nerveuzer worden. Door mijn zenuwen graaiden mijn vingers onzorgvuldig in mijn tas en dat hielp niet echt. Een dwingende hand op mijn schouder deed me schrikken. Mijn laptop en tas vielen op de grond. Ik hoorde de inhoud van mijn tas op de grond vallen. In een reflex draaide ik me om, mijn hoofd licht voorovergebogen, klaar om een aanval af te weren. ‘Ho, ho, kalm maar, er is niets aan de hand!’ Een mannenstem weerklonk en toen ik aarzelend opkeek, zag ik een jonge kerel voor me staan. Ik keek hem onthutst aan en wist even niet wat ik zeggen moest. Uit zijn blik sprak verbazing, maar ook een lichte spot. Zijn handen hielden mijn armen vast, en kordaat maar met een lichte wrevel schudde ik hem van me af. Ik deed een stap achteruit omdat ik het gevoel kreeg dat hij te veel van mijn ruimte in beslag nam. Ondertussen nam ik hem in me op. Een jongeman, naar schatting rond de twintig, warrig blond haar en blauwe ogen. Hij was iets groter dan ik en had een normale lichaams bouw. Hij zag er op het eerste gezicht verzorgd uit. Blauwe jeans en zwart jack. Zijn jukbeenderen maakten zijn gezicht scherp en boven zijn lip zat een kleine maar duidelijk zichtbare moedervlek. Onwillekeurig deed hij me denken aan een Amerikaanse acteur uit een of andere soap, maar ik kon hem niet meteen plaatsen. 10
‘Kent u me niet?’ vroeg hij verbaasd. ‘Nee.’ Ik schudde mijn hoofd. Ik keek de jongeman recht in de ogen, maar kreeg geen gevoel van herkenning. ‘Nee. Ik ken je niet.’ Ik ontweek zijn blik en keek naar de inhoud van mijn tas, die overal om ons heen op de grond lag. Hij volgde mijn blik en boog zich tegelijk met mij voorover. Maar in plaats van te helpen bleef hij me op een vervelende manier aankijken. ‘Vreemd dat u me niet kent. U hebt me al meerdere malen lesgegeven. Psychologie.’ Aan zijn intonatie te horen wachtte de jongen nu op een reactie van mij. ‘U hebt me vast wel eens gezien’, drong hij aan. Ik keek hem opnieuw aan vanuit deze positie. ‘Het spijt me. Ik ken je niet.’ Toen ik mijn lipstick pakte, nam hij mijn hand vast. ‘Ik weet zeker dat u me kent. U moet gewoon even wat beter nadenken.’ Even klonk er ongeduld door in zijn stem, maar toen ik hem opnieuw aankeek, glimlachte hij die weg. Ik observeerde deze kerel. Er was iets in zijn blik wat me voorzichtig maakte. Ik had het gevoel dat ik behoedzaam met hem moest omgaan. ‘Misschien moet je me even je naam zeggen’, antwoordde ik ontwijkend, maar ook met een glimlach. ‘Ik ben niet zo goed in gezichten.’ Ik glimlachte opnieuw, geforceerd. ‘Er zitten heel wat studenten voor me in zo’n aula, maar het is moeilijk om alle gezichten te zien en te onthouden.’ Mijn stem klonk zalvend. ‘Bovendien is het schooljaar nog maar net begonnen en heb ik altijd even tijd nodig om iedereen bij naam en gezicht te leren kennen.’ Mijn woorden misten hun uitwerking niet en deden de 11
harde glans in de ogen van de jonge kerel afnemen. Hij glimlachte begrijpend en knikte. ‘Matthias’, zei hij toen met overtuiging in zijn stem, ‘Matthias Verhaegen.’ ‘Dat zegt al wat meer’, knikte ik terwijl ik in het midden liet of ik hem kende of niet. Hij merkte niet dat ik hem om de tuin leidde, en om dat nog te versterken drukte ik hem de hand. Zo zaten we daar een paar tellen vreemd gehurkt tegenover elkaar. Het gevoel dat hij zich te dicht in mijn buurt bevond, probeerde ik te negeren, maar het kostte me erg veel moeite. Ik voelde zijn adem. Zijn nabijheid beklemde me. Toch onderdrukte ik de neiging hem weg te duwen. Mijn intuïtie zei me voorzichtig te blijven. Alert te blijven op elke verkeerde beweging die een onuitgesproken gevoel kon bevestigen. Ik vroeg me af wat deze kerel hier nog deed op dit moment van de week. Het was vrijdagavond. De lessen waren al uren geleden afgelopen en op dit verlaten terrein was geen student meer te bespeuren. In de nabijheid van onze school waren er geen cafés of andere gelegenheden waar onze studenten lang zouden kunnen vertoeven. Integendeel, ons scholencomplex lag zo afgelegen dat er geen enkele reden was om hier nu aanwezig te zijn. Wat deed hij dan hier? Alleen, zonder voor de hand liggende reden? ‘Ik heb u toch niet laten schrikken?’ vroeg de jongen terwijl ik voorzichtig mijn hand losmaakte uit zijn greep en daarna alles in een ijltempo van de grond weer in mijn tas stopte. Matthias hielp me daarbij, ook al gebaarde ik dat ik het zelf wel zou doen. De sleutels van mijn auto hield ik meteen apart. Ik schudde mijn hoofd en ging weer staan. Ik ritste mijn tas dicht, probeerde hem niet aan te kijken en 12
speurde opnieuw de grond af om te zien of er niets was blijven liggen. ‘Nee hoor’, antwoordde ik. Ik zag mijn aluminium doosje met krijtjes liggen, dat ik altijd in mijn tas had, en boog voorover om het op te rapen. Met een snelle beweging stak ik het in mijn jaszak. Ik glimlachte terwijl mijn blik verder de grond aftastte. Ik vroeg me af of ik alles had. ‘Ik was gehaast en verwachtte hier niemand meer. Dat is alles.’ Ik schoof de riem van mijn tas kordaat over mijn schouder. ‘Ik moet nu weg. Ik heb nog een afspraak vanavond.’ Ik glimlachte stroef en hoopte dat deze jongen me gewoon zou laten gaan zonder verder oponthoud. Hij reikte me de tas met mijn laptop aan, die ik met een zelfverzekerde hoofdknik aannam. Hoe ik me ook voelde, ik mocht mijn onzekerheid niet laten blijken. Als ik liet zien dat ik stevig in mijn schoenen stond, maakte dat misschien wel indruk op hem en liet hij me verder met rust. ‘Zo, Matthias, bedankt voor je hulp.’ Ik knikte vluchtig en deed de auto open. ‘Is niks. Graag gedaan.’ Terwijl ik in de auto stapte, hield hij het portier open. ‘Maar ik zou toch maar opletten de volgende keer.’ Iets in zijn stem deed mij aarzelen. Toen ik hem aankeek, zag ik nog net zijn blik van mijn borsten naar mijn ogen verhuizen. ‘Weet u, het is gevaarlijk voor zo’n mooie vrouw als u om hier ’s avonds alleen rond te dwalen.’ De combinatie van zijn blik en de vreemde toon in zijn stem maakte me alert. 13
‘Je weet nooit wie er nog allemaal rondloopt en wat ze willen…’ Met moeite wrong ik een lach op mijn gezicht. ‘Ik zal eraan denken, Matthias. Bedankt voor je bezorgdheid.’ Ik hoopte dat hij de lichte vibratie in mijn stem niet zou opmerken en probeerde zeker over te komen. Ik glimlachte, trok het portier dicht en legde de laptop naast me op de passagiersstoel. Mijn hand trilde lichtjes toen ik de autosleutel in het contact omdraaide. Matthias bleef me gadeslaan terwijl ik de wagen van de parkeerplaats manoeuvreerde. Hij stak zijn hand op toen ik wegreed.
14