De monastieke tuin
Laura van Abt PoimĂŞn
De monastieke tuin 52 teksten voor u gelezen
Dit boek werd voor u samengesteld door Dirk Doms, Willy Dupont, Linda Vercauteren, Ann Vermeire, Leo Vos, Alexis Werbrouck osb. Tekeningen: Maur-Etienne van Doorslaer osb.
Inhoud
Woord vooraf ‘De monastieke tuin’
10
Inleiding
12
1 Willem van Saint-Thierry Huisgenoot worden van uitgelezen meesters 2 Julian van Norwich Nu eens vertroosting, dan weer verlatenheid 3 Teresa van Ávila Twee bekkens met water 4 Isaak de Syriër Een vermorzeld hart dat rust in God 5 Matta El-Maskîne Van meditatie naar contemplatie 6 Johannes Cassianus God, kom mij te hulp (Ps 70:2) 7 Michael Casey Je gewoonheid aanvaarden 8 Christian de Chergé Als een à-Dieu een gezicht krijgt ... 9 Aelred van Rievaulx Bethlehem-Nazareth-Jeruzalem: een spirituele weg
17
d e mo na st i eke t uin 5
21 23 29 33 37 44 47 50
10 Jeroen Witkam Stilte als diep menselijke weg 11 Evagrius van Pontus De moordende steek van de middag (Ps 91:6) 12 Guerric van Igny Gelukkige zondaar (Lc 15:11-32) 13 André Louf Wat heb je Me te geven ? 14 Bernardus van Clairvaux In zichzelf ontwricht, door God opgericht 15 Thomas Merton Mijn vertrek uit de wereld is geen verwijt aan jou die in de wereld blijft 16 Michael Casey Mest in de handen van de Meester 17 Willem van Saint-Thierry Nederige minnaar van de Onnoembare 18 Sergej Bolsjakov in gesprek met vader Michaël Vrede – rust – zwijgen 19 Johannes Cassianus Psalmen laten opstijgen uit je hart 20 Benedict Thissen Het menselijk tekort – onze kostbaarste schat 21 Gregorius de Grote Tot wachter aangesteld 22 Bernardus van Clairvaux Spits de oren van je hart om de innerlijke stem te horen 23 Timothy Radcliffe De troon van God
6 d e mo na st i eke t ui n
56 60 62 68 71 73
79 82
85 92 96 105 108
112
24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38
Hadewijch De ogen van de ziel Johannes van het Kruis De ruit en de zonnestraal Een monnik Binnengaan in de stilte Thomas Merton Hagia Sophia Bernardus van Clairvaux De grootheid van God Matta El-Maskîne De genade van de tranen Johannes van het Kruis Strofen van de ziel die pijnt om God te zien Michael Casey Regelmaat voert tot diepgang Bernardus van Clairvaux Maak jezelf tot een waterbekken Elisabeth van Dijon Leven in een eeuwig nu Minke de Vries Tussen woestijn en gemeenschap Johannes Cassianus Je ziel laten vasten Jeroen Witkam Houd de dief ! André Louf Waarmee bidden ? Sergej Bolsjakov in gesprek met vader Arkady Zich laten glad schuren
d e mo na st i eke t uin 7
123 126 133 137 148 151 157 162 166 175 177 180 183 188
199
39 Eckhart Van God houden zoals hij is : niet-God 40 Prosper Guéranger Wees geen vader, maar een moeder voor uw zonen 41 Thomas Merton Uitnodiging tot de universele dans 42 Benedictus Luister … naar een monnikenvader 43 Christian de Chergé Het ‘martelaarschap’ van de liefde 44 Julian van Norwich ‘Ik ben de grond van jouw smeekbede’ 45 Benoît Standaert Leegte 46 Armand Veilleux Goede praktijken worden geboren uit het leven 47 Aelred van Rievaulx Omarm de hele wereld 48 John Main Zeg uw mantra 49 Woestijnvaders Hoe woestijnvaders bidden 50 Henri Le Saux Het geheim van mijn wezen: OM 51 Marcellin Theeuwes Heeft eenzaamheid als levenskeuze nu nog zin? 52 Efrem de Syriër Vastengebed
8 d e mo na st i eke t ui n
204 209
211 218 221 226 228 234 239 241 246 250 257 260
Over de auteurs Beknopte biografische gegevens met een aantal NederlandsÂtalige teksten. Chronologie Verantwoording
d e mo na st i eke t uin  9
262
268 269
Woord vooraf ‘De monastieke tuin’ Deze titel verwoordt heel goed wat dit boekje is geworden. Na het uitgeven van ons zakpsalter in 2010 groeide de vraag wat we de leden van de Laura van Abt Poimên1 en andere belangstellenden nog meer konden bieden om sterker door te dringen in de monastieke spiritualiteit. Zo groeide het verlangen om teksten van monastieke schrijvers te bundelen. Niet zomaar teksten vlug her en der geplukt uit één of ander boek, maar teksten die we eerst samen met een groepje laurieten zouden lezen en proberen te doorgronden en op ons te laten inwerken. Meer dan drie jaar zijn we deze tocht gegaan. Iedereen bracht thema’s en teksten aan, maandelijks kwamen we samen om dat materiaal te lezen en te delen wat die teksten met ons hadden gedaan. Zo probeerden we te voorvoelen of een tekst iets te bieden had voor wie dieper in het monastieke wou doordringen. Het waren stuk voor stuk prachtige en leerzame avonden. In het boekje dat voor u ligt krijgt u naast een waaier aan monastieke teksten, een korte duiding van de teksten en hun titel in de inleiding. ‘De monastieke tuin’ bestaat uit 52 ‘perceeltjes’, eentje per week. Een week lang een tekst herkauwen (ruminatio) maakt het mogelijk er helemaal in ondergedompeld te worden, ook al gaat het soms wat stug of moeilijk. Het boekje leent zich tevens uitstekend om regelmatig met enkelen samen een tekst te lezen en er rond te delen. Graag
10 d e mo na st i eke t ui n
willen wij ons werk met u, beste lezer, delen. We hopen dat u – net als wij – elke tekst mag ervaren als een parel die u mag ontdekken in deze monastieke tuin. Linda Vercauteren, namens de Laura van Abt Poimên 15 november 2015 1 De Laura van Abt Poimên ontstond in 2005, onder impuls van Benoît Standaert, benedictijn van de Sint-Andriesabdij (Brugge). Deze beweging beoogt op een eigentijdse wijze te leven in het spoor van de woestijnvaders en van Benedictus, maar niet in een monastiek samenlevingsverband. Elke deelnemer of lauriet – a.h.w. een monnik of moniale ‘in de wereld’ – leeft alleen of in gezinsverband maar is toch met alle anderen verbonden. Zo zijn ‘laurieten’ voor elkaar een steun en een stimulans om dit ideaal in het dagelijkse leven concreet gestalte te geven.
Website: www.lauravanabtpoimen.be
d e mo na st i eke t uin 11
Inleiding
De monnikenvader Benedictus hecht, behalve aan het gebed en de arbeid, veel belang aan de lezing. Ook hierin moet bij het opstellen van de dagorde van een gemeenschap worden voorzien. De tijd die op zondag vrijkomt door het stilvallen van de arbeid, wijden de broeders aan lezing. Het gaat allereerst om lezing van de heilige Schrift, wat doorgaans lectio divina heet. In hoofdstuk 73 van zijn Regel verruimt Benedictus echter deze lezing naar toen reeds aanwezige monastieke teksten of geschriften van kerkvaders. Zo nodigt hij uit tot het lezen van de Regel van de heilige Basilius of het kennismaken met de wijsheid van de woestijnvaders via de geschriften van Cassianus. Doel van het lezen is niet zozeer meer te weten, maar te groeien in menselijke en christelijke wijsheid en in Gods verbondenheid. Om deze geestelijke dynamiek te bevorderen is een juiste houding ten opzichte van de gelezen tekst onontbeerlijk. Je grijpt niet naar een tekst, maar je laat je erdoor grijpen. Je stelt je op als een leerling. De schrijver mag tijdens het lezen je meester zijn. In het beste geval kom je tot de verrassende ontdekking dat er iets als een zielsverwantschap aanwezig is tussen jezelf en de schrijver, een groeiende vertrouwdheid, een verlangen om in gesprek te blijven met deze of gene auteur, een vriendschappelijke relatie. De bronvermeldingen en ‘Over de auteurs’ kunnen je helpen bij een verder contact met de schrijvers.
12 d e mo na st i eke t ui n
Voor een vruchtbare lezing is het van belang een gevoel te bewaren voor de waarde en de waardigheid van het woord. Wat de joodse schrijver Abraham Heschel schrijft over het gebed is eveneens van toepassing op het lezen: ‘Woorden zijn niet van papier. Woorden van gebed zijn schatkamers van de geest. Pas nadat wij in de woorden een licht hebben ontstoken, kunnen wij hun rijkdommen aanschouwen. Pas nadat we het hart van een woord hebben bereikt, krijgen we oog voor de rijkdommen in onze ziel.’ Daarom is het goed zich te oefenen in de praktijk van het langzaam en meditatief lezen met een open en ontvankelijke aandacht. Zo wordt lezen geleidelijk aan een kunst van het lezen. Voor ons, mensen uit het tijdperk van de elektronica met zijn mogelijkheden om snel te scannen en te mailen, vraagt deze kunst extra toeleg in vergelijking met de tijd toen in monastieke scriptoria met het spreekwoordelijke monnikengeduld teksten met de hand werden gekopieerd. De zes samenstellers van deze bundel hebben er zich aan gewaagd om samen tekstfragmenten met elkaar te delen, te lezen en te bespreken. De rijke verscheidenheid van de keuze is een weerspiegeling van de verscheidenheid binnen de leesgroep. De titeltjes bovenaan de teksten blijken dan weer – tenzij de auteur zelf al een titel had aangegeven – de uitdrukking van een consensus die stilaan al delend vorm kreeg. Voor de gebruiker van dit boekje zou het al lezend een oefening kunnen zijn om zelf een persoonlijke titel uit te denken vanuit de vraag: ‘Wat is voor mij de kernboodschap van deze tekst en hoe zou ik die in een paar woorden kunnen formuleren?’
d e mo na st i eke t uin 13
De 52 teksten bestrijken de hele monastieke geschiedenis, te beginnen met de 4e-5e eeuw tot vandaag. Een aantal auteurs zijn nog in leven. Dat hierbij de 17e en 18e eeuw afwezig blijven mag verbazen. Werden in die twee eeuwen niet echt monastieke teksten geschreven of duidt dit op een lacune in de kennis van de monastieke literatuur bij de samenstellers? De waaier is internationaal: van West- en Oost-Europa over Egypte en Syrië naar Amerika, India en Australië. De schrijvers zijn mannen én vrouwen. De interreligieuze dialoog wordt vertegenwoordigd door de veelzijdige Thomas Merton, Henri Le Saux, een pionier in de dialoog tussen hindoeïsme en christendom, Jeroen Witkam, zenmeester, monnik en voormalig abt, John Main die dankzij zijn contacten met een Indiase Swami in Maleisië de christelijke meditatie herontdekte. Sterk mystiek gekleurde teksten zoals die van Julian van Norwich, Hadewijch, Johannes van het Kruis of Bernardus wisselen af met raadgevende teksten van meer praktische aard van Johannes Cassianus, Aelred van Rievaulx, Michael Casey en anderen. De situatie waarin de auteurs zich bevinden is in sommige gevallen zeer contrasterend. Zo luisteren we naar monniken in de eenzame Egyptische woestijn in de 4e-5e eeuw of naar de recluse Julian in de teruggetrokkenheid van haar kluis in Norwich in de 14e eeuw, maar evenzeer naar de hedendaagse dominicaan Timothy Radcliffe die in het jubeljaar 2000 een wereldcongres van enkele honderden benedictijnse abten toesprak in een grote aula in Rome.
14 d e mo na st i eke t ui n
Bij aandachtige lezing valt de betrokkenheid en verbondenheid van de auteurs met hun lezers op, al leiden de meeste van deze mensen een stil en uit de wereld teruggetrokken leven. Sprekend voorbeeld hiervan is Julian van Norwich die in een relaas van haar eerste visioen schrijft: ‘Het is bovenal dit schouwen en minnen van de Schepper, dat de ziel in eigen ogen klein maakt en haar met eerbiedige vrees en ware nederigheid vervult, en tegelijkertijd met heel veel liefde voor haar broeders en zusters in Christus.’ Beste lezer en lezeres, maak vrij en ontspannen een wandeling in de hier aangeboden monastieke tuin, doch indachtig de raad van de cisterciënzermonnik en vriend van Bernardus, Willem van Saint-Thierry: ‘Een tekst die men toevallig tegen het lijf loopt en geen continuïteit in de lezing tot gevolg heeft, voedt de ziel niet, maar levert haar uit aan wisselvalligheid. Hoe vluchtiger geconsumeerd, des te vlugger hij uit het geheugen verdwijnt. Beter is het om huisgenoot te worden van uitgelezen meesters en de ziel met hen vertrouwd te laten worden.’ Alexis Werbrouck osb
d e mo na st i eke t uin 15
— 1 —
Willem van Saint-Thierry Huisgenoot worden van uitgelezen meesters Op vastgestelde uren houdt men zich onledig met een welbepaalde lezing. Want een tekst die men toevallig tegen het lijf loopt en geen continuïteit in de lezing tot gevolg heeft, voedt de ziel niet maar levert haar uit aan wisselvalligheid. Hoe vluchtiger geconsumeerd, des te vlugger hij uit het geheugen verdwijnt. Beter is het om huisgenoot te worden van uitgelezen meesters en de ziel met hen vertrouwd te laten worden. Vooral aan de boeken van de heilige Schrift is men het verplicht om ze te lezen en te verstaan in diezelfde geest die ze deed ontstaan. Je zult met de gedachtegang van Paulus nooit vertrouwd raken als je niet door aandacht bij het lezen en assimilatie bij het van buiten leren, jezelf doordrenkt met zijn geest. David zul je nimmer begrijpen als je je eigen ervaring niet openstelt voor de gevoelens die de psalmen tot uitdrukking brengen. En zo gaat het ook met de andere auteurs. Verder, over welk boek het ook gaat: lectio1 en studie verschillen evenveel van elkaar als vriendschap en gastvrijheid, evenveel als broederlijke genegenheid en een voorbijgaande groet. Vertrouw ook elke dag een brokje van je gewone lectio toe aan de maag van je geheugen; een hapje dat beter verteert en dat, om het beeld van de mond te gebruiken, voorwerp is van voortdurend herkauwen. Het kan om een W i lle m van S ai n t-T hi erry 17
gedachte gaan die aansluit bij onze levenswijze of die onze aandacht vermag vast te houden en onze ziel zo weet te boeien dat vreemde gedachten verre blijven. Uit de lectio moet een gemoedsaandoening groeien. De lectio wordt ook herhaaldelijk onderbroken door gebed. Dergelijke onderbrekingen storen de ziel minder dan dat ze haar binnenvoeren in een helderder verstaan van de tekst. De lectio staat in functie van de intentie. Zoekt de lezer in de lectio werkelijk God dan werkt al wat hij leest mee naar dit ene doel. Zijn denken raakt geboeid en omvat de betekenis van de tekst naar Christus toe. Maar wijkt hij af van dit doel, dan sleept zijn intentie alles met zich mee. Hoe heilig of vroom de dingen ook mogen zijn die hij vindt in de Schrift, zij staan toch in dienst van zijn slechtheid en ijdelheid door de ommekeer van zijn gevoelens of de verdwazing van zijn geest. Bij de schriftlezing is daarom de vreze Gods altijd begin van wijsheid2. In haar sluit zich de intentie van de lezer; uit haar schoot ontspringen vervolgens zowel het begrijpen als het ervaren van het gelezene, beide harmonieus met elkaar verbonden. 1 In strikte zin lectio divina of Bijbellezing, bestaande uit lectio (lezing) – meditatio of ruminatio (meditatie) – oratio (gebed) – contemplatio (stil schouwend verwijlen). In de monastieke traditie is meditatio niet zozeer overweging, maar wel het herhalen van een tekst tot hij een plaats heeft gevonden in het geheugen van het hart. In ruimere zin lectio spiritualis of geestelijke lezing van andere teksten. 2 Zie Ps 111:10.
Willem van Saint-Thierry. De Gulden Brief [vertaald, ingeleid en geannoteerd door G. Aerden], Ten Have, Kampen, 2005, 87-88.
18 W i lle m van S ai n t-T hi erry
— 2 —
Julian van Norwich Nu eens vertroosting, dan weer verlatenheid Hierna liet Hij mijn ziel een opperste geestelijk genot smaken. Ik voelde me boordevol blijvende zekerheid, krachtig bevestigd, vrij van kwellende angst. Zo verheugend en zo geestelijk was deze ervaring, dat ik één en al vrede was, rustig en ontspannen, en dat niets ter wereld mij had kunnen verstoren. Het duurde echter niet lang of ik werd overhoop gehaald, en aan mezelf overgelaten. Ik voelde me loom, ontevreden met mijn bestaan en geïrriteerd over mezelf, zodat ik nauwelijks het geduld opbracht om verder te leven. Voor dit soort ervaring kan er geen troost noch verzachting bestaan, behalve dan het geloof, de hoop en de liefde. Deze droeg ik ook werkelijk in mij, maar ik werd het nauwelijks gewaar. Ineens schonk onze lieve Heer mijn ziel opnieuw vertroosting en vrede, genot en zekerheid, zo zalig en groots dat geen angst, geen verdriet, geen pijn, fysiek noch geestelijk, deze had kunnen verstoren. Daarna dook opnieuw de pijn op, dan weer de vreugde en het genot: nu het ene, dan het andere, steeds weer opnieuw. Ik denk wel twintig keer na elkaar. In de ogenblikken van vreugde had ik met Paulus kunnen zeggen: ‘Niets kan me scheiden van de liefde van Christus’; en in de pijnlijke momenten had ik met Petrus kunnen uitroepen: ‘Heer, red me, ik verga!’
Juli an van No rw ich 21
Dit visioen werd mij getoond opdat ik zou leren begrijpen dat een dergelijke ervaring nuttig kan zijn voor sommige zielen. Het is goed dat zij soms vertroosting ondervinden, en dat zij die op andere keren moeten ontberen en aan zichzelf overgelaten worden. God wil dat we beseffen dat de bescherming die Hij ons biedt in wel en in wee steeds even groot is, en dat een mens soms om bestwil aan zichzelf overgelaten wordt, ook al is dit niet altijd het gevolg van zijn zonde. Bij mij was er immers toen geen sprake van een zonde die deze verlatenheid zou verdiend hebben, plots en onverwachts als zij intrad. En dit zalige gevoel had ik evenmin verdiend. De Heer geeft dat zomaar, wanneer Hij wil. En Hij staat op andere ogenblikken toe dat we ons ellendig voelen. Beide zijn uitingen van één en dezelfde liefde. Het is immers Gods wil dat we zelf ons uiterste best doen om onze gemoedsvrede te bewaren, want de zaligheid is eeuwig en de pijn gaat voorbij. Zij zal voor hen die gered zullen worden tot niets gereduceerd worden. Daarom wil Hij niet dat we op onze pijnervaringen ingaan door te wenen en te klagen, maar wel dat we er prompt overheen stappen om ons op te houden in de grenzeloze genieting die God is. G. Valkenborgh, ‘Alles komt goed …’ Julian van Norwich. Visioenen, Altiora/Kok, Averbode/Kampen, 1994, 57-58.
22 Juli an van No rw ich
www.lannoo.com www.lauravanabtpoimen.be Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Omslagontwerp en vormgeving Studio Lannoo Illustraties © Maur-Etienne van Doorslaer © Uitgeverij Lannoo nv en de Laura van Abt Poimên D/2015/45/470 – ISBN 978 94 014 2879 8 – NUR 700 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.