Skip to main content

9789401428682

Page 1

Zuur


Lees ook de andere thrillers in deze reeks: 1. Hou van mij! 2. Laat me los 3. Vergeet me niet 4. Vergeef me 5. Zuur De delen zijn ook los te lezen.


anja feliers Zuur


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met ­informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. Eerste druk september 2015 Tweede druk oktober 2015 Tekst: Anja Feliers Opmaak: Asterisk*, Amsterdam Ontwerp opmaak: Studio Lannoo Coverontwerp: b’IJ Barbara Als u opmerkingen of vragen heeft, dan kunt u contact nemen met onze redactie: redactielifestyle@lannoo.com © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2015 D/2015/45/501– NUR 332 ISBN: 978-94-014-2868-2 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Ze was bloedmooi. Nog steeds. Na al die jaren. Bijna veertig, maar haar huid oogde fris, haar blik was helder en slank was ze altijd al geweest. Terwijl ze de trappen van haar herenhuis af liep, het buurmeisje groette en naar haar zwarte Mercedes stapte, voelde ik hoe moei­ lijk het te aanvaarden was hoe perfect ze eruitzag. Hoe perfect ze leek. Alles aan haar straalde klasse uit. De stijlvolle zwarte jumpsuit waar haar taille prachtig in uit­ kwam. De zwarte pumps die hoog genoeg waren om haar vrou­we­ lijkheid te benadrukken. De zwarte designertas met de zilverkleu­ rige gespen. Zelfs de clip die in haar opgestoken kastanje­bruine haar zat, zag er exclusief uit. Haar perfectionisme was een streling voor het oog. Maar ik wist beter. Ik wist alles. Achter die tevreden glimlach, haar zorgeloze blik, school een waarheid die ze verborgen hield. Weinig mensen wisten wie Daphne Den Hartog werkelijk was. Haar verleden had ze begra­ ven samen met haar rechtvaardigheidsgevoel. Ontkenning zorgde voor haar nachtrust. Wat zich in haar vorige leven had afgespeeld, was volgens haar nooit gebeurd. De blik die zij elke ochtend in de spiegel wierp, straalde zelfvertrouwen en onschuld uit. Ik schudde mijn hoofd om zoveel overmoed. Tegelijkertijd wist 5


ik dat ze nooit zou toegeven. Niet aan anderen. Niet aan zichzelf. Zeker niet aan zichzelf. Zelfs als ik haar onder druk zou zetten, zou ze niet bekennen. Ze was er nog steeds goed in mensen uit haar leven te weren. Dat was toen al zo. Ik had gehoopt dat ze veranderd was. Dat het leven haar milder zou hebben gemaakt. Het tegendeel was het geval. Ze duldde geen imperfectie. Nog steeds niet. Ik stak mijn hand in mijn jaszak en hield het flesje stevig in mijn hand. De vloeistof erin zou haar leven veranderen. Net zoals zij mijn leven had veranderd. Wat ze mij had afgepakt, was nooit meer terug te krijgen. Mijn ogen volgden haar terwijl ze in haar Mercedes stapte en ze wachtte tot het dak zich opende. Even leek het alsof ze me zag, alsof we oogcontact maakten. Toen pakte ze haar exclusieve zonnebril en zette hem op. Ik keek de auto na toen ze langzaam de straat uit reed. Het werd tijd om te handelen. Oog om oog, tand om tand. Ik had lang genoeg gewacht. Vanavond, op het feest, zou ze eindelijk haar schuld inlossen.

6


1


Kathleen Lucas legde zijn armen op mijn heupen. De dansvloer was aangenaam gevuld. Het licht in de ruimte was suggestief en voor het eerst in tijden voelde ik een rust over me neerdalen. Ik was blij dat dit feest voor Guido vanavond was. Hij organiseerde een Venetiaans gemaskerd bal in het prachtige Poortgebouw. Guido was een vriend van me. We zagen elkaar niet wekelijks, maar áls we elkaar zagen, was het altijd fijn. En dat ik hier vanavond met Lucas was, maakte het helemaal af. ‘Dit voelt goed’, fluisterde Lucas in mijn oor. Hij streek even met zijn hand over de open rug van mijn jurk. Een rilling gleed over mijn lichaam. Ik legde mijn hoofd tegen het zijne en sloot mijn ogen. De geur van Lucas’ aftershave had altijd een bedwelmend en rustgevend effect op me. Ik zuchtte terwijl ik mijn greep om zijn nek verstevigde. De muziek haalde herinneringen uit mijn jeugd naar boven. Fleetwood Mac veroorzaakte altijd een bitterzoete nostalgie. ‘Everywhere.’ Het deed me denken aan de uitnodiging die vanmorgen in de brievenbus lag en die alles nog moeilijker maakte. Ik had Lucas er niet over verteld. En zelfs mijn dochter Julie niet. Hoe hard ik ook mijn best deed het verleden ver weg te houden, nu diende het zich onvermijdelijk aan. Ik had de uitnodiging gemakkelijk kunnen weggooien. Haar negeren. Wegwuiven dat mijn aanwezigheid op deze reünie nodig was. Maar dat zou het toppunt van ontkenning zijn. Ik wist dat negeren niet mijn sterkste punt was. Maar ik 9


wist ook dat wanneer ik op deze uitnodiging zou ingaan, de gevolgen desastreus konden zijn. De muziek stopte plotseling. Guido, in een over the top wit pak en met een mysterieus masker op, stapte het kleine podium op en pakte de microfoon. Hij keek glimlachend de ruimte in, die vol was met gemaskerde mensen. Hij kuchte onhandig en vroeg het woord. Lucas en ik stonden nog steeds op de dansvloer, net als een paar andere stellen, en keken verwachtingsvol toe. ‘Lieve mensen’, zei Guido. De blijdschap in zijn ogen was zichtbaar. Ik maakte even oogcontact met hem en knikte hem goedkeurend toe. ‘Ik ben geen man van veel woorden. Ik dóé liever. Op alle vlakken.’ Een goedkeurend gelach weerklonk. ‘Maar vanavond wil ik jullie heel graag bedanken. Ik heb jullie uitgenodigd op mijn feest. Vijftig worden is niet niks. Vijftig worden en je soms gedragen als een twintiger is al helemaal not done.’ Opnieuw klonk er gelach. ‘Ik wil jullie graag bedanken voor jullie aanwezigheid. Ik heb er bewust voor gekozen deze avond te delen met alleen maar mensen die me na aan het hart liggen. Want ik wil me deze avond voor altijd herinneren.’ Zijn blik gleed naar iemand die ergens vooraan op de dansvloer stond. ‘Daphne, ik wil jou extra bedanken dat je dit met me deelt vanavond. Je weet wat je voor mij betekent. Ik heb het je vaak genoeg gezegd.’ Zelfs met haar masker op zag ik dat de vrouw in kwestie gegeneerd was door Guido’s woorden. Ook toen hij het glas op haar hief, zag ik het ongemak in haar houding. Ik wist wie ze was. Ze was een collega van Guido, net als hij plastisch 10


chirurg. Ze was iets jonger dan hij, maar zijn liefde voor haar was groot. Jammer genoeg was ze ook onbeantwoord. De muziek begon opnieuw te spelen. Ik zag hoe Guido van het podium stapte en regelrecht naar Daphne ging. Hij kuste haar. Nog steeds merkte ik ongemak in haar houding. Ik wist niet of het een goed idee van Guido was geweest om haar hier zo openlijk zijn liefde te betuigen. ‘Zullen we verder dansen?’ vroeg Lucas. Ik keek hem lachend aan en sloeg als antwoord mijn armen om zijn nek.

11


Daphne ‘Zullen we buiten in de loungestoelen even een sigaretje roken?’ vroeg Daphne. Frank, een vriend die ze vanavond had meegevraagd, knikte en samen verlieten ze de feestzaal, waar de muziek nu de gesprekken overstemde. ‘Vond je het vervelend?’ vroeg Frank terwijl ze in de ­loun­ge­­stoelen gingen zitten. Ze wist dat Frank doelde op Guido’s speech. ‘Vervelend is het woord niet’, zei ze. ‘Ik vond het eerder ongepast.’ Daphne kende Guido al een flink aantal jaren. Hij had haar aangenomen in de Clinique, waar hij eigenaar van was. Behalve dat ze hem als arts waardeerde, was er in al die jaren ook een goede vriendschap ontstaan. Net als zij was Guido vrijgezel, maar ze wist dat wanneer ze hem de kans zou geven, hij alle moeite zou doen om iets met haar te beginnen. Alleen stond Daphnes hoofd niet naar relaties. Ze kon het idee van iemand levenslang aan haar zijde niet verdragen. Ze had a­ fwisseling nodig in haar leven. Op alle vlakken. Het enige constante in haar leven was haar werk, maar dat gaf haar zoveel voldoening dat ze dat alleen maar als meerwaarde zag. ‘Ik wist niet dat het hier zo mooi was!’ Franks stem klonk bewonderend terwijl hij de omgeving in zich probeerde op te nemen. ‘Je bent nog nooit in het Poortgebouw geweest?’ vroeg Daphne. ‘Ik heb er veel over gehoord, maar nu ik het zie, moet ik zeggen dat ik dit nooit had verwacht.’ 12


Franks blik gleed over het domein. Het oude kasteel met de prachtige slotgracht en de brug lag er altijd mooi bij. De bomen eromheen, de prachtige weiden en zelfs de slotmuren maakten het plaatje af. Nu, in het donker, terwijl de sfeerverlichting overal brandde, was het nog mooier dan overdag. ‘Het is hier zalig’, zei Frank. Hij bood Daphne een sigaret aan terwijl hij genietend om zich heen keek. ‘We hebben geluk dat het zo’n mooie zomeravond is’, reageerde Daphne terwijl ze de rook uitblies. Ze dronk van de champagne die ze mee naar buiten had genomen. Ze waren niet de enigen die buiten van deze avond genoten. Overal liepen mensen rond, slenterend over het terrein. ‘Guido vindt het maar niets dat ik bij je ben.’ Frank keek Daphne aan en wachtte op een reactie. ‘Guido vindt geen enkele man in mijn buurt geweldig. Trek je daar maar niks van aan.’ ‘Dat doe ik ook niet’, antwoordde Frank kalm. ‘Voor een relatie moet je met zijn tweeën zijn.’ Frank lachte. ‘Als hij wist dat wij seks hadden, zou hij mijn benen breken, denk ik.’ Daphne zei niets. Ze wist dat Frank er niet moeilijk over deed dat ze een vrijblijvende relatie hadden. Hij was zoekend. Zij zocht niet meer. Hij wist dat zij hem soms gebruikte, maar zolang hij geen serieuze relatie had, gaf hij haar graag wat ze wilde. Hij prikkelde haar. Ze hadden heerlijke seks en Frank deed het graag op spannende plaatsen. ‘Kun je nu in dat kasteel?’ Frank bestudeerde het verlichte gebouw. ‘Nee, het wordt soms gebruikt voor exposities en zo. Maar je kunt er niet zomaar naar binnen.’ ‘Jammer’, zei Frank. ‘Ik zou je graag eens in een van die torenkamers nemen.’ 13


Daphne lachte hardop. ‘En die donkere gebouwen achter op het terrein?’ Daphne knikte. ‘Ooit waren dat gebouwen voor psychiatrische patiënten. Nu zijn ze leeg en vanbinnen verrot, maar je kunt er nog steeds in.’ ‘Mmm’, zei Frank. ‘Je prikkelt mijn nieuwsgierigheid.’ Hij wierp haar een suggestieve blik toe. ‘Ze worden soms gebruikt als locatie voor trouwfoto’s. Het heeft wel iets, die oude ruimtes waar de verf van de muren en de deuren bladdert.’ Daphne werd afgeleid door haar dochter, die samen met Guido’s zoon in de richting van de oude gebouwen liep. ‘Ze is mooi, je dochter.’ Daphne glimlachte. Het deed haar wel wat als ze haar zeventienjarige dochter zag lopen. Ze was jong, knap en zelfstandig. Soms kon ze nauwelijks geloven dat dit háár dochter was. Wat ooit ‘een ongelukje’ was, was nu haar grootste rijkdom. ‘Cara wordt binnenkort achttien’, zei Daphne terwijl ze rook uitblies. ‘Groot feest?’ ‘Ja, dat heb ik haar beloofd. We houden het feest hier. Cara is dol op deze locatie. Ze wil zelfs nergens anders gaan kijken.’ ‘Dat snap ik’, reageerde Frank. Hij keek opnieuw in de richting van Cara en Guido’s zoon. ‘Volgens mij zijn ze het gebouw in’, zei hij grinnikend. Daphne wist wat Frank suggereerde. ‘Ik heb een erg verstandige dochter. Ik maak me geen zorgen.’ Frank grijnsde. 14


‘Als ze op haar moeder lijkt, zou je dat wel móéten doen.’ Daphne schudde haar hoofd, drukte haar sigaret uit en nam een slok van haar champagne. ‘Zullen we weer naar binnen gaan? Ik wil graag met je dansen.’

15


Cara ‘Ik wil even kijken.’ Alexanders stem klonk plagerig terwijl hij langzaam in de richting van het oude gebouw liep. Cara dronk een slokje champagne en schudde koppig haar hoofd. ‘Er is daar geen licht. Je zult weinig zien.’ Alexander keek Cara lachend aan. ‘Dat zou mij moeten tegenhouden? Kom. Als je niet meegaat, ga ik alleen.’ Cara bestudeerde Alexander. Ze kende hem al van kleins af aan. Hij was Guido’s zoon en ze hadden elkaar altijd op feestjes zoals dit gezien. Maar de laatste jaren was Alexander niet op de feestjes geweest. Van haar moeder hoorde ze dat hij een moeilijke puberteit doormaakte. Door de l­astige scheiding tussen zijn ouders wilde hij niets wat met zijn ouders en familie te maken had. Ze had hem jaren niet ­gezien en toen ze vanavond op Guido’s feest ontdekte dat hij er was, was ze aangenaam verrast. Ze hadden de hele avond gekletst en ze voelde hoe Alexander steeds meer zijn best deed om haar te imponeren. Er was een vreemd soort spanning tussen hen ontstaan en Cara wist niet goed wat ze met dat gevoel moest. Ze dacht aan Louis, haar vriend, met wie ze al een tijdje iets had. Ze schudde haar hoofd. Ze duwde de gedachte aan Louis weg. Ze deed niets verkeerd. Alexander keek Cara opgetogen aan en bracht zijn gezicht dicht bij het hare. ‘Kom op’, moedigde hij haar aan. ‘Jij kent hier de weg. Leid me rond, alsjeblieft.’ Een zindering gleed door Cara’s onderbuik. De spanning die ze eerder had gevoeld, nam toe. 16


Met een gevoel van opwinding deed Cara een paar stappen in de richting van de deur. Ze giechelde bij het schurende geluid dat die maakte toen ze hem moeizaam openduwde. Alexander glipte langs haar naar binnen. Sprakeloos bleef hij staan. Er viel meteen een kille, vochtige lucht over hen heen. Er kwam nauwelijks zon het gebouw in vanwege de dikke muren en zelfs de zomerse temperaturen van de afgelopen dagen hadden daar geen verandering in gebracht. ‘Nou’, zei hij zacht. ‘Dit spreekt echt tot de verbeelding.’ Zonder op Cara te wachten liep hij de eerste ruimte in. Gruis en vuil kraakten onder zijn voeten. Cara besefte dat ze er niet op gekleed was om in een oud, verlaten gebouw, gehavend door de tand des tijds, in het donker rond te struinen. Ze droeg hoge hakken en ze was ervan overtuigd dat haar lange zwarte jurk vuil zou worden. Ze nam haar ­masker af en legde het op de vensterbank. Ze had er last van in deze duisternis. Ze hield nog steeds haar glas champagne vast en dronk het in één keer leeg. Ze had al te veel op, dat wist ze zelf ook wel. Ze zette het lege glas op de rand van een vensterbank en giechelde zenuwachtig. ‘Ik weet niet eens of dit mag’, fluisterde ze. Door de zenuwen viel ze stil en voetje voor voetje liep ze verder de duisternis in. ‘Fantastisch’, hoorde ze Alexander fluisteren. Het schamele licht dat binnenviel, kwam van de sfeerverlichting buiten. Her en der kon je een schaduw ontdekken van een oude stoel die achtergelaten was, maar de verbeelding maakte het gebouw aantrekkelijker dan het eigenlijk was. Cara bleef staan en leunde tegen een deurpost. 17


‘Het is hier kil’, zei ze zacht. Ze zocht Alexanders blik, maar de duisternis maakte dat onmogelijk. De trap die voor hen lag, nodigde uit om naar boven te gaan. Alexander pakte ongevraagd Cara’s hand. ‘Kom mee.’ Het ongeduld en de nieuwsgierigheid waren hoorbaar in zijn stem. Terwijl ze de trappen op liepen, voorzichtig, tastend, voel­de Cara hoe haar feestkleren haar in de weg zaten. Haar jurk zat strak om haar lichaam en de smalle rok om haar benen maakte het lastig om de trappen op te gaan. Ze liet Alexander los. ‘Ga maar’, zei ze toen. ‘Ik volg wel.’ ‘Oké’, hoorde ze hem zeggen. Hij liet haar hand los en door het geluid van zijn voetstappen merkte ze dat hij sneller naar boven liep dan zij. Ze zuchtte en liet zich op de trap ­zakken om haar hakken uit te doen. Hopelijk zou ze haar jurk niet verpesten. Ze trok haar pumps uit, stond op en voelde hoe de kou van de stenen trap in haar voeten kroop. Ze liep door naar boven. Hier was iets meer licht, maar nog steeds moest ze goed kijken waar ze liep. Op haar blote voeten, met de pumps in haar hand, liep ze verder door de lege, vochtige ruimte. ‘Alexander?’ fluisterde ze terwijl ze even stil bleef staan. Maar behalve voetstappen in de verte hoorde ze nagenoeg niets. Ze schudde haar hoofd. Wat deed ze hier? Toch liep ze verder, voelend aan de verweerde muren. De ramen lieten een zachte gloed van het licht buiten binnenvallen, maar het was niet genoeg om duidelijk te zien wat er zich om haar heen bevond. 18


‘Alexander!’ riep ze opnieuw, nu iets harder. Ze vond het niet leuk meer dat hij haar hier had achtergelaten. De duisternis gaf de omgeving iets beklemmends en hoewel ze niet snel bang was, vond ze het hier niet prettig. Ze was net een tweede ruimte in gelopen, toen ze ineens achter zich een geluid hoorde. Ze draaide zich om en probeerde te focussen. Zag ze daar een gedaante bij de deur? ‘Alexander?’ Ze hoorde zelf hoe de angst haar stem veranderde. De gedaante in de deuropening stond roerloos. Cara twijfelde of ze het wel goed zag. Ze bleef even kijken. De gedaante bewoog niet. Ze begon aan zichzelf te twijfelen. Was het niet gewoon een vreemde schaduw? Ze wachtte even. Toen draaide ze zich weer om en schuifelde verder in de richting waar ze Alexander vermoedde. Terwijl ze een paar stappen zette, hoorde ze opnieuw een zacht geluid achter zich. Cara draaide zich om, bruusk en geschrokken. Maar nog voordat ze besefte wat er gebeurde, zag ze hoe de donkere schaduw bliksemsnel naar haar toe schoof. Geruisloos, zo leek het. Ze wilde iets roepen. Ze wilde laten weten dat ze niet alleen was. Maar voordat ze daar de kans toe kreeg, zag ze hoe een hand haar gezicht naderde. De snelheid van de handeling verraste haar. Ze kreeg de kans niet om iets te zeggen of te doen. Ze voelde hoe een plens water over de rechterkant van haar gezicht sloeg. Het water droop langs haar hals, haar schouder en haar arm. Ze kneep instinctmatig haar ogen dicht. ‘Is dit een grap?’ riep ze nog. Waarom gooide iemand water over haar heen, hier, in dit donkere gebouw? Maar voordat er een antwoord kwam, voelde ze hoe een golf van pijn haar overspoelde. De rechterkant van haar gezicht leek ineens 19


in brand te staan. Haar rechteroog leek uit elkaar te spatten. De pijn was zo overweldigend, zo allesoverheersend, dat ze nauwelijks adem kon halen. Ze registreerde amper dat de gedaante net zo snel verdween als hij was gekomen. Ze hapte naar adem, zocht steun tegen de dichtstbijzijnde muur. Wat gebeurde er? Waarom stond haar gezicht in brand? Hete vlammen zochten zich een weg over haar lichaam. Haar benen werden wankel. Dit was geen water. Dit was iets anders. Iets bijtends. Pijnlijk bijtend. Brandend. Ze zakte in elkaar terwijl ze probeerde de pijn te beheersen, die een weg zocht over haar hals, haar rechterschouder en haar arm. Maar bij elke seconde die verstreek, leek haar huid verder te scheuren. Haar gezicht leek op te lossen en tegelijkertijd in brand te staan. Ze hoorde zichzelf krijsen. Het klonk onmenselijk en beestachtig, maar ze kon het niet tegenhouden. Schreeuwen was het enige wat ze kon. De pijn zoog zich in haar huid, in haar ogen. Ze had haar lichaam niet meer onder controle. Ze voelde hoe het spastisch schokte. Ze ging dood, daar was ze van overtuigd. Deze pijn verteerde haar. Deed haar hersenen uit elkaar spatten. Ondanks de verschroeiende pijn besefte ze dat ze iets moest doen. ‘Alexander!’ Ze krijste zijn naam met haar laatste krachten. De put waar ze in leek te vallen was bodemloos. De pijn was allesoverheersend. Ze was ervan overtuigd dat ze nooit meer wakker zou worden. Dit was de dood. Dit was de hel, en het vuur verteerde haar.

20


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401428682 by Uitgeverij Lannoo - Issuu