Luuk van Middelaar en Philippe Van Parijs (red.)
NA DE STORM Hoe we de democratie in Europa kunnen redden Herman Van Rompuy & RĂŠmi Brague, Maurizio Ferrera, Dieter Grimm, JĂźrgen Habermas, Turkuler Isiksel, Ivan Krastev, Koen Lenaerts, David Miller, Dani Rodrik, Pierre Rosanvallon, Fritz W. Scharpf, Paul Scheffer, Amartya Sen, Larry Siedentop Frank Vandenbroucke
WWW.LANNOO.COM Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. OMSLAGFOTO OMSLAGONTWERP VORMGEVING EN ZETWERK
Angelos Tzortzinis/AFP Studio Lannoo Keppie & Keppie
© Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2015 en Luuk van Middelaar en Philippe Van Parijs D / 2015 / 45 / 561 - ISBN 978 94 014 2799 9 – NUR 740 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUD
PROLOOG Luuk van Middelaar en Philippe Van Parijs: Na de Storm?
——— 7
INLEIDING Herman Van Rompuy: Bespiegelingen na vijf jaar in Europa ——————————— 11
OORSPRONG EN UITDAGINGEN 1 Turkuler Isiksel: Dromen van handelsvrede ———————— 2 Rémi Brague: Vijf uitdagingen voor de Europese democratieën 3 Dani Rodrik: De toekomst van de Europese democratie ——— 4 Larry Siedentop: Enkele onbedoelde gevolgen van de Europese integratie ——————————————— 5 Amartya Sen: De vereisten voor democratie in Europa ———
RECHTVAARDIGHEID EN LEGITIMITEIT 6 Jürgen Habermas: Democratie en de Europese crisis ———— 7 Dieter Grimm: De kracht van terughoudendheid in de Europese Unie ————————————————— 8 Koen Lenaerts: Demoicratie, constitutioneel pluralisme en het Hof van Justitie van de Europese Unie ——————— 9 Fritz W. Scharpf: Na de crash: een Europese democratie met meerdere lagen —— 10 Ivan Krastev: De democratie van de verwerping ——————
5
27 41 55 69 83
99 113 129 145 157
SOLIDARITEIT EN BESCHERMING 11 Paul Scheffer: De verborgen vitaliteit van Europa ————— 12 David Miller: Democratie in Europa: een pleidooi voor pluralisme ———— 13 Frank Vandenbroucke: De idee van een Europese Sociale Unie 14 Maurizio Ferrera: Hoe de Europese Unie besturen na zijn ‘faseverandering’ ———————————————— 15 Pierre Rosanvallon: De aard, het politieke model en de toekomstperspectieven van Europa —————————
175 189 201 217 231
EPILOGEN Luuk van Middelaar: Europa en de terugkeer van de politiek — 243 Philippe Van Parijs: Europa rechtvaardigen ———————— 261
Over de samenstellers ———————————————— 279
6
PROLOOG
NA DE STORM? ‘Toute société qui n’est pas éclairée par des philosophes’, schreef de Marquis de Condorcet, ‘est trompée par des charlatans.’ 1 Misschien had de voorzitter van de Europese Raad iets in de aard van die opvallende uitspraak in gedachten toen hij ons vertelde dat hij een ontmoeting wilde met Europese denkers. Denkers. Geen leden van een denktank. Geen experts. Geen onderzoekers met de Europese Unie als onderzoeksdomein. Noch politici of lobbyisten, hoe slim en goed geïnformeerd ze ook mogen zijn, die hij reeds bij verschillende andere gelegenheden kon ontmoeten. Dat was in het midden van 2012, ongeveer halfweg het vijfjarige mandaat van Herman Van Rompuy als voorzitter van de Europese Raad. Hij wilde denkers ontmoeten die hem konden helpen nadenken voorbij de storm waarin zijn voorzitterschap terechtgekomen bleek te zijn, om hem te helpen nadenken over het lot van Europa. Hij vroeg ons daarom een aantal denkers te selecteren, voldoende divers, voldoende in staat om hem iets te vertellen dat hij nog nooit eerder gehoord had, om hem iets te laten zien wat hij nog nooit eerder gezien had. En dat deden we. De mensen die we uitnodigden, waren niet allemaal professionele filosofen, maar ze waren wel allemaal het soort mensen dat Condorcet in gedachten moet hebben gehad. Mensen die in staat zijn en zich gerechtigd of eigenlijk verplicht voelen om vooruit te kijken en voorbij hun
7
discipline te denken en daarbij een licht te werpen op de huidige benarde situatie en toekomstige vooruitzichten van onze Europese Unie. Het resultaat was een reeks van openhartige, levendige en leerrijke ontmoetingen in Brussel. De gastdenkers drukten hun angsten en hun hoop uit en ook enkele meningen die diegenen die de macht bezitten, doorgaans niet willen horen. De voorzitter, van opleiding economist en filosoof, ondervroeg hen op zijn beurt en daagde hen uit in het licht van zijn eigen diepe overtuigingen en dagdagelijkse ervaring. Ongeveer de helft van de bijdragen aan de voorliggende bundel zijn korte essays waarin deelnemers aan die bijeenkomsten op een iets systematischere manier de inzichten uitdrukken die ze trachtten duidelijk te maken toen ze in Brussel waren. Om een aantal uiteenlopende redenen konden sommige deelnemers aan de bijeenkomsten geen essay indienen. In de plaats daarvan vroegen we bijdragen van een aantal andere ‘denkers’, van wie Herman Van Rompuy er een aantal had ontmoet in een andere context. Deze reeks bijdragen, die behoorlijk divers zijn qua inhoud en toonaard, soms somber gestemd, vaak bezorgd, altijd eerlijk, wordt voorafgegaan door een langer essay dat samenvat wat Herman Van Rompuy zelf geleerd heeft van die ontmoetingen en vooral van zijn ervaringen als voorzitter van de Europese Raad. Ze worden gevolgd door twee concluderende teksten waarin we elk onze eigen visie over de toekomst van de democratie in de Europese Unie uitdrukken. De titel van deze bundel is bedoeld om te suggereren dat hij een soort van vervolg op Europa in de storm vormt, het boek dat Herman Van Rompuy uitbracht in zijn laatste jaar als voorzitter van de Europese Raad. We hadden waarschijnlijk iets kunnen kiezen dat minder overmoedig klinkt dan Na de storm. Maar of die uitdrukking nu letterlijk of metaforisch wordt geïnterpreteerd, het gebruik ervan houdt niemand tegen
8
Die toekomst is echter in onze handen. De auteurs in deze bundel verschillen over vele onderwerpen van mening, maar zij delen alleszins deze overtuiging: politieke actie is belangrijk. Of stormen verhinderd of bedwongen kunnen worden, hangt van de leiders af die we kiezen en uiteindelijk van ons allemaal als Europese burgers. Maar hoe succesvol we zullen zijn, hangt ook af van onze vaardigheid om de aard van de uitdagingen te identificeren waarmee we geconfronteerd worden en de beste oplossingen te bedenken om ze aan te pakken. Een bijdrage leveren aan die taak is de onbescheiden ambitie van deze bescheiden bundel. Luuk van Middelaar Philippe Van Parijs september 2015
1
‘Een maatschappij die niet geïnformeerd wordt door filosofen, wordt bedrogen door charlatans.’ (Jean-Antoine-Nicolas Caritat, Marquis de Condorcet, Prospectus [1793], geciteerd in Elisabeth Badinter en Robert Badinter, Condorcet. Un intellectuel en politique (Paris: Fayard, 1988), p. 9.
9
PROLOOG
om te geloven dat er nog veel meer stormen op komst zijn. Wij zijn alvast die mening toegedaan. De toekomst zal uitmaken of de huidige periode moet worden gezien als een interval tussen twee Europese stormen of als een windstilte in een bijzonder lange storm.
INLEIDING
HERMAN VAN ROMPUY • Geboren in 1947 in Etterbeek (Brussel), België. • Studeerde economie en filosofie aan de KULeuven (1965-71). • Lid van het Belgisch parlement (1988-2009), voorzitter van de Vlaamse christendemocraten (1988-93), waarnemend eerste minister (1993-99) en voorzitter van de federale Kamer (2007-2008), eerste minister (2008-2009). • Eerste permanente voorzitter van de Europese Raad (2009-14). • Voorzitter van het European Policy Centre. • Laureaat van de Internationale Karelsprijs 2014. • Hij schreef onder meer de volgende boeken: De kentering der tijden (Tielt 1979); Op zoek naar wijsheid (Leuven 2007); Haiku (Gent 2010); Europe in the Storm: Promise and Prejudice (Leuven 2014).
In december 2008 werd Herman Van Rompuy onverwachts eerste minister van België na een episode in de financiële crisis die het plotse aftreden van zijn christendemocratische partijgenoot Yves Leterme veroorzaakte. Toen hij er een jaar later over nadacht om in die positie zijn eminente carrière in de Belgische politiek te beëindigen, werd Van Rompuy in een compleet nieuwe Europese topjob gekatapulteerd die al snel van vitaal belang zou blijken. De 26 andere staatshoofden of regeringsleiders van de Europese Unie verkozen hem tot hun eer-
11
ste permanente voorzitter, op een moment dat niemand zich ervan bewust was dat Europa op het punt stond om een van de meest turbulente periodes uit haar geschiedenis in te gaan. Tijdens zijn twee termijnen als voorzitter van de Europese Raad besteedde Van Rompuy de meeste energie aan de eurocrisis. Hij wordt algemeen erkend als diegene die de leiders van de Unie door die storm heeft gestuurd door zorgvuldig te luisteren, vertrouwen te wekken en tijdens nachtelijke onderhandelingen compromissen tot stand te brengen. Zijn rapport over een ‘echte Economische en Monetaire Unie’ uit 2012 vormde de grondslag waarop de huidige EU-leiders proberen verder te bouwen om de eenheidsmunt te versterken. De academische achtergrond van Herman van Rompuy is die van een econoom. Zijn eerste job oefende hij uit bij de Belgische Centrale Bank. Dat bleek handig te zijn voor heel wat problemen die hij als politicus diende aan te pakken. Maar hij merkte vaak spitsvondig op dat zijn opleiding als filosoof belangrijker was: daardoor kon hij de nuances in kaart brengen, verder kijken dan de mediastorm van de dag en een algemene richting aanduiden. Hij was niet de man die de schijnwerpers opzocht (en daarvoor soms ook bekritiseerd werd) en vond de tijd om niet alleen een aantal boeken met haikugedichten te publiceren, maar ook om zich tot het brede Europese publiek te richten over de fundamenten die ons binden, op de eerste plaats in de aanvaardingsrede bij de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie, en om op een diepgaande manier in debat te gaan met een aantal grote Europese denkers. In dit inleidend essay, dat vanuit die beschouwingen tot stand gekomen is, reflecteert Van Rompuy over enkele van de thema’s die hem het meest hebben beziggehouden tijdens zijn voorzitterschap: de uitdaging van het populisme, de nood aan leiderschap, de valse tegenstelling tussen ‘Europese’ en ‘nationale’ politiek en de toekomst van de democratie in Europa.
12
De bijdragen in dit boek komen allemaal van mensen die met gezag spreken in hun vakgebied en die begaan zijn met de toekomst van de Europese Unie. Zoals steeds lopen de meningen sterk uiteen. Het aanhoudende debat hierover en de geschiedenis zullen uiteindelijk de lijnen aangeven waarlangs de Unie zich verder zal ontwikkelen. Het is niet de bedoeling tot een consensus te komen, wel tot een vooruitgang in denken en handelen. Een aantal thema’s komt regelmatig terug: de democratie, de politieke unie, de sociale unie, de publieke opinie en het populisme. Ik geef daar een paar voorbeschouwingen bij, geïnspireerd door mijn eigen ervaring en nadenken over het Europees project. Ik heb met vrijwel alle auteurs van dit boek van gedachten gewisseld, en dat waren zonder uitzondering waardevolle en boeiende gesprekken. Vaak ging het ook om begrip krijgen voor elkaars perspectief. Daarbij hebben de politicus en de intellectueel elk hun eigen rol, hun eigen verantwoordelijkheid. Men stelt het al te gemakkelijk voor alsof ‘Europa’ vroeger enthousiasme wekte en nu alleen maar onverschilligheid oproept, en zelfs kritisch of vijandig bekeken wordt. Maar Belgisch premier Leo Tindemans beklaagde zich al in 1976 in zijn fameuze verslag over De Europese Unie, geschreven in opdracht van zijn acht Europese collega-regeringsleiders, over het teloorgaan van de vredesgedachte als centraal motief voor de Europese eenmaking. We zijn nu veertig jaar later! De Unie was bij aanvang een top-downbeweging zoals de natiestaten dat daarvoor waren. Die natiestaten ontstonden veelal doordat ze met geweld door heersers werden opgelegd. De Unie is tenminste ontstaan en gegroeid met democratische instemming van verkozenen.
13
HERMAN VAN ROMPUY
BESPIEGELINGEN NA VIJF JAAR IN EUROPA
Heel vaak hoor je in verband met Europa de term ‘democratisch deficit’. In verschillende bijdragen in dit boek komt deze term boven. Ik wil hier een wat provocerende stelling naar voren schuiven: ik vind dat de Unie politiek overgedemocratiseerd is. Er is immers een dubbele legitimiteit: de eerste via nationale verkiezingen in de lidstaten, de tweede via het rechtstreeks verkozen Europees Parlement. Die twee kunnen botsen, of de nationale democratieën kunnen onderling botsen. Dat gebeurt ook binnen federale staten. Een Belg begrijpt dat beter dan een burger uit een centraal aangestuurd land. Een van de ideeën die het in de Europese Conventie van 2003 niet heeft gehaald, was de instelling van een jaarlijkse assemblee die zou bestaan uit enerzijds het Europees parlement en anderzijds de nationale parlementen van de lidstaten. Op die manier zou de dubbele legitimiteit voor de zwaarste besluiten nog worden verstevigd, op een heel zichtbare manier. Dat voorstel is gesneuveld en dat is jammer. De Europese Unie en meer in het bijzonder de eurozone zijn heel specifieke organisaties. Ze bestaan bij de gratie van de natiestaten, die delen van hun soevereiniteit aan beide organisaties hebben afgestaan. Het gevolg is dat de nationale democratieën macht hebben verloren. De Grieken dachten dat ze hun lot nog volledig zelf in handen hielden door een nieuwe regering aan het bewind te brengen, tot ze merkten dat behoren tot een monetaire unie met achttien andere democratieën een rem zet op de eigen soevereiniteit. Het heeft de Grieken een half jaar gekost om tot dat besef te komen, zes pijnlijke en ook voor de Unie schadelijke maanden. De Grieken zelf beschouwen deze hele periode als een nederlaag. Sommigen hoopten dat Griekenland de eurozone zou verlaten, terwijl ze heel goed wisten dat het land in dat geval in de afgrond zou storten. Het gevolg van deze hele episode is dat de mogelijkheid om de muntunie te verlaten plots een reële optie is geworden. Dat betekent meteen ook dat de eurozone niet als vanzelfsprekend in expansie is, maar ook een krimpzone kan worden, en bij uitbreiding niet alleen de
14
Het debat wordt vaak fout gevoerd. In het geval van Griekenland werd gezegd dat ‘de’ democratie niet werd gerespecteerd. Maar in een monetaire unie moeten alle democratieën, ook die van de kredietgevers, worden geëerbiedigd. Die democratieën kunnen botsen. In het geval van Griekenland was het één tegen achttien. Er was, wat Griekenland betreft, ook heel wat kritiek op het optreden van de zogenaamde instituties of de trojka, namelijk de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds. Die instellingen handelen uitsluitend op basis van het mandaat dat ze krijgen van de eurogroep, waarin de ministers van Financiën van de eurozone zetelen. Ze kunnen niet op zichzelf handelen en kunnen ook geen eenzijdge maatregelen nemen. Hooguit kun je zeggen dat het optreden van de drie instituties zich misschien wat te veel voor het voetlicht van de media heeft afgespeeld, terwijl ze als gremiumtechnici formeel geen publieke verantwoording – bijvoorbeeld voor het Europees Parlement – hoefden af te leggen.
NATIONALE VERSUS EUROPESE POLITIEK Soms wordt gesteld dat zolang de politieke leiders nationaal verkozen worden ze geen Europese reflex zullen hebben. Maar in de Verenigde Staten wordt het Congres in de staten verkozen, dus ligt daar niet de kern van het probleem. Zolang het Europese budget maar 1 procent van het Europese bbp bedraagt en de nationale publieke sectoren zo groot zijn als 50 procent van hun respectieve bbp, zal de politieke leider weten waar zijn machtsbasis ligt. Maar een premier of president in de Europese Raad kan wel degelijk het algemeen Europees belang voor ogen hebben. Hij of zij zal wel de neiging hebben te wachten tot het nationale be-
15
HERMAN VAN ROMPUY
eurozone, maar de Europese Unie in haar geheel. Ook dat geeft een wrange nasmaak.
lang en het Europese belang samenvallen. In een muntunie gebeurt dat snel, zeker in crisistijd. Wij zijn dan in dezelfde boot. Het is overigens een misvatting om te stellen dat alleen het Europees Parlement bevoegd is voor de Europese politiek. Ik spreek in dit verband graag over de ‘verbinnenlandsing’ van de Europese politiek. Nationale politici worden afgerekend op hun Europees beleid, of dat nu in Nederland is, in België, Frankrijk of Griekenland. De Europese problemen zijn dicht bij het dagelijkse leven van de mensen gekomen. De EU zal nooit bestuurd worden op abstracte wijze door mensen die alleen een op Europese verkiezingen rustende legitimiteit hebben. Dat gaat in tegen onze geschiedenis. Wij zijn niet één volk, wij zijn een samengaan van vele volken en vele staten. Dat zal altijd een moeilijkheid blijven. Ik verzet mij tegen het idee dat nationale verkozenen niet Europees kunnen denken. Het is niet omdat men nationaal verkozen is dat men niet kan zoeken naar het Europese belang. Soms moet men wachten totdat iedereen ervan overtuigd is dat de nationale en de Europese belangen samenvallen. Dat neemt tijd in beslag. Nogmaals: Europa zal nooit bestuurd worden door mensen die niet verankerd zijn in hun eigen nationale staten. De EU is en blijft een heel aparte constructie. We zouden de oorlog verloren hebben van de hearts and minds. Maar de wereld is vandaag grondig anders dan die van de stichters van Europa in de jaren vijftig van de vorige eeuw, en zelfs die van Jacques Delors in de jaren tachtig. Met de euro is Europa via het geld binnengetreden in het dagelijks leven van de mensen. De Unie is niet meer ‘ver van ons bed’. We gaan ermee slapen en staan ermee op, helaas met nachtmerries soms. Met de komst van de euro werd duidelijk dat er meer verantwoordelijkheid en solidariteit nodig is. De muntunie vraagt offers. Tevoren was Europa een gemakkelijke win-winsituatie voor alle betrokkenen. De eenheidsmarkt, het eerste grote project, was en is iets volledig an-
16
Europa zou niet in staat zijn tot solidariteit? Het Europees Stabiliteitsmechanisme is ingesteld: meer dan 500 miljard euro wordt ter beschikking gehouden als lening onder gunstige voorwaarden. Dat geld is afkomstig van de lidstaten. Het risico is heel reĂŤel dat men een deel van dat geld nooit terugziet, met name de leningen aan Griekenland. Er is nu dus meer feitelijke solidariteit dan vroeger. Solidariteit is eenvoudig wanneer er niet daadwerkelijk een beroep op wordt gedaan, wanneer er geen offers worden gevraagd! Sommigen zeggen ook dat iets niet democratisch is wanneer ze met het beleid niet akkoord gaan. Soms is het beleid te liberaal of te interventionistisch. In dat geval spreekt men van dictaten of van betutteling. Ideologie verbergt zich dan achter het democratisch argument.
NIEUWE INSTELLINGEN, EEN NIEUW VERHAAL, OF RESULTATEN EN RECHTVAARDIGHEID? Als men geen oplossing meer ziet, spreekt men in de Unie snel over nieuwe instellingen en personen. Een rechtstreeks verkozen president zou het Europees belang vooropstellen en mensen betrekken bij het Europees verhaal. Dat verwachtte men ook van het rechtstreeks gekozen Europees Parlement. Maar ook zo’n verkozen figuur zou moeten samenwerken met de vertegenwoordigers van de lidstaten, zoals in elke federale staat. Zolang de Unie budgettair zo weinig voorstelt als vandaag riskeert die president hoge verwachtingen te wekken waaraan hij of zij in genen dele kan beantwoorden. Men riskeert daarmee zelfs een omgekeerde reactie uit te lokken tegenover de Unie.
17
HERMAN VAN ROMPUY
ders dan de eenheidsmunt, waar we nu voor staan. We mogen geen nieuwe wijn beoordelen op basis van de zakken van het verleden.
Ook over een nieuw ‘verhaal’ hoor ik veel spreken. Maar dat zal moeilijk zijn in een postmoderne wereld die de grote ‘verhalen’ achter zich heeft gelaten. Ik geloof meer in een blijvende ‘Unie van waarden’. Publieke waarden die ons verbinden, zoals ze ook de Verenigde Staten verbinden, en die de rest van de wereld dikwijls ontbeert. In een onomkeerbaar sterk geïndividualiseerde samenleving maken publieke waarden een kans om mensen te verbinden, zeker als die bedreigd worden door het terrorisme, het radicalisme van sommige islamitische strekkingen, autocraten aan onze grenzen en andere fenomenen. Ik hoor spreken over Euraziatische, Aziatische of Afrikaanse waarden door sommige van hun leiders. Het is dikwijls een nauwelijks verhulde verantwoording voor autocratie. Op het ogenblik dat India, Brazilië, Indonesië, Japan, Zuid-Afrika, Nigeria volwaardige democratieën zijn zullen we dat opnieuw bezien. We moeten bewijzen dat Europa bijdraagt tot vrede, democratie, welvaart, werkgelegenheid en rechtvaardigheid. Resultaten zullen cruciaal zijn om Europeanen te overtuigen. De output zal bepalend zijn. Rechtvaardigheid zal een centraal thema worden. We leven in een Unie met grote ongelijkheden tussen de lidstaten, groter dan in de Verenigde Staten. Een markteconomie heeft zelfs de neiging cumulatief te verrijken en te verarmen. Daarom moet er gecorrigeerd worden door de overheden, ook de Europese. Dat was de oorsprong van de Europese structuurfondsen, die voor sommige landen tot 4 procent van het bbp konden oplopen! Wij hebben echter nog geen sociaal gecorrigeerde markteconomie op Europees vlak. Tegenover de markt moeten we een Europese ‘tegenmacht’ creëren, zoals we dat deden toen de nationale welvaartsstaten na de oorlog werden opgericht. Rechtvaardigheid gaat ook samen met bescherming. Het is de taak van de overheid de burgers te beschermen tegen wanorde, oorlog, ongeluk en tegenslag in het leven. Sommigen spreken op nationaal vlak vaak over overbescherming, die de eigen verantwoordelijkheid ondermijnt en tot ver-
18
En toch heerst het gevoel dat Europa meer een space is dan een place, meer een ruimte om vrij te bewegen dan een plek om zich beschut te weten. Meer voor zakenmensen, studenten en reizigers dan voor de gewone man die niet zo mobiel is en wiens leefwereld ondanks alles beperkt is. De moderne mens heeft behoefte aan een thuis (place), zeker met zijn wereldbeeld waarin onzekerheid en angst centraal staan, ondanks al het gepraat over ‘genieten’ en ‘alles is leuk’. De natiestaat is ook niet meer echt een thuis, maar Europa is dat zeker niet. Voor zover de Unie doordringt in het dagelijks leven is het op een negatieve wijze (de euro). En toch moeten wij de burger bewijzen dat de EU er ook is om hem te beschermen. Veel wetgeving ter verdediging van de consument is trouwens Europees, maar dat wordt afgedaan als bevoogdend. Een paradox!
LEIDERSCHAP EN POPULISME De Unie moet ook verdedigers hebben. Er wordt veel gesproken over het democratisch deficit, maar is er ook geen deficit inzake leiderschap? Waar zijn die moedige mannen en vrouwen die voor Europa spreken? Ik zie veel halfslachtigheid, lafheid soms. Leiderschap is een ander woord voor politieke moed, moed om grenzen te verleggen, om niet zomaar de bij de bevolking heersende mening te volgen, maar juist een koers te bepalen waarvan men denkt dat ze de enige manier is om de toekomst te vrijwaren.
19
HERMAN VAN ROMPUY
spilling, misbruik en vrijbuitersgedrag leidt. Maar op Europees vlak zou men eerder kunnen spreken van onderbescherming. Ik denk dan aan sociale dumping, internationale belastingfraude en -ontwijking, illegale immigratie, financiële speculatie, werkloosheid et cetera. Er wordt wel aan gewerkt – soms zelfs verregaand, zoals bij de oprichting van de bankenunie of bij de automatische overdracht van inkomensdata in Europa en zelfs wijder om belastingfraude te bestrijden.
Ik heb in de Unie eerste ministers gekend die maatregelen namen waarvan ze wisten dat die hun politieke toekomst op het spel zouden zetten en hun partij zware electorale verliezen zouden doen lijden. Ik heb er echter ook gekend die de beslissingen die ze in de Europese Raad in Brussel mee goedkeurden, bij hun terugkomst in de eigen hoofdstad onmiddellijk weer afvielen. Ze hadden niet de moed om die beslissingen binnen hun eigen nationale grenzen te verdedigen. Dat heeft de geloofwaardigheid van de Europese politiek zwaar aangetast. Dat leadership is nodig, zeker als men weet dat we meer Europese integratie nodig zullen hebben, zeker in de eurozone. Om te behouden wat we hebben, moeten we doorgaan met de Europese integratie. De Unie zal moeten bewijzen dat ze ook buiten crisistijden kwalitatieve stappen vooruit kan zetten, ook al is het geleidelijk. Daarbij is de richting belangrijker dan snelheid. Kleine stapjes zijn geen bezwaar, mits ze de goede kant opgaan. Het mag niet zijn dat men alleen kan handelen met het mes op de keel van de financiële markten. Er zal meer afdracht van soevereiniteit nodig zijn en meer solidariteit, twee van de moeilijkste onderwerpen in de Unie. Ik merkte onmiddellijk na het redden van de euro in het najaar van 2012 dat de ijver om te hervormen op het collectieve niveau van de eurozone afnam. De Europese federalisten klagen dat aan. Zij doen dat echter soms op een manier die ongewild gevaarlijk dicht in de buurt komt van de antipolitiek. Ik heb in debatten soms gezien hoe het publiek genoot van beschuldigingen dat de leidende politici niet Europees gezind genoeg waren, wetend dat hetzelfde publiek evenzeer vatbaar was voor een populistisch discours. Wie ‘meer Europa’ wil, moet er goed voor oppassen niet in het vaarwater te komen van degenen die er minder van willen. Het populisme is ouder dan de crisis in de eurozone. In mijn eigen Vlaanderen haalde een extremistische en xenofobe partij 24 procent van de stemmen in 2004. Hetzelfde gebeurde in Oostenrijk, Frankrijk, Ne-
20
Het populisme teert ook op het verzet tegen de elites. Het is een gevolg van de gezagscrisis sedert mei ’68 en van de grondige individualisering van mens en samenleving. Het wordt ook gevoed door de omstandigheid dat bewindslieden hun beloftes niet meer goed kunnen waarmaken omdat ze afhankelijk geworden zijn van externe factoren in een mondiale economie of van de grillen van de financiële markten. Men doet alsof men nog alle hefbomen van de macht bezit terwijl men de facto veel soevereiniteit heeft verloren, wat leidt tot overpromising and underdelivering. Dat gevoel van machteloosheid is sterk toegenomen sedert de financiële crisis. Het overviel iedereen, zelfs de gouverneur van de Amerikaanse centrale bank. Het dak boven ons huis stortte in. Het gevoel niet meer in een echte democratie te leven is gegroeid tegenover die naamloze krachten. Men kan zich inbeelden hoe groot het vertrouwensverlies van mensen was toen ze op enkele jaren tijd hun geloof in de rotsen die het stelsel, de banken en de munt waren, zagen wankelen. Boven op alle al bestaande onzekerheden was dat een zware klap, ook voor het vertrouwen in onze democratische instellingen. In een erg geïndividualiseerde samenleving neemt ook de partijtrouw af en spelen ideologieën een minder grote rol. Het resultaat is een versplinterd en wisselend politiek landschap. Om zich daarin staande te houden moeten politieke partijen zich profileren, moeten ze polariseren en polemiseren. Dat werkt nog meer een cultuur van onhoudbare beloftes in de hand en leidt tot ontgoocheling bij de kiezer. Diezelfde kiezer zoekt dan zijn geluk elders, niet langer bij hen die hem ‘bedrogen’. Avonturiers en ‘rattenvangers’ krijgen dan tijdelijk een geloofwaardigheid die ze niet verdienen. Soms is zelfs het separatisme een vehikel. Het teert op eeuwenoud
21
HERMAN VAN ROMPUY
derland, Denemarken. De harde kern van het populisme was en is migratie. Sinds 2010 is dat in een aantal landen de economische crisis. In het Verenigd Koninkrijk is het migratie, maar daar wordt onder migratie ook het vrije verkeer van EU-burgers en werknemers verstaan, wat strikt genomen onjuist is.
nationalisme en op het gevoel in crisistijden dat er grenzen zijn aan de solidariteit. De anderen zijn profiteurs en wij zijn werkende naïevelingen, is de onderhuidse boodschap. Het separatisme klinkt wat vreemd in een globaliserende wereld. Separatisten zeggen dat zij Europeeërs zijn. Ze zijn echter meer anti-Londen en anti-Madrid dan dat ze echt pro-Brussel zijn. Het is feitelijk een meer negatieve reden die hen doet kiezen voor Europa. Zo voel ik het toch aan vanuit de Belgische context. De anti-Europese gevoelens komen terecht in die crisis van de klassieke politiek. Het is een deel van een groter geheel. Denken dat het uitsluitend een EU-probleem betreft en dat een specifieke aanpak ten aanzien van Europa deze crisis oplost, is een illusie en het resultaat van een foute analyse.
NIEUWE UITDAGINGEN Voor de komende decennia is het migratievraagstuk cruciaal. Volgens de Europese Commissie zullen wij tot 2060 ongeveer 50 miljoen mensen uit niet-EU-landen bij ons zien aankomen. Weliswaar net genoeg mensen om de demografische ineenstorting te vermijden, maar dat rationele inzicht legt het af tegenover het gevoel dat het eigen land en Europa geen thuis, geen place meer zijn. Al deze berekeningen houden geen rekening met oorlogen zoals nu worden uitgevochten van Afghanistan tot Nigeria, van Centraal-Azië tot de Atlantische Oceaan. Of ze houden geen rekening met de bevolkingsexplosie in Afrika, waar het aantal mensen met 1 miljard zal stijgen tussen nu en 2060, en met 3 miljard tegen het einde van deze eeuw. Weliswaar neemt het bbp per hoofd in Afrika toe met 2 procent per jaar, maar de kloof met Europa zal groot blijven. Hoe kunnen we dat vraagstuk een plaats geven in een nieuw ‘verhaal’ en hoezeer zullen ze onze ‘waarden’ op de proef stellen? Het zou weleens een van de grootste splijtzwammen in de Unie in de volgende jaren kunnen zijn. Vreemd genoeg is daar te weinig over nagedacht. Slogans vervangen gedachten niet. Waarden mogen ook geen lege hulzen of abstracties blijken.
22
De andere grote actoren op wereldvlak waren en zijn evenzeer met zichzelf bezig. De Verenigde Staten trokken de nodige besluiten uit de ramp die de oorlog in Irak was voor de hele regio. Leading from behind werd dat genoemd. De grote machten toonden vooral machteloosheid tegenover alle bestaande grote conflicten, zeker die in het Midden-Oosten, NoordAfrika en dieper. De eerste prioriteit van China is China, ook al wordt dat nu in de regio als bedreigend aangevoeld. Rusland concentreerde zich nostalgisch op de Krim en een deel van Oekraïne, terwijl nu blijkt dat het geen moderne economie heeft. Het Sovjetrijk zelf is echter voorgoed verloren. Het is Rusland. De economische modellen van India, Brazilië en Zuid-Afrika zijn dringend aan hervormingen toe. De BRIC-landen willen zich vooral afzetten tegen het Westen, en dan met name de Verenigde Staten, maar hebben geen gezamenlijke strategie op wereldvlak omdat elk zijn eigen zorgen heeft. We leven niet in een multipolaire of een bipolaire wereld, de planeet is apolair. Dat zou niet erg zijn als de groot‘machten’ zouden samenwerken. Soms gebeurt dat, zoals bij de nucleaire onderhandelingen met Iran of in het begin van de bancaire crisis. Laten we hopen dat het ook gebeurt inzake het klimaat. Maar in het majeure conflict rondom de Middellandse Zee was en is er geen samenwerking. Integendeel. Degenen die Europa verwijten onvoldoende met één stem te spreken hebben soms gelijk. Tegenover Oekraïne was er wel een eensgezinde houding met de sancties als tastbaar bewijs. Het heeft me destijds veel moeite gekost, maar het lukte. Maar zoals gezegd spelen de andere wereldactoren niet meer de rol die zij of hun voorgangers destijds speelden. Het evenwicht op wereldvlak is sedert de val van de Muur nog niet gevonden.
23
HERMAN VAN ROMPUY
Europa krijgt het verwijt de jongste jaren veel met zichzelf bezig geweest te zijn. Maar we hebben ons toch maar verruimd met twaalf leden en sloten associatieakkoorden af met drie nabije buren, ondanks de druk van Rusland.
Als de Europese Unie een rol op het wereldtoneel wil spelen, zal het vooral door de kracht van haar economie moeten zijn. Ook al zet ze nu volgens sommigen haar economische macht te weinig om in politieke macht. En inzake economie is er een grote agenda om de potentiële groei van nauwelijks 1 procent minstens te verdubbelen. Zo niet, dan verliezen we dat economische instrument in de wereldpolitiek. Bovendien kunnen we dan ons veelgeprezen Europese sociaal model niet blijvend duurzaam financieren. De Unie zal altijd een ‘civiele macht’ zijn omdat ze met haar lidstaten te weinig wil uitgeven aan defensie en bovendien zelf geen echte eigen defensie heeft. De militaire debacles van de Verenigde Staten in de voorbije tientallen jaren hebben weinigen ervan overtuigd dat het militaire alleen nog problemen kan oplossen. Europa bezit nog een sterke soft power, veel sterker dan zijn kolonialistische, imperialistische en slavernijverleden kan doen vermoeden. De EU heeft met succes die bladzijden van de geschiedenis omgeslagen en dat is door de wereld ook zo ervaren. In Azië en in Rusland vecht men nog tegen de spoken van het verleden. Het optreden van de EU inzake ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp en klimaatfinanciering van arme landen heeft dat beeld concreet gemaakt. Notre Europe blijft een grote roeping voor de komende generaties. De toekomst ligt daar en nergens anders. Wij zullen nog spectaculaire omwentelingen meemaken zoals mijn generatie in 1989. We zullen echter zelf onze geschiedenis moeten maken, met onze eigen handen en niet rekenend op de serendipiditeit. Daarover gaat dit boek. Herman Van Rompuy
24
OORSPRONG EN UITDAGINGEN