in oorlogstijd
STIJN STREUVELS deel1 1914
In oorlogstijd uit het dagboek van Stijn Streuvels Bezorgd door Marcel De Smedt
woord vooraf
Bij het ter perse gaan van deze editie van Stijn Streuvels’ oorlogsdagboek In oorlogstijd 1914 past het een woord van dank te richten tot wie aan de voltooiing van dit project heeft bijgedragen. In eerste instantie dank ik de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, die twee medewerkers, Sofie D’hoore en Cindy Holtyzer, tijdelijk ter beschikking stelde voor het intikken van de tekst. Collega Lode Wils, emeritus professor KU Leuven, toonde zich spontaan bereid de inleiding van deze editie na te lezen. Een speciaal woord van dank gaat naar Isa Lateur, die mij haar toestemming verleende om het oorlogsdagboek van haar vader te publiceren. En ten slotte dank ik directeur-uitgever Algemene non-fictie Maarten Van Steenbergen van Uitgeverij Lannoo voor het enthousiasme waarmee hij mij de mogelijkheid gaf een nieuwe editie van Streuvels’ oorlogsdagboek te bezorgen.
MARC EL DE SMEDT
– 5 –
inhoud
Woord vooraf ...5 Inleiding ...8 Verantwoording ...41 Lijst van gebruikte werken ...50
In oorlogstijd 1914 augustus ...53 septem ber ...119 oktober ...199 november ...283 december ...337
Personenregister ...458
– 7 –
inleiding
1
1
Voor deze inleiding werd, naast van de originele tekst van Streuvels’ oorlogsdagboek in de Veen-uitgave, gebruikgemaakt van de volgende werken (in alfabetische orde): Sophie de Schaepdrijver, De Groote Oorlog. Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog. Antwerpen: Houtekiet; Amsterdam: Atlas Contact, 2013. – Luc De Vos, Tom Simoens, Dave Warnier, Franky Bostyn, 14-18. Oorlog in België. 2de druk. Leuven: Davidsfonds, 2014. – Patrick Goossens en Lieve Meiresonne, Vlaanderen Niemandsland 1914. Van gendarmen, vrijwilligers en burgerwachten tijdens de eerste oorlogsmaanden. Leuven: Davidsfonds, 2009. – Luc Schepens (ed.), Stijn Streuvels. In oorlogstijd. Het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog. Brugge: Orion; Nijmegen: Gottmer, 1979. – Ian Westwell, 1914-1918. De Eerste Wereldoorlog dag na dag. Aartselaar: Zuidnederlandse Uitgeverij, 2013. – Lode Wils, Onverfranst, onverduitst? Flamenpolitik, Activisme, Frontbeweging. Kalmthout: Pelckmans, 2014.
– 8 –
INLEIDING
Van maart 1915 tot februari 1916 verschenen bij Veen in Amsterdam zes deeltjes van het oorlogsdagboek In oorlogstijd, dat Stijn Streuvels tijdens de Eerste Wereldoorlog heeft bijgehouden.2 Ze omspannen de periode augustus (in feite: 29-30 juli) tot december 1914. De auteur hield ook in de latere oorlogsjaren zijn dagboek bij, doch dat gedeelte is tijdens de oorlog – en ook later tijdens Streuvels’ leven – niet meer verschenen. Het was naar eigen zeggen niet Streuvels’ bedoeling ‘een boek over den oorlog te schrijven’ of zich in te laten met de grote oorlogsgebeurtenissen – ‘die moorderij op groote schaal’. Hij wil een ooggetuigeverslag geven over wat zich rondom hem, in Ingooigem maar ook daarbuiten, voordoet. Zo heet het in de ‘Inleiding’: Hetgeen hier volgt is het eenvoudig relaas van ’t geen ik dag na dag, levendeversch heb opgeschreven, al naarmate het gebeurde in mijn onmiddellijke omgeving. De tijden waren zoo rijk aan ondervindingen van allen aard, dat ik het wel de moeite waard achtte de dingen bij te houden voor me zelf eerst en ook voor mijn medemenschen. (Aug., p. V) En in de ‘Verantwoording’ herhaalt hij zijn doelstelling: Hierin heb ik, voor mezelf vooral, met alle nauwkeurigheid en onbevangen als een middeleeuwsche kroniekschrijver die, in gedwongen werkeloosheid zijn tijd wil benuttigen, de feiten aangeteekend die ik in mijne omgeving heb zien gebeuren. (Aug., p. VII) 2
Stijn Streuvels, In oorlogstijd. Uit het dagboek van Stijn Streuvels. Amsterdam: Veen, 1915-1916. Het eerste deeltje (augustus 1914) ten laatste op 12 maart 1915, september op 23 maart, oktober op 20 april, november op 7 mei 1915, en december 1 en 2 pas op 14 februari 1916 (L. Schepens (ed.), p. 6).
– 9 –
IN OORLOGSTIJD
In Streuvels’ oorlogsdagboek kunnen we grosso modo drie aspecten onderscheiden. Er zijn in eerste instantie de oorlogsfeiten waar de auteur naar verwijst, althans in de mate dat hij ze kent uit (kranten)lectuur of van horen zeggen. Vervolgens is er de beschrijving van de gevolgen van de oorlogsontwikkeling zoals hij die in en rond Ingooigem constateert. Ten slotte is er Streuvels’ commentaar zowel bij de oorlogsfeiten als (vooral) bij de houding van de bevolking en van de (burgerlijke en religieuze) overheden.3 Zoals gezegd start het dagboek op ‘29-30 Juli 1914’, dagen waarop Streuvels nog vast van plan is met zijn vriend, de schilder Emmanuel Viérin, naar Vere op het eiland Walcheren te trekken om er in het etablissement ‘den Kampveersche Toren’ de maanden augustus en september door te brengen. Van Viérin verneemt hij de belangrijkste gebeurtenissen van de laatste tijd: de aanslag op Calmette door mevrouw Caillaux en de moord op de kroonprins van Oostenrijk. Het eerste was een smeuïg verhaal over de Franse ministersvrouw Henriette Caillaux, die de hoofdredacteur van de krant Le Figaro, Gaston Calmette, had vermoord, omdat deze voor haar man Joseph Caillaux compromitterende documenten dreigde te publiceren. Het was ten slotte een fait divers. Van een totaal andere orde, en met verwoestende gevolgen zoals dra zou blijken, was de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand door de Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip. Het feit dateerde al van 28 juni. Het ontoereikende antwoord op een ultimatum van Oostenrijk aan Servië van 23 juli had als gevolg dat Oostenrijk op 28 juli Servië de oorlog verklaarde. Een ketting van allianties kwam op gang met als resultaat: Oostenrijk-Hongarije plus 3
Lode Wils onderscheidt de feiten, de stemming onder de bevolking en de overwegingen van de auteur (L. Wils, p. 27).
– 10 –
INLEIDING
Duitsland versus Servië, Rusland, Frankrijk en Engeland. België had voorlopig nog de illusie in het conflict neutraal te kunnen blijven. Toch werd er gemobiliseerd ‘om de grenzen te bewaken’. Op 2 augustus 1914 ontving de Belgische regering vanwege Duitsland een ultimatum waarin vrije doortocht van de Duitse troepen werd gevraagd. Het antwoord van de regering werd in de ochtend van 3 augustus op de Duitse ambassade afgegeven. Het was negatief. ‘Ultimatum en oorlogsverklaring komen als bliksem en donderslag’ noteert Streuvels op 3 augustus. Op 4 augustus verklaarde Duitsland Frankrijk de oorlog en trokken Duitse troepen de grens met België over richting Luik. De oorlog was begonnen.4 Op 5 augustus is Streuvels in Kortrijk. Hij ziet er voor het eerst ‘het nationaal gevoel bij het volk wakker worden’: Men is bewust dat men staat voor iets groots. Bij stonden breekt er iets los uit de menigte als een vloed van geestdrift; waar er vrijwilligers voorbijgaan, worden zij luide begroet als helden en verlossers van ’t Vaderland. ’t Is eene algemeene strooming en wie er niet in meêgaat wordt aanzien als een lafaard of verdacht als duitschgezinde. De volgende dagen gaat Streuvels geregeld naar Kortrijk. Hij wil namelijk ‘weten wat er gebeurt’. ‘Telegrammen en bladen’ brengen de berichten ‘der overwinning op de Duitschers en den tegenstand der forten te Luik.’ (6 aug.) In weerwil van de bekendmaking van ‘overwinningen’ ‘met fabelachtige cijfers die de Duitsche verliezen aangeven’ (10 aug.), was op 7 augustus de stad Luik nochtans al gevallen. De fortengordel hield voorlopig wel stand. 4
S. de Schaepdrijver, p. 51-71.
– 11 –
IN OORLOGSTIJD
De drang om het verloop van de gebeurtenissen van nabij te volgen leidt ertoe dat Streuvels probeert een toelating te krijgen ‘om de krijgsverrichtingen in de nabijheid te volgen’ (11 aug.), als een soort oorlogscorrespondent. Dat hij de toelating niet in handen krijgt, zal niet verhinderen dat hij op 12 augustus samen met Viérin met de trein richting Brussel rijdt: ‘Wij zullen het voorloopig maar wagen zonder officiëele toelating en zoo ver zien te komen als ’t maar mogelijk is.’ Ze geraken tot Tienen. Twee dagen later, op 14 augustus, rijdt hij richting Landen. Terugkerend via Leuven ziet hij er de eerste gekwetsten. Op 18 augustus noteert Streuvels: ‘De meening dat ons leger bij Luik, heel de Duitsche macht zou stuiten, blijkt eene kinderachtige illusie (...)’. De Luikse forten waren inderdaad het ene na het andere vernietigd. Op 15 augustus werd het ‘onneembare’ fort van Loncin beschoten met Krupp-kanonnen en met de twee zogenaamde Grosse Bertha’s (Kurze Maritime Kanone, type M). Een paar uur later ontplofte het fort. De laatste twee forten, dat van Flémalle en dat van Hollogne, capituleerden op 16 augustus. Er waren bij de aanval op Luik vele verliezen bij de manschappen, zowel aan Belgische als aan Duitse zijde. Bovendien vermoordden de Duitsers ook enkele honderden burgers, o.m. in Visé, een stadje dat werd platgebrand.5 Dat de Luikse fortengordel niet bestand was tegen de Krupp-kanonnen zou weldra ook voor de fortengordel van Namen gelden. De verdediging van de Luikse forten door het Belgisch leger was de oorzaak van de vertraging die het Duitse aanvalsplan opliep. Dat plan, het zgn. Schlieffen-Moltke-plan (naar Alfred von Schlieffen en Helmuth von Moltke), voorzag een tweefrontenoorlog tegen Rusland en Frankrijk. Daarbij zou alle kracht eerst tegen Frankrijk worden inge5
L. De Vos e.a., p. 96-100.
– 12 –
INLEIDING
zet teneinde er een snelle overwinning te behalen, en vervolgens zou men zich concentreren op Rusland. Voor Frankrijk betekende dit concreet het Franse leger in de tang te nemen tussen een linkervleugel in de Elzas en een rechtervleugel vanuit België.6 Door de gevechten rond Luik werd het Duitse leger derhalve enkele dagen gestremd in zijn opmars naar Parijs. Gruweldaden en wraakacties in de vorm van executering van burgers door de Duitse troepen volgden: niet alleen in Visé; ook o.m. in Aarschot (19 aug.), Andenne (21 aug.), Dinant (23 aug.) en Leuven (25-26 aug.) werden burgers doodgeschoten, telkens met dezelfde drogreden van beschieting door ‘francs-tireurs’, vrijschutters. Om valse beschuldigingen dienaangaande weg te nemen gingen de autoriteiten in steden en gemeenten op vele plaatsen vrij snel over tot de opheffing van de burgerwacht, waartoe ook Streuvels was opgeroepen, ‘gewapend met een jachtgeweer en zonder ander kenteeken’ (18 aug.). Zo ook in Ingooigem: Op ’t dorp is de burgerwacht ontbonden; als in een duivelslag7 zijn wagens, kettingen en staken8 die de baan versperren, weggenomen; (waren die dingen er dan niet om Duitschers tegen te houden?) (21 aug.) Toch zal Streuvels op 5 oktober nog smalend spreken over burgerwacht in Kortrijk: bij een schermutseling zijn velen weggevlucht en niemand weet ‘tot wat ze gediend heeft tenzij om dingen te bewaken waar geen vijand kon omtrent komen’.
6 7 8
S. de Schaepdrijver, p. 47. in een duivelslag: bij toverslag. staken: palen.
– 13 –
IN OORLOGSTIJD
Koning Albert besluit op 18 augustus om het veldleger tot binnen de fortengordel rond Antwerpen terug te trekken.9 Het nieuws van een mogelijke intocht van het Duitse leger in Brussel ‘doet aan als het gerucht van een watervloed die komt aanbruischen’, noteert Streuvels op 20 augustus. Die dag trekken de Duitsers Brussel binnen.10 Streuvels constateert in Kortrijk dat de heldenmoed er plaatsgemaakt heeft voor angst. (20 aug.) Tussen 22 en 25 augustus vallen de Naamse forten.11 In Ingooigem komen de eerste Duitse soldaten aan, verkenners te paard, ‘Uhlanen’. Ze zijn vriendelijk en de inwoners tonen zich inschikkelijk; ‘de vaderlandsliefde schijnt er een oogenblik bij vergeten en den haat ook dien men in de pers tegen de Duitschers had aangekweekt’, noteert Streuvels. De volkstoeloop bij de doortocht van de ulanen beschouwt hij als een barnumcircus. Hij ziet dat pastoor Verriest sigaren en wijn geeft aan de soldaten, wat de spotternij van omstanders opwekt. In Kortrijk worden de ulanen aangevallen door Franse dragonders. ’s Avonds keert een van de ulanen, een knaap van hooguit negentien, uit de stad terug. Zijn makkers zijn in de strijd gebleven: zijn indroevig ‘Kameraden all Tod’ [sic] wekt Streuvels’ compassie. (22 aug.) Van een Kortrijkse vriend verneemt Streuvels ’s anderendaags hoe de strijd in de stad heeft plaatsgevonden, met pakkende tonelen, maar ook met de anekdote van een Fransonkundige ulaan en een Duitsonkundige dragonder, die in een herberg verbroederen en gearmd de ‘Marseillaise’ zingen. Na de verkenners komen de soldaten. De bevolking behandelt hen voorkomend; ‘velen zijn preusch12 als ze vertellen mogen: dat ze met 9
L. De Vos e.a., p. 141. S. de Schaepdrijver, p. 82. L. De Vos e.a., p. 116-119. 12 preusch: trots. 10 11
– 14 –
INLEIDING
eene overheid een paar woorden Duitsch gesproken hebben.’ En de uniformen hebben een aantrekkingskracht op ‘de meisjes van lichte zeden’ (23 aug.) ’s Anderendaags beschrijft Streuvels de voorbijtrekkende troepen: Ruiterij, voetvolk, artillerie, ambulantie en zware motorwagens met allerhande vrachtgoed. Heel die menigte in ’t zelfde eentonig grijs, zonder een stipje kleur of flikkering van gouden versiersel. Het doet aan als eene horde strijders uit barbaarsche tijden; met niets van het romantisch-decoratieve waarin men zich een leger voorstelt – wapperende vanen, schitterende kleuren, blanke wapenen en gouden epauletten! Men krijgt den indruk dat alle opsmuk en parade hier opzettelijk vermeden werd om alleen met wetenschappelijke nauwkeurigheid, datgene aan te wenden wat voordeelig is om met modernen zin, het vernielingswerk te gaan oefenen. (24 aug.) ’s Namiddags breekt er paniek uit na het valse bericht dat alle mannen van 18 tot 50 jaar opgepakt worden om mee te gaan vechten met de Duitsers. Het evenement is de geschiedenis ingegaan als ‘Vliegende Maandag’. (24 aug.) Dra wordt duidelijk welke taferelen er zich in de massahysterie zoal afgespeeld hebben. Plastisch en niet zonder humor beschrijft Streuvels hoe de mensen zich in panische angst verstopt hebben waar het kon. Op grote gemeenten waar er geen kwestie was van vluchten, heeft men zich bij benden in de beek gaan verduiken en lisch en riet over ’t hoofd getrokken! In beirputten13, onder mest, houtmijten en stroo; de duikers14 13 14
beirputten: aalputten. duikers: kokers onder een weg.
– 15 –
De Schaepdrijver, Sophie, De Groote Oorlog. Het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog. Antwerpen: Houtekiet; Amsterdam: Atlas Contact, 2013. De Vos, Luc en Tom Simoens, Dave Warnier, Franky Bostyn, 14-18. Oorlog in België. 2de druk. Leuven: Davidsfonds, 2014. Goossens, Patrick en Lieve Meiresonne, Vlaanderen Niemandsland 1914. Van gendarmen, vrijwilligers en burgerwachten tijdens de eerste oorlogsmaanden. Leuven: Davidsfonds, 2009. Grote Winkler Prins. Encyclopedie in 26 delen. 9de druk. Amsterdam-Antwerpen: Elsevier, 1990-1993. Lemeire, Hubert, De taal van Stijn Streuvels. Tweede deel: Verklarend woordenboek op de taal van Stijn Streuvels. Leuven, 1970, 7 vol. (http://www.dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/index.php) Moderne encyclopedie van de wereldliteratuur. Red. A.G.H. Bachrach e.a. Weesp: de Haan, 1980-1984, 7 vol. Nationaal biografisch woordenboek. Brussel: Paleis der Academiën, 1964-. Schepens, Luc (ed.), Stijn Streuvels. In oorlogstijd. Het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog. Brugge: Orion; Nijmegen: Gottmer, 1979. Streuvels, Stijn, In oorlogstijd. Uit het dagboek van Stijn Streuvels. Amsterdam: Veen, 1915-1916, 6 vol. Vanacker, Daniël en Romain Vanlandschoot (eds.), Cyriel Verschaeve. Oorlogsindrukken. Gent, 1996. Van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal. 13de druk door Guido Geerts en Ton den Boon. Utrecht: Van Dale lexicografie, 1999, 3 vol. Westwell, Ian, 1914-1918. De Eerste Wereldoorlog dag na dag. Aartselaar: Zuidnederlandse Uitgeverij, 2013. Wikipedia. De vrije encyclopedie (nl.wikipedia.org). Wikipedia. The Free Encyclopedia (en.wikipedia.org). Wils, Lode, Onverfranst, onverduitst? Flamenpolitik, Activisme, Frontbeweging. Kalmthout: Pelckmans, 2014. Winkler Prins lexicon van de Nederlandse letterkunde. Auteurs, anonieme werken, periodieken. Amsterdam-Brussel: Elsevier, 1986.
au g u s t u s uit het dagboek van
stijn streuvels
deel1 1914
In oorlogstijd
inleiding. De 25 volgende jaren staat de Europeesche Letterkunde wel in het teeken van den oorlog. Ik kan me best voorstellen hoeveel stapels boeken er verschijnen zullen over de gebeurtenissen die thans de wereld beroeren, – van hoeveel zijden beschouwd, ellende, heldenmoed, dapperheid en rampen zullen verhandeld worden tot verhalen en beschrijvingen; de mannen die er aan meêgedaan hebben, zullen dingen weten te vertellen, waarbij de stoutste bedenkselen van den geest en alle verbeelding als kinderspel zullen afsteken1 en wegbleeken2! Die moorderij op groote schaal, met al ’t geen er rond is gebeurd of er uit is voortgevloeid, zal het heele leven beheerschen der huidige generatie en met altijd nieuw belang zullen de menschen uitzien naar elk nieuw relaas van hetgeen zij als de “Groote Beroering” hebben meegemaakt; – ik denk aan de boeken die nu nog altijd verschijnen over vroegere veldslagen, b.v. van Napoleon, en met even veel gretigheid onthaald worden... Het is mijn bedoeling niet, en ik denk er voorloopig niet aan, een boek over den oorlog te schrijven – ik wil vooreerst de mannen maar aan de beurt laten die er meer van weten dan ik zelf. Hetgeen hier volgt is het eenvoudig relaas van ’t geen ik dag na dag, levendeversch3 heb opgeschreven, al naarmate het gebeurde in mijn onmiddellijke omgeving. De tijden waren zoo rijk aan ondervindingen van allen aard, dat ik het wel de moeite waard achtte de dingen bij te houden voor me zelf eerst en ook voor mijn medemenschen. De loop van het gewone leven met zijn ijdele, ingewikkelde vormen, werd ineens stop gezet en we stonden alleen voor de elementaire innerlijkheid: leven of niet leven!
1 2 3
afsteken: contrasteren. wegbleeken: verbleken. levendeversch: geheel vers.
– 18 –
Hoe dat gevoel zich uitte bij de menschen in mijne omgeving en bij mij zelf ook, wilde ik in eenvoudigen vorm uitbeelden en weergeven, gelijk het zich voordeed. De dagen verliepen in gedurige heffing en deining, met schokken van hevige gemoedsbeweging. De wereld echter zal wel eens weer zijn gewone uitzicht krijgen en ’t leven zijn ouden loop hernemen en dan vergeten wij wellicht hoe wij den schok ondergaan hebben – deze aanteekeningen zullen ons aan de indrukken herinneren. En voor dezen die er buiten bleven, zal het wel belangrijk zijn te vernemen: hoe een sterveling door de beroering heen komt en hoe menschen en dingen eruit zien als... het leven bedreigd wordt en dood en vernieling in de lucht hangen!
verantwoording. Hierin heb ik, voor mezelf vooral, met alle nauwkeurigheid en onbevangen als een middeleeuwsche kroniekschrijver die, in gedwongen werkeloosheid zijn tijd wil benuttigen, de feiten aangeteekend die ik in mijne omgeving heb zien gebeuren. ’t Geen ik heb van hoorenzeggen, staat dan ook als zulkdanig vermeld. Het was mij ten andere niet zoozeer om de feiten te doen, wel veelmeer om de stemming die de feiten bij mij, bij mijne kennissen en over de heele streek – ook over het uitzicht van het landschap om mij heen, uitwerkten en teweegbrachten.
– 19 –
Spriet
Lampernissebeek
BAVIKHOVE Stokerij
Sint-Katharina
‘t Heetje
Kat
HARELBEKE
G
Stasegem
KORTRIJK
Steenbrugge
Klok
aal ijk Kan-Kortr t sui
Le ie M a be rke ek -
Sint-Anna
Knok
‘t Kreupelke
Ooivaartnest
Kat
AALBEKE
BELLEGEM
Zevekote
Kwade Brug
MOUSCRON
Dries
LUINGNE Malcense Rood
Klein Tombroek Tourkonje
L’ Esp ierre
Rood Kruis
HERSEAUX
Mont a Deux Luingne Les Ballons Chateau d’Or
Moleken
Gibraltar Poeldries
OUTRIJVE BOSSUIT
SINT-DENIJS
KOOIGEM
Rokershoek
Drie Hoven
ht
AVELGEM ijtgrac Rugge R Huttegem
Bavegamknok
Ruddervoorde Dries
ROLLEGEM Compas
MOEN
Zandbeek
Vierschaar Kaphoek Molenhoek
HEESTERT
Geuzenhoek
Kalverstaart
-
BelleVue
Fabrieks beek
Sterhoek
KASTER Ter Varen
WAARMAARDE
Verbrandhofbeek
Klijte
TIEGEM
Sterrenhoek KERKHOVE Arnold- Vossenhoek beek
Kloosterhoek
Achterhoek Avelgembeek Raaptorf
Steert
Okkerwijk
OTEGEM
Keiberg
Drie Linden Hoogstraat Laatst Oortje
Preshoek
Waashoek
Kattestraat
Kapelle-Melane Knokke
Evangelieboom
Bergwijk Hollendries
Veerke
Bos
Walle ‘t Hoge Povre Leute
INGOOIGEM
Kasselrijbeek
Koevoet
ZWEVEGEM Geiteknok
Pottelberg
Berg Knok
Smeier
Sint-Lodewijk
MARKE
ANZEGEM GJZELBRECHTEGEM
Sterhoek
Vossenhoek
BISSEGEM
Haut Judas
VICHTE Huttegem
Kappaart
Neerbeek
Steenbrugge Haantjeshoek Heirweg Drie Kaven Kruisweg Boskant Winterken Malbeek
Engelhoek
Belgiek SlijpBelle-Vue beek
Poezelhoek Haantjeshoek
rve Ga eek b
DEERLIJK ek rbe
ave
Watermolen
Kleihoek
Leemput Nieuwenhove
KUURNE
HEULE
Biest
Snephoek
Leiehoek Salines
Leeuwken
BEVEREN
e
eld
Sch
Vierabele
Pijpestraat De Gavers
s
HELGHIN (HELKIJN)
Barriere de fer
DOTTIGNIES ESPIERRES (SPIERE)
Quevaucamp
H
E
N PECQ
E
G
O
U
W
E
N
AUGUSTUS 1914
29 – 30 JULI 1914.
Vele schik is vele mis!4 Aan schikkingen voor den zomer ontbrak het waarlijk niet. Eene reis in den Kaukasus5 was al sedert lang ontworpen; mijn gezellen echter vonden dat het ginder in de streek van den grooten Turk nog niet heelemaal pluis was voor vreemdelingen – we zouden het plan dus maar opbergen tot toekomenden zomer! In Mei had ik met mijn vriend Viérin een verkenningstocht gemaakt over ’t eiland Walcheren en we waren besloten de maanden Augustus en September te Veere en nog wel in den Kampveersche Toren6 te gaan overbrengen7. Wij zouden ons daar van de wereld afzonderen, wandelen, praten, varen, liggen en de natuur bewonderen. Een schilder en een schrijver dat hoort zoowat samen als twee dingen die elkaar aanvullen. Wij fantaseerden de schoonste verwachtingen en verblijdden ons als kinderen in ’t vooruitzicht van ’t geen wij twee volle maanden genieten zouden. Vandaag was Viérin naar hier gekomen om den dag vast te stellen waarop we zouden afreizen. Ik lees nooit of heel zelden dagbladen – die dingen vertroebelen gewoonlijk mijne stemming en maken me korzelig; ik vind het maar best: niet te weten wat er op de wereld gebeurt – en zoo komt het dat mijn vriend de schilder me voor ’t eerst het nieuws brengt van den aanslag op Calmette door mevrouw Caillaux8;... dat de kroonprins van Oostenrijk vermoord is en als gevolg ervan: de verwikkeling onder de mogendheden! Al gebeurtenissen 4
vele schik is vele mis: wanneer men vele plannen maakt loopt er veel mis. Kaukasus: gebied in het Zuidoosten van Europa. 6 Kampveersche Toren: hotel in Veere (Walcheren). 7 overbrengen: doorbrengen. 8 Henriette Caillaux (1874-1943) vermoordde op 16 maart 1914 Gaston Calmette (1858-1914) van Le Figaro, omdat deze voor haar man Joseph Caillaux (1863-1944) compromitterende documenten dreigde te publiceren (Luc Schepens (ed.), Stijn Streuvels. In oorlogstijd. Inleiding, p. 22). 5
– 21 –
www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen. VERANTWOORDING FOTOKATERN
De foto’s in het fotokatern komen uit de privécollecties van Wilfried Deraeve, André Gysel, Paul Thiers en ‘WESTHOEK verbeeldt’, uit het Letterenhuis (Antwerpen), uit het Stadsarchief van Kortrijk en uit de Provinciale Bibliotheek Tolhuis (Brugge). OMSLAGONTWERP, LAY-OUT & ZETWERK
Leen Depooter – quod. voor de vorm. OMSLAGBEELD
naar de cover van de oorspronkelijke Veen-uitgave
© Uitgeverij Lannoo nv D/2015/45/322 – ISBN 978 94 014 2660 2 – NUR 320-688 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
– 32 –