Skip to main content

9789401426336

Page 1

Philippe Van Parijs

TAAL EN RECHTVAARDIGHEID in Europa en de wereld

Taal en rechtvaardigheid.indd 3

11/08/15 16:04


D/2015/45/179 – ISBN 978 94 014 2633 6 – NUR 754 Vertaling: Diederik Vandendriessche Vormgeving omslag: Compagnie Paul Verrept Foto omslag: ‘The Tower of Brussels’, Eric de Ville Vormgeving binnenwerk: theSWitch

Dit boek is oorspronkelijk verschenen als Linguistic Justice for Europe and for the World bij Oxford University Press (2011).

© Philippe Van Parijs & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2015. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be

Taal en rechtvaardigheid.indd 4

11/08/15 16:04


Inhoud

Voorwoord bij de Nederlandstalige uitgave

7

Dankwoord 11 Inleiding 15 Hoofdstuk 1.  Lingua franca

21

Hoofdstuk 2.  Taalrechtvaardigheid als eerlijke samenwerking

55

Hoofdstuk 3.  Taalrechtvaardigheid als gelijkheid van kansen

91

Hoofdstuk 4.  Taalrechtvaardigheid als gelijke achting

123

Hoofdstuk 5.  Taalterritorialiteit

141

Hoofdstuk 6.  Taaldiversiteit

187

Besluit 223 Appendix bij hoofdstuk 1: Lingua franca 227 Appendix bij hoofdstuk 2: Taalrechtvaardigheid als eerlijke samenwerking 239 Eindnoten 242 281

Referentielijst

Index 296

Inhoud

Taal en rechtvaardigheid.indd 5

5

11/08/15 16:04


Ter nagedachtenis van G.A. Cohen (1941–2009)

Taal en rechtvaardigheid.indd 6

11/08/15 16:04


Voorwoord bij de Nederlandstalige uitgave “Eerst en vooral, wat verstaat men onder het woord ‘flamingant’? Dit is de benaming die gegeven wordt aan al dezen die niet dulden dat in een vrij land waarin iedere burger gelijk staat voor de wet, twee maten en twee gewichten gebruikt worden, aan dezen die ertegen opkomen dat men de Vlamingen steeds in hunne rechten krenkt, dat het Vlaamsch overal met verachting verbannen wordt […]. De flaminganten, of daar dit woord u misschien nog aardig in de ooren klinkt, de Vlaamschgezinden zijn dus de Belgen die rechtvaardigheid eischen en het Vlaamsche Volk op voet van gelijkheid willen brengen met de Walen.”I Dit boek gaat in eerste instantie niet over de eisen van de Vlaamsgezinden of over de taalverbonden onrechtvaardigheden die zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van België. De centrale problematiek die doorheen het boek ter sprake komt, is de steeds grotere dominantie van het Engels in de wereld, en in het bijzonder in Europa. Ik leg uit waarom die dominantie niet alleen onvermijdelijk maar ook wenselijk is, in welke zin die dominantie tot onrechtvaardigheden leidt en welk beleid er moet worden gevoerd om die ongelijkheden aan te pakken. Die problematiek is echter niet alleen relevant voor de dominantie van het Engels in de Europese Unie. Overal waar de dominantie van een taal gepercipieerd wordt als een bron van onrechtvaardigheid, steekt ze de kop op. Het thema van dit boek is dus niet specifiek verbonden aan de Belgische communautaire conflicten of aan de Vlaamse strijd voor taalrechtvaardigheid. Toch is het waarschijnlijk dat ik dit boek nooit geschreven had en is het bijna zeker dat ik er niet dezelfde stellingen in verdedigd had als ik niet van kleins af aan geconfronteerd was geweest met de Vlaamse verzuchtingen. Het citaat hierbo-

Voorwoord

Taal en rechtvaardigheid.indd 7

7

11/08/15 16:04


ven werd in mei 1916 neergeschreven door een zekere Richard Van Landuyt, de jonge uitgever van De Vlaamsche Leeuw, een sluikblad dat van 1915 tot 1918 in het door de Duitsers bezette Brussel verscheen.II Hij was mijn grootvader en een van de invloedrijkste personen in mijn leven. Een halve eeuw later, toen ik als Franstalige Brusselse tiener in de laatste jaren voor zijn overlijden talrijke gesprekken met hem heb kunnen voeren, had hij nog steeds dezelfde overtuigingen over het grote belang van rechtvaardigheid in het algemeen en taalrechtvaardigheid in het bijzonder. De ruimte die ik in mijn werk en in mijn engagement aan rechtvaardigheid heb gegeven, heeft zeker veel met hem te maken. Aan hem en aan mijn moeder, die zijn overtuigingen deelde, heb ik trouwens mijn boek Qu’est-ce qu’une société juste? (Parijs, 1991) opgedragen. De empathie die ze me meegegeven hebben voor de onderdrukte Vlaamse immigranten in het Molenbeek van hun tijd heb ik moeiteloos overgedragen naar hun Marokkaanse opvolgers van vandaag. Aan mijn grootvader en mijn moeder heb ik ook te danken dat ik nu nog – na zestig jaar in het Franstalig onderwijs – in staat ben vlot Nederlands te spreken en dat ik die taal aan mijn kinderen heb willen en kunnen doorgeven. En vooral, wat dit boek betreft: dankzij mijn grootvader heb ik van jongs af beseft dat taalrechtvaardigheid niet alleen een kwestie van ongelijke toegang tot materiële voordelen is, maar ook een kwestie van gelijke achting. Het is geen sinecure om uit te tekenen wat gelijke achting op institutioneel vlak vereist. Een van de meest controversiële stellingen in dit boek is dat taalrechtvaardigheid als gelijke achting het taalterritorialiteitsprincipe rechtvaardigt. Vlamingen en Québecquois zullen dat graag lezen en ook makkelijk aanvaarden, maar wat rechtvaardig is moet voor iedereen aanvaardbaar zijn, niet alleen voor diegenen van wie de belangen er evident mee gediend zijn. En men moet ook bereid zijn om alle bittere gevolgen van het gehanteerde principe te slikken. Als men het taalterritorialiteitsprincipe als rechtvaardig beschouwt voor het Nederlands in Vlaanderen en het Frans in Québec, moet dat dan ook zo zijn voor het Fries in Friesland, het West-Vlaams in West-Vlaanderen, het Ciluba in Kasai of het Arabisch in Oud-Molenbeek? Indien niet, waarom dan niet? Om zulke en vele andere vragen op een coherente wijze te kunnen behandelen stelt dit boek voor het eerst een algemene theorie van taalrechtvaardigheid voor. Zal iedereen er onmiddellijk akkoord mee gaan? Zeker niet.III Maar de hoop is dat het de lezers helpt om wat helderheid te scheppen in hun eigen opvattingen

8

Taal en rechtvaardigheid.indd 8

Taal en rechtvaardigheid

11/08/15 16:04


en vooral dat het al diegenen die, in BelgiĂŤ en elders, met de taalproblematiek bezig zijn helpt om wat afstand te nemen, om te trachten onpartijdig te redeneren. Er bestaat geen andere methode om conflicten op te lossen op een wijze die door iedereen als eerlijk kan worden beschouwd. Dit is niet zonder belang voor een klein meertalig landje als BelgiĂŤ. Het is echter van nog groter belang voor de Europese Unie in haar zoektocht naar een taalregime dat haar in staat stelt een eerlijke en toch doeltreffende democratie te worden.IV Philippe Van Parijs

Voorwoord

Taal en rechtvaardigheid.indd 9

9

11/08/15 16:04


Taal en rechtvaardigheid.indd 10

11/08/15 16:04


Dankwoord Sommige van de centrale stellingen van dit boek werden vanaf 1998 voor een grote taalkundige verscheidenheid aan toehoorders gepresenteerd, meer bepaald in Aix-en-Provence, Antwerpen, Barcelona, Berlijn, Brussel, Cambridge (MA), Canberra, El Escorial, Firenze, Fukuoka, Helsinki, Kinshasa, Kyoto, Louvainla-Neuve, Leuven, London, Ljubljana, Oñati, Madison, Madrid, Manchester, Medellin, Mexico City, Milaan, Montevideo, Montréal, New Delhi, New Haven, New Orleans, New York, Oxford, Parijs, Princeton, Québec, Salerno, San Diego, Siena, Stanford, Vilnius en Zürich. Bijzondere dank gaat uit naar Bruce Ackerman, Arthur Applbaum, Xabier Arzoz, Miriam Aziz, Jean-Claude Barbier, Rajeev Bhargava, Idil Boran, Sam Bowles, Andreas Cassee, Jerry Cohen zaliger, Josh Cohen, Laurent de Briey, Helder De Schutter, Abram de Swaan, Bruno DeWitte, Paulin Djite, Frédéric Docquier, Ina Druviete, Paul Dumouchel, Ronald Dworkin, John Edwards, Marc Fleurbaey, Hannah Forbes-Black, Barbara Fried, Anselmo García Cantúu, Anca Gheaus, Victor Ginsburgh, François Grin, Jostein Gripsrud, Michael Ignatieff, Jane Jensen, Kande Mutsaku Kamilamba zaliger, Zdenko Kodelja, Peter Kraus, David Laitin, Jean Laponce, Alain Leroux, Sebastiano Maffetone, Branko Milanovic, Darrell Moellendorf, Timothée Mukash Kalel, Thomas Nagel, Ruwen Ogier, Michael Otsuka, Alan Patten, Robert Phillipson, John Pitseys, Johanne Poirier, Aurélien Portuese, Eric Rakowski, Rob Reich, Mathias Risse, David Robichaud, Maria de Lourdes Ros Torres, Emma Rothschild, Stefan Rummens, Tim Scanlon, Samuel Scheffler, Harold Schiffman, Amartya Sen, Niamh Shuibhne, Nenad Stojanovic, Humphrey Tonkin, Neus Torbisco, Michel Van den Abeele, Toon Vandevelde, Jonathan Van Parys, Andrew Williams, Marc Wilmet, Erik Olin Wright, mijn studenten in Aix-en-Provence (‘Diversité linguistique et

Dankwoord

Taal en rechtvaardigheid.indd 11

11

11/08/15 16:04


justice sociale’, 2004), Harvard (‘Social Justice and Cultural Diversity’, 2005) en Louvain-la-Neuve (‘Questions approfondies de philosophie politique’, 2009), alle leden van de Septembergroep en van de Leuvense ‘Hoover-leerstoel’, en niet in het minst Will Kymlicka en David Miller, de uitgevers van de reeks Oxford Political Theory, waarin dit boek oorspronkelijk verschenen is. Zij hebben mij allen met verhelderende mondelinge en schriftelijke commentaren verder geholpen en verschillenden onder hen hebben ook bijeenkomsten georganiseerd waarop ik nuttige feedback van anderen kon krijgen. Dit boek is opgedragen aan de nagedachtenis van G.A. (Jerry) Cohen. Mijn eerste schetsmatige poging om dieper op ‘taalrechtvaardigheid’ in te gaan, werd in de lente van 1998 gepresenteerd in het kader van een seminarie over ‘Rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid’, dat ik samen met hem aan het All Souls College in Oxford doceerde. Die poging werd uitgewerkt tot een paper, die onder de titel ‘If You Are an Egalitarian, How Come You Speak English?’ gepresenteerd werd op de conferentie die in mei 2001 ter gelegenheid van Jerry’s 60ste verjaardag aan Yale University werd georganiseerd. Taalkwesties besprak ik met hem ook in de loop van sommige van onze bijeenkomsten met de Septembergroep en bij verschillende andere gelegenheden. In deze en in alle andere kwesties was Jerry een permanente uitnodiging om onzorgvuldig denken en slordig schrijven te bestrijden, om in de plaats daarvan grondig en oprecht te denken, zonder intellectuele moeilijkheden uit de weg te gaan of de ambitie op te bergen om van onze wereld een betere wereld te maken. Ik ben hem – en niet enkel als wetenschapper – ontzettend dankbaar voor alles wat ik van hem geleerd heb. Zijn plotse dood in augustus 2009 was voor mij een groot verlies. Ten slotte wil ik mijn wonderbaarlijk meertalige familie bedanken, die mij meer vertrouwen heeft gegeven om talen te spreken en over talen te schrijven dan alle lessen die ik gevolgd heb en alle boeken die ik gelezen heb. Vroegere versies van een deel van de inhoud die in dit boek opgenomen is, werden eerder gepubliceerd als: ‘The Ground Floor of the World’, International Political Science Review 21, 2000; reprinted in P. James (ed.), Globalization and Culture, London: Sage. ‘Must Europe Be Belgian?’, in C. McKinnon and I. Hampsher-Monk (eds.), The Demands of Citizenship, London and New York: Continuum, 2000; herdrukt

12

Taal en rechtvaardigheid.indd 12

Taal en rechtvaardigheid

11/08/15 16:04


in K. Hinrichs, H. Kitschelt, and H. Wiesenthal (eds.), Contingency and Crisis, Frankfurt: Campus, 2000. ‘Linguistic Justice’, Politics, Philosophy and Economics 1, 2002; herdrukt in W. Kymlicka and A. Patten (eds.), Language Rights and Political Theory, Oxford: Oxford University Press, 2003; vertaald en uitgebreid (met L. de Briey) in Revue de philosophie économique 5, 2002. ‘Language Legislation for XXIst Century Europe’ (met M. Aziz), UCLouvain: Chaire Hoover, DOCH 87, 2002, http://www.uclouvain.be/Publications/dochs. htm. ‘Europe’s Linguistic Challenge’, Archives Européennes de Sociologie 45(1), 2004; herdrukt in D. Castiglione and C. Longman (eds.), The Language Question in Europe and Diverse Societies, Oxford: Hart, 2007. ‘Tackling the Anglophone’s Free Ride’, in Towards More Linguistic Equality in Scientific Communication, themanummer van de AILA Review 20, 2007. ‘Linguistic Diversity as a Curse and as a By-Product’, in X. Arzoz (ed.), Respecting Linguistic Diversity in the European Union, Amsterdam: John Benjamins, 2007. ‘Grab a Territory!’, in J. Poirier, J. E. Fossum, and P. Magnette (eds.), Ties that Bind. Accommodating Diversity in Canada and the European Union, Bern: Peter Lang, 2009. ‘Linguistic Justice and the Territorial Imperative’, Critical Review of International Social and Political Philosophy 12 (4), 2009; herdrukt in M. Mattravers (ed.), Democracy, Justice and Equality, London: Routledge.

Dankwoord

Taal en rechtvaardigheid.indd 13

13

11/08/15 16:04


Taal en rechtvaardigheid.indd 14

11/08/15 16:04


Inleiding Taalkwesties hebben mij lang in de war gebracht. En verontrust. En intellectueel gefascineerd. Niet verwonderlijk, zou men kunnen zeggen. Ik draag een taalgrens tussen mijn voornaam en mijn achternaam. Mijn moedertaal is niet de taal die ik het beste spreek – en ook niet de taal die ik vandaag de dag met mijn moeder spreek. Als al mijn kinderen thuis zijn voor het avondeten, worden er aan de eettafel vier talen gesproken. Bovendien doceer ik aan de beide instellingen die ontstonden toen een 550 jaar oude universiteit door een taalkundige kloof in tweeën werd gesplitst in de tijd toen ik er begon te studeren. Maar op de allereerste plaats ben ik een geboren en getogen Brusselaar en woon ik nu opnieuw in Brussel, met andere woorden in de stad waar Pieter Bruegel de Oude zich vestigde in het jaar waarin hij zijn twee Torens van Babel schilderde; een stad die veel later, als een van de gevolgen van een lange strijd, de officieel tweetalige hoofdstad van een officieel drietalig land werd; een stad die nu ook, eerder toevallig dan gepland, de hoofdstad van de Europese Unie is geworden, een bizarre politieke entiteit die uniek is in haar soort en die zich ertoe verbonden heeft om een gelijke status te verlenen aan de officiële talen van al haar nationale componenten, waardoor ze gedwongen was om de grootste tolken- en vertaaldienst te ontwikkelen die de mensheid ooit gekend heeft. Dat zou voldoende kunnen zijn om mijn gevoeligheid voor taalkwesties te verklaren, maar niet om te motiveren waarom ik jaren van mijn leven gespendeerd heb aan het uitbroeden van een boek over die thematiek. Daarvoor was er meer nodig. En meer kwam er, toen ik mij geleidelijk aan realiseerde dat die taalkwesties in Brussel weliswaar uitzonderlijk sterk in het oog springen, maar geenszins het kleingeestige privilege vormen van een onbeduidende halfbloed uit een land waarvan ik toevallig een burger ben. Evenmin zijn ze het privilege van de

Inleiding

Taal en rechtvaardigheid.indd 15

15

11/08/15 16:04


eurobureaucratie, die zich over een honderdtal gebouwen in de buurt van mijn Brusselse woning verspreid heeft. Nee, die kwesties zijn vandaag de dag bijna universeel en hun aantal neemt alsmaar toe. Daarvoor kunnen er drie redenen worden aangeduid. Ten eerste vinden er overal ter wereld steeds meer meertalige landen aansluiting bij het democratische gedachtegoed, ook al gebeurt dat behoorlijk chaotisch, en worden dus steeds meer landen geconfronteerd met de uitdaging om te midden van gescheiden publieke opinies een functionerende democratie tot stand te brengen. Precies dat was de centrale uitdaging waar België mee geconfronteerd werd zodra het niet langer in het hele land geregeerd werd door een Franstalige elite. Ten tweede moeten we met zijn allen wereldwijd steeds vaker in contexten functioneren waarin mensen met verschillende moedertalen samenkomen – die ervaring is niet langer voorbehouden aan kooplui en diplomaten, immigranten en toeristen, maar geldt nu voor een bonte mengeling van deelnemers uit het economische en intellectuele leven, uit politieke instellingen en middenveldorganisaties. Daardoor worden wij steeds intenser geconfronteerd met de problematiek die in en rond de centrale instellingen van de Europese Unie zeer scherp waargenomen wordt. Ten derde zien steeds meer landen in de hele wereld zich geconfronteerd met de immigratie van mensen die een grote verscheidenheid aan andere moedertalen spreken en die moedertalen ook – meer dan ooit het geval was – behouden en doorgeven aan de volgende generatie. Bijgevolg is een permanente taaldiversiteit op vele plaatsen – ook op plaatsen waar dat tot dusver nauwelijks bestond – een gewone ervaring geworden. Het belang dat voor mij aan taalkwesties gekoppeld is, is enerzijds afkomstig van een bewustwording van het feit dat ze in toenemende mate en op een universele manier aanwezig zijn in het publieke debat volgens de drie ontwikkelingslijnen die ik zojuist vermeld heb. Maar nog meer is het afkomstig van de bewustwording van de cruciale rol die taalkwesties spelen in de mogelijkheden voor de realisatie van sociale rechtvaardigheid, of het nu gaat om het nationale, Europese of wereldniveau. Die cruciale rol viel mij voor het eerst op toen ik in de vroege jaren negentig ontdekte dat de taalstrijd in België de nationale welvaartsstaat van het land dreigde aan te tasten, die tot dan als een sterk instrument voor de armoedebestrijding en de afbouw van ongelijkheid had gefunctioneerd. Een taalstrijd lijkt voor mensen die zich om sociale rechtvaardigheid bekommeren, vaak triviaal. Maar als het niet lukt om op een gepaste manier een einde te stellen aan een dergelijke strijd en het conflict op te lossen, kan dat het streven naar sociale rechtvaardigheid ernstig schaden. Om quasi gelijkaardige redenen

16

Taal en rechtvaardigheid.indd 16

Taal en rechtvaardigheid

11/08/15 16:04


kwamen Karl Renner en Otto Bauer, de sociaal-democratische voormannen van Oostenrijk-Hongarije en de eerste theoretici van een meertalige democratie, schoorvoetend tot de conclusie dat zij de nodige tijd en energie moesten spenderen aan de zoektocht naar een passend antwoord op de ‘Nationalitätenfrage’, omdat zij anders de voor hen veel belangrijkere ‘soziale Frage’ nooit succesvol zouden kunnen oplossen. Zij kwamen echter te laat tot die conclusie, aangezien de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie langs taalkundige lijnen uit elkaar viel vooraleer hun oplossingen überhaupt uitgetest konden worden. Onze huidige situatie in de Europese Unie verschilt daar echter niet fundamenteel van. Zoals ik in dit boek wil aantonen, laten de aanhoudende ‘eurocrisis’, het ‘democratische deficit’ van de EU en de stagnatie van het ‘sociale Europa’ geen structurele oplossing toe zolang er geen eerlijke en efficiënt functionerende oplossing voor het centrale taalprobleem van Europa wordt gevonden. Als de laatste bewering correct is, dan zou alleen al op basis van die bewering het schrijven van een boek de moeite waard zijn. Zij rechtvaardigt bovendien de keuze van mijn centraal voorbeeld. De kennis van het Engels verspreidt zich met een ongelofelijke snelheid over Europa en over de wereld. Zoals ik zal aantonen, moeten we die enorme en onomkeerbare evolutie verwelkomen. Maar ze brengt ook ongelijkheden met zich en de analyse daarvan maakt deel uit van de kern van dit boek. Veel van wat ik te zeggen zal hebben, maakt aanspraak op een veel algemenere geldigheid dan de huidige EU-brede en wereldwijde uitbreiding van het leren en het gebruik van het Engels. Er waren en er zijn – en ook in de toekomst zal het niet anders zijn – vele andere gevallen van talenconcurrentie die tot scherpere, opvallendere en gewelddadigere conflicten aanleiding geven. Maar geen van hen is van een grootteorde die de verankering van de eerste wereldwijde lingua franca benadert. Geen van hen komt nog maar in de buurt van het belang daarvan voor de toekomst van Europa en het lot van de wereld. Ofwel als deel van het centrale voorbeeld ofwel buiten die context zal ik in het voorliggende boek vele gevallen van talenconcurrentie aanvoeren. Sommige zullen uit de wetenschappelijke literatuur gehaald worden, vele andere zullen afkomstig zijn van situaties waarmee ik vertrouwd ben, vooral in de Belgische en Europese context. In het licht van de talloze mogelijkheden die ik had om gebruik te maken van scherpzinnige ooggetuigenverslagen van taalkwesties in andere delen van de wereld, ben ik ervan overtuigd dat er niets uitzonderlijks is aan die voorbeelden, meer bepaald wat de basispatronen betreft die ze zouden moeten accentueren, en dat van vele andere plaatsen makkelijk analoge voorbeelden kunnen worden aangehaald. Op basis van de specifieke ambitie van dit

Inleiding

Taal en rechtvaardigheid.indd 17

17

11/08/15 16:04


boek – die geenszins encyclopedisch is – zou de bewuste geografische eenzijdigheid van mijn voorbeelden geen probleem mogen vormen. Wat is dan de ambitie van een filosofisch boek over talenkwesties? Een dergelijke ambitie heeft twee componenten, die op logisch vlak van elkaar verschillen, maar nauw met elkaar verbonden zijn. De ene bestaat erin om iedereen die in zulke kwesties geïnteresseerd is – als wetenschapper, activist, beleidsmaker of gewone burger – te helpen om naar voren te kijken, door vanuit een ‘vogelperspectief’ een vereenvoudigd beeld te schetsen van waar we staan en waar we naartoe gaan. Dit deel van de job impliceert uitspraken over feiten die vooral betrekking hebben op mechanismen en trends. Sommige van hen zijn onvermijdelijk speculatief. Ik hoop echter dat het advies en de feedback van talrijke collega’s uit diverse disciplines ervoor gezorgd hebben dat de meeste van de door mij gemaakte beweringen niet al te naïef uitvallen. Hoewel ze af en toe als dogmatische verklaringen kunnen klinken, zijn ze natuurlijk niets anders dan hypotheses die empirisch bekritiseerd kunnen worden, net zoals die deelaspecten van mijn conclusies die erop gebaseerd zijn. De tweede component van de opdracht van de filosoof bestaat erin om een normatief kader te ontwerpen dat robuust genoeg is om stand te houden tegenover filosofische bezwaren, dat plausibel genoeg is om tegemoet te komen aan onze weloverwogen ethische waardeoordelen en precies genoeg is om – in combinatie met uitspraken over feiten – inspiratie te leveren voor een reeks van specifieke en concrete beleidsvoorstellen en die te kunnen rechtvaardigen. Beide componenten van de opdracht zijn niet alleen eng met elkaar verbonden omdat zowel een analyse van de feiten als normatieve richtlijnen noodzakelijk zijn om beleidsconclusies te trekken, maar ook omdat een zinvolle bespreking van de plausibiliteit van normatieve principes een goed geïnformeerde reflectie vereist over hun implicaties in de werkelijke wereld. Door specifieke conflicten in perspectief te plaatsen, door de algemeenheid van sommige basismechanismen te beklemtonen en door ervoor te zorgen dat diegenen die één positie in het taalspel gewoon zijn, ook eens vanuit de tegenovergestelde positie naar de situatie kijken, zou die dubbele opdracht, als ze lukt, een kritische afstand moeten kunnen genereren bij een thema dat sterk emotioneel gekleurd is en zou ze passie en partijdigheid door redelijkheid en eerlijkheid moeten kunnen vervangen. In een poging om die dubbele opdracht tot een goed einde te brengen, heeft dit boek de volgende structuur. Hoofdstuk 1 stelt een gestileerd beeld van het

18

Taal en rechtvaardigheid.indd 18

Taal en rechtvaardigheid

11/08/15 16:04


mechanisme voor dat aan de grondslag ligt van vele taalkundige fenomenen, inclusief de verspreiding van de lingua franca, en ontwikkelt een argument ten voordele van de veronderstelling dat die verspreiding niet tegengehouden, maar versneld moet worden. De hoofdstukken 2 tot 5 belichten de verschillende dimensies waarin er sprake kan zijn van onrechtvaardigheid als er aan één taal een geprivilegieerde status verleend wordt. Die hoofdstukken bepalen bovendien de principes die ons zouden moeten sturen als we het plan opvatten om de onrechtvaardigheid in elk van die opzichten ongedaan te maken of tot een minimum te beperken. Ze omschrijven ook de beleidsimplicaties van die principes voor het huidige Europa en voor de huidige wereld. Hoofdstuk 6 focust op taaldiversiteit, vraagt of er een goede reden bestaat om haar behoud of haar promotie te bepleiten en bespreekt hoe die diversiteit zich verhoudt ten opzichte van rechtvaardigheidsbekommernissen. In een notendop: wat in dit boek uiteindelijk wordt voorgesteld, bestaat in de kern uit een versnelde wereldwijde democratisering van de kennis van het Engels in combinatie met de territoriale bescherming van een groot aantal talen. In het grootste gedeelte van het boek wordt voor die positie een normatief argument ontwikkeld op basis van een concept van globale rechtvaardigheid dat een eerlijke verdeling en gelijke achting met elkaar verbindt, tegen de achtergrond van een analyse van hedendaagse taalkundige ontwikkelingen die een sleutelrol toekent aan wat ik ‘de maxi-min-dynamiek’ zal noemen. Cynici zullen zo’n normatieve benadering zinloos vinden. Nog steeds, zo geloven zij, worden heikele taalkwesties opgelost door pure machtsverhoudingen, net als dat het geval is voor alle andere kwesties, en dat zal altijd zo zijn. Zij vergissen zich. Een grondige voorstelling van wat taalrechtvaardigheid inhoudt en wat zij vereist, verschaft ons de middelen om de arrogantie van de machtigen te ondermijnen en de verontwaardiging van de machtelozen te versterken, en om richting te geven aan het oordeelsvermogen van ieder die zich in een positie zou kunnen bevinden waarin er bemiddeld moet worden. Dat hoop ik ten minste, om redenen die verder reiken dan taalrechtvaardigheid. En dat geloof ik ook.

Inleiding

Taal en rechtvaardigheid.indd 19

19

11/08/15 16:04


Taal en rechtvaardigheid.indd 20

11/08/15 16:04


Hoofdstuk 1

Lingua franca 1.1 Europa’s lingua franca Sinds het moment waarop zich voor de eerste keer sprekende wezens op het Europese continent vestigden, werd het taallandschap van Europa nooit eerder zo diepgaand en in zo’n korte periode veranderd als in de laatste decennia. Deze ontwikkeling is des te opmerkelijker omdat ze niet gepaard gaat met een verovering, een oorlog of dwang van bovenaf. Verderop in het boek focus ik mij op het onderliggende mechanisme van dit fenomeen, waarbij ik zal argumenteren dat we het moeten toejuichen. Maar laat ons eerst even stilstaan bij de aard en de omvang van deze ontwikkeling. We gebruiken daarvoor de dataset uit de Eurobarometer van de Europese Unie die de zelfbeoordeling van respondenten over hun talenkennis bevat, opgesplitst volgens leeftijdsgroepen.1 Om te beginnen bekijken we het procentueel aandeel Europeanen die aangeven dat ze de meest verspreide EU-talen goed of zeer goed beheersen, als moedertaal of als aangeleerde taal, geschat op basis van een enquête die in 2012 werd afgenomen in de 27 lidstaten van de EU (Figuur 1.1). Wanneer we onze blik van de oudste naar de jongste leeftijdsgroep laten glijden, ontdekken we de dynamiek die hier aan het werk is. Wat zien we dan? Het Duits, over het algemeen de meest verspreide moedertaal, neemt bij de oudste generatie nog steeds de koppositie in, maar als we naar de jongere generatie kijken, dan werd het Duits bijna door het Frans ingehaald, terwijl het Spaans en het Pools op dezelfde hoogte als het Italiaans zijn gekomen. Zonder enige concurrentie overtreft het Engels echter alle andere talen op het vlak van (zelfverklaarde) sprekers. In de jongste generatie overtreft het Engels het Duits met meer dan de dubbele score.

Lingua franca

Taal en rechtvaardigheid.indd 21

21

11/08/15 16:04


Figuur 1.1  Procentueel aandeel EU-burgers (al dan niet moedertaalsprekers) die aangeven de verschillende talen goed of zeer goed te beheersen (EU-27, februari-maart 2012)

EU-27: percentage moedertaalsprekers + niet-moedertaalsprekers 0,75

EN 0,50

DE FR IT ES

0,25

PL RU

0,00 65+

45-64

25-44

15-24

Bron: Eurobarometer 2012. Gegevensverwerking: Jonathan Van Parys.

Figuur 1.2  Procentueel aandeel moedertaalsprekers van de verschillende talen (EU-27, februari-maart 2012)

EU-27: percentage moedertaalsprekers 0,25

EN DE FR

0,13

IT ES PL RU

0,00 65+

45-64

25-44

15-24

Bron: Eurobarometer 2012. Gegevensverwerking: Jonathan Van Parys.

22

Taal en rechtvaardigheid.indd 22

Taal en rechtvaardigheid

11/08/15 16:04


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401426336 by Uitgeverij Lannoo - Issuu