1
Wat een man niet lijden kan
H
et zat Jos de laatste tijd niet mee. Iedereen zei hem dat hij op het toppunt van zijn kunnen en presteren was. Ah ja, als je 25 bent, ligt de wereld toch aan je voeten? Maar het was nu zaterdagavond, voor elke jonge man de start van een zwoel zomers weekend met talrijke veroveringen om de hoek, en Jos voelde niets. Behalve een knagende onrust en ontevredenheid als hij naar zichzelf in de spiegel keek. ‘Jos Welvaert.’ Hij klopte zich op de ietwat bolle buik die tegen het Eskimoonderlijfje spande. Zijn stem klonk veel te zwaar voor het lijf, dat alleen daar enige massa vertoonde, jammer genoeg niet door spieren. Hij tuurde ietwat dichter naar zijn gezicht. Zijn blauwe ogen priemden naar zijn ferme neus. Er piepten toch geen haren tevoorschijn? Bittere ervaring had hem geleerd dat de meisjes doorgaans volledig afhaakten bij het voelen of zien van te veel haar. Zijn hand ging naar zijn nek. Een pijnlijke grimas volgde. Zijn huid voelde nog steeds pijnlijk aan na de bric-à-brac waxoperatie die hij enkele dagen geleden had uitgevoerd. Een verdienstelijke poging om zijn rughaar vakkundig te verwijderen. Hij hoorde nog altijd de snerpende woorden van zijn moeder toen ze hem in de badkamer betrapte. ‘Jos!’ Haar stem teisterde alle decibelnormen en ging nog in overdrive bij verontwaardiging en woede, twee gevoelens die bij haar heel frequent voorkwamen. ‘Wat doe gij nu?!’
5
De lepel met hete wax was blijven hangen in de vloeiende beweging en drupte ongenadig op het badmatje dat ze net voor haar nieuwe stortbad had gekocht. Haar trots en leven, een eigen badkamer. Ze wist zeker dat er geen enkele boerderij in Wijtschate en omgeving was die zo’n schoon stortbad, en zeker niet zo’n exclusief kleurtje van badmat had. ‘Mijn badmat!’ Het had hem heel wat moeite gekost om zijn moeder te overtuigen dat hij echt niet op het verkeerde pad was. Dat hij deze wax met kookpotje en spatel van de zuster van Lucien had gekregen. Ondertussen was de wax op zijn rug volledig verhard en was de afgesproken tijd die Luciens zuster had vermeld, verstreken. ‘Nooit te lang laten zitten, anders hebt ge niet alleen haar, maar ook uw vel mee.’ ‘Wat is er mis met wat haar op uw rug?’ Zijn moeder had hem de badkamer uitgeduwd, nadat hij door zijn onhandige poging de wax in stroken te verwijderen, het kookpotje had omgestoten. ‘Onze pa, mijne Louis, heeft dat toch ook en hebt ge mij ooit horen klagen? Ge hebt het van geen honden!’ Met harde hand had ze ondertussen de hars van zijn rug getrokken. De tranen waren onmiddellijk in zijn ogen gesprongen. ‘Tututut, een echte boer, die zaagt niet over wat haar op zijn rug.’ Haar afkeuring had door het hele huis weergalmd. Hij had die avond niks anders gedaan dan plukjes verharde wax uit het stortbad en het volledig kapotte gepluisde badmatje zitten plukken. Zijn rug had gebrand en hij had nog altijd niet echt naar de schade durven kijken. Een ding was zeker, zijn lichaam was er niet aantrekkelijker op geworden. Toen zijn vader van zijn strapatsen had gehoord, had die alleen maar gezucht en met het hoofd geschud. Louis had het allang afgeleerd veel woorden te verspillen, dat deed zijn Emma wel in zijn plaats. Alleen als zijn pa over zijn patattenveld begon, was hij niet meer te stoppen. Jos kon alleen maar hopen dat hij niet zoals zijn vader zou eindigen. Ook al leek zijn pad al zo vastgelegd dat het gebetonneerd was. Waarom was hij toch de enige zoon thuis? 6
Hij wist niet waarom er na hem geen andere kinderen meer waren gevolgd. Op alle andere boerderijen waren er dankzij de pastoor vele kinderen. En dat was niet omdat die ‘heilige’ man zo’n groot libido had. Jos betwijfelde of het rimpelige oude mannetje wist wat een vlaggenstok was. Nee, het was het inprenten van de heilige plicht van elke familie voor de grote Katholieke Kerk. Elke zondag in de SintMedarduskerk weergalmde dezelfde preek. ‘Kweekt u voort als keuns.’ Jos grinnikte. Nee, zo zei mijnheer pastoor het niet echt. Ooit, in zijn puberjaren, had hij zijn moeder eens heel voorzichtig gevraagd hoe het kwam dat hij geen broers of zusters had. Maar dat was volledig fout geweest. Eerst had ze hem met een ongelovige blik aangestaard. Dat hij het waagde haar, zijn moeder, zoiets te vragen! Dan was ze losgebarsten. ‘Dat is iets tussen mij en uw vader’, had ze gesnauwd. ‘God wikt, God beschikt. En dat, dat… is iets waarover niet gepraat moet worden. En trouwens, zijt ge niet content? Gij erft als enige heel de boerderie!’ Sindsdien dacht hij dat zijn ouders maar één keer seks hadden gehad, toen hij verwekt werd. Ergens was het een veilige gedachte, zijn ouders als seksloze wezens. Zijn tenen krulden op het verkruimelde badmatje. Hij moest voortmaken. Wat zat hij nu te denken aan het niet bestaande seksleven van zijn ouders?! Dat hij zich maar liever wat bekommerde om het zijne. Zijn vingers gleden door zijn wilde krullenbos, die amper in bedwang werd gehouden door de nieuwe gel die hij in Poperinge had gekocht. Op het potje stond: ‘Voor de moderne man’. Hij keek voorzichtig in de spiegel. Deed het product wat het beloofde, van hem de knapste man van Wijtschate en omstreken maken? Zijn wijsvinger ging over de bakkebaarden die volgens zijn moeder veel te lang waren. Maar hij wist dat dit een teken van mannelijkheid was. Hadden alle popsterren ze niet? Benny van Abba, Frank Zappa, elk sekssymbool had ze. Een overvloedige gulp aftershave vulde zijn handen. Niemand zou hem die avond kunnen beschuldigen een boerenluchtje te hebben.
7
Op zijn kamer lag zijn nieuwe nylonhemd op hem te wachten, samen met een kraakverse jeansbroek. De cowboylaarzen maakten het geheel af. Nu was het zaak niet meer in de spiegel te kijken en er niet als een hennepoeper uit te zien. Hij wist dat het zou helpen nog even langs de woonkamer te passeren. Vader zou languit in de zetel liggen, uitgeteld en wel na een harde dag op het veld. Moeder zou naast hem zitten, de haren in krulspelden gedraaid, klaar voor de zondag. Toen Jos de woonkamer inkwam, was het tafereel exact zoals hij had gedacht. Hoe voorspelbaar waren zijn ouders… ‘De verering van onze Lieve-Vrouw te Hasselt als een ommegang…’ Jos blokkeerde de rest van de reportage in zijn oren. Wat zou hij op een zaterdagavond naar een reportage over Maria in het exotische Hasselt kijken? Kemmel wachtte op hem! ‘Terloops is toch altijd goed, hé keppetje.’ Jos moest in zichzelf lachen bij de grimas van zijn vader bij het troetelnaampje. Hij zag amper een omhelzing of een kus tussen zijn ouders. Alleen dat keppetje, dat kon zijn moeder niet laten. Maar of dat nu een bewijs van haar liefde was? Het viel in ieder geval niet in goede aarde bij zijn vader. ‘Mmm.’ Tot zover de uitgebreide commentaar van onze pa. ‘Ik ben ermee weg.’ Een spiedende en afkeurende blik van zijn moeder volgde hem door de woonkamer. ‘En denkt gij zo een fatsoenlijk meiske aan de haak te slagen?’ Daar gingen ze weer. Hetzelfde gesprek van elk weekend. ‘Ja, moeder.’ Hij had de klink van de deur al in de hand, maar wist wel beter dan de deur dicht te slaan. Het was beter de bui te trotseren. Eén keer had hij geïrriteerd over haar commentaar de woonkamer verlaten zonder te wachten tot ze klaar was. Dat had hem de hele volgende week beeld zonder klank opgeleverd. Eigenlijk wel gemakkelijk…
8
‘En waar hebt ge dat hemd weer gekocht?’ Haar hoofd schudde afkeurend terwijl ze agressief met haar breinaalden zwierde, als een volleerde stierenvechter. ‘En dat terwijl er zoveel fatsoenlijke hemden in de kast liggen. Degelijke, van goede kwaliteit.’ Die hij nog jaren zou kunnen dragen. ‘Ja, moeder.’ Hij keek naar de wandklok naast het kruisbeeld. Hij was al te laat, Lucien zou al op hem zitten wachten. ‘Laat die jongen toch doen.’ Jos keek verbaasd op. Dit was een verandering in het gewone scenario! Zijn vader die hem verdedigde. Keppetje speelde gevaarlijk spel. De zwart-witbeelden van Terloops gingen onverstoorbaar verder. Een eeuwige rij van processiegangers die door het scherm wandelden. Hasselt wist Maria wel te eren… Was het dit wat zijn vader de kracht gaf om tegen zijn vrouw in te gaan? Was er dan toch zoiets als een God? ‘Allez, vooruit. Wat staat ge daar als een stom schaap? Vooruit, maak dat ge wegkomt! Straks is de zaterdagavond al voorbij voor hij begonnen is.’ Hij diepte een Rodenbach op, die naast hem op een tafeltje stond. Het bordje met de garnalen was al leeg. Zijn wekelijkse traktatie aan zichzelf. Het geklik van de breipennen ging in overdrive, een teken van overgave. Maar net voor hij de deur achter zich sloot, galmde haar stem toch nog door de gang. ‘En ge weet het… ’ Hij sloot de deur en ademde de zwoele zomerlucht in. ‘Niet te laat’, lipte hij. ‘En niet te zat.’ Zijn moeder was een echte dulle bette, maar ze meende het goed. Het patattenveld voor hun boerderij stond te bloeien in de avondzon. In de verte lag Kemmel op hem te wachten. Zijn fiets zou hem naar zijn dromen brengen. De eerste dondervliegjes vlogen in zijn mond. Het was nog verrassend warm, zijn nylonhemd plakte al aan zijn rug na een kilometer fietsen. Hij vloekte. Zo zou hij nooit een meisje kunnen 9
versieren. Meisjes hielden niet van haar op ongepaste plekken, maar ook okselvijvers waren echte afknappers, zoals Lucien altijd zei. Lucien. Zijn beste maat, al sinds de kleuterschool. Twee handen op één buik, zo werden ze omschreven. Hij kon zich nog perfect herinneren hoe ze in de lagere school zuster Marie Clothilde – met zo’n naam verdiende je het om geplaagd te worden – bijna letterlijk hadden laten vliegen. Met haar monstrueus uitziende witte kap was ze in de lucht geschoten nadat ze in het krijtbakje had getast en gestoten was op een vers hoopje stront, recht van de boer. ‘Of de boer zijn zoon’, had Lucien hem toegefluisterd. De wraak van de non was zoet geweest. Toen niemand ook maar iets bekende, had ze er niet beter op gevonden dan de hele klas te straffen. Hij zou nooit meer vergeten hoe ze een hele namiddag met een tandenborstel de wc’s van het klooster hadden moeten poetsen. Zoveel toiletpotten! Zoveel vuiligheid. En dan maar zeggen dat nonnen reine wezens waren… Hij zag in de verte Lucien al ongeduldig staan wachten aan de kruising. Het zou de laatste week zijn dat ze met de fiets op veroveringstocht moesten. Volgende week zou hij Lucien kunnen ophalen met zijn eigen auto! Hij ademde diep in, de voorpret vulde zijn hele lichaam. Hij zag zichzelf al met zijn Citroën DS door de heuvels van dit land racen, de linkerarm nonchalant uit het raampje hangend, de muziek luid schallend. ‘Waarom koopt ge geen degelijke auto met uw spaarcenten?’ Zijn vader was duidelijk geweest in zijn oordeel over de keuze van Jos, maar die had voor één keer zijn been stijf gehouden. Als kind was hij al gefascineerd geweest door dat strijkijzer dat zichzelf zo mooi oppompte. Zijn lange snuit was gemaakt om door de velden te klieven. Het nieuwe lichtblauw dat in de garage was voorgesteld, was eindelijk eens iets anders dan al die saaie grijze en bruine landbouwvoertuigen die hij al zijn hele leven had gekend. Volgende vrijdag was het zover, dan mocht hij hem afhalen. Als een kind in een snoepwinkel voelde hij zich! Hij had al aan Lucien het eerste ritje beloofd, na zijn dag op het veld. ‘Eindelijk!’ Lucien stak zijn ergernis niet onder stoelen of banken. Zijn blonde haren kleefden op zijn kop in een poging om trendy te zijn. Volgens de 10
moeder van Jos was het geen zicht, dat lange haar dat altijd te vettig leek om mooi te zijn en dan die reusachtige snor die om zijn mond bengelde… ‘Die mislukte hippie.’ Volledig in jeansstof gehuld, zag hij er al verhit uit zonder nog maar één biertje gedronken te hebben. Jos verwonderde zich er elke week weer over hoe Lucien nuchterder werd naarmate hij meer bier dronk. Hij kon heel Wijtschate en omstreken zonder enig probleem onder tafel drinken, ook al was hij bangelijk mager. Het leek wel alsof hij nooit eten nodig had, alleen maar drinken. Hij had Jos al vele malen op gevaarlijke paden geloodst die hij op zijn eentje nooit zou durven nemen. Jos was Lucien hiervoor bijzonder dankbaar, al zou hij dat nooit toegeven. Lucien gaf zijn saaie leventje wat kleur, zorgde ook voor meisjes, wuvezot die hij was. ‘Klaar om de wereld te veroveren?’ Lucien liet zijn fiets opzettelijk slippen in het mulle zand. Jos knikte. ‘Natuurlijk.’ Zo begon het elk weekend, met de gedachte dat hét nu wel zou gebeuren. Dat ze niet in het ingeslapen Heuvelland uitgingen, maar op de plaats waar alles gebeurde. Elke zaterdagnacht eindigde met het besef dat het wéér niet gebeurd was, dat de patatten nog altijd op hen wachtten. Maar dat was voor binnen enkele uren. Nu trapte Jos met stevige halen Lucien achterna. Hij was – weer eens – klaar om de wereld te veroveren!
11
2
En toen stapte Eva uit het paradijs
‘V
oulez-vous coucher avec moi?’ De beat was voelbaar in elk lichaam waar ze tegenaan botsten op hun tocht naar de toog. ‘Ce soir!’ Een ietwat mollige versie van Brigitte Bardot schuurde ongegeneerd tegen Lucien aan, terwijl ze in het oor van Jos de tekst meebrulde. Frans met een West-Vlaams accent, Jos wist dat hij nog heel wat moest drinken om dat te appreciëren. ‘Die heb ik vorige week gehad’, brulde Lucien hem in zijn andere oor. ‘Een echte hete klinke.’ Jos keek om naar het meisje, dat zich in een obsceen kort rokje op een barkruk hees en dan haar blonde lokken zo opzichtig naar achteren zwierde dat ze er aan de andere kant bijna weer afdonderde. Heet, dat kon Jos wel geloven. Maar of ze iets voor hem was? Volgens Lucien was hij veel te kieskeurig. ‘Ge moet alle producten verkennen, vooraleer ge u er één aanschaft.’ Dat waren de wijze woorden waarmee Jos het elke week moest doen. En hij had het geprobeerd. Al een aantal keren. Gegeneerd dacht hij terug aan de eerste keer dat hij een meisje binnendeed achter de tent van de botsauto’s. Goed dat dat kind ook van niet veel wist. Na een kwartier tonggymnastiek had ze gezegd dat ze dringend naar huis moest. Haar moeder wachtte op haar. Van een afknapper gesproken. Afgewezen worden voor een portie vis… Lucien had hem daarna geadviseerd in het kussen. Hij moest oefenen op zijn eigen arm of op een appelsien. Jos had wijselijk gezwegen. Dat ging werkelijk te ver, een appelsien kussen?! Als zijn moeder dat zou zien… 12
Het zorgde ervoor dat hij niet alles meer geloofde van de veroveringstochten van Lucien. En hij had zeker zijn raad niet aangenomen voor zijn ‘eerste keer’. ‘Gewoon er in één keer voor gaan, niet te lang wachten, dan verliezen ze hun interesse.’ Jos schudde het hoofd. Niet dat zijn eerste keer een succesje was. Hij had het meisje daarna nooit meer gezien. Gelukkig maar. Sindsdien had hij de kermis in Poperinge vermeden. Hij keek naar de scheurkalender die achter de toog hing. Zes juli. Het was weer zover, het hele marktplein van Poperinge zou weer volstaan. Toch nog maar even wegblijven… ‘Voilà.’ Een schuimende pint werd voor zijn neus geplant. Lucien zette zich naast hem, hun twee stamplaatsen van het danscafé waar ieder weekend de jeugd van het Heuvelland samenkwam. ‘Schol!’ Het startschot voor een lange avond was gegeven. Normaal gezien stelde Jos zich geen vragen bij dit wekelijkse ritueel. Wat zou hij? Maar vandaag bleef de onrust die hem al de hele dag plaagde aan hem knagen. Hij wilde actie, hij wilde leven! ‘Volgende week dus met de auto op stap?’ Lucien keek hem glunderend aan. Ook al was hij dan de grootste versierder van Wijtschate en omstreken, eigenlijk woonde hij nog braaf bij zijn moeder die al lang weduwe was en hield hij samen met twee knechten de boerderij van wijlen zijn vader in ere, terwijl zijn zuster in Gent studeerde. Het enige voertuig dat hij bezat, was een tractor. Niet echt iets om mee te stoefen bij de dames. Met de aankoop van zijn Citroën kon Jos hem voor de eerste keer overtreffen. Hij was niet van plan om zijn vriend ook met die pluimen te laten lopen. Cruisen, oké. Maar met Jos aan het stuur. Jos knikte. ‘Vrijdag staat hij op mij te wachten in de garage.’ ‘Waw.’ Lucien klokte in één keer zijn glas leeg. ‘Vrijdagavond een eerste ritje?’ Hij tikte met zijn pinkring tegen het glas en prompt verscheen een nieuwe pint, die hij ongeduldig tegen die van Jos tikte. Traditiegetrouw kon Jos het rappe tempo niet volgen.
13
Hij knikte. ‘Waarom niet? Vrijdag, maar dan wel laat, de eerste oogst moet binnen zijn.’ Hij wist dat zijn vader hem nooit zou laten gaan als het eerste veld niet volledig gedaan was. Het loof van de patatten lag er al verdord bij, het was de hoogste tijd. En dan zaterdag, heel vroeg, naar de veiling. Het leven van een boer was hard. Nog een reden om een andere weg in te slaan. ‘Misschien even de schreve over? Om de zaken wat te checken?’ Jos keek Lucien vragend aan. Wat bedoelde zijn maat hier nu mee? Toch niet wat hij dacht? ‘Ge weet toch dat het paradijs aan de andere kant van de schreve ligt?’ Lucien had zijn tweede pint alweer op. Jos schudde het hoofd. Hij ging niet op de eerste uitstap met zijn strijkijzer al op smokkeltocht! Als ze hem pakten, zouden ze hem opsluiten. De douane en de politie hadden geen medelijden met smokkelaars. En terecht, volgens zijn vader. Hij mocht er trouwens niet aan denken hoeveel decibels zijn moeder zou produceren als zij erachter kwam. Nee. Dat ging niet gebeuren. ‘Dat is dan geregeld’, knipoogde Lucien en porde hem weer aan wat sneller te drinken. Hij wilde naar zijn volgende pint. Het was belangrijk een goede laag te leggen vooraleer het feest echt losbarstte. Nog een van de stellingen van Lucien. Alsof een avondje uit een veldslag was waarop je je terdege moest voorbereiden. Jos schudde het hoofd. ‘We gaan vrijdag dus wel niet de schreve over.’ Lucien keek verbaasd op. Wat gebeurde er nu? Sprak zijn maat hem tegen? ‘Ik heb geen goesting om in het prison te eindigen.’ Hij nam een flinke slok om zich extra moed in te drinken. ‘En bovendien, mijn auto moet langzaam gerodeerd worden. Dat weet ge toch, de garage heeft daar duidelijk voor gewaarschuwd. Die motor moet er langzaam in komen, anders is hij al vanaf het begin naar de knoppen.’ Daar had hij Lucien monddood gemaakt. Wat wist die van een auto en een motor? Hij was, net als Jos, naar de landbouwschool in Koksijde gegaan. Voor allebei een eerste stap in de echte wereld, ook al was die, achteraf bekeken, relatief klein. Het regime in de school liet weinig tot geen vrijheid toe. De paters hadden de touwtjes stevig in handen en 14
gebruikten hun leerlingen als goedkope werkkrachten. Het was op die school dat bij Jos voor de eerste keer de twijfel opstak dat het boeren misschien toch niet het juiste pad voor hem was. ‘Als gij het zegt…’ Jos zag aan de blik van Lucien dat hij het pleit gewonnen had. Er zou dit weekend niet gesmokkeld worden met zijn ‘Stevie’. Ja, ja, hij had zijn auto al een naam gegeven. Stevie. De naam van de knapste zangeres van de wereld. Zijn enige elpee die hij grijs gedraaid had, bleef nu steken op zijn lievelingsliedje Over My Head. Fleetwood Mac en dan vooral Stevie Nicks kwamen veel voor in zijn natte dromen, al zou hij dat nooit aan iemand toegeven. Hij wist ook wel dat er nooit iemand zou opduiken in Wijtschate en omgeving die ook maar enigszins op deze godin leek. ‘Shame, shame, shame…’ Kon de dj van dienst nu ook al zijn gedachten lezen? Eén van hun schoolmaten kwam tegen hem aangeschurkt en blèrde in zijn oor de hit van het moment mee. Die hadden zich duidelijk al in het café naast de kerk moed ingedronken, vooraleer ze zich naar de city of Kemmel waagden. ‘Dag Bob, dag Ludo, dag Paul.’ Een uitgebreid ritueel van handen schudden volgde, waarop Lucien een tournée générale gaf. Dit werd op algemeen applaus onthaald. Testosteron op speed. ‘Alles kits achter de rits?’ Paul duwde Jos hardhandig opzij zodat hij ook een plaatsje aan de toog veroverde. Jos glimlachte. Van het olijke trio was Paul altijd degene die polste naar zijn niet bestaande liefdesleven, alsof hij de specialist ter zake was. Bij zijn weten had Paul zelf nog niet al te veel gescoord. Misschien had dat eerder te maken met zijn verleden als misdienaar en lievelingetje van de pastoor van de kerk van Wijtschate. Aan heiligheid ging je niet liggen lebberen, nietwaar. ‘Dag, Polle. Natuurlijk, alles in orde. En gij?’ Een gelukzalige glimlach verscheen op zijn gezicht. Hij stompte Bob in de zij die zich naar hen draaide. ‘Er komt schoon gerief vanavond. Wij hebben ze al gezien in den Hubert.’ 15
Jos schudde het hoofd. Hier gingen we weer. Altijd, elk weekend, vonden die drie de knapste grieten in hun stamcafé naast de kerk en elke keer toevallig wanneer hij noch Lucien daar waren. Alsof de droomgrieten intuïtief aanvoelden wanneer ze moesten verschijnen. Bob gebaarde ook deze keer enthousiast van ja. Zijn handbewegingen lieten weinig over aan de verbeelding. Dat was minstens een D-cup, dacht Jos met niet de minste kennis van zaken. ‘Om op te eten’, smikkelde Ludo, die daarna gulzig van zijn biertje dronk. ‘Ge kent ze misschien nog van vroeger.’ ‘Hela, hela’, lachte Lucien. ‘Opgepast, hé, Ludoke, dat uw Leentje dat maar niet ziet!’ De volgende pint ging alweer ad fundum in zijn keel. Ludo was de enige van hun vriendenclubje die al jaren een vaste relatie had. Jos kon zichzelf niet eens meer herinneren wanneer Leentje niet zijn aanhangsel was. ‘Trouwens, waar is de bewaakster van uw goede zeden?’ plaagde Lucien. Ludo keek Lucien vernietigend aan. Hij wist wel dat zijn maten hem zijn liefdesgeluk gunden, maar of hij nu elke keer dat geluk moest meebrengen naar hun bijeenkomsten? Jos had zich al vaak afgevraagd wat zo’n frisse meid als Leentje, dochter van een rijke bakker, in Ludo gezien had. Goed, hij was slank en had een wakkere blik, maar toch… Jos nam zijn glas en dronk een flinke slok. Wat zou hij kunnen filosoferen over de liefde. ‘Laat u niet op uw paard jagen’, suste Bob de gemoederen. ‘Hoe staat het met uw auto, Jos?’ Jos ging dankbaar op het afleidingsmanoeuvre in. Hij begon uitgebreid te praten, niks zo goed als stoefen over zijn nieuwe machine, zijn Stevie. Het bier vloeide rijkelijk, de sfeer werd zwoeler en drukker. Misschien had Jos toch ongelijk en zou deze avond niet eindigen op de sisser die hij gewoon was. De hits van het jaar regen zich aan elkaar. De dj had zelfs zijn Fleetwood Mac gedraaid. Even had hij getwijfeld. Zou hij zich op de dansvloer wagen? Maar dan had het gezonde verstand de zaak weer 16
overgenomen. Daar zou nog heel wat bier voor nodig zijn. Die ene keer dat hij zich aan het nieuwe discodansen had gewaagd, was niet zo goed afgelopen. Blijkbaar waren bier en dansmoves niet de beste combinatie. Hij had nog weken de verhalen moeten horen over hoe ze hem van de dansvloer hadden weggesleept nadat hij onderuit was gegaan. Bij elke nieuwe versie kwamen er andere details naar boven. Hoe hij zich aan het topje van een plaatselijke schone had proberen recht te houden, en hoe die zo al haar marchandise had laten zien. Tot grote woede van haar potige vriendje. Jos mocht blij zijn dat hij zulke goede vrienden had. Sindsdien had Jos geen stap meer gewaagd op de kleine dansvloer van het café in Kemmel. Hij zou wel meetikken met zijn schoenen op zijn barkruk. Na alweer een belofte van een ritje met zijn Stevie was het gezelschap in topvorm. De wildste plannen werden gemaakt. Frankrijk en de kust zouden niet veilig zijn voor de bende van Jos. Hoe hij al zijn vrienden bij elkaar kon proppen in zijn spiksplinternieuwe auto zonder de bekleding te beschadigen, was hem een raadsel. Zijn moeder had hem geadviseerd de bekleding met plastiek te overdekken zoals zij dat gedaan had met hun nieuwe salon. Maar Jos hield niet van het scheetachtige gekraak dat dat veroorzaakte als je erin ging zitten. Net toen hij besloot dat het eens tijd werd om de toiletten op te zoeken – dat bier liep precies dwars door hem heen – wees Bob enthousiast op twee meisjes die zich in de richting van de toog begaven. ‘Dat zijn ze, die grietjes van den Hubert!’ Hij zwaaide hen enthousiast tegemoet en deed teken naar de plaats die nog geen seconde geleden vrijgekomen was. Jos vloekte inwendig, tot zover zijn vaste zitplaats. Hij inspecteerde ongegeneerd de twee meisjes die zich giechelend in het groepje mengden. Was dat nu dat zogenaamde topmateriaal waarover Bob, Ludo en Paul het gehad hadden?! Het sprietige haar van de ene, de vooruitstekende tanden van de andere, dat waren nu niet bepaald dingen om over naar huis te schrijven. Had hij hen trouwens vroeger niet gezien op school?
17
Jos wandelde ietwat wankel naar de toiletten, die zich achteraan buiten het café bevonden. Hij negeerde de verlekkerde blik van Paul, die naar hun vangst gebaarde. Hij mocht ze hebben. Hij wist zeker dat Lucien zich die kans van zo’n hapklare beet niet zou laten passeren. Als dat maar geen gevecht werd om de blonde. Paul en Lucien hadden dezelfde smaak, altijd gevaarlijk. Bob volgde hem naar buiten. ‘Ze hebben in Brugge gestudeerd en er komt er nog eentje.’ Bob sliste bij elke ‘s’ een beetje meer in zijn oor. ‘Dat ziet ge direct.’ Nu bleef hij ook langer twijfelen bij de ‘z’. ‘Dat is geen materiaal meer van den boerenbuiten.’ Zijn waterstraal kletterde enthousiast in de pissijn. Jos knikte Bob toe. ‘Ook geen goeste?’ Jos haalde de schouders op. ‘We zullen wel zien.’ Bob gaf een aanmoedigende stomp, die Jos deed wankelen. Straks belandde hij hier nog met zijn broek op zijn knieën op een vloer die nog nooit Sunlight had gezien. Dat zou scoren bij de meisjes… ‘Ge moet u zo niet altijd de kaas van uw brood laten eten door de Polle en Lucien!’ Bob en Jos wandelden weer naar binnen, waar de volgende discohit hen van hun sokken blies. Geen tijd meer om te praten. Actie! Maar toen ze weer aan de toog belandden, zag Jos onmiddellijk dat het kruit verschoten was. Sprietjeshaar nam Bob onmiddellijk in een onhandige dansmove vast en bewoog onfatsoenlijk dicht tegen zijn pas gesloten rits. En Vooruitstekende Tanden had zich al op de schoot van Paul gezet. Aan het rood aangelopen gezicht van zijn maat kon Jos niet meteen zien of die daar nu echt zo opgetogen mee was. Maar hij wist dat hij als misdienaar blij moest zijn met elke gave Gods. Lucien haalde zijn schouders op naar Jos en gaf hem een nieuwe pint. De woorden van Lucien in het oor van Jos waren bemoedigend bedoeld, maar misten hun doel. ‘Nog veel vis in de zee voor ons.’ En Jos moest eigenlijk wel toegeven, hij was niet echt geïnteresseerd in die kippen van Brugge die eigenlijk gewoon van Wijtschate en omgeving waren. Alleen maar complimenten en gezever.
18
Net toen hij Lucien zijn pint aanstootte om nog maar eens santé te zeggen, hoorde hij plots opgewonden kreetjes uit de vangst van Bob en Paul opstijgen. Wat was er nu weer? ‘Hun vriendin zal gearriveerd zijn’, brulde Lucien hem in het oor. ‘Als dat dezelfde kwaliteit is als zij, is het niet de moeite om voor om te draaien.’ Maar Jos kon het toch niet laten en wrong zich naar opzij. Die eerste blik op zoveel schoonheid zou hij nooit van zijn leven vergeten.
19