Skip to main content

9789401424264

Page 1

Evelien De Vlieger met illustraties van

Wendy Panders

≤3≼


≤4≥


1. Kriebels in de buik ‘Dit is echt de allerlaatste keer, Felix!’ had de juf gezegd. Felix zit opgesloten. De deur van het wc-hok zit muurvast. Hij voelt van alles in zijn buik, het lijkt wel of zijn ingewanden van plaats willen verwisselen. Hij gaat op het deksel zitten en wacht. Op de muur links van hem leest hij: IK SCHRIJF OP HET GEMAK MIJN EIGEN NAAM MET KAK Felix weet wel dat het dikke, bruine stift is en toch moet hij ervan kokhalzen. Bovendien staat er niet eens een naam. Hij draait zijn hoofd ervan weg en kijkt naar de deur voor hem. Daar staat: WIE DIT LEEST IS UN LOEZR Het aantal fouten valt niet te tellen en hij wil het niet lezen, maar keer op keer doet hij het toch. WIE DIT LEEST IS UN LOEZR. Hij probeert niets meer te lezen en kijkt naar het plafond. Er zit een mot vast in een spinnenweb. Ze beweegt niet meer. Hij denkt aan zijn lievelingsspinnen en maakt een top 5 in zijn hoofd.

≤5≥


Dan hoort hij snelle, kleine pasjes weergalmen in de wc-ruimte. ‘Felix?’ Het is de stem van Amina. Het gekronkel in zijn buik begint opnieuw. ‘Ja’, zegt hij. ‘Zit je opgesloten?’ ‘Ja.’ ‘Snip, hé. Het is dat slot weer.’ ‘Heeft de juf je gestuurd?’ vraagt hij. ‘Nee hoor. Ik moest ook. Ken je het trucje niet?’ ‘Welk trucje?’ ‘Om de deur open te krijgen. Je moet haar een beetje optillen. Wacht, ik help je.’ Felix ziet de gymschoenen van Amina onder zijn deur verschijnen. ‘Nu’, kreunt ze, alsof ze zelf op de wc zit. Het slot verspringt naar groen, Felix drukt de koude klink naar beneden en staat naast haar. Hun hoofden zien even rood als het brandblusapparaat aan de muur. ‘Moest jij niet?’ vraagt Felix. ‘Toch wel’, zegt Amina en ze gaat snel hetzelfde hok in. ‘Wacht je even?’ hoort hij van achter de deur. De deur... denkt Felix. Ze mag niet lezen wat erop staat. ‘Kijk eens omhoog’, zegt hij. ‘Zie je die dode mot daar?’ ‘Het is een vlinder’, zegt ze. ‘En hij leeft nog, denk ik.’ Als ze terug de klas in lopen, loopt de juf mee naar zijn bank. ‘Je bent toch niet ziek?’ vraagt ze. Felix haalt zijn schouders op. Ze voelt aan zijn voorhoofd met de rug van haar hand. ‘Je bent zo koud als een kikker’, zegt ze. Hij lacht. Kikkers zijn koudbloedig, weet hij. De juf verkoopt geen praatjes, en zijn ingewanden zitten weer allemaal op hun plek. Maar als de school uit is, ziet hij Amina op haar fiets stappen. Ze ≤6≥


zwaait haar been achterwaarts over haar zadel, als een jongen. Ze lijkt ook op een jongen, maar dan in meisjesvorm. Haar pony is te lang, maar speldjes of elastiekjes gebruikt ze nooit, ze strijkt het haar gewoon opzij. Haar huid heeft de kleur van karamel en ziet er ook eetbaar uit. Ze fietst nooit traag, het lijkt altijd alsof er iemand achter haar aan zit. Als ze zweet, staan er kleine druppeltjes op haar bovenlip, als een vloeibare snor. Het wit van haar ogen is zo wit dat het licht geeft, als keitjes op de bodem van een meer. Zo kan hij nog wel even bezig blijven. Hij wil die dingen niet denken, maar er is geen tegenhouden aan. Als ze de hoek om is, is het weer één boeltje in zijn buik.

≤7≥


2. Een appel en een ei Het begon allemaal op het verjaardagsfeestje van Kai. De pannenkoeken waren groot en zelfgebakken en je kon er behalve witte, bruine en kaneelsuiker ook appelmoes op smeren. Bij Kai hebben ze veel kippen en dus ook veel eieren. Iedereen van de klas was uitgenodigd. Kai is geen vriend van Felix, maar ook geen vijand. Hij is niet groot, niet klein, niet dik, niet dun. Hij is slim maar niet te, vriendelijk zonder slijmerig te zijn, behulpzaam zonder dat het klef wordt. Hij heeft zijn tanden op een rij en zijn haar is lichtbruin en kort. Kai is de jongen die wordt gevraagd op alle feestjes. De jongen die de moeders onthouden. ‘Hoe is het met Kai?’ vragen ze. ‘We gaan eierloop doen’, zei Kai op het feest en Felix vroeg: ‘Hebben jullie eieren dan pootjes?’ Amina giechelde. Ze moesten een ei tussen hen in klemmen en zo tot bij een touw lopen zonder dat het ei brak. Na vijf gebroken eieren zei Kai’s moeder dat het welletjes was. Zo veel kippen hadden ze nu ook weer niet. Met appels was het lang niet zo leuk, want een appel valt niet in stukken vol slijm, maar Felix kreeg wel Amina als partner. Hun appel was de enige die geen enkele keer viel. Het had net zo goed een ei kunnen zijn. Of een kernbom. Ze wonnen de wedstrijd en mochten de appel opeten. Felix ging niet juichen omdat hij een halve appel won. ‘Eet jij maar op’, zei hij, en Amina zei net hetzelfde, op net hetzelfde moment. ‘Au!’ riep ze toen ze in de appel beet, haar tand bloedde. Felix nam de appel van haar over en gooide hem hard weg, de kippen stoven uiteen alsof het om een bom ging. ‘Wat een aanstellers’, zei Amina. ‘Misschien denken ze dat het een granaatappel is’, zei Felix. Amina lachte haar grote, rode voortanden bloot. Ze bleven samen ≤8≥


tegen het tuinhok zitten, namen niet meer deel aan het koekhappen, en ook niet aan ‘Schipper mag ik overvaren’. Felix had alleen nog zin om appels tussen hen in naar de achterkant van de tuin te brengen, steeds opnieuw, maar hij durfde het niet te vragen. De afdruk van het steeltje stond nog altijd als een derde wenkbrauw in haar voorhoofd gedrukt. Dat was gisteren. En vandaag was het niet beter, maar erger.

≤9≥


3. Vergeten Thuis maakt Felix een lijstje van wat hij voelt. Als hij toch naar de dokter moet, is hij beter voorbereid. Hij neemt zijn schrift en schrijft:

Dan klopt er iemand op de deur. Klop klop – rust – klop klop. Dat is zijn vriend Pieter. ‘Hé Felix,’ zegt hij, ‘wat doe je?’ Pieter leest mee over zijn schouder. ‘Oh. Ben je verliefd?’ vraagt Pieter. ‘Natuurlijk niet’, zegt Felix. ‘Het lijkt er anders wel sterk op, als ik dit lees.’ ‘Maar dat kan toch niet.’ ‘Waarom niet?’ ≤ 10 ≥


≤ 11 ≥


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401424264 by Uitgeverij Lannoo - Issuu