1
KEY TO THE SHOPPING CART Je staat voor de winkel en je bedenkt plotseling dat je geen muntje hebt voor een klein winkelwagentje. Of je hebt er maar één en je hebt nu net je twee kinderen bij. Geen probleem! Haal je sleutel tevoorschijn en tover die om tot een magische sleutel. Stop de ronde achterkant in het muntslot en voilà, past perfect! Zo is iedereen blij en klaar om te winkelen. (Of nee, nu start het drama wat er in welk karretje moet …)
2
‘NEE! NEE! NEE!’ Geef je kind de keuze uit twee voorstellen:
‘Wil je de blauwe broek of de zwarte?’ ‘Gaan we achteruit de trap op of draag ik je op mijn rug?’ Je kind krijgt zo het idee dat het wel zelf mag beslissen.
pagina • 8