Skip to main content

9789401424073

Page 1

IN ESSENTIE


Kris De Bruyne

IN ESSENTIE Songs en andere bekentenissen


Dit boek draag ik op aan mijn twee prachtige kinderen, Hanna en Klaas


Bekentenissen


Het Waeslandse geslacht De Bruyne Mijn grootvader Emiel De Bruyne heb ik jammer genoeg nooit gekend. Wel vertelde mijn vader vaak dat ‘Papaa’ (klemtoon op ‘aa’) zijn eigen harmoniemuziek componeerde en dirigeerde – met zijn eigen harmoniekapel – die in die tijd letterlijk en figuurlijk ‘ongehoord’ was. Maar na verloop van tijd werden zijn composities toch geapprecieerd en geliefd tot in Nederland. Emiel – een vurige daensist! – voedde zijn kinderen alleszins op in een sfeer van ‘ethiek, esthetiek en schone kunsten’. Hij woonde met zijn gezin in het kleine dorpje Kruibeke, meer bepaald in het drassige polder‘Waesland’, naast de verraderlijke rivier de Schelde. Een zeer arme streek waar men voornamelijk leefde van een schamele aardappeloogst. Zijn gezin heeft de twee wereldoorlogen aan den lijve meegemaakt, in een periode dat de toenmalige streng-katholieke moraalridders aan de touwtjes trokken, en men in de openbare omgang Frans moest spreken, in plaats van de eigen Vlaamse taal. Vlaams spreken mocht alleen thuis. Daarom is het des te opvallender dat die De Bruynes zich in dit klimaat van intellectuele, culturele en godsdienstige onderdrukking uit de anonimiteit hebben gewerkt. Met Emiel is het allemaal begonnen.

7


Kinderbedblues Grootvader Emiel was harmoniecomponist en dirigent in het Waesland en het Hollandse Gouda. Mijn vader schreef boeken, mijn moeder speelde piano, broer Joost schilderde en broer Koen speelde piano. Die artistieke omgeving is mijn geluk geweest. Joost en Koen waren mijn goden. We stonden heel dicht bij mekaar, ook al waren zij 6 en 4 jaar ouder dan ik. Wat onze beide ouders ons hebben doorgegeven in vrijheid aan expressie, dat was van onschatbare waarde. We werden opgevoed in een klimaat van artistieke expressie, in literatuur, plastische kunst, muziek. Zo rijpten onze emoties haast vanzelfsprekend en kregen ze vorm. We leerden van mekaar, vaak zelfs zonder woorden. Als kleuter al lag ik altijd luidop eigen verzonnen melodieĂŤn te zingen in bed, rollend van links naar rechts, uren aan een stuk. Maar dat mocht niet, ik mocht de slaap van mijn kleine broertje Lieven niet verstoren. Ik denk dat daar mijn eigen planeet van klank en melodie is ontsprongen, in dat bed, waar het stil moest zijn en waar ik eigenlijk alleen in mijn kinderhoofd mocht zingen. Sindsdien ben ik een planetenkind gebleven.

8


Met de neus in de boeken Ik was ongeveer 10 jaar oud toen ik van mijn vader als kerstgeschenk een boek kreeg van de Britse schrijver P.G. Wodehouse: Aan Venus ontvloden. Mijn eerste echte eigen boekje. Het voelde zo aangenaam aan en het rook zo fijn. Ik heb het gefascineerd in één ruk uitgelezen, ook al ontgingen de essentie en de humor mij totaal. Ik was daar nog te jong voor. Maar het lezen alleen al was een feest. Ik heb ondertussen dertig Prisma Pockets van hem. Ik ben ook een tiental jaar lid geweest van het P.G. Wodehouse Genootschap – en ben als genoot de trotse bezitter van een exclusieve fraaie blauwe zijden das met daarin zijn zilverwit geweven handtekening. Toen ik 11 jaar werd, kreeg ik een tweede boek van mijn vader – en toen is mijn leeswoede echt helemaal begonnen: De Scheepsjongens van Bontekoe, van Johan Fabricius, over een uit de Hoorn vertrekkende Oost-Indiëvaarder. Sindsdien moet ik mijn dagelijkse leesportie hebben, me kunnen onderdompelen, me laten verdrinken. Met mijn neus in de boeken, voor mijn mentale gezondheid, een schild tegen een wereld die niet altijd de mijne is. Wat mijn lievelingsauteurs betreft, hieronder een kleine greep in willekeurige volgorde.

9


Willem Elsschot, Multatuli, Paul De Wispelaere, Nescio, Saramago, John Dos Passos, Eca De Queiroz, Klaus Mann, Meir Shalev, Konstantin Paustovskij, Elias Canetti, Louis Paul Boon, Simon Carmiggelt, R.J. Peskens, Frans Pointl, Gerard Reve, Jeroen Brouwers, Sándor Márai, Thomas Mann, Chaim Potok, Isaac Bashevis Singer, Tourgenjew, Jan Arends, Bob den Uyl, John Nicols, Amos Oz, JMH Berckmans, J. Bernlef, Maarten Biesheuvel, Tom Wolfe, Ed McBain, Cervantes, Knut Hamsun, Alain de Botton, Louis de Bernières, Charles Bukowski, Jerzy Kosinski, Primo Levi, Louis Ferdinand Celine, Bruce Chatwin, Stig Dagerman, Natalia Ginzburg, Robert Hughes, Mario Vargas Llosa ... en vele anderen. Bekentenis: veel van mijn songteksten vonden hun inspiratie in boeken van hogergenoemde schrijvers. Niet de hond, maar wel een goed gevulde boekenkast is de beste vriend van de mens.

10


Picasso de muzikant & Dylan de beeldhouwer Na mijn muzikale opleiding trok ik naar Sint-Lucas om er te leren tekenen en schilderen. En om er een boeiende ontdekking te doen, al had ik dat toen niet in zoveel woorden kunnen zeggen. Mij ging het daar vooral over kleur, compositie, over lijnvoering enzovoort. Maar ik ontdekte gaandeweg dat vooral de kleur, van uitbundig tot zwart-wit, voor mij de uiteindelijke emotie van een tekening of een schilderij bepaalde, de zeggingskracht, de tonaliteit, de agressie soms. Ook in muziek gaat het voor mij essentieel over kleuren. Ook daar bepaalt de kleur de emotie – en zo komt het dat ik aan Sint-Lucas eigenlijk meer over muziek geleerd heb dan in de notenleerklas. We spreken over verschillende disciplines, over muziek, tekenkunst, schilderkunst enzovoort, maar je kunt die disciplines allemaal herleiden tot eenzelfde basis. Waarin wat mij betreft de kleur, of het ontbreken ervan, de uiteindelijke toon aangeeft. Klank en kleur, da’s omgekeerd ook visueel en auditief. Er bestaat ook zoiets als zintuigenverwisseling of beter gezegd: synesthesie. Iemand ziet een zwarte vlag, maar hij ruikt knoflook. Iemand hoort op de radio een mooi lied en ruikt groentesoep; kleuren worden geproefd of geluiden worden gezien … Ik sla een solmineurakkoord aan en ik ruik dat ene mooie meisje dat naast me op het podium staat. Dat fascineert me. Dat helpt me als componist, als ik iets wil verklanken. Wat ik schrijf is klank, zoals een boek ook een partituur is.

11


Toen ik als docent lesgaf aan het Herman Teirlinck Instituut in Antwerpen, vroegen ongeduldige studenten me hun tips te geven hoe je een hit kunt schrijven. Ik zei dat ik dat zelf niet wist, anders had ik daar niet als docent gestaan. Jij maakt de hit niet, de media en het publiek maken de hits. En ik voegde daaraan toe: Vergis je niet, Dylan is een beeldhouwer en Picasso is een muzikant. Dan dachten ze na. En da’s dan ook het enige wat een docent kan doen: die jonge talenten helpen na te denken, over wát ze willen doen en hóé ze het gaan doen. Ik stak hun geen sjablonen of formules toe, ik liet ze stapsgewijs zichzelf ontdekken. Al moesten ze natuurlijk wel hun huistaken maken: oefeningen in rijmvormen, frasering, klemtonen, structuren, melodisch en harmonisch denken. Ik had hun een inhoud en vorm kunnen suggereren, of zelfs dicteren. Maar zo gaan hun spontaniteit en hun eigen hartslag verloren. Mij overkomt het soms dat ik mijn eigen woorden een dag nadien al maar nauwelijks nog kan bevatten. Dat ik iets geschreven heb dat me in zekere zin vreemd en onbegrijpelijk voorkomt, dat de woorden nog naar hun betekenis moeten zoeken. Het duurt soms enkele jaren voor ik mijn eigen songs begrijp. Een lied als ’s Nachts, als het donker is staat elk concert op de setlist. En bij elk concert speelt zich elke keer een andere film af in mijn hersenen.

12


’s Nachts als het donker is Vreemde stemmen praten ’s nachts, als het donker is. Maar ze echt horen doe je niet. Dat is wel vervelend je weet echt niet wat er je scheelt en je bent alleen. ’s Nachts, als het donker is. Dan voel je vreemde handen ’s nachts, als het donker is. Maar echt pijn doen ze je niet. Ze zijn alleen wat onbeschaamd, ze strelen je niet ze doen verwaand en jij ligt daar zonder enig verweer. ’s Nachts, als het donker is. Er kan iemand in je kamer staan ’s nachts, als het donker is. Maar hem goed bekijken doe je niet. Niet dat je erg angstig bent maar je vertrouwt hem niet en hij komt dichterbij. Dat denk je ’s nachts, als het donker is.

13


Mag ik een keertje bij je komen ’s nachts, als het donker is? Ik doe dat rustig en ik doe dat blij. Mag ik je warm houden en erg veel van je houden en doe je dat dan ook met mij? ’s Nachts, als het donker is

14


Lamp, Lazerus & Kris: Het schaap is de preut af Guido Van Hellemont en Wim Bulens, alias Lamp & Lazerus heb ik leren kennen in Sint-Lucas. Zij stonden al langer op het podium voor ik hen in 1968 schoorvoetend kwam vervoegen. Ik heb me met Guido/Lamp en Wim/Lazerus ferm geamuseerd, en veel van hen geleerd. Zij waren echte stand-upcomedians voor dat begrip bestond. Het totaal onverwacht grote succes van onze debuutplaat Lamp, Lazerus & Kris leidde tot een geweldig aantal concertaanvragen, tot in Nederland toe. We werden door Omroep Brabant-Radio beleefd verzocht om wekelijks een eigen programma te maken, dat we de De Peulschil noemden, een ‘Leugenpaleis’ avant la lettre. Met veel zelfspot, nog méér satire en met vele beledigingen. Vroeger werd er nooit een line- en soundcheck gedaan voor het concert, die luxe-apparatuur bestond toen nog niet. Wij stapten dus tsjak-tsjak-tsjak dat podium op, morrelden wat aan de microfoons om te verifiëren of onze stemmen en onze instrumenten voldoende in balans stonden. Lamp opende met de woorden Het schaap, dan Lazerus die zei is de, en ik rondde af met preut af. Dat was onze soundcheck. Vanaf die eerste zin was de toon gezet. En dan hadden we De Onverbiddelijke Zoener, De Peulschil, De Groepies, en Cantare Sintepo nog niet gezongen … Jules de Corte, Cor Van der Goten, Peter Blanker, Roland

15


Van Campenhout, zelfs Ramses Shaffy kwamen naar ons kijken. Het album Lamp, Lazerus & Kris (1971) is tweemaal overdonderend heruitgebracht in 1992 en 2000. Maar mijn drang om met een elektrische band en eigen repertoire te beginnen werd groot. Ik wilde solo gaan. Lamp, Lazerus & Kris: gesplit. We zijn in alle vriendschap uit mekaar gegaan. Guido en Wim gingen nadien werken op de radio, en achter de schermen hebben ze nog heel veel knappe dingen verwezenlijkt. Zo hebben ze onder andere Urbain ontdekt, alias Urbanus van Anus, en stonden ze als producers achter de eerste successen van Jan De Wilde, Hugo Raspoet en vele anderen. Mijn solostart met de release van het album Kris de Bruyne (1973) was heel heftig. De plaat werd na drie maanden uit de handel gehaald. Op een zeldzame uitzondering na – niemand minder dan Jean-Marie Aerts – vond iedereen het een heel slechte plaat. Veel te ruig. Men begreep zogenaamd de songteksten niet, mijn stem verdronk zogenaamd in de vettige elektrische gitaren en het smerige orgelwerk van Raymond van het Groenewoud, de muziek was te luid gemixt. Enkele jaren later heeft Vogue die soloplaat weer uitgebracht. Ineens begreep men de woorden wél. Dat ik intussen goud had gehaald met het album Ook voor jou (1975) zat er ongetwijfeld wel voor iets tussen.

16


De onverbiddelijke zoener De bleekblauwe kanariepiet wil vluchten maar hij kan het niet, hij is te bang. De kikker in de diepe gracht komt boven want het wordt al nacht, maar niet voor lang. Refrein Want uit het duister duikt hij op, en wie het meemaakt schrikt zich rot. Hij doet het zacht en onverwacht, hij doet het meestal wijl hij lacht. De onverbiddelijke zoener (x4) Het meisje in de minirok verslikt zich hevig want zij schrok, maar ’t was te laat. Het schaapje dat te grazen stond ziet plotseling een grote mond, en inderdaad. Refrein

17


De mestkever kijkt koortsig rond want zoenen vindt hij niet gezond. het baat hem niet. En als hij denkt dat je ’t niet ziet, de zoener spaart zichzelve niet. Zichzelve niet. Refrein

18


Klootzakrebel Veel mensen vonden mij vroeger een rebel, een klootzak… (zie Humo, interview 6 pagina’s van 08.07.2014). En ja, dat klopt. Naar verluidt roep ik hier en daar nogal wat tegengestelde gevoelens op. Karakteriële botsingen, neem ik aan. Hoe kun je nu op je 18 jaar in ‘mei 1968’ al een klootzakrebel zijn? Ik zal zonder enige twijfel een hoop mensen tegen de haren in gestreken hebben. Hierna de klootzakrebel-songtekst van De mening van de straat. Als ik dat op het podium zing, dan staan er regelmatig mensen boos op en verlaten protesterend de zaal. Zij denken – omdat de song in de eerste persoon enkelvoud staat – dat dat mijn privéstandpunten zijn. En de mensen die blijven zitten zijn gelijkgestemde zielen. En gelijkgestemde zielen lopen er en masse rond, en al zeker in de muziekwereld.

19


De mening van de straat Weg met de blauwen en de bruinen de blanken tot daar aan toe weg met de groenen en de gelen we gooien ze op de barbecue. Weg met de rooien en de zwarten ban al dat vleesgeworden kwaad niet blozen juffrouw het is de mening van de straat Weg met de schrijvers en de dichters muzikanten tot daar aan toe de beeldhouwers en de schilders die zijn vanzelf hun leven moe. Weg met de pers en de reporters ban al dat vleesgeworden kwaad niet lachen juffrouw met de mening van de straat Weg met de jongens en de meisjes kinderen tot daar aan toe weg met de mannen en de vrouwen bind ze rap hun benen toe Weg met de min- en de jeannetten ban al dat vleesgeworden kwaad niet schreien juffrouw ’t is de mening van de straat.

20


www.lannoo.com Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

omslagontwerp en opmaak: Keppie & Keppie omslagfoto: Alain Buyck © Uitgeverij Lannoo nv en Kris De Bruyne, Tielt, 2015 © Songteksten: Krisismusic & CopyrightControl d/2015/45/251 – isbn: 978 94 014 2407 3 – nur 666 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401424073 by Uitgeverij Lannoo - Issuu