Skip to main content

9789401423410

Page 1

de weg naar de Alpamayo


liefde geeft passie neemt bergen doen beide

Ik draag dit boek op aan mijn vader. Dank aan allen die op een of andere wijze meegeholpen hebben aan dit boek. Jullie hulp of morele steun zorgde ervoor dat ik kon blijven genieten. Omwille van de privacy zijn een groot aantal namen veranderd.


IGNACE BRAL

de weg naar de Alpamayo EEN WAARGEBEURD VERHAAL OVER LIEFDE, BERGEN EN PASSIE


INHOUD Het pad naar de dood  •  juli 2002 Wondere wereld  •  30 oktober tot 21 november 1994 De genen • 1954-1973 Meisjes • 1973-1976 Ze valt er niet af  •  1977 Turkse brieven • 1978 Als hij maar geen voetballer wordt  •  1979-1987 Natuurvrienden-Bergstijgers • 1988 Anders is niet altijd beter  •  1990 De maidentrip • 1991 Bébèr • 1992 Initiator Bergwandelen  •  1992 Muilezel - muildier  •  1992-1993 Marathon van het Houtland  •  1993 Ötztal II • 1993 Wim • 1993 Gran Paradiso • 1994 Cursus Hooggebergtetrekker en Alpinist  •  1995 Doodsangst  •  zomer 1996 deel I The good, the bad and the ugly  •  zomer 1996 deel II De Ortler: driemaal is scheepsrecht  •  zomer 1996 deel III Met de regel van drie naar de Monte Bianco  •  zomer 1997 Winterstage • februari 1998 Verblind • lente 1998 Beklimming Cotopaxi  •  zomer 1998 De Kleintjes – Piton: 3-0  •  herfst 1998 Een nieuwe nullijn  •  zomer 1999 Wijl de storm raast  •  december 1999

7 13 26 33 36 38 42 47 54 60 67 70 76 81 83 87 91 105 114 118 140 149 162 165 169 185 188 202


To M or not to M  •  zomer 2000 Verleid • zomer 2000 V(r)aagteken • zomer 2000 (On)geluk zit in een klein hoekje  •  zomer 2001 Ruimte • zomer 2001 Quo vadis?  •  herfst 2001 / winter 2002 Alleen • lente 2002 Twijfel  •  16-19 juli 2002 Beklimming Alpamayo  •  dinsdag 23 juli 2002 Feest?  •  25 juli 2002 Is er een antwoord op waarom?  •  augustus 2002 tot lente 2003

207 212 215 217 226 228 232 234 238 247 250

Verklarende woordenlijst 255 Kaarten 258


Het pad naar de dood JULI 2002

Mijn getaande ezeldrijver Zacharias laat mij links van de Huanacpataybeek een voor ezels ongeschikt pad volgen. Hijzelf trekt rechts omhoog. ‘Over een uurtje zien we elkaar weer,’ zegt hij. ‘Blijf bij de rivier. Niet stijgen. Altijd het water blijven volgen. En verlies de weg niet, houd het pad altijd goed in het oog. Wees voorzichtig, want het gaat soms heel steil naar beneden. Val niet … Hasta luego.’ Wanneer ik na vijf minuten de twee ezels met hun drijver al zeker 100 meter boven mijn hoofd langs de steile flank aan de andere kant van de rivier zie stappen, prijs ik me gelukkig dat ik het water mag volgen. Ik tracht zo dicht mogelijk bij het schuimende lint te blijven. Het nauwelijks zichtbare spoor ben ik al enige tijd kwijt. Dan vind ik het weer, maar het loopt in korte zigzags links omhoog, weg van het zilveren water. Wijze raad of niet, Zacharias heeft hier ongelijk. Als ik het water echt wil blijven volgen, kan ik evengoed Over de rand II gaan schrijven. De kloof die ik volg, wordt steeds enger en heel diep onder me (minstens 200 meter) zie ik de samenvloeiing van de Rio Huayllapa en de Rio Huanacpatay die ik nu aan het volgen ben. Ik denk aan thuis. Aan de gespannen situatie. Liesbet en ik verstaan elkaar niet meer. Liesbet ofte Lieze is mijn vrouw en de moeder van onze drie kinderen. Kil en koel was het afscheid. Ik ben bezig met wat de mooiste reis van mijn leven zou moeten worden, maar mijn hart huilt, bloedt, scheurt …

7  het pad naar de dood


Om hier uit het leven te stappen, is niet veel nodig: even gedurfd naar beneden glijden, het volgende miniterrasje overslaan, en de kriebel in mijn buik zal slechts een paar seconden duren, voor ik in de jacht van de stuwende rivier te pletter zal vallen of geradbraakt zal worden wanneer de schuimende watermassa me tegen de rotsen doet knallen. Maar daarvoor ben ik niet naar Peru gekomen. Dus, wat zei mijn engelbewaarder alweer? ‘Voorzichtig zijn.’ Het is zeker niet in grootse stijl – ik schreef eerst steil, zo was ik in de ban van de zuigende diepte – dat ik nu eens een beetje sportiever, dan weer met een met-één-been-in-het-grafgevoel, schuivend, steunend en klauwend, maar steeds met overleg, dit verraderlijke pad afdaal. Een veertiendaagse trektocht door de Cordillera Huayhuash, gevolgd door de beklimming van de hoogste berg van Peru (de Huascaran 6768 m) moet het sluitstuk vormen van vier jaar voorbereiding. Op die manier wil ik mijn aanpassing aan de hoogte op punt stellen. Eenmaal goed geacclimatiseerd, wil ik mijn ultieme alpinistische droom in vervulling laten gaan: de beklimming van de Alpamayo (5947 m). Laat een jong kind een berg tekenen en de kans is groot dat het de vorm van de Alpamayo tekent: een perfecte piramide van sneeuw en ijs, de berg die in juli 1966 door het Duitse bergsporttijdschrift Alpinismus tot mooiste berg ter wereld is verkozen. Het beeld van die berg achtervolgt mij nu al een paar jaar. Sinds ik het besluit heb genomen om mijn geluk op zijn flanken te beproeven, is hij geen dag, geen uur uit mijn gedachten gegaan. Als kind koesterde ik de droom acteur te worden. Het lot heeft echter beslist dat ik niet in helverlichte zalen speel, maar mijn kunsten vertoon in natuurlijke decors. Deel mogen uitmaken van een van de prachtigste plaatsen van de wereld ligt mee aan de basis van de keuze voor deze berg. Als kind van de lage landen heb ik niet zo vaak de gelegenheid om naar het hooggebergte te trekken. Wanneer de kans zich toch voordoet, wil ik dat de uitgekozen berg of streek de moeite waard is. De Ama Dablam, een prachtberg in Nepal en allicht de mooiste berg van de Himalaya, die

het pad naar de dood  8


de Alpamayo in schoonheid naar de kroon steekt, was ook een mogelijk doel. Maar die moeder en kind (ama/dablam) zijn voor mij te hoog gegrepen. Zowel fysiek als financieel. De Alpamayo kan ik wel aan. Hier kan ik meespelen in een zelfverzonnen verhaal, niet voor of achter, maar ‘op’ een schitterend gordijn van ijs. Wil ik opvallen door deze keuze? Misschien wel, ik hou van applaus. Ligt hier voor een deel de verklaring dat de verstandhouding tussen mij en Liesbet niet meer is wat ze zou moeten zijn? Ben ik te veel met mezelf bezig, met mijn eigen leefwereld, met mijn hobby’s, met vergaderen en plannen voor een rist verenigingen? Slorpen mijn bergen me te veel op? Liesbet is veel bescheidener dan ik. Zij heeft niet zo’n heb-je-me-gezientrekje. Moslims willen eens in hun leven naar de grote moskee van Mekka op bedevaart. Maar ik wil geen zeven keer rond de Kaäba lopen en de goudkleurige verzen op het zwarte doek lezen. Op deze acclimatisatietocht wil ik een grote toer maken rond de Siula Grande (6356 meter) om die noodlotsberg van alle kanten met eigen ogen te zien. Hier wil ik me inleven in de pijn die de auteur van een van de allermooiste overlevingsverhalen heeft doorstaan. Ik wil zijn volharding voelen bij de aanblik van dit oninneembare ijspantser. Aan het Lago Siula heb ik enkele dagen geleden het boek Over de rand van Joe Simpson gelezen. Je snakt naar adem wanneer je meeleeft met de uitputtende tocht van twee Britse klimmers, die samen de nog nooit beklommen aartsmoeilijke westelijke wand van de Siula Grande aanvallen. Enkele uren nadat ze de top hadden bereikt, brak Joe zijn been. Bij een onmogelijke zelfreddingsactie kwam Joes maat, Simon Yates, voor een verschrikkelijke keuze te staan: samen op hun droomberg sterven of het touw doorsnijden waaraan zijn zwaargewonde klimmaat vasthangt. Simon kiest voor de zekerste optie en laat de scherpte van het lemmet beslissen. Joe dondert tientallen meter naar beneden in een diepe gletsjerspleet, ver voorbij het voorgeborchte van de hel. Door zijn onverzettelijke wil weet hij toch aan een gewisse dood te ontsnappen. Dit boek is een deel van mijn mentale

9  het pad naar de dood


training. Het laat me inzien dat het onmogelijke toch mogelijk kan zijn. Hoe diep je ook in de rats zit, geef niet op, er is altijd een uitweg. Ik heb nog steeds last van hoogteziekte. Drie dagen geleden besliste ik bij het ontbijt om niet te vertrekken. Ik had het erg te pakken. Mijn hoofd barstte, ik kon amper eten en wat nog het ergste is, ik kon fysiek geen kant op. De twintig hoogtemeters tussen de rivier en het kamp moest ik afleggen in drie strompeletappes. De dagen daarvoor had ik zelfs al een paar keer het gevoel gehad te gaan flauwvallen. Nadat Zacharias en ik een beetje kleren hadden gewassen in de onstuimige rivier, kwamen een Australiër met zijn dochter en een arriero (ezeldrijver) met twee ezels en een paard in het kamp aan. Noodgedwongen ging ik hem vertellen dat ik door mijn voorraad pijnstillers heen zat. Hij hoorde me aandachtig aan. ‘Ik ga je iets preventiefs geven,’ zei hij, ‘maar je mag het niet met andere medicatie gebruiken.’ Hij haalde een wit flesje uit zijn oprolbare EHBO-kit. ‘Hier, twee keer een halfje per dag gedurende twee à drie dagen.’ ‘Wat is het?’ ‘Diamox.’ ‘Maar dat heb ik ook bij me. Ik meende het alleen te gebruiken in geval van grote nood.’ ‘Neem het preventief, er is een groot verschil tussen 3500 en 4000 meter.’ En waarlijk, in de namiddag trok de hoofdpijn langzaam weg. Maar om halfzes lag ik alweer in mijn tent. De bankschroef rond mijn hoofd werd weer langzaam dichtgedraaid. Als de aanpassing aan de hoogte niet echt zou verbeteren, kon ik de hoge bergen gewoon vergeten. Maar de beklimmingen waren pas over veertien dagen gepland. Ik kon alleen maar hopen en duimen. De hoogteaanpassing vroeg zijn tijd en gelukkig had ik die ook. Er zitten echter nog andere muizenissen in mijn hoofd. Kan ik over enkele weken nog naar huis? Wìl ik over enkele weken nog naar huis?

10  het pad naar de dood


Ada, lieve kleine Ada. Zie ik haar nog weer op het einde van deze trektocht? Zit ik nu echt zo diep dat ik dit meisje het hof zou gaan maken? Mijn ezeldrijver durfde me een paar dagen geleden geen halfuur alleen laten, zo bang was hij dat ik zijn nichtje zou opvrijen. Wil ik wel verliefd raken op dit lieve schepsel? Ze woont in het dorp Chiquian, waar de trektocht begon. Ze studeert voor leerkracht lager onderwijs en loopt stage in Lamac, het eerste dorp waar we stopten en overnachtten bij de dochter van Zacharias. Ik zie haar nog zwaaien vanaf de achterkant van de pick-up toen wij haar dorp verlieten. Zij liet zich samen met een paar medestudenten en haar spulletjes naar de 25 kilometer verder gelegen nederzetting brengen. Ik had het al eerder meegemaakt, diep in het regenwoud van Costa Rica, verliefd worden op reis. Martin, een heel dierbare vriend, en onze zonen waren toen ook mee voor een driedaagse uitstap naar de oeroude ecolodge Rara Avis. Martin en ik waren niet alleen bevangen door de zwoelte van het klamme regenwoud. We waren eveneens in de ban van de gratie waarmee onze gids, een echt natuurkind, zich over de modderige paden bewoog. We vielen voor het enthousiasme waarmee ze vertelde over alle wetenswaardigheden van haar territorium. Martin was pas hertrouwd. Om hem een beetje uit de wind te zetten stelde ik hem voor dat ik de helft plus een van de aandelen in verliefdheid op mij zou nemen. Zij, rank en sportief gespierd, was de ocelot. Haar collega-gids, vlinderjager en regenwoudkenner, vereerde mij met de naam jaguar. Toen heb ik het eenvoudig opgelost. We namen afscheid met een zachte neuze-neuze en ik zei haar: ‘SuzanneJane, de ocelot en de jaguar zijn beide prachtige dieren, ze houden allebei van het donkere woud en ze jagen graag in de nachtelijke uren, maar… ze leven niet samen.’ Ik vertelde Liesbet, die ons gezelschap een week later nareisde, van zodra ik haar zag: ‘Lieze, ik ben verliefd. Maar het is niet de bedoeling dat het blijft duren. Ik wil jouw man zijn. Ik ben blij dat je hier bent, ik heb je gemist.’ Maar nu, in Peru, liggen de kaarten totaal anders. Thuis botert het al maanden niet meer, of is het jaren, ik ben de tel kwijtgeraakt. En

het pad naar de dood  11


toch heb ik geen zin om thuis te komen met: ’Ik ben verliefd… op een ander.’ Ik wil de situatie hersteld zien, de brokken opgeraapt, de scherven gelijmd… En stel nu nog dat ik hier wil blijven. Zal ik het aankunnen om iedereen en alles achter te laten en in een vreemd land te gedijen? Hier is het normaal dat de mensen je aanspreken met gringo. Thuis zie ik het niet zo gebeuren dat wij Pjotr, Ali of Na Li aanspreken met ‘vreemdeling’. Hier is dit echter een diep ingewortelde gewoonte en ik beschouw het zelfs een beetje als een vorm van respect, een soort eretitel. Gringo, hij die van over het grote water is gekomen, die vrouw en kinderen heeft achtergelaten, die meer dan één taal machtig is en zijn geluk op de verkeerde plaats zoekt. Kortom, dommekloot, wat doe je hier? En omdat ik je niet ken, noem ik je bij je enige en waarachtige naam: gringo. Vanuit deze duidelijke situatie is het aan die vreemdeling om toenadering te zoeken tot de cultuur waarin hij is beland. Het vermogen om je aan te passen aan je nieuwe omgeving bepaalt voor een groot deel het geluk dat je ervaart als je op reis bent. Niet zij, maar wij moeten ons aanpassen. Zij hebben ons niet geroepen. Wij zijn vrijwillig de plas overgestoken, wij gaan vrijwillig de berg op, de stad en de jungle in. Dus, wees blij met wat je overkomt.

12  het pad naar de dood


wondere wereld 30 OKTOBER TOT 21 NOVEMBER 1994

Je aanpassen aan verschillende omstandigheden, gebruiken en gewoonten, kun je dat leren? Als je ervoor openstaat, allicht wel, maar het vraagt oefening. Hoe meer je reist, hoe beter je erin slaagt. De reis naar Nepal, samen met een bevriend koppel dat zijn drie kinderen ook aan de goede zorgen van familie en vrienden had toevertrouwd, was in elk geval een goede leerschool om met het onverwachte te leren omgaan. En ik ken geen beter land om je drang naar de bergen te laten groeien dan dit Himalayastaatje dat acht van de veertien achtduizenders op zijn grondgebied heeft. Wanneer men in een Alpenvallei naar boven kijkt, ziet men meestal één rij bergen. Af en toe piept een hogere berg met een witte top of scherpe graat boven de voorliggende bergen uit. In de Himalaya doet dit fenomeen zich in zogoed als alle valleien voor, daar staan de bergen rijen dik. Over de schouder van bergen van meer dan 5000 meter hoog, priemen nog hogere pieken de lucht in. En af en toe staan de bergen in driedubbele rijen. Daar bevinden zich talloze toppen van meer dan 6000 meter die nog nooit door een mens zijn beklommen. Woeste, bijna ontoegankelijke natuur bestaat nog, en die woestheid trok ons aan. We wilden genieten van de grillige lijnen, witte luifels, pure luchten en van het gevoel van omarmd te worden door het ver-van-huisgevoel. We gingen op zoek naar het meditatieve in het stappen. Hoe ongeschondener de natuur, hoe beter dat lukt. Onze tochten zouden niet verstoord worden door het uitzicht op skipistes, kabelliften of grote stuwmeren. En omdat we op deze reis kozen voor

wondere wereld  13


WWW.LANNOO.COM Registreer u op onze website en we sturen u regelmatig een nieuwsbrief met informatie over nieuwe boeken en met interessante, exclusieve aanbiedingen.

OMSLAGONTWERP LAY-OUT OMSLAGBEELD FOTO AUTEUR CARTOGRAFIE

Studio Lannoo Keppie & Keppie © Shuttertstock / Jool-yan Mieke Tanghe Elke Feusels

© Uitgeverij Lannoo nv en Ignace Bral D / 2015 / 45 / 142 - ISBN 978 94 014 2341 0 – NUR 508 / 301 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401423410 by Uitgeverij Lannoo - Issuu