Skip to main content

9789401421409

Page 1

Daan Boens Frontpoëzie

Bezorgd door Els van Damme en Yves T’Sjoen Literatuur in Vlaanderen 1900–1950

LiV-boens-binnen.indd 3

11/17/14 12:43:45 PM


D/2014/45/488 ISBN 978 94 014 2140 9 NUR 306/622 Boekverzorging: Stéphane de Schrevel © Erven Daan Boens, Yves T’Sjoen, Els van Damme & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2014. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be

Met steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren

LiV-boens-binnen.indd 4

11/17/14 12:43:45 PM


Inhoudsopgave Van glorie en lijden — 7 Menschen in de grachten — 129 De verrijzenis — 229 Nawoord (Els van Damme) — 307 Editie­verantwoording — 325

LiV-boens-binnen.indd 5

11/17/14 12:43:45 PM


LiV-boens-binnen.indd 6

11/17/14 12:43:45 PM


Van glorie en lijden Sonnetten uit de loopgraven aan den Yser

[1917]

7

LiV-boens-binnen.indd 7

11/17/14 12:43:45 PM


8

LiV-boens-binnen.indd 8

11/17/14 12:43:45 PM


L.S.

En face des batailles dressons l’Art. Emile Verhaeren

Oorlogspoëzie! Alweer oorlogspoëzie! Wie bevrijdt ons van oorlogs­poëzie? Dergelijke uiting van fijnproevers-wrevel wordt meer gehoord in een tijd, waarin groote en kleine verzamelingen zoogenaamde oorlogspoëzie de boekenmarkt dreigen te overstroomen. Al te dikwijls helaas stuit men bij het doorbladeren van zulke verzamelingen op zooveel minderwaardigs, wat met literatuur of poëzie hoegenaamd geen uitstaans heeft, dat men zeer geneigd is uit een artistiek oogpunt alle oorlogspoëzie PER SE te veroordeelen. En toch waag ik het, gestrenge vriend lezer, uwe welwillende aandacht te vragen voor deze ‘oorlogspoëzie’. Ik weet wèl: tal van dichters hebben nu reeds den oorlog en zijne hevige ontroeringen bezongen van uit hun veilig ivoren torentje. De beste stuurlui staan immers aan wal. Hoeveel echter ‘dichtten’ op de vuurlinie zelf, midden het geraas en het doodsgevaar van het moderne oorlogstuig? Bitter weinig. Tot die weinigen, vriend lezer, behoort de dichter van Van glorie en lijden. Een dichter-soldaat, een uitverkorene! zijne sonnetten – een dichtvorm om zijne kernachtigheid en bondigheid door den dichter gebruikt – schiep hij, behalve enkele die hij in het hospitaal of tijdens een kort verlof fabuleerde, in de loopgraven aan den Yser zelf. Besef, vriend lezer, wat dit zeggen wil: poëzie uit de loopgraven! Sonnetten, gewonnen en geboren in modder en slijk, in regen en wind of in zengende zonne, maar op vaderlandschen grond, geven ze ons een tragisch-glorierijk beeld van

9

LiV-boens-binnen.indd 9

11/17/14 12:43:45 PM


menschen en toestanden in het hedendaagsche Yser-landschap, waar het is: Al water – met aan d’overzijdschen wal, oneindig-ver, wat boomen, kaal en droeve, ook kruisjes voor hen, die we hier begroeven, en dan kanongerol en vuur-geknal. Een dichter, een waarachtig dichter is Daan Boens, met hart en ziel een dienaar van de schoone literatuur, zeggend in een hel van vuur en vernieling zijne emoties en levensgang, zijn smarten en hopen als strijder voor Eer en Recht. Eenvoudig korporaaltje maar in het heldenleger van Koning Albert heeft hij gestreden en geleden en trouw van iederen dag zijne indrukken en gevoelens in poëzie en proza genoteerd. De cyclus: ‘Van mijn Eenzaamheid’ slaat terug op ’s dichters leven als zieke in de nabijheid van de zee. Geboren te Oostende is Daan Boens een kind van ons blonde Noordzeestrand en men kan denken hoe dit verblijf aan Frankrijk’s kust zijn ziele ‘aangedaan met poëzie’ moest ontroeren. Het brengt mij zijne Vlaamsche jeugd-verzen in het geheugen, zijne vrome zee-gedichten vooral. Het verschil is echter groot. Bloeide in de verzen van In witte gewaden, korten tijd voor den grooten oorlog verschenen, zijn jeugdig dichtergevoel en leven open in mystieke rozen, thans heeft zijn levenspoëzie aan zeldzame kracht en diepte gewonnen. Sommige verzen uit Van glorie en lijden zijn zoo oneindig echt en menschelijk als slechts een dichter, die dagelijks den gewelddadigen dood te velde trotseert, ‘coutumier de l’action belle’, in zijn poëzie zijn kan. Luister, vriend lezer, hoe Daan Boens zelf in een brief zijn leven aan ’t front beschrijft: ‘– We zijn in de loopgraven. Daar komt opeens een hevig onweer op – een bombardement –. Alle gedachten staan een wenk stil, nooit voelt men beter het instinkt. We handelen automatisch: wij duiken ons, springen in een hol of gooien ons plat ten gronde. De bommen, obussen en shrapnels vallen of bersten open. We staan op – en denken – dan eerst “denken” we: ’t Is voorbij! Dat komt zoo min of meer malen voor per dag – en zoo gaan de dagen om en we gaan “in repos”. Dan denken 10

LiV-boens-binnen.indd 10

11/17/14 12:43:45 PM


we ook aan geen gevaar meer. ’t Is voorbij! Wat wil je? Dan vergeten we ook te schrijven aan hen, die heele dagen kunnen denken – dat we het goed maken… en dòor ’t gaatje van een naald gekropen zijn. Dat ’s alles!’ Luister nog, wat hij in ’t Fransch ditmaal in zijn Dagboek schreef: ‘Nov. 1915 A) En première ligne. Je viens d’écrire le sonnet “Een avond” à la lueur d’une chandelle dans mon abri. C’est drôle comme on devient étranger à tout ce qui vous entoure, comme on oublie les obus qui vous passent au-dessus de la tête et comme on analyse avec aisance ses émotions et pensées intimes. – B) Après une attaque – je ne savais pas être si fort – j’ai vécu une belle nuit – j’ai dit, quand tout était redevenu tranquille: “Ce n’est que cela!”. Pour toute cette formidable guerre, où les obus, bombes, brisants et balles s’entremêlent, – le soldat, artisan de cette énorme et cruelle entreprise – ce simple soldat pourrait dire: “Ce n’est que cela!” – Mais il lui faut pour synthétiser ainsi ses impressions et pensées, avoir une confiance sincère dans la vie – le destin. Je me sens devenir: homme. Que vaut, en somme la grandeur de la lutte, dont je ne suis qu’un tout petit atome? Tout! Rien de toute la vie individuelle ne vaut le succès commun, que nous voulons. Ni le bonheur de vivre, ni les soucis de famille, ni le désir de vivre ne contrebalancent le devoir, que je me suis fait.’ Ik denk hierbij onwillekeurig aan wat den betreurden Meester Emile Verhaeren in zijn schitte­rende Lettre-préface van A la gloire de la Belgique neerschreef: ‘Après la série tonnante des batailles l’univers rajeuni sera soit un adolescent féroce, soit un éphèbe vivace, ardent et généreux.’ Laat ons verheugd zijn! Door het lijden gestaald, door den strijd gelouterd komen onze broeders van den Yser weldra in het bevrijde Vaderland terug, niet als bloeddorstige jongelingen, maar als Daan Boens voor hen getuigt, heilig van glorie, want:

11

LiV-boens-binnen.indd 11

11/17/14 12:43:45 PM


Zij gaan en zijn wel moe, doch rusten nooit, en fluiten kalm het liedje, dat verleden gebeurtenissen in hun brein ontplooit. Zoo gaan ze een kruisweg? Neen! want gistren schreden zij kalm gelijk vandaag, met jeugd getooid, en morgen zullen zij nog gaan, lijk heden.

Interneeringskamp van Harderwijk Dr Paul DE KEYSER Januari 1917

12

LiV-boens-binnen.indd 12

11/17/14 12:43:46 PM


OPDRACHT

Aan U, die mijne broeders allen zijt, en strijdt, en dorst hebt naar de zegepralen, en sneuvelt in de roode zonne-stralen, die de avond, als een fiere vane spreidt; Aan U, die in de bloed-gekleurde schalen, wilt slurpen zerpen wijn van d’ een’gen strijd, die ooit de Menschheid van een droom bevrijdt, een droeven droom, van valsche idealen; Aan U, die jong en schoon, uw leven geeft en al uw moed en hoop in ’t verder leven, voor ’t eeuwig groote en schoon: zelfstandigheid. Aan U, die aan mijn zwakke zijde streeft, dit lied, waar vrije hoop en dank in beven: o Gij, die allen mijne broeders zijt!

13

LiV-boens-binnen.indd 13

11/17/14 12:43:46 PM


14

LiV-boens-binnen.indd 14

11/17/14 12:43:46 PM


De wreede Intocht

15

LiV-boens-binnen.indd 15

11/17/14 12:43:46 PM


16

LiV-boens-binnen.indd 16

11/17/14 12:43:46 PM


DE MOEDER SPRAK:

Zie, kind, hoe de avond komt met vrede-schreden en alle boomen staan gerust en grauw en staren naar den duister, die ’t verleden met ’t heden bindt in droomens-grijze schaûw. De vijver ligt zoo stille, en schijnt zich nauw te wikkelen in de innige avond-vrede, die om ons huisje wispelt hope-beden, – en ’t leven maakt een spel van licht en schaûw. En hoor, o kind, hoe nog een vogel fluit en, trage wiekend, wil zijn nestje vinden, berustend in het Goed’, dat de aarde omsluit. En ruik hoe breed de zoele en milde winden ons brengen aller-zoetste geuren meê, verinnigd in der wereld schoone vreê.

17

LiV-boens-binnen.indd 17

11/17/14 12:43:46 PM


DE WREEDE INTOCHT

Eens kwam een dolle en breede menschen-vloed, met staal gewapend en in grijze kleêren, met dezen blik, die valsche plannen broedt, – en klagend bonsden klokken, heen en weêre! Of zij geheel de wereld zouden keeren, zoo drongen zich de mannen, en de gloed der avond-zon, vergrootte nog hun stoet! van lange lansen en getogen speren. De vrouwen vreesden en de kinders weenden, de honden basten, of ze een ondeugd steende, en kalme steden stonden ginds in brand. Toen zei de moeder, en heur witte hand sloot de oogen dicht van ’t kind, dat zachte weende: – ‘o Zie niet, kind, de Kwade tiegt door ’t land’.

18

LiV-boens-binnen.indd 18

11/17/14 12:43:46 PM


TOEN SPRAK HET KIND:

I

Ik dacht het leven was een schoon festijn, waar we allen blijde zaten als genooden, en diep-tevreden dronken rijpen wijn uit pure schalen, die de dagen boden. Ik dacht het leven was gelukkig-zijn, met gulden morgenden, die nimmer vloden of met de nachten, blond van starren-schijn, waar zoetste winden waren lief ontboden, En dat ook ieder mensch zijn stil-genieten mocht spinnen met den fijnst-gekozen draad, en nooit een traan zou op het weefsel vlieten, Zoodat, bij ’t rozen van de dageraad, geen vrees zou zijn en geen verdrieten, en wie dan stierf, zou gaan met rein gelaat.

19

LiV-boens-binnen.indd 19

11/17/14 12:43:46 PM


II

Doch, Moeder, België is geen vrije baan. Het is een volk, dat rustig alle dagen ’t gewonnen broodje eet, en ’t avond-gaan met zoet-voldaan gezicht, kan gade-slagen. Het heeft een hart, dat toch zoo blij kan slaan, wanneer des Zondags, in hun witte kragen, de vrouwtjes, vóór de kerk, te praten staan, terwijl de mannen om wat ruste vragen. Het heeft een ziel, waar gansch een doel in leeft, o Moeder, en het mag dus wrake willen om al het leed, waaronder ’t volkje beeft. O Moeder, deert ons België dan de grillen der vreemden, die aan onze poorten staan, of is het toch een open, vrije baan? –

20

LiV-boens-binnen.indd 20

11/17/14 12:43:46 PM


ZOO ZEI DE MOEDER:

I

Nu vraagt gij waar de dagen henen-glijden, en waar de schoonheid, die ge wenschtet, ging, waarom de grootschheid van het zon-verscheiden, verkwijnen moet in vage schemering. Ge vraagt waarom de roze zomertijden versterven, wijl ze een grauwe herfst verving, en waarom ’t meisje, dat soms spelemeide in ’t lente-groen, is maar een sterveling? o Droevig kind, zoo is het leven zelf, want alles komt, en alles moet verdwijnen, zooals de zon zinkt in het lucht-gewelf. Toch wordt de lente sterke zomerpracht, het meisje voert de puurste lichaams-lijnen, een schoone dag wordt ook een schoone nacht.

21

LiV-boens-binnen.indd 21

11/17/14 12:43:46 PM


II

Het was een mooie avond, – en uw vader stond statig-blijde, wijl geen blad bewoog – en schoon was zijne moed, en schoon te gader uw vaders woorden en uw moeders oog. Ge zaagt uw vader, die ten velde toog en al de vaders en de broeders kwamen nader, en waren sterk: hun edel hoofd stond hoog en hun gelaat was fier… ’k aanzag uw vader… De vrouwen weenden, doch de mannen lachten, ze zongen ’t breede lied, dat vrijheid wou, ze wilden sterven, vóór in dwang te smachten. Ze waren groot, en waren diep-getrouw aan ’s menschen goedheid – want dien avond brachten tien duizend vaders hoop weer tot hun vrouw.

22

LiV-boens-binnen.indd 22

11/17/14 12:43:46 PM


Van mijn Eenzaamheid

23

LiV-boens-binnen.indd 23

11/17/14 12:43:46 PM


24

LiV-boens-binnen.indd 24

11/17/14 12:43:46 PM


AAN MIJN VADER

Mijn vader heeft me vóór het Leven eens gebracht: – Het was een wijde dal, waar duizend vogels kweelden, terwijl in ’t geurend loover noch wat stralen speelden der late zonne, die verzonk, heel roze en zacht. De wind ging teer: het was geen lied, het was geen klacht, ’t was of onzichtbaar-zoet, een hand mijn wangen streelde; en kalm de boomen spraken van de stille weelde, waarin we wachten bleven naar den blauwen nacht. Ze wisten ’t menschelijk leed, en ’t daaglijks-moeë strijden, dat ieder menschen-oog in iedren droom ontwaart, en hoe men sterker wordt na iedren dag van lijden. Maar ’t dal scheen hemel-schoon, en van elk leed gespaard: daar ginds een vijver deed zijn pure waatren glijden, gelukkig om het leve’, en wat het ons bewaart.

25

LiV-boens-binnen.indd 25

11/17/14 12:43:46 PM


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook