belgische trappisten& abdijbieren
BELGISCHE TRAPPISTEN- & ABDIJBIEREN goddelijk lekker
JEF VAN DEN STEEN
FOTOGRAFIE
ANDREW VERSCHETZE
Belgische trappistenbieren 7 De trappisten, een hechte gemeenschap 9 1836 — Westmalle 11 1839 — Westvleteren 27 1862 — Chimay 43 1899 — Rochefort 59 1932 — Orval 73 1998 — Achel 91
Erkende Belgische Abdijbieren 103 Traditie en diversiteit 105 1949 — Maredsous 107 1952 — Leffe 119 1952 — Saint-Feuillien 131 1954 — Tongerlo 145 1956 — Affligem 159 1957 — Bornem 177 1957 — Postel 187 1958 — Grimbergen 199 1958 — Steenbrugge 211 1960 — Ten Duinen 223 1968 — Floreffe 233 1984 — Val-Dieu 247 1990 — Ename 261 1994 — Keizersberg 269 1997 — Abdij Dendermonde 279 2002 — Abbaye de Saint Martin 285 2004 — La Ramée 295 2005 — La Paix Dieu 307 2008 — Abbaye de Forest 319 2008 — Ter Dolen 333 2009 — Herkenrode 343 2013 — Averbode 357
Niet-erkende Belgische abdijbieren 371 1929 — Witkap Pater 373 1946 — Sint-Bernardus 381 1957 — Pater Lieven 395 1970 — Bonne-Espérance 409 1974 — Cambron 419 2015 — Abbaye de Villers 431
Literatuurlijst 441
BELGISCHE TRAPPISTENBIEREN
‘Alle trappistenbieren zijn abdijbieren, maar niet alle abdijbieren zijn trappisten bieren’, luidt een boutade. En het klopt nog ook!
de Fransen in 1794 afgeschaft werden. De trappisten hadden voor hun komst naar België nog nooit bier gebrouwen. Ten slotte, wanneer vanaf 1830 – de onafhankelijk
De trappisten, de monniken die hun naam aan deze
heid van België – een aantal van die afgeschafte
bieren geven, verschillen op meerdere vlakken van
kloosters opnieuw tot leven komt, wordt er geen
de andere orden waarvan de kloosters naar bier
brouwerij meer opgestart. Maar de trappisten
verwijzen.
starten pas dan hun brouwactiviteiten: Westmalle in
Vooreerst zijn deze kloosterorden (benedictijnen,
1836, Westvleteren in 1838, Achel in 1850, Chimay
cisterciënzers, norbertijnen) al eeuwenlang
in 1862, Rochefort in 1899 en Orval in 1931.
aanwezig in onze streken, terwijl de trappisten
Trappistenbieren worden gebrouwen binnen de
(ook cisterciënzers van de strikte observantie)
muren van hun abdijen, door of onder leiding van
pas na de Franse Revolutie van 1789 naar ons land
de monniken. De opbrengst komt ten goede aan
gekomen zijn. Hun aanwezigheid hier is dus van veel
de abdij om in haar levensbehoeften te voorzien
recentere datum.
en met de overschotten goede doelen te steunen.
Daarnaast brouwden de kloosters van die andere
Dat garandeert het zeshoekige label ‘Authentic
orden reeds eeuwenlang bier toen ze na de inval van
Trappist Product’ (ATP), in het leven geroepen
7
8
door de Internationale Vereniging Trappist (IVT).
abdij waar het bier gebrouwen wordt. Trappisten-
Deze vereniging telt twintig trappistenabdijen
bier is geen biersoort, daarvoor zijn de onderlinge
uit negen verschillende landen en werd opge-
verschillen te groot, zowel qua kleur, geur en smaak
richt om de benaming ‘trappist’ te beschermen als
als qua alcoholgehalte. Toch zijn er ook een aantal
oorsprongsbenaming, zoals dat reeds in 1962 door
gemeenschappelijke kenmerken: het zijn allemaal
de Handelsrechtbank van Gent wettelijk vastgelegd
bieren van hoge gisting die hergisten in de fles of in
werd.
het vat.
Het ATP-label kwam er om het onderscheid duidelijk
Tot voor enkele jaren waren bier brouwende
te maken tussen de trappistenbieren en de abdij-
trappistenabdijen een bijna uitsluitend Belgische
bieren. Voor deze laatste bieren wordt immers zo
aangelegenheid, op Koningshoeven bij Tilburg in
veel publiciteit gemaakt – de trappisten zijn op dat
Nederland na. De laatste paar jaren is deze toestand
vlak veel bescheidener – dat de consument ging
sterk geëvolueerd: na Engelszell (Oostenrijk, vanaf
geloven dat alles wat naar een abdij genoemd wordt
2012) en Zundert (Nederland, vanaf 2013), brachten
(vaak ook kazen) door monniken gemaakt wordt.
Spencer (VS, vanaf 2013) en Tre Fontane (Italië,
De benaming ‘trappist’ of ‘trappistenbier’ moet dan
vanaf 2015) het voorlopige aantal op elf. Voorlopig,
ook beschouwd worden als een BOB (Beschermde
want ik ben ervan overtuigd dat er in de nabije
Oorsprongsbenaming) en verwijst telkens naar de
toekomst nog trappistenbieren bij zullen komen.
DE TRAPPISTEN, EEN HECHTE GEMEENSCHAP VOORWOORD DOOR BROEDER XAVIER, ABDIJ VAN ORVAL In de schoot van het brouwerserfgoed dat
Maar als het dan toch vruchteloos is om een
verbonden is aan de religieuze gemeenschappen,
gemeenschappelijke brouwmethode te zoeken voor
bestaat er een heel bijzondere verwantschap
de trappistenbieren, waar is dan hun raakpunt?
– deze met het gedachtegoed van Cîteaux – al van
Daarvoor moet geput worden uit de levende bron
in de twaalfde eeuw. Vandaag gaat het in België om
van een gemeenschappelijke denkwereld. Want daar
de gemeenschappen van Chimay, Rochefort, Orval,
huist wel degelijk het echte geheim en het unieke
Westmalle met Achel, en Westvleteren.
dynamisme van onze trappistenbrouwerijen, een
In de cisterciënzer traditie en in het leven van de
geest van onderlinge hulp om de authenticiteit van
monnik is de verankering van de plek stichtend en
elke productie op een bevoorrechte plek te beleven.
maakt deel uit van het geheim van een leven voor
Dit sluit aan op het maatschappelijk project van
God. Dit is ook de grondslag van het economische
elke trappistengemeenschap, doorheen een ethisch
leven van elke gemeenschap.
en solidair einddoel. Het zijn deze waarden die uitgedragen worden door het keurmerk ‘Authentic
De bieren die op onze trappistlocaties worden
Trappist Product’, waar vandaag elf trappisten-
geproduceerd, zijn stuk voor stuk origineel en niet
brouwerijen in de wereld borg voor staan. Ver van de
in een categorie onder te brengen. Zowel omdat
karikatuur van een dikbuikige figuur in monnikspij
hun giststam telkens uniek is, als om hun heel eigen
of van een duister recept uit een middeleeuws
aroma’s en kleur en vooral het verhaal van hun
toverboek, is er die nooit aflatende inzet die elke
ontstaan. Jef Van den Steen kwam naar ons toe om
gemeenschap doet leven, een zin geeft aan onze
u al deze uiteenlopende en boeiende verhalen te
samenleving en een pad naar de toekomst effent.
kunnen vertellen. Op de volgende bladzijden kunt u de gezichten ontdekken van zij die deze producten
Broeder Xavier, Abdij van Orval
uitwerken, vaak aftastend, altijd met enthousiasme
Voorzitter van de IVT
en passie. De auteur verrichtte uitgebreid documentatiewerk om de schijnwerpers te richten op de mensen, de monniken van de trappistengemeenschappen en werknemers van brouwerijen, die elk recept bedachten en de productie-uitrusting door te passen aan de moderne werkomstandigheden, maar altijd met respect voor dit monastieke kader van eenvoud en natuurlijkheid, zoals bij een oord van gebed hoort.
Orval © WBT, David Samyn
de tijd heen deden evolueren om ze voortdurend aan
9
1836
WESTMALLE ABDIJ TRAPPISTEN WESTMALLE Antwerpsesteenweg 496, 2390 Malle www.trappistwestmalle.be
NOOIT RUST
alle problemen van de baan:
Na de Franse Revolutie besliste
de vijandelijke kloosterpolitiek
de Nationale Vergadering die toen Frankrijk
van koning Willem I bleef de abdij in haar bestaan
bestuurde, de vele religieuze instellingen die het
bedreigen.
land rijk was af te schaffen. Het kerkelijk grondbezit
Het duurde nog tot 1822 voordat de jonge stichting
werd genationaliseerd en te gelde gemaakt om
zekerheid kreeg over haar bestaan. Toen onder
de staatsfinanciën op orde te brengen. Als gevolg
tekende Willem I een Koninklijk Besluit waardoor de
hiervan werden ook de trappisten gedwongen
kloostergemeenschap van Westmalle erkend werd
Frankrijk te verlaten.
als personne civile. Noodgedwongen richtte zij een
Zo vertrok op 28 augustus 1793 een groepje van tien
school op met internaat om zich ‘nuttig te maken
monniken uit het Zwitserse Val Sainte, waar zij als
voor de maatschappij’ zoals de Nederlandse koning
bannelingen leefden, met als opdracht een klooster
dat eiste.
te stichten in Canada. Maar zover is het nooit
Pas met de Belgische onafhankelijkheid en het
gekomen.
instellen van de grondwet werd de toekomst van de
Door de inspanningen van monseigneur Nelis, de
gemeenschap verzekerd; op 22 april 1836 ten slotte
bisschop van Antwerpen, vestigde dit groepje zich
werd de priorij van Westmalle tot abdij verheven.
op vrijdag 6 juni 1794 op het landgoed Nooit Rust in Westmalle, gelegen aan de oude baan die Antwerpen met Turnhout verbindt. Dit landgoed was daartoe aangekocht door een aantal gegoede burgers die monseigneur Nelis had weten te ronselen. Maar op 17 juli, precies zes weken na hun aankomst, moesten de monniken Westmalle alweer verlaten. De Fransen waren immers België binnengevallen en voor Franse uitwijkelingen was een eventuele confrontatie met het Franse leger veel te gevaarlijk. Toen Napoleon in 1814 bij Waterloo definitief werd verslagen, keerden de trappisten terug. Maar met de komst van de Nederlanders waren nog niet
11
EEN GEZONDHEIDSDRANK Toen de monniken zich in 1814 voorgoed in Westmalle vestigden, zwaaide Vrouwe Armoede de scepter in de Kempen. Het was er hard werken om de heidegrond te cultiveren en de landbouw rendabel te maken. De broeders moesten noest werken en de kost was zeer mager. Daarenboven was water de enige toen toegelaten drank voor de monniken. Gezond, dat wel, maar niet altijd even smakelijk noch even opwekkend. In zijn bezorgdheid om de moed erin te houden, stond prior Alexius de broeders toe twee glaasjes bier per dag te drinken. Het getuigde van durf dit aan abt de Lestrange in een brief te melden, wetende dat deze in zijn uitermate strenge regel alleen water toeliet. Gelukkig kon Alexius in hetzelfde bericht ook melden dat er geen zieken waren. Toen in 1836 de zeer strenge regels van abt de Lestrange door de paus verboden werden, zagen de monniken van Westmalle zich verplicht de gematigder constituties van Armand Jean Le Bouthillier de Rancé te volgen. Deze lieten naast water ook afgeroomde melk, karnemelk en de volksdrank van de streek toe. De Rancé had in 1664 in het Normandische dorp Soligny de trappistenorde hervormd. Om geen bier te moeten kopen, werd beslist het zelf te brouwen, een beslissing die past in het kader van de aanbevelingen van de Regel van Benedictus. Die stelt dat een klooster zo ingericht moet zijn om ‘van het werk van hun handen te kunnen leven’ (RvB 48.8). Op 1 augustus 1836 werd begonnen met de bouw van de brouwerij. Om een dergelijke onderneming tot een goed einde te kunnen brengen, waren mannen nodig die het brouwersvak kenden. Gelukkig waren er twee paters, allebei Nederlanders, die het vakmanschap bezaten om een brouwerij op te starten.
12
OPMARS VAN DE BROUWERIJ Pater Albericus Kemp uit Sint-Oedenrode, die in het
Vader Benedictus, stichter van de orde, liet zijn
burgerleven brouwersgast en kuiper was geweest,
zonen toe hun producten te verkopen, opdat zij van
was bijgevolg vertrouwd met het materiële werk
hun handenarbeid zouden kunnen leven. De oudst
in een brouwerij. Als brouwer duidde de abt de uit
bekende bierverkoop in Westmalle gebeurde op
Cuijk afkomstige pater Bonaventura Hermans aan,
1 juni 1861 ‘van bruin bier … 60 frank’. Deze verkoop
een bekwaam apotheker en kruidendokter. Dat juist
betrof ongetwijfeld een volle ton, want een weinig
een kruidendokter werd gekozen om de brouwerij
verder staat in hetzelfde kasboek ‘van gist, bier en
op te starten, mag heden ten dage verwondering
wijn … 4 frank’. Een volle ton vertegenwoordigde
wekken. Toen echter werd bier als een gezondheids-
één brouwsel, zo’n 300 liter, wat een idee geeft van
drank beschouwd.
de grootte van de eerste brouwerij.
Op 10 december 1836 konden de monniken voor
Dat de vraag naar bier snel toenam, blijkt uit het
het eerst het ter plaatse gebrouwen bier proeven –
feit dat al in 1859 een nieuwe lagerkelder klaar
het trappistenbier was geboren! De donkere, zoete
was, die reeds in 1865 vergroot werd. Van dan af
drank werd uitsluitend voor eigen gebruik gepro-
werd overgegaan op regelmatige bierverkoop. Zo
duceerd en in de refter als tafelbier geschonken.
noteerden de paters in 1868 393 frank inkomsten uit
Desondanks moesten er van in den beginne
de verkoop van biergist, wat erop wijst dat er jaarlijks
accijnzen betaald worden. De gist werd aan bakkers
zo’n 35 tot 40 brouwsels werden gemaakt.
verkocht.
Er werd gebrouwen en verkocht volgens de finan-
Oorspronkelijk werd het bier van de brouwerij niet
ciële behoeften. Zo werd de abdij in de periode
als een bron van inkomsten beschouwd. Daarvoor
1885–1908 grondig verbouwd en een stichting
rekende men vooral op de landbouw, de veeteelt
gepland in Congo, die veel geld zou kosten. De bier-
maar ook op de druiventeelt en de wijnbouw. De
verkoop werd gestimuleerd, wat een modernisering
stichters kwamen tenslotte uit Frankrijk.
en vergroting van de brouwerij noodzakelijk maakte.
Links: De nieuwe brouwzaal, uitgevoerd in roestvrij staal met op de achtergrond de vroegere brouwinstallatie in rood koper.
15
Om materialen voor de nieuwe gebouwen aan te
De Eerste Wereldoorlog riep echter een halt toe
voeren, werd in 1895 een aansluitspoor aangelegd
aan de opmars van de abdijbrouwerij. De monniken
van ruim een kilometer lang, dat de abdij verbond
vluchtten naar het neutrale Nederland, slechts
met de tramlijn Antwerpen–Turnhout. Na de bouw-
enkelen bleven om op de abdij te passen. Maar ze
werken bleef het spoor in gebruik voor de aanvoer
konden niet voorkomen dat de Duitse bezetter het
van allerlei benodigdheden voor de boerderij en de
koper opeiste. De brouwerij werd ontmanteld en
brouwerij.
ontdaan van al het koperwerk. Het zou nog tot 1922
Diezelfde tramlijn annex aansluitspoor werd ook
duren voordat de brouwerij heropgestart kon
gebruikt om klanten te beleveren – het vervoer
worden.
met vrachtwagens stond toen nog in zijn kinderschoenen. De klanten ‘der stad Antwerpen en omstreken’ ontvingen hun bestellingen van
EEN DUBBEL OF EEN TRIPEL?
de bode van de abdij, die elke week een ronde
In dat jaar werd voor het eerst ‘candijvie suiker’
deed. Wie sneller bediend wilde worden of elders
gebruikt. Dit had alles te maken met het brouwen
woonde, werd beleverd ‘met de stoomtram of
van een sterker bier, in het kasboek eerst ‘straf bier’,
den staatsspoorweg’.
later ‘dubbel bruin’ genoemd. Er werden dus twee
In 1897 was de nieuwe brouwerij klaar; de inhoud
bieren aangeboden met extra gersten, een laag
van de nieuwe brouwketel bedroeg 40 hectoliter.
alcoholisch blond bier (extra – 4,8 vol % alc.) en het
Hoewel toen reeds bier werd afgevuld in ‘flesschen’,
nieuwe bier dubbel bruin (dubbel – 7 vol % alc.).
gebeurde de verkoop toch hoofdzakelijk in houten
Beide bieren worden nog steeds gebrouwen.
tonnen.
De bierverkoop kende slechts een matig succes, want de tijden waren onzeker door de dreigende wereldwijde economische crisis van de jaren 1930. En hopen op een verhoogd rendement van de boerderij was een illusie: een landbouwbedrijf in volle zandstreek met betaalde werkkrachten! Er moest dus uitgekeken worden naar ruimere inkomsten. Abt Tarcisius van der Kamp hoopte die te vinden in het opvoeren van de productie van de brouwerij. De benaming ‘trappistenbier’ werd in 1933 gedeponeerd en nog in datzelfde jaar werd beslist tot de bouw van een volledig nieuwe brouwerij. In afwachting daarvan bleef de oude brouwerij in gebruik. In de nieuwe brouwerij werd een eerste poging gedaan om een superbier te brouwen, dat de naam ‘Tripel’ meekreeg. Dit bier werd afgeleid uit een blond bier dat sinds 1931 sporadisch werd gebrouwen.
16
De imposante volautomatische bottelarij.
In de brouwerij zijn geen monniken meer tewerkgesteld, in de boerderij en de kaasmakerij wel.
Deze goudgele Tripel – 9,5 vol % alc. – werd in 1934 gelanceerd, midden in de economische crisis. Om de prijs te drukken en omdat het alcoholgehalte zeer hoog was, werd dit bier afgevuld in kleinere 25cl-flesjes. Toen in 1935 een moderne bottel machine in gebruik werd genomen, verdwenen deze flesjes. Sindsdien worden de Westmalle-bieren afgevuld in 33cl-flessen. De Tweede Wereldoorlog remde de doorbraak van de Westmalle af, maar de abdij kon zonder noemenswaardige problemen standhouden. Na de oorlog kwam de abdij voor een dilemma te staan: de productie beperken tot de noodzakelijke hoeveelheid om te kunnen leven – de keuze van onder andere Westvleteren – ofwel de productie vergroten vanuit een sociale verantwoordelijkheid ten opzichte van de regio. Westmalle koos voor deze laatste optie en brouwt nu zo’n 130.000 hectoliter per jaar.
NAAR DE TRAPPISTEN GAAN Westmalle ligt op zowat 20 kilometer van Antwerpen, een grote afstand in de negentiende eeuw. Toen vanaf 20 september 1885 een stoomtram Antwerpen via Oostmalle verbond met Hoogstraten was die afstand plotseling geen bezwaar meer voor de Sinjoren. Ter hoogte van de dreef die de Antwerpsesteenweg met de abdij verbindt, kwam een halte die officieel de naam Statie Trappisten meekreeg. Voor de Antwerpenaar werd ‘naar de trappisten gaan’ een geliefd zondags uitstapje … en dat is het nu nog. De tram is er al lang niet meer (die is sinds 1960 vervangen door een autobus), maar de halte is uitgegroeid tot Café Trappisten. Over dit café gaat trouwens het verhaal dat het bier via een ondergrondse leiding vanuit de abdijbrouwerij rechtstreeks naar de tapkraan werd gepompt. Een fabeltje, natuurlijk!
19
De eigen melkveeboerderij levert de melk die hier tot Westmallekaas verwerkt wordt.
20
De wrongel wordt in de vormen geplaatst.