James Oswald
NATUURLIJKE OORZAKEN High crime from the Lowlands
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 3
25-11-14 12:04
Ze schreeuwt het uit wanneer de eerste nagel naar binnen dringt. Een felle pijn scheurt glashelder door haar hand, terwijl ze zich tegen hem verzet, haar lichaam tegen de vloer geplakt door het gewicht van zijn lijf. Dit klopt niet. Hij hoort haar geen pijn te doen. Hij is een goede man, een mooie man. Een vriendelijke man. Hij heeft haar familie door de oorlog heen geholpen. ‘Alstublieft, doe dit niet.’ Ze wil schreeuwen, maar een hand klemt zich vast over haar mond. Figuren bewegen zich in de schimmige uithoeken van haar gezichtsveld, grijpen naar haar, drukken haar naar beneden. Gesteun in diepe duisternis. Iemand grijpt haar pols vast, trekt hard aan haar arm. Haar vingers knallen tegen de vloer. Hamer slaat op nagel, rijt huid open, doet kraakbeen barsten, jaagt nog een schreeuw door haar neus. Ze schopt wild om zich heen, worstelt met het gewicht boven op haar en de koude stalen pinnen die door haar vlees worden gedreven. Als ze probeert zich los te grabbelen, voelt ze – gekruisigd – haar handen glibberig tegen het metaal schuiven, haar wanhopige poging tenietgedaan door de gespleten en omgebogen nagelkoppen, de nagelschachten diep in de houten vloer gedreven. Zijn gewicht komt los van haar, in de duisternis vangt ze een glimp op van zijn gezicht. Zijn ogen fonkelen, zijn gelaatstrekken wazig door haar tranen, vervormd alsof iets door zijn huid wil barsten. Als hij haar jurk naar boven schuift en haar slipje en nylonkousen begint af te rukken, beukt ze tegen hem aan. Iets schittert in het weke licht dat van onder de deur schijnt. Ze voelt een koude, doffe druk op haar naakte buik, iets wat haar huid streelt en haar kippenvel bezorgt als het zijn weg naar beneden gaat zoeken. Iets, warm en vochtig, druppelt tussen haar dijen; een zoete urinegeur vult de ruimte. Hier gaat ze sterven, aangerand door deze man die ze haar hele leven lang heeft vertrouwd. Wanneer handen ruw haar
5
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 5
25-11-14 12:04
enkels vastgrijpen, knakken haar knieĂŤn; haar benen worden wijd uitgerekt, de bloederige gapende wonden in haar handpalmen strak aangetrokken tegen wat hen wreedaardig gevangen houdt. Sterke handen drukken haar voeten plat tegen de grond. Ze kan beenderen horen kraken, het geluid van staal op staal wanneer nagels worden ingehamerd. De ondraaglijke pijn overvalt haar in golven en vertroebelt haar zicht. Hij wringt zich tussen haar benen, slaat met meedogenloze handen haar hoofd tegen de splinterige plankenvloer. Vingers trekken ruw haar mond open, doen haar kotsen doordat ze diep in haar keel grijpen. Zij smaakt iets scherps, koud metaligs en dan een hevige vlammende pijn en haar keel die zich vult met een warme, zoute vloeistof. Ze kokhalst, hoest, braakt, spuwt in het gezicht van haar aanrander. Hij trekt zich terug, veegt zijn wangen schoon. Zij ziet zijn grijnzende bek met bleke tanden. Druppeltjes van haar bloed druipen van zijn gezicht en spetteren op de vloerplanken. Een na een nemen ze haar, dringen ruw in haar door, slaan haar laatste dromen aan diggelen. De pijn is overal: in de heldere nagelkoppen, in de gloeiende smurrie van haar tong, in haar gekneusde vlees en haar gekraakte beenderen. Ze kan niet aan hen ontsnappen, ze is door en door hulpeloos. En al die tijd snijdt hij in haar, de man die haar vriend was. Kleine sneden openen wonden die haar bleke huid overdekken met glanzend rood bloed. Het duurt een hele tijd voordat de dood haar opeist en zelfs dan rust ze nog niet in vrede.
6
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 6
25-11-14 12:04
1 Hij was beter niet gestopt. Het was niet zijn zaak. Hij had zelfs geen dienst. Maar er was iets met die blauwe knipperlichten, het bestelbusje van het forensisch team en de agenten in uniform die afsluitingen plaatsten, waaraan inspecteur Anthony McLean nooit kon weerstaan. Hij was in deze buurt opgegroeid, dit rijke gedeelte van de stad met zijn alleenstaande huizen omgeven door grote ommuurde tuinen. Daar leefde oud geld en oud geld wist zichzelf te beschermen. Weinig kans om daar een dakloze te zien rondzwerven, laat staan dat er een ernstig misdrijf werd gepleegd. Maar nu blokkeerden twee patrouillewagens de ingang naar het weelderige huis en een agent in uniform was bezig blauw-wit lint los te wikkelen. McLean kwam dichterbij en diepte zijn machtigingspasje op. ‘Wat is er gaande?’ ‘Er is een moord gebeurd, meneer. Dat is alles wat men mij heeft verteld.’ De agent had het lint helemaal opgebruikt en begon aan een ander eind. McLean keek naar de majestueuze met grind bedekte oprijlaan van het huis. Een wagen van het forensisch team was er tot halverwege achterwaarts op gereden, met de deuren wijd geopend; een rij agenten in uniform baanden zich voetje voor voetje een weg over het gazon, met hun ogen neerwaarts gericht, op zoek naar sporen. Het zou geen kwaad doen om een kijkje te nemen, te zien of hij iets kon doen om te helpen. Al bij al kende hij de buurt. Hij dook onder het lint door en liep de oprijlaan op. Iets verder, voorbij de ingedeukte witte bestelwagen, stond een gestroomlijnde zwarte Bentley te glimmen in het avondlicht, ernaast een roestige oude Mondeo. McLean kende die wagen en diens eigenaar maar al te goed. Hoofdinspecteur van de recherche Charles
7
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 7
25-11-14 12:04
Duguid was niet bepaald zijn favoriete meerdere. Als het hier om een van zijn onderzoeken ging, dan moest de overledene wel belangrijk zijn geweest. Dat zou ook het grote aantal agenten verklaren dat voor de klus kwam opdraven. ‘Wat doe jij hier, verdomme?’ McLean herkende de stem en draaide zich om. Duguid was aanzienlijk ouder dan hij, ten minste halverwege de vijftig; zijn ooit rode haren werden dun en grijs, in zijn blozende gezicht zaten rimpels. Met een witte papieren overall tot aan zijn middel zag hij eruit als een kerel die er even tussenuit kneep voor een sjekkie. ‘Ik was in de buurt, zag de patrouillewagens op de oprijlaan.’ ‘En je dacht, ik ga even snuffelen, hé? Wat spook j’hier uit?’ ‘Het was niet mijn bedoeling me met uw onderzoek te bemoeien, meneer. Ik dacht gewoon, wel, aangezien ik in deze buurt ben opgegroeid, dat ik misschien kon helpen.’ Duguid zuchtte hoorbaar en liet theatraal zijn schouders zakken. ‘Vooruit dan maar. Je ben hier, dan kun je jezelf maar beter nuttig maken. Ga met die bevriende patholoog van je spreken. Kijk maar met wat voor een wonderbaarlijke inzichten hij deze keer op de proppen is gekomen.’ McLean ging op weg naar de voordeur, maar Duguid greep hem stevig bij de arm. ‘En vergeet me niet verslag uit te brengen als je klaar bent. Ik wil niet dat je ’m smeert vooraleer we dit hebben afgerond.’ Binnen in het huis was het bijna pijnlijk helder, vergeleken met de zachte duisternis die buiten over de stad gevallen was. McLean ging een grote hal binnen via een kleiner, maar nog steeds vrij aanzienlijk portaal. Binnen heerste chaos; overal renden forensische onderzoekers in witte papieren overalls, bezig met het poederen voor vingerafdrukken en het fotograferen van alles. Nog voor hij een stap had gezet, overhandigde een jonge vrouw die voortdurend werd lastiggevallen hem een opgerolde witte bundel. Hij herkende haar niet; een nieuwkomer voor het team. ‘U zult deze aan willen, meneer, wanneer u daar naar binnen gaat.’
8
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 8
25-11-14 12:04
Ze wees even met haar duim in de richting van een open deur aan de overkant van de hal. ‘Het is er een afschuwelijk boeltje. U wilt uw pak echt niet naar de vaantjes helpen.’ ‘Of potentieel bewijsmateriaal besmeuren.’ McLean bedankte haar, trok de papieren overall aan, schoof de plastic hoesjes over zijn schoenen en ging op weg naar de deur via het pad dat het forensisch team had uitgelegd over de gepolijste houten vloer. Van binnenuit klonken gedempte stemmen, dus stapte hij naar binnen. Het was de bibliotheek van een gentleman, met in leer ingebonden boeken op donkere mahoniehouten boekenplanken langs de muren. Tussen twee hoge vensters in stond een antieke lessenaar, op het dekblad enkel een vloeiblok en een mobiele telefoon. Aan beide zijden van een sierlijke haard stonden twee lederen leunstoelen met hoge ruggen, gericht naar het niet aangestoken vuur. Die aan de linkerkant was onbezet, er lagen enkel wat kledingstukken netjes gevouwen over de armleuning. McLean stapte naar de andere kant van de kamer en zo om de andere stoel heen; meteen werd zijn aandacht getrokken door de figuur die erin zat en door de walgelijke stank die in zijn neus schoot. De man leek bijna op zijn gemak te zitten, met zijn handen lichtjes rustend op de armleuningen van zijn stoel, zijn voeten een beetje uit elkaar op de vloer. Zijn gezicht was bleek, zijn ogen staarden recht vooruit met een glazige blik. Zwart bloed parelde uit zijn gesloten mond, drupte op zijn kin. McLean dacht aanvankelijk dat hij een soort donkerkleurig fluwelen jasje droeg. Toen zag hij de ingewanden, blauwgrijze glanzende kronkels die op het Perzische tapijt op de vloer gleden. Geen fluweel, geen donker jasje. Naast hem kropen twee wit geklede figuren op de grond, schijnbaar onwillig om hun knieën op het met bloed doordrenkte tapijt neer te zetten. ‘Jezus Christus.’ McLean bedekte zijn mond en neus tegen de indringende metaalgeur van bloed en de vettige walm van menselijke uitwerpselen. Een van de figuren keek om en hij herkende de stadspatholoog Angus Cadwallader. ‘Ah, Tony. Ook naar het feestje afgezakt?’ Hij stond op om iets glibberigs aan zijn assistente te overhandigen. ‘Neem dit even, Tracy.’
9
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 9
25-11-14 12:04
‘Barnaby Smythe.’ McLean kwam dichterbij. ‘Ik realiseerde me niet dat je hem kende’, zei Cadwallader. ‘Oh jawel, ik kende hem. Niet zo goed, bedoel ik. Ik ben hier nooit eerder geweest. Maar god allemachtig, wat is er met hem gebeurd?’ ‘Heeft Dagwood je dan niet gebrieft?’ McLean keek om zich heen. Hij verwachtte de hoofdinspecteur vlak achter hem in elkaar te zien krimpen bij het informele gebruik van diens bijnaam, maar buiten de assistente en de overledene waren ze alleen in de kamer. ‘Eigenlijk was hij niet zo aangenaam verrast toen hij me zag. Denkt dat ik alweer met de eer wil gaan lopen.’ ‘Wil je dat?’ ‘Nee. Ik was net op weg naar het huis van m’n oma. Ik zag de auto’s...’ McLean zag de patholoog glimlachen en zweeg. ‘Hoe gaat het trouwens met Esther? Enige verbetering?’ ‘Nee, niet echt. Ik ga haar later opzoeken. Als ik tenminste hier niet blijf plakken.’ ‘Wel, ik vraag me af wat zij over deze rotzooi zou hebben gedacht.’ Cadwallader zwaaide met een met bloed besmeurde handschoen in de richting van de overblijfselen van wat ooit een man was geweest. ‘Geen idee. Zeker iets gruwelijks. Jullie pathologen zijn allemaal eender. Maar vertel me eens wat er is gebeurd, Angus.’ ‘Voor zover ik weet, werd hij niet vastgebonden of op enigerlei manier in bedwang gehouden, wat erop zou wijzen dat hij al dood was toen dit werd uitgevoerd. Maar er is te veel bloed om te kunnen beweren dat zijn hart niet meer sloeg op het ogenblik dat hij werd opengesneden. Dus werd hij hoogstwaarschijnlijk verdoofd. Dat zullen we te weten komen wanneer we het toxicologisch rapport krijgen. In feite is het meeste bloed hierdoor gekomen.’ Hij wees op een loshangende rode huidflap, die om de hals van de dode man hing. ‘En te oordelen naar de bloedstraal op de benen en de rand van de stoel, moet dit zijn gebeurd nadat zijn ingewanden waren verwijderd. Ik vermoed dat de moordenaar de darmen uit de weg wilde, terwijl hij binnenin zat te porren. De voornaamste
10
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 10
25-11-14 12:04
interne organen lijken nog allemaal op hun plaats, behalve een stukje milt, dat niet te vinden is.’ ‘Er zit iets in zijn mond, meneer’, zei de assistente, die met krakende knieën overeind kwam. Cadwallader riep de fotograaf bij zich, boog naar voren, duwde zijn vingers tussen de lippen van de dode en wrikte zijn kaken van elkaar. Hij voelde in zijn mond en trok er een slijmerige, rode, zachte smurrie uit. McLean voelde de gal in zijn keel omhoogkomen en trachtte niet te kokhalzen, toen de patholoog het stukje orgaan tegen het licht hield. ‘Ah, daar hebben we het. Uitstekend.’ De nacht was gevallen tegen de tijd dat McLean terug het huis verliet. Het was nooit echt duister in de stad; te veel straatlichten verspreidden die schrale waas van vervuiling met een helse, oranje gloed. Maar de verstikkende augustushitte was tenminste weggesijpeld; in de plaats daarvan was een soort frisheid over de stad gekomen, een welgekomen verademing na de vunzige stank in het huis. Zijn schoenen knarpten in het grind terwijl hij naar de hemel opkeek, wanhopig op zoek naar sterren of om het even welke reden waarom iemand de ingewanden van een oude man zou uitrukken en hem zijn eigen milt voeren. ‘Wel?’ De toon was onmiskenbaar en ging gepaard met een zuur luchtje van muffe tabaksrook. McLean draaide zich om en zag hoofdinspecteur Duguid. Hij had de overall afgedankt en droeg opnieuw zijn te grote merkenpak. Zelfs in het halfduister kon McLean de blinkende stukken stof zien waar het weefsel over de jaren heen glad was gesleten. ‘Meest waarschijnlijke doodsoorzaak was massaal bloedverlies, zijn keel was van oor tot oor overgesneden. Angus... dokter Cadwallader schat het tijdstip van overlijden ergens in de late namiddag, vroege avond. Tussen vier en zeven. Het slachtoffer werd niet vastgebonden, moet dus gedrogeerd zijn geweest. We weten meer van zodra het toxicologisch onderzoek is afgelopen.’ ‘Dat weet ik allemaal, McLean. Ik heb ogen in mijn kop. Vertel eens wat over Barnaby Smythe. Wie zou hem zo aan stukken gesneden kunnen hebben?’
11
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 11
25-11-14 12:04
‘Ik kende de heer Smythe echt niet zo goed, meneer. Hij leefde erg op zichzelf. Vandaag ben ik voor het eerst in zijn huis geweest.’ ‘Maar toen je nog een jongen was, ging je appels uit zijn boomgaard jatten, neem ik aan.’ McLean verbeet het antwoord dat hij wou geven. Hij was aan Duguids schimpscheuten gewend geraakt, maar hij zag niet in waarom hij dit zou moeten accepteren wanneer hij enkel probeerde te helpen. ‘Wat weet je dus over de man?’ vroeg Duguid. ‘Hij was een handelsbankier, maar tegen deze tijd moet hij met pensioen zijn gegaan. Ik heb ergens gelezen dat hij verschillende miljoenen heeft geschonken voor de nieuwe vleugel van het Natio nale Museum.’ Duguid kneedde zijn neusbrug en zuchtte. ‘Ik hoopte op iets bruikbaarders dan dat. Weet je niets over zijn sociale leven? Zijn vrienden en vijanden?’ ‘Niet echt, meneer. Nee. Zoals ik al zei, hij is gepensioneerd, moet ten minste tachtig zijn. Ik frequenteer niet vaak die middens. Mijn bomma moet hem hebben gekend, maar ze bevindt zich niet bepaald in de positie om te helpen. Ze heeft een beroerte gehad, weet u.’ Duguid snoof onsympathiek. ‘Dan kom je hier geen reet van pas. Vooruit, scheer je weg. Ga terug naar je rijke vrienden en geniet maar van je vrije avond.’ Hij draaide zich om en schreed naar een groepje agenten die dicht bij elkaar stonden te roken. McLean liet de hoofdinspecteur maar al te graag gaan, maar dan herinnerde hij zich diens waarschuwing in verband met het wegsluipen uit het huis. ‘Wilt u dat ik een rapport voor u opstel, meneer?’ riep hij naar Duguid. ‘Nee, dat wil ik verdomd niet.’ Duguid draaide zich plots om, met zijn gelaat in de schaduw en met ogen die de lichtjes van de straatlampen reflecteerden. ‘Dit is mijn onderzoek, McLean. En nu, maak dat je wegkomt uit mijn crime scene.’
12
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 12
25-11-14 12:04
2 Het Western General Hospital stonk naar ziekte – dat mengsel van ontsmettingsmiddel, warme lucht en gelekte lichaamsvochten dat in je kleren bleef hangen als je meer dan tien minuten ter plaatse bleef. De verpleegsters aan de balie herkenden hem, met de glimlach wenkten ze hem naar binnen. Een van hen was Barbara en de andere Heather, maar hij kon zich verdorie nooit herinneren wie wie was. Ze leken nooit lang genoeg uit elkaars buurt te blijven om dat te kunnen uitmaken en naar hun te kleine badges op hun borst lopen staren was ronduit gênant. McLean liep zo stil als de piepende linoleumvloer het toeliet door de zielloze gangen, voorbij mannen die in karige hospitaalkieltjes rondsloften en zich met jichtige klauwen aan hun rollende infuustoestellen vastgrepen, verpleegsters die zich naarstig van de ene kritieke toestand naar de andere slingerden, bleke jonge dokters die eruitzagen alsof ze elk ogenblik van uitputting konden neer zijgen. Maar het choqueerde hem niet langer, zo vaak was hij hier al geweest. De afdeling waarnaar hij op zoek was, bevond zich in een rustig gedeelte van het ziekenhuis, weg van het gedoe en de drukte. Het was een aardige kamer, met ramen die uitkeken over de riviermond van Forth en de brug naar Fife. Het had hem eerlijk gezegd altijd wat gek geleken. Deze plek deugde meer voor mensen die van een zware operatie of iets dergelijks moesten bekomen. Nee, in de plaats daarvan verbleven hier de patiënten die geen donder gaven om het zicht of de stilte. Hij opende de deur, zette ze vast met een brandblusapparaat zodat hij het gonzen van de activiteiten in de verte zou blijven horen, en hij stapte het halfduister binnen. Ze lag gestut op meerdere kussens, met haar ogen gesloten alsof ze lag te slapen. Draden hingen tussen haar hoofd en een monitor aan de rand van het bed, die met een gestaag ritme tikte. Doorheen
13
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 13
25-11-14 12:04
een enkel slangetje druppelde een heldere vloeistof in haar gerimpelde en met levervlekken bezaaide arm en een kleine witte hartslagmeter was vastgeklemd aan een verschrompelde vinger. McLean greep een stoel en ging zitten. Hij nam de vrije hand van zijn grootmoeder en keek lange tijd naar haar gezicht, dat eens zo fier en levendig was geweest. ‘Ik heb Angus gezien. Hij vroeg naar je.’ Hij praatte zacht, er niet langer van overtuigd dat ze hem kon horen. Haar hand voelde koel aan, op kamertemperatuur. Buiten het mechanisch op en neer gaan van haar borst, bewoog er niets aan haar. ‘Hoe lang ben je hier nu al? Achttien maanden?’ Haar wangen waren sinds hij haar de laatste keer had bezocht, nog meer ingevallen en iemand had haar haar geknipt, maar zo slecht dat haar schedel er nog skeletachtiger uitzag. ‘Vroeger dacht ik dat je uiteindelijk zou ontwaken en dat alles net zoals vroeger zou zijn. Maar daar ben ik nu niet meer zo zeker van. Waarvoor zou je nog ontwaken?’ Ze antwoordde niet. Hij had haar stem in geen anderhalf jaar gehoord. Niet meer sinds ze hem die avond had gebeld om te zeggen dat ze zich niet lekker voelde. Hij herinnerde zich de ziekenwagen, de paramedici, het afsluiten van het lege huis. Maar hij kon zich haar gezicht niet herinneren op het specifieke ogenblik dat hij haar buiten bewustzijn in haar leunstoel bij de haard had aangetroffen. De afgelopen maanden was ze weggeteerd; hij had haar zien wegkwijnen tot wanneer er enkel nog deze schaduw overbleef van de vrouw die hem sinds zijn vierde levensjaar had opgevoed. ‘Wie heeft dit gedaan? Echt!’ McLean keek om, geschrokken door de stem. Een verpleegster was met enige moeite de brandblusser uit de deuropening aan het verwijderen. Ze kwam opgewonden binnen, keek in het rond en zag hem uiteindelijk zitten. ‘Oh, meneer McLean. Sorry, ik kon je niet zien zitten.’ Zacht accent van de Westelijke Eilanden, haar bleke gezicht bekroond met een vlammende rode krullenbol. Ze droeg het uniform van een afdelingszuster en McLean was zeker dat hij haar naam kende. Jane of Jenny, of iets dergelijks. Hij dacht dat hij de naam van bijna alle verpleegsters in het ziekenhuis kende, ofwel door zijn
14
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 14
25-11-14 12:04
werk, ofwel door zijn regelmatige bezoekjes aan deze stille, kleinere afdeling. Maar al sloeg je hem dood, zoals zij hem daar stond aan te kijken, hij kon zich die van haar niet herinneren. ‘Het is oké,’ zei hij, terwijl hij overeind kwam, ‘ik ging toch net.’ Hij keerde zich naar de comateuze figuur in het bed en liet haar koele hand los. ‘Ik kom je gauw opnieuw opzoeken, bomma. Ik beloof het.’ ‘Weet je, je bent de enige die hier vaak op bezoek komt’, zei de verpleegster. McLean keek rond in de afdeling en zag de andere bedden en diegenen die ze zwijgend en bewegingsloos bezetten. Griezelig was het, in zekere zin. Allen in de rij voor het lijkenhuis, geduldig wachtend tot de meedogenloze Man met de Zeis bij hen langskwam. ‘Hebben ze dan geen familie?’ vroeg hij. Hij wees met zijn hoofd in de richting van de andere patiënten. ‘Zeker en vast, maar die komen niet op bezoek. Oh, eerst komen ze wel. Soms elke dag gedurende een week of zo. Zelfs een maand lang. Maar met de tijd worden de intervallen groter en groter. Meneer Smith daar heeft sinds mei geen bezoekers meer gezien. Maar jij komt hier elke week.’ ‘Ze heeft niemand anders.’ ‘Ja, maar toch. Het is dat niet iedereen zou doen wat jij doet.’ McLean wist niet wat te zeggen. Jazeker, hij kwam op bezoek telkens wanneer hij kon, maar hij bleef nooit lang. Niet zoals zijn oma, die ertoe veroordeeld was de rest van haar dagen in deze stille hel door te brengen. ‘Ik moet ervandoor’, zei hij al op weg naar de deur. ‘Excuseer voor de brandblusser.’ Hij bukte zich en hing het toestel op zijn haak aan de muur. ‘En bedankt.’ ‘Waarvoor?’ ‘Om op haar te letten. Ik denk dat ze jou gemogen zou hebben.’ De taxi leverde hem af op het einde van de oprijlaan. McLean stond een ogenblik stil in de avondkoelte en keek naar de stoom uit de uitlaat, die in het niets oploste met het verdwijnen van de taxi.
15
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 15
25-11-14 12:04
Een solitaire kat schreed op nog geen twintig meter van hem vandaan zelfzeker de straat over, bleef abrupt stilstaan alsof ze wist dat ze werd gadegeslagen. Haar gladde kop ging heen en weer en met haar scherpe ogen speurde ze de omgeving af, tot ze hem ontdekte. Toen ze de dreiging had opgespoord en ingeschat, ging ze in het midden van de straat aan een poot zitten likken. Hij leunde tegen de dichtstbijzijnde van een rij bomen die zo heftig door de straatstenen begonnen te barsten alsof het einde van de wereld nabij was, en keek om zich heen. De straat was rustig op dit ideale uur van de dag, bijna stil. Er was enkel het verre, zachte geraas van de stad, dat hem eraan herinnerde dat het leven verderging. De schreeuw van een dier in de verte deed de kat midden in haar wasbeurt ophouden. Ze tuurde naar McLean om te zien of hij het geluid had veroorzaakt, tippelde weg en verdween met een moeiteloze sprong in een ommuurde tuin in de buurt. McLean draaide zich opnieuw naar de oprijlaan en stond tegenover het lege bouwsel van het huis van zijn grootmoeder, met de duistere ramen precies zo leeg als het in coma verzonken gelaat van de oude dame. Ogen met rolluiken, afgeschermd tegen de nooit duistere nacht. Een bezoek brengen aan het ziekenhuis was een plicht die hij graag vervulde, maar naar hier komen voelde meer aan als een karwei. Het huis waarin hij was opgegroeid, was al lang verdwenen, het leven was er net zo onhoudbaar uit weggelekt als uit zijn grootmoeder, tot er niets anders overbleef dan stenen gebeente en ranzige herinneringen. Hij hoopte half en half dat de kat zou terugkomen, om het even welk gezelschap was welkom. Maar hij besefte dat het alleen maar afleiding zou zijn. Hij was naar hier gekomen om een klus te klaren, kon er dus maar beter aan beginnen. In het voorportaal lag reclamedrukwerk van een hele week in het rond gestrooid. McLean raapte het op en nam het mee naar de bibliotheek. Het meeste meubilair was met witte lakens bedekt, wat bijdroeg aan het vreemde irreĂŤle sfeertje in het huis, maar het bureau van zijn grootmoeder was nog steeds onbedekt. Hij controleerde de telefonische berichten, maar wiste de aanbiedingen via televerkoop zonder zich de moeite te getroosten ernaar te luisteren.
16
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 16
25-11-14 12:04
Hij moest het apparaat misschien maar beter uitschakelen, maar je wist maar nooit of een of andere oude familievriend contact probeerde op te nemen. Het reclamedrukwerk ging in de vuilnisemmer en die moest blijkbaar ook weldra geledigd. Er waren twee rekeningen die hij niet mocht vergeten door te sturen naar de adviseurs die de zaken van zijn grootmoeder behartigden. Daarna nog even rondneuzen en hij kon naar huis. Misschien zelfs wat slapen. McLean was nooit echt bang geweest voor het donker. Misschien omdat de monsters waren gekomen toen hij vier was en zijn ouders van hem hadden weggenomen. Het ergste had zich al voorgedaan en hij had het overleefd. Na iets dergelijks had het donker niets angstaanjagends meer. En toch zag hij zichzelf lichten aanknippen, zodat hij nooit in het donker door een kamer hoefde te stappen. Het huis was groter, veel groter dan wat een bejaarde dame nodig had. De meeste huizen uit de buurt waren in ten minste twee appartementen omgevormd, maar dit huis hield stand, met nog een aanzienlijke muur eromheen. Geen mens die wist hoeveel het waard was; nog iets waarover hij zich op het geschikte ogenblik zou moeten ontfermen. Tenzij zijn grootmoeder alles had geschonken aan een of andere liefdadigheidsinstelling voor katten. Het zou hem niet verbazen, het was echt iets voor haar geweest. Hij stond stil, ging met zijn hand naar de lichtschakelaar en realiseerde zich dat hij voor het eerst nadacht over de gevolgen van haar dood. De mogelijkheid dat ze zou sterven. Natuurlijk was die er altijd geweest, die gedachte lag voortdurend op de loer. Maar al die maanden dat hij haar in het ziekenhuis had bezocht, had hij gedacht dat er uiteindelijk een verbetering in haar conditie zou optreden. Vandaag had hij om een of andere reden finaal aanvaard dat dat niet zou gebeuren. Het was zowel triest als opluchtend, vreemd genoeg. En toen zag hij waar hij zich bevond. De slaapkamer van zijn grootmoeder was niet de grootste kamer in het huis, maar ze was wellicht groter dan McLeans gehele appartement in Newington. Hij stapte de kamer binnen en ging met een hand over het bed, dat nog steeds met de lakens was opgemaakt waarin ze had geslapen de
17
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 17
25-11-14 12:04
avond voor haar beroerte. Hij opende kleerkasten die kleren onthulden die ze nooit meer zou dragen, ging vervolgens door de kamer naar de stoel voor haar toilettafel, waarover een kamerjas in Japanse zijde was geworpen. In een borstel hingen strengen van haar haar, fijne witte draden die glansden in de harde witgele gloed van de lampen die door een antieke spiegel werd weerkaatst. Een paar flessen parfum stonden aan een kant van een zilveren schaal, aan de andere een aantal sierlijk ingekaderde foto’s. Dit was de intiemste privéruimte van zijn grootmoeder. Hij was hier al eerder geweest, om als jongen iets te komen halen of om hierlangs in de badkamer te glippen om een stuk zeep mee te graaien, maar hij was er nooit langer gebleven, had nooit de ruimte echt in zich opgenomen. Hij voelde zich er niet helemaal op zijn gemak en tezelfdertijd was hij gefascineerd door de omgeving. De toilettafel vormde het centrum van de kamer, veel meer dan het bed. Dit was de plek waar zijn grootmoeder zich voorbereidde op de wereld daarbuiten en het verheugde McLean te zien dat een van de foto’s van hem was. Hij herinnerde zich de dag waarop hij was genomen, namelijk toen hij promoveerde aan de Tulliallan Academy. Zijn uniform was wellicht nooit properder geweest. Politieagent McLean, snel op weg naar promotie, dat zeker, maar evenzeer verondersteld zijn gewone ronde te doen, net als elke andere smeris. De andere foto toonde zijn ouders; hij was genomen bij hun huwelijk. Als hij naar de beide foto’s samen keek, was het duidelijk dat hij het grootste deel van zijn uiterlijk had geërfd van zijn vader. Ze moesten ongeveer dezelfde leeftijd hebben gehad toen de foto’s werden genomen en afgezien van het verschil in filmkwaliteit, konden ze bijna broers zijn geweest. McLean staarde een tijdlang naar de foto. Hij kende deze mensen nauwelijks, dacht bijna nooit meer aan hen. Andere foto’s waren verspreid over de kamer; sommige aan de muur, sommige in kaders op een brede, lage ladekast die ongetwijfeld ondergoed bevatte. Sommige waren foto’s van zijn grootvader, de strenge oude gentleman wiens portret boven de haard hing in de eetkamer beneden, uitkijkend over het uiteinde van de tafel. Ze
18
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 18
25-11-14 12:04
brachten middels een serie zwart-witjes zijn hele leven in kaart, van jongeman tot zijn oude dag. Andere foto’s waren van zijn vader en vervolgens ook van zijn moeder toen ze in diens leven kwam. Er waren er ook een aantal van McLeans grootmoeder als een opvallend mooie jonge vrouw, gekleed in de meest modieuze kleren uit de jaren dertig. Op de laatste foto stond ze geflankeerd door twee glimlachende gentlemen die ook volgens de mode van die tijd waren gekleed, en op de achtergrond had je de vertrouwde zuilen van het Nationaal Monument op Calton Hill. McLean bleef lang staan kijken naar de foto, voordat hij zich realiseerde wat er hem precies aan dwars zat. Aan de linkerzijde van zijn grootmoeder stond zijn grootvader, William McLean, duidelijk dezelfde man die op zo veel andere foto’s verscheen. Maar het was de man aan haar rechterzijde die met een arm rond haar middel lag en glimlachend in de lens keek, alsof de wereld aan zijn voeten lag, en die als twee druppels water leek op de man uit de foto’s van het pas gehuwde stel en de net van de opleidingsschool gearriveerde politieagent.
19
Natuurlijke oorzaken_PB.indd 19
25-11-14 12:04