1. Magisch
I
k zit op een roze kinderkrukje in de spelkamer te wachten op Marie, een meisje van vijf jaar. Zij verblijft hier in het Onthaal-, observatie- en oriëntatiecentrum (OOOC) waar ik werk, een plek waar kinderen tijdelijk verblijven wanneer het thuis moeilijk loopt. Na enkele maanden geven wij een advies over verdere hulpverlening. Dat klinkt logisch en efficiënt, maar de realiteit is ingewikkeld en pijnlijk. Vaak kan ons advies namelijk niet uitgevoerd worden door plaatsgebrek of andere praktische redenen. Dat is moeilijk en confronterend, zeker wanneer het over jonge kinderen gaat. Daarom voel ik me hier soms klein en machteloos... Dan is de verantwoordelijkheid zo groot als jonge psycholoog dat ik mij vertwijfeld afvraag of ik wel de juiste persoon ben voor deze grote beslissingen. Ik schrik als er op de deur geklopt wordt en sta op. Sarah, de begeleidster die Marie naar de speelkamer brengt, steekt vrolijk haar hoofd binnen. ‘Ik ben hier met Marie’, zegt ze. Ze buigt zich naar het meisje en wijst naar mij. ‘En dat is Wendy, een hele lieve mevrouw. Zij gaat met jou praten en spelen. Ik kom je over een klein uurtje weer halen, oké? Tot straks!’ Ze aait Marie even over haar hoofd en vertrekt weer. Ik lach naar Marie, kniel bij haar neer en toon haar een klokje waarbij de tijd visueel wordt weergegeven. ‘Kijk, als al dit rood is verdwenen, dan komt Sarah jou weer halen. Tot die tijd mag je hier met alles spelen, alleen of samen met mij. Zo leren we elkaar goed kennen. Kijk maar eens rond wat er allemaal is. Daar staat het keukentje. We hebben een winkeltje, spelletjes, papier en verf...’ Marie staat nog steeds op de plek waar de opvoedster haar heeft achtergelaten. Ze kijkt naar wat ik allemaal aanwijs. In haar ogen zie ik een gezonde terughoudendheid. ‘Dit is de poppenhoek’, vervolg ik. ‘Hier hebben we nog verkleedkledij en daar is de zandbak.’ ‘Wat zou je graag willen doen?’ vraag ik, wanneer ik alle opties heb 14