Skip to main content

9789401417020

Page 1

De koning in BelgiĂŤ Het instituut, de functie, de persoon

De koning in BelgiĂŤ.indd 1

15/07/14 11:02


De koning in BelgiĂŤ.indd 2

15/07/14 11:02


Christian Koninckx

De koning in BelgiĂŤ Het instituut, de functie, de persoon

De koning in BelgiĂŤ.indd 3

15/07/14 11:02


D/2014/45/143 - ISBN 978 94 014 1702 0 - NUR 740 / 698 / 823 Vormgeving cover: Compagnie Paul Verrept Foto cover: Christian Koninckx Vormgeving binnenwerk: theSWitch © Christian Koninckx & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2014 Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.lannoocampus.be

De koning in België.indd 4

15/07/14 11:02


Inhoud Inleiding Hoofdstuk I. Voorgeschiedenis van de monarchie 1. Naar de oorsprong van de monarchie 2. BelgiĂŤ onafhankelijk 3. Keuze van dynastie 4. Titels van de Belgische dynastie Hoofdstuk II. De koning, staatshoofd en incarnatie van het koningschap 1. Het koningschap 1.1. Troonopvolging 1.1.1. Algemene beschouwingen 1.1.2. Afschaffing van de Salische wet 1.2. Troonsbestijging 1.2.1. Grondwettelijke voorwaarden 1.2.2. Voorbereiding op het koningschap 1.2.3. Prinsen senatoren 1.3. Onverantwoordelijkheid en onschendbaarheid van de koning 2. De koning als staatshoofd 2.1. De buitenlandse politiek 2.2. De strijdkrachten Hoofdstuk III. De machten van de koning 1. Bijeenroeping en ontbinding van de Kamers 2. Wetgevende macht 3. Uitvoerende macht 3.1. De koning en zijn ministers 3.2. Collegialiteit 3.3. Vetorecht? 3.4. Diverse voorrechten 4. De onmogelijkheid om te regeren 5. Evolutie van het koningschap

De koning in BelgiĂŤ.indd 5

7 11 13 17 19 24

27 29 31 31 33 38 38 40 42 44 46 47 49 57 60 62 63 63 66 68 70 74 77

15/07/14 11:02


Hoofdstuk IV. Het metier van koning 1. Het Huis van de koning en zijn medewerkers 1.1. Het kabinet van de koning 1.2. De Civiele Lijst van de koning 1.3. Het Militair Huis van de koning 1.4. Het departement Protocol 1.5. Het departement Buitenlandse Betrekkingen 1.6. Het departement Rekwesten en Sociale Zaken 2. De andere koninklijke huizen 3. De werkdag van de koning 3.1. De koning ‘notaris’ 3.2. De audiënties 3.3. Dienstreizen en bezoeken 3.4. ’s Konings redevoeringen 3.5. Organisatie van activiteiten

81 85 88 90 94 98 99 99 103 109 110 110 116 120 123

Hoofdstuk V. De financiële middelen 1. De Civiele Lijst 2. Dotaties aan de koninklijke familie 3. Koninklijke initiatieven 3.1. Koninklijke stichtingen 3.2. De Koninklijke Schenking

127 129 134 138 138 140

Hoofdstuk VI. Toekomst van de monarchie 1. De monarchie in de toekomst of de toekomst van de monarchie 2. Populariteit van de monarchie 3. Monarchie en royalisme 4. De Europese Unie en de monarchie

145 147 151 156 160

Besluit 1. Als de koning heerst, regeert hij dan niet? 2. Koning en democratie 3. De koning en de natie

165 167 169 170

Selectieve bibliografie

175

De koning in België.indd 6

15/07/14 11:02


Inleiding

De Europese Unie telt vandaag zeven monarchieën op de 28 lidstaten: België, Denemarken, het Groothertogdom Luxemburg, Nederland, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden. Eigenlijk zou men er Monaco en Vaticaanstad moeten bijtellen, want dat zijn ook vorstendommen.1 Samen vertegenwoordigen zij 30,1% van de oppervlakte van de Unie en 29,8% van zijn bevolking. Wil men zeer correct zijn, dan moeten ook Groenland en de Faeröer meegerekend worden – zij maken immers deel uit van Denemarken – wat de totale oppervlakte van de monarchieën op 54,13% brengt, dus meer dan de helft van de oppervlakte van de Europese Unie. Gelet op de schaarse bevolking in Groenland en de Faeröer stagneert het bevolkingspercentage op afgerond 30%. Dit percentage vertegenwoordigt meer dan 150 miljoen mensen, veel meer dan de huidige bevolking van de Russische Federatie. Buiten de Europese Unie, en nog steeds in het geografische Europa, zijn Noorwegen en Liechtenstein evenzeer monarchieën. Buiten Europa bestaan er monarchieën die in uitgestrektheid en qua inwonersaantallen de Europese veruit overtreffen. De bekendste zijn Japan, Maleisië, Saudi-Arabië, de Verenigde Emiraten, Cambodja, Thailand, Marokko, Jordanië en in zekere zin de lidstaten van de Commonwealth. In 1931 was de Commonwealth een federatie van soevereine staten ontstaan uit het oude Britse keizerrijk, waarvan nu nog een veertigtal officieel maar vrijwillig trouw zweren aan de ‘koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland’. De band is veeleer moreel dan juridisch; hij put zijn essentie uit de invloed die ooit van de Britse beschaving uitstraalde. Wegens de gemeenschappelijke taal en de historische banden werd koning Juan Carlos I, zowel in Spanje als in LatijnsAmerika, beschouwd als verbindend symbool tussen de Spaanse en Spaanssprekende volkeren, hoewel het op geen enkele juridische grondslag berust. In tegenstelling tot de algemeen verspreide opvatting zijn lang niet alle monarchieën identiek. Er bestaan essentiële verschillen tussen de vele types monarchieën, die meestal de verschillende stadia van de evolutie van dit politieke systeem door de eeuwen heen weerspiegelen: van de monar-

De koning in België.indd 7

15/07/14 11:02


chie van goddelijk recht tot de parlementaire of grondwettelijke monarchie, zonder de electorale of absolute monarchie onvermeld te laten, noch de monarchie met een louter representatief karakter. Terwijl vandaag de meeste staten in de wereld het republikeinse regime aankleven, onderscheiden de moderne monarchieën zich niet erg van de republiek, behalve wat het koningschap zelf betreft dat door erfopvolging of successie wordt overgedragen. Toch is deze vorm van successie niet altijd de algemene regel geweest. Bovendien is de macht in parlementaire of constitutionele monarchieën formeel niet meer geconcentreerd in een en dezelfde persoon zoals ten tijde van de absolutistische monarchieën. Paradoxaal met de evolutie die zich voordoet in monarchieën, waar het koningschap van haar inhoud geledigd wordt en schijnt te verdampen, constateert men een tegengestelde beweging in republieken met presidentiële macht waar het staatshoofd opnieuw alle macht naar zijn persoon toetrekt en zelfs een erfopvolging probeert te verwezenlijken. Het gaat ons in dit boek niet om een grondige analyse en vergelijkingen tussen de verschillende en verscheidene varianten van de monarchie als stelsel. Het ligt in onze bedoeling de monarchie zoals zij in België vandaag bestaat en fungeert te beschrijven. Welk is het wettelijk kader? Welke zijn de voorrechten en bevoegdheden van de koning? Waarin bestaat het koningschap? Hoe vervult de vorst de koninklijke functie? Of hoe oefent hij zijn ‘beroep’ uit? Wat is de kostprijs van de monarchie? Ziedaar een reeks vragen waarop wij een antwoord zullen verstrekken. We zullen ook nagaan welke de voor- en nadelen zijn van de monarchie ten opzichte van andere staatsbestellen. We hadden ook niet op het oog om nog eens de geschiedenis van de Belgische monarchie te schrijven zoals Jean Stengers en anderen gedaan hebben.2 En evenmin wilden we ons wagen aan een handboek van grondwettelijk recht toegespitst op dat thema. Misschien kan dit boek echter vergeleken worden met dat van André Molitor: gedurende zestien jaar heeft hij de functie van kabinetschef van de koning vervuld.3 We hebben ernaar gestreefd het ‘beroep van koning’ zoals dat vandaag in België fungeert vatbaar te maken voor een breed publiek, zonder echter de historische noch de juridische context over het hoofd te zien. Als gevolg van de recente troonswissel op 21 juli 2013 is het op het ogenblik

8

De koning in België.indd 8

de koning in belgië

15/07/14 11:02


nog onduidelijk in welke mate het koningschap onder de nieuwe vorst zal evolueren.4 In beperkte mate verwijzen we naar andere monarchieën en naar republikeinse stelsels. Ten slotte hebben we ons gewaagd aan een essayistisch toekomstbeeld van de monarchie in België en in Europa, onderweg in het tweede decennium van de 21ste eeuw.

Noten 1

2

3 4

Hoe klein Vaticaanstad ook is, de paus heeft de status van staatshoofd. Andorra is ook nog een vorstendom dat eertijds ressorteerde onder de collectieve soevereiniteit van de bisschoppen van Urgell en de graven van Foix. Vandaag treden de Franse president en de katholieke bisschop van de Spaanse stad La Seu d’Urgell gezamenlijk op als coprinsen, wat Andorra niet echt tot een monarchie maakt. J. Stengers (1992). L’Action du Roi en Belgique depuis 1831. Pouvoir et influence. Parijs/Louvain-la-Neuve. M. Van Den Wijngaert, L. Beullens & D. Brants (2000). België en zijn koningen. Monarchie en macht. Antwerpen/ Baarn. A. Molitor (1994). La Fonction royale en Belgique. Brussel. Hoewel de officiële voornaam Philippe luidt, zullen we in dit Nederlandstalige werk de voornaam Filip consequent gebruiken. De nieuwe koning heeft zelf geoordeeld dat voortaan het best beide vormen gebruikt worden.

inleiding 9

De koning in België.indd 9

15/07/14 11:02


De koning in BelgiĂŤ.indd 10

15/07/14 11:02


Hoofdstuk I 

Voorgeschiedenis van de monarchie

De koning in BelgiĂŤ.indd 11

15/07/14 11:02


De koning in BelgiĂŤ.indd 12

15/07/14 11:02


1. Naar de oorsprong van de monarchie De oorsprong van het woord monarchie stamt uit het Oudgrieks1 en verwijst naar een politiek staatsbestel waar de politieke macht bij een enkele persoon berust, namelijk de monarch die dan ook die macht zelf uitoefent (= autocratie), zij het bij delegatie door een andere persoon. Onder die omschrijving kan men de monarchie over het algemeen onderbrengen, maar evenzeer de dictatuur. Als men de Nederlandse term monarchie gebruikt, denkt men meestal aan een staatsbestel waar een vorst door erfelijkheid staatshoofd wordt. Die vorst draagt niet noodzakelijk de titel van koning. Dat is het geval in het Groothertogdom Luxemburg waar het staatshoofd de titel van groothertog voert; in de vorstendommen Liechtenstein en Monaco is dat een prins en in Japan een keizer.2 Als de etymologie van het woord tot het oude Griekenland terugklimt, is de monarchie ongetwijfeld veel ouder. Men vindt dit staatsbestel terug in de oude koninkrijken van Perzië, van Egypte enzovoort. De oorsprong van de uitoefening van de macht door één individu is wellicht zo oud als het bestaan van de mensheid. Zelfs in de dierenwereld ontwaart men de suprematie of overheersing van een leider binnen een groep. Dat het fenomeen al in prehistorische tijden voorkwam en zich niet beperkt tot de mensenwereld biedt op zich geen afdoende verklaring voor de werkelijke oorsprong. We vrezen trouwens geen bevredigende verklaring te kunnen aanreiken. Niettemin kan men in het dagelijkse leven tal van voorbeelden aanwijzen waar een enkel individu een onderneming leidt, een organisatie, de bevelvoering waarneemt op een vaartuig, een vliegtuig, een concept dat men ook kan vergelijken met het begrip gezinshoofd. Het is daarom misschien niet zo vreemd dat monarchieën, en bij uitbreiding de dynastieën of koninklijke families die er wezenlijk deel van uitmaken, zich handhaven precies omdat het gezin een van de pijlers is van de maatschappij. Is het immers niet zo dat er in het algemeen meer belangstelling uitgaat naar de koninklijke familie dan naar de koninklijke functie, of naar de monarchie in se? Bossuet3 verdedigde de stelling dat de monarchie ontstaan is door een verschuiving van de natuurlijke autoriteit van de vader, van het gezinshoofd naar het stamhoofd, als het ware een verruiming van het gezin. Men zou er kunnen aan toevoegen dat de organisatie van de monarchie een relatieve rijkdom veronderstelde en mogelijkheden tot communicatie, maar

voorgeschiedenis van de monarchie 13

De koning in België.indd 13

15/07/14 11:02


ook nog een godsdienst, een religie in die zin dat die de mens met God verbindt en tegelijkertijd de mensen onderling. Deze band werd niet als tijdelijk opgevat. Integendeel, het principe was gebaseerd op een ononderbroken successie die de continuïteit in de tijd moest waarborgen. Bijgevolg werden onschendbaarheid en onfeilbaarheid impliciet eigenschappen van de monarchie. Wij constateren dat het fenomeen sinds eeuwen bestaat en niet noodzakelijk een politieke grondslag heeft. De geschiedenis leert dat de vormen waarin en de wijze waarop het koningschap werd toegewezen even talrijk zijn als de varianten van de monarchie zelf. De macht van een monarch kan aan een individu worden toegewezen op basis van het goddelijk recht, door verkiezing, door aanduiding of door erfelijkheid, of zelfs via een minder juridische weg worden verkregen, door autoproclamatie of usurpatie. We onderstrepen dat de toewijzing of toekenning van de politieke macht aan een individu, of het nu in een republikeins of monarchistisch staatsbestel is, in wezen niet verschillend is. Al wordt de republiek als een democratischer regime opgevat, vanuit het standpunt van de toekenning van de macht staat de monarchie niet a priori lijnrecht tegenover de democratie. Het is immers als een postulaat of a-priorisme om democratie en monarchie aan elkaar tegen te stellen, evenzeer als het gelijkstellen van monarchie met autocratie. Nochtans is er soms meer democratie in een monarchie dan in een republiek, zoals er in een monarchie een grotere collegialiteit kan bestaan dan in een presidentieel regime. De wijze van toekenning van de macht, het moet nogmaals gezegd worden, is zeer verscheiden, maar varieert en evolueerde in de tijd, en van land tot land. In de huidige Europese monarchieën gebeurt de overdracht van de koninklijke macht door erfenis. Zo is het niet altijd geweest. Tijdens de vroege middeleeuwen, bij de Frankische of Noordse volksstammen, werd de koning geplebisciteerd, op het schild verheven als gevolg van wapenfeiten, vaak met een heldhaftig karakter. Als gevolg van de erkenning van zijn publiek optreden, vooral van heroïsch gedrag op het slagveld, boezemde hij ontzag in en werd hij verondersteld capabel te zijn om de macht uit te oefenen en zelfs om die over te dragen aan een opvolger. Op die manier werd een duurzamere dynastie voor de toekomst gewaarborgd. Deze ‘primitieve’ vorsten werden op hun daden beoordeeld en zaten sterk genoeg in het zadel om in hun eigen successie te voorzien.

14

De koning in België.indd 14

de koning in belgië

15/07/14 11:02


In het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie was de aanduiding van de keizer het resultaat van een verkiezing door de keurvorsten. De keizerstitel was echter veeleer een eretitel waarvan toch meer dan een moreel gezag uitstraalde. Vandaag bestaan er nog steeds monarchieën waar de monarch aangeduid of verkozen wordt door een beperkte groep. In Maleisië wordt de koning, de Yang Di-Peruan Agong, om de vijf jaar verkozen door erfelijke sultans van negen deelstaten. Er moet gepreciseerd worden dat we in beide gevallen, Maleisië en het Heilig Roomse Rijk, te maken hebben met quasi confederale staten; in elk vorstendom of sultanaat van de ‘confederatie’ bleef of blijft de successie weliswaar erfelijk. In de Belgische context is de aanstelling van koning Boudewijn na de troonsafstand van zijn vader Leopold III een ander voorbeeld. De troonsafstand werd vrijwillig beslist, maar niet zonder uitwendige druk om tabula rasa te maken met een welbepaald concept van de monarchie. De successie door de toen jonge, onervaren koning, die in de grond niet echt voorbereid was, verliep niet volgens de norm; koning Boudewijn werd als het ware op de troon gekatapulteerd, hoewel hij omringd werd door ervaren en doorgewinterde politici die doorgaans veel ouder waren dan hijzelf. In de eerste fase werd de ‘Koninklijke Prins’ belast met de opdracht rond zijn persoon de eenheid onder de bevolking te herstellen die als gevolg van de Koningskwestie was teloorgegaan. In zekere zin moest hij binnen een bepaald tijdsbestek die eenheid bewerkstelligen, het koningschap als het ware verdienen om in de functie bevestigd te worden. In iets minder dan een jaar tijd is hij daarin geslaagd, aangezien dat ook door de Verenigde Kamers werd bekrachtigd. Uiteindelijk werd het koningschap bestendigd op basis van de afstamming of de familieband. In de loop der jaren deed zich een omgekeerd fenomeen voor: het lange koningschap van Boudewijn heeft de monarchie des te dieper verankerd. Door zijn lange regeerperiode genoot hij een primauteit op de vele regeringen die elkaar hebben opgevolgd. *** Als de wijze van machtsoverdracht in de loop der eeuwen een evolutie heeft ondergaan, dan geldt dat ook voor de inhoud van die macht. Vaak is men geneigd te geloven dat elke monarch alleen de macht uitoefende. In werkelijkheid werden zij bijna altijd bijgestaan door een raad. Het is

voorgeschiedenis van de monarchie 15

De koning in België.indd 15

15/07/14 11:02


echter geen eenvoudige zaak om telkens klaar en duidelijk uit te maken wie echt de macht uitoefende, de vorst of zijn raadgevers. In het feodale stelsel zal de koninklijke macht versplinteren in het voordeel van de vazallen aan wie de leenheer het daadwerkelijk bezit van een leengoed toestond met het recht er een deel van de macht uit te oefenen; aan de top van de piramide kwam het de koning toe privileges te verlenen aan hen die erom vroegen. Al tijdens de renaissance zullen de vorsten proberen de macht te heroveren en opnieuw te concentreren in hun persoon. Het is de periode waarin de absolutistische monarchieën ontstaan. Met de opkomst van het liberalisme en in het kielzog van de ideeën die voortsproten uit de Franse Revolutie in 1789 zullen sommige monarchieën zich de nieuwe politieke ideeën eigen maken door een grondwet aan te nemen. De grondwet was al dan niet door de vertegenwoordigers van de standen – de adel, de clerus en de derde stand – uitgewerkt, of ten minste door hen goedgekeurd, of nog door volksvertegenwoordigers verkozen volgens een censitair stelsel.4 De koninklijke macht zou voortaan in de grondwet omschreven worden en niet zelden beperkt in vergelijking met de situatie tijdens de vorige eeuwen. In feite was de koninklijke macht tijdens het ancien régime zo goed als niet gedefinieerd in wetteksten. Wel hadden al in de zestiende eeuw auteurs uitgeweid over het koningschap in theoretische verhandelingen. Anticiperend op het toenemende nationalisme in de negentiende eeuw wordt het koningschap een federatief element dat de koning tot emanatie van de maatschappij verheft en hem tot symbool maakt van de natie(s) waarmee hij vereenzelvigd wordt. Als gevolg van de soms ongelukkige hertekening van de kaart van Europa tijdens het Congres van Wenen (1814-1815), werden echter nieuwe staten gecreëerd die nu en dan tot heterocliete restauraties hebben geleid. Een schoolvoorbeeld is de samenstelling van het Koninkrijk der Nederlanden waarin de Verenigde Provinciën opnieuw met de voormalige Spaanse of Oostenrijkse Nederlanden werden herenigd.5 Toch slaagde koning Willem I er niet in om het in stand te houden. Hoewel de provincies in noord en zuid inderdaad een stuk geschiedenis gemeenschappelijk hadden, schijnt de monarchie niet de adequate remedie te zijn geweest om ze bij elkaar te houden. Of was het de toenmalige vorst aan wie de mislukking moet worden toegeschreven? Inderdaad, het despotisme van Willem I ligt goeddeels ten grondslag van

16

De koning in België.indd 16

de koning in belgië

15/07/14 11:02


de mislukking. In de nieuwe Belgische staat wordt het koningschap echter wel het federatieve element avant la lettre als het Brabanders, de Luikenaars, Vlamingen, Walen en Luxemburgers bij elkaar houdt. Later, wanneer separatistische bewegingen de kop opsteken of als het federalisme in de staatsstructuur wordt ingebed en middelpuntvliedend wordt, wordt de monarchie het cement dat het geheel bij elkaar houdt.

2. België onafhankelijk Wanneer de Belgische provincies zich onafhankelijk verklaren in 1830, wordt een Nationaal Congres opgericht en wordt een voorlopige regering geïnstalleerd. Het Congres is in feite een Constituante die een grondwet zal uitwerken. Op 7 februari 1831 beschikt het onafhankelijke België over zijn grondwet. De Franse Revolutie had veertig jaar eerder plaatsgegrepen. Sommige ‘revolutionaire’ ideeën hadden zich in onze contreien verspreid en werden voor een deel in de grondwet verwerkt. Niet allemaal werden ze opgenomen en een van de belangrijkste die niet in aanmerking kwam, is de republikeinse staatsvorm. De grondwet van 1831 spruit voort uit de oude vrijheden die zelf ontleend waren aan de ‘provinciale’ en gemeentelijke charters, en verder in de tijd uit de feodaliteit tot zelfs de Germaanse costumen of het gewoonterecht van self government. Aan die tamelijk individualistische en middelpuntvliedende tradities werd het revolutionaire gedachtegoed van 1789 gekoppeld, onder andere de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen. Hoewel ook in het prille België een republikeinse tendens waar te nemen viel, heeft het Nationaal Congres zich bij decreet van 22 november 1830 uitgesproken voor een representatieve grondwettelijke monarchie met erfelijk staatshoofd. Het lag misschien in de verwachtingen dat men voor de republiek zou opteren na de teleurstellingen tijdens de regering van Willem I. Waarom koos men dan toch nog voor de monarchie? De grote mogendheden, die er in 1814 in slaagden Napoleon te overwinnen, besloten in het eerste Verdrag van Parijs (30 mei 1814) een barrière tegen Frankrijk op te richten door middel van een hereniging van onze provincies met de Noordelijke Nederlanden die hun onafhankelijkheid

voorgeschiedenis van de monarchie 17

De koning in België.indd 17

15/07/14 11:02


herwonnen hadden. Het project werd vastgelegd tijdens de Conferentie van Londen in de Akte der VIII Artikelen (20 juni 1814): ‘België’ zou met Holland een ‘amalgaam’ vormen, terwijl de Hollandse grondwet in gemeenschappelijk overleg aangepast zou worden. Het Verdrag van Wenen (31 mei en 8 juni 1815) kende aan Willem van Oranje het koninkrijk der Nederlanden toe – de voormalige Verenigde Provinciën – de Belgische provincies (provinces belgiques), het prinsbisdom Luik, het hertogdom Bouillon, maar ook het hertogdom Luxemburg – dat laatste ter compensatie van de territoria die de Oranjes verloren hadden en voortaan aan de Germaanse Confederatie werden toegevoegd. Daarentegen werden een aantal Luxemburgse kantons en de kantons Eupen, Malmedy en SanktVith aan onze provincies ontnomen en aan Pruisen toegekend. De laatste zouden na de Eerste Wereldoorlog opnieuw aan België worden toegekend. In het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden voorzag de grondwet onder andere in een erfelijke monarchie, waar de koning over beslissingsmacht beschikte inzake administratie en onderwijs. De ministers waren verantwoordelijkheid verschuldigd aan de koning. Precies deze grondwet had van in het begin voor een malaise gezorgd maar ook voor de toepassing van de zogenaamde Hollandse rekenkunde.6 Dat koning Willem op de koop toe als verlicht despoot optrad, maakte de situatie nog erger. Het was als een terugkeer naar het ancien régime dat de herinnering opriep aan de Oostenrijkse keizer Jozef II, terwijl de ‘Belgen’ modernere vrijheden wensten te genieten. De grondwet werd geweld aangedaan door de publicatie van arresten; de Franse rechtscode ingevoerd door Napoleon werd door de Hollandse vervangen, de rechters werden niet meer voor het leven benoemd, de jury in assisenzaken werd afgeschaft, ambten werden met vooringenomenheid toebedeeld, de persvrijheid die nochtans door de wet gewaarborgd werd, sorteerde geen effect. Inzake godsdienst, onderwijs en de heffing van belastingen werd de publieke opinie menigmaal op stang gejaagd. Koning Willem I nam een loopje met de ministeriële verantwoordelijkheid wat zowel in Noord en in Zuid gehekeld werd. Het kon niet anders of een scheiding tussen Noord en Zuid lag in het verschiet. Het hoeft niet onderstreept te worden dat deze situatie de republikeinse aspiraties opnieuw aanwakkerde. De grote mogendheden die een coalitie gevormd hadden om Napoleon te verslaan, hadden alles in het werk gesteld om in Europa het ancien régime te restaureren. Bijgevolg waren zij niet geneigd om de oprichting van een republiek genegen te zijn wanneer

18

De koning in België.indd 18

de koning in belgië

15/07/14 11:02


België zich van Holland losweekte. Het moet zijn dat de grote mogendheden meer vertrouwen stelden in het monarchistische systeem. Logischer kon niet aangezien zij zelf monarchieën waren. In die periode was de monarchie verreweg het meest verspreide staatsbestel. In het begin van de negentiende eeuw had het republikeinse regime in Europa zijn levensvatbaarheid nog niet bewezen. Des te meer dat de terreur onder Robespierre, gewoonweg een schandvlek op het blazoen van de Franse republiek, tot grote voorzichtigheid had aangespoord. We brengen bovendien in herinnering dat de Belgische provinciën steeds in een monarchie ingebed waren geweest, behalve tijdens het kortstondige experiment van de Brabantse Revolutie in 1789-1790 en tijdens de even korte Franse bezetting van 1795 tot 1799. Onze provinciën werden bestuurd vanuit Brussel door de Collaterale Raden met een landvoogd(es) die de vorst vertegenwoordigde. De vorst zelf, die weliswaar trouw moest zweren en de aloude voorrechten diende te eerbiedigen, vertoefde echter in het verre buitenland, in Madrid tijdens de Spaanse periode, in Wenen tijdens de Oostenrijkse, en in Parijs toen onze provinciën bij Frankrijk werden ingelijfd. In de periode van het Koninkrijk der Nederlanden zetelde het centraal bestuur alternerend in Brussel en Den Haag. In een dergelijke context waande de bevolking zich misschien wel onafhankelijk en toonde een uitgesproken hang naar vrijheid als de ‘vreemde’ vorsten hun verplichtingen tegenover de bevolking niet nakwamen. De geografische afstand heeft daar niet weinig toe bijgedragen. Hoe dan ook, in 1830 bestond er wel degelijk verdeeldheid over de keuze van het staatsbestel. De uiteindelijke keuze in het voordeel van de monarchie was in hoge mate beïnvloed door de situatie in het buitenland.

3 Keuze van dynastie Als de onafhankelijkheid uitgeroepen wordt zonder de mogendheden bij voorbaat op de hoogte te brengen, kan het niet anders dan dat het Congres van het jonge België zich moeilijkheden op de hals zou halen. Toen de Belgen de onafhankelijkheid opeisten op basis van het nationaliteitsprincipe en de soevereiniteit – beginselen die tijdens het Congres van Wenen eerder matig aan bod waren gekomen – maakten de mogendheden in vergadering in Londen zich sterk dat het akkoord dat in Wenen was bereikt

voorgeschiedenis van de monarchie 19

De koning in België.indd 19

15/07/14 11:02


gehandhaafd moest worden. Zij waren van oordeel dat de Belgen niet aan de Europese veiligheid en het evenwicht mochten raken. Hun invloed bij de keuze van de monarch voor België zou dan ook niet min zijn. Te meer omdat Rusland en Pruisen dynastieke banden hadden met Holland, waarvan België zich zopas had afgescheiden.7 In de eerste fase werd geprobeerd Willem, prins van Oranje en zoon van Willem I, als soeverein op te leggen. De Belgen weigerden categorisch – uitgezonderd de zogenaamde orangisten die loyaal wensten te blijven – en decreteerden op 24 november 1830 en een tweede maal op 24 februari 1831 de eeuwige uitsluiting van de Oranje-Nassau-dynastie van de macht in België. In het tweede stadium (3 februari 1831) verkoos het Congres Louis d’Orléans, hertog van Nemours (1814-1896), vijftien jaar oud, die de tweede zoon was van Louis-Philippe (1773-1850), de koning der Fransen. De mogendheden vertrouwden deze keuze niet, want de dynastieke band tussen Frankrijk en België die hieruit zou voortspruiten, druiste regelrecht in tegen de barrièrestrategie gericht tegen Frankrijk. Louis-Philippe steunde de kandidatuur van zijn eigen zoon niet en beval hem zich terug te trekken. De kandidatuur van de prins van Oranje had niet alleen de steun van de orangisten genoten, maar evenzeer die van ambtenaren, industriëlen en handelaren die verscheidene pogingen tot contrarevolutie ondernamen.8 De hertog van Nemours werd gesteund door francofielen, die ongewild in de kaart van Talleyrand speelden; hij was de ambassadeur van Louis-Philippe in Londen en zette alles in het werk om misschien niet heel België maar toch minstens een deel bij Frankrijk in te lijven. Dat de Belgische troon die nog vacant was het voorwerp van touwtrekken werd, ligt voor de hand; de onafhankelijkheid van het land kon in het gedrang komen maar evenzeer het broze evenwicht op het Europese schaakbord. Om de mogendheden die dreigden te interveniëren gerust te stellen en ook om de hypotheek van de ‘eerste’ kandidaturen op te heffen, besloot het Nationaal Congres een regent aan te stellen. In afwachting van een definitieve monarch werd Erasme Surlet de Choquier als eerste Belgisch staatshoofd aangeduid (24 februari 1831). Het regentschap maakte een einde aan de voorlopige regering die ontslag indiende. Het zette meteen aan om snel tot een definitieve oplossing te komen met betrekking tot de keuze van het staatshoofd.

20

De koning in België.indd 20

de koning in belgië

15/07/14 11:02


De namen van verscheidene kandidaten deden de ronde: sommigen waren ernstig, anderen volkomen mallotig en nog anderen betroffen minderjarigen zoals trouwens de hertog van Nemours. Er mag toch even aan herinnerd worden dat ook de leiders zelf van de Belgische revolutie zeer jong waren. Er waren minstens zeven namen die regelmatig opdoken. Otto van Beieren, vijftien jaar oud, was de zoon van Lodewijk I, de koning van Beieren. Zijn kandidatuur genoot ook bijval in Frankrijk. Mocht men voor Otto van Beieren hebben gekozen, dan was een voogdij noodzakelijk geweest en moest een regent aanblijven. De kandidatuur werd uiteindelijk niet in aanmerking genomen. Dat laat niet na dat Otto in 1832 als koning van Griekenland geïnstalleerd werd, maar afgezet werd in 1862. Een andere naam is die van prins Karel van Napels, nog geen twintig, de zoon van Frans I, de koning der Beide Siciliën maar ook die van prins Jan van Saksen, van aartshertog Karel, de derde zoon van keizer Leopold II van Oostenrijk, die zelf, na Jozef II, over onze provinciën had geregeerd van 1790 tot 1792. Verder nog: de prins van Salm, prins Achille Murat, de zoon van Joachim Napoleon, een metgezel van Bonaparte die hem trouwens tot koning van Napels had aangesteld. En ten slotte was er Leopold van Saksen-Coburg van wie de kandidatuur in de eerste ronde werd verworpen.9 Men zal misschien opgemerkt hebben dat bijna uitsluitend aan vreemde prinsen werd gedacht en niet aan die van eigen bodem. Dat is niet helemaal correct. De prinsen de Ligne, de Merode, de Croÿ en anderen nog werden wel aangesproken, maar allen hebben het aanbod afgewezen. Inheemse prinsen wensten niet te regeren over een revolutionair volk en verkozen loyaal te blijven ten opzichte van Willem I die zij nog steeds als legitieme vorst erkenden. Het staat als een paal boven water dat de mogendheden achter de schermen elk hun kandidaat voor de Belgische troon naar voren hadden geschoven. Omdat hun pogingen telkens op mislukkingen uitdraaiden, ontspon zich het plan om de Belgische onafhankelijkheid in de kiem te smoren. De mogendheden overwogen België op te delen en onder elkaar te verdelen. Engeland zou het gebied op de linker-Scheldeoever toebedeeld krijgen met inbegrip van de havens van Antwerpen en Oostende; aan Pruisen zou het gebied op de rechter-Maasoever worden toegekend, met inbegrip van Luik en Maastricht, aan Holland het noordelijk gebied tot aan de Demer, en Frankrijk de rest.

voorgeschiedenis van de monarchie 21

De koning in België.indd 21

15/07/14 11:02


Toen kwam een ultieme kandidatuur op de proppen, namelijk die van hertog August van Leuchtenberg. Ook hij was nog geen twintig jaar oud. Hij was de oudste zoon van prins Eugène de Beauharnais en Amelia van Beieren. Koning Louis-Philippe liet onmiddellijk een hevig protest weerklinken bij de gedachte dat een ‘Bonaparte’ zijn buur en collega kon worden. Op 4 juni 1831 maakte een nieuwe stembeurt een eind aan het verhaal. Prins Leopold haalde het met 152 stemmen op 196. Orangisten, republikeinen en legitimisten hadden tegengestemd. De score van 77,5% was een batig saldo voor Leopold. Wij wijzen erop dat de stemming betrekking had op de kandidaat voor de Belgische troon, en niet op de monarchie als staatsbestel. Deze optie was al op 22 november 1830 aangenomen. Aanvankelijk weigerde prins Leopold de kroon te aanvaarden zolang de mogendheden zelf niet tot een vergelijk waren gekomen inzake hun meningsverschillen en zolang de grenzen van het nieuwe koninkrijk niet met precisie waren vastgelegd. In dat verband werkte de Conferentie van Londen de XVIII Artikelen uit (26 juni), die het Nationaal Congres op 9 juli goedkeurde. Deze artikelen omvatten de erkenning van België als onafhankelijke staat en voor eeuwig neutraal onder garantie van de mogendheden. Het bevestigde bovendien het verlies van Zeeuws-Vlaanderen (linker-Scheldeoever). De Belgen zouden nog lang de hoop koesteren om Maastricht te kunnen verwerven, alsook Venlo en 53 gemeenten van het huidige Nederlands-Limburg, en geheel Luxemburg. De XVIII Artikelen goten in beton ook nog de uitslag van de stemming met betrekking tot de keuze van het staatshoofd. Het kwam vanzelfsprekend niet onverwacht dat Willem I zich hiermee niet kon verzoenen. Hij ondertekende de XVIII Artikelen dan ook niet. Op 21 juli 1831 legde Leopold de eed af, waarna regent Surlet de Choquier en de regering ontslag namen. Hoewel Willem I de XVIII Artikelen niet ondertekend had, aanvaardde hij de afscheiding van België. Een persoonlijk meningsverschil met Leopold bracht niettemin het perspectief van onderhandelingen in gevaar. Niet alleen werd zijn koninkrijk geamputeerd door het verlies van het Belgische grondgebied, zijn nieuwe buur en collega was niemand minder dan zijn rivaal die in 1816 huwde met prinses Charlotte, de dochter van

22

De koning in België.indd 22

de koning in belgië

15/07/14 11:02


de prins van Wales, later koning van Engeland onder de naam George IV, terwijl zij aan zijn zoon, de prins van Oranje, was beloofd. Omdat de prins van Oranje dan maar met Anna, de dochter van de Russische tsaar, in het huwelijksbootje stapte – waardoor eens te meer de dynastieke banden tussen de Oranjes en de Romanovs werden aangesnoerd – werd de tsaar aangezet om zich aan te sluiten bij Willem I in zijn vijandigheid ten opzichte van België. Op hetzelfde ogenblik dat de Belgen hun revolutie van 1830 voltrokken, was de Poolse bevolking in opstand gekomen tegen de tsaar om ook hun onafhankelijkheid op te eisen. De onderdrukking van de Poolse opstand had de mogendheden en vooral Rusland in beslag genomen, met als gevolg dat indirect de Belgische onafhankelijkheid haar succes voor een deel daaraan te danken heeft. De nederlaag van de Polen had wel tot gevolg dat tientallen Poolse officieren emigreerden en in België dienst namen, wat eens te meer de tsaar hevig ontstemd heeft. Kortom, het succes van de Belgische onafhankelijkheid is toe te schrijven aan een samenloop van externe factoren, maar evenzeer aan de onenigheid tussen de mogendheden. Uiteindelijk kwamen zij tot een vergelijk in het vastleggen van de grenzen van België en het opleggen van de neutraliteit waarvoor zij zich garant hebben gesteld. Het moet ook gezegd worden dat de keuze van Leopold als monarch onder hen op een brede consensus kon rekenen. Leopold had eertijds dienst genomen in het Russische leger en Napoleon bestreden. Door zijn eerste huwelijk met Charlotte was hij een Engelse prins geworden. Hij had zijn strepen verdiend in de diplomatie en was een welkome gast aan vele Europese hoven. Kon men zich een grotere Europeaan indenken? Wat betekende hij echter voor de Belgen? Op het ogenblik van zijn troonsbestijging hield dat misschien niet veel in, want hij was voor de bevolking volslagen onbekend. Aan de andere kant was hij de eerste vorst van een nieuwe staat waarvan hij de soevereiniteit verankerde en op die manier paal en perk stelde aan de aspiraties voor aanhechting vanuit Noord en Zuid. Men kan de fundamentele draagwijdte van de monarchie ten bate van de erkenning van België op internationaal vlak niet genoeg benadrukken. Deze erkenning was cruciaal voor de Belgen, veel meer dan de keuze van het staatsbestel of van de vorst. Toch zullen zowel de monarchie als de koning bijdragen tot het hechter aansnoeren van de banden tussen onze provincies en het bestaan van België consolideren. Misschien klinkt het paradoxaal dat, tot Boudewijn, het koningschap een bolwerk vormde

voorgeschiedenis van de monarchie 23

De koning in België.indd 23

15/07/14 11:02


tegen elke vorm van agressie of aanhechting van de buurstaten, terwijl in de tweede helft van de twintigste eeuw de monarchie geworden is tot een onontkoombaar obstakel op de weg van hen die van binnenuit van separatisme dromen.

4. Titels van de Belgische dynastie In een decreet van 29 januari 1831 uitgevaardigd door het Nationaal Congres werd vastgelegd dat de vorst de titel van koning der Belgen zou dragen. Zoals we verder nog zullen zien, vermelden de paragrafen van de grondwet hoe de successie na Leopold I van Saksen-Coburg geregeld wordt. Toch wordt nu en dan het patroniem Saksen-Coburg en Gotha geciteerd, hoewel dat niet conform de tekst van de grondwet is. Hoe verklaart men dat? Leopold I, toen hij geboren werd, was prins van Saksen-Coburg-Saalfeld, hertog in Saksen.10 Omdat hij niet de oudste zoon was, is het zijn broer Ernest die de titel van hertog van Saksen-Coburg-Saalfeld geërfd heeft. In 1826 ruilde hertog Ernest Saalfeld voor het hertogdom Gotha. Sindsdien nam hij als familiehoofd de naam Saksen-Coburg en Gotha aan. Op dat ogenblik leefde Leopold nog steeds in Engeland en was hij weduwnaar geworden na de dood van Charlotte, de prinses van Wales. Hij was wel verplicht Saalfeld uit zijn naam te schrappen, maar hij blijkt er Gotha niet aan toegevoegd te hebben. Bij koninklijk decreet van 1891 nam de Belgische dynastie de titel aan van prins of prinses van België, terwijl zij in tweede rangorde die van hertog of hertogin van Saksen behield. Na de Eerste Wereldoorlog, in 1920, werden op initiatief van Albert I, de titels van hertog van Saksen en zelfs van prins van Saksen-Coburg en Gotha geschrapt, als reactie tegen de gruweldaden die België en zijn bevolking tijdens de Duitse bezetting hadden ondergaan. Het is in diezelfde periode en op grond van soortgelijke motieven dat de Engelse dynastie, eveneens afstammend van Saksen-Coburg en Gotha, van naam veranderde en voor Windsor koos. Van toen af heten alle afstammelingen van Leopold I prins of prinses van België. De koning der Belgen is dus prins van België, de koningin prinses van België en evenzo alle andere leden van de koninklijke familie.

24

De koning in België.indd 24

de koning in belgië

15/07/14 11:02


Bij koninklijk besluit van 24 december 1840 wordt de titel van hertog van Brabant aan de oudste zoon van de koning toegekend, en bij ontstentenis, aan de oudste kleinzoon van de koning. Naar aanleiding van de geboorte van de toekomstige koning Boudewijn, werd bij koninklijk besluit van 10 september 1930 de titel van graaf van Henegouwen aan de oudste zoon van de hertog van Brabant toegekend. Hij legde deze titel af zodra hijzelf hertog van Brabant werd in 1934. Tot hij koning werd in 2013, droeg prins Filip de titel van hertog van Brabant. De titel van graaf van Henegouwen werd niet opnieuw toegekend, hoewel die normaliter aan prinses Elisabeth had moeten toekomen. In principe zou zij weldra hertogin van Brabant moeten worden. In 1864 werd beslist dat de tweede zoon van de koning de titel van prins van Luik zou dragen, als equivalent van die van graaf van Vlaanderen toegekend aan de broer van de koning in 1840. Pas in 1934 werd die titel toegekend aan de tweede zoon van koning Leopold III, namelijk aan prins Albert, de latere koning Albert II.11 Al deze titels gaan in officiële akten vooraf aan die van prins van België en ze knopen aan met de titels die gedragen werden door de prinsen, de hertogen en de graven die over onze provinciën heersten voordat België tot stand kwam. Vandaag zijn het symbolische titels, hoewel zeer officieel, die als streefdoel hebben om verwijzend naar ons verleden de band tussen de monarchie en de provincies aan te snoeren. Wij voegen eraan toe dat wanneer een prinses van België met een buitenlandse edelman in het huwelijk treedt, zij haar titel als ongehuwd meisje, namelijk prinses van België behoudt en dat die zelfs voorafgaat aan die van haar echtgenoot, tenminste als het huwelijk met de goedkeuring van de koning wordt voltrokken teneinde de successierechten zoals gewijzigd in 1991 te behouden.

voorgeschiedenis van de monarchie 25

De koning in België.indd 25

15/07/14 11:02


Noten 1 Μουαρχίά (monarchia) is een samentrekking van μονος (monos = alleen) en άρχη (archè = macht, heerschappij). 2 Vanuit een historische benadering moet de titel van keizer vaak geïnterpreteerd worden als supplementair, toegekend aan een vorst die reeds de functie van koning bekleedde. De termen keizer en keizerrijk worden gebruikt als het om een monarch gaat die over een geheel van staten heerst. In Japan verwijst de term mikado (= edele poort) naar het keizerlijk paleis, en als metafoor naar de keizer zelf. Tegenwoordig verkiest men de eretitels Tenshi of Tennô. 3 Jacques-Bénigne Bossuet (1627-1704). Frans bisschop en auteur. 4 In een censitair kiesstelsel is het kiesrecht gekoppeld aan het vermogen en/of het belastingaandeel. 5 A.K. Koekkoek (red., 2000). De Grondwet, p. 1. 6 Deze bizarre methode bestond erin dat bij een stemming in de Kamers de niet uitgebrachte stemmen ten gevolge van de afwezigheid van verkozenen als positieve stemmen werden aangerekend bij de einduitslag over wetsvoorstellen. 7 De eerste echtgenote van Willem I (1772-1843), Wilhelmina (1774-1837), was de dochter van Frederik-Willem II, de koning van Pruisen. Aan de andere kant was Anna (1795-1865) de echtgenote van zijn oudste zoon, de prins van Oranje, die later koning werd onder de naam Willem II (1792-1849), de dochter van Paul I, de tsaar van Rusland (1754-1801) en de zus van de tsaren Alexander I (1777-1825) en Nicolaas I (1796-1855). Louise (1808-1870), de gemalin van prins Frederik (1797-1881), de tweede zoon van Willem I, was de dochter van Frederik-Willem III, de koning van Pruisen. 8 Na de mislukking in 1840 slonk het orangisme weg om in 1848 vrijwel volledig uit de belangstelling te verdwijnen. 9 Bijna waanzinnig was nog het idee om La Fayette de titel van groothertog aan te bieden. 10 In feite gaat het om een assimilatie van twee adellijke titels: die van hertog in Saksen en van prins van Coburg-Saalfeld. Bovendien droeg hij ook nog de titels van landgraaf van Thuringen en van markies van Misnië. 11 G. Janssens (1994). De titels van de leden van de Belgische Koninklijke Familie. Museum Dynasticum, VI (2)19-25. Men zou de vraag kunnen stellen waarom de andere titels van het ancien régime niet opnieuw opgevoerd werden door de Belgische dynastie. De verklaring ligt in het feit dat sommige van die titels nog steeds gedragen worden door de koning of koningin van Nederland, waaronder die van burggraaf/burggravin van Antwerpen en hertog/hertogin van Limburg. Zelfs de Spaanse koning draagt nog steeds ceremoniële titels die naar onze provincies verwijzen, namelijk hertog van Brabant, hertog van Limburg en graaf van Vlaanderen.

26

De koning in België.indd 26

de koning in belgië

15/07/14 11:02


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401417020 by Uitgeverij Lannoo - Issuu