Daar is de zon! En de zee! Buiten is het koud en nat, maar Otto is blij.
Otto, ik ben de zonnecrème vergeten.
Hij gaat met papa op vakantie naar de zon.
In de vertrekhal is het druk.
Of de trein of de metro?
Nemen we de bus of de taxi?
Hier wachten
vrienden en familie.
Hier krijgen we een instapkaart.
Heb mee je de geb rac ticke ts ht, pap a?
ingen Reizigers vertrekken naar bestemm
over heel de wer el d
.
mama!
Hier verdwijnen de spullen.
we om moeten Papa, waar afgeven? onze bagage
Onze koffers worden gewogen en gaan via deze band naar
Zi e j e
onze koffers al, Otto?
En da ar komen de koff er s weer tevoorsc hijn.
Is dit uw paspoort, meneer?
nemen bagage De hand mee. l we ze f
het ruim van het vliegtuig.