Skip to main content

9789401415538

Page 1

Een spiritualiteit van het leven


henri nouwen Een spiritualiteit van het

leven Inleiding Barbara Zwaan Eindredactie John S. Mogabgab


Het werk en gedachtegoed van Henri Nouwen wordt bevorderd door de Henri Nouwen Stichting, Avenue Concordia 117, NL–3062 LG Rotterdam. www.nouwen.org

www.lannoo.com Omslagontwerp Studio Lannoo Oorspronkelijke titel A Spirituality of Living Oorspronkelijke uitgever Upper Room Books, Nashville Nederlandse vertaling Maria ter Steeg © Erven Henri Nouwen en Uitgeverij Lannoo nv, Tielt D/2014/45/217 – nur 728 – isbn 978 94 014 1553 8


Inhoud

7 Over de reeks Spiritualiteit in de praktijk 9 Woord vooraf – Nathan Ball 13 Inleiding – Barbara Zwaan 19 Leren en leerling zijn 25 Alleen zijn 35 Gemeenschap 43 Dienstbaarheid 51 De rivier 57 Over Henri Nouwen 59 Noten 61 In dezelfde reeks Van dezelfde auteur


Over de reeks Spiritualiteit in de praktijk Henri Nouwen zocht de kern van het leven op. Hij kon er niet afstandelijk naar kijken: nieuwe ervaringen en relaties vloog hij altijd in volle vaart binnen. Hij bekeek de wereld met de gretigheid van een kind, overtuigd dat hij midden in het leven de God zou vinden die onvoorwaardelijk van ons houdt. Met al zijn hartstocht wilde Henri ons helpen om die God te vinden die zo verweven is met ons bestaan. Heel zijn leven en zijn pastoraat waren daarop gericht. De reeks Spiritualiteit in de praktijk bundelt Henri’s gedachten, zijn bewogen betrokkenheid bij kwesties en zorgen van onze tijd. Deze nieuwe reeks kwam tot stand dankzij samenwerking tussen de Henri Nouwen Society en Upper Room Ministries. De reeks wil thema’s die Henri na aan het hart lagen, op een nieuwe manier presenteren. Wij hopen dat uit elk boekdeeltje blijkt dat God in het dagelijks leven dichter bij ons is dan wij denken.

7


Woord vooraf Nathan Ball Dit boekje is coherent, overtuigend en het geeft het belangrijkste weer dat wij van Henri Nouwen leerden. Wat we hier lezen berust op zijn ervaring aan de universiteit, zijn verbondenheid met talloze mensen, zijn vermogen tot zelfreflectie en zijn diep geworteld zijn in het leven, de geest en de boodschap van Jezus Christus. Het is maar een klein boekje. Het kostte Henri misschien niet veel tijd om het te schrijven, maar het is de levenswijsheid van een echt geestelijk leidsman van onze tijd. Ieder van ons wil graag een goed leven leiden, liefde en saamhorigheid ervaren, bij vrienden en familie horen en zelf iets doen voor anderen. Maar welke weg kiezen wij daarvoor? Hoe kunnen wij die diepste verlangens realiseren? Kortom, hoe moeten wij leven? Henri toont ons een spiritualiteit die helpt om die vragen te beantwoorden – een spiritualiteit die in staat stelt om een goed leven te leiden, en die ons leven kan omvormen. Ik ontmoette Henri Nouwen in 1984 in Jean Vaniers gemeenschap De Ark in Trosly-Breuil (Frankrijk). Henri had een jaar verlof van de Harvard Universiteit en woonde in De Ark, dezelfde gemeenschap waar ik medewerker was. Er

9


ontstond een vriendschap tussen ons, die zich v­ erdiepte ­tijdens de tien jaren dat wij allebei binnen De Ark leiding­ gevende functies hadden. Ik wist natuurlijk wel dat Henri lesgaf en boeken schreef. Hij was psychologisch en theologisch geschoold en was werkzaam aan gerenommeerde universiteiten. Maar ik ontdekte ook dat hij levenslang verder bleef leren over zichzelf en anderen. Onze vriendschap en de samenwerking binnen De Ark gaven me onverwacht inzicht in de manier waarop Henri zelf met de belangrijkste levensvragen omging. En ik was ooggetuige van de uiterst geconcentreerde manier waarop hij naar anderen luisterde – naar mensen van allerlei levenswandel en etnische en religieuze achtergrond, zwak en sterk. Henri begeleidde mensen die verliefd werden en mensen wier liefdesrelatie strandde. Hij was stervende mensen nabij. Hij was blij aanwezig bij geboortevieringen, in kleine kring of in het openbaar. Henri kon goed luisteren naar mensen die zich inzetten voor sociale gerechtigheid, maar ook naar anderen die zich aangetrokken voelden tot een meer innerlijke, contemplatieve levensweg. Henri begeleidde mensen die depressief en suïcidaal waren, maar ook mensen die steenrijk waren of rijk aan een groot hart. Hierdoor kreeg Henri voeling met alle uithoeken van het menselijk hart. Henri geloofde, net als anderen die hem voorgingen, dat onze reis naar meer menselijkheid een geestelijke reis is die begint en eindigt in het hart van God. En hij stippelde

10


daarvoor een pad uit dat wij kunnen volgen, als een geestelijke cartografie. In de hierna volgende bladzijden overdenkt Henri ons leven in drie gestalten die onderling samenhangen en die ook in Jezus’ leven te zien zijn: alleen zijn, gemeenschap en barmhartigheid. Door alleen te zijn en te bidden kunnen wij onze diepste identiteit aanvaarden, namelijk dat wij kinderen van God zijn. Daardoor raken wij verbonden met anderen, in een gemeenschap waar wij dankbaarheid en vergeving leren. En vanuit deze verbondenheid kunnen wij anderen barmhartig van dienst zijn. Henri verwerkelijkte zijn diepste verlangen toen hij besloot zich te voegen in die afwisseling tussen alleen zijn, gemeenschap en compassie. Die manier van leven houdt hij ons voor, omdat hij ervan overtuigd is dat die ook ons rijker maakt. Henri is als gids betrouwbaar. Hij bracht deze spiritualiteit in zijn eigen leven in praktijk. Hij vocht zelf met ‘demonen’ en was anderen nabij wanneer die hun eigen demonen weerstonden. Hij leerde niet bang te zijn voor verdriet – zijn eigen verdriet, dat van anderen of het lijden van de wereld. Maar Henri probeerde bovenal trouw te zijn, trouw aan God, trouw aan zijn eigen talenten, aan zijn gemeenschap en aan de roep die hij hoorde opkomen uit het lijden rondom hem. Zijn geestelijke levensvisie is geworteld in zijn verlangen om zelf waarheidsgetrouw te leven. Willen wij dat niet allemaal?

11


Door alleen te zijn, relaties op te bouwen met anderen en barmhartigheid te bewijzen aan het lijden van de wereld, vond Henri zijn waarheid. Hij vond ook een vrede die alle begrip te boven gaat. Dit boek wijst ons de weg naar die vrede. Nathan Ball, The Henri Nouwen Legacy Trust

12


Inleiding Barbara Zwaan In zijn Handboek spiritualiteit. Vormen, grondslagen en methoden (2000) definieert Kees Waaijman spiritualiteit als een ‘godmenselijk betrekkingsgebeuren’, dat een ‘gelaagd omvormingsproces’ is. God en mens zijn de twee polen waartussen een dynamiek bestaat die de mens geleidelijk aan transformeert. Je kunt je afvragen wat Henri Nouwen van deze definitie van spiritualiteit gevonden zou hebben. Hij was immers niet zo’n theoreticus. Daardoor botste hij hier en daar met docenten en professoren van de Nijmeegse Katholieke Universiteit, waar hij met tussenpozen tussen 1957 en 1972 psychologie en theologie studeerde en een promotiepoging deed. Toch vermoed ik dat hij het zou toejuichen dat aan diezelfde – inmiddels Radboud – universiteit spiritualiteit momenteel volop bestudeerd wordt. Bovendien: de definitie van emeritus professor Waaijman komt overeen met het beeld van spiritualiteit dat Henri Nouwen in zijn omvangrijke oeuvre neerzet. Ook bij Henri Nouwen is spiritualiteit een ‘betrekkingsgebeuren’, iets wat zich afspeelt tussen God en mens. Dat ‘iets’ is er niet zomaar. Wie spiritueel wil leven, moet een eeuwige leerling durven zijn. Bijzonder, als je nagaat dat Henri Nouwen zelf een zeer begenadigd docent­was. Hij gaf 13


les op verschillende hogescholen en universiteiten in binnen- en buitenland en stond bekend om zijn grote charisma. Studenten hingen aan zijn lippen. Waar hij ook sprak, de zalen zaten altijd vol. Een van de redenen daarvoor zal zijn geweest dat hij mensen het gevoel gaf net zoveel van hen te kunnen leren als andersom. Zo liet hij eens tijdens een voordracht over ouder worden en sterven een vrouw met een terminale ziekte uit het publiek opstaan om uitgebreid haar verhaal te doen. Gewond als zij was, werd zij zo de heler van velen. De wounded healer bij uitstek, wiens leerling Henri Nouwen voor alles wilde zijn, is Jezus. Geestelijk leven betekent hem navolgen. Jezus bad, vormde met zijn discipelen een gemeenschap en was dienstbaar aan anderen. Henri Nouwen houdt ons voor dat het ook onze roeping is om die drie disciplines aan te leren, willen wij in vrede met onszelf, elkaar en God leven. Bidden is een thema waar Nouwen veel over geschreven heeft. Stil worden en alleen zijn met God, luisteren naar wat hij te zeggen heeft. Als je dat kunt, zul je door alle onrust en onzekerheid heen horen dat ook jij zijn geliefde kind bent. Die centrale boodschap herhaalt Nouwen onophoudelijk. Hij spreekt dan ook uit ervaring. Wie zijn laatste dagboek – Op weg naar huis (2002) – leest, weet hoezeer hij tot aan het einde van zijn leven zocht naar een weg om zich met zijn eigen aard te verenigen. Als geen ander wist hij welke tegengeluiden zich kunnen laten horen als je je een moment wilt terugtrekken uit de gekte van alledag. Zie dan maar gefocust te blijven op die ene, vaak zo stille stem van de verborgen God! 14


Wat helpt, is om ook dan naar Jezus te kijken. Die blijft nooit lang op een berg om te bidden, maar daalt altijd weer af om zich onder de mensen te begeven. Leerlingen sluiten zich bij hem aan en samen vormen zij een gemeenschap. Ook die tweede discipline maakte Henri Nouwen zich eigen, zij het niet zonder slag of stoot. In 1986 besloot hij zijn docentschap aan de prestigieuze Harvard University op te geven en te gaan leven in L’Arche Daybreak Community, bij Toronto. Daar wonen en werken ook nu nog gehandicapten met hun begeleiders op basis van gelijkheid. Nouwen kreeg er de zorg over kernlid Adam, in wiens gezicht hij zijn eigen handicaps weerspiegeld zag: zijn ongeduld, moeite met lichamelijkheid, drang tot presteren, behoefte om erkend en gewaardeerd te worden. Door de confrontatie met Adam werd Henri Nouwen, om met de woorden van Waaijman te spreken, nog verder omgevormd. Toen pas leerde hij echt wat het is om vergevingsgezind en dankbaar te zijn. De ander niet voor zichzelf te willen opeisen, waartoe Nouwen vaak de neiging had, maar vrij te laten en te vieren wat iemand wél geven kan. Dat is waar het wereldwijd in alle Arkgemeenschappen om gaat: er wordt geschonken en ontvangen in de wetenschap dat iedereen kwetsbaar is, gehandicapt of niet. Alleen vanuit die visie komt men tot dienstbaarheid, de derde aan te leren discipline van spiritueel leven. Wat Jezus kon, is volgens Henri Nouwen ook voor ons weggelegd: helend aanwezig zijn. Dat gebeurt wanneer we heel het leven omarmen. Goed en kwaad, vreugde en verdriet, rouwen en dansen: ze zijn onlosmakelijk met elkaar v­ erbonden. Wie 15


compassie heeft met de armsten, met hen meelijdt en hun pijn deelt, zal ook delen in de onuitsprekelijke rijkdom van Gods liefde. Dan, zegt Nouwen, draagt ons leven veel vrucht. Eenzaamheid, gemeenschap en dienstbaarheid: u vindt deze thema’s terug in het boekje dat u in handen hebt. Daaruit blijkt hoe actueel Henri Nouwens werk is: tot op de dag van vandaag blijven mensen op zoek naar stilte, verbondenheid en solidariteit. Een spiritualiteit van het leven wil een wegwijzer zijn op die zoektocht. Een aanrader voor iedereen die met het gedachtegoed van Henri Nouwen (opnieuw) kennis wil maken. Barbara Zwaan, Theologe en jurylid van de Henri Nouwen Manuscript Prijs

16


Er kwam een wolk die hen overdekte en er klonk een stem uit de wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ (Mc 9,7)


Leren en leerling zijn Geestelijk leven is niet mogelijk zonder te leren.1


Geestelijk leven is een leven dat zich laat leiden door de Geest van God, de Geest die ook het leven van Jezus bezielde. Hoe kunnen wij geestelijk leven, de Geest voelen en horen en ons erdoor laten leiden? Dat is allesbehalve eenvoudig in een wereld waarin zoveel De Heilige Geest geeft ons gebeurt dat onze aandacht leven dat door de dood niet vraagt. Is het mogelijk om wat teniet gedaan kan worden.2 ruimte te scheppen voor God zodat we zijn Geest kunnen horen, voelen, ervaren en erop kunnen reageren? Is er ruimte in ons leven voorhanden waar de Geest van God ons kan bereiken? Ons leven zit vol met verplichtingen, activiteiten en ontmoetingen. Wij willen honderd procent actief zijn omdat wij denken dat een drukke agenda ons leven belangrijk maakt. Wanneer wij niet druk zijn, blijven wij toch gepreoccupeerd, bekommerd om dingen die nog niet (of al wel) af zijn. Wij vullen onze innerlijke ruimte met zorgen over dingen die zouden kunnen gebeuren en met schuldgevoel over dingen die al gebeurd zijn. Onder onze zorgen en ons schuldgevoel ligt een diepe angst voor leegte. Leegte willen we altijd vullen: met iets verrassends, met iets dat echt nieuw lijkt, ergens heen gaan waar we eigenlijk toch niet naartoe willen. Precies hier wordt het aanleren van geestelijke discipline belangrijk. Leerling zijn en leren horen bij elkaar – dat heeft mij altijd gefascineerd. Als wij er eenmaal voor gekozen hebben om leerling te worden van Jezus, dan is de volgende vraag: ‘Wat moet ik aanleren, zodat mij dat helpt om trouw te blijven 20


aan die keuze?’ Als wij leerlingen van Jezus willen zijn, moeten wij een zekere discipline in ons leven aanleren. Met discipline bedoel ik niet kennis en controle. Als ik de wetenschappelijke discipline van de psychologie of de economie beheers, heb ik een zekere mate van kennis. Als ik Het vergt discipline om God – en niet de wereld – de leiding mijn kinderen discipline bijte geven over onze geest.3 breng, wil ik hen een beetje onder controle houden. Maar in het geestelijk leven betekent het woord discipline dat wij wat ruimte willen maken zodat God iets teweeg kan brengen. Discipline houdt in dat wij proberen te voorkomen dat alle ruimte in ons leven dichtslibt. Discipline betekent daar dat er ruimte is om niét bezig te zijn en al helemaal niet om ons zorgen te maken. In het geestelijk leven leren wij een ruimte te scheppen waarin iets kan gebeuren dat wij niet gepland of voorzien hebben. Discipline helpt ons om de Geest te volgen waarheen die ons roept, naar nieuwe ruimtes, nieuwe mensen en nieuwe vormen van dienstbetoon. Naar mijn idee zijn er drie dingen die wij moeten aanleren, willen wij trouwe leerlingen zijn en dat ook blijven. Die staan in een passage in de Schrift die wij heel goed kennen, maar waarvan wij niet denken dat die over discipline gaat. In die dagen ging Hij naar het gebergte om te bidden en bracht er de hele nacht door in gebed tot God. Toen het dag werd riep Hij zijn leerlingen en uit hen koos Hij er twaalf die Hij ook apostelen noemde: Simon, die Hij ook Petrus noemde, diens broer Andreas, Jakobus, Johannes, Filippus, Bartolomeüs, 21


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook