Skip to main content

9789401411196

Page 1

Patrick Pelgrims

Schrijven voor radio en tv Praktijkboek voor de journalist


Zesde druk: juli 2022 D/2012/45/395 -- ISBN ISBN 978 978 94 94 014 014 1119 009564– NUR – NUR 813 D/2024/45/113 813 Vormgeving cover: Jan Middendorp Vormgeving binnenwerk: compo-sition © Patrick Pelgrims en Uitgeverij Lannoo nv Tielt, 2012 Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm , of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus Uitgeverij LannooCampus Vaartkom 41 bus 01.02 Postbus 23202 Erasme Ruelensvest 179 bus 101 3000 Leuven 1100 ds Amsterdam 3001 Leuven België Nederland België

www.lannoocampus.com www.lannoocampus.com


INHOUD

Deel I. 1 2 3

Inleiding

11

Voorwoord Een extra raam Verantwoording

13 17 19

Deel II. Journalistieke radio- en tv-teksten

21

1

23 25 26 29 29 30 30 31 33 39 40 40 43 47 47 50 50 53 55 60 61 63 63 64

2

Uitgangspunten 1.1 Programma en taal 1.2 Begrijpelijkheid en toegankelijkheid 1.2.1 Vertel genoeg, maar niet te veel 1.2.2 Redundante informatie stoort zelden 1.2.3 De interesse primeert 1.2.4 Vertaal het nieuws 1.3 Leesbaarheid 1.4 Nieuwsselectie 1.5 Taal 1.5.1 Partijdige taal 1.5.2 Gevoelige taal 1.5.3 Correcte taal 1.5.4 Hoera-stijl 1.6 Radio- en tv-taal als norm Opbouw 2.1 Structuur: de omgekeerde piramide 2.2 Structuur: de modelmethode 2.3 Structuur: first things first 2.4 Structuur: ugly animal 2.4.1 Lelijk hoofd 2.4.2 Lelijk lijf 2.4.3 Lelijke staart 2.5 Bronvermelding


6

3

4

INHOUD

2.5.6 Be good and tell it 2.6 Denkend schrijven 2.7 Schrijven in spreektaal 2.8 Schrijven in luistertaal 2.9 Schrijven in leestaal De Zinnen 3.1 De eerste zin(nen) 3.1.1 Nieuws en relevantie 3.1.2 Vertrekken vanuit het heden 3.1.3 Opvallen en aanspreken 3.1.4 Primair nieuwsfeit 3.2 Het links-rechtsprincipe 3.2.1 Vooropplaatsing 3.2.2 Eindfocus 3.2.3 Vooropplaatsing van plaatsnaam 3.2.4 Volgende zin aanhaken 3.3 Korte zinnen/lange zinnen 3.4 Overbelaste zinnen 3.5 Tangen en wiggen 3.5.1 Tangen vermijden 3.5.2 Tangen gebruiken 3.6 Actieve versus passieve vorm 3.6.1 Passief vermijden 3.6.2 Passief gebruiken 3.6.2.1 De ontvanger voorbereiden 3.6.2.2 Het passieve karakter is net van belang of inherent aan de situatie 3.6.2.3 Passief onderwerp of de handeling benadrukken 3.6.2.4 Zinnen afslanken 3.6.2.5 Misverstanden vermijden 3.7 Directe en indirecte rede 3.8 Genominaliseerde zinnen 3.8.1 Nominalisaties vermijden 3.8.2 Nominalisaties gebruiken 3.9 Positieve zinnen 3.10 Clichézinnen 3.11 Beeldspraak De woorden 4.1 Moeilijke woorden 4.2 Lange woorden 4.3 Schrijftalige woorden

67 68 77 82 83 88 88 88 89 92 94 95 95 98 100 101 103 105 107 108 111 113 114 115 115 116 117 118 119 120 122 122 125 127 128 130 132 132 135 136


INHOUD

7

4.4 Overtollige woorden 4.5 Loze woorden 4.6 Concrete woorden 4.6.1 Vaagmakers 4.6.2 Passe-partoutwerkwoorden 4.7 Vaktermen – jargon 4.8 Ontleende woorden 4.9 Vertaalde woorden 4.10 Synoniemen 4.11 Namen noemen 4.12 Getallen 4.13 Afkortingen en letterwoorden

137 142 144 147 147 150 154 156 160 163 165 170

Deel II. Journalistieke radioteksten

175

1

177 177 179 180 184 185 186 187 191 192 195 196 197 199 199 202 203 205 206 206 207 208 209

2

Auditief medium 1.1 Snel en direct 1.2 Beeldend 1.3 One-to-one 1.4 Vluchtig Radionieuwsteksten 2.1 Radiokoppen 2.2 Intro en lead 2.2.1 Citaat lead 2.2.2 Summary lead 2.3 Parapluteksten 2.4 Spanningscurve en oprolbaarheid 2.5 Commentaartekst 2.6 Inleiden van interviews 2.6.1 Intro met vraag en antwoord 2.6.2 Stem op stem 2.6.3 Parafrase 2.6.4 Stelling 2.7 Bindteksten 2.7.1 Verhelderen en samenvatten 2.7.2 Een nieuwe start 2.7.3 De koninklijke weg 2.8 Kort nieuws


8

3

4

INHOUD

Teksten voor nieuwsshows en magazines 3.1 Tekstverpersoonlijking 3.2 Verrassen en verbazen 3.2.1 Astonisher lead 3.2.2 Fear lead 3.3 Persoonlijk aanspreken 3.3.1 Direct address lead Teksten voor documentaires en reportages 4.1 Meebeleven is meeluisteren 4.2 Steun vanuit de spreekcel

211 211 213 213 214 216 218 219 219 221

Deel IV. Journalistieke televisieteksten

225

1

227 227 228 230 233 235 236 238 240 242 246 246 247 248 249 252 253 254 255 257 260 260 261 264 265 265 265 268 269 269

2

Visueel medium 1.1 Schrijven vanuit het beeld 1.2 Visualiseren 1.3 Tekst en beeld complementair 1.4 Tekst en levende klank complementair 1.5 Teksten die interpreteren 1.6 Het juiste register 1.7 Het foute register 1.8 De overtreffende trap 1.9 Zwijgen is goud Televisienieuwsteksten 2.1 Intro’s 2.1.1 Journaalintro’s 2.1.1.1 Kort 2.1.1.2 Essentie en relevantie 2.1.1.3 Nieuws toelichten 2.1.1.4 Nauwkeurige tijdsaanduidingen 2.1.1.5 Coherente inhoud 2.1.1.6 Intro als lijm 2.1.1.7 Intro als genreaanduider 2.1.1.8 Flashby lead 2.1.2 Overige intro’s 2.1.2.1 Intro als teaser en toonzetter 2.1.2.2 Intro als kapstok 2.2 Extro’s 2.2.1 Journaalextro’s 2.2.1.1 Extro als reddingsboei 2.2.1.2 Extro als puinruimer 2.2.1.3 Extro als uitsmijter 2.2.2 Overige extro’s


INHOUD

2.3 Televisiekoppen 2.4 Commentaarteksten 2.4.1 Eerst het beeld, dan de tekst 2.4.2 De tekst verheldert het beeld 2.4.3 Intro versus commentaar 2.4.4 Commentaar bij doorlezer 2.5 Duplex en two-shot 2.6 Stand-up 3 Help de kijker 3.1 Personaliseer 3.2 Gebruik metaforen 3.3 Geef niet te veel informatie 3.4 Zeg wat je toont en zult tonen 3.5 Gebruik het juiste taalregister

9

271 272 273 274 276 277 278 281 285 286 289 291 292 297


INLEIDING

Dit boek is een poging om de kloof tussen theorie en praktijk zo niet te dichten, dan toch te overbruggen. De honderden voorbeelden vormen dan ook de ruggengraat. Meestal gaat het om kopij die werd aangeleverd door radio- en tv-journalisten vanuit de diverse Vlaamse media. Ik heb gemeend er goed aan te doen deze transcripten in een zo origineel mogelijke vorm aan de lezer voor te leggen, dat wil zeggen mét het extra koppelteken (vi-deo-boodschap), het dito accent (Ramàllah) of de eigenzinnige schrijfwijze (2 duizend 5 honderd) om de leesbaarheid te bevorderen; mét het occasionele tik- en taalfoutje en de vele inconsequenties in het uitschrijven. Laten we nooit vergeten dat het hier vrijwel altijd gaat om teksten die onder een zware tijdsdruk zijn aangemaakt én die sowieso nooit bedoeld waren om gelezen, maar wel om gehoord en begrepen te worden. Bij de herwerking van het boek in 2012 heb ik heel wat voorbeelden geüpdatet, maar andere ook bewust niet. Enerzijds omdat het deontologisch niet correct zou zijn om premier Di Rupo over de kop te laten gaan op de ring van Gent, terwijl dat eigenlijk zijn voorganger Verhofstadt was. Anderzijds omdat het er ook gewoon niet toe doet, de casus illustreert dat je begint in een (voltooid) tegenwoordige tijd voor de nieuwsfeiten en dan al snel overschakelt naar een (onvoltooid) verleden tijd voor het nieuwsverhaal. Dit boek gaat over de teksten, die met gemak een paar legislaturen overleven. En dus mag Bert Anciaux blijven pleiten voor een kartel tussen Spirit en sp.a, mag Verhofstadt brokken blijven maken op de R4 en mag Kim Clijsters nog eens winnen in Melbourne. Ze zullen het mij niet kwalijk nemen.


Dit boek is voor Dries, Frie en Sofie, jonge mensen die journalist wilden worden.


1 VOORWOORD EEN TAAL APART

door Pol Deltour, Nationaal Secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ)/Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB)

Weet u wat een klikfonds is? Een justitiehuis? Kent u het verschil tussen Franse Gemeenschap en Waals Gewest? Het verband tussen een asielzoeker en een politieke vluchteling? En kunt u in enkele seconden uitleggen waarom een voetbalspeler (al dan niet) buitenspel staat? Je maakt het als journalist maar mee: terwijl de maatschappij waarover het nieuws gaat niet uitblinkt door eenvoud – en zelfs almaar complexer wordt – staan redactiechefs en eindredacteuren meer dan ooit over je schouder te schreeuwen om helderheid en bondigheid in je bijdragen. Want alleen dat waarborgt een maximaal ‘bereik’. Meer en meer hoofdredacties houden hun journalisten een verstandig kind van veertien als doelpubliek voor ogen, hoewel een heel verstandig kind van vijftien soms ook nog goed is. Nu hoeft dat, voor de duidelijkheid, niet alleen maar negatief te zijn. Alle cultuurpessimisme ten spijt, vormt het nieuws op die manier een ferme hefboom van democratisering van kennis en politiek. De tijden dat kranten en journaals bulkten van wetstratees, ambtenarenjargon en andere Babylonische spraakverwarringen liggen gelukkig achter ons. Maar laten we elkaar in deze stiel daarom nog altijd geen mietje noemen. Als toegankelijkheid en eenvoud vandaag de journalistieke leidmotieven bij uitstek zijn, dient dat wel degelijk ook (of vooral?) de commerciële slagkracht van het eigen nieuwsmedium. Meer dan vroeger staan journalisten voor de opgave het nieuws te vertalen, te duiden, uit te leggen. En een sleutelrol in die operatie speelt de taal. Een deugdelijk taalgebruik is dan ook een van de basiskenmerken van een goede journalist. Er zijn er welteverstaan andere. Een flinke kennisbagage (over alles een beetje weten en zo mogelijk over iets bijzonders heel veel...) is altijd mooi meegenomen. Journalisten zijn ook liefst niet mensenschuw, want mensen benaderen en (indringend) vragen stellen, is de essentie van de job. Enig technologisch vernuft speelt evengoed in het voordeel. En dan beschik je – vooral als freelancer – het best ook nog over een gezonde dosis bedrijfseconomisch verstand. Minstens even belangrijk blijft evenwel dat journalisten kunnen schrijven, en dat is geen open deur. Journalisten moeten hun taal op het perfecte af beheersen en de meest verfijnde teksten kunnen afleveren aan hun publiek. Teksten die kloppen en beklijven, die rollen en natrillen, die – excusez la comparaison – de impact hebben van een splinterbom. Meer nog dan andere sectoren waarin communicatie fundamen-


14

DEEL I : INLEIDING

teel is, vormen de massamedia een biotoop waarin taal van vitaal belang is. Letterlijk: mediawerkers die hun taal niet goed beheersen, worden niet langer gelezen, beluisterd of bekeken. Daar zorgt de onverbiddelijke concurrentie in de nieuwssector ook wel voor. Printjournalisten beschikken, voor een handleiding over hun taalgebruik, al langer over de Permentier – naar de auteur van het onvolprezen Stijlboek van De Standaard. Zonder veel overdrijving kan sinds 2005 gezegd worden dat audiovisuele journalisten hun eigen taalgids hebben: de Pelgrims. Even leerrijk en even praktisch, maar dus toegespitst op audiovisuele journalistiek. Want dat het maken van radio- en tv-teksten andere wetmatigheden volgt dan het schrijven voor krant of magazine, maakt de auteur ten overvloede duidelijk. Het grootste verschil is dat een kijker of luisteraar de tekst maar één keer tot zich neemt – even ‘teruglezen’ zoals bij print is er niet bij. Daarom moeten radio- en tv-teksten nog gepaster en correcter zijn, nog begrijpelijker en aantrekkelijker. Audiovisuele journalisten moeten, zoals Pelgrims het zegt, ‘leren schrijven in spreektaal’. Daar komt voor tv-journalisten vanzelfsprekend het primaat van het beeld bij, waardoor hun teksten vooral als ondersteuning en versterking van dat beeld moeten fungeren. Voor radioreporters ligt dat weer even anders. Precies op momenten waar de tv-verslaggever beelden kan laten spreken en (het best) zijn mond houdt, moeten zij verbaal extra uit de pijp komen. Ik omschrijf deze grondig herwerkte Pelgrims zonder veel schroom als een erudiet werk. Theoretische beschouwingen gaan naadloos over in praktijkkennis die door geroutineerde vakmensen wordt aangedragen. Tegelijk is het een boeiend en zelfs leuk vademecum geworden. Je leert over de Flesch-Douma-formule, maar ook over omgekeerde piramides en kerstbomen. De topische vragen van Alcuïnus passeren de revue, maar ook de werkmethode van the ugly animal. Wanneer en hoe vermeld je bronnen; hoever ga je in het geven van cijfermateriaal; en wanneer kan een passieve zinsvorm toch dienstig zijn... het komt allemaal aan bod. Dat gebeurt overigens in een overzichtelijk kader: tekststructuur (het huis), zinsopbouw (de muren) en woordkeuze (de bouwstenen) worden mooi na elkaar belicht. Dat laat gericht opzoeken toe, en maakt van dit boek ook voor al gevorderde av-journalisten een nuttig werkinstrument. Dat dit stijlboek van al zijn gebruikers uitmuntende av-journalisten zal maken, is daarmee niet gezegd. De auteur relativeert dat doel zelf: ‘Het briljante laat zich niet vangen in een stijlboek. Goede radio- en tv-teksten maken, leer je niet door een boek te lezen, wel door het te doen. Precies zoals valschermspringen.’ En nog zo’n lekker relativerende waarschuwing: ‘Maak je geen enkele illusie, die onverbiddelijke verspreking – al dan niet freudiaans – komt er toch.’ Het belet niet dat aspirant-journalisten die de raadgevingen van Patrick Pelgrims opvolgen toch al een heel eind in de goede richting aan het opschuiven zijn. Pol Deltour


VOORWOORD

15

Helder, correct, boeiend en volledig. Dit praktijkboek voldoet aan alle criteria voor een goed radiobericht! Griet De Craen, VRT-radio-Nieuwsdienst, hoofdredactrice Een boeiend boek waarvan je bij het lezen beseft dat het eigenlijk al veel vroeger had moet zijn geschreven. Een noodzakelijk basiswerk en bijbel voor het mooiste beroep ter wereld. Bart Van Doorne, VMMa-Nieuwsdienst, hoofdredacteur Een indrukwekkend werkstuk, maar tegelijk zo praktisch en bruikbaar. Een must voor elke journalist, kandidaat-journalist en ook heel handig voor de hele pr- en communicatiewereld. Dit is geen boekje dat meteen in de ramsj zal verdwijnen. Robert Esselinckx, tvbrussel, hoofdredacteur Dit boek volgt de journalistieke stelregels en is een need to know voor wie zich waagt in de audiovisuele media, een good to know voor wie begaan is met helder en correct taalgebruik, en een nice to know voor ervaren radio- en televisiejournalisten. Faroek Özgünes, VTM-Nieuwsdienst, Telefacts Technieken die ik al jaren automatisch toepaste, kregen plots een naam en de nodige uitleg. Verrassend! Zeker een goede basis voor aanstormend journalistiek talent. Sofie Demeyer, VRT-tv-Nieuwsdienst Een onontbeerlijk instrument, niet alleen voor wie zijn eerste stapjes zet in de journalistiek, maar ook voor wie er al 35 jaar inzit. Een les in bescheidenheid, dus. Dirk De Weert, Ring-TV, hoofdredacteur Het boek is essentieel voor elke beginnende redacteur en een absolute aanrader voor ervaren radio- en televisiemedewerkers. Jeroen Roppe, FM Brussel, hoofdredacteur Zelfs doorgewinterde journalisten kunnen hier nog wat van opsteken. Chris Dewitte, VRT-radio-Nieuwsdienst Voor de vaklui van de audiovisuele media bespreekt Pelgrims in detail de opbouw van zinnen en woorden, aan de hand van voorbeelden uit de praktijk van audiovisuele journalisten. Dat draagt bij tot de geloofwaardigheid van het boek, dat geschikt is om studenten voor te bereiden op de realiteit van de werkvloer. Maar ook voor meer ervaren journalisten kan het een ruggensteuntje zijn. Uit De Journalist, magazine van de Vlaamse Vereniging van Journalisten


16

DEEL I : INLEIDING

Verplichte lectuur, zou ik zo zeggen! Els Jacxsens, VRT-SPORZA Een goed begin voor wie nieuw is in het vak en een kickstart voor wie vanuit printmedia overstapt naar radio of televisie. Pelgrims neemt je bij de hand en helpt je veilig op weg. Altijd leuker dan tegen de muur te lopen. Guy Delforge, ROB-TV, oud-hoofdredacteur


2

EEN EXTRA RAAM

Aan dit boek is decennia gewerkt. Gelukkig niet door mijzelf, wél door de talloze radioen tv-journalisten die in het hectische nieuwsjagersbestaan de tijd hebben vrijgemaakt om nuttige tips voor hun collega’s én opvolgers op papier te zetten. Ik heb geprobeerd die tips te bundelen, te plaatsen en te duiden met voorbeelden, om uiteindelijk tot een praktijkgericht en werkzaam instrument te komen waar de student journalistiek én de beginnende radio- of tv-journalist zijn voordeel mee kan doen. Bij het zoeken naar voorbeelden en casussen heb ik me gebaseerd op het Vlaamse radioen televisielandschap, van Joe tot Qmusic, van MNM tot VTM, van TV Oost tot Kanaal Z, van Radio 1 tot Studio Brussel, van Play Sports tot BRUZZ. Naar inhoud heb ik getracht me strikt te beperken tot wat de titel verwoordt. Het gaat dus over radio- en televisieteksten, over kopij die vooraf wordt aangemaakt, al is dat vaak op een drafje. Die teksten hebben een overwegend journalistiek karakter, wat – zo hoop ik aan te tonen – helemaal niet hoeft te staan voor saai en hoogdravend. Integendeel. De voorbije vijftien jaar heb ik heel wat radio- en tv-journalisten ontmoet, was ik welkom op hun redacties, mocht ik hen ontvangen voor seminaries en met hen samenwerken aan projecten. Ik heb hen leren kennen als op-en-top professionals, als gedreven journalisten pur sang met een heldere kijk op de dingen, een stevige sociaal-historische, economische, politieke en culturele bagage, een vlotte pen en tong, en een gezonde neus voor nieuws. Ik heb veel van hen geleerd en in dit boek – ere wie ere toekomt – veel van hun tips, voorbeelden en aanwijzingen gebruikt. Ik dank ze allemaal, van de hoofdredacteur van Ring-TV tot de eindredacteur van De Zevende Dag, van de programmadirecteur van BRUZZ tot de VRT-taalraadsman, van de VTM-Telefactsjournalist tot de VRT-Panoramareportagemaker. Mijn speciale dank gaat naar Veerle Vivijs, Swa Collier, Chris Dewitte, Dirk De Weert en in het bijzonder Panorama-monument Dirk Mampaey, samen goed voor een eeuw radio- en tv-ervaring bij VRT, VTM, Ring-TV en Kanaal 3/ TV OOST. Ook radiojournalist Mark Morren en zijn tv-collega’s Jan Holderbeke en Flip Feyten dank ik voor hun steun, het werkmateriaal en de vele, vele tips. Dit is hun boek, evenzeer als het mijne en het uwe. Bedankt ook Pol Deltour, Jeroen Roppe, Sofie Demeyer, Peter Mast, Wim Willems, Griet Decraen, Bart Van Doorne, Faroek Özgünes, Guy Delforge, Jo Wuyts, Jan Schoukens, Wilfried Mostinckx, Robert Esselinckx, Ludo Permentier, Els Jacxsens, André Lapeere, André Hemeryck, Veerle Janssens, Wilfried Vanderhaeghen en nog zovele anderen, één vraag was alweer voldoende. Bedankt uitgevers van LannooCampus voor het zo fijn samenwerken. Bedankt Kathleen om te zijn wie je bent. Some guys have all the luck.


18

DEEL I : INLEIDING

Een extra raam maakt het leven lichter, zei de timmerman tegen de depressieve tekstschrijver. Ik las het in de cursus Journalistieke Technieken van mijn Nederlandse collega Michel Simons. Zo’n extra raam wil dit boek zijn. Niet meer. Niet minder. Patrick Pelgrims


3 VERANTWOORDING

Over het schrijven van radio- en tv-berichten is heel wat minder literatuur op de markt dan over het – zeg maar – ‘gewone’ journalistieke verhaal. Wat dat laatste betreft, beschikken we in Vlaanderen onder meer over het al enkele malen herwerkte en fors uitgebreide Stijlboek van De Standaard van Ludo Permentier. Dat men zich hierin beperkt tot krantenjournalistiek lijkt me logisch. Maar ook andere schrijfwijzers met een meer universele titel zoals Het journalistieke verhaal van Boris Berkhout, Piet Hagen, e.a. en Journalistiek schrijven van Henk Donkers, Selma Markhorst en Marij Smits gaan met een wijde bocht om radio- en tv-teksten heen. Op de buitenlandse, vooral Angelsaksische, markt zien we wel mondjesmaat boeken verschijnen met do’s-and-don’ts-lijstjes die de beginnende audiovisuele journalist op pad moeten helpen, maar vaak is men in hetzelfde bedje ziek: in het overigens uitstekende The Universal Journalist (what’s in a name...) van Independent-journalist David Randall wordt met geen woord gerept over radio- en tv-journalistiek. In Vlaanderen doen we noodgedwongen wel eens een beroep op de noorderburen met enkele praktijkgerichte publicaties als Sprekende journalistiek van Kees Schoonenberg, Radio- en televisiejournalistiek van de veel te jong overleden Sander Simons en het bijzonder aan te bevelen Schrijven voor (multi)media (de opvolger van Tekstschrijven voor luisteraars en kijkers) van de Tilburgse collega’s Piet Kaaskoek en Michel Simons. Toch krijgt het eigenlijke tekstschrijven ook in deze en andere Nederlandse publicaties meestal maar een beperkte aandacht als facet van een groter geheel. In Radio- en televisiejournalistiek is dat bijvoorbeeld 18 van de 224 bladzijden. En dus blijft het ook op de Nederlandse av-redacties vaak behelpen. Zo signaleerde John Leenaerts van de Fontys Hogeschool Journalistiek, tevens redacteur van het NOS-journaal, nog niet zo lang geleden dat op de redactie van dat NOS-tv-journaal een handleiding circuleert van twee A4’tjes met wat vuistregels en richtlijnen voor het maken van een journaalitem. Ook op heel wat Vlaamse radio- en tv-redacties wordt gewerkt met interne handleidingen met tal van tips en voorbeelden van hoe het wél moet, en hoe liever niet. Zo beschikt de Brusselse stadsradio FM Brussel over een eigen stijlboek van dik twintig bladzijden. Vaak zijn het de meer ervaren radio- en tv-journalisten die richtlijnen op papier zetten om met hun jongere collega’s tot een eenvormige, efficiënte en vooral effectieve berichtgeving te komen. Het is in het verlengde van hun werk dat ik geprobeerd heb de essentie van radio- en tv-berichtgeving samen te vatten. Tot slot: goede radio- en tv-teksten aanmaken, leer je niet door een boek te lezen, wel door het te doen. Vergelijk het met een schriftelijke cursus valschermspringen. De onderscheiding op het examen helpt je weinig als je bij je eerste échte sprong aan het verkeerde touwtje trekt. Vaak genoeg oefenen van op de keukentafel dus. En een reserveparachute meenemen natuurlijk.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401411196 by Uitgeverij Lannoo - Issuu