Skip to main content

9789401409308

Page 1

Het woeste boek van

WOLF HOND en

Sylvia Vanden Heede met illustraties van Marije Tolman


Wolf en Hond

7

Spek 9 Jeuk 17 Gif 24 Flauw 33 Stam 39 Held 49 Blaf 60 Krant 71 Dief 85 Wolf, Hond en Kat

101

Kat en Hond Wolf en Kat Hond en Wolf Een muis voor Hond Het Volk van Knaag Een plaag die rijmt Feest bij Wolf Slim van Hond Hond op pad

103 111 121 131 141 151 163 173 185

4


De beer van Hond Een list voor Kat Eind goed, al goed

199 211 223

Hond bijt Wolf

227

Boos 229 Blij 235 Bot 243 Kuil 249 Pup 257 Nacht 265 Tuin 273 Wolf 281 Graaf! 289 Ruil 297 Klier 305 Spijt 313 Jacht 321 Hap! 329 Uit 339

5


Wolf en Hond


SPEK Hond is de neef van Wolf. Wolf is de neef van Hond. Dat is raar, want: Wolf is wild. Hond is tam. Wolf woont in het bos op de berg. Hond niet. Hond heeft een mand. En een baas.


Hond is wit met een vlek op zijn oog. Wolf heeft geen vlek. Hij is grijs van kop tot teen. Wolf belt aan bij Hond. Op de deur staat:

De baas is niet thuis. Dat is maar goed ook. Want Wolf is bang voor de baas. ‘Dag Hond’, gromt Wolf. ‘Dag Wolf ’, blaft Hond. ‘Bijt me niet. Je bent mijn neef.

10


Dat weet ik wel. Maar ik ken je. Je blijft een wolf. Jij bijt als je trek hebt.’ Wolf klapt zijn muil dicht. Hij kijkt sip. Het is waar wat Hond zegt. Als hij trek heeft, bijt hij. Daar kan hij niets aan doen. En Wolf heeft vaak trek! ‘Wat heb je voor mij?’ vraagt Wolf. En hij likt zijn bek.


‘Spek’, zegt Hond. ‘En brood. En kaas. En ook nog wat sla.’ Wolf trekt zijn neus op. Sla lust hij niet! ‘Sla is groen. En ik eet geen groen. Geef mij maar rood. Rood vlees! Rauw vlees! Rauw en rood van bloed! Groen is goed voor een koe. Of een geit. Of een lam of een kalf.’ ‘Groen is goed voor de lijn’, zegt Hond. Hij slaat op zijn buik. ‘Van sla word je sla-nk. Slank dus. Snap je?’

12


‘Ha ha!’ lacht Wolf. ‘Wat een grap! Maar het klopt niet, hoor. Want jij eet sla. En toch ben je niet slank. Je bent zo rond als…’ ‘Ja, ja’, zegt Hond gauw. ‘Jij houdt van rijm. Dat wist ik al. Schei maar uit of ik blaf. Ik blaf heel hard, als een gek. En dan komt mijn baas. Is het dat wat je wou?’ Wolf is al stil. Hij kijkt naar Hond. Hond bakt spek in een pan. Vet spek! Het zegt: kst, kst! Het spek kist. Zo heet dat: Het spek kist in het vet.

13


Mmm, wat ruikt dat goed! Wolf wordt er gek van. Gek van de trek! ‘Het is zo klaar’, zegt Hond. Hij zet het vuur laag. Dan pakt hij een bord. En een mes en een vork. Die legt hij naast het bord. Hij pakt de pan… Maar wat is dat? Waar is het spek? Het is weg! Het is op! ‘Wolf!’ roept Hond. ‘Was jij dat? At jij het spek? At jij het zo uit de pan? Zo, in één hap?’

14


‘Ja’, zegt Wolf. Hij veegt zijn bek schoon. Hij lacht eens lief. Hij schaamt zich niet eens! ‘Mijn maag was leeg. De pan was vol. Nu is de pan leeg. Maar mijn maag niet!’ Hond zucht. ‘Wolf toch’, zegt hij. ‘Ik kan wel zien dat jij wild bent. Jij eet niet, jij vreet! Jij slokt in één brok! Jij wilt geen mes en vork. Je wilt niet eens een bord!’ Wolf laat een boer. ‘Och, het scheelt in de vaat’, zegt hij. En dat is ook waar.

15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401409308 by Uitgeverij Lannoo - Issuu