Skip to main content

9789401403245

Page 1

Eigenzinnig in economie


Theo Peeters

Eigenzinnig In Economie


Met dankbare herinnering opgedragen aan Mieke, die me de ruimte gaf om een eigenzinnige invulling te geven aan een boeiende loopbaan, en als (gedeeltijk) antwoord op de herhaalde vraag van mijn (klein)kinderen: ‘(O)pa wat deed (doet) gij nu eigenlijk?’


D/2014/45/628 – ISBN 978 94 014 0324 5 – NUR 780 Vormgeving cover: Compagnie Paul Verrept Vormgeving binnenwerk: Fulya Toper © Theo Peeters & Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2014. Uitgeverij LannooCampus maakt deel uit van Lannoo Uitgeverij, de boeken- en multimediadivisie van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Niets van deze uitgave mag verveelvoudigd worden en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

uitgeverij lannoocampus erasme ruelensvest 179 bus 101 3001 Leuven België www.Lannoocampus.be


INHOUDSTAFEL INLEIDING

11

NOOT AAN DE UITGEVER

17

1.

21

DE LANGE MARS VAN DE BANKWERELD

Stap in de haute finance 21 Concentratiebeweging 24 Het verhaal van de BBL en ING 27 De crisis en haar oorzaken 33 Verborgen risico en verlies aan controle 38 Crisissen zijn normaal 42 Een nieuwe gedeelde verantwoordelijkheid 43 Het nieuwe bankmodel 47 De Europese Bankenunie 50

2.

EUROPA’S NIEUWE MOED

55

Kwestie van vertrouwen 55 Slinger 56 Horten en stoten 57 De kern van het probleem van de eurozone 61 Samengaan van monetaire en budgettaire integratie 64 Nieuwe economische en budgettaire bestuursarchitectuur 65 Een nabeschouwing 68

7


Eigenzinnig In Economie

3.

Het Zieke Land van Europa

69

Het te mijden woord Een halve Maribel Kroniek van een devaluatie Lege zetel bij de Nationale Bank Fool’s paradise Onze concurrentiekracht De breuk in het sociaal overleg Het terugkerend thema van de automatische indexering

69 71 75 81 83 87 89 90

4.

95

DE KLOK VAN DE VERGRIJZING, DIE TIKT

De ontgroening en verkleuring 96 Druk op de sociale zekerheid 97 Krimpende arbeidsmarkt en vervangingsvraag 100 Zilverfonds verzilverd 102 Cijfers in het rapport 105 Over krekels en mieren 106 Vergroening 109 Naar een nieuwe werkzame realiteit? 112 Consequent gedrag 115 Elke oplossing heeft gevolgen, ook als we niets doen 116

5.

De Hoorn des Overvloeds

Breuklijnen van een compromis Hoger of lager Decentralisatie voor een beter beleid No representation without taxation Zesde staatshervorming en consumptiefederalisme

8

119 119 122 123 125 127


INHOUDSTAFEL

Voorstel voor een evenwichtig(er) financieringsmodel voor gewesten en gemeenschappen 130 Soldariteitsmechanisme herzien 133 Nog enkele vreemde kantjes 137 Brussel 142 Ter afronding: de elasticiteitsbonus 144

6.

DE NIEUWE WERELD VAN DE UNIVERSITEIT

149

Het managen van een universiteit De opdracht van de universiteit Het belang van vrij onderzoek De valorisatie van kennis De evolutie van het onderwijs De universiteit in de wereld

149 152 153 154 155 157

7. Internationalisering

159

Cursus internationale economie Proces met horten en stoten Meer onderlinge afhankelijkheid Politieke fragmentatie We kunnen onszelf niet verstoppen

159 160 161 162 164

UITLEIDING 165

EINDNOTEN 169

9


INLEIDING

Het verspreiden van ideeën is belangrijk. Een boek vormt daartoe een geëigend instrument. Maar ideeën hebben generlei waarde als ze niet gerealiseerd worden. Als samenleving en als economie zijn we er de voorbije decennia sterk op vooruitgegaan. Dat gebeurde in de bekende golven die ook het leven zelf kenmerken. Na elke crisis kwam er een remonte. Na regen komt er zonneschijn. Zo is het altijd geweest en zal het altijd zijn. Als mensen kijken we elk op onze manier naar de werkelijkheid. Vanuit die eigen realiteit nemen we beslissingen en creëren we onze eigen geschiedenis. Als mensen denken en handelen we vooral op de korte termijn. Een voordeel dat op korte termijn bereikbaar is, lijkt wat zekerder dan een voordeel dat er op lange termijn mogelijk inzit. Voordeel op korte termijn maakt ons gelukkig. Zelfs indien dat voordeel een risico inhoudt voor later. Uitgesteld geluk kunnen we veel moeilijker naar vandaag actualiseren. We missen wat vaardigheid om op lange termijn te denken en te doen. En daardoor hebben we het moeilijk om een voordeel in het nu te ruilen voor een voordeel in de toekomst. Denk bijvoorbeeld aan het vergrijzingsprobleem. Daar hebben we het heel moeilijk om nu afstand te doen van verworven rechten en zo kosten in de toekomst uit te sparen. Wij eisen nu de baten op en hevelen de kosten daarvan over naar de komende generaties. Ook al weten we pertinent dat er zich een probleem stelt en dat het huidige systeem de facto al onbetaalbaar is. Het

11


Eigenzinnig In Economie

feit dat we dat laatste nog niet inzien, heeft gewoon te maken met onze manische gewenning aan begrotingen met een tekort en 100 procent overheidsschuld. Een ander voorbeeld is het risico op klimaatverandering. Dat er zich een probleem stelt, daarover bestaat een consensus. De gevolgen van de opwarming van de aarde zijn wat de ernst en impact ervan betreft vrij goed te voorspellen. We weten ook dat we op vrij korte termijn maatregelen moeten nemen om het klimaat niet verder te laten ontsporen. Maar afdoende ingrijpen betekent dat we op korte termijn kosten moeten dragen, zelfs onze manier van leven en werken moeten herdenken, terwijl de opbrengsten (in termen van het vermijden van overstromingen, droogte, bevolkingsmigraties etc.) van die inspanning zich maar op de lange termijn zullen tonen. Het dragen van kosten of het inboeten van voordelen op korte termijn, in ruil voor voordeel op lange termijn, of het vermijden van kosten op lange termijn, is iets wat je zeer moeilijk verkocht krijgt in een democratisch systeem. Ook al gaat het bij de komende generaties om onze eigen kinderen, kleinkinderen en straks met onze stijgende levensduur zelfs achterkleinkinderen. Die eigenschap om direct nut na te streven zit ingebouwd in ons dagdagelijks handelen. En ook in ons bestuursmodel. Ook al geven we dat niet zo toe. We maken wel veel regels en afspraken onder mekaar om onze samenleving vorm te geven. Maar zijn we daarbij echt toekomstgericht? Houden we wel voldoende rekening met wat we niet willen weten? En met wat we nog niet weten? Durven we onszelf ook regels op te leggen als deze vandaag pijn zouden doen om pas straks voor meer geluk te zorgen? En wat is de tijdshorizon die we dan aanvaarden? EĂŠn jaar? Vijf jaar? Twintig jaar? En als nadien blijkt dat we ons vergist hebben, durven we dat dan ook toe te geven? De afgelopen decennia was ik direct betrokken bij enkele belangrijke beslissingen, soms zelfs omwentelingen, zowel in het financieel-economische, het politieke als het academische veld. Ik heb de debatten en

12


INLEIDING

beslissingsprocedures gevolgd, aan de tafel en in de coulissen. Ik heb mogen ervaren hoe moeilijk het is om goede strategische langetermijnbeslissingen te durven nemen en ze dan ook nog eens consequent uit te voeren. Hoe de druk van het kortetermijnbelang in de politiek, in een onderneming en in de samenleving het denken op langere termijn kan overschaduwen. Ik heb een aantal jaren meegelopen als adviseur op de kabinetten van Mark Eyskens, toen die minister van Financiën was, premier en vervolgens minister van Economische Zaken. Ik was niet elke dag op het kabinet aanwezig. Gewoonlijk in de namiddag. Het kabinet stond dan vaak in rep en roer, omdat er ´s morgens een of ander bericht in de krant had gestaan. Maar de volgende dag werd de agenda al bepaald door een nieuw onderwerp, en was men het vorige alweer vergeten. De politiek reageert op het onmiddellijke. De krant van één dag. Ik verwijs naar de fameuze uitspraak van vader Gaston Eyskens: de krant is geen krant, maar een dagblad. Een Tageszeitung. In de politiek is het ook vaak Tagespolitik. Politici moeten werken voor de eeuwigheid, in het constante besef dat het elke dag gedaan kan zijn.1 Maar als ze werken voor de dag, zullen ze de eeuwigheid niet halen. Dat is een klein beetje het probleem eigen aan het politieke bedrijf. Het maatschappelijke debat gaat over het verzoenen van de korte termijn met de lange termijn. Sommige beslissingen zijn urgent. Kijk naar de maatregelen die moesten genomen worden om de financiële crisis te bezweren. Maar we moeten toch leren begrijpen dat de beslissingen die we vandaag nemen of niet nemen, niet alleen vertaald worden in een resultaat op korte maar ook op lange termijn. Dat besef is des te urgenter, omdat de uitdagingen van vandaag een zeer belangrijke impact hebben op de generaties van morgen, meer dan ooit in het verleden het geval was. Ook daar verwijs ik naar de financiële crisis. Voor het vullen van de ene put heeft men andere putten moeten graven. De vulaarde moet ergens vandaan komen.

13


Eigenzinnig In Economie

Plannen zijn mensenwerk, en mensen kunnen fouten maken. Veel van wat we vandaag als een probleem ervaren, is in het verleden georganiseerd. Ik zeg dat niet om iemand met de vinger te wijzen, maar wel om duidelijk te maken dat er goede en minder goede beslissingen zijn, dat men zich vaak laten leiden door de korte termijn terwijl men blind blijft voor de mogelijke gevolgen op lange termijn, en ook dat men zich soms vergist. In dit boek trek ik parallellen tussen het verleden en het heden. Aan de hand van enkele concrete dossiers leg ik uit dat we wel degelijk kunnen leren uit de geschiedenis. Ik blik terug op de verleden aanpak en trek daar een aantal lessen uit. Ik doe dat omdat men in het verleden, zo heb ik ervaren, vaak blind bleef voor wat men wist. En ook vandaag heb ik nog steeds het gevoel dat de realiteit vaak ontkend wordt en er beslissingen worden genomen die vooral het kortetermijngeluk dienen. Bij het uitwerken van plannen zou men daarom omzichtiger tewerk moeten gaan. We kunnen onze toekomst niet controleren. Wat we wel kunnen is uit de geschiedenis leren en parallellen zoeken. En met dat weten kunnen we ons gedrag vormgeven, en dus onze toekomstige geschiedenis. Maar tegelijk moeten we oppassen met ervaringen. Je kan maar zoveel informatie halen uit het verleden als het verleden te bieden heeft, terwijl onze wereld ongecontroleerd en razendsnel vernieuwt. In een omgeving die snel verandert, waar kennis cruciaal is maar tegelijk snel veroudert, is men gebaat met een open blik en het luisteren naar afwijkende eigenzinnige meningen. Zoals Mark Eyskens ooit zei: ‘Een mening die door velen wordt gedeeld is uiterst verdacht.’ Crisissen zijn er altijd geweest. Ook in de toekomst zullen we ermee geconfronteerd worden. Dat geldt eveneens voor onverwachte gebeurtenissen die ons systeem dreigen onderuit te halen. Het zou goed zijn

14


INLEIDING

dat we ons beter aanpassen aan hun bestaan. Het gaat er vandaag niet enkel om te weten, maar ook te aanvaarden dat er blinde vlekken zijn. We moeten rekening houden met het ondenkbare dat ons plots kan overkomen en onze systemen en leven overhoop kan halen: de volgende zwarte zwaan. Misschien bestaat het grote gelijk niet meer. Dit boek wil daarom vooral ook een les in nederigheid zijn. Met de gewaardeerde inbreng van Filip Abraham, Herman Daems, Paul De Grauwe, Roger Dillemans, Guy Du Bois, Dirk Heremans, Jan Smets, AloĂŻs Van de Voorde. En het boek zou niet leesbaar geweest zijn zonder de redactionele inbreng van Hans Housen.

15


De economische wetenschap is zeer onchristelijk. Economische fouten worden nooit vergeven. Ze moeten met interest worden terugbetaald.


NOOT AAN DE UITGEVER

Boeken uitgeven is een vak. Er komt zelfs economie bij kijken. Gelukkig zijn er uitgevers die op de verspreiding van kennis en ideeën hun businessmodel hebben gebouwd. Omgaan met economische en sociale uitdagingen behelst het omgaan met spanningsvelden. Dat is in de wereld van het uitgeven niet anders. Uitgevers van boeken willen ideeën verspreiden met de bedoeling een spoor na te laten. Auteurs van ideeën vinden in hen een behulpzame partner. Uitgevers zijn economische actoren. Ze werken in een concurrentiële omgeving. Het verspreiden van ideeën gebeurt niet gratis. De beperking waar de uitgever mee te maken krijgt, is inherent aan de omvang en de kostprijs van het boek, en de schaal van hun lokale markt. Om een boek rendabel naar de markt te brengen dienen ze heel wat factoren af te wegen. Vooraf valt ook moeilijk te voorspellen of een boek goed zal scoren of niet. Uitgevers zijn gewoon verplicht om voeling te houden met wat de samenleving bezighoudt en hun aanbod op korte termijn steeds en opnieuw uit te vinden. Maar boekenuitgevers zijn ook idealisten. Ze durven boeken publiceren. Om wat economisch jargon te gebruiken: ze gebruiken het ene succesboek om hun innovatie te subsidiëren. Dat kruiselings subsidiëren gebeurt niet om mindere successen of foute beslissingen te maskeren. Neen, boekenuitgevers durven gewoon het boek maken dat ze nodig vinden. In die zin vervullen uitgevers een maatschappelijke taak, die vergelijkbaar is met die van de wetenschapper: het zoeken naar nieuwe

17


Eigenzinnig In Economie

fundamentele antwoorden, ook al bestaat daar nog geen markt voor. Boekenuitgevers zijn een facilitator en promotor van vernieuwing. Er zijn ook dag- en weekbladuitgevers. Ook zij vetrekken elke dag van een nieuw onbesproken blad en richten zich op het verspreiden van ideeën of uitspraken die een deel van de werkelijkheid pogen te beschrijven. Al zijn ze daarin beperkt door de levensduur en de omvang van het medium waarvan ze zich bedienen. Een dagblad heeft de ambitie die in de naam ervan vervat zit, en bevat noodlottig genoeg slechts de werkelijkheid van de dag, in zijn facetten gecomprimeerd tot de omvang van enkele kolommen op een blad. Ook al is de ambitie van de journalist of redacteur wellicht een duurzamer spoor na te laten. Vandaar dat de ideeën in een krant een kortere levensduur hebben dan de ideeën in een boek. Vandaar ook dat er boeken nodig blijven om ideeën voller weer te geven. Al moet gezegd worden dat echt meesterschap zich uit in het reduceren van alles tot de essentie. Soms is er niet meer nodig dan nodig is. Wellicht brengt de elektronische evolutie soelaas. Die zorgt voor een zogenaamde paradigmashift in de wereld van het uitgeven. Dagbladen krijgen er een langere levensduur door. Een dagblad wordt een archief van dagbladen, dat overal en altijd consulteerbaar is. Een fysieke boekenkast wordt een virtuele boekenkast, waarbij de kost van het verspreiden marginaliseert en het logistieke proces van het distribueren van boeken een kwestie wordt van een druk op de knop. Maar het virtuele heeft ook een nadeel: het is slechts aanwezig op afroep. Daartegenover staat de fysieke aanwezigheid van papier, gebonden en van een kaft voorzien of simpel gevouwen. Dat wat zich fysiek manifesteert, kan je niet ontkennen. Van 2002 tot 2012 was ik voorzitter van Uitgeverij Lannoo. Het is altijd de ambitie van de uitgeverij geweest om meerwaarde te creëren door producten te creëren die een verschil kunnen maken. Ik dank de uitgeverij voor de mogelijkheid die ze me biedt om verslag te doen van

18


NOOT AAN DE UITGEVER

een aantal memorabele passages in mijn carrière en ook enkele van de observaties en ideeÍn die zich en cours de route manifesteerden te publiceren. Het bevat mijn kijk op mijn werkelijkheid. Beschouw dit boek echter niet als een vorm van memoires. Ik heb altijd gesteld, en blijf dat ook doen, om geen memoires te willen publiceren. Eerder dan terug te blikken, blijf ik liever vooruitkijken. De toekomst ligt immers niet in het weten wat en door wie gerealiseerd is, maar wel door grenzen te verleggen, in het betere mogelijk te maken door anderen te inspireren vanuit reeds opgebouwde kennis en ervaringen. Dat is ook de ziel die de wetenschapper drijft, en iedereen met gezond verstand tot bewegen zou moeten aanzetten.

19


Hoofdstuk 1 DE LANGE MARS VAN DE BANKWERELD

‘De geschiedenis gaf me gelijk. En toch weer niet.’

Als er iemand kan vertellen hoe sterk de wereld in de afgelopen dertig jaar veranderd is, op het onherkenbare af, dan zijn dat zeker de bankiers. En ook de klant, als gewone spaarder of geëvolueerde belegger. Van versnippering naar schaalvergroting, over euroforie en internationalisering, naar het opzoeken van steeds meer ego en risico, met alle mistoestanden en de financiële meltdown tot gevolg. Het bankenverhaal vandaag gaat nog altijd over het gezond herstel van evenwichten en reputatie en de zoektocht naar nieuw vertrouwen.

Stap in de haute finance Ik heb de transformatie van het bankieren in al zijn facetten mogen ervaren, eerst als academische trendwatcher, daarna als centrale speler, vandaag als geïnteresseerd observator. Die transformatie is een verhaal van ambitie en moed, en zoals bekend ook van overmoed. In 1986 werd ik lid van de raad van bestuur van de Bank Brussel Lambert. Dat gebeurde op vraag van voorzitter Dries Dequae en van Paul De Meester. Ik had voor die tijd al een carrière achter de rug als pro-

21


Eigenzinnig In Economie

fessor internationale economie aan de KU Leuven en was onder meer deeltijds opdrachthouder op het kabinet van Mark Eyskens, toen die bevoegd werd voor Financiën, premier werd, en later de portefeuille van Economische Zaken opnam. Dat parcours, samen met het opduiken van mijn naam in de opvolging van gouverneur de Strycker van de Nationale Bank in 1982, bracht me onder de aandacht van de banken. Ik was altijd bezig geweest met de Europese monetaire eenmaking en met de internationale economische problemen. De stap naar een financiële instelling lag dus in het verlengde van wat ik al kende. Contacten met andere grootbanken rond datzelfde tijdstip voor een voltijdse overstap werden niet geconcretiseerd. Nu eens omdat het aanbod me niet overtuigde. Dan eens omdat omstandigheden de uiteindelijke finalisatie in de weg stonden. Het bestuurdersmandaat bij BBL had overigens het voordeel dat het perfect te combineren bleef met mijn universitaire opdracht en toch een instap bood in de praktijk van de financiële wereld. Als bestuurder volgde ik er Walter Van Gerven op toen die werd aangesteld als voorzitter van de Bankcommissie. Ik was op dat ogenblik overigens al enkele jaren bestuurder bij het obligatiefonds Rorento van de Nederlandse Robecogroep. De overstap naar het directiecomité en het voorzitterschap van de BBL werd in februari 1988 gefinaliseerd. Mijn aanwezigheid in de raad van bestuur had blijkbaar voldoende indruk gemaakt om mij op de shortlist van mogelijke opvolgers van de toenmalige BBL-voorzitter John Dils te doen belanden. Deze wilde tijdig voor zijn aftreden weten wie hem zou opvolgen. Kwestie van de overgang goed voor te bereiden. Na enige reflectietijd en meerdere gesprekken voerden we het ultieme instemmende gesprek op restaurant, in L’Ecailler du Palais Royal, op de Brusselse Zavel. Ik vertelde dat ik het wel wou doen. Maar ik vroeg meteen: ‘Is het denkbaar dat ik een halve dag per week niét op de bank ben?’ Ik wou namelijk toch de band met de universiteit behouden. John Dils, die een aimabel man was, glimlachte. Het kon, zei hij. Maar zijn gelaatsuitdrukking verraadde wel zijn gevoel dat zo’n afspraak niet lang stand zou houden. Volgens hem zou de bank me al snel volledig

22


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook