Skip to main content

9789401401852 0

Page 1

Corr ie Haverkort Ed Spruijt

Kinderen uit nieuwe gezinnen Handboek voor school en begeleiding met medewerking van Jos Willems


D/2012/45/241 - ISBN 978 94 014 0185 2 - NUR 840 Vormgeving: Anita Amptmeijer - bno, Agraphics Design Zetwerk: Lettie Egberts, Scriptura Westbroek Foto omslag: © Mostovyi Sergii Igorevich/Shutterstock.com Foto’s binnenwerk: Blz. 18: Mostovyi Sergii Igorevich/Shutterstock.com Blz. 34: Mandy Godbehear/Shutterstock.com Blz. 44: Auremar/Shutterstock.com Blz. 60: .shock/Shutterstock.com Blz. 82: Wavebreakmedia/Shutterstock.com Blz. 98: Elena Stepanova/Shutterstock.com Blz. 110: Dmitriy Shironosov/Shutterstock.com Blz. 136: Tyler Olson/Shutterstock.com Blz. 158: .shock/Shutterstock.com Blz. 182: Max Topchii/Shutterstock.com Blz. 194: Vita Khorzhevska/Shutterstock.com Blz. 208: lightpoet/Shutterstock.com Blz. 226: Alon Brik/Shutterstock.com Blz. 236: Dubova/Shutterstock.com Blz. 244: Dmitriy Shironosov/Shutterstock.com Blz. 254: oliveromg/Shutterstock Blz. 25, 54, 71, 88, 133, 150, 217, 229, 264: Pauline Luijben, Welsum, www.paulineluijben.nl These pictures are used for illustrative purposes only. Any person depicted in these pictures is a model. © Uitgeverij Lannoo nv, Tielt, 2012 Dit boek is een uitgave van Uitgeverij LannooCampus (Houten). LannooCampus maakt deel uit van Uitgeverij Lannoo nv. Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij de wet bepaalde uitzonderingen mag niets van deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgeverij LannooCampus p/a Papiermolen 14-24 3994 DK Houten (Nederland) Postbus 97 3990 DB Houten (Nederland) www.lannoocampus.nl


Inhoud

Inleiding  13 DEEL I: Introductie  17 1 School en gezin: leerkracht – leerling – ouders  19 1.1 Inleiding  19 1.2 De school als betekenisvolle plaats  19 1.3 Wat heeft een leerkracht te maken met de thuissituatie?   23 1.4 Schroom van de leerkracht  27 1.5 Aandacht voor nieuwe gezinsvormen  28 1.6 De schoolloopbaan van stiefkinderen  30 1.7 Om te onthouden. School en gezin: leerkracht – leerling – ouders  32 2 Een gewoon ongewoon gezin  35 2.1 Inleiding  35 2.2 Hoe het hoort  36 2.3 Nieuwe gezinnen: samengesteld, stief, co- of roze?  37 2.4 Van kerngezin naar eenoudergezin en stiefgezin  38 2.5 De uitwonende ouder  40 2.6 Om te onthouden. Een gewoon ongewoon gezin  42


DEEL II: Praktijk  43 3 Nieuwe gezinnen in de school  45 3.1 Inleiding  45 3.2 Een open houding  45 3.3 Specifieke aandacht voor het kind  47 3.4 Denigrerende opmerkingen  49 3.5 Aandacht voor nieuwe gezinsvormen in de les  50 3.6 Houding van de leraar  51 3.7 Positieve geluiden van leerlingen  52 3.8 De onzichtbare rol van de stiefouder  53 3.9 Waarom aandacht op school voor leerlingen uit nieuwe gezinnen?  55 3.10 Om te onthouden. Nieuwe gezinnen in de school  57 4 Communicatie met ouders uit nieuwe gezinnen  61 4.1 Inleiding  61 4.2 De steun van de leraar  61 4.3 Gesprekken met de biologische ouders  62 4.4 Gesprekken met ouder en stiefouder  63 4.5 Oudergesprek over probleemkinderen uit nieuwe gezinnen  64 4.6 Grenzen aan een gesprek  66 4.7 De juiste inschatting maken over het nieuwe gezin  67 4.8 Wat te doen als ouders het niet eens worden  72 4.9 Lastige vragen van ouders en mogelijke antwoorden  73 4.10 Om te onthouden. Communicatie met ouders uit nieuwe gezinnen  80 5 Schoolbeleid over de communicatie met ouders uit nieuwe gezinnen  83 5.1 Inleiding  83 5.2 Wie krijgt informatie?  83 5.3 Flexibel of eenduidig  84 5.4 Nog een protocol?  86 5.5 Scheiding, stiefouders en huiselijk geweld  87 5.6 Als er gedreigd wordt met ontvoering  89 5.7 Als geweld de school in komt  90 5.8 Leerkracht, intern begeleider, en schoolleiding: verschillende taken  91


5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

De leerkracht  92 De interne begeleider  92 De schoolleiding  93 Taak van de ouders  94 Een beleidsdocument  95 Om te onthouden. Schoolbeleid over communicatie met ouders uit nieuwe gezinnen  96

6 Jonge kinderen tot circa 5 jaar  99 6.1 Inleiding  99 6.2 Informatie van ouders aan de pedagogisch medewerker en de kleuterleidster  100 6.3 Jonge kinderen nemen spanningen waar  101 6.4 Hoe ga je als beroepskracht om met ruziënde ouders?  102 6.5 Communicatie met ouders die hun kinderen gescheiden opvoeden  104 6.6 De komst van stiefouder en stiefkinderen  104 6.7 Bespreekbaar maken van veranderend gedrag  106 6.8 Wonen in twee huizen: het jonge kind  107 6.9 Wat kan de pedagogisch medewerker of kleuterleidster concreet doen?  107 6.10 Om te onthouden. Jonge kinderen tot circa 5 jaar  108 7 Kinderen op de basisschool  111 7.1 Inleiding  111 7.2 Uit de praktijk van de leerkracht  111 7.3 Luisteren naar de leerling  113 7.4 Goede bedoelingen van de leerkracht  114 7.5 Niet bemoeien met ouders?  115 7.6 De dynamische driehoek: school-ouders-leerling  117 7.7 Emotionele of psychische informatie  119 7.8 Vragen van leerlingen met betrekking tot loyaliteit   120 7.9 Tussen twee vuren  122 7.10 De keerzijde van de bloedband  122 7.11 De kans om verbindend te zijn  124 7.12 Het schoolplein als arena  128 7.13 De school als niemandsland  129


7.14 Interview met de basisschool leraar van het jaar 2011  130 7.15 Om te onthouden. Kinderen op de basisschool  134 8 Leerlingen in het voortgezet onderwijs   137 8.1 Inleiding  137 8.2 Leerlingen aan het woord  138 8.3 Kennisoverdracht of begeleiding?  139 8.4 Uit de praktijk van de schoolpsycholoog  140 8.5 Het meest voorkomende onderwerp  144 8.6 Welzijn van kinderen uit stiefvader- en stiefmoeder gezinnen  146 8.7 Positieve invloed van stiefouders op jongeren  147 8.8 De invloed van emotionele problemen op andere kinderen in de klas  148 8.9 Opleidingsniveau, scheiding en nieuwe gezinnen  149 8.10 Interview met de leraar van het jaar 2011 van het voortgezet onderwijs  152 8.11 Om te onthouden. Leerlingen in het voortgezet onderwijs  157 9 Didactische werkvormen: nieuwe gezinnen. Van kinderopvang tot en met middelbare school  159 9.1 Inleiding  159 9.2 Een onhandige werkvorm of opmerking  160 9.3 Voorbeelden van mogelijke didactische werkvormen  163 9.4 Lesvoorbeeld 1: Verschillende soorten gezinnen.  164 9.5 Lesvoorbeeld 2: Een eigen plek  166 9.6 Lesvoorbeeld 3: Mijn gezin en ik  168 9.7 Lesvoorbeeld 4: Zelfbeeld  172 9.8 Individuele programma’s van leerkrachten en begeleiders  175 9.9 Tot slot: een plaats in de klas voor iedere leerling  179 9.10 Om te onthouden. Didactische werkvormen: nieuwe gezinnen  179 DEEL III: Gezinsvormen  181 10 Het gezin: spiegel van de tijd  183 10.1 Inleiding  183


10.2 Het huwelijk als mondelinge overeenkomst  183 10.3 Het huwelijk als sacrament  184 10.4 Het wettelijk huwelijk en de kinderen  184 10.5 Moeder als verzorgster van het gezin  185 10.6 Keuzes en verandering: een ethische herbezinning  186 10.7 Minderheidsstress  189 10.8 Gekleurde bril  189 10.9 Het vooroordeel voorbij  191 10.10 Om te onthouden. Het gezin: spiegel van de tijd  191 11 Kinderen uit eenoudergezinnen  195 11.1 Inleiding  195 11.2 Volledig of onvolledig  195 11.3 Onzeker begin van het eenoudergezin  198 11.4 Na verloop van tijd  199 11.5 Problemen en welbevinden  200 11.6 Opvoeding en school  203 11.7 Beeldvorming  204 11.8 Positieve terugblik  205 11.9 Om te onthouden. Kinderen uit eenoudergezinnen  206 12 Kinderen uit samengestelde gezinnen  209 12.1 Inleiding  209 12.2 Samengesteld gezin na echtscheiding  210 12.3 Samengesteld gezin na overlijden  211 12.4 Serieuze spanningen  212 12.5 Stiefvaders  215 12.6 Stiefmoeders  218 12.7 De verschillen  218 12.8 Inwonende en uitwonende ouder  220 12.9 Sleutelpositie van de biologische ouder  221 12.10 Vooronderstellingen van ouders en stiefouders  222 12.11 Steun voor de leerling  223 12.12 Handig om te weten: wat speelt er in een nieuw samengesteld gezin  224 12.13 Om te onthouden. Kinderen uit samengestelde gezinnen  225


13 Kinderen uit co-oudergezinnen  227 13.1 Inleiding  227 13.2 Toenemend aantal co-oudergezinnen  227 13.3 Voor- en nadelen voor kinderen  230 13.4 Wat vereist een goed co-ouderschap?  231 13.5 Als co-ouderschap niet meer gaat  232 13.6 Co-ouderkind in de klas  233 13.7 Om te onthouden. Kinderen uit co-oudergezinnen  235 14 Kinderen uit roze gezinnen  237 14.1 Inleiding  237 14.2 Verschillende vormen roze gezinnen  237 14.3 Hoe gaat het met de kinderen?  238 14.4 Vooroordelen  239 14.5 Roze gezinnen op school  240 14.6 Onderzoek naar ‘bijzondere samenlevingsvormen’  242 14.7 Om te onthouden. Kinderen uit roze gezinnen  243 15 Wettelijke regels in Nederland en Vlaanderen  245 15.1 Inleiding  245 15.2 Wetgeving in Nederland  245 15.3 Wetgeving in Vlaanderen  247 15.4 Gezamenlijk gezag of eenhoofdig gezag?  248 15.5 Bij aanmelding op school  249 15.6 Als ouders met gezamenlijk gezag het niet eens zijn  249 15.7 Vervangende toestemming  250 15.8 Wijzingen in de thuissituatie en de gevolgen voor het kind  251 15.9 Welke rol heeft de stiefouder juridisch gezien?  251 15.10 Om te onthouden. Wettelijke regels in Nederland en Vlaanderen  253 16 Interventies en voorzieningen  255 16.1 Inleiding  255 16.2 Hulp bieden of doorverwijzen?  256 16.3 Landelijke hulpverleningsprogramma’s  256 16.4 Landelijke ondersteuning voor leerkrachten  262 16.5 Hulp in crisissituaties  265


16.6 Particuliere mogelijkheden en mediation  268 16.7 Om te onthouden. Interventies en voorzieningen  269 Besluit en dankwoord  271 Bijlagen 1. Voorbeeld beleidsdocument voor leerkrachten over de relatie tussen school en ouders die hun kinderen gescheiden opvoeden  275 2. Voorbeeld schoolprotocol voor ouders bij echtscheiding  279 3. Meldcode huiselijk geweld  283 4. Voorbeeld beleidsdocument: Rouwgroep op school  285 5. Aanbevolen boeken  289 6. Websites  293 Literatuur  297 Lijst met geïnterviewden  301 Lijst met kaders  303 Lijst met tabellen  307


Inleiding

Veel voorkomende vragen Wie nodig je uit voor een ouderavond als je weet dat een moeder niet tegelijk met de vader en zijn nieuwe vriendin wil komen? Wat doe je als leerkracht als je merkt dat een kind zich moeilijk kan concentreren omdat het thuis voortdurend ruzie heeft met zijn stiefvader? Wat doe je met een leerling die op school gepest wordt omdat zij twee moeders heeft? Wanneer spreek je ouders aan als je vermoedt dat een leerling slechtere cijfers haalt of zich minder sociaal gedraagt als gevolg van het leven thuis? Hoe kun je in de les aandacht besteden aan nieuwe gezinsvormen zodat ieder kind in de klas zich erkend en gezien voelt? Waar trek je de grens tussen school en privĂŠ? Wat is het schoolbeleid ten aanzien van het groeiend aantal kinderen uit nieuwe gezinnen?

In le id i n g

13


Nergens komt ‘thuis’ zo de school binnen als wanneer het gaat om leerlingen uit nieuwe gezinnen. Voor leraren is het niet eenvoudig om op de juiste wijze en in de juiste mate te communiceren met leerlingen en ­ouders. In iedere klas komt gemiddeld 20 procent van de leerlingen uit nieuwe gezinnen. In Vlaanderen nog iets meer dan in Nederland. Onder nieuwe gezinnen verstaan we eenoudergezinnen, stiefgezinnen of samengestelde gezinnen, co-oudergezinnen, en gezinnen met twee moeders of twee vaders, de zogenaamde roze gezinnen. Het aantal nieuwe gezinnen neemt zienderogen toe, vooral door het stijgend aantal scheidingen. Een scheiding is voor elke leerling ingrijpend en het daarna alleen wonen bij de moeder of de vader vaak een opgave. Maar niet alleen een scheiding, ook het overlijden van een van de ouders kan de oorzaak zijn van het ontstaan van een eenoudergezin. Na verloop van tijd ontmoeten de meeste ouders een nieuwe partner die in veel gevallen zelf ook kinderen heeft. Voor leerlingen is dit opnieuw wennen, zeker wanneer de moeder of vader samen gaat wonen met deze nieuwe partner. Uit Amerikaans onderzoek (Gelatt e.a., 2010) is zelfs gebleken dat de vorming van een samengesteld gezin nog meer stress bij kinderen kan veroorzaken dan de scheiding van de ouders. Naast alle veranderingen in het gezin is er ook nog de vaak ingewikkelde verhouding met de uitwonende ouder. Deze voor kinderen ingrijpende gebeurtenissen vinden vooral plaats tijdens de schooljaren. Het loslaten van het bekende, het wennen aan het nieuwe en in veel gevallen het meemaken van een tweede scheiding – iets meer dan de helft van alle nieuwe gezinnen valt na verloop van tijd weer uiteen – is voor de meeste kinderen zwaar. Het zorgt voor veel onrust, onzekerheid en spanning en dit vindt zijn weerslag op de schoolresultaten en het welzijn van het kind. De school is in veel gevallen een stabiele factor. Wanneer de leerling goed contact heeft met de leerkracht en de medeleerlingen zal het op school veel steun kunnen ervaren. Dit handboek biedt inzicht in de kenmerken van nieuwe gezinnen, toont cijfers uit recent Nederlands en Vlaams onderzoek en geeft achtergrondinformatie over de emotionele belevingswereld van de leerling. Bovendien geeft het boek tips en handvatten om in de lessen aandacht te besteden aan de verschillende nieuwe gezinsvormen, en een overzicht van interventiemogelijkheden. Leerkrachten en begeleiders komen aan het woord en er zijn diverse uitspraken van leerlingen opgenomen. De mees-

14

kinder en ui t nieu we ge zinnen


te uitspraken zijn met bronvermelding, sommige citaten zijn algemeen en anoniem en daarom zonder specifieke aanduiding. Centraal staan de leerkrachten en opvoeders van kinderen van 0 tot en met 18 jaar. Zij staan voor de taak om het welbevinden en de leerprestaties van de leerlingen te bevorderen. Het boek is nadrukkelijk ook bedoeld voor leraren in opleiding. Het boek bestaat uit drie delen: Introductie, Praktijk en Gezinsvormen. De ‘Introductie’ gaat over de relatie tussen school en gezin, waarbij de positie van de leerling centraal staat. Er wordt uitgelegd wat wij onder nieuwe gezinnen verstaan en hoe gewoon nieuwe gezinnen zijn in Nederland en Vlaanderen in de eenentwintigste eeuw. Het deel ‘Praktijk’ gaat in op het communicatiebeleid en de communicatie tussen school en ouders uit nieuwe gezinnen. In elk hoofdstuk staan kinderen per leeftijdsgroep centraal: jonge kinderen, kinderen in het basisonderwijs en leerlingen in het voortgezet of secundair onderwijs. Tussen deze hoofdstukken zijn geen scherpe grenzen. Met name hoofdstuk 7, ‘Kinderen op de basisschool’, bevat informatie die ook voor de leerkracht in het voortgezet onderwijs of secundair onderwijs relevant is. Deel twee wordt afgesloten met een aantal didactische werkvormen. Deel drie ‘Gezinsvormen’ gaat in op enkele achtergronden, zoals de ontwikkeling van het gezin in de loop van de tijd en diverse vormen van nieuwe gezinnen: kinderen uit eenoudergezinnen, nieuw samengestelde gezinnen, co-oudergezinnen en roze gezinnen. Het boek gaat verder met de wettelijke regels over nieuwe gezinnen in Nederland en Vlaanderen, en met het bespreken van interventies en voorzieningen. Ter afsluiting volgt een aantal praktische en informatieve bijlagen.

In le id i n g

15


Deel I Introductie


18

kinder en ui t nieu we ge zinnen


1 School en gezin: leerkracht – leerling – ouders

1.1 Inleiding Zodra het kind de school binnenkomt, komt ook het gezin van het kind de school binnen. Het leven thuis bepaalt sterk de ontvankelijkheid van het kind op school. Dit geldt voor jonge kinderen maar ook voor pubers en adolescenten. Wanneer er thuis ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden, zoals een echtscheiding, het overlijden van een ouder, of de komst van een stiefouder, heeft dit direct zijn weerslag op de concentratie en de leerprestaties van de leerling. Wanneer die opmerkelijk dalen, staan leerkrachten voor de taak te achterhalen waar dit vandaan komt. Is er op school iets dat niet aansluit? Of speelt de gezinssituatie een rol? En wat ga je vervolgens als leerkracht doen?

1.2 De school als betekenisvolle plaats School is belangrijk. Het onderwijs bepaalt veel van onze mogelijkheden, met een goed diploma heb je meer kans op een passende baan. Dankzij stimulerend onderwijs voelt een leerling zich gesterkt in de maatschappij. School is de plek waar kinderen leren denken en gevormd worden tot ontwikkelde mensen. In een mensenleven neemt de schooltijd een grote en betekenisvolle plaats in. We hebben allemaal herinneringen aan onze eigen schooltijd.

1

•

S c h o o l e n ge zin: l e e r k r ac h t – l e e r ling – o u d e r s

19


Soms plezierige en goede, soms minder prettige. Dit laatste kan een gevolg zijn van slechte cijfers of magere studieresultaten. Het kan ook het gevolg zijn van het gevoel dat het thuis niet zo goed ging en dat leerkrachten daar niet of nauwelijks van op de hoogte waren. Als leerkracht sta je voor verschillende taken. De eerste taak is het overbrengen van kennis en hiermee kinderen en jonge mensen de kans bieden om hun mogelijkheden te benutten en te ontwikkelen (Nussbaum, 2011). Hiervoor moeten de leerlingen goed geïnformeerd worden over verschillende vakgebieden. Ze moeten geactiveerd en uitgedaagd worden. Naast kennisoverdracht is de school ook de plek om te leren samenleven. Kinderen ontdekken er wat ze willen en tegelijkertijd leren ze gevoelig te zijn voor wat anderen willen. Leerlingen moeten daarom op school leren onderzoeken, argumenteren en debatteren. Opdat ze volwassenen worden die in staat zijn na te denken en te reflecteren op hun omgeving, hun werk, hun eigen leven en dat van anderen. Zodat ze zelf vorm kunnen geven aan een zinvol leven. Voor Aristoteles was een goed leven – datgene waar we allemaal naar verlangen en streven – in de eerste plaats goed samenleven. De school is bij uitstek de plaats om dit te beoefenen. Naast het gezin. Zodra kinderen de kinderopvang of de school binnenstappen (of ze nu 2, 11 of 17 zijn) nemen ze hun eigen wereld mee: hun gezin. De plaats waar ze hun eerste woorden hebben geleerd. Waar de eerste afspraken zijn gemaakt over wat wel en niet kan. Waar de eerste indrukken de diepste zijn als het gaat over traditie, omgang met elkaar en de wijze waarop de samenleving wordt gezien. In de klas ontmoeten school en gezin elkaar. Na de schooldag is het gezin de plaats waar de leerlingen weer naar teruggaan. Waar (in meer of (zeer) mindere mate) geluisterd wordt naar de belevenissen van het kind, waar het geholpen wordt met huiswerk, of waar gesproken wordt over schoolkeuzes. Ook in de woonkamer ontmoeten gezin en school elkaar. Het leven thuis bepaalt voor een belangrijk deel de ontvankelijkheid van het kind op school. Niet alleen wanneer het jong is, maar ook wanneer het puber is of adolescent. Als het thuis niet goed gaat, vindt dit zijn weerslag op de concentratie van het kind, op het welbevinden in de klas, en op de schoolprestaties. Wanneer die opmerkelijk dalen, staan leerkrachten voor de taak te achterhalen waar dit vandaan komt. Is er op school iets dat niet

20

kinder en ui t nieu we ge zinnen


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401401852 0 by Uitgeverij Lannoo - Issuu